Hyoscyamus Niger

van Constantine HeringDe leidende symptomen van onze Materia Medica

Stupor, bewusteloosheid ; beantwoordt geen vragen ; herkent niemand ; antwoordt juist, maar onmiddellijk keert de stupor terug.

Geestelijke verdoving : door neerdrukkende gemoedsinvloeden ; hypochondrisch ; door de geur van bloemen, gas, etherische oliën, enz.

Zwakzinnigheid, of illusies van verbeelding en zintuigen.

Onvermogen te denken ; kan de gedachten niet richten of beheersen.

Verlies van geheugen.

Rustige, nadenkende stemming ; geen klachten ; geen verlangens.

Beantwoordt geen vragen ; kan er niet tegen dat men tegen hem spreekt.

Geeft antwoorden die niet ter zake doen.

Voegt tijdens het lezen ongepaste woorden en zinnen in.

Heft het hoofd van het kussen op en kijkt om zich heen.

Denkt dat hij op de verkeerde plaats is.

Ziet personen die er niet zijn en niet aanwezig zijn geweest.

Weet niet of hij moet aannemen wat hem wordt aangeboden.

Vrees voor dranken ; voor water.

Angstige bezorgdheid ; chronische vreesachtigheid.

Vrees : alleen gelaten te worden ; voor vergif of om gebeten te worden ; om vergiftigd of verkocht te worden ; om verraden of mishandeld te worden ; wil weglopen.

Beklaagt zich erover dat hij vergiftigd is.

Vreselijke zielsangst, aanvallen van angst.

Zeer achterdochtig.

Maakt anderen verwijten, klaagt over vermeend onrecht dat hem is aangedaan.

Twistzucht ; onbedwingbare woede.

Ongeduld, overijlde levendigheid, spraakzaamheid, vertelt alles.

Plukt aan het beddengoed ; mompelt en bazelt.

Mompelt absurde dingen voor zich uit.

Geeft abrupte, korte antwoorden op denkbeeldige vragen.

Schreeuwt plotseling.

Spreekt in wakende toestand onzinnig, alsof er een man aanwezig was.

Praat meer dan gewoonlijk, en levendiger en gejaagder.

Voortdurend onverstaanbaar geklets.

Ligt naakt in bed en bazelt.

Delier : spreekt over zaken en ingebeeld onrecht.

Houdt van schunnige praat.

Barst vaak uit in luid lachen.

Scheldt ; raast ; beschimpt degenen om hem heen.

Huilt en lacht afwisselend, levendige gebaren.

Jammert, maar weet niet waarom.

Dwaas, glimlachend, lacht om alles, dwaze gelaatsuitdrukking.

Dwaze lach.

Praat op absurde wijze.

Doet dwaze dingen, gedraagt zich als een waanzinnige.

Komische geestesvervreemding ; potsierlijke handelingen als van apen ; maakt belachelijke gebaren als een dansende clown ; als iemand die dronken is.

Speelt met zijn vingers (niet plukkend aan het beddengoed).

Grijpt in de lucht, of naar een denkbeeldige verschijning, en trekt aan het beddengoed.

Carfologie en gemompel.

Zingt voortdurend en praat gehaast, maar onduidelijk.

Zingt amoureuze en obscene liederen.

Overmatige geanimeerdheid, onrustige gejaagdheid.

Beledigend, schreeuwend, ruzie makend, onbeheerste woede, met vertoon van ongewone kracht.

Waanzinnige werkdrift.

Neiging tot handelen ; wil iemand of zichzelf doden.

Is gewelddadig en slaat mensen.

Bijt, krabt en knijpt iedereen die tussenbeide komt.

Kind doet hevige inspanningen om uit bed te komen, probeert te bijten en raast.

Probeert degenen om hem heen te verwonden ; convulsies na poging tot slikken.

Woelende en grijpende bewegingen van de handen, slaat zijn verplegers ; bewegingen zeer snel, met moeite op schoot te houden ; wil vechten, probeert te bijten ; zingt met tussenpozen en barst soms in lachen uit ; wanneer men hem iets aanbiedt, klemt hij het gretig met beide handen vast.

Delier : met lichamelijke onrust ; wil niet in bed blijven ; beweegt zich van de ene plaats naar de andere ; volledig ; levendig ; wild ; bedrijvig, met voortdurend gemompel of praten, en friemelen met de handen ; over de gewone bezigheden ; wil opstaan en zijn werk doen of naar huis gaan ; zonder merkbare warmte ; gelaat bleek, ledematen koud, hoewel de temperatuur hoog is ; met trekkingen van de ledematen, en diarree, rood gelaat, wilde, starende blik en bonzen van de carotiden ; komt weer tot bewustzijn wanneer men hem aanspreekt ; houdt aan zolang hij wakker is ; door jaloezie of ergernis ; gemompel ; onsamenhangend spreken ; door pijn.

Delirium tremens : met clonische spasmen ; afkeer van licht en gezelschap ; visioenen, alsof hij werd vervolgd, voorafgegaan door een epileptische aanval ; voortdurend praten 's nachts ; probeert te ontsnappen aan mannen door wie hij zich omringd waant en die hem proberen te vangen ; herkent zijn vrouw niet die naast hem staat, maar meent haar onder een bed verderop te zien.

Waanzin ontstaan door drinken ; wil noch eten noch drinken ; gelaat rood aangelopen, uitdrukking wild ; scheurt zijn kleren ; zwerft 's nachts de kamer op en neer ; slaat naar de bewakers, en kan nauwelijks in bedwang worden gehouden.

Bevend over het gehele lichaam, met zeer wilde blik, en voortdurend wijzend naar slangen die zij naar zich toe zag kruipen en die zij zich verbeeldde in bed naar haar toe te zien komen ; moest worden vastgehouden om rustig te blijven ; metrorragie. θ Delirium tremens.

Een epileptiforme aanval gaat aan de aanval vooraf ; voortdurend praten 's nachts ; wil weglopen uit vrees door de politie vervolgd te worden ; tremor van de ledematen. θ Delirium tremens.

Spraakzame en twistzieke manie, vooral geneigd tot onbehoorlijke en onzedige handelingen, gebaren en uitdrukkingen.

Jaloezie : met woede en delier ; met poging tot moord.

Erotische manie gepaard gaand met jaloezie.

Ernstige aandoening door jaloezie en verdriet om een ontrouwe minnaar ; koorts < na middernacht ; hevige roodheid van het gelaat, met voortdurend delier en verlangen weg te lopen ; voortdurende kloppende tandpijn.

Gewelddadige en bedreigende zenuwsymptomen, zelfs spasmen ; hectische koorts ; slapeloze nachten ; geest bijna ontredderd ; verstoord door ongegronde jaloezie.

Een zachtaardige, beminnelijke vrouw werd uiterst jaloers op haar man, en hoewel zij volledig inzag dat zij hem onrecht deed, was zij zo vervuld van verdriet dat zij dag noch nacht rust vond en noch eten noch drinken kon.

Wellust ; nymfomanie ; erotomanie.

Onanisme sinds de kinderjaren ; is altijd sterk aangetrokken geweest tot het andere geslacht en heeft zich voortijdig beziggehouden met gedachten aan het huwelijk ; is het laatste halve jaar zeer slechtgehumeurd en prikkelbaar geweest ; geheugen aangetast ; teruggetrokken ; schreef heimelijk zijn liefdesaffaires op ; spraak onsamenhangend ; onrust en slapeloosheid ; aanvallen van manie met overvloedig zweten, gehaast en heftig praten, waarbij de ene gedachte snel op de andere volgt, alle op een of andere manier betrekking hebbend op de liefde ; masturbeert bij elke gelegenheid, en is vol obscene praat ; voortdurend heen en weer lopen ; slaat naar en vernietigt alles ; spuugt in het gezicht van de verzorger en raast ; gelaat bleek en ingevallen ; ogen wild, doordringend, glanzend ; hevige pijn in nek en lendenen.

Wellustige manie, ontbloot het lichaam, vooral de geslachtsdelen ; zingt amoureuze liederen.

Loopt bijna naakt rond ; wil niet bedekt worden.

Werpt voortdurend dekens of kleren af ; volledig verlies van schaamtegevoel.

Hij ligt naakt in bed en kletst ; loopt waanzinnig rond, naakt, in een huid gewikkeld tijdens zomerhitte.

Verlangt naakt te zijn (hyperesthesie van de huidzenuwen).

Teleurgestelde liefde gevolgd door : epilepsie ; melancholie ; woede of neiging om om alles te lachen ; wanhoop en neiging zich te verdrinken.

Sombere neerslachtigheid, wanhoop.

Na een uitbarsting van hartstocht, melancholie, die zich geleidelijk tot echte waanzin ontwikkelt ; eetlust verdwenen ; nachten onrustig ; voortdurend delier gepaard gaand met vreesachtigheid ; krachtsverlies ; klaagt in heldere tussenpozen over veelvuldig rillen en koude rillingen in de wervelkolom die naar het hoofd opstijgen ; harde, obstipatieve ontlasting.

Na een aanval van hartstocht en plotselinge schrik werd hij zo melancholiek en vreesachtig dat hij zich in elke hoek verborg, en zelfs vliegen vreesde en ervoor wegliep ; sprakeloos, er was geen woord uit hem te krijgen ; geen eetlust ; slapeloos ; krachtsverlies ; leek buiten zinnen.

Ongegronde verdenking dat hij door leden van de familie, met wie hij een klein meningsverschil had gehad, werd bespied ; om te voorkomen dat zij hem zouden herkennen, kleedde hij zich elke dag anders en verliet zelden zijn huis ; deze monomanie ontwikkelde zich geleidelijk tot waanzin ; hij herkende zijn arts maar verviel meteen weer in wanen ; ontblootte en exposeerde zich ; voortdurend tellend, nu eens in het Frans, dan weer in het Engels, en dan weer in beide ; zich voortdurend naar de windstreken richtend en door zijn vingers kijkend ; met zijn voeten het patroon van het tapijt volgend en zijn benen draaiend tot hij bijna viel ; grijpend naar denkbeeldige voorwerpen ; zijn verwanten achterdochtig observerend en zich verbeeldend dat hij vergiftigd kon worden ; pratend tegen zichzelf. θ Waanzin.

Nadat zij hard van diefstal was beschuldigd, voortdurend delier ; verbeeldt zich omringd te zijn door voorwerpen van angstaanjagende aard ; geen ogenblik rustig, voortdurend uitroepend dat zij de duivel zag ; ontkent dat zij schuldig is aan diefstal, of dat zij iets met heksen te maken heeft ; tremor over het hele lichaam ; worstelt met zo'n heftigheid om te ontkomen dat zij aan bed moet worden vastgebonden ; pols en ademhaling wisselen overeenkomstig de verschillende schimmen die zich aan haar verbeelding voordoen ; tong uiterst vochtig ; ogen streng, grimmig, toornig ; onwillekeurige stoelgang en urine in bed.

Manie tijdens de lactatie ; uiterste prikkelbaarheid ; razen ; wanneer zij in iets wordt tegengewerkt, scheldt zij en slaat blindelings naar personen ; spraakzaam, onzinnige spraak ; huilen, afwisselend met een opgewekte stemming ; angst met beven in de ledematen ; zeer overvloedige melkafscheiding.

Grote onrust, doordringende, starende blik ; schokkende beweging van het hoofd met snelle blikken hierheen en daarheen ; gelaat bleek ; trage pols en zacht ; pogingen om uit de kamer te ontsnappen ; vreselijke hallucinaties van figuren die hem komen grijpen, kippen met kettingen vastgebonden, talrijke grote krabben die de kamer in worden gedreven ; algemene epileptische convulsies. θ Waanzin.

Razen, schelden, zingen ; kletst dag en nacht ; wil niet eten, drinken of slapen ; probeert te ontsnappen ; slaat het raam stuk ; gebruik van een dwangbuis noodzakelijk. θ Manie.

Onrustig, pratend delier, maar wanneer men haar aanspreekt antwoordt zij rationeel ; verbeeldt zich dat haar overleden zuster aan haar bed zat, en spreekt met deze denkbeeldige persoon ; pols 80, vol ; hoofd deed pijn, maar was niet warm ; gehoor verminderd ; spraakzaam. θ Hallucinaties.

Gelaat grauw bleek ; wilde, vreemde uitdrukking ; voortdurend praten, vooral over religieuze onderwerpen ; gelooft dat hij vergiftigd is, of dat er een stinkende geur uit zijn mond komt ; scheldt en huilt af en toe, en verklaart dat hij luide geluiden hoort. θ Waanzin.

Kon het licht niet verdragen, noch dat men tegen hem sprak ; stiet met woede en schijnbare afkeer zijn moeder van zich af, aan wie hij in zijn normale toestand hartstochtelijk gehecht was, herkende haar niet, zei dat zij zijn mama niet was ; sprak wild en kon slechts met moeite bedekt gehouden worden. θ Maniakale furie.

Gelaat rood en heet ; wilde uitdrukking van de ogen ; ademhaling snel en bemoeilijkt ; voortdurend schelden en vloeken ; scheurt haar kleren ; loopt 's nachts door de kamer ; slaat venijnig naar degenen om haar heen en kan nauwelijks in bedwang worden gehouden ; wil noch eten noch drinken. θ Manie.

Weigerde uit bed op te staan en zich aan te kleden ; gaf geen reden op ; stond er na enkele uren op om op te staan, maar wilde geen enkel kledingstuk van welke aard ook dragen ; ontving haar arts zonder enig schijnbaar bewustzijn van haar zonderlinge toestand, converseerde verstandig, maar wilde niet toegeven dat zij enig advies nodig had om zich te kleden ; weigerde geneesmiddel, en ontweek listig alle kunstgrepen om het haar toe te dienen ; ontsnapte uit de kamer, liep door het huis en probeerde de straat op te vluchten. θ Manie.

Kijkt vaak naar de handen omdat die te groot lijken.

Beschouwt de kachel als een boom en wil erop klimmen.

Ziet mannen aan voor varkens.

Herkent haar verwanten niet.

Kraamvrouwenmanie, met verlangen onbedekt en naakt te zijn.

Zenuwprikkelbaarheid zonder hyperemie.

Gevolgen van schrik.

Syfilofobie.

SENSORIUM [2]

Volledig verlies van bewustzijn.

Bewusteloosheid, ten gevolge van bloedstuwing naar het hoofd, met delier ; beantwoordt alle vragen correct ; pupillen verwijd.

Stupor, verlies van bewustzijn, delier, de patiënt spreekt over zijn huiselijke zaken.

Stupor, met onsamenhangende spraak ; de patiënt beseft de ernst van zijn toestand niet.

Sopor met luid snurken, waaruit zij slechts gedeeltelijk kan worden gewekt door krachtig schudden of luid roepen ; beantwoordt geen enkele vraag ; niet in staat te slikken ; onwillekeurige ontlasting en urine ; gezicht rood ; bloedvaten over het hele lichaam uitgezet ; pols snel en vol ; deze toestand duurde verscheidene dagen en ging gepaard met gevoelloosheid van de handen. θ Apoplexie.

Plotseling neervallen, met een gil, sopor.

Apoplexie, met snurken ; onwillekeurige ontlasting en urine.

Rolt het hoofd, stertor, hik. θ Hersenschudding.

Herhaalde aanvallen van flauwte.

Bedwelmdheid.

Verwardheid in het hoofd.

Duizeligheid ; draaierigheid.

Duizeligheid, met een gevoel van dronkenschap.

Duizeligheid door de geur van bloemen, gas enz.

HOOFD, INWENDIG [3]

Samensnoerende, bedwelmende hoofdpijn in het bovenste deel van het voorhoofd, en algemene malaise, afwisselend met volledige afwezigheid van pijn.

Drukkende, bedwelmende pijn in het voorhoofd.

Zeurende, bedwelmende pijnen boven de ogen.

Druk op de kruin en trekken in de nek bij het draaien van het hoofd.

Zwaar gevoel in het hoofd en hevige pijnen, afwisselend met pijnen in de nek.

Zwaar gevoel, leeg gevoel, verwardheid, ernstige pijn; pijnen in de hersenvliezen; druk in de linkerzijde van het voorhoofd, overgaand in schietende pijn.

De hersenen voelen alsof zij los liggen.

Gevoel alsof er water in het hoofd klotst.

Schudt het hoofd heen en weer; klotsend gevoel in de hersenen.

Golvend gevoel in de hersenen, alsof het door kloppen in de arteriën komt.

Hitte en tintelingen in het hoofd; hevige pulsaties, als golven, het hoofd schudt; < door het koud krijgen, na het eten; > het hoofd vooroverbuigen en door warmte.

Bloedstuwing naar het hoofd; rode, fonkelende ogen; gezicht paarsrood; < in de avond.

Cerebrale hyperemie, met bewusteloosheid; blauwrood gezicht; rode, fonkelende ogen.

Nerveuze hoofdpijnen.

Pijn en hitte in het hoofd na een maaltijd.

Hoofdpijn, beter door lopen.

Ontsteking van de hersenen, met bewusteloosheid; hitte en tintelingen in het hoofd; hevige pulsaties in het hoofd, als golven; het hoofd schudt; < door het koud krijgen en na het eten; > het hoofd vooroverbuigen (bukken) en door warmte.

Hydrocefalie, met stupor; het hoofd wordt heen en weer geschud; schoktrekkende bewegingen.

Hoofd, uitwendig [4]

Vat kou in het hoofd, vooral door droge, koude lucht.

Rollen van het hoofd.

Het hoofd zakt naar de ene of de andere zijde.

ZICHT EN OGEN [5]

Verziend, scherpziend ; pupillen verwijd.

Illusies ; voorwerpen lijken rood als vuur.

Gezichtsillusies ; kleine voorwerpen lijken zeer groot.

Bedrieglijk zien ; de vlam van het ene licht lijkt kleiner, die van een ander groter, hoewel beide even groot waren.

Dubbelzien.

Bij het lezen bewegen de letters heen en weer, ten gevolge van mydriase.

Wazig zien, alsof er een sluier voor de ogen was ; kon nauwelijks drie passen ver zien.

Verduistering van het gezichtsvermogen ; voorwerpen lijken onduidelijk ; is bijziend en genoodzaakt het boek bij het lezen dichterbij te houden.

Kortstondig verlies van het gezichtsvermogen.

Amblyopie. θ Epilepsie.

Nachtblindheid.

Hemeralopie in een myoop oog, met schietende pijn vanuit de ogen naar neus en hoofd ; hoofdpijn > sluiten van de ogen.

Ogen worden bijziend ; verdraaid, staren en puilen uit.

Ogen open ; verdraaid ; rollen in de oogkassen ; scheelzien.

Krampachtige werking van de musculus rectus internus.

Ogen rood, wild, fonkelend.

Voortdurend staren naar de omringende voorwerpen, zichzelf vergetend.

Dwaas staren, verdraaide ogen.

Schitterende glans van de ogen.

Pupillen verwijd ; gevoelloos.

Albuginea rood, en de pupillen zo wijd verwijd dat de irissen op een smalle ring leken ; zij waren ook ongevoelig voor licht.

Pupillen veranderd, verwijd of vernauwd ; trage ademhaling.

Conjunctiva rood.

Overmatige fotofobie bij scrofuleuze oftalmie.

Scheurende, bonzende pijn in het rechteroog, dat traant en naar voren gedrongen lijkt.

Trekkingen in de ogen ; wazig zien, alsof er een sluier voor de ogen was.

Trillen van de oogbol.

GEHOOR EN OREN [6]

Gonzen, zingen, ruisen in de oren.

Slechthorendheid, alsof verdoofd, vooral na apoplexie.

Slechthorendheid door verlamde gehoorzenuwen.

Doofheid.

REUKZIN EN NEUS [7]

Reukzin zwak, of verdwenen.

Plotseling rukken van boven naar beneden in de neuswortel.

Drukkende, nijpende pijn in de neuswortel en in de jukbeenderen.

Krampachtige druk in de neuswortel en in de wangbeenderen.

Neusgaten roetig, rokerig.

Helderrode neusbloeding, met speekselvloed.

Droogheid van de neus.

Neiging om verkouden te worden in het hoofd, vooral door droge, koude lucht.

BOVENSTE GELAATSHELFT [8]

Hitte en roodheid van het gezicht.

Blozend en opgewonden gelaat.

Gezicht : blozend ; donkerrood, opgeblazen ; koud en bleek ; vertrokken ; suffe uitdrukking ; spieren trekken, maakt grimassen.

Vertrokken, blauwachtig gezicht, met wijd open mond ; naderende cerebrale verlamming. θ Tyfus.

Trekkingen van de spieren van het gezicht.

ONDERSTE DEEL VAN HET GEZICHT [9]

Schuim op de mond.

Lippen, droog.

Grote pustels op de kin.

Kaakklem; volledig bij bewustzijn.

TANDEN EN TANDVLEES [10]

Klemt de tanden stevig op elkaar.

Tandpijn, tot wanhoop drijvend; scheurend, kloppend, uitstralend naar de wangen en langs de onderkaak.

Hevige aanvallen van tandpijn met gevoel van verwurging en moeilijk slikken; krampen; gevoel van mentale uitputting.

Hevige scheurende en pulserende pijn, veroorzakend krampachtige schokken van vingers, handen, armen en aangezichtsspieren.

Tandpijn, tot wanhoop drijvend, bij gevoelige, nerveuze, prikkelbare personen.

Scheurende pijn in de tanden alsof er bloed in werd geperst, hitteopwellingen, congestie naar het hoofd; < door koude lucht, 's morgens.

Tandpijn, met schokken, kloppend, scheurend, trekkend, uitstralend naar het voorhoofd.

Kloppende tandpijn, die gewoonlijk 's morgens optreedt, meestal ten gevolge van verkoudheid; kloppen in een tand, scheurend gevoel in het tandvlees, en bij het kauwen lijkt de tand los te zitten alsof hij zou uitvallen; congestie naar het hoofd, met grote hitte over het hele lichaam.

De tanden voelen los aan bij het kauwen; ook alsof zij te lang zijn.

Scheurende, razende pijn in het tandvlees, met een zoemend gevoel in een tand.

Hevige pijn in het tandvlees na extractie van een tand.

Het tandvlees op elkaar drukken, de handen naar de kaken brengen, de vingers in de mond steken; tijdens de tanddoorbraak.

Sordes op de tanden en in de mond.

Tandenknarsen.

SMAAK, SPRAAK, TONG [11]

Verrotte of zoute smaak.

Verschroeiende droogheid van de tong.

Tong : rood of bruin, droog, gebarsten, hard ; ziet eruit als verbrand leer ; schoon, uitgedroogd ; wit ; bevend.

Tong heen en weer geschud, met een trillende beweging.

Tong gehoorzaamt niet, moeilijk te bewegen.

Tong wordt met moeite uitgestoken, kan haar nauwelijks intrekken.

Bijt tijdens het spreken op de tong.

Verlamming van de tong.

Na schrik volledig verlies van spraak ; bewegingen van de tong sterk aangetast met gevoel van gevoelloosheid en lamheid ; kauwen en slikken niet aangetast ; frequente stekende hoofdpijnen.

Verlies van spraak ; brengt onarticuleerde klanken voort.

Spraak aangetast, moeilijk en onverstaanbaar, door stilstand van de secretie.

Spraak belemmerd.

Zeer spraakzaam.

Mondholte [12]

Zacht en hard gehemelte droog en glazig.

Droogheid van mond, lippen en fauces.

Gevoeligheid van de weke delen tussen tandvlees en wangen.

Speekselvloed.

Schuimend, bloederig speeksel, met zoute smaak.

Lijklucht uit de mond, < 's morgens en 's avonds.

GEHEMELTE EN KEEL [13]

Verlengd gehemelte.

Keel en mond droog, uitgedroogd en rood, onvermogen te slikken.

Keel droog, brandend ; schietende, stekende pijnen, moeilijk slikken, alsof door insnoering ; vrees voor vloeistoffen.

Insnoering van de keel, met onvermogen vloeistoffen te slikken.

Spasmen van de keel ; een poging te slikken wekt het spasme opnieuw op.

Krampachtige samentrekking van de slokdarm na letsel ; vast en warm voedsel wordt het best doorgeslikt ; vloeistoffen veroorzaken spasme ; hik, misselijkheid, stijve nek.

APPETIJT, DORST. VERLANGEN EN AFKEER [14]

Ongewoon grote appetijt; knagende honger.

Gulzige appetijt en dorst, met onvermogen te slikken.

Onlessbare dorst.

Veel dorst met drukgevoeligheid van de maag.

Dorst, drinkt telkens maar weinig tegelijk.

Vrees voor water.

ETEN EN DRINKEN [15]

Vast en warm voedsel wordt het best doorgeslikt; vloeistoffen veroorzaken spasmen.

HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]

Hik : met spasmen en gerommel ; na het eten en 's nachts ; bij ontsteking van de darmorganen.

Oprispingen : lege ; onvolledige ; bittere.

Misselijkheid : met duizeligheid en braken ; met stijve nek.

Braken en kokhalzen : met koliek, kreten afpersend ; na hoesten.

Braken : van voedsel en drank ; van bloed, met convulsies ; van bloederig slijm, met donkerrood bloed.

MAAGKUIL EN MAAG [17]

Maagkuil gevoelig bij aanraking.

Hevige pijn in de maag met braken en hik.

Krampen in de maag, met luide gilkreten, braken, convulsies; krampen > na het braken.

Branden en ontsteking van de maag.

Ontsteking van de maag, of peritonitis, met hik.

Hematemese, maagkuil gevoelig; dof zeurende pijn ter hoogte van de lever; abdomen opgezet.

HYPOCHONDRIEËN [18]

Stekende of doffe pijn in de leverstreek.

BUIK EN LENDENEN [19]

Abdomen opgezet, gevoelig bij aanraking, tympanitisch.

Knijpende pijn in het abdomen.

Koliek, alsof het abdomen zou barsten ; drukt de vuisten in de zijden ; snijdende pijn, braken, oprispingen, hik, schreeuwen.

Koliek > door braken.

Hysterische koliek.

Abdominale spieren gevoelig.

Pijn, als van gevoeligheid in de buikwanden, bij hoesten.

Pijn in de abdominale spieren : alsof hij erop gevallen was ; tijdens het zitten ; als na overmatige inspanning of een verrekking.

Stekende pijn in de navelstreek, tijdens de inademing.

Navel open, urine sijpelt erdoorheen.

Snijdende pijn laag in het abdomen.

Opzetting van de onderbuik, die pijnlijk is bij aanraking.

Enteritis of peritonitis, met tyfoïde symptomen.

Roseola op het abdomen.

ONTLASTING EN RECTUM [20]

Frequente aandrang tot ontlasting; met kleine lozingen.

Waterachtige diarree.

Ontlasting: pijnloos; waterig; slijmerig; bijna reukloos; geel, waterig, onwillekeurig tijdens de slaap, bij oude mannen.

Ontlasting onwillekeurig, onbewust, pijnloos, gelig, waterig; de aanval komt plotseling en zonder aanwijsbare oorzaak op. θ Diarree bij kraamvrouwen.

Hysterische vrouwen en jonge meisjes bij wie de darmen gemakkelijk opgeblazen raken, en die neigen tot aanvallen van diarree, met koliekpijnen en frequente aandrang tot ontlasting, of bij wie de sfincters zwak zijn, wat grote moeite veroorzaakt om de feces op te houden, en bij wie opwinding of mentale ontreddering de aanval teweegbrengt.

Verslapte toestand van de darmen, afhankelijk van of verbonden met irritatie van het uteriene systeem.

Onwillekeurige ontlasting tijdens het urineren.

Diarree: tijdens de zwangerschap; in het kraambed; 's nachts; tijdens tyfuskoorts.

Heldere, starende ogen; mompelend delier; blozend gezicht; droge tong; tanden bedekt met bruin slijm; schaarse urine; rollen met het hoofd; verwijde pupillen; moeite met het doorslikken van vloeistoffen; onwillekeurige ontlasting; nachtelijke hoest. θ Cholera infantum.

Tyfoïde symptomen nadat het braken, de diarree en de koude opgehouden zijn, met afgestomptheid van de zintuigen, dwalende blik; rood en heet gezicht; spasmen en gerommel in het abdomen; hik, met onwillekeurige mictie en schuim op de mond. θ Cholera.

Ontlasting gering van omvang.

Constipatie, met epilepsie.

Verlamming van het rectum, of van de sfincter ani.

Verlamming van de sfincter ani en van de blaassfincter; onwillekeurige ontlasting en urine.

Aambeien bloeden overvloedig; volheid van de venen, volle pols, huid en spieren slap.

URINEWEGEN [21]

Verlamming van de blaas ; na de bevalling, en bij kinderen met aandoeningen van het hoofd.

Urineretentie met voortdurende druk in de blaas ; atonie of schijnbare verlamming van de blaas.

Mictie : frequent, schaars ; moeilijk, door een krampachtige of inflammatoire toestand van de blaashals ; onwillekeurig ; geen neiging om te urineren, urineren gaat moeilijk en met persdrang.

Urine : schaars ; opgehouden of onderdrukt ; troebel, met mucopurulent bezinksel ; met rood, zanderig bezinksel.

Veelvuldig urineren, met urine zo helder als water.

Veelvuldig urineren 's nachts, zodat zijn rust in zodanige mate werd onderbroken dat hij er ellendig van werd ; prostaat licht vergroot.

MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]

Seksuele begeerte overmatig; wellustig, ontbloot zich.

Impotentie.

VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]

Wellustig, ontbloot de geslachtsdelen.

Wellustige razernij zonder schaamte.

Verhoogd seksueel verlangen zonder opwinding van de verbeelding.

Metritis, vooral wanneer de ontsteking is ontstaan door emotionele ontregeling; tyfoïde toestand.

Baarmoederkrampen, met trekkende pijn in de lendenen en onderrug; prikkelbare baarmoeder.

Metrorragie, gepaard gaand met krampen van het gehele lichaam, onderbroken door rukken en schokken van het gehele gestel, of van afzonderlijke delen, gevolgd door algemene stijfheid van de ledematen.

Metrorragie bij patiënten die tijdens de zwangerschap aan krampen onderhevig zijn geweest; bloed helderrood en vloeit bij elke schok van het lichaam steeds overvloediger, terwijl de werking van de pols afneemt.

Continue helderrode vloeiing, met krampachtige schokken, sterke vasculaire opwinding. θ Metrorragie.

Metrorragie, bleek bloed, met convulsies.

Barenswee-achtige pijnen vóór de menstruatie, met trekkingen in de lendenen en onderrug.

Aan de menstruatie gaan hysterische of epileptische spasmen vooraf; luid, ononderbroken lachen; overvloedig zweten en misselijkheid.

Tijdens de menstruatie: krampig beven van handen en voeten, hoofdpijn, overvloedig zweten; kaakklem; enuresis.

Overvloedige menstruatie, met delier; krampig beven van handen en voeten; dwaze manieren, razernij.

De menstruatie treedt op met overvloedige transpiratie, hoofdpijn en misselijkheid.

Onregelmatige menstruatie.

Onderdrukte menstruatie, onderdrukte lochiën.

ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]

Trekkingen in de wangen ; krampachtige pijnen in het abdomen ; hevige pijn in de maagkuil. θ Zwangerschap.

Koud zweet ; bleek gezicht ; verstikkingsaanvallen en convulsies ; aangezichtsspieren zeer heftig bewogen. θ Tijdens de bevalling.

Spasmen tijdens de bevalling met grote nerveuze prikkelbaarheid.

Om de tien of vijftien minuten een aanval van trekkingen van ledematen en spieren van het gezicht ; bewusteloosheid. θ Bevalling.

Puerperale spasmen, gillen, zielsangst ; borst beklemd, bewusteloos.

Na miskraam of bevalling, bloeding van helderrood bloed, dat voortdurend vloeit ; begint met spasmen, afzonderlijke schokken, trekkingen en opschrikken, en bij elke schok komt er meer bloed.

Kraamvrouwenkoorts.

Geen aandrang om te urineren, in het kraambed.

Waterachtige, pijnloze diarree van kraamvrouwen.

Volledige onderdrukking van melk of lochiën.

Kinderen aan de borst hebben singultus.

STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]

Verlies van spraak met afonie; hoewel zij grote inspanningen doet om te spreken, kan zij geen klank of lettergreep voortbrengen.

Hysterische afonie.

Spraak aangetast; verward; moeizaam en ongerijmd.

Heesheid, met droge en ontstoken keel; hysterie.

Stem schor, alsof door slijm.

Samentrekking van het strottenhoofd.

Veel slijm in het strottenhoofd en de luchtwegen, waardoor spraak en stem ruw worden.

ADEMHALING [26]

Spasmen van de borst met stilstand van de ademhaling, waardoor men voorover moet leunen.

Ademtekort, alsof na snel rennen.

Benauwdheid op de borst, met inwendig steken, < tijdens de inademing.

Langzame, reutelende ademhaling.

Slijmreutels tijdens stupor of woest delirium.

HOEST [27]

Prikkelend gevoel in de keel, dat een onophoudelijke hoest veroorzaakt, < bij liggen, > bij rechtop zitten.

Droge, kriebelende, hakkende hoest, die uit de luchtwegen lijkt te komen.

Hevige krampachtige hoest; korte, snel opeenvolgende hoeststoten, veroorzaakt door kriebeling in de keel, alsof het gehemelte te lang was, of alsof daar wat slijm vastzat.

Hevig schokkende krampachtige hoest, met vaak snel opeenvolgende hoeststoten, uitgelokt door kriebeling, alsof door aanklevend slijm, 's nachts zonder, overdag met opgeven van zoutig slijm of van helderrood bloed vermengd met stolsels.

Kriebelhoest, met angst 's nachts en opgeven van met bloed gestreept slijm. θ Borstaandoening.

Droge, hakkende of krampachtige hoest, < bij liggen, > bij rechtop zitten; < 's nachts, ook na eten, drinken, spreken of zingen; velum palati verlengd.

Droge, krampachtige, hardnekkige hoest. θ Bronchitis.

Veelvuldige hoest 's nachts, die hem steeds wakker maakt, waarna hij weer in slaap valt.

Aanvallen van droge hoest treden 's nachts vaker op; tijdens de hoest wordt het gezicht rood en kan de ademhaling stilvallen; braken van wit slijm; na de hoest uitputting. θ Kinkhoest.

Aanvalsgewijze hoest, die borst, abdomen en het hele lichaam hevig schokt en een rauw gevoel in de buikspieren veroorzaakt.

Tijdens het hoesten: spasmen van het strottenhoofd; pijnlijk epigastrium en hypochondriën.

Hoest < na middernacht, in rust, tijdens de slaap, in koude lucht en door eten en drinken.

Hoest bij ongeneeslijke gevallen van long- en strottenhoofdtering.

Hoest na mazelen.

Opgeven van zoutig slijm, of van helderrood bloed, vermengd met stolsels.

BORST, INWENDIG EN LONGEN [28]

Beklemd gevoel dwars over de borst, alsof door overinspanning bij het hardlopen.

Spasmen van de borst, stilstand van de ademhaling, moet voorover buigen.

Afwisselend moeilijke ademhaling en angst of benauwdheid ; voortdurend sterke krampige trekkingen van het abdomen ; het middenrif scheen op dezelfde wijze aangedaan, want de borst scheen plotseling sterk verwijd te worden en de ribben plotseling omhoog te gaan en neer te zinken ; met tussenpozen hevige hik en risus sardonicus ; stemverlies ; moeilijk slikken ; pols vol, krachtig en snel ; 's nachts onrustig ; gevoel alsof hart en borst in stukken gescheurd werden ; na de aanvallen grote zwakte. θ Spasmen van de borst.

Uitgeput door lang spreken, het lichaam en vooral de borst zwak ; groen sputum, zwakke pols.

Steken in de zijden van de borst.

Onrustig, ijlend ; tong en lippen droog, bruinachtig ; grote hitte en grote dorst ; waterachtige, gelige diarree ; hevige krampachtige hoest, waardoor hij opspringt ; dof percussiegeluid vanaf de onderrand van het schouderblad naar beneden aan de linkerzijde ; bronchiale ademhaling ; bronchofonie. θ Catarrale pneumonie.

Pneumonie : cerebrale symptomen, delier, sopor ; droge, vermoeiende nachthoest, of gerochel in de borst ; senilis, met acuut longoedeem ; van drinkers ; gecompliceerd met tyfus ; hypogastrisch, in het verloop van chronische aandoeningen.

Atelectasis pulmonum ; blauwachtige kleur van het gezicht ; grote moeilijkheid bij het inademen ; moet overeind gezet worden.

Hemoptoë, helderrood, met spasmen, ook bij drinkers.

HART, POLS EN CIRCULATIE [29]

Chronische hartkloppingen, zodanig dat zij haar lichaam niet kon bewegen zonder de grootste angst, of vrees voor verstikking of flauwte ; onlesbare dorst in de ochtend ; frequente, overvloedige lozing van heldere urine ; eetlust verminderd.

Pols : versneld, vol, hard en krachtig ; snel, intermitterend ; langzaam en klein ; zwak en onregelmatig ; klein, zwak, nauwelijks voelbaar.

Parotiden kloppen heftig.

Ontsteking van de bloedvaten.

BORSTWAND [30]

Borstspieren pijnlijk.

Roseola op de borst.

Spasmen van de borstspieren.

NEK EN RUG [31]

Stijfheid van de nekspieren, met spanning alsof zij te kort zijn, bij het buigen van de nek.

Samentrekking van de spieren aan één zijde van de nek, waardoor de nek naar één zijde wordt gedraaid; de nek staat schuin.

Herpetische plekken in de nek.

Abcessen aan de linkerzijde van de nek.

Spinale meningitis, met convulsies, spiertrekkingen; na letsel.

BOVENSTE LEDEMATEN [32]

Trillen van armen en handen.

Armen beven, vooral 's avonds en na inspanning.

Twee puistjes op de elleboog.

Pijnlijke gevoelloosheid van de handen.

Stijfheid van de handen.

De vingers zien eruit en voelen te dik aan.

ONDERSTE LEDEMATEN [33]

Zwakte van de benen; wankelende gang.

Krampen in de dij.

Gangreneuze plekken en blaasjes hier en daar op de onderste ledematen.

Krampig beven in de rechtervoet, kan noch liggen, zitten noch lopen; constipatie, harde ontlasting die met veel persen wordt geloosd; urine helder, waterachtig en reukloos.

Koudheid en zwelling van de voeten.

Tenen krampachtig samengetrokken, bij het lopen of traplopen.

LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]

Beven van de ledematen.

Veelvuldige schoktrekkingen van handen en voeten.

Krampen en spasmen van de ledematen.

Lancinerende pijnen in de gewrichten, vooral bij beweging.

Koude handen en voeten.

RUST. HOUDING. BEWEGING [35]

In rust : hoest <.

Liggend : hoest <.

Op de rug liggend : gaat plotseling rechtop zitten en gaat dan weer liggen.

Ligt op de rug : ogen wijd open, starend en onbeweeglijk.

Hoofd vooroverbuigen ; > hevige klopping.

Spasme van de borst dwingt iemand voorover te buigen.

Tijdens de dentitie het tandvlees op elkaar drukkend, de handen aan de kaken, de vingers in de mond ; drukt bij koliek de vuisten in de zijden.

Moet overeind geholpen worden : grote moeilijkheid bij het inademen.

Tijdens het zitten : pijn in de abdominale spieren ; hoest >.

Beweging : lancinerende pijn in de gewrichten ; beurs gevoel.

Bewegingen snel.

Beweegt zich van plaats naar plaats.

Draait zich van de ene plaats naar de andere.

Bij het draaien van het hoofd : druk in de kruin en trekkend gevoel in de nek.

Lopen : hoofdpijn > ; tenen krampachtig samengetrokken.

Probeert uit bed te springen en weg te rennen.

Springt op : hoest doet de patiënt dit.

Kon het lichaam niet bewegen zonder de grootste angst.

Kan wegens krampachtig beven van de rechtervoet noch liggen, noch zitten, noch lopen.

Traplopen : tenen krampachtig samengetrokken.

ZENUWEN [36]

Afgestompte gevoeligheid.

Verlies van reuk en smaak.

Zwakte; buitengewoon wegzinken van de krachten.

Langdurig praten put de patiënt uit.

Wil weg, maar kan niet zelfstandig staan.

Herhaalde aanvallen van flauwvallen.

Onrustig, keert zich van de ene plaats naar de andere.

Samentrekking van de maag met bemoeilijkte ademhaling; kan bijna niets doorslikken, zelfs enkele lepels bouillon veroorzaken grote vermoeidheid; pols ongelijk; urine helder; dag en nacht onrustig; voortdurend wakker. θ Hysterie.

Omstreeks 10 uur 's morgens rillerigheid in de extremiteiten, gevolgd door hitte, eerst in het hoofd, daarna afdalend naar de extremiteiten; zingt; schreeuwt luidkeels; bedekt het gezicht met een zakdoek; is bevreesd voor degenen om haar heen; dit hield twee uur aan en werd gevolgd door slaap die drie uur duurde, gedurende welke het lichaam zeer heet was, met veel zweet en korte, snelle ademhaling; herinnert zich bij het ontwaken niets. θ Hysterie.

Voortdurende toestand van erethisme; geen enkel deel van het hele lichaam, zelfs niet één enkele spier, is ook maar een ogenblik in rust; algemene ononderbroken, onregelmatige beweging vol heftigheid; de oogleden werden met plotselinge kracht geopend en gesloten, de gelaatstrekken trokken zich in een grijns, hij maakte grimassen, wreef voortdurend met het hoofd over het kussen, en het hele lichaam wrong en draaide zich onophoudelijk; onophoudelijk spuwen, maar zonder speeksel; beantwoordt geen vragen, alsof het hem onmogelijk was zijn zinnen te verzamelen. θ Rheumatische endocarditis.

Hysterisch en asthenisch delier, met pogingen om weg te lopen, ingegeven door angst.

Schoksgewijze opschrikbewegingen, afwisselend met bevingen en convulsies.

Hoekige bewegingen; rukken van afzonderlijke spieren of spiergroepen.

Krampachtige schokken; langdurige spasmen.

Subsultus tendinum.

Hevige scheurende en pulserende pijnen, die krampachtige schokken van vingers, handen, armen en aangezichtsspieren veroorzaken.

Convulsies, beginnend met trekkingen van de spieren van het gezicht, vooral rond de ogen; donker verkleurd, opgeblazen uiterlijk van het gezicht en diepe slaap nadat het spasme voorbij is.

Hevige convulsies, niet over het hele lichaam maar rondzwervend, nu eens borst, buik, voeten, armen enz. aantastend; hevige pijn; krachten en eetlust verminderd; slapeloos; braken van grote hoeveelheden gal; wanneer convulsies het abdomen aangrijpen, volgt een sterke samentrekking van de sfincter ani met daaropvolgende strangurie en voortdurende, zeer pijnlijke tenesmus.

Valt plotseling op de grond, met kreten en convulsies.

Elke spier in het lichaam verkrampt; schuim op de mond.

Ogen starend en verwrongen, met krampachtige sluiting van de oogleden, blauwachtig gezicht, op elkaar klemmen van de tanden, schuim op de mond, samentrekking van de keel.

Afwisselende convulsies van de bovenste en onderste extremiteiten.

Convulsies: bij kinderen, vooral door schrik; na maaltijden; het kind wordt ziek na het eten, braakt of heeft last van de maag, slaakt een plotselinge gil en wordt dan bewusteloos; door darmwormen; puerperaal.

Convulsie tijdens diepe, zware slaap.

Verstikkingsaanvallen en convulsies tijdens de baring.

Overal stijf, als bij tetanus.

De krachten zinken snel weg; de patiënt raakt gemakkelijk vermoeid; syncope treedt gemakkelijk op; de ledematen worden koud en beven; deze symptomen, samen met de slaapsymptomen en verlamming van de sfincters, wijzen op het gebruik ervan bij sommige toestanden in het verloop van continue koortsen.

Viel bewusteloos neer, met het hele lichaam koud en stijf als een stuk hout.

De spasmen buigen de ledematen, en het gebogen lichaam wordt omhoog geslingerd.

De tenen worden krampachtig gebogen, als door krampen, bij het lopen of het naar voren brengen van de voet en bij het opgaan.

Stijfheid van armen en benen, schokken van handen en voeten.

Na de aanval: sopor, snurken, donker verkleurd, opgeblazen uiterlijk van het gelaat.

Chorea, het gevolg van langdurige en uitputtende ziekten; elke spier van het lichaam, van de ogen tot de tenen, trekt; grote opgewondenheid en spraakzucht; neiging om om alles te lachen.

Slaat met de armen om zich heen, grijpt mis naar wat men wil pakken, gang waggelend. θ Chorea.

Epileptiforme spasmen, hyperesthesie van de huid.

Epilepsie; vóór de aanval duizeligheid, vonken voor de ogen, oorsuizen, knagend hongergevoel; tijdens de aanval paars gezicht, uitpuilende ogen, gillen, tandenknarsen, urinelozing.

Epileptische aanvallen, bijna dagelijks; convulsies zo hevig dat het scheen alsof gewrichten of wervelkolom zouden breken.

Epileptoïde spasmen.

Epilepsie: door verdriet, na emotie; ten gevolge van drankgebruik.

Nerveuze apoplexie met slaperigheid; verlamming van de slokdarm en een doof gevoel; verlamming van de sfincterspieren.

Verlamming na spasmen, of na difterie.

Paralysis agitans.

Kaakklem.

Watervrees.

SLAAP [37]

Slaperigheid ; valt in slaap terwijl hij antwoordt.

Zeer diepe sluimer.

Voortdurende sluimer, met plukken.

Diepe slaap, met convulsies.

Diepe slaap die ten minste drie dagen ononderbroken aanhield ; alleen door krachtig schudden en luid roepen kon zij voldoende gewekt worden om de borst te nemen, maar voordat zij enkele teugen had genomen, viel zij weer weg. θ Lethargie.

Suf en slaperig, of opgewonden en slapeloos.

Slaperig of slapeloos ; wilde uitdrukking ; ijlend ; na chloroform.

Lachende uitdrukking tijdens de slaap.

Kind snikt en huilt in de slaap.

Slaap, met kreten.

Slaperig, schokt in de slaap, roept het uit, knarst met de tanden.

Schrikt verschrikt uit de slaap op, of na een schrik.

Ontwaken met gegil.

Onrustige slaap.

Frequente mictie 's nachts, die de slaap verhindert.

Op de rug liggend, gaat plotseling rechtop zitten en gaat dan weer liggen.

Niet in staat de hele nacht te slapen ; probeerde eerst op de ene zijde en dan op de andere te liggen, maar hij kon niet rustig worden ; pas kort voor het aanbreken van de dag slaapt hij van tijd tot tijd een weinig ; tijdens de korte dutjes transpiratie over het hele lichaam, vooral rond de hals.

Slapeloosheid door nerveuze prikkeling.

Hevige slapeloosheid bij prikkelbare, opgewonden personen, door zakelijke zorgen, vaak denkbeeldig.

Slapeloos wegens een rustige mentale activiteit.

Slapeloosheid of soezerigheid, met hersenen vol ideeën, cijfers en verwarrende beelden.

Overmatige waakzaamheid, afwisselend met slaperigheid.

Slapeloos, of voortdurende slaap, met mompelen.

Slapeloosheid na een heftige ziekte.

Slapeloosheid door nieraandoeningen ; zeer opgewonden.

Lang aanhoudende slapeloosheid.

Dromen : angstige ; wellustige.

TIJD [38]

Ochtend : tandpijn < ; lijkgeur uit de mond ; onlesbare dorst.

Om 10 uur 's morgens : rillerigheid in de ledematen.

Namiddag : koorts.

Overdag : klappertandt ; hoest ; onrustig.

Avond : bloedstuwing naar het hoofd < ; lijkgeur uit de mond < ; de armen beven ; uitwendige warmte, de koude houdt op, dorst begint ; ontstoken zweren <.

Nacht : spreekt voortdurend ; scheurt kleren ; slapeloos ; klappertandt ; loopt door de kamer ; hik ; veelvuldig urineren ; hoest zonder expectoratie ; angst ; hoest < ; droge, vermoeiende hoest ; onrustig ; kou ; brandende hitte, met scheurende hoest.

Na middernacht : koorts < ; hoest <.

TEMPERATUUR EN WEER [39]

Kan in bed niet warm worden.

Kou: < hevige pulsaties in het hoofd.

Koude lucht: tandpijn < ; hoest <.

Koude, droge lucht: vat kou in het hoofd.

Wil niet toegedekt worden; gooit het beddengoed van zich af.

Warm worden: ontstoken zweren >.

Warmte: druk op de kruin >.

Nadelige gevolgen van koude lucht.

KOORTS [40]

Koude 's nachts, vanuit de onderrug langs de rug omhoog ; kan in bed niet warm worden.

Rilling die in de voeten begint en langs de wervelkolom opstijgt tot in de nek.

Plotselinge rillerigheid ; koude van de wervelkolom ; lichaam koud en stijf, kan in bed niet warm worden.

Rilling van de voeten omhoog ; rillingen, hitte van het gezicht.

Kan er niet tegen dat men tegen hem spreekt, noch tegen het minste geluid tijdens de rilling.

Rilling zonder dorst ; om de andere dag, 11 uur v.m.

Congestieve rilling met koude extremiteiten.

Rilling, afwisselend met hitte.

Gehele lichaam koud, met brandende roodheid van het gezicht.

Middagkoorts, koude overheerst ; pijn in de rug.

Hitte van hoofd en gezicht, met algemene koude van het lichaam, zonder dorst, gevolgd in de avond door uitwendige hitte, de koude houdt op, de dorst begint.

Hitte van hoofd en gezicht, met koude en verlies van gevoeligheid van de uitwendige lichaamsoppervlakte.

Brandende hitte over het hele lichaam, elke avond congestie naar het hoofd ; verrotte smaak.

Brandende hitte van het lichaam elke avond, steeds met dorst.

Huid brandend heet voor de onderzoekende hand, die een branderig gevoel achterlaat op de aangeraakte plaats.

Brandende hitte, geen uitwendige roodheid ; bloed brandt in de aderen.

Brandende hitte over het hele lichaam, huid heet en droog bij aanraking, met uitgezette aderen.

Brandende hitte de hele nacht door, met scheurende hoest.

Hitte : over het hele lichaam, veel dorst, of geen verlangen om te drinken ; lippen kleverig ; langs de gehele wervelkolom ; loopt langs de rug omhoog ; stijgend van de voeten naar het gezicht.

Tijdens de hitte : pijn in de leverstreek ; epileptiforme convulsies ; slapeloosheid.

Zij werpen de bedekkende kleding volledig van zich af, niet omdat zij te warm zijn, maar omdat zij niet bedekt willen blijven. θ Koorts.

Zweet : koud ; zuur ; verzwakkend ; tijdens de slaap ; op de rug en in de maagkuil ; meestal op de benen.

Hevig zweet na dorst.

Droge nachtelijke hoest, verstoort de slaap ; extreme nerveuze opwinding, epileptische aanvallen, of andere krampachtige aandoeningen ; heet stadium zonder veel zweet ; na iedere aanval druk in het hoofd, duizeligheid, koortsvrije periode, extreme zwakte, lichtende vlekken voor de ogen, droogheid in de mond en veelvuldige hik ; pols klein. θ Wisselkoorts.

Wisselkoorts, quartaan, met korte, droge prikkelhoest 's nachts.

Pols 100 ; temperatuur 104°F. ; tong rood en gebarsten ; zware, zure zweetaanvallen ; lastige dromen ; bronchiale complicaties, met moeilijke, schuimige, hemorrhagische expectoratie. θ Remitterende koorts.

Volledig verlies van bewustzijn en van de functies van de zintuigen ; herkent verwanten of vrienden niet ; illusies van verbeelding en zintuigen ; delier houdt aan zolang hij wakker is ; ziet personen die niet aanwezig zijn en niet aanwezig zijn geweest ; onduidelijke en mompelende spraakzucht ; mompelen met plukken aan de bedkleren ; onvermogen om te denken, gedachten kunnen niet worden gericht of beheerst ; voortdurend staren naar de omringende voorwerpen, met schijnbaar volledige vergetelheid van zichzelf. θ Tyfus abdominalis.

Grote agitatie ; onrust ; uit bed springen ; pogingen om weg te lopen ; ogen rood en schitterend, starend, rollend in de oogkassen ; scheelzien ; doofheid ; vertrokken gezicht, stupide uitdrukking ; tong rood of bruin, droog en gebarsten, verlamd ; verlies van spraak, of onduidelijke spraak ; kadaverlucht uit de mond ; onwillekeurige of onopgemerkte ontlasting in bed ; onderdrukte secretie of retentie van urine ; onwillekeurige lozing van urine, die strepen rood zand op het laken achterlaat ; verlamming van sfincter ani en vesicae ; krampachtige bewegingen ; tandenknarsen ; rukken ; subsultus tendinum ; beven ; slapeloosheid, of voortdurende slaap met mompelen ; coma vigil ; roseolavlekken op borst en abdomen ; koude extremiteiten. θ Tyfus abdominalis.

Delier, met poging uit bed te springen en weg te lopen, soms met vrees, soms zonder ; wanneer men hem aanspreekt antwoordt hij geheel of gedeeltelijk correct, en daarna is hij weer weg, mompelend in zichzelf ; spraakzucht ; spreekt voortdurend wartaal met open ogen, maar schenkt aan niemand aandacht ; denkt dat hij op de verkeerde plaats is maar wil niet naar huis ; plukt aan de bedkleren en speelt met de handen ; werpt de bedkleren af zodat de genitaliën onbedekt blijven ; speelt met de genitaliën. θ Tyfus abdominalis.

Staren of scheelzien, hetzij met een, hetzij met beide ogen ; onwillekeurige ontlasting in bed en onwillekeurig urineren ; verlamming van sfincter ani en vesicae ; duidelijke subsultus tendinum. θ Tyfus abdominalis.

Bij tyfus abdominalis en vlektyfus, vooral bij vlektyfus, wanneer de hersenen actief maar afdwalen, de patiënt lijdt aan hallucinaties van verschillende aard, maar alle gecentreerd in een verlangen om uit de kamer of weg van de mensen om hem heen te ontsnappen.

Ligt op de rug, ogen wijd open, starend en onbeweeglijk ; bewusteloos ; gezicht rood, lippen zwart, tong droog en zwart ; onderkaak hangt omlaag ; urine onwillekeurig, zij laat grote strepen rood zand op het laken achter ; huid droog ; pols boven 200 ; negen dagen ziek. θ Vlektyfus.

Koortsgevallen waarin torpor van het gehele organisme overheerst ; doffe, starre uitdrukking van het gezicht, delier ontbreekt, of als het aanwezig is bestaat het uit een verwarde warboel van complexe beelden ; het waarnemingsvermogen is bijna opgeheven.

Convulsies, manie, delier, hoest en slapeloosheid treden alle bijna absoluut op zonder enige manifestaties van koorts.

AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]

Rilling en hitte: houden twee uur aan, gevolgd door slaap die drie uur duurt.

Elke tien of vijftien minuten: een aanval van schoktrekkingen van de ledematen en de gezichtsspieren.

Elke avond: bloedstuwing naar het hoofd; brandende hitte van het lichaam.

Om de andere dag, 11 uur 's morgens: rilling zonder dorst.

Bijna dagelijks epileptische aanvallen.

Drie dagen: slaapt zonder onderbreking.

LOKALISATIE EN RICHTING [42]

Rechts : kloppen in het oog ; krampig beven in de voet.

Links : druk aan de zijkant van het voorhoofd, overgaand in schietende pijn ; doffe percussietoon vanaf de onderrand van het schouderblad naar beneden aan die zijde ; abcessen aan de zijkant van de nek ; ontstoken zweren.

Van boven naar beneden : plotseling rukken in de neuswortel.

Van binnen naar buiten : prikkende steken.

GEWAARWORDINGEN [43]

Hersenen alsof ze loslagen ; alsof water in het hoofd klotste ; golvende gewaarwording in de hersenen, alsof door het kloppen in de slagaders ; alsof er een sluier voor de ogen was ; handen alsof ze te groot waren ; slechthorendheid, alsof verdoofd ; alsof hij gewurgd werd ; alsof het bloed in de tanden werd geperst ; alsof een tand zou uitvallen ; tanden voelen los en te lang aan ; alsof het abdomen zou barsten ; alsof hij op de buikspieren was gevallen ; alsof hart en borst in stukken werden gescheurd ; alsof de nekspieren te kort waren ; vingers voelen te dik aan ; alsof het gehemelte te lang was ; alsof slijm in de keel vastzat.

Pijn : in de nek ; in de hersenvliezen ; in het hoofd ; in de tanden ; in de rug ; in de leverstreek.

Hevige pijn : in het tandvlees.

Ernstige pijn : in het hoofd ; in de nek.

Zeer hevige pijnen : in het hoofd ; in de tanden ; in de maag ; in de maagkuil.

Razende, scheurende pijn : in de tanden ; tandpijn die tot wanhoop drijft.

Zeer hevige scheurende en pulserende pijnen.

Grote pijn : tijdens convulsie.

Zeer pijnlijke tenesmus.

Scheurende pijn : in het rechteroog ; in de tanden, zich uitstrekkend naar de wangen en de onderkaak.

Kloppen : in het rechteroog.

Snijdend : laag in het abdomen.

Lancinerende pijn : in de gewrichten.

Steken : in de zijden van de borst.

Stekende pijn : in het hoofd ; in de leverstreek.

Schietend : in de linkerzijde van het voorhoofd ; vanuit de ogen in de neus en het hoofd ; in de keel.

Stekend : diep in de borst.

Priemend : in de navelstreek.

Prikkende pijnen : in de keel.

Knijpend : in de neuswortel ; in de jukbeenderen ; in het abdomen.

Kloppende pijn : in de tanden.

Rukken : in de tanden.

Weeënachtige pijnen : voorafgaand aan de menstruatie.

Krampende druk : aan de neuswortel en het jukbeen.

Krampen : in de maag ; van het hele lichaam ; in de dij ; van de ledematen.

Krampachtige pijn : in het abdomen.

Hysterische koliek.

Pulserende pijn : in de tanden.

Pijnlijk epigastrium en hypochondriën.

Brandende hitte : overal.

Brandend : in de keel ; in de maag.

Warmte : in het hoofd ; over het hele lichaam.

Pijnlijke warmte : na het leggen van de handen op de delen.

Gevoeligheid : van de zachte delen tussen tandvlees en wangen ; van de buikspieren ; van de spieren van de borst ; van de keel.

Beklemmende, versuffende pijn : in het bovenste deel van het voorhoofd.

Drukkende, versuffende pijn : in het voorhoofd.

Zeurende, versuffende pijn : boven de ogen.

Doffe pijn : in de leverstreek.

Doffe, zeurende pijn : rond de lever.

Beurs gevoel : bij het bewegen van de delen.

Trekken : in de lendenen ; in de onderrug.

Trekkende pijn : in de nek ; in de tanden ; in de lendenen ; in de onderrug.

Samentrekking : van de maag ; van de sfincter ani.

Pijnlijke gevoelloosheid : van de handen.

Leeg gevoel : in het hoofd.

Kriebelen : in de keel.

Druk : op de kruin ; in de linkerzijde van het voorhoofd ; in de neuswortel en jukbeenderen ; in de urineblaas ; in het hoofd.

Zwaar gevoel : van het hoofd.

Beklemming : van de borst.

Insnoering : van de keel.

Strak gevoel : over de borst.

Stijfheid : van de nekspieren ; van armen en benen.

Gevoelloosheid : van de handen ; van de tong ; van de slokdarm.

Zwakte : na aanvallen ; van de benen.

Tinteling : in het hoofd.

Zoemend gevoel : in de tanden.

Gonzen, zingen, suizen : in de oren.

Verschroeiende droogheid : van de tong.

Droogheid : van de mond ; van de keel.

Hevige pulsatie, als golven : in het hoofd.

Tremor : van de ledematen ; door het hele lichaam.

Trillen : in de ogen.

Trekkingen : in de ogen ; van de spieren van het gezicht ; in de wangen ; van de ledematen ; krampachtig, van het abdomen.

Huiveringen en rillingen : in de wervelkolom, opstijgend naar het hoofd.

Beven : van armen en handen ; van de ledematen.

Krampachtig beven : van de handen en voeten ; in de rechtervoet.

Jeuk : rond de plek.

Koudheid : van handen en voeten ; van de wervelkolom.

WEEFSELS [44]

Stuipen, spasmen, krampen, epilepsie, chorea en andere krampachtige aandoeningen; bij vrouwen en kinderen.

Uitgezette en gezwollen aderen; volle pols.

Bloedingen gewoonlijk lichtrood.

Een voortdurende vloeiing van helderrood bloed, met blauwachtig gelaat.

Vetzucht.

Huid en spieren slap.

Hardnekkige waterzucht.

AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]

Aanraking: maagkuil gevoelig; abdomen pijnlijk; onderbuik pijnlijk; ontstoken zweren <.

Na het opleggen van de hand op de delen: pijnlijke warmte.

HUID [46]

Grote gevoeligheid van de huid.

Hete, droge, broze huid, met gevoelloosheid.

Pijnlijke warmte nadat de hand op de aangedane delen is gelegd.

Huid vaak bleek, met delier; lichaam heet.

Huid rood, of met rode uitslag.

Huid van helder rode kleur, lijkend op roodvonk, met droge, pijnlijke keel en veel nervositeit.

Roodvonk, met duidelijke mentale symptomen.

Stuporeuze slaperigheid, of anders grote nerveuze prikkelbaarheid en slapeloosheid; volslagen verdoving, of anders zinsbegoochelingen van verbeelding en zintuigen; leeg voor zich uit staren naar dingen, of anders fonkelende rode, duidelijk uitstekende ogen; belemmerde, onduidelijke spraak; beantwoordt geen enkele vraag, of anders onduidelijk mompelende spraakzaamheid; mond en keel droog en rood; onvermogen om te slikken; abdomen opgezet, tympanitisch; waterachtige, onwillekeurige en onopgemerkte ontlasting in bed. θ Roodvonk.

Roodvonk met acute ontstekingsaandoeningen van de hersenen, of wanneer er een toestand bestaat tussen erethisme en torpor.

Miliaire eruptie, vooral na misbruik van Bellad.

Waterpokken; blaasjes in opeenvolgende erupties, slapeloosheid; nerveus, droge hoest, moet rechtop zitten.

Grote pustels, in groepen van de heupen tot de knieën.

Eruptie van droge puistjes als samenvloeiende pokken.

Onderdrukte erupties, met neiging tot diarree.

Vaak grote steenpuisten.

Zweren pijnlijk, bloedend; beurs gevoel bij beweging van het deel.

Ontstoken zweren, terwijl de omgevende huid een helder vermiljoenrode roodheid vertoont; grote pustels rondom de zweren; < 's avonds, tijdens de menstruatie, door aanraking; > bij warm worden; l. zijde.

Anthrax bij nerveuze en hysterische personen; coma vigil; grote onrust veroorzaakt door overmatige nerveuze opwinding, schudden van het hoofd in alle richtingen; vernauwing van de keelholte; jeuk rondom de plek.

Gangreen, met nerveuze onrust.

Bruine of gangreneuze vlekken.

LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]

Nerveuze, prikkelbare, snel opgewonden, sanguinische temperamenten.

Lichtharige mensen.

Hysterische vrouwen en jonge meisjes ; oude mannen ; dronkaards.

Kind, æt. 6 weken, zonder enige voorafgaande verschijnselen ; lethargie.

Jongen, æt. 2, plotselinge aanval ; manische razernij.

Jongen, æt. 6 ; catarrale pneumonie.

Jongen, æt. 13 ; reumatische endocarditis.

Jongen, æt. 14 ; krankzinnigheid.

Meisje, æt. 15 ; chronische hartkloppingen.

Meisje, æt. 18 ; epilepsie.

Meisje, æt. 20 ; spasmen in de borst.

Vrouw, æt. 21, sterk en gezond, na schrik ; spraakverlies.

Man, æt. 23, voordien in goede gezondheid, plotselinge krankzinnigheid.

Vrouw, æt. 24, sinds vijf weken lijdend ; krampachtig beven in de voet.

Vrouw, æt. 25, rustig en vredelievend van aard, na een geestelijke schok epileptische aanvallen, die vijf dagen na de bevalling werden gevolgd door manie.

Vrouw, æt. 27, sinds vier weken lijdend ; hysterie.

Jonge vrouw, ogenschijnlijk wel, behalve dat zij onlangs een onregelmatige menstruatie had ; manie.

Zeer prikkelbare dame ; gevolgen van jaloezie.

Mevr. R., zwak, nerveus temperament, drie weken na de bevalling ; diarree.

Vrouw, na genezing van een voorgaande aanval van krankzinnigheid, na drankgebruik ; krankzinnigheid.

Brandewijndrinker, heeft binnen zes jaar aanvallen gehad ; delirium tremens.

Vrouw, æt. 30, na beschuldigd te zijn van diefstal ; geestesaandoening.

Man, æt. 30, na een aanval van heftige drift ; melancholie gevolgd door waanzin.

Man, æt. 33, sinds verscheidene weken lijdend ; borstaandoening.

Vrouw, æt. 36, echtgenote van een handelaar, lymfatisch temperament ; delirium tremens.

Vrouw, æt. 37, dronkaard ; manie.

Vrouw, æt. 37, lijdend aan dagelijkse aanvallen gedurende meer dan een jaar ; stuipen.

Man, æt. 38 ; frequente mictie.

Man, æt. 48 ; krankzinnigheid.

Man, æt. 50, sinds enkele jaren monomanie ; krankzinnigheid.

Vrouw, æt. 59, ongehuwd ; apoplexie.

Oude man ; diarree.

Man, æt. 70, sinds een jaar lijdend ; frequente mictie.

Mevr. P., æt. 85, de gezondheid gaat sinds verscheidene weken achteruit, met verminderde activiteit van geest en lichaam, 's nachts onrustig, bang om alleen in het donker te zijn ; hallucinaties.

RELATIES [48]

Antidotum : azijn, Bellad., citroenzuur, Cinchon., Stramon .

Werkt als antidotum voor : Bellad ., gevolgen van ether, Plumbum, Stramon .

Compatibel : Bellad., Pulsat., Stramon., Veratr ., alle volgen goed op wanneer geïndiceerd ; Phosphor . geneest vaak wellustigheid wanneer Hyosc . faalt ; Hyosc . volgt Bellad . goed op bij doofheid na apoplexie ; Nux vom . of Opium bij hemoptoë van dronkaards ; Bellad . en Opium bij congestieve koude rillingen.

Verken het volledige Similia-platform

Toegang tot 13 klassieke materia medica-boeken, 7 klassieke repertoria, AI-semantische zoekfunctie en basis-casusbeheer — gratis.

Bekijk prijzen