Sarsaparilla. (Sarsaparilla Officinalis.)
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Mentale neerslachtigheid door de pijnen.
Angst bij de pijnen.
Humeurig, met neiging om te werken.
Somber, moedeloos zonder bekende oorzaak; zwakte.
Prikkelbaar, ongeduldig of veranderlijk; zeer snel geergerd, kan de oorzaak niet vergeten.
Denken aan het voedsel dat hij heeft gegeten maakt hem misselijk.
Moedeloze, sombere gemoedsgesteldheid, overgaand in wanhoop, zonder enige bekende oorzaak; grote zwakte, met zure, rauwe, slijmerige smaak in de mond, vooral na het ontbijt.
Zij denkt dat zij de hoofdpijn niet kan verdragen.
Kind kan de jeuk niet verdragen, zeer ongeduldig.
Sensorium [2]
Duf, versuft gevoel; kan de aandacht niet bij zijn studie houden.
Zwaar gevoel in het hoofd.
Duizeligheid: terwijl hij aan het raam stond, viel hij plotseling achterover bewusteloos op de vloer; tegelijk was de keel gezwollen, zure oprispingen ervoor en erna, ernstige transpiratie 's nachts; met misselijkheid in de ochtend wanneer hij lang naar één voorwerp staart; bij zitten en lopen, het hoofd geneigd om voorover te vallen.
Wankelt, valt voorover, in de open lucht.
Hoofd, inwendig [3]
Hoofdpijn, met misselijkheid en zuur braken.
Druk, of druk met steken, in de linkerzijde van voorhoofd en hoofd.
Hoofdpijn als door de druk van een groot gewicht in het hoofd, waarbij het hoofd geneigd is voorover te zinken.
Drukken en jeuk diep in de rechterhelft van het hoofd, 's morgens.
Bonzen in de schedelkruin ; < van lopen, zelfs nog na daarna te zijn gaan zitten, nu en dan zeurende pijn door de slapen, het voorhoofd of het achterhoofd.
Hevig bonzen in de rechterzijde van het hoofd, diep in de hersenen.
Een soort gezoem in het hoofd, alsof een grote klok was aangeslagen.
Doffe trilling (wuwwern) met een golving in het hoofd.
Kloppen en geluid in de rechterzijde van het hoofd, diep in de hersenen.
Zeer warm in het hoofd tijdens het middagmaal, met zweet op het voorhoofd.
Schietende pijn in het rechter wandbeen naar voren tot aan slaap of gezicht.
Drukkend gevoel in de kruin, langzaam toenemend en afnemend.
Mercuriële syfilitische aandoeningen van het hoofd.
Schietende pijn in het rechter wandbeen naar voren tot aan slaap of gezicht ; wankelen en voorover vallen in de open lucht. θ Mercuriële syfilitische aandoening.
Schietende pijn van achter in het hoofd naar voren met hevige jeuk, na syfilis en mercurialisatie.
Schietende pijn van het achterhoofd naar de ogen met misselijkheid, bloedstuwing naar het hoofd, voeten en handen koud. θ Nerveuze hoofdpijn.
De hele dag hevig lijdend, terwijl de pijnen gewelddadiger werden naarmate de avond naderde, zodat hij bij elke aanval zijn hoofd naar één kant rukte en schreeuwde ; de pijnen waren voornamelijk tot de rechterzijde beperkt, ook pulserend en stekend van aard, zich uitstrekkend van het achterhoofd omhoog en naar voren over het oor, rond naar de slaap en over het voorhoofd.
Doffe zeurende pijn in het hoofd, vooral in het voorhoofd, < in de avond ; duizeligheid, vooral in een warme kamer ; suf gevoel ; prostratie ; grote slaperigheid in de avond, maar niet in staat om de nacht rustig door te slapen ; nachtelijke zaadlozingen één tot drie maal per week, optredend in samenhang met wellustige dromen ; moe gevoel in de ochtend met bittere smaak in de mond ; pijn in de onderrug, zich uitstrekkend langs de zaadstrengen. θ Spermatorroe.
Dof, suf gevoel in het hoofd, onvermogen om zijn aandacht bij zijn studie te houden, soms een gevoel alsof iets op het hoofd drukte ; soms zielsangst ; 's avonds niet in staat te lezen wegens een nevelige of rokerige aanblik voor de ogen ; grote zwakte en prostratie, waardoor hij ongeschikt is voor arbeid ; slappe, weke spieren ; de geringste opwinding veroorzaakte zaaduitstorting zonder seksueel gevoel ; hardnekkige constipatie, zaadverliezen sinds de puberteit door masturbatie ; emissies met wellustige dromen.
Hoofd, uitwendig [4]
Gevoeligheid van de hoofdhuid; uitvallen van het haar.
Vochtige uitslag op de hoofdhuid, waarvan de etter ontsteking veroorzaakt van elk deel dat ermee in aanraking komt.
Crusta lactea, alleen geïndiceerd wanneer het begint met kleine pukkeltjes in het gezicht, zeer jeukend, waardoor het kind moet krabben; ouders vatbaar voor dauwworm.
Crusta serpiginosa, met wijdverspreide ontstekingsaandoening van de huid; het kind kan het niet verdragen en is zeer ongeduldig; in de open lucht vallen de korsten af en de nieuwe huid barst open.
Vochtige korsten op de schedel.
Uitvallen van het haar, met grote gevoeligheid van de hoofdhuid bij het kammen.
Plica polonica.
Mercurio-syfilitische aandoeningen van het hoofd.
ZICHT EN OGEN [5]
Duizeligheid bij langdurig staren naar een voorwerp.
Flikkeren voor de ogen, met hoofdpijn.
Sterke verduistering van het linkeroog, alsof er gaas overheen lag.
Waas voor de ogen, lezen wordt moeilijk.
Lezen bij kaarslicht doet de ogen pijn, het papier lijkt rood.
Verduistering voor de ogen als door een nevel ; waas bij het lezen ; < na zaadlozingen.
Lichtkrans om de kaars.
De ogen doen pijn door het daglicht.
Pupillen verwijd.
Druk in het linkeroog, alsof er een zandkorrel in zat.
Pijn eerst in het linker-, dan in het rechteroog, met wazig zien.
Bij het sluiten van de ogen stekende pijn in de ogen.
Drukkende pijn in de ogen wisselt af met branden.
Veelvuldig steken in beide ogen, alsof er stof of zand in zat ; > in de open lucht.
Stekende pijn in de ogen bij het sluiten van de oogleden, en hevige pijn wanneer op de gesloten ogen gedrukt wordt ; tegelijk een brede rode streep die zich uitstrekt van het hoornvlies naar de buitenooghoek.
Binnenooghoeken blauwachtig en opgezet ; hoofdpijn van het achterhoofd naar voren ; na misbruik van kwik.
Trillen van het rechter bovenooglid.
Tranenvloed overdag ; oogleden 's morgens verkleefd.
Oogontsteking na onderdrukking van tetteruitslag.
Ontstoken, droge oogleden.
Schurftachtige uitslag op de oogleden.
Gehoor en oren [6]
Woorden galmen na in het oor.
Geluid in het hoofd bij het spreken, alsof er een bel werd aangeslagen.
Korst op de oorlel met brandende jeuk.
REUK EN NEUS [7]
Niezen en een lopende coryza in de ochtend.
Branden in de neus bij het snuiten, met droge hoest.
Zeer dik slijm uit de neus.
Chronische verstopping van de neus.
Coryza en hoest.
Jeuk aan de rechter neusvleugel, niet > door krabben.
Jeuk aan de linkerzijde van de neus en rond de ogen.
Prikkelende steek in het puntje van de neus, als van een naald.
Uitslag in het linker neusgat; pijnlijke neus.
Rechter neusgat verstopt en schilferig.
Pijn in de neus; ontstoken plekjes op het neustussenschot.
Jeukende uitslag onder de neus, alsof veroorzaakt door een bijtende afscheiding.
Een etterend puistje aan de rechterzijde van de neus.
Kleine steenpuistjes op de neus.
Korstige uitslag op en onder de neus.
BOVENSTE GELAATSHELFT [8]
Hevige pijn in het gezicht, alsof beide onderste oogkasranden beurs waren bij het ontwaken in de ochtend, alleen bij druk erop.
Trekkende, stekende, scheurende pijn in de kauwspieren van de rechterzijde, die krampachtig samengetrokken lijken te zijn.
De kaken doen pijn alsof ze gebroken worden.
Fijne, prikkelende jeuk in gezicht en hoofdhuid, evenals aan nek en schouders, met gevoel van grote warmte in deze delen; bij krabben begint zij op een andere plaats.
Gezicht geel, gerimpeld, oud uitziend.
Melkkorstachtige eruptie.
Jeukende eruptie op het voorhoofd, met branderigheid; bij krabben vochtig wordend.
Puistjes van verschillende grootte op het gezicht.
Hitte van het gezicht; zweet op het voorhoofd, 's avonds in bed.
ONDERGEZICHT [9]
Stijfheid en spanning in de spieren en het gewricht van de kaak.
Drukkende, stekende pijn aan de onderste binnenrand van de rechteronderkaak, maar alleen bij aanraken ervan en bij het achteroverbuigen van het hoofd.
Herpes op de bovenlip.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Gevoeligheid van de bovenste voortanden.
Scheurende pijn in de tanden door koude lucht en koude drank.
Tandpijn in de achterste kiezen, > door koude lucht.
Stekende, scheurende pijn in het tandvlees en de wortel van de laatste rechter ondermolaar.
Zwelling en beurse pijn van het tandvlees aan de binnenzijde van de onderkaak.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Bittere smaak: van voedsel; 's morgens in de mond.
Zoetachtige smaak.
Tong: wit beslagen; verscheidene ochtenden bij het ontwaken ruw, verdwijnend na het eten; rood, de rug ervan wit.
Mercuriale aften op de tong en het gehemelte.
Stekende pijnen in de tong.
Scherp, bijtend gevoel op de tong.
Blaasjes op de tong; aften op tong en gehemelte.
Smaakloos water verzamelt zich in de mond.
Slijmerige mond in de morgen.
Droogheid in de mond zonder dorst.
Droogheid in mond en keel, 's morgens, in bed.
Drukkende, trekkende pijn in het zachte gehemelte.
In de fauces: kietelend, ulceratief gevoel, een hoest veroorzakend.
Scherp, bijtend gevoel in de farynx.
Gehemelte en keel [13]
Krampachtige samentrekking van de keel, met dyspneu, moet zijn das losmaken.
Droogheid en ruwheid van de keel in de ochtend.
Weigert voedsel wegens pijn in de keel.
Rauw gevoel in de keel, rechts.
Keelpijn, aften op het zachte gehemelte.
Trichotomische zweren; nadat de plica polonica was afgesneden, diepe zweren op de amandelen, zich uitbreidend naar het zachte gehemelte, op de achterwand van de fauces; bleek blauwachtige randen; bedekt met bloemkoolachtige uitwassen; witachtige dunne etter, geurend als ranzige boter; weigert voedsel tot zich te nemen wegens al te hevige pijn; in leven gehouden door injecties van melk in het rectum.
APPETIJT, DORST. VERLANGEN EN AFKEER [14]
Gebrek aan appetijt; de gedachte aan voedsel wekt walging bij hem op.
Geen dorst.
ETEN EN DRINKEN [15]
Branden in de maag, vooral na het eten van brood.
Na het eten : bittere oprispingen (ook tijdens het eten) ; gevoel alsof hij niets had gegeten ; diarree ; diepe inademingen ; zware, korte ademhaling ; astma ; uitputting en misselijkheid.
Erger door warme voeding ; > na koude voeding.
Het drinken van water doet haar braken.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Hik om 6 uur 's avonds; na het diner.
Oprispingen: met smaak van voedsel, na het diner; eerst bitter en zuur, daarna leeg; bitter 's morgens na het opstaan; tijdens het diner; van bittere, zure stof, 's avonds; continu zuur; zuur na het ontbijt; van zuur water, na de middag; met rillen.
Oprispingen met diarree.
Misselijkheid: bij het denken aan genuttigd voedsel; met een bijtend gevoel op de tong en in de keelholte; in de maag, minder in de keel; na het ontbijt; met voortdurende vergeefse pogingen om te braken.
Maagkuil en maag [17]
Brandend gevoel in de maag, vooral na het eten van brood.
De maag heeft geen gevoel; na het eten voelt hij alsof hij niets heeft gegeten.
ABDOMEN EN LENDENEN [19]
Gerommel en gisting in het abdomen, met lozing van stinkende winden.
Gerommel, met leegtegevoel in het abdomen.
Pijnlijke druk naar binnen toe en knijpende pijn aan de linkerzijde van het abdomen op een kleine plek, < bij diep inademen.
Druk in het abdomen van boven naar beneden; druk op de ingewanden.
Brandend gevoel, of een koud gevoel, in het abdomen.
De buikwand is zeer gevoelig voor aanraking.
Hevige spanning in de rechter lies.
Knijpende pijn in de linker liesstreek.
Hernia.
Gevoeligheid in de rechter liesplooi bij het verschijnen van de menstruatie.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Beweging in de darmen alsof er diarree zou volgen.
Dunne ontlasting in de avond.
Diarree : met lozing van winden ; tegelijkertijd buikpijn en rugpijn.
Zeer harde ontlasting.
Constipatie, hevige aandrang om te urineren, geringe ontlasting, met sterke persdrang.
Moeilijke en pijnlijke stoelgang, met flauwteaanvallen ; de stoelgang is vertraagd, hard en onvoldoende.
Hardnekkige constipatie met hevige aandrang om te urineren ; aandrang tot ontlasting met samentrekking van de darmen ; overmatige druk van boven naar beneden, alsof de darmen eruit werden geperst ; tijdens de stoelgang hevig scheurende en snijdende pijn in het rectum.
Diarree na elk soort voedsel dat zijn maag niet verdraagt ; met oprispingen en gerommel in de buik.
Bloed bij de ontlasting.
URINEWEGEN [21]
Chronische nefritis.
Neuralgie ; aanvallen van uiterst folterende pijnen vanuit de rechter nier naar beneden.
Nierkoliek en lozing van gruis.
Kleine steentjes worden uit de blaas geloosd.
Steen in de blaas ; bloederige urine.
Nier- en blaasstenen.
Gruis, bij kinderen.
Pijnlijke insnoering van de blaas, zonder aandrang.
Pijn en krampen in de blaas, vooral met pijnlijke aandrang en branden ; urine overvloedig en bleek.
Tenesmus van de blaas, met afscheiding van witte bijtende etter en slijm.
Drukgevoeligheid en uitzetting in de blaasstreek.
Nachtelijke urine-incontinentie bij een klein meisje ; wanneer zij wakker was, kon zij alleen staande urineren.
Veelvuldige lozing van bleke, overvloedige urine.
Moet 's nachts twee- of driemaal opstaan om te urineren en loost een grote hoeveelheid ; hij meent nooit klaar te raken, eerst met branden, daarna zonder.
Frequent urineren, met harde ontlasting.
Frequente vergeefse aandrang om te urineren, met verminderde urinelozing.
Frequente aandrang om te urineren met schaarse lozing, gepaard gaand met branden.
Wanneer hij zit, druppelt de urine weg ; wanneer hij staat, loopt zij vrij af.
De urine komt in een dunne, zwakke straal, of slechts druppelsgewijs, zonder pijn of aandrang ; hij moet sterk persen.
Branden tijdens het urineren, met lozing van langgerekte vlokken.
Strangurie, met druk op de blaas, maar de urine wil niet komen, en wanneer zij komt is er snijdende pijn.
Pijnlijke urineretentie.
Urine : helder en klaar, maar prikkelend ; rood, vurig ; vaak en overvloedig, moet 's nachts opstaan ; schaars, slijmerig, vlokkerig, zanderig ; overvloedig, zonder gewaarwording geloosd ; bleek, troebel, onmiddellijk na de lozing als leemwater en schaars, geloosd in een dunne, krachteloze straal ; zet wit zand af.
Zand in de urine of op de luier ; het kind schreeuwt vóór en tijdens het lozen ervan.
Telkens wanneer zij urineert, ontsnapt er lucht uit de urinebuis met een borrelend geluid.
De urine komt in een dunne, zwakke straal of druppelsgewijs, zonder pijn.
Na het lozen van urine branden en jeuk, scheurende pijn van de eikel tot de wortel van de penis.
Veel pijn aan het einde van het urineren, bijna ondraaglijk.
Rukkend gevoel langs de mannelijke urinebuis.
Pijn aan de meatus urinarius, bij vrouwen.
Grote moeilijkheid bij het urineren, voortdurende vergeefse aandrang ; soms wordt de urine (die schaars is) troebel wanneer zij staat ; pijn in de rug, in het onderste deel van de wervelkolom, en vandaar over de heupen en langs de dijen omlaag ; het onderste deel van het abdomen drukgevoelig bij aanraking, hard, opgezet ; haar symptomen herinneren haar aan wat zij leed na een bevalling.
Een man, æt. 52, jarenlang aan whisky verslaafd ; had ongeveer vier maanden geleden een overvloedige bloedvloeiing uit de darmen ; de inspanning van een paar huizenblokken lopen veroorzaakt verstikking ; na het bloedverlies begonnen de voeten te zwellen ; beide ledematen tot halverwege de dijen sterk oedemateus ; heeft twee of drie onbestemde kouderillingen gehad ; enkele maanden geleden een plotselinge paralytische zwakte van linkerarm en -been, die binnen drie uur overging en een gevoelloosheid in de linkerhand en scheurende pijn in de linkerzijde van hoofd en gezicht naliet ; geen eetlust ; bloederig-slijmerige afscheiding bij de ontlasting ; voelt zich voortdurend als in een droom ; geheugenverlies ; gezicht bedekt met spataderen en zeer rood ; algemene veneuze stase ; gevoel boven op het hoofd alsof hij met een hamer was geslagen ; moet 's nachts verscheidene malen urineren ; urine dik en troebel na stilstaan, maar helder wanneer zij eerst wordt geloosd ; heeft veel zorgen gehad door financiële verliezen ; kan niet urineren terwijl hij op de stoelgang zit, maar zij vloeit vrij wanneer hij staat ; albumine in de urine.
Na elke urinelozing pijn op een punt nabij de blaashals ; moest vaak urineren en had in meerdere of mindere mate last door het hele bekken ; na elke urinelozing had hij kouderillingen die in de streek van de blaashals begonnen en zich omhoog uitbreidden totdat hij ze in het hele bovenste deel van het lichaam voelde.
Na blootstelling aan tocht van koude lucht terwijl hij overvloedig transpireerde, was hij de volgende ochtend niet in staat zich te bewegen of verplaatst te worden ; voelde alsof hij door een soort zuiging aan het bed vastgezogen was ; vóór hij in deze toestand geraakte, had hij bij de geringste beweging hevige stekende pijnen, vooral in rug en schouders ; in de voorgaande vierentwintig uur slechts twee schaarse urinelozingen.
Mevr. C., æt. 50, werd ernstig verkouden, gevolgd door een koude rilling en koorts ; de volgende ochtend na de rilling ontwaakte zij met hevige pijnen door blaas, rug, heupen en langs de dijen omlaag ; frequent urineren, waarbij slechts weinig kwam en dat meestal bloed was, met veel branden en persen. θ Cystitis.
Een ziekelijk uitziend kind, een meisje, æt. 3, sinds verscheidene weken in slechte gezondheid ; telkens wanneer het kind urineert, ontsnapt er met geluid lucht uit de blaas.
Na elke urinelozing pijn op een punt in de nabijheid van de blaashals ; na iedere urinelozing kouderillingen die in de streek van de blaashals begonnen en zich omhoog uitbreidden totdat hij ze tenslotte in het hele bovenste deel van het lichaam voelde.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Zaadlozingen, wellustige dromen, met rugpijn, uitputting, duizeligheid.
De geringste opwinding veroorzaakt een zaadlozing, zelfs zonder seksueel gevoel.
Pijnlijke pollutie bijna elke nacht, met wellustige dromen.
Wellustige dromen met erecties maken hem wakker, met hoofdpijn, wazig zien, uitputting en duizeligheid ; neiging tot coïtus, met onrustige slaap en frequente zaadlozingen ; zaadstrengen gezwollen, seksuele opwinding maakt ze pijnlijk en gevoelig ; bloederige polluties (Ledum) ; kwalijke geur rond de geslachtsdelen.
Zwelling van de zaadstrengen na onbevredigde seksuele opwinding.
Na onderdrukte gonorroïsche afscheiding door injecties met een oplossing van buskruit, uiterst ernstige reumatische pijnen in de ledematen en uiterste vermagering.
Gonorroe, onderdrukt door koud, nat weer of door kwik, gevolgd door reuma.
Herpes op de voorhuid.
Vochtige uitslag rond de geslachtsdelen of tussen scrotum en dijen.
Scheurende pijn van de eikel tot aan de wortel van de penis.
Eikel rood en ontstoken.
Ondraaglijke geur rond de geslachtsdelen.
Ondraaglijke jeuk aan het scrotum en perineum ; na krabben ontstaan kleine pukkeltjes, die vocht afscheiden en de plek rauw houden.
Sycose.
Oude, droge sycotische wratten, overgebleven na behandeling met kwik tegen jichtachtige pijnen.
Syfilis ; schilferende uitslag ; botpijn ; na misbruik van kwik.
Vrouwelijke geslachtsorganen [23]
Menstruatie zeer overvloedig, zelfs tot bloeding, bij een oude vrijster.
Dysmenorroe gedurende twintig jaar; begon gewoonlijk 's morgens met bitter braken, diarree en flauwteaanvallen, met buitengewoon koud zweet; vreselijke pijn in rug, dijen en onderbuik; moest de eerste dag gaan liggen, de tweede dag bleef de pijn zeer hevig, en op de derde dag ging zij over; linker tepel aanzienlijk ingetrokken, ontstaan na een val in de kindertijd, en zij had ernstige pijn in de linker borst uitstralend langs de linker arm, en de linker borst was zo gevoelig dat zij haar hand er vaak voor hield om aanraking te vermijden.
Menstruatie: te laat en schaars, voorafgegaan door aandrang om te urineren; jeukende eruptie op het voorhoofd; de vloeiing bijtend; gevoeligheid aan de binnenzijde van de dijen; krampende pijn in de maagkuil in de richting van de onderrug.
Leucorroe: bij het lopen; pijn aan de urethramond na het urineren.
Leucorroe, zes maanden na de bevalling nog aanhoudend, met hevige weeachtige pijnen van het sacrum naar de darmbeenkam, of rondom naar de uterus; warmte en pulsatie in het sacrum; schaarse, witte leucorroe bij lopen of inspanning; branderige mictie; hevige pijn aan het einde van het urineren; had vele abortussen gehad.
De tepels raakten ingetrokken en gevoelloos.
Scirrhus van de borst (genezen door grote doses).
Tijdens de climacterische periode: astmatische ademhaling, < bij liggen; zeer hevige pijn in de rug ter hoogte van en onmiddellijk links van het sacrum; < door druk en door omdraaien in bed; ernstige en aanhoudende misselijkheid, met braken, hevige hoofdpijn in het voorhoofd; sterke aandrang om te urineren met slechts geringe lozing van urine, gepaard gaand met brandende, stekende pijn tijdens en na het urineren, hevige rillingen over het hele lichaam, beginnend in de voeten; tamelijk kalm, maar vreesde dat zij niet zou herstellen.
ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]
Bij zwangere vrouwen: vóór en tijdens de stoelgang hevige pijnen in de sacrale streek, met kronkelen, trekkend, naar boven en naar beneden uitstralend, totdat vingers, handen, voeten en tenen erbij betrokken raken en door schietende, trekkende pijnen verkrampen, met angst, flauwte en hartkloppingen.
Ettervorming van de mamma.
STEM EN STROTTEHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Kroep, krampachtige vorm; laryngismus stridulus.
Rauwheid en pijn in het strottenhoofd.
Keel ruw, hees en droog 's morgens bij het ontwaken.
Heesheid in de keel om de andere dag.
Taai slijm in de keel 's morgens, dat niet door keelschrapen kan worden verwijderd.
Voortdurend keelschrapen van slijm in de morgen, waarbij het slijm steeds weer overvloedig wordt gevormd.
Krampachtige snoering in keel en borst, met bemoeilijkte ademhaling.
Maakt de kleren rond de nek los om adem te krijgen; maar dit helpt niet.
ADEMHALING [26]
Kortademigheid; hij moet halsdoek en vest losmaken.
Stilstand van de ademhaling alsof door een spasme, met beklemming van de keel. θ Krampachtige astma.
Kortademigheid bij het opgaan van trappen.
Rillingen over het hele lichaam, van onder naar boven; astmatische ademhaling, < bij liggen.
Beklemming van de borst die de ademhaling belemmert, 's morgens.
Ernstig emfyseem; borst tonvormig; lever omlaag gedrukt; mm. scaleni hypertrofisch; voortdurende dyspneu, < na het eten en bij de geringste beweging (verlicht).
Hoest [27]
Hoest: door kriebeling in de borst of met reutelen in de borst; met kleurloze, smaakloze expectoratie, pijn in het strottenhoofd; met hoofdpijn; droog, met een brandend gevoel in de neus bij het snuiten van de neus; met coryza; met misselijkheid, braken van gal, diarree; 's morgens.
Chronische catarre.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Stekende pijnen van de rug door naar de borst bij elke beweging.
Artritische tuberkels in de longen.
HART, POLS EN BLOEDSOMLOOP [29]
Hartkloppingen zonder vrees; meestal overdag.
Bloedopwelling en uitgezette aderen.
Pols 's avonds versneld, 's morgens traag.
BORSTWAND [30]
Het borstbeen voelt alsof het beurs is; gevoelig bij aanraking.
Aan de borstwand spannende pijn, alsof deze te kort was, bij zich oprichten en rechtop lopen.
Pijnlijke druk op het borstbeen, < bij aanraking.
De tepels zijn slap, ongevoelig en niet prikkelbaar.
Jeuk rond de tepels.
Netelroos op de borst.
NEK EN RUG [31]
Vermagerde nek; marasmus bij kinderen.
Moest zijn das losmaken; gevoel alsof de borstkas te nauw is.
Halsklieren verhard; na misbruik van kwik.
Steken vanuit de rug, doorschietend tot in de borst, bij de geringste beweging.
Pijn langs een deel van de wervelkolom, over de heupen en langs de dijen naar beneden; moeilijk urineren.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Stekende pijnen in de gewrichten van armen, handen en vingers, bij beweging.
Diepe rhagaden aan de vingers, met brandende pijnen.
Pijn in de vingertoppen bij druk, alsof zij geülcereerd waren of alsof zout op een wond was gestrooid.
De vingertoppen voelen beurs en pijnlijk aan.
De zijden van de vingers branden.
De vingers branden onder de nagels, met jeuk.
Urticaria aan de handen.
Tetter aan de handen.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Zwakte in dijen en knieën.
Wringende, ondragelijke pijnen in de knieën, die heet, gezwollen en gevoelig bij aanraking waren, soms in de linker, soms in de rechter en soms gelijktijdig in beide ; beweging zeer pijnlijk, vooral bij het op- en afgaan van trappen ; plaats van de grootste drukgevoeligheid aan weerszijden van de knieschijven ; frequente aanvallen na het per ongeluk stoten van de knieën tegen een tafelpoot (wat steevast een ernstige ontsteking veroorzaakt).
Stekende pijnen in de benen, vooral bij beweging.
Blauwe vlekken op de benen, met verharding van de huid onder de vlekken, diep naar binnen doorlopend, het begin van hardnekkige zweren.
Pijn in oppervlakkige knobbels op het scheenbeen.
Rode vlekken op de kuiten.
Een jongeman, æt. 30, was aan een speekselvloedkuur onderworpen geweest, en had behalve vele pijnlijke symptomen een grote zweer op het rechterbeen, rondom de enkel, zo groot als een hand, die bijna de gehele omtrek van dit deel innam en zich door de fascie bijna tot op het bot uitstrekte ; oppervlakkige aderen sterk vergroot, enig oedeem van de voet ; voortdurend zeurende, knagende pijn ; delen buitengewoon gevoelig voor druk ; had de gewoonte 's nachts morfine te nemen om slaap te verkrijgen ; zweer onregelmatig van vorm, rafelige randen ; donkere areola ; randen hoog en afgerond ; bodem van de zweer vlak, maar ongelijk ; etter overvloedig, afschuwelijk stinkend en donker van kleur ; vertoonde vaak gedeeltelijke granulatie, om daarna weer uiteen te vallen, waarbij de granulaties zwart werden en in massa's loslieten ; op het linkerbeen een soortgelijke zweer, niet geheel zo groot ; een soortgelijke zweer op de linkerarm, halverwege tussen pols en elleboog, niet zo diep als de andere ; gezondheid slecht ; eetlust verminderd ; slapeloos en algemeen uitgeput (verbeterd).
Eczeem van het linkerbeen, met aambeien, werd, nadat het door Hepar 6x verlicht was, door grote doses Sarsap genezen.
's Nachts reumatische pijnen in de voeten.
IJzige koude van de voeten vóór het naar bed gaan.
Ragaden aan de voeten.
Vóór het naar bed gaan zwellen de voeten op.
Branden aan de zijkanten en toppen van de tenen, met grote gevoeligheid voor de druk van schoenen of laarzen ; een soortgelijk branden ook in de vingers, onder de nagels, met jeuk.
Reumatische pijnen in de gewrichten na gonorroe.
Rheumatisme van de onderste ledematen ; zwelling en verharding van de klieren rond het bovenste deel van de hals. θ Syfilis en misbruik van kwik.
Botpijn door kwik.
In alle gewrichten van het lichaam, gedurende verscheidene dagen scheurende pijn, nu hier dan daar, maar telkens slechts van korte duur.
Jicht in de onderste ledematen.
Arthritis vaga.
Exostosen, botpijn door kwik.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Ledematen onbeweeglijk alsof verlamd.
Beven van handen en voeten.
Handen en voeten voelen eigenaardig vermoeid aan.
Rheumatisme, botpijnen na kwik of onderdrukte gonorroe; pijnen < 's nachts, bij vochtig weer of nadat men in het water kou heeft gevat.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Liggen : astmatische ademhaling <.
Op de rug liggend : tijdens het slapen.
Zitten : hoofd geneigd voorover te vallen ; urine druppelt weg.
Het hoofd achterover buigen : veroorzaakt pijn in de kaak.
Staan : meisje kon alleen dan urineren ; urine gaat vrij af.
Bukken : pijn van achterhoofd naar voorhoofd.
Beweging : veroorzaakt stekende pijnen in nek en schouders ; dyspneu < ; steken van rug naar borst ; steken in gewrichten ; van de knieën pijnlijk ; steken in de benen <.
Omdraaien in bed : pijn in de rug <.
Lopen : hoofd geneigd voorover te vallen ; kloppende pijn boven op het hoofd < ; veroorzaakt verstikking ; leukorroe ; rechtop voelt de borst te kort ; pijn van achterhoofd naar voorhoofd ; pijn in de lendenen.
Traplopen : kortademigheid.
ZENUWEN [36]
Kan de hele dag, nuchter, op de been blijven; geen enkele inspanning scheen te vermoeien; gevoelloosheid van de vingers, vooral van de derde en vierde vinger aan beide handen.
Gevoel van zwakte door het gehele lichaam; gevoel van flauwte.
Flauwteaanvallen, met moeizame stoelgang.
Verlamming, spieren geatrofieerd.
SLAAP [37]
Slapeloosheid 's nachts; wordt vaak wakker.
Dromen: wellustig, zonder erecties maar met zaadlozingen; over dodelijke ongevallen.
Slaapt liggend op de rug.
TIJD [38]
's Morgens : misselijkheid ; jeuk diep in het hoofd ; gevoel van vermoeidheid ; bittere smaak ; oogleden verkleefd ; niezen en lopende coryza ; tong wit beslagen ; slijmerige mond ; droogheid in mond en keel ; taai slijm in mond en keel ; beklemming op de borst ; diarree ; trage pols.
's Voormiddags : frequente rillingen vanuit de voeten omhoog.
Overdag : tranenvloed ; hartkloppingen.
Om 6 uur 's avonds : hik.
's Avonds : pijnen nemen toe ; hoofdpijn < ; grote slaperigheid ; hitte van het gezicht ; oprispingen ; losse stoelgang ; versnelde pols ; hitte-opwellingen en hartkloppingen ; hitte en zweet op het voorhoofd.
's Nachts : hevige transpiratie ; reumatische pijnen in de voeten ; slapeloosheid.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Hitte : puistjes jeuken.
Warmte : symptomen >.
Warme voeding : symptomen <.
Warme kamer : duizeligheid <.
Vanuit een warme kamer in koude lucht : uitslag verschijnt.
Open lucht : wankelt en valt voorover ; korsten vallen af en de nieuwe huid barst open.
Koude lucht : scheurende pijn in de tanden ; pijn in de kiezen > ; door tocht van lucht terwijl hij in transpiratie was, kon hij de volgende ochtend niet bewegen.
Koude drank : scheurende pijn in de tanden.
Koude voeding : symptomen >.
Koud, nat weer : onderdrukt gonorroe ; rheumatisme <.
Wassen : erupties <.
Rillerigheid : symptomen <.
KOORTS [40]
Rillerigheid op de voorgrond (dag en nacht).
Veelvuldig huiveren, meestal in de voormiddag, van de voeten naar boven optrekkend.
Koude rilling over het hele lichaam, van onderen naar boven.
Erger tijdens de rillerigheid ; > zodra hij warm wordt.
Hitte in de avond, met bloedopwellingen en hartkloppingen.
Bloedopwelling, met uitgezette aderen.
Hitte, 's avonds in bed, een uur vóór het inslapen ; het bloed kookt, het hart bonst en het zweet staat op het voorhoofd.
Zweet op het voorhoofd tijdens de avondlijke hitte.
Gedurende vijf dagen schietende pijn van het achterhoofd naar het voorhoofd, bij bukken of bij het lopen ; gedurende twee dagen rillerigheid die in de benen begint en zich over het hele lichaam uitbreidt, daarna algemene hitte, daarna licht zweet ; bij de hitte, dorst, veel en vaak drinken ; schietende pijn in de onderrug bij het lopen ; voelt voor zichzelf heet aan, maar de huid is koel bij aanraking ; pols 120 ; enkele dagen geleden blootgesteld aan een walgelijke geur van ontbindende stoffen.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Afwisselend : druk en branden in de ogen.
Twee- of driemaal per nacht : moet opstaan om te urineren.
Om de andere dag : heesheid in de keel.
Twee dagen lang : rillerigheid in de benen, van daaruit over het hele lichaam.
Verscheidene dagen lang : scheurende pijnen in de gewrichten.
Vijf dagen lang : pijn van het achterhoofd naar het voorhoofd.
Twee- of driemaal per week : zaadlozingen.
Lente : uitslag heeft de neiging op te treden ; sycotische uitslag <.
Twintig jaar lang : dysmenorroe.
LOKALISATIE EN RICHTING [42]
Rechts : jeuk in een helft van het hoofd ; kloppen aan de zijkant van het hoofd ; bonzen en suizen aan de zijkant van het hoofd ; schietende pijn in het wandbeen ; trillen in het bovenooglid ; jeuk in de neusvleugel ; neusgat verstopt ; pijn in de kauwspieren ; pijn in de onderkaak ; scheurende pijn in de wortel van de laatste onderste molaar ; keelpijn ; ernstige spanning in de lies ; gevoeligheid in de liesplooi ; ondraaglijke pijn vanuit de nier naar beneden ; grote zweer op het been ; furunkels aan de zijkant van de neus ; op de rugzijde van de voet.
Links : druk en steken in voorhoofd en hoofd aan de zijkant ; wazig zien ; druk in het oog ; jeuk aan de zijkant van de neus ; uitslag in het neusgat ; knijpende pijn aan de zijkant van het abdomen ; knijpende pijn in de liesstreek ; zwakte van arm en been ; gevoelloosheid van de hand ; scheurende pijn aan de zijkant van hoofd en gezicht ; tepel ingetrokken ; ernstige pijn in de borst ; zweer op been en arm ; eczeem van het been ; furunkels in de bilstreken.
Eerst links dan rechts : druk in de ogen.
Omhoog : kou trekt op vanuit de blaas.
Van boven naar beneden : druk in het abdomen.
Van beneden naar boven : hevige rillingen over het gehele lichaam ; huivering vanuit de voeten.
Omhoog en omlaag : sacrale pijnen stralen uit.
GEWAARWORDINGEN [43]
Alsof er een groot zwaar gevoel in het hoofd was; een gonzen alsof er een grote klok in het hoofd was aangeslagen; alsof iets op het hoofd drukte; alsof er gaas over het l. oog was uitgespreid; alsof er een zandkorrel in het oog zat; alsof een naald in het puntje van de neus prikte; gezicht alsof het beurs was; kaak alsof die werd gebroken; alsof hij niets had gegeten; alsof diarree zou opkomen; alsof de darmen eruit werden gedrukt; alsof in een droom; alsof hij met een hamer boven op het hoofd was geslagen; alsof hij door een soort zuiging aan het bed was vastgezogen; alsof de adem door een ademtocht werd tegengehouden; borstbeen alsof het beurs was; alsof de borstkas te kort was; alsof de toppen van de vingers geülcereerd waren of alsof zout op een wond werd gestrooid; ledematen alsof verlamd.
Pijn: in de lendenen en langs de zaadstrengen omlaag; in de achterste kiezen; in de keel; in de urineblaas; in het onderste deel van de wervelkolom, over de heupen en langs de dijen omlaag; op een punt nabij de hals van de blaas; aan de meatus urinarius; in het strottenhoofd; in oppervlakkige knobbels op het scheenbeen; in de botten.
Ondraaglijke pijnen: van de rechter nier omlaag; in de knieën.
Vreselijke pijn: in rug, dijen en hypogastrium.
Hevige pijn: in de ogen; in het gezicht.
Hevige, stekende pijnen: in rug en schouders; door de urineblaas, rug, heupen en dijen; in de linkerborst; in de rug; in het hoofd.
Scheurende pijn: in de kauwspieren; in de tanden; in het rectum; van de eikel tot de wortel van de penis; in alle gewrichten.
Rijtende pijn: in de linkerzijde van het hoofd.
Snijdende pijn: in het rectum.
Schietende pijn: van het achterhoofd naar de ogen; in de sacrale streek, vandaar omhoog en omlaag naar vingers en tenen.
Schieten: in het rechter wandbeen; van het achterhoofd naar voren; van het achterhoofd naar het voorhoofd; in de lendenen.
Kloppend: boven op het hoofd; in de rechterzijde van het hoofd.
Pulserende pijnen: in het hoofd.
Hevige, weeënachtige pijnen: van het sacrum naar de crista iliaca, of rondom naar de uterus.
Steken: in de linkerzijde van het voorhoofd en het hoofd; in de tong; van de rug naar de borst; in de gewrichten van armen, handen en vingers; in de benen.
Stekende pijnen: in het hoofd.
Knijpende pijn: in het abdomen; in de linker liesstreek.
Krampende pijn: in de maagkuil.
Krampen: in de urineblaas.
Brandende pijn: in rhagaden van de vingers.
Zeurende pijn: door de slapen, het voorhoofd en het achterhoofd.
Reumatische pijnen: in de ledematen; in de voeten; in de gewrichten.
Beurse pijn: van het tandvlees.
Prikkelend steken: in de ogen; in de kauwspieren; in het tandvlees en de wortel van een kies.
Gevoeligheid: in de keel; in de plooi van de rechter lies; aan de binnenzijde van de dijen; van de toppen van de vingers.
Branden: in de ogen; in de neus; in de maag; in het abdomen; terwijl de urine afgaat; van de eikel tot de wortel van de penis; aan de zijden van de vingers; onder de vingernagels; aan de zijden en toppen van de tenen.
Scherpe gewaarwording: op de tong; in de keelholte; in de maag.
Prikken: in het puntje van de neus.
Benauwd gevoel: door het hele bekken.
Rauw gevoel: in het strottenhoofd.
Hitte: in het sacrum.
Kriebelende, ulceratieve gewaarwording: in de fauces.
Rukken: langs de mannelijke urethra.
Pulsatie: in het sacrum.
Kloppen en suizen: in de rechterzijde van het hoofd.
Druk: in de linkerzijde van het voorhoofd en het hoofd; in het linkeroog; in het abdomen; op de darmen; op de urineblaas.
Drukkend gevoel: diep in de rechterzijde van het hoofd; in de kruin; in het zachte gehemelte; op het borstbeen.
Trekkend gevoel: in de kauwspieren; in het zachte gehemelte; in de sacrale streek en omhoog en omlaag naar vingers en tenen.
Spanning: in de spieren en het gewricht van de kaak; in de rechter lies.
Zwaar gevoel: in het hoofd.
Insnøring: van de urineblaas; in keel en borst.
Droogheid: in de mond; in de keel.
Stijfheid: in de spieren en het gewricht van de kaak.
Gevoelloosheid: van de linkerhand; van de vingers.
Zwakte: in dijen en knieën; over het hele lichaam.
Doffe trilling met golving: in het hoofd.
Dof, versuft gevoel: in het hoofd.
Prikkelende jeuk: in het gezicht en de hoofdhuid; in nek en schouders.
Jeuk: diep in de rechterhelft van het hoofd; in het hoofd; van de korst op de oorlel; in de rechter neusvleugel; aan de linkerzijde van de neus; van de eruptie op het voorhoofd; van de eikel tot de wortel van de penis; op het scrotum en perineum; rond de tepels; onder de vingernagels; op plekken in littekens.
Koud gevoel: in het abdomen.
WEEFSELS [44]
Sterke vermagering, de huid verschrompelt of hangt in plooien.
Scrofuleuze, sycotische of syfilitische aandoeningen.
Chronische abcessen, gepaard gaand met overvloedige afscheiding.
Reumatische botpijnen na kwik of onderdrukte gonorroe.
Kinderen vermagerd ; gezicht als van oude mensen ; dikke buik ; droge, slappe huid ; brijige ontlasting. θ Marasmus.
Huiduitslagen die geneigd zijn in de lente op te treden, met ontstoken basis, de korsten laten buitenshuis gemakkelijk los en de aangrenzende huid raakt gekloofd.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Aanraking: buitenzijde van het abdomen zeer gevoelig; linker borst zeer gevoelig; borstbeen gevoelig; knieën drukgevoelig; steenpuisten steken.
Druk: druk op de gesloten ogen veroorzaakt hevige pijn; rugpijn < door druk; pijn in de vingertoppen bij druk; tenen gevoelig.
Maakt de kleding vanaf de nek los om adem te krijgen.
Manipulatie van de kaak veroorzaakt pijn.
Kammen: hoofdhuid gevoelig.
Krabben: veroorzaakt dat de jeuk op een andere plaats begint; uitslag op het voorhoofd wordt vochtig.
HUID [46]
Uitslag zodra hij vanuit een warme kamer in koude lucht komt.
Droge, rode puistjes, die alleen jeuken bij warmte.
Diepe, brandende rhagaden.
De basis van de eruptie is sterk ontstoken; het kind huilt veel en is zeer onrustig; korsten laten in de open lucht los en de aangrenzende huid klooft.
Herpetische zweren, zich cirkelvormig uitbreidend, zonder korstvorming, met rode, granulerende bodems en witte randen; de huid ziet eruit als na een warme omslag; sereuze, roodachtige afscheidingen.
Zweren na overmatig gebruik van kwik.
Verschrompelde huid.
Tetters op alle delen van het lichaam.
Tetters, herpetische zweren, bij syfilis.
Zweren in het tweede stadium van syfilis.
Veel kleine wratten.
Paarden verliezen haren bij erupties.
Vaak terugkerende uitslag veroorzaakt smetten bij zuigelingen.
Droge, schurftachtige erupties, met vermagering.
Pemphigus squamosus.
Serpigineuze erupties.
Kleine etterpuisten aan de rechterzijde van de neus; op de rechter rugzijde van de voet, in de l. gluteale streek, soms met stekende pijn bij aanraking.
Pustels die zijn opengekrabd en zweren achterlaten die lange tijd etteren.
De huid geneest niet.
Rode vlekken, psoriasisachtig, na overmatig gebruik van kwik.
Een endemische aandoening, optredend in Marienwerder, af en toe met trichoma (plica); patiënten zijn lange tijd onwel; bleekrood-bruinachtige vlekken verschijnen op de extremiteiten, zelden op de romp, gaan over in kleine, diepe zweren, met eeltige, naar binnen gekeerde randen; deze genezen na enige tijd, maar verschijnen op andere plaatsen; hun grootte is ongeveer een halve duim (ca. 1,25 cm), zelden kleiner, nooit groter; zij breiden zich in een lijn uit als een krans of guirlande; de littekens verheven, rood, kronkelig; later keelpijn, pijn in de neus; ontstoken, etterende plekken op het zachte gehemelte en op het septum, dat zij spoedig vernielen; soms pijn in oppervlakkige knobbels op het scheenbeen en op andere plaatsen; ook exostosen.
Sycotische eruptie bestaande uit kleine vlekjes die nauwelijks boven de huid verheven zijn, vaak licht schilferend, maar eruitziend als de roseola van syfilis en ondraaglijk jeukend, < in de lente.
Pustuleuze efflorescentie in het gezicht, van ichoreuze aard; op de rest van het lichaam een papuleuze efflorescentie; deze eruptie verscheen na hevige nachtelijke jeuk, die tot krabben leidde, soms aan de bovenste, soms aan de onderste extremiteiten, soms op het lichaam in de vorm van kleine kleurloze puistjes, met serum gevuld; de laatstgenoemde eruptie begon een jaar geleden, terwijl die in het gezicht een jaar eerder verscheen en in wisselende mate van intensiteit en uitgebreidheid het voorhoofd, de wangen en vooral de neus aantastte.
Eruptie lijkend op psoriasis bij personen die veel kwik hebben gebruikt. θ Syfilis.
Jeuk verlicht of verminderd door krabben.
Jeuk op plekken van littekens na pokken.
Blauwe vlekken met verharde huid op de benen.
Verharding van de huid.
Nieuwe huid klooft en brandt.
Rhagaden: de huid klooft aan handen en voeten; pijn en branderigheid, vooral aan de zijkanten van vingers en tenen (na Hepar ).
Erupties na vaccinatie.
Furunkels.
Eczeem.
Erupties < door wassen.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Donker haar ; sycosis.
Meisje, æt. 3, ziekelijk uitziend ; gas uit de blaas.
Jonge man, æt. 19, nerveus-gallig temperament, landbouwer ; spermatorroe.
Bediende, æt. 20 ; wisselkoorts.
Student, æt. 20, nerveus temperament, sinds de puberteit lijdend ; spermatorroe.
Man, æt. 30, bij wie speekselvloed was opgewekt ; zweer aan het been.
Juffrouw P., ongehuwde dame, licht haar en lichte teint ; mentale neerslachtigheid.
Meneer ---, negen jaar geleden syfilis, waarvoor hij grote doses kwik had gekregen ; reumatisme in de gewrichten ; hoofdpijn.
Mevrouw ---, æt. 32 ; dysmenorroe en pijn in een borst.
Dame, æt. 45, in zwakke gezondheid, in de overgang ; astma, enz.
Mevrouw C., æt. 50, na een hevige kouvatting ; cystitis.
Man, æt. 50, verslaafd aan stimulerende middelen ; blaasaandoening.
Man, æt. 52, whiskydrinker ; ziekte van Bright.
Man, æt. 65, robuust, al twee jaar lijdend ; huiduitslag.
Meneer ---, twintig jaar ziek ; blaasaandoening.
RELATIES [48]
Wordt geantidoteerd door : Bellad., Mercur.
Werkt als antidotum tegen de effecten van kwik.
Verenigbaar met : Cepa, Hepar, Phosphor., Rhus tox., Sepia, Sulph.
Complementair : Mercur., Sepia.
Vergelijk met : Natr. mur.