Raphanus
van Timothy F. Allen — Encyclopedie van de zuivere Materia Medica
- Gevoel van afkeer jegens alle vrouwen; zij raakt geprikkeld wanneer zij vrouwen om zich heen ziet gaan en komen; hun nadering bracht haar in razernij; het loutere contact met de jurk van een vrouw veroorzaakte ondraaglijke ontreddering; als zelfs een vrouw, aan wie zij zeer gehecht was, haar bij de hand nam, voelde zij vermoeidheid, walging en een mate van woede die haar bijna verteerde. Tot alle mannen zonder onderscheid voelt zij zich aangetrokken; wanneer zij een man de hand geeft, voelt zij grote opwinding, die zij nauwelijks kan beheersen; deze symptomen nemen zelfs toe tot razend delirium. Toen zij 's avonds een uur alleen werd gelaten, bracht zij zichzelf met een pennemes een zeer diepe wond in de lippen toe, in de hoop aan deze toestand een einde te maken. Het morele gevoel was volledig uitgedoofd; alleen de lichamelijke natuur heerste en bracht haar in een vreselijke toestand. Van de ochtend tot de middag zou zij zelfs aan de toenaderingen van een man voor wie zij niet het minste vriendschappelijke gevoel had geen weerstand hebben kunnen bieden; van de middag tot 6 uur 's avonds zou zij tegen geen enkele man stand hebben kunnen houden; van 8 tot 11 uur waren de eisen van de zinnelijkheid zo dringend dat zij de stem van schaamte en rede het zwijgen oplegden; zij werd zelfs woest delirisch en zou zich in de armen van de eerste de beste man hebben geworpen die zij ontmoette. In de loop van de dag hervond zij voldoende rede om haar toestand te herkennen; zij was er diep door aangedaan, maar was nog steeds niet in staat haar impulsen te beheersen; 's avonds was er niets meer van over; voortdurend minder wellustige ideeen (zevende dag), 12.
- Grillige manie, verdoofdheid, droefheid en tranen, afwisselend met hoopvolheid; zij vreest dat zij iedereen tot last zal worden (tweede dag), 12.
- Zeer sterke opwinding van de hersenen; de nacht gaat zonder slaap voorbij; overmatige werkzaamheid van de hersenen (vijfde dag), 12a.
- Zeer veel onrust tot half twee; daarna begint zij kalm te worden en slaapt diep (derde dag), 12.
- Gevoel van dronkenschap 's morgens bij het ontwaken, 11.
- Na het middagmaal, waarbij zij alleen water dronk, voelt zij zich alsof zij dronken is (tweede dag), 12a.
- Grote spanning van het zenuwstelsel; veel zenuwoverspanning en soms zenuwaanvallen; buitengewone werkzaamheid in het hoofd; vreemde ideeen, zij vergeet wat zij dagelijks moet doen, en sommige gevaarlijke invallen bestormen haar, maar zij weerhoudt zich ervan die ten uitvoer te brengen (na de vijfde dag), 12a.
- Zij was 's morgens nerveus; afkeer van kinderen, vooral van kleine meisjes (zevende dag), 12.
- Grote lichamelijke en geestelijke inertie; geheugenverlies; de hele dag probeert zij zich een idee of gedachte te herinneren die bij haar was opgekomen; zij wenst voortdurend haar geheugen terug te krijgen, en deze gemoedstoestand vermoeit haar zeer; zij is buiten zichzelf en vergeet telkens weer wat zij ging doen (zesde dag), 12. [10.]
- Zij was nerveus, droevig; alles maakt haar eerst woedend en stemt haar ten slotte neerslachtig (derde dag); grote droefheid (vierde dag), 12a.
- Droefheid en onbedwingbare tranen; de stem heeft een klank van melancholie en de ogen eenzelfde uitdrukking (eerste dag), 12a.
- Melancholie en gevoelloosheid (tweede dag), 12a.
- Minder melancholisch en grillig dan gisteren; inertie en geestelijke traagheid (derde dag), 12.
- Na een kwartier zeer diepe melancholie, trekkende en kloppende pijnen die over het hoofd, het lichaam en de ledematen lopen; wanneer deze pijnen in het abdomen of in de borst gevoeld worden, doen zij haar wenen, 12a.
- Droefheid bij het ontwaken, met aandrang om te wenen; daarna apathie, geestelijke traagheid; zij stelt geen belang in datgene waarmee zij bezig is, noch in iets anders (tweede dag), 12.
- Haar toestand verontrust haar, en een ogenblik kan zij niet geloven dat die aan het geneesmiddel te wijten is; zij vergeet dit geheel en meent dat zij aan een niet onderkende ziekte lijdt (vierde dag), 12a.
- Uiterste angst, zij dacht dat zij zou sterven, 6.*
- Ongerustheid en vrees voor de dood, 5.
- Grote vermoeidheid van lichaam en geest, geheugenverlies; zij is genoodzaakt zich zeer in te spannen en herinnert zich slechts met moeite wat er gezegd wordt; grote traagheid en onverschilligheid; afschuw voor geluid (derde dag), 12. [20.]
- Overmatige vermoeidheid van het verstand, dat bijna slaapt (vierde dag), 12.
- Grote traagheid en onverschilligheid (derde dag), 12.
- Sufheid en neiging om bij het minste woord te wenen (tweede dag), 12.
- Wanneer de geneesmiddelproever een gedachtegang wil volgen, raakt zij in het hoofd verward, wordt versuft, kan aan niets denken en kijkt naar dingen zonder ze te zien (derde dag), 12.
- Volledige inertie; het komt haar voor alsof zij ergens anders heen werd gevoerd en met een ander persoon sprak; zeer kalm en onverschillig; het was bovendien als een beeld (tweede dag), 12a.
- Zij begint door inactiviteit van de hersenen haar geheugen te verliezen (derde dag), 12.
- Het geheugen keert terug, zij is zeer levendig; snelle bevattingskracht; alles stoort haar, zelfs dingen die ogenschijnlijk het meest onbeduidend zijn (derde dag), 12a.
HOOFD
- Verwardheid en duizeligheid.
- Verward gevoel in het hoofd, met druk in het voorhoofd (tweede dag), 9c.
- Duizeligheid, 's avonds; het hoofd voelt alsof het strak omzwachteld is (zesde dag), 12.
- Enige duizeligheid, met wazig zien (derde dag), 4.
- Hoofd in het algemeen. [30.]
- Werd tussen 3 en 4 uur 's morgens wakker, klaagde over hoofdpijn en dronk veel water (tweede nacht), 1.
- Hoofdpijn bij het ontwaken uit de slaap, 1.
- Hoofdpijn; druk op de ogen van buiten naar binnen, uitstralend tot achter het oor (tweede dag), 12.
- Algemene hoofdpijn na het middagmaal (vierde dag), 12.
- 11 uur 's morgens, hevige bloedaandrang naar het hoofd en de borst, veroorzakend duizeligheid en hoest, voorafgegaan door een brandend gevoel (tweede dag), 12.
- Bij het schrijven voelt de geneesmiddelproever een schok in de hersenen, zoals bij plotseling gaan zitten, en een gewaarwording in de oren, zoals bij het duiken (derde dag), 12.
- Hoofdpijn, 's morgens; verwardheid in het hoofd, op de kruin en in het voorhoofd, gevolgd door hitteopwellingen, die eindigen in uitwendige koelheid van het hele lichaam (tweede dag), 12a.
- Hoofdpijn; het hoofd is versuft (tweede dag), 12a.
- 's Morgens zeer hevige hoofdpijn in de ogen, de slapen en de neuswortel; grote vermoeidheid, alsof men beurs geslagen is (vijfde dag), 12a.
- Gewaarwording in het hoofd, de keel en de borst, zoals bij het begin van een zware verkoudheid (derde dag), 12. [40.]
- De hersenen voelen gevoelig en pijnlijk aan bij de geringste schok tijdens het lopen (derde dag), 13.
- Voorhoofd en slapen.
- Hevige hoofdpijn in het voorhoofd en achterhoofd, 's morgens, 6.
- Hevige pijn in het voorhoofd, 1.
- Hoofdpijn in het voorste deel van het hoofd, bij het ontwaken, 's nachts, 9a.
- Doffe hoofdpijn, vooral in de huid van de voorhoofdswelvingen, vooral links, in de open lucht, verdwijnend in huis, 11.
- Pijn linksboven in het voorhoofd, als een druk, 9a.
- Hevige druk in het voorhoofd, vooral boven de ogen, die het zien bijna verhinderde, 5.
- Voortdurende doffe druk in het voorhoofd boven de ogen (derde dag), 9c.
- Frequente doffe druk en steken in de streek van de voorhoofdswelving, 9d.
- Doffe druk in het voorhoofd, boven de neuswortel, 11. [50.]
- Lichte druk in het voorhoofd, ter hoogte van de neuswortel, 5.
- Wanneer zij haar oog naar de richting van het oor draait, voelt zij pijn in de slaap, het oor en het wandbeen (derde dag), 12a.
- Kruin.
- Scherp steken op de kruin, 9d.
- Branden op een kleine plek op de kruin, 11.
- Een soort beklemming in de huid van de kruin, 11.
- Achterhoofd.
- Hoofdpijn; doffe pijn in het achterhoofd, verlicht door het hoofd achterover te werpen; bij het hoofd naar één zijde buigen, gevoel van een scherp voorwerp binnenin, dat in de slaap prikt, nabij het oor, verdwijnend wanneer het hoofd weer wordt opgericht (tweede dag), 12.
- 's Avonds hoofdpijn, vooral in het achterhoofd; het hoofd is buitengewoon vermoeid (derde dag), 12.
- 's Morgens hoofdpijn, vooral in het achterhoofd; wanneer zij haar hand op het achterhoofd drukt, wordt de pijn in het hoofd algemeen; bij het plaatsen van de vinger op het midden van het achterhoofd, gevoel van kieteling, of liever rillingen in de rug, de borst en de armen, met verlies van gedachten; het verschijnen als van een waterblad voor de ogen (derde dag), 12.
- Pijn in het achterhoofd, een soort onrust, van vermoeidheid; enig trekkend gevoel achter in het hoofd en in de nek (vierde dag), 12.
- Knaagde pijnen in het achterhoofd, gevolgd door gevoelloosheid (tweede dag), 12.
OOG. [60.]
- De ogen zijn omgeven door blauwe kringen; zij is bleek (zesde dag), 12.
- Ogen rood, 1.
- Ogen ingevallen (zesde dag), 1, 5.
- Vermoeidheid van de ogen (derde dag), 12.
- Koude op de ogen; iets dat op de ogen drukt (derde dag), 12.
- De ogen steken en tranen een weinig (derde dag), 12.
- De ogen steken; zij zijn 's morgens rood en zeer weinig verkleefd; wanneer zij de ogen sluit, kan zij ze vanwege haar nerveuze toestand nauwelijks openen; zij knippert met de ogen wanneer zij naar iets kijkt (zesde dag), 12.
- Prikken in de ogen; warmte bij het sluiten ervan; gevoel van koude bij het openen ervan; ieder ogenblik schijnt het haar toe dat zij dubbel ziet, dat zij scheelziet (vierde dag), 12.
- Jeuk van het linkeroog, met diepe steken, 10.
- Ooglid.
- Onderste oogleden enigszins oedemateus (zevende dag), 1.
- Traanapparaat. [70.]
- Tabak veroorzaakt tranenvloed en pijn in de neusbeenderen bij de wortel en in het oor (tweede dag), 12.
- Pupil.
- Verwijdde pupillen (zesde dag), 1.
- Gezichtsvermogen.
- Gezichtsvermogen zeer acuut, 9e.
- Congestie, met wazig zien, bij het ontwaken, 's morgens, 10.
- Zwak gezichtsvermogen; bijziendheid (zesde dag), 12.
- Zeer zwak gezichtsvermogen; in het rechteroog is het volledig verloren (derde dag), 12a.
- Zij verloor haar gezichtsvermogen en gehoor vlak vóór het braken, gevolgd door braken met grote inspanning, 6.
- Verziend, 9e.
OOR
- Bij het buigen van het hoofd naar links, gevoel van zwelling in het achterste deel van het oor, en bij druk op deze plek trekkende pijn in het oog, alsof het naar binnen werd getrokken, met trekken in het oor overeenkomstig het deel waarop gedrukt wordt (tweede dag), 12.
- Gevoel alsof de oren verstopt zijn, en volheid van het hoofd, als door bloedaandrang daarheen (zesde dag), 12. [80.]
- *Scherp steken in het rechteroor, 11.
- *Hevige stekende pijn binnen in het rechteroor, 9.
- Stekend-scheurende pijn in het linkeroor, alsof in het bot, 9d.
- Steken in het rechteroor, 9a.
NEUS
- Frequent niezen, 9.
- Neus spits (zesde dag), 1.
- Telkens wanneer zij haar neus snuit, komt er sinds gisteravond zuiver bloed uit de neus, van een dieprode kleur; hierdoor klaart haar hoofd op (derde dag), 12a.
- Zij snuit voortdurend bloed uit de neus; het lijkt haar dat zij het er niet allemaal uit snuit en dat er diep in de neus een afzetting zit (vierde dag), 12a.
- Neus enigszins verstopt (derde dag), 4.*
- Doffe pijn in de neuswortel, zich uitstrekkend tot het achterhoofd (tweede dag), 12. [90.]
- Druk op de rug van de neus, alsof veroorzaakt door een gewicht, 10.
- De adem voelt brandend heet aan, en de geur die zij waarneemt lijkt haar uit het inwendige van het hoofd of uit de neuswortel te komen; zij heeft het gevoel alsof daar een rauwe plek zat, die een knagend gevoel veroorzaakt (na vijf dagen), 12a.
- Verandering van reuk; de geneesmiddelproever meent bedorven eau de Cologne te ruiken, of een etterende plek, of slechte brandende olie (na vijf dagen), 12a.
GEZICHT
- Gezicht bleek, met een uitdrukking van zielsangst en lijden, 6.
- Bleekheid en blauwe kringen om de ogen (vijfde dag), 12a.
- Wangen gelig (zesde dag), 1.
- Gezicht gelig, bij het opstaan, 's morgens (zevende dag), 1.
- Gezicht zeer rood en gezwollen, 1.
- Gezicht livide, ingevallen, 5.
- Gezicht ingevallen (zesde dag), 10. [100.]
- Scheurende pijn in het rechter jukbeen, 11.
- Scheurende pijn in het rechter jukbeen, 9d.
MOND
- Tanden.
- Scheurende pijn in de kiezen, 11.
- Tandpijn in een holle tand; door de pijn loopt de mond vol water (eerste dag), 12a.
- In de onderkaak het gevoel alsof de twee middelste snijtanden vergroot waren en uit het tandvlees naar buiten drongen (derde dag), 12.
- Twee onderste snijtanden raken los; het tandvlees verzweert (derde dag), 12.
- Tandpijn; een abces op het tandvlees en nog een in een holle tand; de rotte tanden raken los, en de voortanden in de onderkaak wankelen; het onderste tandvlees is geheel zwart (vijfde dag), 12a.
- De twee onderste snijtanden zitten los, met geülcereerd violetkleurig tandvlees (zesde dag), 12.
- Tandpijn; de tanden steken en branden (zesde dag), 12.
- Tandpijn; schrijnende, doffe en knagende pijnen in de tanden en in het tandvlees; de tanden voelen aan alsof ze van papier-maché zijn (zevende dag), 12.
- Tandvlees. [110.]
- Het onderste tandvlees zwart vóór de snijtanden, bleek erachter, met kleine blaasjes (na vijf dagen), 12a.
- Het onderste tandvlees is ontstoken en geülcereerd; de tanden zitten los (vierde dag), 12a.
- Pijn in het tandvlees; het lijkt haar alsof het zich van de tanden losmaakt (vijfde dag), 12a.
- Tong.
- Tong bedekt met een dikke witte aanslag (derde dag), 1.
- Tong wit, 4, 6.
- Tong uiterst wit, zelfs aan de randen (na vijf dagen), 12a.
- Tong bleek roodachtig-blauw, met een diepe fissuur in het midden; bleekrode puntjes aan de randen (zesde dag), 1.
- Warmte aan de tongwortel, 11.
- Vaak branderig gevoel vooraan op de tong, 11.
- Smaak.
- Papperige smaak, 4. [120.]
- Slechte smaak, 6.
- Bittere smaak, 9e.
- Pepersmaak, 9e.
KEEL
- Voortdurende afscheiding van slijm in de keel, zoals bij catarre, met een lichte hoest (vierde dag), 9c.
- Samentrekking van de keel (derde dag), 12.
- Droog gevoel in de keel (derde dag), 12.
- Het lijkt alsof alles wat wordt doorgeslikt droog is (derde dag), 12.
- Pijn in de keel; gevoel van zwelling boven in de slokdarm; gevoel alsof een deeltje tabak in de slokdarm is blijven steken, ten gevolge van een heel klein, bijna onmerkbaar puistje achter de achterste neusopeningen (tweede dag), 12.
- Elke avond pijn in de keel, die dagelijks toeneemt; het lijkt alsof de keel geheel levend is wanneer de lucht haar bereikt; zeer stekende pijn in de amandelen en de huig, achter de neusholten, en langs de gehele slokdarm, alsof alles daar levend was; krampen in de nek; de zenuwen van de nek achter het oor zijn zeer pijnlijk; het lijkt haar alsof er onder in de keel taai slijm zit dat zij niet kan ophoesten; het hoesten lijkt er niet bij te kunnen komen, maar de ademhaling schijnt het los te maken, hoewel de hoest het meer doet vastkleven (zesde dag), 12.
- Elke dag bij het ontwaken keelpijn; zij hoest en expectoreert; de expectoratie is groenachtig en zout, 12a. [130.]
- Schrapen in de keel, waardoor hij de keel moet schrapen, zonder daardoor verlicht te worden; opgeven van veel wit slijm, als bij catarrale koorts, terwijl hij 's nachts in bed ligt, 11.
- Kieteling in het achterste deel van de keel, alsof in het strottenhoofd, zonder hoest, 11.
- Branden in de keel, onder het strottenhoofd, niet verergerd door spreken of slikken (zesde dag), 1.
- Voortdurend licht branden in de keel, als van een heet ijzer, 9a.
- Amandelen.
- Zwelling, roodheid en gevoel van vernauwing in de amandelen, aanhoudend gedurende drie dagen, 9e.
- Pijn in de linker amandel, 11.
- In de keelholte, in de streek van de amandelen, een gevoel dat hem dwingt de keel te schrapen om die van taai slijm te bevrijden, dat bijna altijd hardnekkig blijft kleven, of anders in zo geringe hoeveelheid loskomt dat het onmogelijk is het op te geven; het keelschrapen veroorzaakt een irritatie, die een droge hoest opwekt, die vrij vaak terugkeert en een pijnlijke schok in het hoofd en in de zijkanten van de borst teweegbrengt (derde dag), 12.
- Keelholte en Slokdarm.
- Branden en steken in de keelholte en de amandelen, aanhoudend gedurende vierentwintig uur (na enkele uren), 3.
- Branden in de keelholte, 9.
- Onrust hoog in de slokdarm; de lucht voelt bij het inademen koud aan in de mond, en bij het uitademen brandend heet; wijn en ook azijn verhogen de werking van het geneesmiddel (vierde dag), 12.
- Uitwendige Keel. [140.]
- Rechter onderkaakklier hard, licht gezwollen (zesde dag), 1.
MAAG
- Eetlust.
- Gulzige eetlust, en wanneer zij gegeten heeft, voelt zij zich kleiner en minder gespannen dan tevoren (zevende dag), 12.
- Na zeer stevig te hebben gegeten, gulzige eetlust; na het middagmaal leegtegevoel; hol gevoel in de maag; haar korset voelt voor haar te ruim aan (zesde dag), 12.
- Voortdurende eetlust, met afkeer van voedsel, dorst (tweede dag), 12.
- Een soort eetlust zonder honger, om 4 uur 's morgens, in bed, 11.
- Overvuld gevoel; neiging tot braken, bittere oprispingen, of liever een bijtende damp die opstijgt in de slokdarm; suiker veroorzaakt dit symptoom; zij slikt alles met weerzin door, 's avonds (vierde dag), 12.
- *Verlies van eetlust (tweede dag), 1.
- Afkeer van voedsel en tabak, 5.
- Dorst.
- Overmatige dorst (derde dag), 1, 6, 9a.*
- Hevige dorst (tweede dag), 1.* [150.]
- Zeer hevige dorst, 6.
- *Voortdurende hevige dorst, 1.
- Enige dorst, 5.
- Hij dronk veel meer dan hij urineerde, hoewel hij toch aanmerkelijk urineerde (zesde dag), 1.
- Oprispingen.
- Oprispingen met de geur van radijzen, vooral na het drinken, 9.
- Frequente oprispingen, zeer beledigend, bijna verrot, 7.
- Gallige oprispingen die een bittere smaak achterlaten (tweede dag), 12a.
- Oprekken van vloeistoffen (tweede dag), 12.
- Frequente oprisping van water en slijm, soms met bloed vermengd, zonder braakpogingen (tweede dag), 4.
- Afgang van gas, omhoog en omlaag, naar radijzen geurend (deze toestand wordt niet opgemerkt na het eten van grotere hoeveelheden radijzen), 8.
- Misselijkheid en Braken. [160.]
- Misselijkheid, 9.
- Voortdurende misselijkheid, zodat zij niet kon gaan liggen; ondanks grote zwakte was zij genoodzaakt rechtop te zitten, 6.
- Misselijkheid, met pogingen tot braken, 5.
- Aanvallen van misselijkheid als van flauwte, even, 6.
- Misselijkheid, elk ogenblik, 5.
- Misselijk gevoel in de maagstreek, 5.
- Misselijkheid, met pogingen tot braken (spoedig), 6.*
- Herhaald braken, 5.
- Braken van een grote hoeveelheid onverteerde radijzen en wit slijm, om 7 uur 's morgens (derde dag), 1.
- Braken van radijs met slijm en brood, 5. [170.]
- Frequente pogingen tot braken (tweede nacht), 9c.
- Pogingen tot braken bij het hoesten, met druk die opstijgt naar de borst en oprispen van een zeer bijtende kleurloze vloeistof, 4.
- Pogingen tot braken tijdens het lopen in de avond, 10.
- Pogingen tot braken, in de namiddag (derde dag), 9c.
- Maag.
- Eau sucrée geeft haar winderigheid in de maag (eerste dag), 12a.
- Hevige druk in de epigastrische streek, 6.*
- *Hevige pijn aan de basis van de maag, 11.
- Stekende pijn in de maagkuil, 9.
- Steken in de maag en in de leverstreek, 10.
- Snijden in de epigastrische streek, 9d. [180.]
- Snijdende pijn in de maagkuil, 9b.
- Gevoel van kloppen in het epigastrium en van zwelling van de maag; zij kan nauwelijks stilzitten (derde dag), 12.
ABDOMEN
- Hypochondriën.
- Hevige pijn in de rechter leverkwab, als beklemming of als lancinaties, 11.
- Druk in de leverstreek, als van een inwendig abces, 9d.
- Stekend gevoel in de leverstreek, 9a.
- Steken in de leverstreek, 9.
- Navel en Zijden.
- Hevige koliek rond de navel na het gewone ontbijt, 9e.
- Krampende pijn rond de navel, 5.
- Aanhoudende krampende pijn rond de navel (derde dag), 9a.
- Branderig gevoel boven de navel, 9a. [190.]
- Enige stekende pijnen in het abdomen ter zijde van de navel, met drukgevoel, 9.
- Acuut steken op drie vingerbreedten links van de navel, 10.
- Licht nijpen links van de navel, als vóór een zachte ontlasting, 11.
- Lancinaties als koliek in de linkerzijde van het abdomen, 11.
- Abdomen in het algemeen.
- Opzetting van het abdomen, gevolgd door krampende pijn, alsof er ontlasting zou komen, 9a.
- Opzetting van het abdomen na weinig gegeten te hebben, alsof zij veel had gegeten, 11.
- Het abdomen is sterk gezwollen, zeer hard en pijnlijk bij druk, vooral de onderbuik, het lijkt haar alsof zij door de zwelling zal stikken, toch is de ademhaling gemakkelijker dan gisteren (vierde dag), 12a.
- Sterke zwelling van het abdomen, beginnend bij de maag; het abdomen is hard, als met lucht gevuld, zonder pijn. Zij kan geen enkele druk op de maag verdragen (na vijf dagen), 12a.
- Enig trillen in het abdomen (zesde dag), 1.
- Veelvuldig gerommel in het abdomen, 's nachts, 6. [200.]
- Veelvuldig gerommel in het abdomen, 6.
- Veel winderigheid (tweede dag), 12a.
- Geen afgang van winden (derde dag), 9c.
- Geen afgang van winden, noch omhoog noch omlaag (zesde dag), 1.
- Ontlasting, voorafgegaan door koliek, gepaard gaand met en gevolgd door brandende hitte en opzettingspijnen in de darmen (eerste dag), 12a.
- Lichte krampende pijn in het abdomen (vijfde dag), 9a.
- Werd 's morgens wakker met krampende, beurse pijnen in haar abdomen (onderbuikstreek), met enige opzetting en grote drukgevoeligheid; zij kon nauwelijks verdragen dat haar kleren haar aanraakten; de pijnen zijn constant, maar veel erger bij beweging; geen verergering vóór de ontlasting noch verlichting na de ontlasting (tweede dag); dezelfde toestand houdt aan, met bijkomende drukgevoeligheid en pijnlijkheid in het abdomen; de darmen voelen beurs en gevoelig aan bij de minste schok, tijdens het lopen (derde dag), 13.
- Pijn in het abdomen (zevende dag), 12.
- Wanneer zij op haar zij leunt, worden de lendenen onmiddellijk verlicht, maar tegelijk ontstaat een drukkende pijn in de onderste darmen en een gevoel alsof een rond lichaam, van onderaf voortgestuwd, plotseling opstijgt en in de keel blijft steken, waar het aanvoelt als een brok die te groot is om door te slikken; vandaar schijnt die massa af te dalen naar de maag, waar zij een gevoel veroorzaakt van iets dat moeilijk te verteren is, en een leeg gevoel achterlaat, gepaard gaand met honger en lancinaties in de onderbuik. Elke lancinatie veroorzaakt een opvlieging alsof het bloed naar de ogen schiet; de ogen branden; duizeligheid; opbruisen van het bloed door het hele lichaam; koude voeten, met prikkelingen; gevoel alsof zij haar koude voeten in zeer heet water had gezet; en daarna grote hitte (na vijf dagen), 12a.
- Warmtegevoel in het abdomen, vooral rond de navel, 9a.
- Onderbuik. [210.]
- Pijn in de onderbuik en de nieren, als vóór de menstruatie; matheid in de liezen en bovenzijde van de dijen; pijn met warmte in de zijden, bijna telkens wanneer zij ademhaalt (derde dag), 12.
- Gevoel in de onderbuik alsof er een breuk naar buiten zou komen (na vijf dagen), 12a.
- Onderbuik pijnlijk bij druk, 11.
- Warmtegevoel in de onderbuik, vooral in de zijde, 11.
RECTUM
- Frequente aandrang tot ontlasting, vooral omstreeks de middag (tweede dag), 9c.
ONTLASTING
- Negen ontlastingen, meestal 's morgens, gelig, bruin, vloeibaar, tamelijk overvloedig (tweede dag), 9c.*
- Ontlasting zacht, consistent gelig (derde dag), 9c.
- Zeer overvloedige zachte ontlasting, 's morgens en 's middags (tweede dag), 9a.
- Drie vloeibare, bruinachtige, schuimige, zeer overvloedige ontlastingen, met kracht uitgedreven (tweede dag), 1.*
- Frequente ontlastingen gedurende de dag, vijf in de namiddag zoals gisteren (derde dag), 1. [220.]
- Vloeibare ontlasting, om 7 uur 's morgens (zesde dag), 1.
- Diarree, donkerbruin (zevende dag), 1.*
- Zeer vloeibare overvloedige ontlastingen, met grote kracht uitgedreven, maar zonder pijn, 5.*
- Donkere, zeer overvloedige ontlastingen, 2.
- Zachte ontlasting, van de kleur van café au lait (derde dag), 12a.
- Een zachte ontlasting zonder koliek (vierde dag), 12a.
- De ontlasting kwam zeer gemakkelijk en met aanmerkelijke kracht; vloeibaar, maar niet waterachtig; geen bloed of slijm (tweede dag), 13.
- Diarree met kleine zachte lozingen, geel, als verse boter, zoals bij sommige infantiele diarreeën. Twee ontlastingen met veel aandrang, maar zonder koliek (tweede dag), 12.
- Diarree elke keer dat zij eet, ontlastingen vloeibaarder en van de kleur van koffie met room (derde dag), 12.
- Twee ontlastingen als gisteravond, voorafgegaan door een weinig koliek, de tweede meer dan de eerste (derde dag), 12. [230.]
- Eén ontlasting 's morgens, minder zacht, dieper van kleur, en bijna zonder koliek (zesde dag), 12.
- Een ontlasting harder en dieper gekleurd dan gisteren (zevende dag), 12.
- Harde ontlasting (zevende dag), 12.
- Geen ontlasting (vierde dag), 12.
Urinewegen
- Scheurende pijn in de nierstreek, vooral bij bukken (derde dag), 4.
- Brandend gevoel in het voorste deel van de urinebuis tijdens de mictie, 9.
- Aandrang tot urineren, met pijn in de streek van de venusheuvel, als een druk in de fundus van de urineblaas, 10.
- Vaak aandrang tot urineren (eerste nacht), 9c, 10.
- Aandrang tot urineren, met zeer overvloedige lozing, 10.
- Aandrang tot urineren, met minder overvloedige lozing, 9d. [240.]
- Gevoel van aandrang tot urineren, dat lijden veroorzaakt, alsof door retentie, en dat niet ophoudt behalve terwijl zij urine loost, onmiddellijk daarna terugkerend, steeds gepaard gaand met pijn in de zijden en lendenen (na vijf dagen), 12a.
- Zij heeft de hele dag geen urine geloosd (zesde dag), 12.
- Urine overvloediger dan de gedronken vloeistof (tweede dag), 9c.
- Urine witachtig-geel, troebel (zesde dag), 1.
- Gele, troebele urine, met een zeer overvloedig bezinksel van een witachtig-gele kleur, lijkend op gist (vierde dag), 1.
- Urine van een vuilgele kleur met een bezinksel lijkend op gist, in hoeveelheid gelijk aan de urine, 1.
- Urine enigszins bleek, 9.
- Bleke urine, rijkelijker en vaker geloosd dan gewoonlijk (derde dag), 12.
- De urine, die op de eerdere dagen zeer helder was, begint dik te worden (zesde dag), 12.
GESLACHTSORGANEN
- Pijn in de uterus, in de liezen bij aanraking, en in het abdomen; pijn met ontsteking; pijn in de beenderen, de gewrichten kraken; zwakte van de wervelkolom (derde dag), 12. [250.]
- Gevoel van een rond vreemd lichaam, dat opstijgt uit de fundus van de uterus en blijft steken aan de ingang van de keel (derde dag), 12.
- Veel pijn in de baarmoeder en liezen; veel hitte, met aandrang om elk ogenblik te urineren en onvermogen dit te doen (zesde dag), 12.
- Brandende pijn, die uitgaat van de uterus en ophoudt in de maagkuil, waar zij overgaat in een nerveuze samentrekking, waardoor zij het gevoel krijgt alsof zij stuipen zou krijgen (tweede dag), 12a.
- Aanhoudende kitteling in de geslachtsdelen, toenemend tot half twee 's nachts, wanneer zij afneemt, met een rijkelijke afscheiding van slijm (na vijf dagen), 12a.
- Nerveuze irritatie van de genitaliën, van de clitoris, die haar tot onanie aandrijft (na vijf dagen), 12a.
- Grote afscheiding van vaginaal slijm, zonder begeerte (na vijf dagen), 12a.
- Elke dag, tussen 3 en 4 uur, vloeit er een weinig bloed uit de vagina, als rozekleurig slijm, en korte tijd daarna nog gedurende een minuut een zeer kleine hoeveelheid ervan (na vijf dagen), 12a.
- De menstruatie is zeer rijkelijk en aanhoudend; het bloed komt in stolsels als bij een miskraam (vijfde dag), 12a.
- Rijkelijke menstruatie vanaf het begin van de periode; hitteopwellingen stijgen op uit de uterus naar het hoofd, trekken door naar de lendenen en verspreiden zich door het hele lichaam, waardoor een gevoel ontstaat alsof zij op het punt staat te transpireren; prikkelingen in de benen en onder de voetzolen; verlies van gedachten, flauwte; zij heeft grote moeite met spreken; deze opwellingen treden drie- of viermaal per uur op (vierde dag), 12.
- Nymfomanie; de symptomen beginnen 's morgens en blijven toenemen tot 's avonds, tot 11 uur; zij houden op na een zeer ernstige aanval, die tweeënhalf uur duurt (zevende dag), 12. [260.]
- Grote seksuele opwinding; hevige begeerte (zevende dag), 12.
Ademhalingsorganen
- Kriebeling in het strottenhoofd, alsof in het strotklepje, 11.
- Stem.
- Heesheid (derde dag), 12 ; 's avonds (eerste dag), 12a.
- Hoest en Expectoratie.
- Hoest en heesheid; 's avonds voelt de borst samengeklemd als in een bankschroef; zij heeft grote moeite met ademhalen, kan nauwelijks spreken (tweede dag), 12a.
- Hoest; het lijkt alsof iets uit het epigastrium opkomt; ook bij het lachen; er is veel kriebeling onder in het strottenhoofd, toch schijnt het uit het epigastrium te beginnen. Na het hoesten zure oprispingen, als van bitter water (tweede dag), 12.
- De hoest is droger. Zij probeert iets uit de keel op te halen, maar de hoest brengt het niet naar boven; integendeel, hij wekt er nog meer van op (derde dag), 12.
- Hoest die begint met een kriebeling onder in de slokdarm en resoneert midden in de borst (derde dag), 12.
- Wanneer het haar lukt op te hoesten, is het sputum helder, als vrij sterk aangemaakt gomwater, en daardoor kleverig (derde dag), 12.
- Gemakkelijke expectoratie van ronde slijmmassa's, 10.
- Expectoratie van dik slijm in ronde, gemakkelijk loskomende massa's, 11. [270.]
- Expectoratie van een zeer grote hoeveelheid taai wit slijm uit de keelholte en slokdarm, met een gevoel van vernauwing van de keel, om 5 uur 's morgens (derde dag), 9c.
- Ademhaling.
- Benauwde ademhaling; algemene onrust; zij kan het noch zittend, noch staand, noch liggend uithouden (eerste dag), 12a.
- De ademhaling wordt moeilijk; tijdens de uitademing voelt zij pijn tussen de schouderbladen en aan beide zijden van de borst; tijdens de inademing alleen beklemming van de borst; trekkende pijn, als veroorzaakt door een prik of kneuzing, die bij het ademhalen terugkeert. Trekkende pijnen door de gehele borst tot in de rug, tijdens de uitademing; het lijkt haar alsof de uitgerekte vezels op hun plaats terugkeren, wat haar ernstige pijn veroorzaakt, gevoeld tussen de schouderbladen en aan beide zijden van de borst (derde dag), 12a.
- Moeilijke ademhaling; kortademigheid (tweede dag), 12.
- Benauwde ademhaling, beklemming van de borst; enige moeite met slikken, het lijkt haar alsof water door de neus terug zou komen; inwendig branden in de slokdarm en borst; zij is 's middags veel beter dan 's morgens, en 's avonds veel erger; verbetering door lopen in de open lucht; alles wat zij doorslikt, en zelfs het ademhalen zelf, veroorzaakt haar pijn in de rug (vierde dag), 12.
- Gevoel van verstikking wanneer zij begint te eten of te drinken (vierde dag), 12.
- Tot bijna 3 uur 's morgens is zij gedwongen haar mond open te houden om te kunnen ademen; de lucht die daar binnenkomt doet haar pijn en brandt alsof alles levend was, wat haar veel benauwenis bezorgt; de huig is gezwollen en rood, de tong nogal wit en rood aan de rand (zesde dag), 12.
BORST
- Pijnlijke vermoeidheid in de borst en onder de ribben (vierde dag), 12.
- Bij het ademen hevige pijn onder de borsten en in de rug (zesde dag), 12.
- Pijn in de borst, die zich geleidelijk uitstrekt tot de spinale wervelkolom (spoedig), 4. [280.]
- Pijn in de borst, zich uitstrekkend van de maagkuil tot de keelgroeve, een soort druk en stekende pijn die zich vaak naar de rug uitbreidde, enkele minuten aanhoudend, even terugkerend, vooral bij eten of hoesten, enigszins verlicht door drinken, 4.
- Zwaar gevoel als van een klomp en koude in het midden van de borst, tussen de mammae, de slaap verhinderend, 14.
- Acute stekende pijn en lancinerende steken op een kleine plek in de grote borstspieren, uitwendig, nabij de axilla, 10.
- Lancinerende steken in de borst, bij hoesten en ademen (derde dag), 12.
- Steken als van naalden in de borststreek; verergerd door diep inademen, 9d.
- Voorzijde en Zijden.
- Stekende pijn in het midden van het borstbeen, 10.
- Zeer frequente, pijnlijke druk in het midden van de borst, 5.
- Van tijd tot tijd een ratelend gevoel in de ene of de andere zijde van de borst, bijna onder de armen, alsof er iets los zou raken, tijdens de ademhaling (tweede dag), 12a.
- Lancinerende pijn in de zijden van de borst, als een ijzeren band om het middel (zesde dag), 12.
- Lancinerende steken in de rechterzijde van de borst, oppervlakkig, alsof in het bot nabij het borstbeen, 11. [290.]
- Frequent branden in de rechterzijde van de borst, uitwendig (derde dag), 9c.
- Ernstige kramp in de sterno-cleido-mastoideus, in zijn claviculair gedeelte, die veertien uur pijnlijk blijft (tweede dag), 12.
- Krampachtige spanning in de linker sterno-cleido-mastoideus, 11.
- Stekende pijnen in de linkerzijde van de borst (tweede dag), 1.
- Hevige steken in de linkerzijde van de borst, 1.
HART EN POLS
- Heftig en snel kloppen van het hart (tweede dag), 1.
- Hevige hartklopping (derde dag), 1.
- Af en toe hartkloppingen (zevende dag), 1.
- Zeer heftig en snel kloppen van het hart, 1.
- Pijn in de hartstreek, 's avonds en na een ontbijt met chocolade (derde dag), 12. [300.]
- Pijn in de hartstreek en hoofdpijn bij het rijden in een rijtuig; wat haar gewoonlijk niet overkomt (vierde dag), 12.
- Pols.
- De pols lijkt versneld; zij voelt in alle ledematen wat men een koortsig gevoel noemt, als bij het begin van een flinke verkoudheid (derde dag), 12.
- De pols is voller en sneller dan gewoonlijk (eerste dag), 12a.
- Trage pols, 9a.
- Kleine pols, springend (zesde en zevende dag), 1.*
NEK EN RUG
- Gevoelloosheid van de nekspieren nabij het linkeroor; een koud gevoel in het linkeroog (tweede dag), 12.
- De nekspieren geven last; pijnlijke matheid door het hele lichaam, vooral in het achterhoofd, de nek en de lendenen (vierde dag), 12.
- Pijn in de rug (eerste dag), 12a.
- Zeer grote zwakte in de rug; zij is genoodzaakt ter ondersteuning een korset te dragen; gevoel alsof zij een bochel zou krijgen; het lijkt haar alsof het midden van de rug krom was, de taille hol en de schouders ongelijk; en zij kon haar evenwicht niet bewaren (zesde dag), 12.
- Scheurende pijn en spanning langs de kam van het rechter schouderblad, 10. [310.]
- Zwakte in het ruggedeelte van de wervelkolom en van tijd tot tijd steken; uitputting, die steeds toeneemt (derde dag), 12.
- Pijnlijke zwakte in de lendenen, als na te snel hardlopen (tweede dag), 12a.
- Doffe, voortdurende pijn in de lendenen, de onderbuik en de liezen (na vijf dagen), 12a.
- Stekende pijnen in het stuitbeen; acute pijnen alsof er zich een abces vormde (derde dag), 12a.
EXTREMITITEITEN
- Beven van de ledematen, 6.
- Grote zwakte en een beurs gevoel in de ledematen, na een korte wandeling, als na een lange reis, 11.
- Grote vermoeidheid in alle ledematen, met koortsig gevoel (derde dag), 12.
- Gevoel van pijnlijke vermoeidheid in de gewrichten (tweede dag), 12.
- Extreme prostratie, alsof de ledematen gebroken waren, 5.
- Grote prostratie van de ledematen, 5. [320.]
- Matheid en vermoeidheid in de ledematen (zesde dag), 1.
- Pijn in alle gewrichten, pijnlijk gevoel van vermoeidheid, alle botten kraken, vooral in de nek (zesde dag), 12.
- Pijn in de ledematen, 9c.
- Gevoel in de armen en benen alsof haar kousenbanden te strak zaten (na vijf dagen), 12a.
BOVENSTE EXTREMITEITEN
- Schouder en arm.
- Scheurende pijn boven op de linker schouder, 1.
- Stekende pijnen in de linker schouder, 10.
- Een klier onder de rechter oksel is sinds drie dagen gezwollen en pijnlijk bij aanraking (vijfde dag), 12a.
- Er verschijnt een kleine zwarte vlek op de arm nabij de schouder, en enige roodachtige vlekken op de borst (vijfde dag), 12a.
- Trekkende en scheurende pijn in de linker arm en in het gewricht, gepaard gaand met zwakte van het ellebooggewricht, alsof men een zware last draagt, 1.
- Elleboog en onderarm.
- Stekende pijn in het linker ellebooggewricht, alsof in het bot, 9d. [330.]
- Brandende, schietende pijnen in het rechter ellebooggewricht, alsof in de pees van de bicepsspier, 10.
- Stekende pijn in het linker olecranon, 9a.
- Zwakte, scheurende en stekende pijn in de rechter onderarm, nabij de pols, 9d.
- Hand en vingers.
- Voorbijgaande gevoelloosheid in de handen (vierde dag), 12.
- Gevoelloosheid in de handen, en in lichte mate over het hele lichaam, nu eens op de ene plaats, dan weer op de andere (eerste dag), 12a.
- Pijn in de vingers; de nagels zijn pijnlijk, vooral aan de linker hand; pijn onder de nagels, als van branden of alsof er een speld in werd gestoken (na de vijfde dag), 12a.
ONDERSTE EXTREMITEITEN
- Heup en Dij.
- Lancinerende pijnen in het gewricht van de linkerheup, achter de trochanter, 10.
- Gevoelloosheid van de billen, vooral aan de rechterzijde, als van een slapend been (tweede dag), 12.
- Een soort branderig gevoel op een kleine plek aan de dij, in het bovenste en uitwendige deel, 10.
- Been.
- Zwaar gevoel in de benen, alsof zij bijna verlamd waren; de knieën kraken alsof zij uit de kom zouden raken (na vijf dagen), 12a. [340.]
- Wanneer de patiënte opstaat, voelt zij alsof haar benen naar buiten gebogen waren, en zij spant zich in om haar evenwicht te hervinden. De tibia is pijnlijk bij aanraking; branderig gevoel alsof er een gloeiende kool dicht bij de tibia werd gehouden, op een plek van twee duim groot in het midden van het bot (eerste dag), 12a.
- Veelvuldige pijnlijke krampen in de kuiten, meer een krampachtige pijn dan een echte kramp, 11.
- Scheurende pijn in de linker kuit, in de hamstrings, van korte duur, maar vaak optredend, 10.
- Lancinerende pijnen in de linker malleolus, 9d.
- Voet.
- Gevoelloosheid in de voetzolen en in de billen (derde dag), 12.
- Lancinerende pijnen onder de voetzolen, die zeer koud waren geweest en nu weer warm begonnen te worden (derde dag), 12.
- Jeukend-lancinerende pijn in de voetzool van de rechtervoet, en nabij het vlezige gedeelte, 9.
- Hevige pijn in de hiel bij het lopen; de hiel is in rust niet pijnlijk, vooral wanneer de laars uit is, hoewel de pijn niet door de druk van de laars wordt veroorzaakt (vijfde dag), 9a.
- Rechterhiel rood en gezwollen, met knijpende pijn bij het lopen (tweede dag), 9a.
- Hiel zeer pijnlijk, met zwelling, knijpende pijn, donkerrode verkleuring (zesde dag); de volgende dag vormde zich een blaar, na het openen waarvan er geen pijn meer was, 9a. [350.]
- Een likdoorn die vroeger pijnloos was, begon pijnlijk te worden (zesde dag), 9a.
ALGEMEENHEDEN
- Vermagering (zevende dag), 12.
- Grote vermagering (vijfde dag), 1 ; (derde dag), 12a.
- Hysterische aanval. Pijn in de wervelkolom, alsof een vreemd lichaam er van boven naar beneden doorheen ging en op bepaalde punten door een of ander obstakel werd tegengehouden. Dit veroorzaakt pijn in de borst en in elk deel van het lichaam waar het doorheen gaat. De pijn breidt zich uit naar aangrenzende delen en veroorzaakt overmatige zwakte; zij kan zich niet staande houden; de zwakte neemt toe; het lijkt haar dat zij op het punt staat te sterven. Wanneer zij een beetje bijkomt, is zij niet in staat te spreken of zich te bewegen. Zij voelt een pijn die vanuit de uterus begint en bij het begin van de keel ophoudt, als een heet vreemd lichaam dat als een bal opstijgt; daarna trekkende hoofdpijn in het achterhoofd; lancinerende steken in de oren; pijn in de kaak, het tandvlees, de neus, de ogen, die branden, in de slaap, waar deze trekkend is; het lijkt haar dat elk deel gezwollen is, dat zelfs de botten opzwellen. Het abdomen is zeer sterk opgezet en pijnlijk bij aanraking; het lijkt haar dat een aanzienlijk aantal ballen opstijgt van het abdomen naar de keel. De ogen zijn met bloed gevuld; het gezichtsvermogen is verdwenen. Zij kan alleen op de rug liggen en heeft volledig het vermogen verloren zich te bewegen. Om middernacht een andere hysterische aanval als de eerste, iets minder ernstig en gepaard gaand met een stekende, nerveuze pijn in de schouder. De rest van de nacht sliep zij tamelijk goed (vierde dag). Hysterische aanvallen als de eerste, maar minder ernstig, voorafgegaan door krampen die vanuit de uterus begonnen en zich naar de borst uitbreidden, traden op de eerste dag van haar menstruatie op (vijfde dag), 12a.
- Grote zwakte (derde dag), 13.*
- Zeer grote uitputting, neerslachtige stemming; het lijkt haar alsof zij dood was, alsof zij zich niet genoeg kon verroeren om de vliegen, die op haar gezicht neerstreken, weg te jagen (vierde dag), 12.
- Zij had grote moeite om uit bed op te staan; zij lag daar zonder te bewegen of te denken, maar een menigte beelden trok aan haar ogen voorbij (tweede dag), 12a.
- Grote zwakheid en matheid (vierde dag), 1.
- Grote matheid (eerste dag), 12a.
- Grote vermoeidheid (eerste en vijfde dag), 12a. [360.]
- Veel vermoeidheid, met een beurs gevoel; zij verlangt naar slaap om haar te herstellen (vierde dag), 12a.
- Grote prostratie, 5, 6.
- Zij is zeer gevoelig voor de elektriciteit van de atmosfeer; die veroorzaakt bij haar een pijnlijk gevoel en neerslachtigheid (vierde dag), 12a.
- Gevoel van zwelling; de armen, handen en ogen lijken gezwollen; de voeten daarentegen lijken kleiner; de pols voelt alsof hij met een zweep is geslagen (tweede dag), 12.
- Stijfheid van de spieren (tweede dag), 12.
- Gevoelloosheid, zwaar gevoel (derde dag), 12.
- Het opmerkelijkste van de symptomen van de dag waren de trekkende en lancinerende pijnen, die voortdurend in het hele lichaam, het hoofd en de ledematen aanwezig waren en groot lijden veroorzaakten (eerste dag), 12a.
- De hele dag trekkende pijnen, erger in de avond (eerste dag), 12a.
- Trekken in alle spieren, lancinaties in de vlezige delen, hevige jeuk rond de taille, voorafgegaan en gevolgd door een gevoel alsof een gordel te strak was aangetrokken (na vijf dagen), 12a.
- Pijn als van een pijnlijke vermoeidheid van het hele lichaam, die haar zetel schijnt te hebben onder de huid en niet tot in de spieren door te dringen (na vijf dagen), 12a. [370.]
- De paralytische pijnen nemen toe tot de avond (tweede dag), 12a.
- Paralytische pijn aan beide zijden, nu eens heviger aan de ene, dan weer aan de andere zijde; zij heeft grote moeite met schrijven (tweede dag), 12a.
- Reumatische pijnen in de lendenen, in de knieën, de liezen, het abdomen, de dijen; zij kan nauwelijks rechtop staan; zij kan haar knieën niet buigen (derde dag), 12a.
- Zeer scherpe lancinerende pijnen in verschillende delen van het lichaam, maar onmiddellijk ophoudend (tweede dag), 12.
- Pijn in de botten bij aanraking (de botten van de linker oogkas, de neus- en bovenkaaksbeenderen aan de linkerzijde), (tweede dag), 12.
- Gevoelloosheid van de delen nabij de pijnlijke botten (tweede dag), 12.
- Pijn in de zijden gevoeld wanneer zij op de maag drukt; pijn in de rugwervels, onder het schouderblad, die, wanneer zij die aanraakt, in het midden van de borst wordt gevoeld (zesde dag), 12.
- Het lijkt haar dat haar aderen met kwik gevuld zijn in plaats van met bloed (zevende dag), 12.
- Kloppingen in de laagste linker ribben, in de nek, in de slapen, in de rug en de maag, vooral wanneer zij een gedachte wil uitdrukken. De kloppingen in het lichaam hebben het karakter van lancinaties aangenomen; twee of drie lancinaties zeer dicht op elkaar en pijnlijk (eerste dag), 12a.
- Zij voelt zich beter bij liggen dan bij rechtop zitten (vierde dag), 12. [380.]
- De symptomen zijn 's morgens tamelijk ernstig, nemen in de loop van de dag af en worden 's avonds sterk verergerd (eerste dag), 12a.
- Lopen en de open lucht verminderen de symptomen (tweede dag), 12.
HUID
- Haar huid is vettig en maakt haar handen vettig bij aanraking ervan (derde dag), 12a.
- Alle verschijnselen van een lastige eruptie, zeer veel jeuk en warmte van de huid; koorts; onder de huid zijn puistjes zichtbaar, maar zij breken niet door; een pleister die zij op haar been heeft aangebracht trekt een soort tetter naar buiten (vijfde dag), 12a.
- Kleine blaasjes op de borsten, vol water, zonder ontsteking, roodheid of pijn; lichte jeuk als van een vlooienbeet; zij legt er haar hand op, en de blaasjes barsten open en drogen op zonder verdere jeuk (na vijf dagen), 12a.
- Grote gevoeligheid (zesde dag), 12.
- Hier en daar een branderig gevoel in verschillende delen van het lichaam, voorbijgaand, vooral in de klier van de rechter axilla, 9a.
- Scheurende pijn in de huid van de linker dij, 11.
- Des nachts zeer veel jeuk, die lange tijd de slaap verhindert (tweede nacht), 12a. [390.]
- Jeuk over het hele lichaam, die haar dwingt voortdurend te krabben; krabben veroorzaakt een branderig gevoel (tweede dag), 12a.
- De jeuk houdt over het hele lichaam aan; er is elke vier uur een crisis; zij gaapt; nerveus gapen (derde dag), 12a.
- De jeuk is minder lastig; de eruptie schijnt te zijn teruggetreden (vierde dag), 12a.
- Jeuk in verschillende delen van het lichaam, vooral in de binnenste ooghoeken, aan de rechter pols, de rechter dij, het scrotum, de anus, op de rug en de behaarde hoofdhuid, 10.
- Jeuk van de linker oorschelpkom, die pijnlijk was bij aanraking (derde dag), 4.
- Brandende jeuk op de rug, 9.
SLAAP
- Enig geeuwen, 9.
- Zij rekt zich uit, geeuwt, zij wil naar bed (tweede dag), 12a.
- Sufheid (tweede dag), 12a.
- Slaperigheid, in de namiddag, 5. [400.]
- Ging uit eigen beweging veel vroeger dan gewoonlijk in bed liggen, 1.
- Sliep 's nachts met zacht gemompel, alsof hij met zijn kameraden speelde; gedurende de volgende dag sliep hij veel, maar sprak vaak, alsof hij met zijn kameraden ruzie maakte, 1.
- Praten in de slaap, waardoor hij wakker wordt, 1.
- Onrustige sluimering (eerste nacht), 9c.
- Slaap 's nachts onrustig; van 11 tot 2 verstoord door verwardheid in het hoofd (tweede nacht), 9c.
- Slaap onrustig, met transpiratie (tweede dag), 9a.
- Slaap onrustig, elk kwartier wakker wordend met hoofdpijn; braakpogingen (tweede nacht), 9a.
- Slaap licht; verstoord door kwellende dromen over de dood, enz.; slaap tegen de ochtend tamelijk beter, maar vaak onderbroken, 11.
- Slaap onrustig, met benauwende dromen, 10.*
- Zeer onrustige sluimeringen (tweede nacht), 12a. [410.]
- Zeer onrustige nacht; zij praat in haar slaap (derde nacht), 12a.
- Gebrek aan slaap (vijfde dag), 12a.
- Elke nacht slapeloos; zeer grote zenuwspanning; melancholische gedachten; jaloezie; een ernstige zenuwaanval op de vijfde dag van haar menstruatie (vijfde dag), 12a.
- Dromen, waarin zij op vele moeilijkheden stuit, maar zonder droefheid en zonder ontmoediging (tweede dag), 12.
- Levendige dromen, 's nachts, omstreeks 3 uur 's morgens, 9c.
- Wellustige dromen (na vijf dagen), 12a.
KOORTS
- Rillerigheid.
- Herhaalde rillerigheid, zonder transpiratie, 5.
- Aanvallen van rillerigheid, een kwartier aanhoudend, gedurende de nacht; de laatste aanval, tegen de ochtend, gepaard gaand met misselijkheid en zachte ontlasting, 6.
- Rillerigheid in de rug en op de achterzijde van de armen en voeten, 10.*
- Rillerigheid langs de rug en over de achterzijde van de armen, vooral na enige tijd gelopen te hebben, 9c.* [420.]
- Rillerigheid, met grote zwakte van de gewrichten, vooral van de ellebogen, bij het opstaan uit bed (vierde dag), 9a.
- Rillerigheid, om middernacht (zesde dag), 1.
- Lichte rillerigheid in de rug en op de achterzijde van de armen, 9b.*
- Veelvuldige rillingen, afwisselend met hitte, 6.
- Veelvuldige rillingen, verscheidene minuten aanhoudend, gevolgd door hitte, 6.
- Rillingen, gedurende verscheidene minuten, met hitte van het hoofd en algemene hitte van de huid, 1.
- Werd om 3 uur 's morgens wakker, met hevige rillingen over rug en armen, die een kwartier duurden, 5.
- Veelvuldige rillingen die langs de rug afdalen, 's nachts, in bed, 11.
- Rillingen over rug en armen; temperatuur van de rest van het lichaam normaal, 5.
- Koude en beven, 's avonds, in bed, gevolgd door hitte en koorts (eerste dag), 12a. [430.]
- IJzige koude van de knieën en voeten 's nachts (tweede nacht), 9c.
- Koude van de voeten en handen; brandende hitte in het abdomen, de maag, de borst en de lendenen (vierde dag), 12.
- Koude voeten; hitte van de handen en in de handpalmen (tweede dag), 12.
- Koude van de knieën en voeten, zodat hij lange tijd niet kon inslapen (vierde nacht), 9c.
- Koude in de voeten en ledematen (tweede dag), 12a.
- Koude van de linkervoet, 's nachts, in bed, 11.
- Hitte.
- Koortsachtige opwelling, 's avonds (tweede dag), 12a.
- Koortsachtige toestand (derde dag), 12.
- Hoge koorts in bed; de pols is nerveus, frequent, kort en sterk (derde dag), 12a.
- Zij wordt overvallen door een koortsig gevoel; hoofdpijn, algemene onrust, pijnen met een verdoofd gevoel, neiging om te gaan liggen, voortdurende kouderillingen (derde dag), 12a. [440.]
- 's Avonds vrij veel koorts (derde dag), 12a.
- Elke avond, na het eten, heeft zij een lichte koortsaanval; zij heeft het koud en warm; zij wordt nerveus; pijn in de keel, alsof er iets zat dat moest worden opgehoest, en bij het schrapen van de keel voelt zij een schrijnend gevoel, waarna een zoete smaak; na zeer krachtige inspanningen bracht zij eenmaal zeer weinig gewoon sputum op, bezaaid met kleine bloedstipjes, niet groter dan een speldenpunt; moeilijke ademhaling (zesde dag), 12.
- Veelvuldige hitteaanvallen, met transpiratie, overdag, afwisselend met kruipende rillerigheid, (tweede dag), 1.
- Hitte en transpiratie, soms afwisselend met rillerigheid (derde dag), 1.
- Huid bij aanraking brandend heet, hoewel de patiënt voortdurend klaagde over rillerigheid; op andere momenten klaagde de patiënt, na rillingen, over inwendige hitte, die een kwartier duurde, 1.
- Huid vochtig, brandend heet, hoewel de patiënt vaak klaagde over koude (tweede dag), 1.
- Hitte en roodheid van de oren, vooral van het linker oor, 11.
- Wangen brandend heet en rood, 10.
- Zweet.
- Overvloedige transpiratie, 's nachts (zesde dag), 9a.
- Zeer overvloedige transpiratie, 's nachts (derde nacht), 1. [450.]
- Voortdurende transpiratie gedurende de nacht (vierde dag), 9a.
- Transpiratie, 's morgens (zesde dag), 1, 11.
- Huid steeds, vaak met transpiratie bedekt (zesde dag), 1.
- Neiging tot transpireren (vijfde dag), 12a.*
- Heet zweet bijna voortdurend gedurende de vierde dag, 1.
OMSTANDIGHEDEN
- Verergering.
- ( 's Morgens ), Bij het ontwaken, gevoel van bedwelming; droefheid; hoofdpijn; hoofdpijn in voorhoofd en achterhoofd; bij het ontwaken, congestie, met wazig zien; bij het opstaan, gezicht gelig; bij het ontwaken, keelpijn; pijn in het abdomen.
- ( 's Middags ), Slaperigheid.
- ( 's Avonds ), Duizeligheid; pijn in de keel; pijn in het hart; trekkende pijnen; de symptomen; koorts.
- ( 's Nachts ), Bij het ontwaken, hoofdpijn in het voorste deel van het hoofd; in bed, ophoesten van slijm; gerommel in het abdomen; 3 uur 's nachts, levendige dromen; rillerigheid; transpiratie.
- ( In de open lucht ), Doffe hoofdpijn.
- ( Na ontbijt met chocolade ), Pijn in het hart.
- ( Na gewoon ontbijt ), Koliek.
- ( Bij het ademen ), Pijn onder de borsten en in de rug.
- ( Tijdens hoesten ), Braakpogingen; pijn in de borst.
- ( Na drinken ), Boeren met de geur van radijs.
- ( Bij het eten ), Pijn in de borst.
- ( Bij diepe inademing ), Steken in de borstspieren.
- ( Tijdens de mictie ), Branden in het voorste deel van de urethra.
- ( Bij beweging ), Krampachtige pijnen in het abdomen.
- ( Bij drukken op de maag ), Pijn in de zijden.
- ( Bij het rijden in een rijtuig ), Pijn in het hart.
- ( Bij bukken ), Scheurende pijn in de nierstreek.
- ( Tabak ), Wenen; pijn in de neusbeenderen, enz.
- ( Bij aanraking ), Pijn in de beenderen.
- ( Bij het draaien van het oog in de richting van het oor ), Pijn in slaap en wandbeen.
- ( Bij het ontwaken uit de slaap ), Hoofdpijn.
- ( Tijdens het lopen ), Braakpogingen; pijn in de hiel.
- ( Na een korte wandeling ), Zwakte en een beurs gevoel in de ledematen.
- ( Bij het schrijven ), Schok in de hersenen.
- Verbetering.
- ( Drinken ), Pijn in de borst.
- ( In huis ), Doffe hoofdpijn.
- ( Liggen ), De symptomen.
- ( Het hoofd achterover werpen ), Pijn in het achterhoofd.
- ( Lopen in de open lucht ), De symptomen.
AANVULLING: RAPHANUS. Bron.
15 , Dr. R. B. Todd, Med. Times and Gaz., 1853 (Berridge, New Eng. Med. Gaz., 1876, p. 301), John Selkirk had overvloedig radijzen gegeten.
- Opgenomen op 27 mei. Veertien dagen voor zijn opname begon hij een trekkende pijn te voelen, die zich uitstrekte van het borstbeen bijna tot het midden van het abdomen; op 26 mei, om 7 uur 's avonds, begon hij zich zeer onwel te voelen; de pijn werd heviger en breidde zich uit naar de rug, maar reikte niet lager dan de navel; hij nam een halve vloeibare ounce ricinusolie; gedurende de nacht verslechterde zijn toestand, en 's morgens bleef de pijn nog steeds zeer hevig aanhouden; omstreeks 8 uur 's morgens kwam er stoelgang, maar daarna werd de pijn erger dan ooit, en ook het gevoel van misselijkheid, dat hij vanaf het begin van de aanval had gevoeld, verergerde; op de 27ste, kort na de opname, braakte hij, terwijl hij in een warm bad zat, wat donkere, slijmerige stof; het braken hield met tussenpozen aan tot de 29ste; er was tympanitische opzetting en hevige pijn in de streek van het colon ascendens en colon transversum, en ook in de linker lies; de pijn was erger bij druk; de pijn had een kronkelend, wringend karakter; de pols niet boven 100; een klysma met dunne pap deed klompen feces afgaan, met verlichting van pijn en misselijkheid; herstellende op 2 juni, 15.