Silicea. (Silicea Terra.)

van Constantine HeringDe leidende symptomen van onze Materia Medica

Onverschillig, apathisch.

Verwardheid van geest ; moeite om de aandacht vast te houden.

Geestelijke inspanning is zeer moeilijk.

Lezen en schrijven vermoeien, kan het denken niet verdragen.

Raakt verward, maakt vergissingen ; zij is niet in staat zich te beheersen.

Aandoeningen ten gevolge van egotisme.

Gewetenswroeging over kleinigheden.

Overmatig bezorgd om zichzelf ; terneergeslagen ; weent iedere avond.

Verlangen naar zijn verwanten en naar huis.

Zeer prikkelbaar, terneergeslagen, knorrige stemming.

Gevoeligheid voor geluid en daardoor ontstane angst.

Zeer gevoelig, weemoedige, huilerige stemming.

Moedeloos, melancholisch, levensmoe. θ Spermatorrhœa.

Somber, heeft het gevoel alsof zij zal sterven.

Wenst zich te verdrinken.

Toegevend, kleinmoedige, angstige stemming.

Onrustig, zenuwachtig friemelend, schrikt van het minste geluid.

Kind wordt koppig, eigenzinnig ; huilt wanneer men vriendelijk tegen hem spreekt.

Wanneer hij tegengesproken wordt, moet hij zich bedwingen om geen geweld te gebruiken. θ Migraine.

Schreeuwt hevig, kreunt. θ Epilepsie.

Zij schreeuwt tijdens de toename van de maan. θ Somnambulisme.

Beeldt zich in op twee plaatsen tegelijk te zijn.

Beklaagt zich over pijn in de keel bij het slikken ; hoewel er geen aanwijzing is voor enige ontsteking, is de toestand van haar keel het enige dat haar geest bezighoudt ; gelooft dat zij spelden heeft ingeslikt, en vraagt aan de omstanders of zij dat niet gedaan heeft ; zoekt urenlang naar verloren spelden ; wil geen naaiwerk in haar hand nemen, en onderzoekt haar voedsel zorgvuldig uit vrees voor spelden ; zeer onverschillig tegenover vrienden en vroegere vermaken ; onrust ; angst ; duizeligheid, < bukken ; dagelijks hoofdpijn, < 's morgens ; verlies van eetlust ; constipatie ; vermagering ; gehele uitblijven van de menstruatie ; < tijdens de toename van de maan. θ Hysterie.

Sensorium [2]

Duizeligheid : alsof men voorover zou vallen ; stijgend vanuit de rugstreek, door de nek naar het hoofd ; neiging om achterover te vallen ; < door beweging of door omhoog te kijken ; gepaard gaand met misselijkheid ; bij rachitis ; door overmatig gebruik van de ogen ; bij het rijden ; met slaperigheid ; de hele dag, bij bukken tijdens het werk ; tijdens de slaap ; bij het opstaan uit liggende houding ; is genoodzaakt naar de rechterzijde te lopen ; beginnend in de kleine hersenen ; bij neurasthenie en epilepsie ; alsof men dronken is ; is genoodzaakt te gaan zitten ; bij het sluiten van de ogen ; door op de linkerzijde te liggen.

De hersenen voelen troebel en log aan.

Zwaar gevoel in het hoofd. θ Paralyse.

Onaangenaam gevoel, alsof het hoofd wemelde van levende dingen die erin rondwervelden.

Flauwvallen ; bij kou vatten ; door onderdrukking van voetzweet.

HOOFD, INWENDIG [3]

Hoofdpijn of een koud gevoel dat opstijgt van de nek naar de kruin ; extreme zwaarte van het hoofd.

Congestie naar het hoofd ; wangen heet ; lichte branderigheid in de voetzolen.

Branden in het hoofd, met pulsatie en zweet aan het hoofd ; < 's nachts door mentale inspanning, spreken ; > door het hoofd warm in te wikkelen.

Schietend van de nek naar de kruin.

Hevige periodieke hoofdpijn, in kruin, achterhoofd of voorhoofd ; eenzijdig, alsof geslagen ; kloppen in het voorhoofd ; optredend in de nacht, met misselijkheid, braken.

Hevige hoofdpijn, met verlies van bewustzijn of verstand.

Luid schreeuwen, misselijkheid tot flauwte ; daaropvolgend verduistering van het gezichtsvermogen. θ Migraine.

Hardnekkige ochtendhoofdpijn, met rillerigheid en misselijkheid.

Hoofdpijn, met of gevolgd door ernstige pijn in de lendenen ; zwaarte en een onbehaaglijk gevoel in de ledematen.

Scheuren, vaak eenzijdig, met steken door de ogen en in de jukbeenderen.

Pulserend, bonzend, het hevigst in voorhoofd en kruin, met rillerigheid.

Hoofdpijn erger : door mentale inspanning ; overmatige studie ; geluid ; beweging, zelfs door het trillen van de kamer door voetstappen ; licht ; bukken ; persen bij de ontlasting ; spreken ; koude lucht ; aanraking.

Hoofdpijn beter : door het hoofd warm in te wikkelen ; warme kompressen ; in een warme kamer ; liggend in het donker.

Hoofdpijn elke zevende dag.

Trillende schudsensatie in het hoofd bij hard stappen, met spanning in voorhoofd en ogen.

Hoofdpijn veroorzaakt door honger.

Hoofdpijn alsof alles naar buiten zou drukken en de schedel zou doen barsten ; alsof hersenen en ogen naar voren werden gedwongen.

Hoofdpijn maakt hem 's nachts wakker.

Scheuren door het hele hoofd, uitgaand van de achterhoofdsuitsteeksels en zich omhoog en naar voren uitstrekkend over beide zijden.

Scheurende pijn alsof het hoofd zou barsten, met kloppen erin, beginnend op de schedelkruin alsof het tegelijk inwendig en uitwendig was, met rillerigheid ; was genoodzaakt te gaan liggen en woelde vier uur lang in bed ; > door het hoofd strak te ombinden.

Heftig scheuren in het hoofd alsof het voorhoofd uiteen zou worden gereten.

Hevige hoofdpijn boven de ogen zodat hij ze nauwelijks kon openen.

Steken in de slapen.

Harde, schokachtige druk boven op het hoofd, diep in de hersenen doordringend, in aanvallen van een of twee minuten.

De hoed veroorzaakt acute pijn in het achterhoofdsuitsteeksel.

Drukkende hoofdpijn in het achterhoofd alsof in het bot.

Druk in het achterhoofd, gevolgd door steken in het voorhoofd, met rillerigheid in nek en rug.

Druk aan beide zijden van het achterhoofd.

Beurse pijn boven de ogen, kon ze nauwelijks openen ; eerst was de linkerzijde van het voorhoofd aangedaan, daarna een stekende pijn die zich uitstrekte naar de rechterzijde, drukkend, < bij het openen van de ogen.

Drukkend schokkend gevoel midden in het voorhoofd, opnieuw opgewekt door plotseling omdraaien, bukken of spreken.

Druk alsof van een zware last in het voorhoofd boven de ogen.

Scheuren in de voorhoofdsstreek.

Acute stekende pijn in het voorhoofd.

Bulderen en dreunen in de hersenen bij hard stappen of met de voet stoten.

Spanning en druk in het hoofd alsof het samengedrukt of uit elkaar gedwongen werd.

Drukkende hoofdpijn 's nachts ; zij kon zich niet herinneren waar zij was ; alles draaide rond, met hartkloppingen.

Hevige drukkende hoofdpijn in de ochtend, zich uitstrekkend naar de ogen, met hevige koude rilling in de namiddag, misselijkheid en zwakte, zij dacht dat zij zou flauwvallen ; de ogen pijnlijk bij ze zijwaarts draaien of sluiten, en wanneer gesloten nog pijnlijker bij aanraking.

Voortdurende drukkende hoofdpijn van boven naar beneden over het hele hoofd, met intermitterende jeuk aan de vulva.

Druk aan het achterhoofd en in de nek in de ochtend.

Hoofdpijn met kleine bultjes of knobbeltjes op de behaarde hoofdhuid.

Ziekten van hersenen, ruggenmerg en zenuwen van paralytische aard.

Fladderend gevoel in beide slapen en zeurende pijn in het achterhoofd.

Frontale sinus aangedaan ; bonzen en kloppen in het voorhoofd en omhoog het hoofd in. θ Chronische coryza.

Gevoel alsof waterleidingen in het hoofd barsten.

Hoofdpijn door organische oorzaken, overmatige studie, nerveuze uitputting met duizeligheid en zwak geheugen.

Misselijkmakende pijn in de linkerzijde van het hoofd, < door druk of de geringste beweging.

Bij het binnengaan van het donker voelt zij een druk op de kruin alsof er een ontzaglijke last op viel.

Vreemde koude over een breedte van twee vingers dwars over de kruin, in een lijn met het voorste deel van de oren ; bloedaandrang naar het voorhoofd.

Extreme zwaarte van het hoofd ; zij kan het niet ophouden, zo zwaar voelt het.

Bloedaandrang naar het voorhoofd.

Congestie naar het hoofd, hete wangen en branden in de voetzolen. θ Chronische hepatitis.

Hitte in het hoofd. θ Spermatorrhoe.

Jarenlang vreselijke hoofdpijn die 's avonds in bed opkwam, met rillingen en koude over het lichaam ; de pijn begon in de halswervels, strekte zich uit naar het cerebellum en ging vandaar naar het voorhoofd waar zij het hevigst was ; pijn > door het hoofd warm in te wikkelen ; gevoel in de nek alsof iemand aan de pezen van de nek naar beneden trok.

Chronische hoofdpijn ; nooit geheel vrij, soms angstwekkend ; wanneer zij haar hoogtepunt bereikt raakt de behaarde hoofdhuid bedekt met papels en is dan zo gevoelig dat zij haar haar niet kan kammen ; deze hevige aanvallen worden veroorzaakt door tocht en schrobben ; kan geen koude of hitte verdragen ; tijdens de hoofdpijn heeft zij hevig gebulder in de oren, alsof er iets levends in zat ; chronisch zweet van de voeten ; gewoonlijke verstopping.

Het hoofd voelde voortdurend alsof het in een kussen lag en iemand er met twee vingers in drukte aan het achterhoofd, alsof hij naar spelden in de zijkant zocht ; met incidentele bliksemachtige flitsen in de ogen en het gevoel alsof iets het zien verduisterde ; < bij koud weer of in tocht ; > door het hoofd warm in te wikkelen.

Cephalalgie door spinale irritatie ; de pijn begon in ruggengraat en nek, kwam omhoog over de rechter slaap en vandaar naar de l. slaap ; schroeiend gevoel in de kruin ; brandende pijn in het hoofd ; gevoel van inwendige gevoeligheid alsof pijnlijke hersenen tegen de schedel botsten ; pijn zeer moeilijk te verdragen ; < door licht, geluid, de geringste schok en geuren ; pijnlijke zeurende nekpijn, < door het hoofd te bewegen, > door het hoofd in het kussen te wikkelen en door de aanraking van een warme hand.

Pijn op het ene moment in kruin en achterhoofd, op een ander in het voorhoofd ; soms treft zij slechts één zijde, het hoofd doet dan pijn alsof beurs en is zeer gevoelig voor aanraking ; kloppen in het voorhoofd, met zwakte van het gezichtsvermogen, wordt uit de slaap gewekt door de pijn en heeft dan misselijkheid en braken ; pijn < door aanraking, beweging, open lucht ; voedsel smaakt als klei ; afscheiding van deeltjes van lintworm ; beven van ledematen en een algemeen gevoel van zwakte bij de pijnen. θ Hoofdpijn.

Ernstige hoofdpijn, elke twee of drie weken, aanhoudend van zesendertig tot achtenveertig uur ; de pijn begint in de nek en aan de basis van de hersenen en strekt zich in aanvallen uit omhoog over het hele hoofd ; de pijn is zo hevig dat zij roept om iemand die haar hoofd stevig vasthoudt om te voorkomen dat het barst.

Gevoel van watergolven van het achterhoofd over de kruin naar het voorhoofd, waarbij zij bij elke golf het gevoel heeft alsof zij geleidelijk haar verstand zou verliezen, > door warme omslagen rond het hoofd ; braken van een bittere gele substantie bij bewegen, > wanneer volkomen stil.

Chronische sick-headaches sinds een ernstige ziekte in de jeugd ; opstijgend van de nek naar de kruin, alsof uit de ruggengraat komend en zich localiserend in één oog, vooral r ; > door druk en door warm inwikkelen.

Congestieve, maag-, nerveuze en reumatische hoofdpijnen.

Hoofdpijn door overmatige mentale inspanning, door oververhitting, door nerveuze uitputting.

Cerebrale apoplexie, voorafgegaan door diepzittende steken in de rechter parietale streek en doffe, zware, krampachtige pijn in de armen.

Kind grijpt voortdurend naar het tandvlees, alsof dit pijnlijk was ; overvloedig zweet aan het hoofd 's nachts, scrofuleuze diathese. θ Meningitis. θ Hydrocephalus.

HOOFD, UITWENDIG [4]

Open fontanellen; hoofd te groot en de rest van het lichaam vermagerd, met bleek gezicht; abdomen gezwollen, warm.

Rollen van het hoofd van de ene zijde naar de andere.

Het hoofd voelt alsof het te groot is.

Het hoofd voelt alsof het eraf valt, veroorzakend spanningspijnen achter in de nek, alsof het hoofd aan een stukje huid in de nek hing.

Het hoofd valt voorover. θ Spinale aandoening.

Vreemde koude over een breedte van ongeveer twee vingers dwars over de kruin, in een lijn met het voorste deel van de oren.

Neiging kou te vatten in het hoofd, dat niet onbedekt kan zijn.

Scheurende pijn in de hoofdhuid, < door druk en 's nachts.

Drukgevoeligheid van de hoofdhuid in de streek van de kroonnaad; borstelen of kammen van het haar veroorzaakt hevige aanvallen van niezen.

Hoofd uitwendig pijnlijk bij aanraken; gevoeligheid van het pericranium; hoofdhuid gevoelig voor de druk van de hoed en voor aanraking; zij kan haar haar niet borstelen, zo drukgevoelig is de hoofdhuid.

Veel jeuk op de hoofdhuid.

Jeukende plekken op het hoofd pijnlijk, alsof rauw, na krabben.

Jeuk op het achterhoofd.

Prikkeling en jeuk van de hoofdhuid.

Branden en jeuk, vooral op het achterste deel van het hoofd; < door krabben, wat branderigheid en gevoeligheid veroorzaakt; < bij het uitkleden in de avond en bij het warm worden in bed.

Bulten komen op het hoofd op, het haar valt uit, de hoofdhuid is gevoelig voor aanraking; scheurende pijnen.

Overvloedig hoofdzweet; lichaam droog; wil graag ingepakt zijn; zweet vier; gezicht bleek; vermagering; groot abdomen; zwakke enkels.

Overvloedig zweet van het hoofd, terwijl het lichaam droog of bijna droog is.

Hoofd nat van het zweten, vooral 's nachts, wil graag ingepakt zijn.

Overvloedige transpiratie op het hoofd, zuur riekend en beledigend, in de eerste slaap.

Plekken met uitslag op de hoofdhuid, met afschilferende dunne, droge, furfuraceuze schubben.

Uitslag op het achterhoofd, vochtig of droog, stinkend, schurftig, brandend, jeukend, met etterafvloed.

Impetigo capitis; gehele hoofd bedekt; uitslag vochtig, met afscheiding van een groenachtige vloeistof met enigszins verrotte geur.

Eczema capitis; plek met uitslag op de hoofdhuid, boven de achterhoofdsuitstulping, droog, furfuraceuze schubben, met enige jeuk; cervicale klieren vergroot; hoofdpijn met schietende pijn van de nek naar de kruin; leucorrhoea; rugpijn.

Schilferige uitslag op de hoofdhuid; > in de zomer, maar < bij het naderen van de winter; cervicale klieren vergroot.

Jeukende puistjes op hoofd en nek.

Jeukende pustels op hoofdhuid en nek, zeer gevoelig, > door warm inpakken.

Vochtige uitslag op het achterhoofd.

De hoofdhuid raakt bedekt met papels en wordt dan zo gevoelig dat zij haar haar niet kan kammen. θ Chronische hoofdpijn.

Jeukende pustels en knobbelige zwellingen op de behaarde hoofdhuid en in de nek.

Haar valt uit; voortijdige kaalheid.

Etterende wond van de hoofdhuid.

Phagedenische zweer op het voorhoofd, pijnlijk en met afscheiding van stinkende etter.

Keloid in de temporaalstreek; frontale hoofdpijn.

Cephalhæmatoma; bijna het gehele linker wandbeen is bedekt met een grote, zachte, elastische zwelling; de karakteristieke ring van het bot kan met de vinger worden gevolgd.

Cephalatoma neonatorum.

Enchondrosis; grote, harde zwelling, maar op sommige plaatsen zacht, op het hoofd van een kind, beginnend boven de oren en zich uitstrekkend tot het strottenhoofd; piepende ademhaling en verstikkingsaanvallen.

Pijnlijke uitzetting van het voorhoofdsbeen; periostitis.

ZICHT EN OGEN [5]

Langdurige fotofobie ; daglicht verblindt het oog.

Letters vloeien ineen, lijken bleek.

Wazig zien na onderdrukt voetzweet.

Incidenteel bliksemachtige flitsen in de ogen en een gevoel alsof iets het zien verduisterde ; zenuwachtig gevoel in het hoofd.

Zwarte vlekken of vonken voor de ogen ; een aanhoudend stipje voor het rechteroog.

Kortdurend verlies van het gezichtsvermogen, bij baarmoederaandoeningen ; zwangerschap.

Ogen zwak ; zien onduidelijk, wazig, met flikkeren voor de ogen.

Wazig zien ; kon noch lezen noch schrijven ; alles liep ineen ; alsof men door een grijze sluier keek.

Amblyopie : door onderdrukt voetzweet ; door misbruik van stimulerende middelen ; bij nerveuze, gevoelige personen ; na difterie.

Kortdurende aanvallen van plotselinge blindheid.

Dagblindheid, met plotseling optreden van furunkels.

Lichte flikkering voor de ogen.

Cataract ; een duidelijke, grijsachtige vertroebeling van de lens van het rechteroog werd teruggebracht tot een klein vlekje ter grootte van een speldenknop ; rook of damp voor de ogen, kan voorwerpen niet onderscheiden ; ogen rood, ontstoken, tranend.

Anterieure sclero-choroïditis verlicht door dit middel ; conjunctiva en sclera geïnjecteerd en een blauwachtige onregelmatige uitbochting rond de cornea ; netvlies wazig, geen glasvochttroebelingen ; hevige uitstralende pijn vanuit de ogen naar één zijde van het hoofd, > door warmte ; hevige zeurende pijn in het achterhoofd aan één zijde, overeenkomend met het oog dat erger is ; de symptomen wisselen van het ene oog naar het andere.

Choroïditis bij een myoop, bij wie bij iedere inspanning van het oog hevige pijn uitstraalde naar hoofd en oren.

Irido-choroïditis en andere vormen van ontsteking van de uveale tractus.

Irido-choroïditis en andere vormen van ontsteking.

Irido-choroïditis, grote drukgevoeligheid van het oog bij aanraking, diepe ciliaire injectie, samentrekking van de pupillen, posterieure synechiën, overmatige gevoeligheid voor tocht.

Parenchymateuze iritis met een abces in het bovenste deel van de iris, hevige supraorbitale pijn, dag en nacht.

Ciliaire neuralgie.

Iritis, met hypopyon en corneïtis.

Fungus medullaris.

Vorming van een abces ter grootte van een linze in het bovenste deel van de iris, met het aspect van een gelig-rode zwelling, die de pupil kleurde ; de pus, waarvan een klein deel in de voorste oogkamer was terechtgekomen, werd geresorbeerd.

Cataract : na onderdrukt voetzweet ; voorafgegaan door wormen.

Cataract van het rechteroog (diagnose bevestigd door twee artsen) in één jaar genezen door Silica eenmaal per maand te herhalen. θ Cataract.

Cataract van het rechteroog bij een man, æt. 61.

Perforerende of necrotiserende zweer van de cornea.

Kleine ronde zweren, met neiging tot perforatie, vooral wanneer zij dicht bij het midden van de cornea liggen en er geen bloedvaten naartoe lopen.

Diepe of halvemaanvormige zweren van de cornea.

Necrotiserende zweer met hypopyon bij een syfilitische patiënt ; iris ontstoken ; zweer vrij diep met overvloedige purulente afscheiding, kleine vlokjes op de cornea, chemosis van de conjunctiva.

Ulcus corneæ doorgenecrotiseerd ; stekende pijn 's nachts en 's morgens.

Pustuleuze keratitis na psoriasis.

Ondoorzichtige cornea na pokken.

Vlekken en littekens op de cornea.

Corneafistel.

Totale pannus bij een jongen æt. 9 ; beide corneae volledig ondoorzichtig, met een geheel wit uiterlijk.

Cornea dik, ruw, wratachtig, alsof zij een massa hypertrofisch weefsel was die beetje bij beetje losraakte en van de cornea afschilferde, waardoor deze helder en gezond achterbleef.

Ulceratie van de cornea ; pijnloze zwelling van de oogleden.

Fungus hæmatodes.

Silica 3x veroorzaakte de uitstoting van looddeeltjes (afkomstig van een loodhoudende lotion) uit de cornea.

Ogen pijnlijk alsof zij 's morgens te droog en vol zand zijn.

Spanning in ogen en voorhoofd, met zwakte van het lichaam.

Doordringende stekende pijn in het linkeroog.

Scheurende, schietende, of soms kloppende, stekende pijnen in de ogen, in aanvallen.

Branderigheid van de ogen.

Zeurende pijn in het bovenooglid, met hevige steken erin als van een splinter, met verdwijnen van het gezichtsvermogen.

Druk en gevoeligheid in de oogkassen.

Ciliaire neuralgie : vooral boven het rechteroog ; doorschietende pijnen door ogen en hoofd bij blootstelling aan de minste tocht of vlak vóór een storm.

Elke dag omstreeks 1 uur, hevige brandende pijnen in het rechteroog en tranenvloed over de wang, de tranen voelen schroeiend aan ; deze symptomen houden verscheidene uren aan ; de rechter conjunctiva geïnjecteerd ; pijn bij druk op de rechter traanzak, die enigszins gezwollen aanvoelt ; slijmerige secretie in het oog in de ochtend ; ten slotte grote zwelling van de traanzak, die een klein knobbeltje vormt in de ooghoek, uiterst pijnlijk bij aanraking, de zetel van kloppende pijnen, terwijl de huid erover rood is ; hete tranen lopen over de wang ; de neustraanbuis geheel verstopt.

Een gevoel alsof beide ogen met touwtjes naar achteren in het hoofd werden getrokken.

Pijn boven de ogen door het dragen van een stalen bril.

Drukkende pijn boven het linkeroog, ter grootte van een muntstuk van zes pence.

Pijn van het achterhoofd naar de oogbol, meestal rechts, scherp doorschietend en met aanhoudende zeurende pijn ; de oogbol gevoelig en pijnlijk bij draaien.

Branderigheid en prikkeling in het linkeroog.

Aanvankelijk roodheid rond de ogen, daarna ook van de conjunctivae, met ontsteking en tranenvloed.

Roodheid van het oogwit met drukkende pijn.

Trachoom van de conjunctiva van het rechteroog, hyperemie en zwelling van de conjunctiva en overvloedige afscheiding van tranen en slijm, na blootstelling aan een storm nam de ontsteking toe en was er ook vertroebeling van het lenskapsel ; horizontale ovale verwijding van de pupil ; hevige supraorbitale pijn dag en nacht ; urine sterk ammoniakaal, zette een gelig sediment af en bevatte een grote hoeveelheid albumine ; het gezichtsvermogen sterk verminderd ; overvloedige muco-serieuze afscheiding uit de conjunctiva ; na enige tijd ontstond er vanuit het bovenste deel van de iris een abces, met een gelig-rode verkleuring, dat de gehele pupil bedekte. θ Parenchymateuze iritis.

Pijn en fotofobie en onvermogen de ogen zelfs in het donker te openen ; ulceratie van de rechter cornea, met een diepe, doorschijnende bodem, die perforatie dreigt ; sterke hyperemie van de oogleden, van de conjunctiva en van de epitheliale laag van de cornea ; stuwing van de submaxillaire klier ; vochtige vesiculeuze eruptie op het achterhoofd. θ Scrofuleuze oftalmie.

Vrouw, æt. 28, leed sinds twee maanden aan recidiverende flictenulaire conjunctivitis ; de flictenen wisselden zowel in grootte als in plaats, waren soms zeer groot en geïsoleerd, leken bijna op pustels en konden op elk deel van de oculaire conjunctiva optreden ; dan weer waren zij kleiner, als kleine vesikels maar talrijker, en soms vormden zij bijna een volledige cirkel aan de sclero-corneale overgang ; roodheid van de conjunctiva, overvloedige tranenvloed, intense fotofobie, soms zeer hevige pijn ; de pijn neuralgisch, < bij de uittredeplaats van de supraorbitale zenuw ; duur van de aanvallen van acht tot twaalf dagen.

Oog ontstoken door traumatische oorzaken ; vreemde deeltjes zijn in het oog achtergebleven ; abcessen.

Hypopyon.

Blennorroe met ettering ; gevoelig voor koude lucht, wil warm toegedekt blijven.

Trekkingen van de oogleden.

Blefaritis : met verkleving in de ochtend ; veroorzaakt of verergerd door werken op een vochtige plaats of door verblijf in koude lucht ; voorwerpen lijken als in een mist, > door de ogen af te vegen, waterige neusloop, mondhoeken gebarsten, met psoriasis op de arm.

Gedurende vier maanden, voortdurende afscheiding en ulceratie onder het rechter onderooglid, het gevolg van een ernstige ontsteking ; over de rechter onderste orbitale rand littekens die het ooglid naar buiten keerden en drie openingen zoals men die boven dood bot aantreft, met afscheiding van een geelwitte pus, bij sonderen werd cariës van de onderste orbitale boog gevonden, zich uitstrekkend over het jukbeen en het bovenkaaksbeen en door fistelgangen verbonden met een opening in de bovenkaak boven de eerste molaar, waardoor de afscheiding in de mond terechtkwam.

Furunkels rond het oog en de oogleden.

Cystische tumoren van de oogleden.

Tarsale tumoren ; strontjes.

Cystische tumor van het onderooglid, sinds één jaar bestaand.

Strontjes, noduli en verhardingen op de oogleden.

Aandoeningen die in de ooghoeken verschijnen.

Zwelling in de streek van de rechter traanklier en traanzak.

Tranenvloed in de open lucht.

Fistula lachrymalis ; bot aangedaan.

Zwelling van de rechter traanzak, de huid erover ontstoken en glanzend ; kloppende pijn ; tranen heet ; < 's avonds.

Obstructie van de canaliculi bij een aanval van oftalmie die zes weken bestond en beide ogen aantastte ; bijtende tranen liepen over de onderoogleden.

Een volledig ontwikkelde fistel van de traanzak, met desorganisatie van de wanden van de zak, ontbloting van de inwendige benige wand en afsluiting van het neuskanaal.

Strictuur van de traanbuis.

Blennorroe van de traanzak.

Zwelling van de rechter traanzak, die een duidelijk waarneembare uitstulping vormt, de huid erover ontstoken en glanzend ;

kloppingen daarin ; de afvloeiende tranen zijn heet, vooral 's avonds. θ Zwelling van de traanzak.

Gevoeligheid en branderigheid van de oogleden, zij kan ze niet sluiten.

GEHOOR EN OREN [6]

Overgevoelig voor geluiden; oren pijnlijk gevoelig voor luide geluiden.

Oorsuizen of gebrom in de oren.

De oren schenen verstopt.

Verstopping van de oren, die zich nu en dan met een luide knal openen.

Moeilijk horen, vooral van de menselijke stem en tijdens volle maan.

Verminderd gehoor door gebrom in het hoofd.

Slechthorendheid van lange duur; < door wassen en verschonen van linnengoed; > door toepassing van elektriciteit.

Gehoorvermindering met zwelling en catarre van de buizen van Eustachius en de trommelholte.

Doofheid zonder geluid in het oor, verdwijnend bij het snuiten van de neus en hoesten.

Slechthorendheid: van nerveuze oorsprong; plotseling na een flauwte; oorsuizen en doofheid met verlamming.

Tijdens hoofdpijn gebrom in de oren alsof er iets levends in zat.

Doofheid bij een patiënt met aambeien sinds twaalf jaar.

Ziekte van Ménière.

Jeuk: in de buizen van Eustachius, bij chronische coryza; in beide oren, in één oor, vooral bij slikken.

Trekkende pijn in de gehoorgang, als bij oorpijn.

Steken in de oren.

Oorpijn; met steken van binnen naar buiten.

Schietende pijn in het linkeroor, met een gevoel alsof er vocht uit stroomde.

Prikkelingen, zeurende pijn en jeuk in de oren, vooral links.

Slaap verstoord door pijn in de oren. θ Scarlatina.

Borende pijn. θ Otorrhœa.

Ontsteking van het labyrint na cerebrospinale meningitis.

Na overmatige inspanning, zwaar gevoel in het hoofd, oorpijn en moeilijk horen; overgevoeligheid voor geluiden, zelfs voor stemgeluid bij het spreken; catarrale hoest, pijn in de maag en hevige pijn in de rug; tussen de schouderbladen veroorzaakte elke druk op de wervelkolom een hevige en langdurige pijn, zodat zij een duidelijk uitgesproken spinale prikkeltoestand had.

Aanhoudende, waterige, wrongelachtige en sanieuze afscheiding zonder pijn behalve na opnieuw kou te hebben gevat; pijn, trekkend, schietend, < 's nachts en door weersverandering of beweging, ook na lang zitten.

Uitwendige gehoorgang aan het buitenste deel droog, verder naar binnen en aan het trommelvlies geülcereerd.

Kind peutert in de slaap met de vingers in de oren, waardoor bloed en etter uit het oor komen; het laat het oor graag reinigen.

Gevoel van plotselinge verstopping in het oor, > door gapen of slikken.

Sissende geluiden in een geperforeerd oor.

Vermeerderde afscheiding van dun oorsmeer.

Otorrhœa: kwalijk riekend, waterig, wrongelachtig; met gevoeligheid van de binnenzijde van de neus en korsten op de bovenlip, na misbruik van kwik; met cariës.

Aanhoudende afscheiding, gewoonlijk dun en waterig, soms sanieus en wrongelachtig, uit het rechteroor; aan de aangedane zijde geheel doof; na scarlatina, zes jaar geleden. θ Otorrhœa.

Purulente afscheiding uit de oren.

Zwelling van het uitwendige oor, met afscheiding van etter uit het oor.

Afscheiding van bloederig slijm. θ Suppuratie van het middenoor.

Kwalijk riekende afscheiding uit de oren, reeds verscheidene jaren bestaand, met gevoeligheid van de binnenzijde van de neus en korsten op de bovenlip. θ Otorrhœa scrofulosa.

Afscheiding uit het oor na misbruik van kwik.

Chronische sinus vóór het linkeroor; een slecht genezende fistelwond bestond al drie jaar.

Sinds zes dagen pijn in de mastoïdstreek; membrana tympani sterk geïnjecteerd; stemvork aan beide zijden even goed gehoord wanneer zij tegen de wandbeenderen werd gedrukt; temperatuur 102°; zeer zwak en nerveus; volledige musculaire verlamming van de rechtergezichtshelft; vond enige verlichting en slaap door het hoofd op een warm kompres van maïsmeel te leggen. θ Mastoïdperiostitis.

Kind legt de hand achter de oren. θ Scarlatina.

Cariës van het mastoïduitsteeksel.

Korstjes achter de oren.

Jeuk van de uitwendige oren.

Harde zwelling van de oorspeekselklier; ettering, vooral indien deze langzaam en pijnloos verloopt.

REUK EN NEUS [7]

Verlies van reuk.

Geur van bloed, of van pas geslachte dieren. θ Chronische coryza.

Foetor uit de neus. θ Neuscatarrh.

Neusbloeding.

Volledige verstopping van de neus, kon nauwelijks spreken.

Gevoeligheid op de neusrug alsof het neusbeen geslagen was.

Trekkende pijn in de neuswortel en in het rechter jukbeen.

Jeuk in de neus.

Veel niezen, soms vergeefs; met bijtende coryza.

Pijnlijke droogheid van de neus.

Lastige jeuk, gevoel van droogheid in de neus zich uitstrekkend tot voorhoofd en kaakholte; het periost is aangedaan.

Droogheid en verstopping na onderdrukte voetzweet.

Lang aanhoudende verstopping van de neus door verhard slijm.

Coryza: vloeiend; hevig gedurende verscheidene weken; droog, kon geen lucht door de neus krijgen; lang aanhoudend, vaak terugkerend; bijtend, corroderend; chronisch, met zwelling van het slijmvlies; constant.

Neus verstopt, of afwisselend droog en vloeiend; 's morgens verstopt, overdag vloeiend.

Bij elke nieuwe verkoudheid verstopping en bijtende afscheiding; maakt de binnenzijde van de neus pijnlijk en bloederig.

Verstopping van de neus in de ochtend, gevolgd door coryza gedurende de dag.

Afscheiding van scherp, bijtend water uit de neus, waardoor de binnenzijde van de neus en de neusgaten pijnlijk en bloederig worden. θ Chronische coryza.

Voedsel en drank stijgen op in de choanen.

Neus inwendig droog, geëxcorieerd, met korsten bedekt.

Zwelling van het neusslijmvlies. θ Chronische coryza.

Een schrijnende, pijnlijke korst diep in het rechter neusgat.

Knaagpijn en zweertjes hoog in de neus, met grote gevoeligheid van de plaats voor aanraking.

Pijnlijke, gevoelige korsten onder het neustussenschot, met stekende pijn bij aanraking.

Ozena met foetide, stinkende afscheiding wanneer het proces zetelt in het submukeuze bindweefsel of in het periost.

Stinkend ruikende neuscatarrh; blaast elke ochtend harde, droge massa's slijm uit de neus, gevolgd door een hoeveelheid stinkende etter; hoofdpijn; matheid; verlies van eetlust; ellendig uiterlijk; overvloedig, stinkend geurend voetzweet; excoriatie tussen de tenen bij veel lopen.

Chronische catarrh: met verstopping van de neus, verlies van reuk en smaak; slijmerige, taaie, purulente afscheiding die zich 's morgens vaak ophoopt; zwelling van het neusslijmvlies; chronische ontsteking van de tonsillen en pijnloze zwelling van de submandibulaire speekselklieren; taai slijm in de fauces, met heesheid en ruwe hoest; verstopping in de ochtend gevolgd door dikke, groen-gele foetide massa's na het opstaan; voorhoofdsholten ontstoken, met bonzende en kloppende pijn in het voorhoofd; fauces droog en pijnlijk; huig gezwollen; jeuk in de buizen van Eustachius; chronische ontsteking van de tonsillen en zwelling van de submandibulaire speekselklieren.

Juffrouw A., æt. 26, lymfatisch en teer, lijdt sinds twee jaar aan ontsteking van de traanbuis, met afscheiding van grote stolsels bloed vermengd met droog slijm van zeer walgelijke geur; ooghoek rood, oculo-palpebraal slijmvlies licht ontstoken en jeukend, zak aan de linkerzijde gezwollen zodat de zweer groter lijkt; frontale hoofdpijn.

Cariës van de neusbeenderen door syfilis of scrofulose.

Ondraaglijke jeuk van het punt van de neus.

Man, æt. 48, schrok tien jaar geleden hevig bij het zien dat het puntje van de neus van een vriend door kanker was verwoest; sindsdien heeft zijn eigen neus ondraaglijk gejeukt, < wanneer hij eraan denkt, en houdt het hem 's nachts vaak wakker.

Wellustige jeuk om de neus noodzaakt tot voortdurend wrijven in de avond.

Punt van de neus rood.

Neus koud.

Herpetische uitslag rond neusgaten en lippen.

Brandende, schietende pijnen in het punt van de neus, die opschieten naar het voorhoofd.

Tetterachtige uitslag op de neus (na Calc. ostr.).

BOVENSTE GELAATSHELFT [8]

Gezicht : bleek ; cachectisch, lichaam koel, bezweet ; aardkleurig ; geel, vertrokken ; wasachtig ; witte en rode vlekken.

Bleekheid van het gezicht vóór flauwvallen.

Bleek, cachectisch uiterlijk. θ Eczema capitis. θ Kanker van de lip. θ Panaritium. θ Coxalgie. θ Mastitis. θ Tumor van het oog. θ Cariës van de tibia.

Gelige kleur van het gezicht. θ Gastralgie. θ Perforerende maagzweer.

Gezicht vermagerd, bleek, gelig. θ Abces van de linkerarm na een dissectiewond.

Rhagaden rond oogleden en lippen.

De huid van het gezicht barst open.

Acne op het voorhoofd en op de rug van de handen.

Gezicht vertrokken, ogen gesloten.

Neuralgie van gezicht, hoofd, ogen, tanden en oren ; pijn < nadat men korte tijd in bed is geweest.

Borende, scheurende pijnen dag en nacht, < gedurende de nacht, zich uitbreidend over de gehele borst, ook in de beenderen van het gezicht.

Prosopalgie ; met aambeien ; met aandoening van het periost ; jeuk, met gevoel van droogheid in de binnenneus, strekt zich uit naar de voorhoofdsholten en het antrum ; met kleine knobbeltjes en noduli op de behaarde hoofdhuid en het gezicht.

Grote netelrooskwaddels op gezicht en lichaam vóór het verschijnen van cariës van de onderkaak ; nadat de cariës genas, verschenen blaasjes over het gehele lichaam, met koorts.

Een dichte eruptie van papels op voorhoofd, gezicht en rug van beide handen. θ Acne.

Lichte papelachtige eruptie op het voorhoofd, gelijkend op varicella. θ Kinkhoest.

Een verharding die zich uitstrekt van de linker mondhoek over een groot deel van de wang.

Verharding van het celweefsel aan één zijde van het gezicht, na parulis.

Lupus ; getande zweren, met grijsachtig purulente oppervlakken ; invretend, dreigend de wang te perforeren.

Lupus ; het gehele gezicht ingevreten ; tuberkels op het gezicht, met ulceratie van hun toppen ; onderdrukte transpiratie van de voeten (verbeterd).

Lupus in het gezicht, aan het binnenste uiteinde van het litteken een diepe zweer die de wang dreigt te perforeren, de rand van de zweer getand, het oppervlak grijsachtig, badend in een purulente sanies.

Lupus in het gezicht, begon aan de rechter oorlel, aan de ene zijde genezend, aan de andere invretend, voortschrijdend naar beneden en naar voren, met achterlating van een onregelmatig litteken (na Bellad.).

Comedonen.

Zwelling op de rechterwang, verscheen na het openkrabben van een puist ; brandende pijn in het midden van de zwelling vormde een zwart blaasje dat openbarstte en brandende ichor afscheidde.

Rode vlekken op de wangen met brandende hitte.

Bloedzweren op de wangen.

Sycosis menti.

Herpes op de kin.

ONDERSTE GEZICHTSHELFT [9]

Kaakgewricht spasmodisch gesloten.

Reumatische pijnen in kaak en rotte tanden, uitstralend naar de slaap.

Zeurende pijn in beide kaken.

Prikkende en lancinerende pijnen in de streek van de rechter onderkaak, met kankerachtige diathese.

Pijnen meer in het kaakbeen dan in de tanden, zwelling van de kaak.

Benige zwelling van de onderkaak, ter grootte van een halve walnoot.

Zwelling en cariës van de onderkaak.

Caries van de linker onderkaak.

Necrose van de onderkaak.

Steenpuist op de kin, met stekende pijn bij aanraking.

Ulceratie van de mondhoeken.

Pijnlijke zweer in een mondhoek.

Mondhoek geülcereerd met een gevoel van jeuk en met korsten, gedurende vele dagen.

Neus en lippen groot, gezwollen en misvormd.

Droog en verschroeid gevoel van de lippen.

Schuim op de mond. θ Epilepsie.

Zwelling van de onderlip.

Blaren aan de randen van de lippen.

Korstige uitslag op de lippen, die schrijnt.

Grote, harde, bruinachtige korsten op de lippen, vooral om de mondhoeken.

Vrouw, æt. 61, kanker van de onderlip na het pulken aan de lip. θ Kanker van de lip.

Buitenste derde deel van de onderlip aan de rechterzijde gezwollen en gestuwd, met een verharding ter grootte van een abrikozenpit in het midden van de zwelling; op de rode liprand oppervlakkige ulceratie met grijsachtige basis; ondragelijke pijn. θ Kanker van de onderlip.

Gedurende meer dan een maand voelde zij op een zeer scherp begrensde plek van een deel van de onderlip jeuk, soms branderigheid, ten slotte gevolgd door ondraaglijke schietende pijnen; in de dikte van de lip werd een harde plek voelbaar, die spoedig ook uitwendig zichtbaar werd in de vorm van een kegelvormig pukkeltje; de tumor werd spoedig zwart, gerimpeld en zo groot als een flinke hazelnoot.

Kanker van de onderlip; zweer grijsachtig, oppervlakkig, buitengewoon pijnlijk.

Pijnlijke of pijnloze zwelling van de submaxillaire klieren.

TANDEN EN TANDVLEES [10]

Moeizaam tandenkrijgen: doorbraak van de tanden vertraagd; tandvlees gevoelig, met blaasjes; grijpt vaak naar het tandvlees; scrofuleuze kinderen met wormen, met overvloedige speekselvloed; koorts tegen de avond en de hele nacht, met hitte in het hoofd; moeilijke stoelgang; de ontlasting trekt zich terug voordat het kind haar kan lozen; voeten ruiken erg onaangenaam, ondanks alle pogingen dit te verhinderen; overvloedige, zuur riekende transpiratie op het hoofd in de avond; fontanellen groot, hoofd in verhouding groter dan de rest van het lichaam; uitpuilend tandvlees lijkt met blaasjes bedekt en is gevoelig; ontlasting is, wanneer zij dun is, gewoonlijk donker en soms kwalijk riekend.

Tanden voelen te groot en te lang voor de mond.

Loszitten van de tanden.

Tanden zitten los en het tandvlees is pijnlijk bij de geringste druk.

Cariës van de tanden, pijnen < 's nachts en bij het inademen van koude lucht.

Bonzende tandpijn, zwelling van het periost.

Stekende tandpijn, waardoor slaap wordt verhinderd.

Aanhoudende zeurende pijn in alle tanden.

Neuralgie in alle tanden, met hitte en scheurende pijn in het hoofd; voortdurend uitspuwen van taai slijmerig speeksel; 's nachts razend; niet beïnvloed door kou of warmte.

Bij scrofuleuze en rachitische personen met carieuze tanden is de tandpijn vooral < 's nachts door het inademen van koude lucht.

Bonzende tandpijn met zwelling van het periost of van de onderkaak, waarbij de pijn heviger is dan in de tanden; niet in staat te slapen wegens algemene hitte; elke verwonding ettert en geneest traag.

Erysipelateuze zwelling van het tandvlees en het gehemelte na het trekken van tanden.

Langdurige, borende, scheurende pijnen dag en nacht, < gedurende de nacht, zich uitbreidend over de hele wang en tot in de beenderen van het gezicht; afscheiding van kwalijk riekende materie uit openingen nabij de tandwortels of uit het tandvlees; zwelling van de kaak.

Brandend stekende pijn in verscheidene tanden, < 's nachts, < door koude lucht in de mond, met hitte in het hoofd en branden in de borst; pijn in de submandibulaire speekselklieren, met of zonder zwelling.

Het tandvlees is pijnlijk gevoelig wanneer koud water in de mond komt.

Tandvlees zeer pijnlijk, ontstoken; tandvleesabcessen.

Koel gevoel in het bovenste tandvlees, gevoeligheid van het gehemelte, de lippen voelen zeer uitgedroogd.

Gezwel ter grootte van een walnoot op de plaats van twee premolaren.

SMAAK, SPRAAK, TONG [11]

Smaak: van bloed, 's morgens; van zeepsop; bitter, 's morgens, met dik slijm in de keel; van rotte eieren.

Verlies van smaak en eetlust.

Water smaakt slecht; braakt na het drinken.

Tong voelt pijnlijk aan.

Gevoel alsof er een haar op het punt van de tong lag, dat zich tot in de luchtpijp uitstrekte, waar het een kruipend gevoel veroorzaakt, zodat hij vaak genoodzaakt is te hoesten en te kuchen.

Witachtige, trillende tong. θ Abces van de linkerarm.

Gevoeligheid van de tong.

Tong beslagen met bruinachtig slijm.

Glossitis.

Verhardingen in de tong.

Zweer aan de rechterrand van de tong, die erin invreet en zeer veel pus afscheidt. θ Carcinoom.

Eenzijdige zwelling van de tong.

Mondholte [12]

Zure smaak in de mond na het eten.

Kwalijke geur uit de mond in de ochtend.

Voortdurende droogheid in de mond; zonder dorst.

Ophoping van slijm in de mond.

Speeksel loopt uit de mond.

Ontsteking en ettering van de speekselklieren.

Prikkelbare toestand van het slijmvlies van de mond; huid van het lichaam bleek en slap. θ Neuralgie.

Gangreneuze stomatitis; mond gangreneus, met perforerende zweer van het gehemelte.

GEHEMELTE EN KEEL [13]

Gevoeligheid van het gehemelte, dat een bleekgele kleur aannam.

Zwelling van het gehemelte ; zwelling van de huig. θ Chronische neuscatarrh.

Fauces aangedaan, droge pijnlijke keel. θ Chronische neuscatarrh.

Taai slijm in de fauces.

Schrapen van de keel met opgeven van dik, groen, geel, foetide slijm, of gele, zeer kwalijk riekende proppen.

Zwelling aan de voorzijde van de keel, in de streek van de schildklier, zich uitstrekkend tot aan de parotiden, beginnend links en zich uitbreidend naar de rechterzijde, kan zich niet bewegen, houdt de nek stijf.

Gevoel alsof er een brok in de rechterzijde van de keel zat ; zij kon slechts met grote moeite slikken.

Prikken in de keel, alsof door een speld, veroorzakend hoest, links.

Amandelen gezwollen, elke poging om te slikken vertrekt het gelaat.

Tonsillitis wanneer een suppurerende klier niet wil genezen ; etter blijft uitvloeien, maar wordt dunner, minder goedsoortig, donkerder en foetider.

Periodiek peritonsillair abces.

Ontsteking van de amandelen wanneer het te laat is voor resorptie.

Chronische ontsteking van de amandelen.

De keel voelt alsof zij vol zit, alsof hij niet kan slikken ; veelvuldige hoest die wit, schuimig, zoutachtig slijm opbrengt ; < tegen de avond.

Slikken pijnlijk, geen ontsteking. θ Hysterie.

Keelpijn bij het slikken, alsof er links een brok zat.

Brandend gevoel in de keel.

Droogheid van de keel als bij een verkoudheid.

Gevoeligheid van de keel, alsof het slikken over een pijnlijke plek ging, soms steken daarin.

Drukkende gevoeligheid aan de linkerzijde van de keel bij het slikken.

Stekende keelpijn alleen bij het slikken, met pijn in de keel zelfs bij aanraking.

Gevoel alsof de keel vol zat, alsof hij niet kon slikken. θ Chronische keelpijn.

Bij het slikken gevoeligheid en steken in de keel.

Bij het slikken komt voedsel gemakkelijk in de choanen.

Gevolgen van difterie ; amaurose.

Slikken moeilijk alsof door verlamming.

Verlamming van het velum pendulum palati.

Chronische faryngitis met constipatie.

Gangreneuze mond met perforerende zweer van het gehemelte.

Zwelling van de submandibulaire speekselklieren en halsklieren.

Submandibulaire speekselklieren pijnlijk bij aanraking maar niet gezwollen.

Vergrote schildklier.

APPETIJT, DORST. VERLANGEN EN AFKEER [14]

Overmatige honger.

Wolfsachtige honger, maar bij een poging om te eten ontstaat plotseling afkeer van voedsel.

Wolfsachtige honger, bij nerveuze, prikkelbare personen.

Gebrek aan appetijt; overmatige dorst.

Geen verlangen naar iets anders dan kleine hoeveelheden confituren.

Dorst.

Afkeer van warm, gekookt voedsel; verlangt alleen koude dingen, afkeer van vlees.

Afkeer van moedermelk en braken telkens wanneer zij die neemt.

ETEN EN DRINKEN [15]

Tijdens het eten is de pijn in het hoofd veel beter.

Tegen de avond, tijdens het eten, een acute pijn die van het abdomen naar de testikels uitstraalt.

Na het eten: zure oprispingen, volheid en druk in de maag; waterige oprispingen en braken; slaperigheid, braakt grote hoeveelheden water.

Pijnlijkheid van het epigastrium bij druk, ook nijpende pijn na het eten. θ Gastralgie.

Steevast na het eten rillerigheid in de rug; 's avonds ijskoude voeten. θ Chronische hepatitis.

Pyrosis en braken na het eten. θ Perforerend ulcus.

Hectische koorts bij verzwakte personen, < na de maaltijden.

Kleine hoeveelheden wijn veroorzaken opvliegingen en dorst.

Braakt na het drinken.

Schroevende, drukkende, wringende pijn in de maag na het drinken. θ Perforerend ulcus.

Droge hoest na het drinken van koud water.

Diarree na melk.

HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]

Oprispingen : zuur ; naar voedsel smakend ; luid, onbedwingbaar, met pijn in de maag.

Heftig brandend maagzuur, gevoel van een last in het epigastrium.

Waterbrash : met rillerigheid ; met een bruinachtige tong.

Vergeefs kokhalzen, waterbrash met misselijkheid.

Misselijkheid : met hevige hartkloppingen ; na elke inspanning die de lichaamstemperatuur verhoogt ; na weinig te hebben gegeten ; en braken van taai slijm, hik ; leegtegevoel in de maag ; na de stoelgang.

Misselijkheid en braken van al wat gedronken wordt < in de ochtend.

Braken tijdens het drinken, vooral als te haastig gedronken wordt.

Water smaakt slecht ; braakt na het drinken.

Kind braakt spoedig nadat het gezoogd heeft.

Braakt : ingenomen voedsel, 's nachts.

Braken in de ochtend, met misselijkheid, grote uitputting.

Misselijkheid en braken tijdens de zwangerschap.

Misselijkheid en braken van slijm in de ochtend, zeer uitputtend voor een jonge en krachtige man. θ Onderdrukt voetzweet.

MAAGKUIL EN MAAG [17]

Angst in de maagkuil, aanvallen van melancholie.

Branden of kloppen in de maagkuil.

Gevoeligheid van de maagkuil voor druk.

Druk alsof men te veel heeft gegeten.

Zwaar gevoel als van lood in de maag.

Snijdend gevoel, dan weer zwaarte, krampachtig gevoel, beklemming in de maagkuil.

Gevoel alsof messen in haar maag drongen.

Koude pijn in het epigastrium alsof er een koude steen in de maag lag.

Bijna elke ochtend na het drinken van welke drank ook een gravende en wringende pijn, gevolgd door kokhalzen en braken van bitter, zout water, met zulk een hevigheid dat hij over het hele lichaam zweette en beefde. θ Gastralgie.

Gastralgie : met pyrosis, hik of misselijkheid en slijmerig braken ; hitte, zwaarte, gevoeligheid en een gevoel van insnoering ; winderigheid, oprispingen, slaperigheid, matheid, koude van de extremiteiten, verlies van eetlust, trage en pijnlijke spijsvertering, vaak honger die niet kan worden gestild.

Na de maaltijd een last als van een steen of lood in de maag, vooral na het eten van rauwe groenten.

Gelige gelaatskleur ; schroevende, drukkende, wringende pijn na drinken, pyrosis en braken na eten. θ Maagzweer.

Verharding van de pylorus.

HYPOCHONDRIEËN [18]

Drukkende of zeurende pijn in het hypochondrium.

Kloppende gevoeligheid in de lever ; < bij beweging, bij het lopen, bij het liggen op de rechterzijde.

Pijnlijke, ulceratieve pijn en veelvuldig kloppen, twee vingerbreedten onder de rechter zwevende ribben ; verdraagt de geringste druk niet ; kan niet op de rechtervoet stappen zonder de pijn in zeer sterke mate tot een ondraaglijke graad te verergeren ; verwardheid in het hoofd ; doffe pijn in het achterhoofd ; drukkende pijn in het voorhoofd ; duizeligheid bij bukken ; verlies van eetlust ; druk in de maag na het eten ; ontlasting twee of drie dagen vertraagd ; aanhoudende ernstige hoest de hele dag, waardoor zij 's nachts wakker wordt, < door beweging ; schaarse, slijmerige expectoratie ; gevoel alsof het borstbeen vastgegrepen wordt ; scheurende pijn in de ledematen, steken, en een zakkend of lopend gevoel ; spieren zwak, slap ; vermagering ; na het eten rillerigheid langs de rug, congestie naar het hoofd, hitte in het gezicht, licht branden in de voetzolen ; voeten 's avonds ijzig koud ; zweet bij geringe beweging, 's morgens in bed overvloedig en uitputtend ; pols klein, zwak, snel, onregelmatig ; matheid, neiging tot slapen, onrustige slaap, schrikt 's nachts plotseling uit de slaap op, bevend en verschrikt ; moedeloosheid. θ Leveraandoening.

Leveraandoening met hardnekkige constipatie ; gebrek aan uitdrijvende kracht in het rectum ; hardheid en opzetting in de leverstreek ; abcessen ; kloppende, ulceratieve pijn < door aanraking en beweging ; < 's nachts en tijdens nieuwe en volle maan ; scrofuleuze diathese.

Neurose van de borst met pijn in de miltstreek en onbeschrijfelijk snelle ademhaling.

Morbus maculosis Werlhofii, met desorganisatie van de milt.

BUIK EN LENDENEN [19]

Druk in de buik, vooral na het eten, kleding voelt te strak aan.

Strak gevoel dwars over het abdomen.

Abdomen voortdurend hard, zeer opgezet, waardoor hij zich zeer onbehaaglijk voelt.

Harde, hete, opgeblazen buik, vooral bij kinderen.

Grote buik bij kinderen.

De buik voelt dik en zwaar aan als een gewicht.

Buik heet, gespannen, voortdurend gerommel en gegorgel erin, diarree.

Winderigheid : veel gerommel ; opgesloten ; uiterst kwalijk riekend ; zich verplaatsend ; moeilijk af te drijven ; met constipatie ; met opgezet abdomen ; gerommel en gegorgel in het abdomen ; foetide, ruikend als nat messing.

Heftig snijden in de onderbuik met opgesloten winden ; iedere stap wordt pijnlijk gevoeld.

Koliekpijnen in de onderbuik, met persen en toegenomen pijn tijdens de ontlasting.

Drukgevoeligheid ter plaatse van de breuktumor.

Koliek : door wormen ; met constipatie of moeilijke ontlasting ; met gele handen, blauwe nagels ; met roodachtige, bloederige ontlasting ; > door warmte.

Kortdurende nijpende pijn in de navel.

Snijdende pijn in de navelstreek, die door de rug heen trekt en met tussenpozen optreedt.

Buikpijnen verlicht door warmte.

Buikwaterzucht ; uitstorting zo groot dat zijn gewicht zesendertig pond te hoog was ; frequente aanvallen van waterige diarree, aanhoudend gedurende verscheidene dagen, waardoor hij uitgeput en vermagerd achterbleef en niet in staat was zijn bed te verlaten ; daarna knapte hij weer op en begon het proces van opnieuw vollopen opnieuw.

Rhagaden en kloven op het oppervlak van het abdomen.

Lozing van etter, darmgassen en fecale materie door een abdominale fistel.

Ontstoken liesklieren, pijnlijk bij aanraking.

Liesbreuk.

Mr. D., æt. 67 ; abces in de rechterlies, breuk aan beide zijden ; irritatie door de breukband de vermeende oorzaak ; syfilitische belasting ; de tumor nam toe totdat hij wel twee gill etter bevatte ; genas zonder open te breken ; beide breuken genazen zonder verdere behandeling.

ONTLASTING EN RECTUM [20]

Ontlasting : frequent, schaars, vloeibaar, aanstootgevend als aas ; deegachtig ; papachtig ; aanstootgevend ; bevat onverteerd voedsel, met grote uitputting, maar pijnloos ; slijmerig, gevolgd door jeuk in de anus ; waterachtig, verzwakkend ; vloeibaar, slijmerig, schuimig, slijmerig of bloederig ; brijig, afschuwelijk aanstootgevend ; purulent ; naar kadaver ruikend ; verrot ; zuur (tijdens dentitie).

Diarree : door blootstelling aan koude lucht ; na vaccinatie ; met krampende pijn in de darmen ; 's morgens vóór het opstaan, van 6 tot 8 uur 's morgens ; waterachtig, verzwakkend ; chronisch, door ulceratie van de darmen ; bij dunne, schriel gebouwde kinderen met een zwetend hoofd en zwetende, onaangenaam ruikende voeten ; kind sterk vermagerd, drinkt goed aan de borst, maar het voedsel gaat onverteerd door, fontanellen open ; veel transpiratie rond het hoofd ; grote dorst ; vermagering ; koude handen en voeten met koud zweet daarop ; rollen met het hoofd ; onderdrukte urineafscheiding.

Vóór de ontlasting : pijn in de darmen.

Tijdens de ontlasting : rillerigheid en misselijkheid in de keel ; koliek ; jeuk en stekende pijn in het rectum ; aambeien ; succus prostaticus.

Na de ontlasting : branderigheid en schrijnend gevoel in de anus ; vermindering van buikpijn ; drukkend en brandend gevoel in de anus ; brandend gevoel in de voorhuid ; oprisping.

Kind, 1 jaar oud ; aan moederszijde dyscrasie, scrofulose, verweking van de hersenen, tuberculose ; tandenkrijgen vertraagd ; recidiverende zomerdiarree ; voeten zeer droog en roken als die van een oud persoon.

Natuurlijke ontlasting, geloosd met veel druk en persen.

Constipatie : zeer harde, onbevredigende ontlasting, met zeer grote inspanning ; voortdurende maar vergeefse aandrang tot ontlasting 's avonds ; ontlasting droog, hard en lichtgekleurd ; ontlasting zeer hard, gevolgd door branderigheid in de anus ; zeer hard, knobbelig ; als klei-achtige ontlasting, alleen met grote inspanning geloosd ; ontlasting schaars, moeilijk, na sterke aandrang en persen totdat de buikwanden pijnlijk zijn, glijdt de ontlasting die al naar buiten kwam weer terug ; ontlasting blijft lange tijd in het rectum alsof er geen kracht is om haar uit te drijven ; door inactiviteit van het rectum, met pijn en vergeefse aandrang tot ontlasting ; aanhoudende inspanning tijdens de ontlasting maakt de buikspieren pijnlijk ; vóór en tijdens de menstruatie ; ontlasting komt tot aan de rand van de anus en glijdt dan terug in het rectum ; bij spinale aandoeningen, alsof het rectum verlamd was.

Verlies van uitdrijvende kracht bij een grote maar zachte ontlasting.

Constipatie ; grote met slijm bedekte feces ; ontlasting met tussenpozen van vijf tot zeven dagen en trad dan alleen op na gebruik van injecties of purgeermiddelen ; overvloedig zweet op hoofd en gezicht direct bij het inslapen ; kind, æt. 8 mnd., lijdend sinds de geboorte.

In het rectum : scherpe steken bij het lopen ; schokken, bijna doffe stekende pijn ; snijdend ; stekend ; brandend, stekend, jeukend tijdens de ontlasting.

Aambeien ; buitengewoon pijnlijk, borend krampend van anus naar rectum of testikels ; puilen uit tijdens de ontlasting, raken ingeklemd ; ettering ; afscheiding van bloederig slijm uit het rectum ; hevige pijn bij geringe uitpuiling.

In de anus : spanning ; borende, krampachtige pijn die uitstraalt naar rectum en testikels ; pijn alsof vernauwd, tijdens de ontlasting ; stekend ; brandend na een droge harde ontlasting ; jeuk ; steken en schietende pijnen ; vochtigheid.

Fissura ani, hevige pijn een half uur na de ontlasting, verscheidene uren aanhoudend.

Fissura ani en fistula in ano.

Zeurende, kloppende bonzende pijn in de lumbo-sacrale streek, met incidentele perineale zwelling die bloed en etter afscheidde ; constipatie, ontlasting glijdt na veel inspanning weer terug ; grote angst.

Fistula in ano ; ook met borstsymptomen.

URINEWEGEN [21]

Verettering van de nieren; abcessen.

Diabetes mellitus.

Purulente blennorroe van de blaas.

Tenesmus van blaas en anus.

Verlamming van de blaas.

Bijna elke nacht genoodzaakt op te staan om te urineren.

Aandrang tot urineren zonder lozing.

Voortdurende aandrang, met schaarse lozing; ook des nachts.

Zwakte van de urinewegen; voortdurende aandrang om te urineren.

Overvloedig urineren verlicht hoofdpijn.

Onwillekeurige mictie des nachts; ook bij kinderen, met wormen en bij chorea.

Nachtelijke urine-incontinentie, na een slag op het hoofd toen zij drie jaar oud was, bij een meisje æt. 7.

Een jongen, æt. 15, had sinds hij zich kon herinneren bijna elke nacht last van enuresis nocturna, tot hij dertien was, toen hij van huis ging; door sterke wilskracht en zorgvuldigheid kwam het minder vaak voor, maar het bleef toch geheel buiten zijn controle.

Enuresis nocturna, gecompliceerd met wormen of chorea.

Urine: licht van kleur; onderdrukt; troebel; bezinksel van rood of geel zand.

Tijdens het urineren: branden en gevoeligheid in de urinebuis; druk in de blaas; jeuk van de vulva; snijdende pijn.

Strangurie.

Na het urineren: onwillekeurige lozing van urine.

Onderdrukte urine-afscheiding.

Nier- en blaasstenen.

MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]

Seksueel verlangen vermeerderd, of verminderd.

Pijnlijke erecties vóór het opstaan 's morgens ; frequente hevige erecties.

Seksueel erethisme, bij spinale of paralytische ziekte.

Na coïtus, gevoel aan de rechterzijde van het hoofd alsof die verlamd was, met gevoeligheid van de ledematen.

Wellustige gedachten en dromen ; nachtelijke emissies, gevolgd door grote uitputting ; prostatitis.

Hevige erecties zonder seksueel verlangen.

Seksueel verlangen zeer zwak.

Na masturbatie zaadlozingen tweemaal per week, tussen 3 en 5 A. M. ; sterke neerslachtigheid ; zeurende pijn in het sacrum ; zweet van het scrotum ; hitte in het hoofd ; branden van de voeten met zweet ; zwakte en zwaar gevoel in de armen ; melancholie ; < A. M. en vóór een emissie ; > na een emissie.

Afscheiding van prostaatvocht bij persen tijdens de stoelgang.

Prostaatklier vergroot, zonder pijn, maar onregelmatig verhard, op één plaats hard, op een andere zacht.

Prostatitis ; ettering, dikke foetide etter uit de urethra.

Gonorroe, met dikke foetide etter ; < na inspanning waarbij men gaat zweten.

Gonorroe ; etterige of etterachtige bloederige afscheiding ; geringe draderige afscheiding.

Chronische syfilis ; etteringen en verhardingen.

Sjankers : met verheven randen ; ontstoken, pijnlijk, geïrriteerd, verkleurd ; dunne bloederige afscheiding ; granulaties onduidelijk of afwezig.

Rode vlekken en jeuk op de corona glandis.

Pijnlijke erupties op de mons veneris ; jeukende, vochtige of droge erupties van rode pukkels of vlekken op de genitaliën. θ Syfilis.

Lichte zwelling van penis en testikels.

Knijpende pijn in de testikels.

Op het hoogtepunt van de koude rilling zijn penis en testikels heet.

Stekende, prikkende pijnen in de penis.

De voorhuid rood en jeukend ; daarop gezwollen en jeukende vochtige pukkels.

Jeukende vochtige plekken op de genitaliën, vooral op het scrotum ; zweet op het scrotum.

Bleekrode, gevoelige zwelling, hard als een steen, zich uitstrekkend van de linker liesstreek over de mons veneris, met brandende, stekende, scheurende pijn in de zwelling, het sacrum en de linker dij, de slaap verhinderend ; uit twee fistuleuze openingen vloeit slijmerige vloeistof.

Hydrocele ; bij mannen en scrofuleuze kinderen.

VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]

Steriliteit.

Vermeerderd seksueel verlangen, met paralytische of spinale aandoeningen.

Zij wordt misselijk tijdens de coïtus. θ Baarmoederkanker.

Nymfomanie ten gevolge van plethora of spinale prikkeling.

Prolapsus uteri ten gevolge van myelitis.

Sereuze cysten in de vagina.

Drukkend-neerwaarts gevoel in de vagina.

Induraties van de cervix uteri.

Ulceratie van de baarmoederhals en de baarmoedermond.

Periuteriene cellulitis ; areolaire hyperplasie.

Metrorragie van zes weken duur bij een wasvrouw die haar ziekte toeschrijft aan voortdurend staan in koud water.

Metrorragie : stinkend voetzweet ; ijzig koud lichaam ; pijnlijke aambeien.

Bloederige afscheiding tussen de menstruaties.

Menstruatie : te vroeg en schaars ; te laat en overvloedig ; onregelmatig, om de twee of drie maanden ; tijdens lactatie ; sterk riekend, scherp ; herhaalde aanvallen van ijzige koude over het hele lichaam.

Vóór de menstruatie : drukkende pijn in het voorhoofd ; hevige koliek, rillingen door het hele lichaam de hele dag, scherpe leucorrhoe ; gevoel alsof de vulva vergroot was, met gevoeligheid in het perineum.

Tijdens de menstruatie : pijn in het abdomen ; scheurende pijn in het scheenbeen ; tandpijn en verduistering van het gezichtsvermogen ; hevige druk in het voorhoofd, met het uit de neus komen van proppen ; constipatie ; gevoel van een zware klomp in de anus ; koude voeten ; branderigheid en gevoeligheid rond de vulva ; uitslag aan de binnenzijde van de dijen ; trekkende pijn tussen de schouders ; melancholie, angst en levensmoeheid.

Afscheiding van een hoeveelheid wit vocht uit de uterus in plaats van menstruatie.

Amenorroe met onderdrukt voetzweet ; pijn in het abdomen.

Slijmvliezen van de uitwendige geslachtsdelen rood, vaatrijk, vochtig en buitengewoon gevoelig voor aanraking ; zes maanden getrouwd, maar seksuele gemeenschap was onmogelijk ; onderzoek van de inwendige oppervlakken onmogelijk zonder kunstmatig anesthesie op te wekken ; chronische hoofdpijn van drukkend, pulserend of scheurend karakter, < door mentale inspanning, bukken, praten of koude lucht ; > door warmte en warme omslagen ; vaak overvloedige, zure transpiratie op het hoofd in de avond ; neiging om bij geringe oorzaken verkouden in het hoofd te worden, vooral als het hoofd onbedekt is ; zwaarte of druk in de vagina, met pijnlijke neerwaartse druk, terwijl de vagina gevoelig is bij aanraking. θ Vaginisme.

Afscheiding van een hoeveelheid wit waterachtig vocht uit de vagina.

Sereuze cysten van de vagina ; vaginale fistel.

Jeuk van de pudenda.

Hevige branderigheid en gevoeligheid van de pudenda, met uitslag aan de binnenzijde van de dijen, tijdens de menstruatie.

Jeuk van de vulva ; scherpe leucorrhoe.

Ascariden van de vulva.

Leucorrhoe : overvloedig, scherp, corroderend ; melkachtig, voorafgegaan door snijdende pijn rond de navel ; veroorzaakt bijtende pijn, vooral na scherp voedsel ; tijdens het urineren ; in stoten ; met kanker van de uterus.

Overvloedige, gele, excorierende leucorrhoe ; afscheiding taai ; adstringerende injecties veroorzaakten een eigenaardig gevoel in de maagkuil ; voortdurende hoofdpijn ; voelt zich > met het hoofd warm bedekt.

Ontsteking, induratie en ettering van de borsten ; fistuleuze zweren, afscheiding dun en waterachtig of dik en stinkend ; de substantie van de mamma schijnt met de etter te worden uitgescheiden ; de ene kwab na de andere ulcereert en loost in één gemeenschappelijke zweer, vaak met pijn, of er kunnen verscheidene openingen zijn, één voor elke kwab.

Ontsteking van de tepels ; zij kloven en ulcereren.

Harde knobbelige tumor van de borst.

Scirrhus van de rechterborst bij een oude dame, æt. 70 ; hevige jeuk van de gezwollen klier.

Scirrhus mammae, bij een vrouw æt. 40, zwakke constitutie ; sinds vaak catarraal aandoeningen, enigszins astmatisch ; bemerkte sinds enige tijd een knobbel in de rechter mamma ; nabij de tepel naar rechts, een scirrhus zo hard als kraakbeen, met oneffen oppervlak, beweeglijk en ter grootte van een hazelnoot.

Een dame, æt. 65, mager ; sinds zes maanden een tumor van de rechterborst, waardoor deze tweemaal de natuurlijke grootte had ; had twintig jaar geleden schurft ; palpatie toonde fluctuatie ; de trocart trof etter aan ; nader onderzoek toonde een carieuze rib.

ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]

Dreigende miskraam ; bloeding na miskraam.

Bloeding na miskraam, < door de geringste beweging, mentale of seksuele opwinding ; pijnlijke aambeien en hardnekkige constipatie.

Bevordert uitdrijving van vleesbomen ; schietende pijnen.

Misselijkheid en braken tijdens de zwangerschap ; menstruatie was gepaard gegaan met hartkloppingen.

Gevoeligheid en mankheid van de voeten van wreef tot voetzool, tijdens de zwangerschap.

Te hevige beweging van de foetus.

Naweeën gevoeld in de heupen.

Onderdrukte lochiën gevolgd door borende pijn in de linker slaap, de linker supraorbitale zenuw en de oogkas ; < door spreken of mentale inspanning ; vóór de onderdrukking veroorzaakte zogen een veneuze metrorragie.

Tijdens het zogen : stekende pijn in de borst of uterus, pijn in de rug, toename van de lochiën ; er vloeit zuiver bloed telkens wanneer het kind zuigt ; klaagt iedere keer wanneer zij het kind aan de borst legt.

Afkeer van moedermelk ; het kind weigert te drinken, of als het wel drinkt, braakt het.

Melk onderdrukt.

Borst gezwollen, donkerrood, gevoelig, brandende pijnen beletten rust 's nachts.

Harde knobbels in de borst.

Hevige jeuk van de gezwollen borst. θ Scirrhus.

Ontsteking van de tepels.

Schietend, brandend in de linker tepel.

Tepel is ingetrokken, als een trechter.

Scirrhus nabij de rechter tepel, hard als kraakbeen, met oneffen oppervlak.

Tepel ulcereert ; is zeer pijnlijk en gevoelig.

Fistelvormige zweren met harde randen, achterblijvend na mamma-abcessen.

Fistel van de borst met afscheiding van serum of melk.

Rhagaden van de borst, of van andere delen bedekt met tere huid, of op delen aangedaan door ringvormige erupties.

Pijn in nodulaire zwelling van de linkerborst, snijdende pijnen in het abdomen.

Ontstoken borst, in het midden dieprood, naar de periferie rozekleurig, gezwollen, hard en gevoelig voor aanraking ; voortdurende brandende pijn belet haar 's nachts te rusten ; hoge koorts, gezicht ingevallen, maar opgewonden. θ Mastitis.

STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]

Heesheid, ruw gevoel in het strottenhoofd.

Schorre stem ; < in de ochtend ; chronische coryza.

Vezelige, pijnloze zwelling van het strottenhoofd, verbonden met het schildkraakbeen.

Vreemde lichamen in het strottenhoofd.

Laryngeale ochtendhoest, beginnend onmiddellijk bij het opstaan, met taaie, gelatineuze en zeer moeilijk loskomende expectoratie.

Bronchiale aandoeningen bij rachitische kinderen ; overvloedige purulente of doorzichtige expectoratie.

Kriebeling in het strottenhoofd met lichte hoest en heesheid.

Ruwheid en gevoeligheid in de luchtpijp en bronchiën.

ADEMHALING [26]

Diepe, zuchtende ademhaling.

Kortademigheid en hijgen door snel lopen of door handenarbeid.

Dyspneu : op de rug liggend ; bij bukken ; bij rennen ; ook na het rennen ; bij hoesten.

Benauwdheid van de borst, kan geen diepe ademteug nemen.

Astma : < bij het gaan liggen ; krampachtige hoest ; spasme van het strottenhoofd ; pulsaties in de borst ; vaak met overvloedig, purulent sputum ; verdraagt geen tocht op de achterkant van de hals.

Nerveus astma, droge krampachtige hoest ; de benauwdheid laat hem niet toe te gaan liggen of te bukken ; spasme van het strottenhoofd en pulsaties in de borst.

Ademhaling zó moeilijk dat de ogen uit hun kassen leken te puilen en de deuren en ramen opengeworpen moesten worden ; de aanvallen kwamen alleen tijdens een onweer.

Hooiastma dat tegen het einde van augustus opkomt.

HOEST [27]

Hoest : droog, met heesheid ; met pijnlijkheid in de borst ; uitgelokt door kieteling in de keelkuil ; hol, krampachtig ; loszittend, dag en nacht ; met overvloedige opbrenging, braken van taai slijm in de ochtend ; met dik purulent sputum ; wekt hem 's nachts ; < door beweging ; schaarse slijmige opbrenging ; vooral lastig na het gaan liggen in de avond en na het ontwaken in de ochtend ; prikkelhoest, veroorzaakt door nachtelijke kieteling in de keelholte ; eerst veroorzaakt door kieteling in de keel, geleidelijk schijnend uit een lager deel van de keel te komen, totdat zij uit de borst kwam en het abdomen deed schokken, overdag bestaand uit plotselinge, explosieve hoeststoten zonder opbrenging, < in de avond.

Hoest en keelpijn met opbrenging van kleine kwalijk riekende korrels.

Hoest met purulente opbrenging ; verhinderde dat de zweren in de longen zich uitbreidden.

Longtering ; hoest met overvloedige opbrenging, braken van taai slijm in de ochtend, tijdens de hoestaanval ; dyspneu ; bloedspuwing ; nachtzweten.

Kind van 3 jaar, sterk uitgesproken scrofuleuze constitutie ; verstikkende hoest ; belemmerde, moeilijke, reutelende ademhaling ; overvloedige opbrenging van purulente materie ; sterke vermagering ; frequente, overvloedige, foetide, brijachtige ontlasting, met grote uitputting ; lichte pustuleuze eruptie, (gelijkend op waterpokken) op het voorhoofd.

Hoest < door kou, > door warme dranken. θ Chronische bronchitis.

Influenza met slechthorendheid, soms oorsuizen.

Longaandoeningen bij steenhouwers, overvloedige foetide opbrenging.

Na kunstmatige ontlediging van een empyeem, aanhoudende ettering, hectische koorts, vermagering, nachtzweten en diarree. θ Longtering.

Opbrenging : overvloedig, foetide, purulent, groen ; alleen overdag ; van taai, melkachtig, bijtend slijm ; soms bleek schuimig bloed ; smaakt vetachtig ; maakt water troebel, hetgeen naar de bodem zinkt heeft een onaangename geur ; wanneer het in water geworpen wordt, zinkt het naar de bodem en spreidt het zich uit als een zwaar bezinksel.

BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]

Longen voelen pijnlijk aan.

Steken in borst en zijden tot in de rug.

Ondraaglijke, diep in de borst zetelende pijnen.

Pijn onder het borstbeen.

Pijnloos kloppen en bonzen in het borstbeen.

Stekende pijnen in de borst bij inademing.

Drukkende pijn in het borstbeen, naar de maagkuil toe.

Drukkende pijn, steken; algemeen gevoel van zwakte in de borst; kan nauwelijks spreken, zo zwak is hij. θ Phthisis.

Ernstige stekende pijn in de rechterlong, twee duim onder de tepel, zich uitstrekkend tot in de rug; < bij elke beweging en bij diep ademhalen.

Pijnlijke steken in de borst, schietend vanuit het borstbeen rondom naar de rug.

Spannende pijn dwars over de borst, gedurende enige uren aanhoudend.

Beklemmend gevoel rondom de borst, alsof zij met een band was ombonden.

Druk aan het onderste deel van het borstbeen alsof er een steen op lag; pijn onder het borstbeen.

Ontsteking van de longen, overgaand in ettervorming.

Waterzucht van de borst, of empyeem; beweging veroorzaakt hevige hartkloppingen; door anemie en gebrek aan voeding; ook bij steenhouwers.

Empyeem na pleuritis.

Congestie naar de borst; lichaam kil.

Chronische, verwaarloosde pneumonie, overgaand in ettervorming.

Chronische bronchitis en phthisis.

Phthisisch abces van de longen; vorming van holten.

Verscheidene aanvallen van hæmoptoë, waarna hij geleidelijk achteruitging; ongeveer acht maanden later een grote holte in de rechterlong, in de tweede intercostaalruimte, ongeveer drie duim rechts van het borstbeen; grove reutels in de linker bronchus met duidelijke aanwijzingen van afbraak van de parenchymateuze structuur en cavernes daar, ook het sputum zeer zwaar en grotendeels purulent; kadaverachtige geur aanwezig, muf en aanstootgevend; geen appetijt; kon nauwelijks lang genoeg overeind zitten om het bed te laten opmaken; huid koud, klam; doorweekte nachtzweten; duidelijke afwezigheid van vitale warmte. θ Phthisis.

Bloeding uit de longen gedurende negen maanden; holten in beide longen; verschijnselen van septicemie door opneming van etter uit de holten; klam, kadaverachtig zweet over het gehele lichaam, met het gevoel alsof er schimmel werd gevormd; geen appetijt; grote hoeveelheden dik, zwaar mucopus, grotendeels purulent. θ Consumptie.

Consumptie van steenhouwers.

HART, POLS EN BLOEDSOMLOOP [29]

Hartkloppingen : tijdens het zitten trilt de hand waarmee hij iets vasthoudt ; hevig bonzen na elke snelle of heftige beweging ; en kloppen door het hele lichaam tijdens het zitten.

Werd wakker met snelle pols, hartkloppingen en warmtegevoel.

Bloedopwelling 's nachts ; kloppen in alle bloedvaten.

De bloedsomloop raakt gemakkelijk in beroering.

Hartklachten door zenuwuitputting.

Pols : klein, hard, snel ; vaak onregelmatig en dan langzaam ; onvoelbaar, met aardse gelaatskleur (karbonkel).

BORSTWAND [30]

Pijnloos kloppen in het borstbeen.

Beklemming over de borst; na onderdrukking van voetzweet.

Gevoel alsof een hand haar borstbeen had vastgegrepen. θ Chronische hepatitis.

Bij een scrofuleus kind, æt. 11, een zwelling ter grootte van een pruim, ontstaan door het sluiten van een fontanel; tussen de vijfde en zesde rib rechts, onder de tepel.

Bij een man, æt. ongeveer 60, was er een gezwel in de linkerborst, een en een kwart duim in doorsnede en een halve duim diep, waarbij de tepel het middelpunt innam; het nam langzaam toe en werd pijnlijk, de pijn scherp, stekend en scheutachtig; bijna ondraaglijke jeuk van de gehele borst; hij had een zweer van ongeveer drie duim lang en een duim breed op het rechterbeen, boven het boveneinde van het kuitbeen, dat carieus was geweest en waarvan een deel was verwijderd, maar de zweer genas niet. θ Kankerachtig gezwel.

Bij herstel na een ernstige aanval van buiktyfus verscheen een gezwel in een van de rechter intercostale ruimten, dat, nadat het veelvuldig met pappen was behandeld, openbrak en eerst dikke, roomachtige etter, vermengd met wat bloed, begon af te scheiden, maar van dag tot dag dunner en kwalijker riekend werd; hij was bleek en zwak, en de afscheiding, die door haar lange duur het organisme duidelijk schaadde, bestond uit een dunne, vuile, foetide ichoreuze vloeistof, en de omliggende delen waren hard, gezwollen en blauwachtig; pijn in de ribben < in een warme kamer, maar zodra hij naar buiten in de koude lucht ging (het was winter), werden zijn pijnen ondraaglijk.

Necrose van het acromioclaviculaire gewricht met volledige ankylose van het linker schoudergewricht.

Kwaadaardige scrofuleuze zweren en fistelopeningen van de lymfeklieren van de nek, met caries van het sleutelbeen.

Fistelopening nabij de zesde rib vanuit een abces, met knagende pijn; een sponsachtige woekering ter grootte van een noot, door fistelopeningen onderbroken, puilt uit; de fistelopeningen hebben een scharlakenrode rand en scheiden ichoreuze, stinkende etter af.

Klein gezwel in de linkerborst van een man, æt. 60, met scherpe, stekende, scheutachtige pijn en ondraaglijke jeuk.

Uitslag als varicella, de borst bedekkend en hevig jeukend.

Een uitslag als waterpokken die de borst bedekt, met hevige jeuk, die dwingt de aangedane delen krachtig te krabben en te wrijven.

NEK EN RUG [31]

Pijn in de nek volgt op lumbale pijn. θ Spinale aandoening.

Rheumatisme van de onderste halswervels.

Stijfheid en rillerigheid in de nek, en rillerigheid helemaal langs de rug.

Stijfheid : van de nek ; van een zijde van de nek, kan het hoofd door pijn niet draaien ; van de nek, met hoofdpijn.

Een recidiverende fibreuze tumor ter grootte van een kippenei en zeer hard aan de linkerzijde van de nek, niet verbonden met de parotis, hoewel hij iets eronder groeide; hij was > door zich goed in te pakken, zelfs het hoofd; schuw om een nieuwe onderneming te beginnen; mist vertrouwen in zijn eigen bekwaamheid.

Purulente infiltratie van de weefsels van de nek, na karbonkel.

Halsklieren en oorspeekselklieren gezwollen, verhard.

Klierzwellingen van de nek en in de oksels, met suppuratie.

Scrofuleuze zwelling en verharding van de hals- en oorspeekselklieren, geleidelijk opkomend, van lange duur, vaak een enorme grootte bereikend; warme huid, zonder pijn of roodheid.

Furunkels of karbonkels in de nek; anthrax; gebrek aan vitale warmte; traag verloop van de ziekte.

Zwelling hard, verkleurd, purperrood, uit een opening nabij de rand een scherpe, invretende, stinkende, gelig-groene ichor afscheidende. θ Karbonkel.

Grote donkerpaarse plek aan de voorzijde van de nek, en nog een op de nek, zich uitbreidend tot op de behaarde hoofdhuid, bedekt met kleine schilfers. θ Eczeem.

Jeukende puistjes, als netelroos, in de nek.

Zwelling en gevoeligheid in oude cicatriciale weefsels rond nek en borst, als gevolg van scrofuleuze abcessen.

Rechter kwab van de schildklier gezwollen, met het aspect van een elastische cyste.

Struma, met suppurerende fistel.

Rheumatisme van de onderste halswervels; hevige scheurende pijn tussen de schouderbladen.

Scheurende pijn onder de schouderbladen tijdens het lopen.

Vaak stekende pijn in het rechter schouderblad.

In de onderrug : hevige pijn ; pijn na bukken ; pijn alsof geslagen, 's nachts ; pijn bij het uit bed komen 's morgens ; gevoel alsof dood na onderdrukte voetzweet ; krampachtige pijn laat hem niet opstaan ; stijfheid en pijn bij het opstaan uit een zittende houding ; krampachtig trekken dwingt hem stil te liggen.

Zwakte van de rug en een verlamd gevoel in de onderste extremiteiten, kon nauwelijks lopen.

Pijn in een verkromde wervelkolom.

Branden in de rug tijdens het lopen in de open lucht en warm wordend.

Hevige schietende pijn in de rug tussen de heupen.

Zeurende, kloppende, bonzende pijn in de rug.

Stijf, gevoelig gevoel langs de rechterzijde van de wervelkolom, dan over de lendenen en over het rechter heupgewricht.

Voortdurende zeurende pijn in het midden van de wervelkolom.

Spinale irritatie, paralytische symptomen; koude voeten; obstipatie.

Zeurende pijn in de lendenen, schietend omlaag in de benen.

Wervelkolomverkromming naar rechts, pijnlijk bij aanraking en beweging.

H., æt. 16, viel achttien maanden geleden; na de eerste schok voelde hij zich goed tot na negen maanden, toen pijn in het sacrum en de heup optrad; bracht Rhus-liniment aan; lijdt nu aan pijn vanaf het sacrum omhoog tot de lumbale streek, en over het linker ilium naar het bovenste spinale uitsteeksel; de pijn is kloppend, < bij druk over de lumbale wervels, en dit geeft, wanneer het hevig is, aanleiding tot pijn in de nek en een gevoel van krachtsverlies in de onderste extremiteiten; bukken veroorzaakt ernstige pijn die omhoog door de wervelkolom schiet. θ Traumatische periostitis van het sacrum en de onderste wervels.

Ziekte van de halswervels bij een jongen, æt. 3; toen hij zestien maanden oud was viel het hoofd naar voren, zodat de kin op het borstbeen rustte, en hij begon instinctief het hoofd te ondersteunen door de handen onder de kin te plaatsen, en wanneer hij werd opgetild, vooral als de handen de kin niet ondersteunden, opende hij zijn mond wijd gapend; gaandeweg had hij niet langer kracht om dingen in de handen vast te houden, spoedig daarna hield het vermogen om te lopen en vervolgens om te staan op, en hij kon zelfs niet rechtop zitten; darmen obstipatie; urine overvloedig; intellect vroeg ontwikkeld; geheugen uitstekend; vermagering.

Benige structuur van de wervelkolom aangedaan; chronische jichtige nodositeiten. θ Myelitis.

Cariës van de lumbale wervels.

Spina bifida.

Psoasabces.

Ziekten ontstaan door blootstelling van de rug aan tocht.

Zeurende pijn in het sacrum. θ Spermatorrhoea.

Mank gevoel in de streek van het sacrum.

Zeurende, kloppende, bonzende pijn in de lumbo-sacrale streek.

Stuitbeen doet pijn na het rijden; coccygodynie.

Verheven schurftige plekjes op het stuitbeen boven de bilspleet.

Steken in het os coccygis, dat pijnlijk is bij druk.

BOVENSTE LEDEMATEN [32]

Pijn in schouder en arm 's nachts, > door warme omslagen.

Kortdurende stekende pijn in het rechter schoudergewricht.

Acute pijn in het rechter schouderblad.

Zwelling op het linker schouderblad, zeven duim breed, vijf duim lang, met de dikte van een vinger, in het midden verheven en ontstoken; na twee weken opende zij zich op verschillende plaatsen en loosde overvloedig etter.

Zwelling, verharding en ettering van de okselklieren.

Aanstootgevend okselzweet.

De beenderen van de arm voelen beurs aan.

Trillen van de linkerarm; voor epilepsie.

Armen en handen voelen zwaar, verlamd; alsof zij met lood gevuld waren.

Rechterarm en pols zwak; kan niets zwaars optillen.

Armen slapen in wanneer men erop rust; tintelingen daarin.

Ledematen beven; onderarm schokt zodanig dat de pols niet gevoeld kon worden; na aderlating.

Gevoelloos gevoel in de rechterarm, als van spelden en naalden.

Armen koud na de koorts. θ Intermitterend.

Een kind, æt. 2, drie weken geleden gevaccineerd; omstreeks de negende of tiende dag was de arm ontstoken en gezwollen; in enkele dagen ontstond op de plaats waar de ingreep was verricht een zweer zo groot als een halve penny, uitgehold en de spieren blootleggend.

Na vaccinatie rode en ontstoken zwellingen, soms zich uitbreidend over de hele arm; koorts; misselijkheid van de maag; hoofdpijn; rugpijn; abces in de axilla, enz.

Bloedzweren en wratten op de armen.

Abces en oedemateuze zwelling van de arm na een dissectiewond.

Cariës of necrose van de humerus.

Ontsteking van het ellebooggewricht, met aanmerkelijke zwelling; een fistuleuze opening leidde naar ruw bot dat dunne, groenachtige pus afscheidde; hectische koorts en grote vermagering. θ Cariës van het ellebooggewricht.

Ankylosis van het ellebooggewricht, met zwelling en pijn bij iedere poging tot bewegen, bijna volledige stijfheid van de vingers.

Stekende, trekkende, scheurende pijn in de beenderen van de ellebogen dag en nacht, < door de geringste aanraking of beweging.

Ettering van het celweefsel van de gehele rechteronderarm.

Cariës van de ulna.

Fungerende woekering van de armstomp na amputatie wegens kanker.

Een grote vlezige wrat op de linkeronderarm.

Furunkel op de armen.

Scheurende pijn in de pols en de muis van de hand.

Steken in de pols 's nachts, zich uitstrekkend naar de arm.

Cariës van het polsgewricht.

Exsudatie van synoviale vloeistof in de pols, voortvloeiend uit een verrekking.

Een ganglion of elastische cyste aan de strekzijde van de linkerpols.

Krampachtige pijn en mankheid van de hand na geringe inspanning.

Gevoel van gevoelloosheid in de handen en tintelingen in beide armen.

Inslapen van de handen 's nachts.

Vaak genoodzaakt de pen neer te leggen tijdens het schrijven wegens mankheid in de rechterhand.

Tonische spasme van de hand tijdens het schrijven.

Verlamming van de handen. θ Lepra.

Enchondroom aan de rechterhand, metacarpale beenderen vergroot, alle gewrichten stijf, op vele plaatsen blootliggend door ulceratie van de huid, beenderen carieus.

Wen op de pezen van de strekkers van de middelvinger; hygroom.

Een pustel op de handrug.

Kloofvorming van de huid op armen en handen.

Een bursa op de handrug.

Vochtige tetter op de hand.

Overvloedig zweet op de handen.

Samentrekking van de buigpezen; pijnlijk bij het bewegen van de vingers.

Linker middelvinger gebogen en verstijfd; bij het uitstrekken ervan grote pijn langs de gehele strekpees op de handrug.

Pijn als van een splinter in het buigvlak van een vinger.

Pijn in de linkerwijsvinger alsof er een panaritium zou ontstaan.

Gevoel alsof de vingertoppen aan het etteren waren.

Gevoel van gevoelloosheid van een vinger, alsof deze dik was en het bot vergroot.

Paralytisch trekken in de vingers.

Scheuren in de vingers en in de gewrichten van vingers en duimen.

Stekende pijn als van inslapen, nu eens in de ene dan weer in de andere vinger, ook in de armen.

Steken in de duimmuis.

Trekkend gevoel in de gewrichten van de rechtervinger alsof zij uit hun kommen werden getrokken.

Atrofie en gevoelloosheid van de vingers.

Branden in de vingertoppen.

Jichtafzettingen in de grote gewrichten van de vingers.

Een corroderende blaar met hevige jeuk op het eerste gewricht van de wijsvinger.

Een krachtige man van middelbare leeftijd werd vier weken tevoren door een man in de linkerduim gebeten; de duim was tot dubbel zijn grootte gezwollen; over de gehele lengte warm, rood; een kleine opening aan de binnenzijde van het midden van de eerste falanx, omgeven door een rode verheven rand; de sonde kon tot in de duimmuis worden ingebracht; er was grote drukpijn met een zeer overvloedige afscheiding van een zeer aanstootgevende vloeistof, lijkend op wijngist; brandende, schietende pijn, < bij druk, door beweging en 's nachts.

Een kleine kloof in de wijsvinger begon te branden en pijn te doen; een lymfevat raakt ontstoken en strekt zich vandaar over de pols uit, en op de zere plek vormt zich een corroderend blaasje met brandende, drukkende, stekende pijnen.

Mevr. H., æt. ongeveer 50, werd geroepen om de rechterwijsvinger te laten amputeren; een jaar geleden had zij een fijne glassplinter in de top van de wijsvinger gekregen en het lukte haar niet al het glas te verwijderen, daar het fijn verbrijzeld was geraakt; dit gaf geen last tot vroeg in de vorige zomer, toen het uiteinde van de vinger pijnlijk en zeer gevoelig werd; de pijn strekte zich uit langs de r. arm naar de axilla, vandaar naar de rechterzijde van de thorax; enige lymfatische zwellingen en krachtsverlies in de rechterarm, dreigende verlamming; zij was niet in staat huishoudelijke bezigheden zonder pijn te verrichten; pijn niet langer te verdragen; lichamelijk en geestelijk afgemat; gelaat bleek, cachectisch; scrofuleuze diathese; onrustig, zenuwachtig; rechterarm en pols zwak; had het gevoel alsof zij niets kon optillen of doen; nagels geel en broos; slapeloosheid door pijn; voelt zich 's morgens niet verfrist; na Silica kwamen fijne glassplinters naar buiten; de algemene gezondheid verbeterde en zij hervatte haar bezigheden, die zwaar zijn, en heeft sindsdien geen pijn of last meer gehad in zijde, arm of vinger.

Omloop; panaritium; lancinerende pijnen; ontsteking dringt diep door tot pezen en kraakbeenderen en beenderen.

Branden, jeuk, steken, zeurende pijn in de rechterwijsvinger. θ Panaritium.

Cariës aan de vingers.

Na een beet duim tot dubbel zijn grootte gezwollen, warm, ontstoken, pijnlijk bij druk.

Na het snijden in een vinger en het afschaven van de huid van een andere wilden de wonden niet genezen; zij etterden, de pus had een vuilwitte kleur; kloppende pijn in het ontvelde oppervlak.

Pijnlijke harde zwelling op het middelste gewricht van de pink, met rood verkleurde huid boven de zwelling.

Aandoening van het bot van de wijsvinger halverwege tussen knokkel en volgend gewricht; lichte witachtige afscheiding uit een kleine opening en het vlees op die plaats sterk gezwollen en verkleurd.

Metacarpale beenderen van de eerste vier vingers van de rechterhand gezwollen in zodanige mate dat ovale, harde, knobbelige massa's met egaal oppervlak gevormd werden; gewrichten uitgewist en onbeweeglijk; op sommige plaatsen geülcereerde oppervlakken waaronder de beenderen bij sonderen een ruw geluid gaven; vorming van sinussen; geen eetlust; grote pijn; slaperigheid overdag; matheid en neerslachtigheid.

Botpanaritium; diepgelegen pijnen; < door warm bed; brandende, stekende, zeurende pijn in oppervlakkige delen.

Panaritium op het onderste derde deel van het tweede falangeale bot van de rechter middelvinger, vanaf het begin zeer pijnlijk en sterk gezwollen, de slaap verhinderend; er was een vrije opening gemaakt (in de lengte) van een duim lang en deze lag nu in het midden wijd uiteen, maar dit had slechts twee of drie uur verlichting gegeven en sindsdien was het veel pijnlijker geweest; het was sterk gezwollen en zeer ontstoken bijna tot aan de pols, met een rode streep die zich bijna tot aan de elleboog uitstrekte; pijn werd gevoeld tot in de schouder, ernstige kloppende, stekende scheuten; ichoreuze afscheiding; voelde zich uitgeput door de pijn.

Panaritium aan de rechterwijsvinger, waar zich reeds etter had gevormd; de hele vinger was gezwollen, blauwrood en pijnlijk bij aanraking; handpalm ook sterk gezwollen; in enkele dagen werden vier afzonderlijke etterhaarden gevormd, één in elk van de drie falangen, de vierde op het metacarpale bot van de rechterwijsvinger; de vernietiging van de weke delen was zo groot dat op sommige plaatsen het bot zichtbaar was; kleine genecronseerde botsplinters kwamen los uit het metacarpale bot en de eerste falanx.

Omloop; ulceratie rond de nagels; nijnagels.

Subcutaan panaritium van de rechterwijsvinger; vinger gezwollen, rood, op de rugzijde een grote verzameling pus onder de huid; branden, jeuk, steken, zeurende pijn; iedere kleine verwonding veroorzaakte ulceratie.

Nagels: ruw, geel, misvormd, broos; witte vlekken; blauw, bij koorts; bevordert de groei van nieuwe.

Grote

droogheid in de vingertoppen, in de namiddag.

ONDERSTE LEDEMATEN [33]

Heupgewrichtsontsteking.

Heupaandoening met fistuleuze openingen.

Scheurende pijn in de heupen.

Hevig beurs gevoel in de heupen en in de lendenen, pijnlijk bij bukken.

Suppuratie en cariës van het heupgewricht; fistuleuze openingen zeer gevoelig bij aanraking.

Spontane luxatie van de femurkop naar achteren, bij een baby van acht dagen oud; verkorting van het lidmaat met een halve inch.

Ernstige pijn die van de heup tot de voet uitstraalt; > 's nachts, zodat zij kreunt en huilt en niet kan slapen; de geringste druk veroorzaakt beven van het hele lichaam en soms spasmen; kan de voet niet bewegen; temperatuur verhoogd; verlies van eetlust; grote dorst; stoelgang moeizaam; vermagering.

Ischias sinds zeven jaar.

Zwakte van de onderste ledematen; grote vermoeidheid na een korte wandeling.

Zwaar gevoel in de onderste ledematen.

Ledematen en voeten voelen zeer vermoeid en als verlamd aan.

Beven van de benen met extreme nervositeit.

Gevoel van krachtverlies in de benen.

Linkerdij aangetast onder de trochanter. θ Necrose.

Zeurende pijn in de lendenen, schietend naar beide benen.

Prikkelende en schietende pijn in de linkerdij.

Trekkerig gevoel van de rechterheup omlaag tot aan de tenen.

Het femur doet aan alsof het geslagen is bij lopen, zitten en liggen, zelfs 's morgens bij het ontwaken.

Frequente pijn in de dij, trekkend en stekend.

Trekken in de dijen, zich uitbreidend tot de voeten.

Scheurende of stekende pijn in de dijen.

Pulserend gevoel in de rechterdij.

Hanengang.

Phlegmasia met contractie van weefsels en peesscheden.

Ontsteking van het celweefsel van de dij, die tot het dubbele van haar omvang is toegenomen, terwijl de rest van het lichaam vermagerd is; beweging en aanraking veroorzaken hevige pijn.

Abces aan de binnenzijde van de rechterdij; linker enkel en voet gezwollen.

Furunkels op de dijen.

Twee fistels in het onderste derde deel van het femur. θ Cariës.

Pijnen en fistel in het bovenste derde deel van het rechterbeen. θ Cariës.

Necrose van het femur sinds twee jaar.

Gezwollen en necrotisch femur met sekwesters.

Twee fistels in het onderste derde deel van het femur, die (ondanks bijtmiddelen) niet wilden sluiten; de hele voet gezwollen en rood, en cariës gemakkelijk aantoonbaar.

Jongen, æt. 15, had twee jaar geleden een pijnloze weke zwelling aan de buitenzijde van het linkerfemur, juist onder de trochanter, zo groot als een kippenei, die zich binnen enkele dagen opende en dunne, excoriërende, waterige etter afscheidde; spoedig werden botsplinters van donkere kleur uitgestoten, sommige bijna zwart en af en toe in de vorm van schilfers; er waren drie openingen ter grootte van een tarwestrohalm, met verheven afgeronde randen; het lidmaat gebogen, hij liep met behulp van een stok; incidentele aanvallen van constipatie, waarbij, nadat na veel persen de feces tot aan de anus waren gebracht, zij weer leken terug te glijden. θ Necrose van het femur.

Bloedzweren op dijen en kuiten.

Zwakte van de knieën.

De knie is pijnlijk alsof zij te strak omzwachteld is.

Scheuren in de knieën tijdens zitten, verdwijnend bij beweging.

Zwakte van de benen, vooral bij het afgaan van treden, beven van de knieën.

Hevige stekende of lancinerende pijnen in de knieën. θ Gonorthrocace.

Ontsteking van het kniegewricht met aanmerkelijke zwelling en diep in het gewricht gelegen lancinerende pijn. θ Tumor albus van de linkerknie.

Linker kniegewricht dubbel zo groot als het gezonde, witte glanzende deegachtige zwelling, temperatuur slechts licht verhoogd, beweging beperkt, been gecontraheerd, matig vermagerd.

Jarenlang ontsteking van de rechterknie; soms niet in staat zich te verplaatsen; het gewricht volledig half zo groot weer groter dan het andere, oedemateus en pijnlijk bij druk of door inspanning.

Vergrote bursa over de patella.

Grote cyste op de rechterpatella, niet ontstoken maar uiterst gevoelig voor aanraking, belemmert lopen of werken aan de naaimachine; koude voeten, vooral 's nachts, en krampen in de kuiten; voeten altijd koud tijdens de menstruatie. θ Hygroma van de patella.

Gonocace, pijnen stekend, lancinerend; zwelling deegachtig; fistuleuze openingen met harde randen, die groenachtig-gele etter afscheiden.

Chronische synovitis van de knie met grote zwelling en ankylose.

Gonitis na onderdrukking van gonorroe; bleke zwelling, grote stijfheid; < 's nachts; hittegevoel in het aangedane deel; pijnlijk bij aanraking; zweterige huid; onrust in bed; > door warmte.

Beginnende ankylose van de knie. θ Cariës.

In de knieholte links, dunne korstige eruptie die zich invreet en dun, corroderend ichor afscheidt.

Elephantiasis Arabum; beide voeten, benen en onderste deel van de dijen aangedaan; handrug eveneens aangedaan; nu en dan erysipelateuze verschijnselen.

Rode, schrijnende plek op de rechtertibia.

Zweren op het onderbeen op de tibia.

Cariës van de tibia.

Een jongen, æt. 18 maanden, letsel van de tibia na een val ongeveer negen maanden geleden; bijna geheel beroofd van het gebruik van het been, liep ogenschijnlijk met grote pijn; bovenste deel van de tibia sterk ontstoken, etter kwam uit twee openingen.

Periostitis aan de binnenzijde en anterieure rand van de tibia, van het bovenste derde deel tot op twee inch van de enkel.

Jongen, æt. 16, lymfatisch temperament, na een kneuzing achttien maanden geleden, het been pijnlijk, met afscheiding van dunne excoriërende waterige etter; botsplinters werden uitgestoten.

Anterieure rand van de tibia gehypertrofieerd. θ Cariës.

Cariës van tibia en fibula.

Drukkend-stekende pijn in het ulcererende deel van het been.

Steken en branden in en rond een zweer op het been.

Nachtelijke pijnen in de zweer.

Een zwelling ter grootte van een walnoot in de rechter kniekuil.

Furunkel op de kuiten.

Mankheid van de benen, < 's morgens met zwaar gevoel in het hoofd en suizen in de oren.

Wanneer het ene been veel pijn doet, is het andere geheel gevoelloos.

Zweren op het onderbeen met bleek gelaat.

Koude benen en voeten na onderdrukt voetzweet.

Bij lopen het gevoel alsof de kuiten te kort zijn, onmiddellijk verdwijnend bij zitten.

Spanning in de kuiten als van kramp bij lopen.

Krampen: in de kuiten; in de voetzolen.

Kuiten gespannen en samengetrokken.

Vier maanden nadat de rechterkuit met een bijl was ingehakt; de wond was ongeveer drie en een halve inch lang en in het midden over een volle inch uitgeweken en opgevuld met zachte fungoïde granulaties, met afscheiding van een dunne sereuze secretie als vleesnat, met foetide geur, die ook langs de fascie was doorgedrongen en de spieren tot aan de enkel bedekte, zodat de ruimte juist boven en naast de enkel werd gevuld; overdag raakte die geheel vol en men moest de voet boven de knie heffen om haar via de opening te laten afvloeien; de holte was ongeveer negen inch diep; de hele kuit gezwollen en in harde, knobbelige massa's, gevoelig voor druk, met doffe, zware zeurende pijn.

Zweren op de kuiten.

Zwakke enkels.

Krampachtige pijn in de enkel.

John D., æt. 34, had met zijn voeten in water gezeten; de volgende dag waren de klieren van de hals gezwollen; vervolgens vormde zich een groot abces aan de binnenzijde van de rechterdij, en tegelijk zwollen de linker enkel en voet op, met vorming van etter; zeven weken later scheidde het abces in de dij nog steeds af, en uit vijf tot zes fistuleuze openingen in enkel en voet werd een grote hoeveelheid ongezonde etter afgescheiden; de voet enorm gezwollen; algemene gezondheid sterk aangetast; hectische koorts; pols 130; eetlust gering; amputatie waarschijnlijk gevolg; de openingen werden vergroot door ruime incisies; de mediale malleolus bleek carieus en de tarsale beenderen evenzeer aangedaan; na Silica 2c., één dosis per dag, en warme pappen van lijnzaadmeel, was er binnen twee weken duidelijke verbetering; het abces in de dij was gesloten; na Silica 6m., nog eens vier weken later, was de zwelling bijna verdwenen en de afscheiding opgehouden; er was lichte beweging in het enkelgewricht, die geleidelijk verbeterde, en toen de man verscheidene weken later het ziekenhuis verliet, kon hij met een stok lopen.

Zwakte van de voeten.

Kan niet lopen wegens mankheid of gevoeligheid in de voeten, van de wreef omlaag door de voet tot aan de zool, en door dat hele deel van de voet. θ Zwangerschap.

Pijnlijke tonische spasme in voeten en tenen tijdens een lange wandeling.

Pijnen door de voet van enkel tot zool.

Voeten

ondraaglijk gevoelig.

Branden van de voeten.

De voeten zakken onder haar weg bij het lopen.

Zwelling van de voeten tot aan de enkels.

Zwelling van de voeten met roodheid waarbij druk binnen korte tijd een witte plek veroorzaakt; met pijn die uitstraalt van de tenen naar de malleoli.

Man, æt. 55, door het dragen van nauwe laarzen, een blaar ter grootte van een zilveren kwart dollar op de wreef van de rechtervoet, die afschilferde en een zweer achterliet die niet genas en in diepte toenam.

Vrouw, æt. 80, verstuikte de tenen van de rechtervoet door uit te glijden; tekenen van abces hier en daar; bij opening van een ervan sijpelden bloed en vocht eruit; er vormden zich blaren; gangreen dreigde.

Mme. P., æt. 25, van zwakke gezondheid, leed sinds drie jaar aan een kwaal die jaarlijks begon bij het begin van de winter en gedurende twee of drie maanden hevig lijden veroorzaakte, gedurende welke tijd zij genoodzaakt was in bed te blijven; er ontstonden op de voetrug pijn, roodheid en zwelling; dit werd een abces en etterde gedurende twee of drie maanden met veel hevige pijn; de afscheiding was ichoreus en voerde soms botfragmenten mee af.

Cariës van de tarsus.

Prikkelingen en steken in de linkerhiel.

Krampen in de voetzolen.

Wellustige tinteling in de voetzolen, tot wanhoop drijvend.

Cariës in de hielbeenderen.

IJskoude voeten.

Warme voeten in de avond, op andere tijden zijn de extremiteiten koud.

Voeten zeer droog, roken als die van een oud persoon. θ Diarree bij dentitie.

Branden van de voetzolen.

Ongelooflijk slechte, zure of aasachtige geur van de voeten, zonder transpiratie, elke avond.

Voetzweet: offensief, maakt de voeten pijnlijk; rauwheid tussen de tenen; foetide, onderdrukking veroorzaakt andere aandoeningen; overmatig.

Overmatige transpiratie van de voeten, die in de winter koud en in de zomer pijnlijk waren.

Voeten transpireren voortdurend maar worden gemakkelijk koud, daarna volgt flauwte, vervolgens grote uitputting; vóór de flauwte-aanval bleekheid van het gelaat en beven; moet gaan zitten; vroeger bijna elke week neusbloeding.

Een jonge krachtige boer, die nooit ziek was geweest, onderdrukte het zweet van zijn voeten doordat hij ze nat liet worden; vanaf die tijd, nu twee maanden geleden, krijgt hij zijn voeten niet warm; voelt zich uitgeput en alsof hij overal geslagen is; heeft druk en beklemming over de borst; lendenen en gehele rug voelen als dood aan; 's morgens misselijkheid en braken van slijmerige stoffen, waardoor hij zeer uitgeput raakt.

Onderdrukt voetzweet: nevel voor de ogen; cataract; voortdurende tandpijn; verlies van eetlust; ijskoude voeten 's avonds in bed.

Een grote corroderende zweer met hevige jeuk op de hiel.

Voortdurende hevige pijn in de grote teen, zodat hij nauwelijks kan stappen.

Pijnen onder de nagel van de grote teen en steken daarin.

Frequente borende pijn in de grote teen.

Scheuren in de grote teen in de avond.

Hevige steken in likdoorns.

Steken in de likdoorn, waarbij de voeten opschokken.

Jeukende snijdende pijn onder de teennagel.

Jeukende, suppurerende korsten op tenen die bevroren waren geweest.

Ingroeiende teennagels.

Ulceratie van de grote teen, met stekende pijn.

Enchondroom begon bij een kleine jongen in de wijsvinger; deze werd geamputeerd; spoedig kende de andere dezelfde geschiedenis en raakte de teen aangedaan.

Offensief teenzweet.

Trekkend gevoel in de gewrichten van de tenen alsof zij uit hun kommen getrokken werden.

Cariës van de linker grote teen en het metatarsale bot, met afscheiding van waterige vloeistof door fistuleuze openingen.

Abces na verstuiking van de tenen van de rechtervoet.

LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]

Trillen van de ledematen, vooral van de armen.

Zwakte in de ledematen.

Spiertrekkingen in de ledematen, dag en nacht.

Ledematen: slapen gemakkelijk in; pijnlijk en mank, 's avonds.

Stekende pijn in de ledematen 's nachts.

Ledematen koud; voorbijgaande plaatselijke transpiratie van voeten en oksels.

Reumatische pijnen in de ledematen.

Hardnekkige pijnen in de ledematen, < bij weersverandering; na een verkoudheid.

Scheurende pijn in de ledematen, met een neerzakkend en stromend gevoel. θ Chronische hepatitis.

Zweet aan handen en voeten na koorts.

Frequente ulceratie rond de nagels.

Nagels grijs, vuil alsof ze vergaan zijn; bij het knippen vallen ze als poeder uiteen en splijten in lagen.

Misvormde nagels aan vingers en tenen.

RUST. HOUDING. BEWEGING [35]

Rust : gevoel alsof golven van water over het hoofd gaan >.

Liggen : astma < ; onwillekeurig trekken in de rug ; pijnen in het dijbeen.

Op de zij liggen : flauwte.

Op de rechterzij liggen : pijn in de lever <.

Op de linkerzij liggen : duizeligheid.

Op de rug liggen : dyspneu.

Wil gaan liggen : gevoel van grote vermoeidheid ; zwakte.

Moet gaan liggen : hoofdpijn.

Kan niet gaan liggen : beklemming.

Steunend op de armen : deze slapen in.

Zitten : langdurig, oorpijn < ; hartkloppingen ; kloppen door het hele lichaam ; pijnen in het dijbeen ; scheurende pijn in de knieën ; gevoel alsof de kuiten te kort waren verdwijnt ; langdurig, grote onrust van het lichaam.

Gapen of slikken : verstopping in het oor >.

Moet gaan zitten : duizeligheid.

Bukken : duizeligheid ; hoofdpijn ; hernieuwt schokken in het voorhoofd ; hoofdpijn < ; dyspneu ; pijn in de onderrug ; hevige pijn omhoog langs de wervelkolom ; beurs gevoel <.

Opstaan vanuit liggende houding : duizeligheid ; onmogelijk ; pijn in de rug.

Opstaan uit een stoel : pijn in de onderrug.

Beweging : duizeligheid < ; hoofdpijn < ; pijnen in het hoofd < ; braken van een bittere, gele substantie ; pijn in de oren < ; kloppende gevoeligheid in de lever < ; hoest < ; zweet ; pijn in de leverstreek < ; de geringste, < bloeding ; pijn in de longen ; kromming van de wervelkolom pijnlijk ; pijn in stijve vingers ; pijn in de ellebogen < ; van de vingers, buigpezen pijnlijk ; van de pijnlijke gezwollen duim pijn < ; van de voet onmogelijk van de pijn ; scheurende pijn in de knieën verdwijnt ; van het been beperkt, gezwollen knie ; spieren pijnlijk ; veroorzaakt kouwelijkheid.

De ogen openen : drukkende pijn <.

Schrijven : tonische spasmen van de hand.

Zich plotseling omdraaien : hernieuwt schokken in het voorhoofd.

Lopen : ontvelling tussen de tenen ; kloppende gevoeligheid van de lever < ; stekende steken in het rectum ; kortademigheid en hijgen ; moeilijk, zwakte en verlamd gevoel in de rug, brandend gevoel in de rug ; veroorzaakt grote vermoeidheid ; pijnen in het dijbeen ; alsof de kuiten te kort waren ; spanning in de kuiten ; langdurig, tonische spasmen in voeten en tenen ; de voeten zakken weg.

Hard stappen : trillend-schokkend gevoel in het hoofd.

Elke stap wordt pijnlijk gevoeld ; opgesloten winden.

Kan niet op de rechtervoet steunen zonder de pijn in de lever sterk te verergeren.

Trap af gaan : zwakte van de benen en beven van de knieën.

Lichaamsbeweging : na elke, misselijkheid ; bij zweterige gonorroe < ; ontstoken knie pijnlijk ; gebrek aan vitale warmte.

Inspanning : lichte pijn en mankheid van de hand ; de geringste, zweet.

Hardlopen : dyspneu.

ZENUWEN [36]

Sterke wens om gemesmeriseerd te worden.

Gevoel van grote vermoeidheid en zwakte, wil gaan liggen.

Grote zwakte, 's morgens.

Zeer zwak en trillend, na lopen 's avonds.

Overmatige uitputting. θ Tyfus.

Langdurige reconvalescentie. θ Cerebrospinale meningitis.

Gevoel van grote zwakte en slaperigheid tijdens een onweer.

Grote zenuwzwakte; vermagering; flauwvallen bij liggen op de zijde.

Het kind leert langzaam lopen.

Kan niets vasthouden. θ Ziekte van de wervelkolom.

Voelt zich uitgeput en alsof hij overal geslagen is. θ Onderdrukt voetzweet.

Grote zenuwzwakte; uitputting met erethisme; neerslachtigheid kan door wilskracht worden overwonnen.

Uitspattingen, zware arbeid en voortdurend binnen opgesloten zijn veroorzaken hardnekkige neuralgieën, hysterische aanvallen of verlamming.

Overgevoelige personen die gebrekkig gevoed zijn, niet door gebrek aan voedsel maar door onvolkomen assimilatie; zij zijn gewoonlijk geconstipeerd en vatbaar voor plotselinge neuralgieën, erethisme en melancholie.

Vreselijk beven in de ledematen, vooral in de handen; soms geheel niet in staat een kopje thee op te tillen.

Trillerigheid bij het werken.

Grote lichamelijke onrust na lang zitten.

Innerlijke onrust en opgewondenheid.

Onrustig; kan niet stilzitten; schrikt van het minste geluid.

Gevoeligheid voor koude lucht; vat zeer gemakkelijk kou.

Vat gemakkelijk kou, vooral bij het ontbloten van hoofd of voeten.

Gebrek aan vitale warmte, zelfs tijdens beweging.

De ledematen worden gemakkelijk gevoelloos, vooral de delen waarop men ligt.

Gemakkelijke bloedopwelling en voortdurende opgewondenheid.

Bloedopwelling met dorst na het drinken van kleine hoeveelheden wijn.

Raakt gemakkelijk overbelast door tillen.

Beurse pijn over het hele lichaam, alsof hij in een ongemakkelijke houding had gelegen.

Gekneusd gevoel over het hele lichaam, na coïtus.

Alle spieren zijn pijnlijk bij beweging.

Voortschrijdende sclerose van de achterstrengen.

Grote koudheid van de gehele linkerzijde van het lichaam, gevolgd door veelvuldig wegdommelen en opschrikken, alsof zij weg zou gaan zonder te weten waarheen; dan begint zij het bewustzijn te verliezen, spreekt onverstaanbaar, herkent niemand en wordt zo zwak dat zij zich niet alleen kan omdraaien; daarna een hevige convulsie, met starende blik, verdraaiing van de ogen, trekkingen van de lippen, het uithangen van de tong, uitstrekken en verdraaiing van hoofd en ledematen, een kwartier durend.

Epilepsie: spasmen breiden zich uit van de zonnevlecht naar de hersenen; komen 's nachts of bij nieuwe maan; aanvallen voorafgegaan door koudheid van de linkerzijde, schudden en verdraaien van de linkerarm.

Convulsies na vaccinatie.

Spasmen (waarschijnlijk door wormen) bij een kind, æt. 1 1/2, binnen drie weken geleidelijk toenemend in aantal totdat er dagelijks vijftien aanvallen waren, en ten slotte verlamming van de r. zijde.

Spasmen of verlamming door onderdrukt voetzweet.

Spasmen of verlamming berustend op veranderingen in het bindweefsel in hersenen of ruggenmerg.

Spasmen; aura, als een muis die door de ledematen loopt of van de zonnevlecht naar de hersenen; linkerzijde koud; linkerarm verdraait; schrikt op in de slaap; kermen, luid kreunen.

Spasmen door geringe prikkeling.

Vrouw, æt. 30, epileptische convulsies die maandelijks precies bij volle maan optreden.

Verlamming door tabes dorsalis.

Voortschrijdende locomotorische ataxie.

SLAAP [37]

Overmatig gapen.

Slaperigheid met matheid en neerslachtigheid.

Slaperigheid : na het eten ; 's avonds.

Onrustige slaap : vaak wakker worden met rillerigheid ; dromen die elkaar verdringen ; opschrikken met beven van het hele lichaam.

Werd om 2 uur 's nachts wakker en kon door een stormloop van gedachten niet opnieuw in slaap vallen.

Tijdens de slaap : jammeren en lachen ; luid praten ; opschrikken, schoktrekkingen van de ledematen, snurken ; nachtzweten ; nachtmerrie.

's Nachts rondlopen ; staat slapend op, loopt rond en gaat weer liggen ; somnambulisme.

Kind wordt wakker, zwaait met de armen en schreeuwt. θ Scarlatina.

In de slaap lopen bij nieuwe en volle maan. θ Lumbricoïde wormen.

Slaperig, maar kan niet slapen.

Slapeloos ; door opwellingen, orgasmen van bloed.

Slapeloosheid of slaap onderbroken door wellustige of angstaanjagende dromen ; hitte en congesties.

Slapeloosheid bij tuberculose.

Dromen : aangenaam ; wellustig ; angstig, over moorden, afschuwelijke dingen ; levendig over voorbije gebeurtenissen ; met heftig huilen ; dat iemand haar wurgt.

Nachtzweten ; hardnekkige hoofdpijn in de ochtend ; kouwelijk, misselijk.

Erecties en aandrang om te urineren maken hem wakker.

Voelt zich niet verkwikt en wil in bed blijven.

Tijd [38]

Tussen 1 en 7 uur 's morgens: hevige rilling.

Om 2 uur 's nachts: werd wakker en kon door een stroom van gedachten niet meer inslapen.

Om 6 uur 's morgens: zweet.

Van 6 tot 8 uur 's morgens: diarree.

Ochtend: hoofdpijn; hevige hoofdpijn; druk in het achterhoofd en in de nek; stekende pijnen in het hoornvlies; slijmafscheiding in het oog; verkleving van de ogen; neus verstopt; smaak van bloed; bittere smaak; vieze geur uit de mond; misselijkheid en braken; overvloedig uitputtend zweet; diarree; pijnlijke erecties vóór het opstaan; hese stem <; braken van taai slijm; hoest na het ontwaken; pijn in de onderrug bij het uit bed komen; niet verkwikt; pijn in het dijbeen; mankheid van de benen <; grote zwakte; hardnekkige hoofdpijn; zweet.

Overdag: supraorbitale pijn; coryza; scheurende pijnen in de borst en in de gelaatsbeenderen; plotselinge explosieve hoest; alleen expectoratie; slaperigheid; rillerigheid; acne-eruptie met alleen jeuk.

Namiddag: hevige rilling; droogheid van de vingertoppen; rillerigheid; hevige hitte en dorst.

Van 3 tot 5 uur 's middags: zweet.

Om 5 uur 's middags: schuddende rilling.

Avond: verschrikkelijke hoofdpijn; pijn in de zwelling van de traanzak <; de afvloeiende tranen zijn heet; jeuk van de neus veroorzaakt voortdurend wrijven; koorts; keel <; acute pijn van het abdomen naar de testes; ijskoude voeten; voortdurende aandrang tot ontlasting; transpiratie op het hoofd; hoest na het gaan liggen; hoest <; hete voeten; koude voeten; scheurende pijn in de grote teen; ledematen pijnlijk en lam; zeer zwak en beverig na het lopen; slaperigheid; koude rilling in bed; benen ijskoud; hevige hitte en dorst; zweet op het scrotum.

Dag en nacht: tandpijn; beven van de ledematen.

Om 11 uur 's avonds: zweet.

Nacht: branden in het hoofd <; hoofdpijn maakt hem wakker; zweet aan het hoofd; scheurende pijn in de hoofdhuid <; hoofd nat van het zweten; supraorbitale pijn; stekende pijnen in het hoornvlies; schietende pijn in de oren <; scheurende pijnen over de hele borst <; koorts; pijn in de tanden <; woedende neuralgie in de tanden; tandpijn <; braken van ingenomen voedsel; pijn in de leverstreek <; aandrang om te urineren, onwillekeurige mictie; brandende pijn verhindert rust; hoest maakt hem wakker; bloedopwelling; pijn in de onderrug; pijn in schouder en arm; steken in de pols; inslapen van de handen; pijn in de duim <; pijn van de heup tot de voet <; koude voeten; gonitis <; stekend gevoel in de ledematen; epilepsie; zweetaanvallen; rillerigheid; hevige hitte en dorst; koorts <; overvloedig zweet; jeuk en prikken in verschillende lichaamsdelen <.

TEMPERATUUR EN WEER [39]

Warme kompressen : hoofdpijn >.

Oververhitting : hoofdpijn.

Zitten dicht bij het vuur : rillingen ; een koud, uitgehongerd gevoel.

Warmte : pijn in de ogen > ; koliek > ; buikpijn > ; hoofdpijn > ; brandend gevoel in de rug ; gonitis >.

Zich warm inwikkelen : branden in het hoofd > ; gevoel alsof golven water over het hoofd gaan > ; chronische migraine > ; verlangt ernaar ; jeukende puisten op de hoofdhuid > ; hoofdpijn > ; voelt zich > als het hoofd is omwikkeld ; tumor in de nek > ; pijn in de schouder >.

Wil warm toegedekt blijven : blennorroe.

Warm omslag : pijn in de mastoïdstreek >.

Warme kamer : hoofdpijn > ; pijn in de ribben > ; kouwelijkheid.

Warm worden in bed : branden en jeuk van het hoofd < ; pijn bij fijt <.

Na korte tijd in bed : neuralgie <.

Aanraking van een warme hand : cefalalgie >.

Warm voedsel : afkeer van.

Warme dranken : hoest >.

Het hoofd of de voeten ontbloten : vat kou.

Kan het hoofd niet ontbloten : neiging om kou te vatten.

Uitkleden : branden en jeuk aan de achterkant van het hoofd <.

Verschonen van linnengoed : slechthorendheid <.

Open lucht : hoofdpijn < ; tranenvloed ; brandend gevoel in de rug.

Tocht : veroorzaakt hoofdpijn ; ogen gevoelig ; kan het niet verdragen in de nek ; veroorzaakt klachten in de rug.

Verdraagt geen kou of hitte : hoofdpijn.

Koude lucht : hoofdpijn < ; gevoelig ervoor, bij blennorroe ; blefaritis < ; bij inademen tandpijn < ; diarree door blootstelling ; hoofdpijn < ; klachten ondraaglijk ; overgevoeligheid ervoor.

Verandering van weer : pijn in de oren < ; pijn in de ledematen <.

Wassen : slechthorendheid <.

Koud water : tandvlees pijnlijk gevoelig ; droge hoest ; erin staan veroorzaakt metrorragie.

Koude dranken : verlangen ernaar ; hoest <.

Natte voeten krijgen : voetzweet wordt onderdrukt.

Na met de voeten in water te hebben gezeten : abces op het bovenbeen.

Vlak voor een storm : ciliaire neuralgie.

Tijdens onweer : aanvallen van bemoeilijkte ademhaling treden alleen dan op ; grote zwakte en slaperigheid.

Na blootstelling aan stormweer : ontsteking in het oog <.

KOORTS [40]

Gebrek aan lichaamswarmte ; altijd kouwelijk, zelfs bij inspanning.

Aangedane delen voelen koud aan.

Linkerzijde plotseling koud ; vóór epilepsie.

Rilling, ’s avonds in bed.

Vaak rillerigheid, met incidentele koortsigheid.

Rillerigheid : voortdurend, inwendig ; bij iedere beweging, de hele dag ; ’s nachts, half wakker ; ’s avonds ; ’s middags, vooral in de armen, in een warme kamer ; ’s avonds in bed, zodat hij rilde.

Durfde haar handen niet buiten de dekens te steken.

Schudrilling om 5 P. M.

IJskoud rillen, vaak huiveringen over het hele lichaam.

De benen tot aan de knieën en de voeten zijn ’s avonds ijskoud.

Rillingen over het hele lichaam, een koud, uitgehongerd gevoel; hoe dicht hij ook bij het vuur zat, hij kon niet warm worden.

Hevige kouderillingen tussen 1 en 7 A. M.

Vaak korte hitteopwellingen, vooral in gezicht en hoofd.

Hevige algemene hitte, hevige dorst in de namiddag, de avond en de hele nacht.

Koorts < ’s nachts.

Periodiek terugkerende hitte overdag, zonder voorafgaande kouderilling ; gevolgd door licht zweet.

Zweet : op het hoofd ; sterk riekend ; van het gezicht stromend ; het kussen natmakend ; op het scrotum, ’s avonds ; overvloedig zweet aan de handen ; alleen op hoofd en gezicht ; bij de geringste inspanning ; warm, na epilepsie ; overvloedig bij tyfus ; periodiek om 11 P. M., 6 A. M. of 3 tot 5 P. M. ; overvloedig ’s nachts ; op de lendenen ; ’s morgens.

Nachtzweten ; zuur en kwalijk riekend ; verzwakkend ; meestal na middernacht ; overvloedig bij ettering of bij phthisis.

Koorts tijdens het tandenkrijgen.

Bij een kind, æt. 21 maanden, iedere dag bij het ontwaken na de ochtendslaap, omstreeks 12 of 1 P. M., koorts aanhoudend tot 4 of 5 P. M., gevolgd door zweet aan handen en voeten ; met de koorts korte, snelle ademhaling, koude voeten, geen eetlust ; ligt stil ; armen koud en heeft cutis anserina.

Wormkoortsen nemen een trage chronische vorm aan bij scrofuleuze kinderen met dikke buiken en veel transpiratie aan het hoofd.

Hectische koorts, vooral tijdens langdurige etteringsprocessen.

Wisselkoorts, waarbij de hitte overheerst.

Tyfoïde vormen van koorts, grote zwakte, overvloedig zweet ; verlangen gemagnetiseerd te worden.

Vlekkoorts ; ook bij trage reconvalescentie.

AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]

Paroxysmen: één of twee minuten durende, schokachtige druk in het hoofd; pijn in de ogen.

Aanvallen: van fluitende ademhaling en verstikking.

Periodiek: hoofdpijn; hitte overdag; zweten.

Afwisseling: symptomen van het ene oog naar het andere; droge en lopende neus.

Enkele uren aanhoudend: pijn na de stoelgang; pijn dwars over de borst.

Gedurende vier uur: woelde in bed met hoofdpijn.

Elke ochtend: bij het snuiten komen harde, droge slijmmassa's uit de neus, gevolgd door pus.

Elke dag; omstreeks 1 uur, hevige brandende pijnen in het rechteroog; bij het ontwaken, omstreeks 12 of 1 uur 's middags, koorts aanhoudend tot 4 of 5 uur 's middags.

Dagelijks: vijftien aanvallen van spasmen.

Elke avond: ondraaglijke geur van de voeten zonder transpiratie.

Elke nacht: urine-incontinentie; kriebeling in de keelholte.

Bijna elke nacht: genoodzaakt op te staan om te urineren; nachtelijke enuresis.

Gedurende verscheidene dagen: aanvallen van waterige diarree.

Tweemaal per week: zaadlozingen.

Om de vijf tot zeven dagen: stoelgang.

Gedurende zes dagen: pijn in de mastoïdstreek.

Elke zevende dag: hoofdpijn.

Bijna elke week: neusbloeding.

Gedurende verscheidene weken: hevige neuscatarrh.

Om de twee weken: menstruatie.

Om de twee of drie weken: hevige hoofdpijn, aanhoudend gedurende achtendertig tot achtenveertig uur.

Sedert zes weken: oogontsteking.

Gedurende zes weken: metrorragie.

Tijdens nieuwe en volle maan: pijnen in de leverstreek <.

Bij nieuwe maan: epilepsie; slaapwandelen.

Bij volle maan: epileptische convulsies; slaapwandelen.

Gedurende twee maanden: flictenulaire conjunctivitis.

Om de twee of drie maanden: menstruatie.

Gedurende vier maanden: afscheiding en ulceratie onder het rechter onderooglid.

Gedurende negen maanden: bloedingen uit de longen.

Eind augustus: hooiastma.

Zomer: schilferende uitslag op de hoofdhuid >; pijnlijke voeten.

Nadering van de winter: schilferende uitslag van de hoofdhuid <; pijn, zwelling en ettering van de voet.

Winter: koude voeten.

Gedurende één jaar: cystische tumor van het onderooglid.

Gedurende twee jaar: leed aan ontsteking van het traankanaal; necrose van het dijbeen.

Gedurende drie jaar: pijn, roodheid en zwelling op de voetrug, daarna abces.

Jarenlang: verschrikkelijke hoofdpijn; ontsteking van de knie.

Sedert verscheidene jaren: stinkende afscheiding uit de oren.

Sedert zeven jaar: ischias.

Sedert twaalf jaar: doofheid.

LOCALISATIE EN RICHTING [42]

Rechts : moet naar opzij lopen, duizeligheid ; steken in de wandbeenstreek ; aanhoudend vlekje voor het oog ; troebeling van de lens van het oog ; cataract ; neuralgie boven het oog ; brandende pijnen in het oog ; conjunctiva geïnjecteerd ; pijn in de traanzak ; trachoom van de conjunctiva van het oog ; ulceratie van de cornea ; afscheiding en ulceratie onder het onderste ooglid ; littekens boven de onderste orbitarand ; zwelling in de streek van de traanklier en de traanzak ; zwelling van de traanzak ; ichoreuze afscheiding uit het oor ; musculaire verlamming van de aangezichtszijde ; trekkende pijn in het jukbeen ; pijnlijke korst diep in het neusgat ; lupus op de oorlel ; zwelling op de wang ; pijn in de streek van de onderkaak ; zijde van de onderlip gezwollen ; zweer aan de rand van de tong ; alsof er een brok aan de zijkant van de keel zit ; gevoeligheid van de lever bij liggen op de zijde < ; onder de zwevende ribben ulceratieve pijn ; kan niet op de voet stappen zonder < pijn in de lever ; abces in de lies ; alsof de zijkant van de hand verlamd was ; scirrhus in de borst ; knobbel in de mamma ; tumor van de borst ; scirrhus nabij de tepel ; hevige jeuk van de gezwollen mamma ; stekende pijn in de long ; grote holte in de long ; zwelling onder de tepel ; zweer aan het been ; kwab van de schildklier gezwollen ; stekend gevoel in het schouderblad ; pijnlijk gevoel aan de zijkant van de wervelkolom boven het heupgewricht ; pijn in het schoudergewricht ; acute pijn in het schouderblad ; zwakte van arm en pols ; doof gevoel in de arm ; ettering van het cellulaire weefsel van de onderarm ; mankheid van de hand ; enchondroom op de hand ; trekkende pijn in de vingergewrichten ; wijsvinger verwond door een glassplinter, uitstralende pijn naar de arm, vandaar naar de thorax ; verlies van kracht van de arm ; zwakte van arm en pols ; zeurende pijn in de wijsvinger ; botten van de vingers gezwollen ; fijt aan de middelvinger ; fijt aan de wijsvinger ; trekkend gevoel van de heup naar de tenen ; pulserend gevoel in het dijbeen ; abces aan de binnenzijde van het dijbeen ; pijn en fistel aan het been ; ontsteking van de knie ; grote cyste op de patella ; schrijnende plek op de tibia ; zwelling in de knieholte ; wond in de kuit ; abces op het dijbeen ; blaar op de voetrug ; abces na verstuiking van de tenen ; verlamming.

Links : bij liggen op de zijde, duizeligheid ; misselijkmakende pijn aan de zijkant van het hoofd ; het wandbeen is bedekt met een grote, zachte, elastische zwelling ; doorborend stekend gevoel in het oog ; drukkende pijn boven het oog ; schietende pijn in het oor ; prikkelend, zeurend, jeukend gevoel in het oor ; chronische sinus vóór het oor ; zak gezwollen en met jeuk ; abces van de arm ; verharding van de mondhoek tot aan de wang ; cariës van de onderkaak ; abces van de arm ; prikkelend gevoel in de keel alsof er een brok aan de zijkant van de keel zit ; gevoeligheid, zwelling van de liesstreek over de venusheuvel heen ; scheurende pijn in het dijbeen ; borende pijn in de slaap, de nervus supraorbitalis en de oogkas ; schietende pijn in de tepel ; pijn in nodulaire zwelling van de borst ; zware reutels in de bronchus ; tumor in de borst ; ankylose van het schoudergewricht ; kleine tumor in de borst ; tumor aan de zijkant van de nek ; zwelling van het schouderblad ; schudden van de arm ; een grote vlezige wrat op de onderarm ; een ganglion op de pols ; middelvingers gebogen en verstijfd ; pijn in de wijsvinger ; duim gezwollen door een beet ; necrose van het dijbeen ; schietende pijn in het dijbeen ; enkel en voet gezwollen ; pijnloze zachte zwelling op het femur ; kniegewricht dubbel zo groot als een gezond gewricht ; eruptie in de knieplooi ; prikkelend gevoel en steken in de hiel ; cariës van de grote teen ; koude van de zijde ; schudden en wringen van de arm.

Van rechts naar links : pijn in de slapen.

Eerst links dan rechts : beurse pijn boven de ogen ; zwelling aan de voorzijde van de keel.

Van boven naar beneden : drukkende hoofdpijn.

Van binnen naar buiten : steken in de oren.

GEWAARWORDINGEN [43]

Vatbaar voor zenuwprikkels, voor magnetisme; alsof zij in twee helften verdeeld was en de linkerzijde niet tot haar behoorde; alsof men voorover zou vallen; duizeligheid alsof men dronken was; alsof het hoofd krioelde van levende wezens die erin ronddraaiden; hoofdpijn alsof het hoofd beurs geslagen was; alsof alles naar buiten zou drukken en de schedel zou doen barsten; alsof hersenen en ogen naar voren werden gedwongen; alsof het hoofd zou barsten van het kloppen erin, tegelijk inwendig en uitwendig; alsof het voorhoofd uiteen gescheurd zou worden; alsof er een zware last op de ogen lag; alsof het hoofd uiteengedwongen werd; alsof waterleidingen in het hoofd sprongen; alsof een geweldige last op de kruin neerkwam; alsof iemand de strengen van de nek naar beneden trok; alsof er iets levends in de oren zat; hoofd alsof het in een kussen zat en iemand er met twee vingers in drukte ter hoogte van het achterhoofd; alsof er speldenprikken waren; alsof iets het zien verduisterde; alsof de hersenen tegen de schedel sloegen; hoofd alsof het gekneusd was; alsof golven van water van het achterhoofd over de kruin naar het voorhoofd liepen; alsof men geleidelijk de zinnen verloor; migrainehoofdpijnen alsof zij uit de wervelkolom opkwamen en zich in één oog vastzetten; hoofd alsof het te groot was; alsof het hoofd eraf viel; alsof het hoofd aan een stuk huid in de nek hing; alsof men door een grijze sluier keek; alsof het hoornvlies een massa hypertrofisch weefsel was; ogen alsof zij te droog waren en vol zand zaten; alsof er een splinter in het bovenooglid zat; alsof beide ogen met koordjes terug het hoofd in werden getrokken; voorwerpen alsof zij in nevel stonden; alsof het neusbeen geslagen was; alsof er een haar op de tongpunt lag die tot in de luchtpijp reikte; alsof er aan de rechterzijde van de keel een knobbel zat; alsof er een speld in de keel zat; keel alsof die geheel gevuld was; alsof hij niet kon slikken; alsof hij over een pijnlijke plek heen slikte; alsof er een last in het epigastrium lag; alsof messen in haar maag drongen; alsof er een koude steen in de maag lag; alsof er lood in de maag lag; alsof het borstbeen vastgegrepen werd; alsof het rectum geen kracht had om de ontlasting uit te drijven; alsof het rectum verlamd was; alsof de anus vernauwd was; rechterzijde van het hoofd alsof verlamd; alsof de vulva vergroot was; alsof er een zware knobbel in de anus zat; alsof de borst met een band rondom afgebonden was; alsof er een steen onder het borstbeen lag; alsof zich schimmel over het hele lichaam vormde; alsof een hand haar borstbeen had vastgegrepen; onderrug alsof beurs geslagen; onderrug alsof dood; armen en handen alsof zij met lood gevuld waren; alsof er een splinter in een vinger zat; alsof zich een panaritium zou vormen in de wijsvinger; alsof de vingertoppen etterden; alsof een vinger dik was en het bot vergroot; alsof de vingergewrichten uit hun kommen werden getrokken; ledematen en voeten alsof verlamd; alsof de benen hun kracht verloren hadden; dijbeen alsof het geslagen was; knie alsof die te strak omsnoerd was; alsof de kuiten te kort waren; alsof er krampen in de enkels waren; de hele rug voelt alsof die dood was; alsof de teengewrichten uit hun kommen werden getrokken; nagels alsof zij verrot waren; alsof men overal beurs geslagen was; alsof hij in een ongemakkelijke houding had gelegen; gevoel alsof zij zou sterven.

Pijn: in wervelkolom en nek, omhoog over de rechter slaap heen, vandaar naar links; in kruin en achterhoofd, op een ander moment in het voorhoofd; eerst in de nek en aan de hersenbasis, daarna omhoog en over het hele hoofd; in de rechter traanzak; boven de ogen; in de maag; in de mastoïdstreek; in de kaakbeenderen; in de submandibulaire speekselklieren; in de keel; in de maag; in de streek van de milt; in de ingewanden; in het abdomen; in de rug; in de knobbelige zwelling van de linkerborst; onder het borstbeen; in de ribben; in de nek; in de gekromde wervelkolom; van het heiligbeen omhoog naar de lendenstreek, over het linker darmbeen naar het bovenste doornuitsteeksel; in schouder en arm; aan de buigzijde van een vinger; omhoog langs de rechter arm naar de oksel, vandaar naar de rechterzijde van de thorax; in een zweer; door de voet van de enkel naar de voetzool; van de tenen naar de enkelknobbels; onder de nagel van de grote teen; in de ledematen.

Ondraaglijke pijn: bij kanker van de onderlip; diepzittende pijn in de borst.

Vreselijke pijn: van de halswervels naar het cerebellum, vandaar naar het voorhoofd.

Overmatige pijn: van het oog naar hoofd en oren.

Hevige pijn: in kruin, achterhoofd of voorhoofd; boven de ogen; in de onderrug; in een abces op de voet; in de grote teen; in de gewrichten.

Ernstige pijn: in de onderrug; vanuit de ogen het hoofd in, aan één zijde; in de rug; van de heup naar de voet.

Grote pijn: langs de strekpees op de handrug.

Acute pijn: in de achterhoofdsuitsteeksels; van het abdomen naar de testikels; in het rechter schouderblad.

Stekende pijn: in borst of baarmoeder; in het rechter schoudergewricht.

Zielsangst: in de maagkuil.

Misselijkmakende pijn: in de linkerzijde van het hoofd.

Lancinerende pijnen: in de streek van de rechter onderkaak; bij fijt; in de knieën; diep in de kniegewrichten; bij gonocace.

Scheurende pijnen: eenzijdig in het hoofd; in het hele hoofd, in de voorhoofdsstreek; in knobbels op het hoofd; in de ogen; door de hele borst en de botten van het gezicht; in tanden en wangen; in de ledematen; in de zwelling; in heiligbeen en linker dij; in het scheenbeen; tussen de schouderbladen; onder de schouderbladen; in de botten van de ellebogen; in pols en handpalm; in vingers, gewrichten, duimen; in de dijen; in de knieën; in de grote teen; in de ledematen.

Snijdende pijnen: in de maagkuil; hevig, in de onderbuik; van de navelstreek naar de rug; in het rectum; rond de navel; onder de teennagel.

Bonzende pijn: in het voorhoofd en naar binnen in het hoofd.

Bonzen: in de lumbo-sacrale streek; in het borstbeen; in de rug.

Kloppende pijn: in het voorhoofd en naar binnen in het hoofd; in de ogen; in een knobbel in de ooghoek; in de tanden; in de lumbo-sacrale streek; op een ontvelde plek van de vinger.

Inschietende pijnen: door de ogen en het hoofd; scherp, van het achterhoofd naar de oogbol; in de linker tepel; langs de wervelkolom omhoog.

Krampachtige pijn: in de onderrug.

Schietend: van de nek naar de kruin; in de ogen; in het linkeroor; in de neuspunt; in de anus; van het borstbeen rondom naar de rug; in de rug tussen de heupen; langs beide benen omlaag; in de linker dij.

Doordringende, stekende pijn: in het linkeroog.

Steken: door de ogen en in de jukbeenderen; in de slapen; in het voorhoofd; diepzittend in de rechter pariëtaalstreek; in het bovenooglid; in de oren; in de keel; in het rectum; in de anus; in zijden en borst tot in de rug; in de pols; in de duimmuis; in de linkerhiel; in de grote teen; hevig, in likdoorns.

Scherp stekende pijn: in het voorhoofd.

Brandend stekend: in verscheidene tanden.

Stekende pijn: in de rechter long.

Stekende pijn: in een zweer op het hoornvlies; onder het neustussenschot; in het rectum; in de anus; in de borst; in de rechter scapula; in de vingers; in de dijen; in een zweer op het been.

Ulceratieve pijn: onder de rechter zwevende ribben.

Schroevende pijn: in de maag.

Knijpende pijn: ter hoogte van de navel.

Scheutende pijn: in borsttumor.

Samendrukkende pijn: in de testikels.

Draaiende pijnen: in de maag.

Borende pijnen: in de oren; door de hele borst en de botten van het gezicht; in de tanden en wang; in de linker slaap, de linker supraorbitale zenuw en de oogkas; in de grote teen.

Borende kramp: van de anus naar het rectum of de testikels.

Krampachtige pijn: dof en zwaar, in de armen; in de maagkuil; in de hand.

Krampende pijn: na het eten; in de ingewanden.

Gravend gevoel: in de maag.

Knagende pijn: hoog in de neus; in een fistelopening nabij de zesde rib.

Koliekachtige pijnen: in de onderbuik.

Krampen: in de kuiten; in de voetzolen.

Drukkend-stekende pijn: in het verzwerende deel van het been.

Drukkende pijn: in het achterhoofd; in het hoofd; boven het linkeroog; in de ogen; in de maag; in het voorhoofd; in het borstbeen; in de borst.

Neuralgische pijnen: bij de uittrede van de supraorbitale zenuw; van aangezicht, hoofd, ogen, tanden en oren; in alle tanden.

Reumatische pijnen: in kaken en tanden tot in de slaap; van de onderste halswervels; in de ledematen.

Trekkende pijn: in de gehoorgang; in de oren; in de dij.

Spannende pijn: dwars over de borst.

Drukkende schokken: midden in het voorhoofd.

Zeurende pijn: in het achterhoofd; pijnlijk, in de nek; hevig, in de achterkant van het hoofd, aan één zijde; in het bovenooglid; van het achterhoofd naar de rechter oogbol; in de oren; van beide kaken; in alle tanden; in het hypochondrium; in de lumbo-sacrale streek; van het heiligbeen; in de rug; in het midden van de wervelkolom; in de lendenen; in het heiligbeen; in de rechter wijsvinger; in een wond in de kuit.

Doffe pijn: in het achterhoofd.

Brandende pijn: in het rechter oog; midden op de neuspunt; in de borst.

Stekende pijnen: in de ogen; in een steenpuist op de kin; in de tanden; in het rectum; in borsttumor; in het os coccygis; in de botten van de ellebogen; in een pijnlijke plek op de vinger; in de rechter wijsvinger; bij panaritium; bij fijt; in de knieën; in een geülcereerde grote teen; in de ledematen.

Prikken: van de behaarde hoofdhuid; van het linkeroog; in de oren; in de streek van de rechter onderkaak; in de keel; scherp, in de penis; in de armen; in de l. dij; in de linkerhiel.

Schrijnen: in de ogen; van het linkeroog; van de oogleden; van een korst diep in het r. neusgat; van uitslag op de lippen; in de anus; op een plek op het scheenbeen.

Schroeiend gevoel: op de kruin.

Beurse pijn: boven de ogen; in heupen en rug; over het hele lichaam.

Bonzende gevoeligheid: in de lever.

Gevoeligheid: in de ledematen; in het perineum; rond de vulva; van de pudenda; van de voeten; in luchtpijp en bronchiën; in de borst; in de longen; in de voeten.

Gevoeligheid: inwendig, in het hoofd; in de oogkassen; van de oogleden; van de binnenzijde van de neus; op de neusrug; van het gehemelte; van de tong; van de keel; in de urethra.

Stijf, pijnlijk gevoel: langs de rechterzijde van de wervelkolom omlaag.

Branden: in de voetzolen; in het hoofd; aan de achterkant van het hoofd; in de borst; in de keel; in de maagkuil; in de anus; in de voorhuid; tijdens de stoelgang in het rectum; in de urethra; van de voeten; van de zwelling; in heiligbeen en linker dij; rond de vulva; van de pudenda; in de linker tepel; in rug en vingertoppen; in een pijnlijke plek op de vinger; in de rechter wijsvinger; bij panaritium; bij fijt; in en rond een zweer op het been; van de voeten; van de voetzolen.

Pijnlijkheid: van het epigastrium.

Drukgevoeligheid: rond de breuktumor.

Eigenaardige gewaarwording: in de maagkuil.

Stromend gevoel: in de ledematen.

Neerzakkend gevoel: in de ledematen.

Verbrijzelend gevoel: in de hersenen.

Vibrerende schudding: in het hoofd.

Hevig scheurende pijn: in het hoofd.

Trekken: van de rechter heup naar de tenen.

Volheid: in de maag.

Zwaar gevoel: in het hoofd; in alle ledematen; in de maag; van de armen; van de onderste extremiteiten.

Harde, schokachtige druk: boven op het hoofd, diep in de hersenen.

Druk: in het achterhoofd; aan beide zijden van het achterhoofd; in het voorhoofd; in de nek; op de kruin; in de oogkassen; in de maag; in het hypochondrium; in het abdomen; in de urineblaas; neerwaarts in de vagina; aan het onderste deel van het borstbeen; over de borst.

Drukkend gevoel: in het hoofd; in een pijnlijke plek op de vinger.

Trekken: in de neuswortel en in het rechter jukbeen; tussen de schouders; in de vingers; in de gewrichten van de rechter vinger; van de dijen naar de voeten; in de teengewrichten.

Spanning: in voorhoofd en ogen; in ogen en voorhoofd; in de anus; in de kuiten.

Beklemming: in de maagkuil; dwars over het abdomen; rondom de borst; over de borst.

Kloppen: in het voorhoofd; aan het hart; in de maagkuil; in het borstbeen; over het hele lichaam; in alle bloedvaten; in de rug; in de lumbo-sacrale streek.

Pulserend gevoel: in de rechter dij.

Pulsaties: in de borst.

Lamheid: van de voeten; van de hand; van de benen.

Lam gevoel: in de streek van het heiligbeen.

Warmte: in het hoofd; in penis en testikels; in de aangedane delen; in de voeten.

Pijnlijke droogheid: van de neus.

Droogheid: in de binnenzijde van de neus tot in de voorhoofdsholten en het antrum; van de lippen; in de mond; van de keel; in de vingertoppen.

Ruwheid: van luchtpijp en bronchiën.

Wellustige tinteling: in de voetzolen.

Fladderend gevoel: in beide slapen.

Kieteling: in het strottenhoofd; in het keelkuiltje; in de keelholte.

Leegtegevoel: in de maag.

Beven: van de ledematen.

Zwakte: van het lichaam; van de armen; in de borst; in de rug; van arm en pols; van de onderste extremiteiten; van de benen; van de voeten; van de ledematen.

Verlamd gevoel: in de onderste extremiteiten.

Jeuk: aan de vulva; op de behaarde hoofdhuid; op een plek op het hoofd; op het achterhoofd; op het achterste deel van het hoofd; van eruptie op de achterkant van het hoofd; van eczema capitis; van puistjes op hoofd en nek; van pustels op behaarde hoofdhuid en nek; in de buizen van Eustachius; van de uitwendige oren; in de neus; aan de neuspunt; in een verzweerde mondhoek; in de anus; in het rectum; in het rectum tijdens de stoelgang; van de vulva; op de corona glandis; van erupties op de genitaliën; van de voorhuid; van de pudenda; van de borst; van een gezwollen mamma; van de hele borst; van een eruptie die de borst bedekt; van puistjes in de nek; op het eerste gewricht van de wijsvingers; in de rechter wijsvinger; bij fijt; op de hiel; onder de teennagel; van korsten op de tenen; van gezicht, armen en rug.

Wellustige jeuk: rond de neus.

Verdoofd gevoel: in de rechter arm; in de handen; in één vinger.

Rillerigheid: in nek en rug.

Koel gevoel: in het bovenste tandvlees.

Koud gevoel: opstijgend van de nek naar de kruin; ongeveer twee vingerbreedten breed, over de kruin.

Koude: van de neus; van de voeten; over het hele lichaam; ijzig, van de voeten; van de extremiteiten; van de linkerzijde; in ulcera.

Koude pijn: in het epigastrium.

WEEFSELS [44]

Vermagering met bleke, lijdende gelaatsuitdrukking.

Fungi die gemakkelijk bloeden.

Afscheidingen en excreties riekend: etter, ontlasting, zweet van de voeten, enz.

Bloedingen uit neus, maag, darmen en longen.

Zwelling, ontsteking en ettering van klieren, cervicale, parotide, axillaire, inguinale, mammaire, talgklieren.

Ontsteking van lymfevaten.

Harde knobbels in de nek, niet van de klieren uitgaand, zich uitbreidend naar de linkerzijde, bij een jichtig persoon.

Pijnloze zwelling van klieren, zeer onaangename jeuk.

Ontsteking, zwelling, cariës en necrose van botten.

Exostosen; verkrommingen.

Ontsteking van fibreuze delen van gewrichten, vooral van de knie.

Kinderen of jonge mensen die tijdens de groei lijden aan koorts, hevige pijn in de gewrichten, zwelling van de ledematen en congesties.

Jicht.

Meervoudig cheloïd, dat na excisie van een tumor verscheen, maar snel terugkeerde en in omvang toenam.

Rachitis; open fontanellen; hoofd te groot, rest van het lichaam vermagerd; het hoofd zweet en het lichaam is droog.

Cellulair weefsel ontstoken; diepgelegen etteringen, inclusief pezen, ligamenten en bot.

Ettering: etter overvloedig of schaars; bruin en waterachtig; gelatineus; dun en waterig; zeer verrot.

Etterende wintertenen.

Verwaarloosde gevallen van letsel wanneer ettering dreigt.

Ontsteking gevolgd door ettering of gangreen.

Suppuratieve toestanden na langdurige ziekte.

Wild vlees.

Chronische jichtige nodositeiten.

Mercurio-syfilitische ulceratie van huid en botten.

Zwellingen die hard werden nadat zij dreigden te etteren.

Verhardingen die hard worden als een strontje op het ooglid, verharding van weefsels rond een deel dat vroeger acuut ziek was.

Anasarca. θ Steenhouwers.

Oude zweren met brandende en lancinerende pijnen.

Steenpuisten, karbonkels, fijt, en kwaadaardige pustel, tijdens het suppuratieve stadium.

Steenpuisten, kleine knobbeltjes, die niet tot rijping komen; bloedfurunkels.

Karbonkels, indien hardnekkig en zeer hard, of met zeer overvloedige afscheiding van etter.

Tijdens het proces van ulceratie schijnt het de wond van haar verrotte massa's te zuiveren en gezonde granulaties te bevorderen. θ Karbonkel.

Klachten na vaccinatie, abcessen enz., zelfs convulsies.

Ulceratie die zich voortdurend in de diepte uitbreidt; randen onregelmatig.

Kwaadaardige en gangreneuze ontstekingen.

Tumoren bij personen met herpetische dyscrasie; wens glad en glanzend op de behaarde hoofdhuid; talgcysten, vooral wanneer atheromateus; etter schaars en riekend naar haringpekel.

Ooglidcyste.

Synoviale cysten.

Vezeltumor.

Epulis.

Encephaloma oculi.

Scirrhus mamma; kanker.

Baarmoederkanker, sterke bedorven geur.

Enchondroom.

Tumor albus.

Fistelopeningen, afscheiding riekend, omliggende delen hard, gezwollen, blauwrood.

Ziekte veroorzaakt door onderdrukt voetzweet; door de rug bloot te stellen aan de geringste tocht van lucht, door vaccinatie; borstklachten van steenhouwers, met totaal verlies van kracht.

Lijdende delen voelen koud aan.

AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]

Aanraking : hoofdpijn < ; ogen pijnlijk ; behaarde hoofdhuid gevoelig ; hoofd zeer gevoelig ; < pijn in het hoofd ; behaarde hoofdhuid drukgevoelig ; oog zeer gevoelig ; stekende pijn in korsten onder het neustussenschot ; prikkende pijn in de steenpuist op de kin ; onderkaaksklier pijnlijk ; pijnen in de leverstreek < ; ontstoken liesklieren pijnlijk ; vagina gevoelig ; verkromming van de wervelkolom pijnlijk ; pijn in de ellebogen < ; fijt pijnlijk ; fistelopeningen aan het heupgewricht gevoelig ; gonitis pijnlijk.

Contact : geülcereerde plek in de neus gevoelig ; cyste op de patella zeer gevoelig.

Haar kammen : veroorzaakt hevige niesbuien ; onmogelijk, behaarde hoofdhuid bedekt met papels.

Ogen afvegen : blefaritis > ; wil dat het hoofd stevig vastgehouden wordt.

Strak ombinden : hoofdpijn.

Druk : van de hoed veroorzaakt pijn ; pijn in het hoofd < ; chronische migraine > ; scheurende pijn in de behaarde hoofdhuid < ; door de hoed, behaarde hoofdhuid gevoelig ; pijnen in de traanzak ; tandvlees pijnlijk ; epigastrium pijnlijk ; gevoeligheid van de maagkuil ; verdraagt geen druk onder de valse ribben ; over de lumbale wervels pijn < ; os coccygis pijnlijk ; pijn in gezwollen duim ; de geringste druk op de heup veroorzaakt beven van het hele lichaam ; ontstoken knie pijnlijk ; hele gewonde kuit gevoelig ; veroorzaakt witte vlekken in gezwollen voeten ; de delen waarop hij ligt, gaan slapen.

Paardrijden : duizeligheid ; stuitbeen doet pijn.

Krabben : jeukende plekken op het hoofd pijnlijk.

Irritatie door een breukband : vermeende oorzaak van abcessen.

Door een strakke schoen ; blaar op de wreef van de rechtervoet.

Na een kneuzing : pijnlijk been.

Verrekking : veroorzaakte exsudatie van synoviaal vocht in de pols.

Verstuiking van de rechtervoet : tekenen van abces.

Elke kleine verwonding veroorzaakt ulceratie ; elke kwetsuur ettert.

Na een prik in de lip met een scherpe punt : kanker.

Glassplinter : in de rechterwijsvinger, pijn en zwelling.

Na een beet : duim gezwollen en pijnlijk.

Na een snijwond : wond genas niet.

Na een val : pijn in het sacrum en de heup ; verwonding van de tibia.

Na een slag op het hoofd : nachtelijke urine-incontinentie.

Aandoeningen na vaccinatie, abcessen enz., zelfs convulsies.

Kleine vreemde voorwerpen onder de huid of in het strottenhoofd ; visgraten ; naalden in de handen of elders ; ter bevordering van de uitdrijving van botsplinters.

HUID [46]

Huid wasachtig: tuberculose, cariës, enz.

Geelzucht.

Cutis anserina.

Aardkleurige, gelige, droge, slappe huid, soms bedekt met pityriasis.

Huid pijnlijk en gevoelig.

Jeuk over het hele lichaam.

Jeuk en prikken van de huid van armen, gezicht en rug.

Jeuk en steken in verschillende delen van het lichaam, vooral 's nachts.

Jeukend exantheem; kleine met lymfe gevulde pustels, die snel indrogen.

Acne: uitslag, jeukt en brandt alleen overdag; acne solaris en rosacea.

Eczeem van de hoofdhuid, handen en onderarmen.

Kleine wondjes in de huid genezen moeizaam en etteren gemakkelijk.

Kleine wondjes etteren overvloedig.

Ettervorming van de huid en van het daaronder gelegen celweefsel.

Intertrigo; impetigo; psoriasis inveterata; scabiës; maligna; herpes exedens; pemphigus; zona; zoster; ecthyma.

Eczeemachtige, impetigineuze of herpetische erupties.

Rhagaden rond de oogleden, lippen enz.

Rooskleurige vlekken; bruinachtig-witte plekken.

Kleine blaasjes.

Phlegmoneuze erysipelas; overmatige, ichoreuze, stinkende ettering; neiging zich eerder in de diepte dan oppervlakkig uit te breiden.

Grote vaal donkere plek aan de voorzijde van de hals, zo groot als een middelgrote sinaasappel, ongeveer een jaar geleden eerst verschenen als een zeer kleine verkleuring nadat enkele steenpuisten op de rug waren genezen; een soortgelijke plek aan de achterzijde van de nek, die zich snel over de hoofdhuid uitbreidt; plekken bedekt met uiterst fijne schilfertjes, waarbij de plaats roder en donkerder is dan de omgevende huid; menstruatie te overvloedig, om de twee weken. θ Eczeem.

Pokachtige pustels op voorhoofd, achterhoofd, borstbeen en wervelkolom, uiterst pijnlijk en etteren tenslotte.

Crusta lactea.

Kleine vreemde lichamen onder de huid of in het strottenhoofd.

Papuleuze, psorische, impetigineuze vormen van eruptie met droge, slappe huid; furunkel.

Steenpuisten komen in groepen; neiging tot steenpuisten; laten verhardingen achter.

Abcessen komen snel tot rijping, maar de etterafscheiding is te schaars.

Kwaadaardige pustel.

Zweren: ettervorming van vliezige delen; phagedenisch; breiden zich in de diepte uit; na misbruik van kwik; vlak, met blauwachtig-witte basis; stinkend, met ichor, wild vlees, stekende pijn, branden, jeuk; randen hard, verheven of sponsachtig; bloeden gemakkelijk; carcinomateus.

Gevoel van koude in zweren.

Grote vlezige wratten, etterend.

Variola; ettering put de patiënt uit en de indroging laat op zich wachten; botaandoeningen als sequelae.

Elefantiasis van de onderste ledematen bij een zwarte patiënt.

LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]

Bijzonder geschikt voor kinderen met grote hoofden, open suturen ; veel zweet aan het hoofd ; grote buiken.

Nerveuze, prikkelbare personen, met droge huid, overvloedig speeksel, diarree, nachtelijk zweten.

Zwakke personen, fijne huid, bleek gezicht ; lichte teint ; slappe spieren.

Scrofuleuze diathese.

Rachitische, anemische toestanden ; cariës.

Overgevoelig, onvolkomen gevoed, niet door gebrek aan voedsel maar door onvolkomen assimilatie.

Steenhouwers ; borstaandoeningen en totaal krachtsverlies.

Scrofuleuze kinderen, die tijdens de dentitie wormziekten hebben.

Baby, æt. 4 dagen ; hydrocele.

Kind, æt. 8 maanden, blond en krachtig, sinds de geboorte lijdend ; constipatie.

Jongen, æt. 18 maanden, na een val ; letsel van de tibia.

Kind, æt. 21 maanden, zes dagen lijdend ; malaria.

Kind, æt. 1, scrofuleus ; zomerdiarree.

Jongen, æt. 2 ; enchondroom van de teen.

Kind, æt. 2 ; ulceratie na vaccinatie.

Jongen, æt. 3, strumeuze constitutie, drie weken geleden na roodvonk ; abcessen op het hoofd.

Kind, æt. 3 maanden ; kinkhoest.

Jongen, æt. 4 ; licht haar en lichte teint, lymfatisch temperament ; psoasabces.

Jongen, æt. 4, zwelling en ettering van de knie.

B., æt. 5, na roodvonk ; otorroe en hoest.

Jongen, æt. 7, sinds de geboorte aangedaan ; impetigo capitis.

Meisje, æt. 7, scrofuleus, sinds haar vaccinatie vaak geplaagd door huiduitslag en oogontsteking ; scrofuleuze ophthalmie.

Jongen, æt. 7, drie jaar lijdend ; sinus voor het linker oor.

Meisje, æt. 7, na een slag op het hoofd op driejarige leeftijd ; urine-incontinentie.

Meisje, æt. 7, blond, blauwe ogen, had vier weken geleden pleuritis ; samendrukking van de long na exsudatie en kromming van de wervelkolom.

Jongen, æt. 8 ; eczema capitis.

Meisje, æt. 8, had zes jaar geleden scarlatina, sindsdien aangedaan ; otorroe.

Jongen, æt. 10, na vaccinatie ; spasmen.

Jongen, æt. 11, lang van gestalte ; phthisis.

Scrofuleus kind, æt. 11 ; zwelling op de borst.

Meisje, æt. 11 ; zwelling van de knie.

Jongen, æt. 12 ; cariës van het processus mastoideus.

Jongen, æt. 12 ; hartkloppingen.

N., æt. 12, cachectisch en anemisch ; fistels van de dij.

Meisje, æt. 13, scrofuleus ; cariës van de beenderen van het been.

Meisje, æt. 14, blond, bleek, flegmatisch, klein van gestalte, corpulent ; keloïd in de slaapstreek.

Meisje, æt. 14, vier maanden lijdend ; cariës van de orbita.

Jongen, æt. 14 ; cariës van de metacarpale beenderen.

Jongen, æt. 15, lijdend sinds zover hij zich kan herinneren ; nachtelijke enuresis.

Jongen, æt. 15, twee jaar lijdend ; necrose van het femur.

Jongen, æt. 15, arbeider ; acne.

Meisje, æt. 16 ; eruptie op het achterhoofd.

Meisje, æt. 16, dienstbode, na een val elf maanden tevoren ; aandoening van de wervelkolom en het sacrum.

Jongen, æt. 16, lymfatisch temperament, na een kneuzing, achttien maanden geleden ; ettering van het been.

Jongen, æt. 16, na hervaccinatie ; convulsies.

Jongen, æt. 17, boer, lichte teint, blauwe ogen, tijdens de kinderjaren scrofuleus, had ongeveer negen maanden geleden typhoïde pneumonie, lijdt sinds vier maanden ; abdominale waterzucht.

Meisje, æt. 17 ; struma.

Meisje, æt. 17, nadat enige steenpuisten op de rug een jaar geleden waren genezen ; eczema squamosum.

Meisje, æt. 18 ; mentale stoornis.

Juffr. B., æt. 18, vele maanden lijdend ; hoofdpijn.

Neger, æt. 18 ; samentrekking van de vingers.

Meisje, æt. 18, sterk ; cariës van de tibia.

Meisje, æt. 18, flegmatisch, trage aard, geestelijk zwak ontwikkeld, vatbaar voor huiduitslagen ; hysterie.

Meisje, æt. 20, wekenlang lijdend ; harde zwelling van de wang.

Meisje, æt. 20 ; epilepsie.

Meisje, æt. 21, had negen maanden geleden nefritis, sindsdien lijdend ; leveraandoening.

Man, æt. 21, bleek, doorschijnende huid, acht maanden lijdend ; fistel in het been.

Man, æt. 23, lichte teint ; zaadlozingen.

Vrouw, æt. 23, ongehuwd, vijf jaar lijdend ; epilepsie.

Vrouw, æt. 24, zes maanden gehuwd ; vaginisme.

Man, æt. 24 ; phthisis.

Gouvernante, æt. 24 ; dienstmeidenknie.

Vrouw, æt. 25, brunette ; zwelling van het ooglid.

Juffr. A., æt. 26, lymfatisch en teer, twee jaar lijdend ; ontsteking van de traanbuis van de neus.

Mevr. H., æt. 26, moeder van drie kinderen, sinds de geboorte van het laatste kind, drie maanden geleden, lijdend ; constipatie.

Mevr. C., æt. 26, heeft twee kinderen gehad ; peri-uteriene cellulitis.

Vrouw, æt. 26, ongehuwd ; pijn in het been.

Dienstmeid, æt. 26, achttien maanden lijdend ; bursitis.

Mme P., æt. 26, tere gezondheid, drie jaar lijdend ; abces van de voet.

Plattelandsvrouw, æt. 26 ; elefantiasis.

Vrouw, æt. 28, ongehuwd, brunette, al lange tijd lijdend, hoofdpijn.

Mevr. K., æt. 28, vier maanden lijdend ; recidiverende phlyctenulaire conjunctivitis.

Vrouw, æt. 29 ; chronische hoofdpijn.

Mevr. T., æt. 29 ; ulceratie van de cornea.

Man, æt. 30, sanguinisch-gallig temperament, vijf voet tien duim lang, gewicht in gezonde toestand 160, familie met aanleg voor tering, twee zusters en een broer zijn aan deze ziekte gestorven ; phthisis.

Vrouw, æt. 30, lijdend sinds de dood van haar man, zes jaar geleden ; epilepsie.

Vrouw, æt. 30 ; epilepsie.

Vrouw, æt. 32, blond, sanguinisch temperament, had vroeger scrofuleuze ophthalmie ; eruptie rond de mond.

Man, æt. 32, in goede gezondheid, enigszins bleek, gewoonlijk droevig en angstig, nadat hij zijn vader op 60-jarige leeftijd aan kanker van het gezicht had verloren ; bedreigde kanker.

Vrouw, æt. 33, ongehuwd ; tumor albus.

Man, æt. 34 ; abces van enkel en voet met cariës.

Man, æt. 36, sneed vier maanden geleden zijn been met een bijl, sindsdien lijdend ; chronische ettering.

Man, æt. 37, sigarenmaker, na een aanval van tyfuskoorts ; abces.

Dame, æt. 40, onderwijzeres, ongehuwd ; vertigo.

Vrouw, æt. 40 ; zwelling van de traanzak.

Mevr. M., æt. 40 ; ontsteking van de traanzak.

Vrouw, æt. 40, zeven maanden lijdend ; kanker van de tong.

Man, æt. 40, gezicht enigszins gelig, met rode wangen, zes jaar lijdend ; maagaandoening.

Vrouw, æt. 40, zwakke constitutie, vatbaar voor catarrale aandoeningen, enigszins astmatisch ; scirrhus mammae.

Mevr. B., æt. 42, sterk, goed gevoed ; hoofdpijn.

Vrouw, æt. 44, gehuwd, middelmatige gestalte, zwakke constitutie, lichte teint, menstrueert nog regelmatig, is genezen van catarre van de maag en psoriasis diffusa ; parenchymateuze iritis.

Groenteman, æt. 45 ; vergrote bursa boven de linkerknie.

Mevr. H., æt. 47 ; scirrhus mammae.

Man, æt. 48, zag tien jaar geleden een kanker van de neus, sindsdien aangedaan ; jeuk van de neus.

Vrouw, æt. 50, gehuwd, Iers ; eczema capitis.

Man, æt. 50, groot, ogenschijnlijk van goede constitutie ; pijn in de long.

Juffr. M., æt. 55, een jaar lijdend ; tumor in de mond.

Man, æt. 55, vijf dagen lijdend ; fijt aan de vinger.

Mevr. G., æt. 55 ; glas in de vinger.

Man, æt. 55, in goede gezondheid, na het dragen van nauwe laarzen ; zweer aan de voet.

Man, æt. 60, vroeger lijdend aan klierzwellingen ; verharding van de wang.

Man, æt. 60 ; tumor in de borst.

Mevr. P., æt. 60, lang van gestalte, donkere teint, donker haar, nogal mannelijk uiterlijk, voorbeschikt tot longziekte ; hoest sinds verscheidene weken.

Vrouw, æt. 60 ; karbonkel in de nek.

Vrouw, ouder dan 60, in tamelijk goede gezondheid ; elefantiasis.

Madam X. de Cerveirac, æt. 61, geniet een goede gezondheid, nooit ernstig ziek geweest, melancholische aard ; kanker van de lip.

Mme. C., æt. 63, ogenschijnlijk in goede gezondheid maar met een loodkleurige, aardse teint, sedert ongeveer twintig jaar ; lupus.

Man, æt. 67, syfilitisch ; liesabces en hernia.

Dame, æt. 70 ; scirrhus mammae.

Vrouw, æt. 80, na een verstuiking ; ontsteking van de voet.

Jonge dame ; tumor van de lip.

Jonge vrouw, tere gezondheid, bleek, aardse teint, een maand lijdend ; panaritium.

Wasvrouw, dik, robuust, bruine teint, staat veel in koud water ; metrorragie.

Mevr. J., moeder van vier kinderen, ogenschijnlijk gezond, verscheidene maanden lijdend ; constipatie.

Robuuste man van middelbare leeftijd, vier weken geleden in de duim gebeten door een man ; zwelling en ettering van de duim.

Dame, tien jaar na het climacterium ; leucorrhoe.

RELATIES [48]

Antidotum ervoor : Camphor, Hepar, Fluor. ac .

Het werkt als antidotum voor : Merc. cor., Sulphur .

Compatibel : Na Bellad., Bryon., Calc. ost., Cina, Graphit., Hepar, Ignatia, Nitr. ac., Phosphor . ; vóór Hepar, Fluor. ac., Laches., Lycop., Sepia .

Onverenigbaar : Mercur .

Vergelijk met : Phos. ac., Picric ac., Mur. ac., Sulphur, Kali carb., Nux vom., Opium, Arnica, Hypericum, Ruta .

Verken het volledige Similia-platform

Toegang tot 13 klassieke materia medica-boeken, 7 klassieke repertoria, AI-semantische zoekfunctie en basis-casusbeheer — gratis.

Bekijk prijzen