Dulcamara
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Kan het juiste woord niet vinden.
Geestelijke verwardheid, kan zijn gedachten niet concentreren.
Delier 's nachts bij de pijn, en tijdens koortshitte.
Zwakzinnigheid komt vaker voor dan krankzinnigheid.
Vraagt om het een of ander en wijst het af wanneer het wordt aangeboden.
Neerslachtig; bezorgdheid over de toekomst.
Twistzieke, prikkelbare stemming; wordt gemakkelijk boos.
Grote onrust en ongeduld.
Neiging om te berispen, zonder boos te zijn.
SENSORIUM [2]
Kortstondige duizeligheid; duizeligheid bij het lopen, met zwartheid voor de ogen.
Bij het ontwaken 's morgens duizelig, zwart voor de ogen.
Afstomping van de zintuigen.
Dufheid en pijnlijke bedwelming van het hoofd.
Zwaar gevoel in het hoofd.
Hoofd, inwendig [3]
Gevoel alsof een plank tegen het voorhoofd drukt.
Borend, brandend gevoel in het voorhoofd, met wroeten in de hersenen ; < door beweging, zelfs door spreken ; hoofd zwaar ; vermeerderde speekselvloed, met droogheid van de tong en dorst ; pols hard en gespannen ; grote zwakte en uitputting in de ledematen.
Borende hoofdpijn van binnen naar buiten, in de slapen en het voorhoofd ; < vóór middernacht en wanneer men stil ligt.
Drukkende, bedwelmende pijn in het voorhoofd, met verstopping van de neus.
Barstende pijnen die van het voorhoofd naar de neusbrug uitstralen.
Bedwelmende pijn in het achterhoofd, opstijgend vanuit de nek.
Rillerigheid in het cerebellum en over de rug, elke avond terugkerend ; het cerebellum alsof het vergroot was ; < bij koud, vochtig weer ; < tot 2 uur 's middags ; > beter bij liggen.
Congestie naar het hoofd, gezoem in de oren, dof gehoor ; < door nat worden van de voeten.
Gevoel alsof het hoofd vergroot was.
Aanhoudende doffe pijn in hoofd, borst en maag, met grote onrust, neerslachtige stemming, bemoeilijkte ademhaling, mentale verwardheid en onvermogen de gedachten te concentreren. θ Chronische
hoofdpijn.
Catarrale en reumatische hoofdpijn, < bij vochtig, koud weer.
Hoofd, uitwendig [4]
Gevoel van rillerigheid in de kleine hersenen en over de rug; gevoel alsof het haar recht overeind stond; keert elke avond terug.
Ringworm van de hoofdhuid; klieren rond de keel gezwollen.
Dikke korsten op de hoofdhuid, waardoor het haar uitvalt.
Favus, dikke bruine korsten met roodachtige randen op voorhoofd, slapen en kin, bloedend bij krabben.
Tinea capitis, crusta lactea en roos, < bij weersverandering.
GEZICHTSVERMOGEN EN OGEN [5]
Zeurende pijn in de ogen bij het lezen ; wazig zien ; lichtflikkeringen ; < in rust.
Dreigende amaurose bij scrofuleuze kinderen.
Wazig zien, ziet als door een sluier.
Vonken voor de ogen.
Gevoel alsof er vuur uit de ogen schiet, bij lopen in de zon of in een vertrek.
Pupillen zeer verwijd.
Idiopathische iritis na blootstelling aan vochtig weer ; < 's nachts, ook in koude lucht ; > tijdens beweging en door warmte.
Oftalmie ; scrofuleuze, na iedere blootstelling aan koude.
Ophthalmia neonatorum (vaak gepaard gaand met constipatie), met chemosis van de conjunctiva.
Scrofuleuze blefaro-oftalmie en adenitis ; korstige uitslag aan de ooglidrand en zwelling en verharding van de halsklieren.
Trekkingen van de oogleden in koude lucht.
Verlamming van de bovenoogleden.
Eruptie van gele blaasjes onder de ogen ; blauwachtig-rode wangen.
GEHOOR EN OREN [6]
Gonzen in de oren.
Doffe pijn, gezoem in de oren, verminderd gehoor.
Oorpijn ; misselijkheid ; gonzen ; < 's nachts en in rust.
Oorpijn de hele nacht, waardoor slaap wordt verhinderd.
Steken in de gehoorgang en de oorspeekselklier.
Zwelling van de oorspeekselklieren ; ook na mazelen.
REUK EN NEUS [7]
Neusbloeding, warm, helder bloed ; druk boven de neus ; < na nat worden.
Coryza, droog ; > tijdens beweging ; < tijdens rust ; komt opnieuw op bij de geringste blootstelling, en < in koude lucht.
Ernstige coryza, huid heet, droog ; ledematen koud, stijf, doof en pijnlijk ; algemeen onwelriekend zweet ; coryza bij kinderen.
Neusgaten volledig opgevuld, waardoor ademen door de neus verhinderd wordt, voortdurend niezen, overvloedige waterige afscheiding uit neus en ogen, < in open lucht, > in gesloten kamer, < bij het ontwaken in de ochtend, in de avond, ogen soms gezwollen en vol, nu eens is de neus het meest aangedaan, dan weer
ogen, kan niet in de buurt zijn van gemaaid gras of pas gemaaid hooi, > aan zee. θ Hooikoorts.
Verstopping van de neus ; afscheiding onderdrukt door het geringste contact met koude lucht.
Neuscatarrh droog, in een droge atmosfeer.
BOVENSTE GELAATSHELFT [8]
Gelaatskleur bleek, waterachtig of melkachtig.
Gezicht bleek, met scherp begrensde rode wangen.
Gezicht opgeblazen; waterzucht.
Neuralgie van de linker gelaatshelft, zich uitstrekkend tot slaap, oor, oogkas en kaken; scheen gewoonlijk uit het jukbeen te ontstaan; de aanvallen werden voorafgegaan doordat de delen zeer koud werden, en gingen gepaard met hondse honger; < of uitgelokt door de geringste blootstelling aan koude; > door uitwendige
warmte.
Aangezichtspijn en astma, na het verdwijnen van tetter op het gezicht.
Vochtige erupties op de wangen.
Puistjes en kleine zweertjes rond de mond, met scheurende pijnen bij het bewegen van de delen.
Dikke bruin-gele korsten op gezicht, voorhoofd, slapen en kin; crusta lactea.
Dikke bruine herpetische korsten op het gezicht, met roodachtige randen, bloedend bij het krabben.
Impetigo faciei.
Wratten en erupties in het gezicht.
Convulsies die in het gezicht beginnen.
ONDERSTE DEEL VAN HET GEZICHT [9]
Trekkingen van de lippen in de koude lucht.
Tandpijn met speekselvloed.
De tanden voelen stomp aan.
Mond vertrokken; naar één zijde getrokken.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Tandpijn door kou, vooral met diarree; verwardheid in het hoofd; overvloedige speekselvloed; de tanden voelen stomp aan, of alsof zij verdoofd zijn.
Scheurbuik door kou.
Terugwijkend, sponsachtig tandvlees; ptyalisme.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Bittere smaak.
Jeuk, kruipend gevoel op de punt van de tong.
Mond en tong droog; droge, gezwollen tong.
Droogheid en ruwheid van de tong, met veel dorst en vermeerderde speekselvloed.
Zwelling van de tong, waardoor spreken wordt bemoeilijkt en de ademhaling wordt belemmerd.
Onverstaanbare spraak door een gezwollen tong, maar spreekt onophoudelijk.
Tong en kaken worden lam, wanneer koude lucht of water hem verkilt.
Tong verlamd door kou.
MONDHOLTE [12]
Speeksel taai, zeepachtig; tandvlees sponsachtig.
Vermeerderde speekselvloed; reumatisch.
Droge mond, zonder dorst.
Stomacace, reumatisch, ook na overmatig gebruik van kwik, met ptyalisme en gezwollen halsklieren.
Slijmvlies van de mond sterk gezwollen en zeer rood; over de gehele uitgestrektheid hier en daar rauwe, geëxcorieerde en zeer pijnlijke plekken, ontdaan van epitheel; spreken, kauwen en slikken zeer belemmerd; tanden dik bedekt met taai, vies slijm, die diepe afdrukken maken in de wangen en aan de randen van de tong; voortdurende speekselvloed, die evenals de adem een foetide, verrottingsachtige geur heeft; aanval voorafgegaan door bleekheid van het gezicht, zwaar gevoel in de ogen en matheid van de ledematen. θ
Stomacace.
Ulceratie gering, maar de zwelling uiterst sterk, met sponsachtig, los tandvlees en gezwollen tong; houdt voortdurend koud water in de mond, omdat pijn en hitte daardoor > worden. θ Cancrum oris.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Veel slijm in de keelholte.
Voortdurend keelschrapen om zeer taai speeksel op te brengen, met veel rauwheid in de keelholte.
Tonsillitis na elke omslag naar koud weer.
Drukgevoel, alsof de huig te lang was.
Catarrale angina na het vatten van kou; hyperemie van het zachte gehemelte en de huig; zwelling van de tonsillen; moeilijk slikken.
EETLUST, DORST. VERLANGEN EN AFKEER [14]
Honger, zonder eetlust. θ Pemphigus.
Honger, na de koorts.
Grote dorst naar koude dranken.
Onlesbare dorst.
Afkeer van voedsel; huivering alsof hij moest braken.
HIK, OPRISPINGEN, MISSelijkheid EN BRAKEN [16]
Lege oprispingen, met huivering alsof van walging.
Frequente oprispingen tijdens het eten.
Misselijkheid, verlies van eetlust. θ Cholérine.
Misselijkheid, braken, afkeer van koffie, grote dorst.
Misselijkheid vergezelt de aandrang tot ontlasting; algemene uitputting. θ Diarree door koele weersomslag.
Grote rillerigheid tijdens het braken.
Braken, vroeg in de ochtend, van taai slijm.
Braken: van groenachtige, gele, slijmerige stoffen, samen met de gedronken vloeistof; na koude dranken.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Intrekking en branden in de epigastrische streek.
Gevoel van opzetting in de maagkuil, met onaangenaam leegtegevoel in de buik.
Middenrifontsteking, met gelijktijdige reumatische aandoeningen van het spinale ruggenmerg.
Indigestie met rillerigheid, < bij elke koele weersverandering.
BUIK EN LENDENEN [19]
Snijdende pijn rond de navel.
Hevige knijpende pijn in het abdomen, alsof er wormen daarin op en neer kropen en aan de delen knaagden en knepen.
Koliek, alsof diarree zou optreden, met gerommel in de darmen en pijn in de onderrug.
Koliek na kouvatten; nijpende buikpijn, misselijkheid, gevolgd door diarree.
Koliek, zoals die gewoonlijk door koud en nat weer wordt veroorzaakt.
Buikwaterzucht.
Zwelling van de liesklieren door kouvatten.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Braken en diarree, met sterke neiging tot rillerigheid tijdens het braken ; overvloedige slijmerige of waterige, gelige ontlastingen, met grote kracht uitgedreven ; flauwte tijdens de stoelgang. θ
Influenza.
Aandrang tot ontlasting, 's avonds, met krampende pijn in de gehele onderbuik, gevolgd door een grote, vochtige, tenslotte zeer dunne, zuur riekende ontlasting, waarna verlichting, maar een gevoel van zwakte.
Nachtelijke ontlastingen met koliek, vooral in de navelstreek ; verlies van eetlust, dorst, misselijkheid, braken, bleek gezicht, matheid, onrust.
Hevige snijdende pijn in het abdomen, < rond de navel, gevolgd door misselijkheid, koud zweet, waterige diarree en incidenteel braken ; 's nachts volgen de ontlastingen elkaar snel op, de misselijkheid is voortdurend, met oprispingen en hevige dorst ; bijten in het rectum als van zout ;
ontlastingen vaak groen, galachtig. θ Na blootstelling.
Afwisselend waterige, slijmerige of donkerbruine fecale diarree, voorafgegaan door snijdende pijn in het abdomen en gevolgd door branden in de anus ; beslagen tong, geen eetlust ; abdomen opgezet. θ Diarree
en maagcatarrh.
Bloederige diarree van vijftien maanden duur, opgewekt door blootstelling aan koude en vocht ; hevig snijden rond de navel, < 's nachts ; onophoudelijke, onlesbare dorst ; pijn en diarree laten 's nachts geen slaap toe ; rectum prolabeert ; bijten aan de anus, als van
peper.
Diarree met grote uitputting of koliekpijnen rond de navel ; < na iedere overgang naar koud weer.
Trekkende en scheurende pijnen in de ledematen, stijfheid van de ledematen ; pijnlijke stijfheid van de nek ; pijn in de lendenen ; diarree zonder veel pijn ; weinig aandrang ; slijmerige, bloederige ontlastingen. θ
Dysenterie.
Overvloedige diarree met hevige snijdende pijn in het abdomen ; slijmerige en bloederige ontlastingen met tenesmus en pijn in de rug ; rillerigheid afwisselend met hitte, hevige dorst.
Patiënt ligt voortdurend in een slaperige toestand, de wangen licht rood aangelopen, zachte en pijnloze opzetting van het abdomen, sterke vermagering van het lichaam, afkeer van alle voedsel ; pijnloze, dunne, gelige, groenachtige, waterige ontlastingen, soms onwillekeurig afgaand en vlokken slijm bevattend ;
urine troebel met wit sediment ; spreekt noch eet ; 's nachts kreunen en onrustig heen en weer woelen.
Patiënt bleek, zwak, vermagerd en zonder de minste eetlust ; na het eten, 's morgens en vaak 's avonds, en vooral bij vochtig weer, waterige, slijmerige, lienterische ontlasting, voorafgegaan door pijnen in het abdomen en gevolgd door tenesmus. θ
Chronische diarree.
Dunne ontlasting, verscheidene middagen achtereen, met winderigheid.
Gele waterige diarree tweemaal per dag, met scheurende, snijdende koliek vóór elke ontlasting, zoals na het vatten van koude.
Slijmerige diarree met flauwte.
Slijmerige, afwisselend gele en groenachtige diarree.
Slijmerige, bruine, vloeibare ontlastingen. θ Pemfigus.
Darmcatarrh met slijmerige ontlastingen en tenesmus.
Chronische, bloederige diarree, met bijten aan de anus, of met braken, oprispingen en dorst.
Ontlasting : frequent ; schaars ; bijtend ; witachtig, waterig ; met vlokken ; slijmerig, slijmhoudend, waterig, geelgroen ; wisselend, wit, geel of groen ; waterig ; zuur riekend ; misselijkheid, met aandrang tot ontlasting ; < 's nachts en
bij nat weer.
Diarree : door kou, of door overgang van warm naar koud, vooral bij koud, vochtig weer ; 's morgens overvloedige dunne ontlasting ; van reumatische oorsprong ; tijdens de tanddoorbraak ; met koliek, vooral in de zomer ; met prolapsus recti.
Dysenterie, door koud, vochtig weer ; vermeerderde speekselvloed ; branden en jeuk van het rectum ; hitte van de huid ; dorst.
Cholera infantum, recidief na een ongewoon koude nacht of daardoor veroorzaakt.
Constipatie en pijnlijke strangurie.
URINEWEGEN [21]
Waterzucht, met pijn in de nierstreek en albumine in de urine.
Ziekte van Bright door blootstelling aan kou en vocht.
Aanhoudende aandrang om te urineren, diep in het abdomen gevoeld. θ Cystitis.
Aanhoudende aandrang om te urineren, met een onaangenaam drukkend neerwaarts gevoel naar de blaasstreek en de urinebuis toe.
Urineretentie; strangurie door kou, of door koude dranken.
Urine onwillekeurig geloosd. θ Verlamming van de urineblaas.
Katarrh met strangurie, na zes weken gevolgd door incontinentie van urine; zeer ongeduldig, scheldend en prikkelbaar gestemd.
Pijnlijk drukkend gevoel ter hoogte van urineblaas en urinebuis, lozing van enkele druppels urine, met slijmerig bezinksel.
Branden in de meatus urinarius tijdens het urineren.
Urine: schaars, foetide, troebel; na staan olieachtig; bevattend taai, gelei-achtig, wit of rood slijm, met bloed vermengd; melkachtig; foetide of muco-purulent; roodachtig, brandend.
Lozing van urine, druppel voor druppel; slijmerig bezinksel.
Urine onaangenaam riekend, troebel bij het lozen, en excorierend voor de huid. θ Pemphigus.
Katarrh van de urineblaas door kou vatten bij vochtig weer.
Mannelijke geslachtsorganen [22]
Impotentie ; herpes op de geslachtsdelen.
Herpes : preputialis, bloedend ; bruin, droog, vochtig of zemelachtig ; pijnlijk ; rood, bleekrood, of met een rode areola ; rond, schilferig en klein ; etterend, geel.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Hitte en jeuk in de geslachtsdelen, met verlangen naar omhelzing, < bij een koude weersverandering.
Menstruatie te laat en te kort; bloed waterachtig, dun; onderdrukt door kou.
Dysmenorroe bij hen die gemakkelijk kou vatten; overal vlekken op de huid, vooral bij koud, vochtig weer; vat gemakkelijk kou in het hoofd.
Uitslag vóór de menstruatie.
Als voorbode van de menstruatie verschijnt er uitslag op de huid, met buitengewone seksuele opwinding tijdens de uitslag en de menstruatie.
Herpetische erupties op de vulva, < bij iedere koude weersverandering of door blootstelling op koude, vochtige plaatsen.
Catarrale aandoeningen bij vochtig, koud weer.
Borstklieren gezwollen en gestuwd, hard, gevoelig en pijnlijk, met leucorroe of amenorroe.
ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]
Dreigende miskraam, veroorzaakt door blootstelling op een vochtige, koude plaats, zoals in een melkkelder of kelder.
Lochiën onderdrukt door kou of vocht.
Mamma gezwollen, inactief, pijnloos, jeukend, als gevolg van een verkoudheid die zich daarin schijnt te hebben vastgezet.
Onderdrukking van de melk of van de lochiën door kou vatten.
Herpes op de mammae; zogende vrouwen.
Na het spenen krijgt de moeder huiduitslag; pijnlijke tepels.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Ruwe, hese stem. θ Catarr na mazelen.
Voortdurende kriebeling in het strottenhoofd, met aandrang om te hoesten.
Luchtpijp vol slijm; taaie, groenachtige expectoratie bij matige hoest. θ Laryngotracheïtis.
Influenza.
Bronchitis bij kinderen, veroorzaakt door koude, vochtige lucht, met kwalijk riekend nachtzweten.
ADEMHALING [26]
Moeizame ademhaling.
Astma, met aangezichtspijn, na het verdwijnen van tetterige uitslag in het gezicht.
Asthma humidum, dyspneu, losse reutelende hoest, overvloedig sputum; < bij vochtig weer.
Beklemming op de borst, door slijm.
HOEST [27]
Hoest droog, hees en ruw, of los, met overvloedig ophoesten van slijm en verminderd gehoor. θ Catarrale koorts.
Hoest door vochtige, koude lucht of door nat worden; men moet lang hoesten om slijm op te geven, vooral zuigelingen en oude mensen; dreigende verlamming van de nervi vagi.
Krampachtige hoest, met overvloedige slijmafscheiding in strottenhoofd en luchtpijp.
Blaffende hoest na een diepe ademhaling.
Hijgende hoest, als bij kinkhoest, < door elke diepe inademing.
Kinkhoest; aanvallen veroorzaakt door overmatige slijmafscheiding in strottenhoofd en luchtpijp; tijdens elke aanval gemakkelijk ophoesten van smakeloos slijm, vaak met bloedstrepen.
Chronische slijmhoest na mazelen.
Hoest: < bij liggen, door warmte van de kamer of door diepe inademing; > in de open lucht.
Tijdens het hoesten: steken in de zijden; heesheid.
Taaie, groenachtige expectoratie, met matige hoest; diarree; grote neiging om kou te vatten. θ Longtering.
Gemakkelijk ophoesten van smakeloos slijm, vaak met bloedstrepen.
Ophoesten van helderrood bloed.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Slijm op de borst, men moet lang hoesten voordat het wordt opgehoest ; verstikkende catarrh.
Bronchitis ; kwalijk riekend nachtzweet.
Catarrale aandoeningen van de borst, met of zonder slijmreutels ; hoest met hetzij gemakkelijke hetzij moeilijke expectoratie ; pols opgejaagd.
Tuberculose bij scrofuleuze personen ; < bij overgangen van warm naar koud ; sputa taai, groen ; hoest matig ; hier en daar steken in de borst ; diarree.
Phthisis mucosa.
Reumatische pleuritis en pleuro-pneumonie, met taaie, moeilijk loskomende, verkleurde sputa.
Continue prikkelbare toestanden na reumatische pleuritis en pleuro-pneumonie, met taaie, moeilijk loskomende, verkleurde expectoratie ; gelijktijdig hyperemie van het ruggenmerg.
Pneumonia notha, wanneer de ziekelijke toestand al enige tijd heeft geduurd en zich bijna tot een chronische aandoening heeft ontwikkeld, waarbij een overwegend inflammatoir symptomenbeeld aanwezig is.
Hydrothorax, < bij vochtig weer.
Haemoptoë, helderrood ; kriebelen in het strottenhoofd ; < in rust ; veroorzaakt door een verkoudheid of langdurige losse hoest.
Diepe snijdende pijn in de linkerzijde van de borst, vlak onder de clavicula, > door op de plek te drukken.
Doffe stekende pijn in de borst onder de rechter clavicula, van binnen naar buiten.
Pijn in de linkerborst, alsof de long golfde.
Doffe stekende pijn in de rechterzijde van de borst, ter hoogte van de derde rib, vooral bij druk op de plek, waarbij de pijn naar de onderrug trok en zich tussen de schouders uitstrekte ; met steken aan de rand van het linker schouderblad, tijdens de inademing.
Pijn in de linkerzijde van de borst ter hoogte van de vijfde en zesde rib, alsof er een stomp mes in werd gestoken.
Lancinerende pijn van het midden van het borstbeen naar de ruggenwervelkolom, bij zitten, verdwijnt bij opstaan.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Hartkloppingen 's nachts.
Pols: klein, hard en gespannen, vooral 's nachts; zacht, vol, traag, stuwend; langzamer dan de hartslag; 's nachts frequent, overdag traag, ingezakt.
Pols vol, hard, enigszins versneld. θ Diarree.
BORSTWAND [30]
Hier en daar stekende pijnen in de borst.
Kleine puistjes op borst en buik.
Nek en rug [31]
Nek stijf, rug pijnlijk, lendenen lam, na kou te hebben gevat.
Pijn in de nek, alsof het hoofd in een ongemakkelijke houding had gelegen.
Zwelling van de klieren in de nek.
Adenitis, klieren gezwollen, vaak zeer pijnlijk en gevoelig; cervicale en submaxillaire lymfeklieren (met een subinflammatoire toestand), pijnlijk bij elke draaiing van het hoofd.
Rillerigheid met doffe pijn in de streek van de onderste cervicale en bovenste dorsale wervels; moeite om het hoofd op te heffen of zich in bed om te draaien; 's nachts koorts, slapeloosheid; 's morgens is de beweeglijkheid van de armen sterk verminderd, alsof zij van hout waren, gevoelloosheid en mierenkruipen in de rechterhand, kan de hand niet sluiten; pols 100, hard; temperatuur van de huid verhoogd; tong droog; verlies van eetlust; urine schaars, donker, stinkend, ammoniakaal; geen ontlasting; de wervelkolom niet drukgevoelig; het cervicale deel van de wervelkolom stijf, elke beweging ervan veroorzaakt onaangename spanning en doffe, diepgelegen pijn, die zich naar beide schouders uitstrekt. θ Myelitis.
Matheid, pijnen als die welke door kou vatten worden opgewekt; droogheid, hitte en branden van de huid; onrust; delier 's nachts; misselijkheid en braken van slijm; gevoel van opzetting in de maagkuil; witte slijmerige diarree; diarree met flauwte; benauwdheid of beklemming van de borst; knijpende of diep snijdende pijn in de borst; samenknijpende pijn alsof in de spieren van de rug; trekkend gevoel in de spieren van het dijbeen; opgezetheid en zwelling van het been; branden in de voeten; < 's nachts, door kou, bij liggen en door wassen. θ Myelitis.
Spinale meningitis tijdens scarlatina of mazelen, de uitslag komt niet tot ontwikkeling.
Myelitis na kou vatten tijdens de menstruatie.
Hyperemie van het ruggenmerg.
Reumatische aandoeningen van het ruggenmerg.
Doffe steken in beide lendenen, met een gevoel alsof er van binnen naar buiten wordt samengedrukt, bij iedere inademing, bij gebogen zitten (na een korte wandeling).
Diep snijdende pijn in de rechterlende, die bij druk tijdelijk verdwijnt.
Trekkende pijn van de onderrug langs de dijen omlaag, in rust; steken bij bewegen, > door druk.
Pijn in de onderrug, alsof men lange tijd gebukt had gestaan.
Ernstige reumatische stekende, drukkende pijnen in armen en rug, na kou vatten tijdens het zweten; pijnen < 's nachts en in rust; > door beweging; lichte koorts, veel dorst.
Branden in het hoofd, met bedwelmende hoofdpijn, rood gezicht, droge tong, brandende hitte in het tandvlees, onlesbare dorst naar uiterst koude dranken; gebrek aan eetlust; urine zeer rood, met pijnlijk branden bij het urineren; slapeloos; huid droog en heet, branderig gevoel in de huid; ernstige reumatische stekende, trekkende pijn in onderrug, schouders en armen; nadat men nat is geworden terwijl men warm was.
Lamheid in de onderrug, door kou vatten.
Koud, kouwelijk gevoel in de onderrug.
Het sacrum voelt koud aan.
Bovenste ledematen [32]
Verlamming van de armen; zij zijn ijzig koud, vooral tijdens rust.
Paralytische, beurse pijn in de linkerarm.
Herpes op armen en handen.
Exostose aan de arm, door onderdrukte schurft.
Wratten op de handen, op de rugzijde van de vingers.
Zweet in de handpalmen.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Trekkend-scheurende pijn, of aanhoudende pijn, nu eens stekend, dan weer knijpend, in beide dijen, verdwijnend bij het lopen, daarna overgaand in vermoeidheid, en onmiddellijk terugkerend tijdens het zitten.
Trekkende pijn vanuit de onderrug door de dijen heen, in rust, met plaatselijke steken tijdens beweging, die > door druk.
Herpetische eruptie op de knie.
Exostose aan het bovenste deel van de rechter tibia, met blauwrode vlekken; suppurerende knobbels.
Ondraaglijke (niet-syfilitische) pijn in de scheenbeenderen, < 's nachts, door rust, waardoor hij gedwongen wordt ijsberend heen en weer te lopen, en bij vochtig weer.
Zwelling van de kuit; scrofulose.
Jicht in de grote teen; eerst links, dan rechts.
Tintelingen en branden in de voeten.
Erysipelas van de voeten; de huid vervelt; jeuk.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Koude ledematen.
Rheumatisme na acute erupties, of wanneer chronische vormen ervan afwisselen met aanvallen van diarree.
Na nat te zijn geworden, scheurende pijn in de ledematen, vooral in de voeten; onrustige slaap, overvloedig zweten.
Stekend-trekkende en scheurende pijn in de ledematen na een acute eruptie of na kou vatten; < 's nachts, of tegen de avond, wanneer er een verergering van de koorts is.
Rheumatisme na blootstelling aan nattigheid; delen alsof zij beurs geslagen zijn; hevige pijn bij het blijven in dezelfde houding, die alleen afneemt wanneer hij zich beweegt.
Pijn in de gewrichten bij blootstelling aan koude.
Scherpe schietende pijnen in de linker tenen en duim.
Plotselinge zwelling van het lichaam en opgezwollenheid van de ledematen, soms pijnlijk, of gepaard gaand met een gevoel alsof zij inslapen.
Witte vlekken met rode areola op armen en dijen.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Erger op de rug liggend > op de zij.
Erger bij bukken, > in opgerichte houding.
Erger bij het zieke deel naar achteren te buigen.
Erger door dansen.
In rust : lichtflikkeringen < ; suizen in de oren < ; droge coryza < ; kieteling in het strottenhoofd < ; trekkende pijn vanuit de onderrug langs de dijen omlaag ; armen ijskoud ; ondraaglijke pijnen in de scheenbenen ; rheumatisme <.
Rustig liggen : hoofdpijn < ; gevoel alsof de kleine hersenen vergroot zijn, > ; hoest < ; myelitis <.
Zitten : pijn van het borstbeen naar de wervelkolom ; doffe steken in beide lendenen ; trekkend-scheurende pijn in de dijen.
Bij het opstaan : pijn van het borstbeen naar de wervelkolom >.
Lopen : duizeligheid ; gevoel alsof er vuur uit de ogen schiet ; na een korte wandeling doffe steken in beide lendenen ; trekkend-scheurende pijn in de dijen verdwijnt ; pijn in de scheenbenen dwingt hem te lopen ; moet 's nachts opstaan en lopen.
Beweging : hoofdpijn < ; iritis > ; droge coryza > ; puistjes en zweren rond de mond pijnlijk ; cervicale en submaxillaire lymfeklieren pijnlijk ; steken in de rug ; rugpijn > ; steken in de dijen ; trekken in de onderrug ; rheumatisme >.
ZENUWEN [36]
Grote algemene onrust, rusteloosheid.
Vermoeidheid, uitputting, lusteloosheid.
Trillen, vooral van de rechterarm. θ Moeilijke urinelozing.
Eenzijdige spasmen ; sprakeloosheid.
Stuipen die in het gezicht beginnen.
Verlamming : van verschillende, afzonderlijke delen ; door onderdrukte erupties ; door kou ; van de bovenste en onderste ledematen en de tong ; de verlamde arm voelt ijzig koud aan.
SLAAP [37]
Bij het inslapen 's avonds schrikt hij op, alsof door hevige schrik.
Tijdens de slaap, mond open, snurken.
Onrustige slaap, verwarde dromen, veelvuldig zweten ; woelt van de ene zij op de andere.
Slaap onrustig na 12 uur 's nachts ; het ergst na 3 uur 's morgens.
Onrustige slaap na 4 uur 's morgens, hoe hij ook lag.
Slapeloosheid.
Angstig verwarde dromen ; zij moet 's nachts opstaan en door de kamer lopen ; een zinkend gevoel door het hele lichaam ; zij verbeeldde zich dat zij door het bed heen zou zinken.
Bij het ontwaken in de ochtend draaierig en duizelig ; zwart voor de ogen, beven en zwakte.
TIJD [38]
Ochtend : bij het ontwaken duizelig, zwart voor de ogen ; hooikoorts < ; braken ; waterige, slijmerige ontlasting ; overvloedige dunne ontlasting ; beweging van de armen sterk verminderd ; kwalijk riekend zweet.
Overdag : trage pols ; zweet op de rug ; zweet in de oksels ; zweet op de handpalmen.
Tot 2 uur 's middags : gevoel alsof de kleine hersenen vergroot waren.
Avond : hooikoorts < ; aandrang tot ontlasting ; waterige, slijmerige ontlasting, voorafgegaan door pijn in het abdomen en gevolgd door tenesmus ; scheurende, trekkende pijnen in de ledematen < ; bij het inslapen opschrikken als door schrik ; tegen de avond rillerigheid over de rug ; koude huivering omhoog langs de rug.
Nacht : delier ; idiopathische iritis < ; gezoem in de oren < ; oorpijn de hele nacht ; ontlasting met koliekpijnen ; de ontlastingen volgen elkaar snel op ; hevig snijdende pijn rond de navel < ; de pijn verhindert de slaap ; kermen ; onrustig woelen ; hartkloppingen ; pols klein, hard en gespannen ; pols frequent ; koorts ; slapeloosheid ; myelitis < ; pijn in de rug < ; ondraaglijke pijn in de scheenbenen ; stekende, trekkende pijnen in de ledematen < ; moet opstaan en door de kamer lopen ; slapeloosheid ; kwalijk riekend zweet.
Voor middernacht : hoofdpijn <.
Na middernacht : onrustige slaap.
Na 3 uur 's nachts : zeer onrustige slaap.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Warmte : idiopathische iritis > ; aangezichtsneuralgie > ; hoest < ; koude rilling niet > ; netelroos <.
Kan zich bij een hete kachel niet warm krijgen.
Gesloten vertrek : neusgaten verstopt ; voortdurend niezen < ; overvloedige waterige afscheiding uit neus en ogen <.
Droge lucht : droge neuscatarrh.
Open lucht : neusgaten verstopt ; voortdurend niezen ; overvloedige waterige afscheiding uit neus en ogen ; hoest > ; rillerigheid.
Koude : oftalmie door blootstelling ; trekkingen van de oogleden ; droge coryza < ; afscheiding uit de neus onderdrukt door het minste contact met koude lucht ; aangezichtsneuralgie < ; trekkingen van de lippen ; tandpijn ; diarree ; scheurbuik ; tong en kaken worden lam bij aanraking met koude
en tong verlamd door koude ; ulceratie in de mond > door er koud water in te houden ; tonsillitis door koude weersomslag ; grote dorst naar koude dranken ; diarree door koele weersomslag ; braken na koude dranken ; dysenterie < ;
strangurie door koude dranken ; pijn in de gewrichten ; verlamming van verschillende delen door koude ; blootstelling veroorzaakt urticaria ; netelroos > ; herpetische erupties < door toepassingen van koud water.
Vochtig weer : waterachtige, slijmerige ontlasting, voorafgegaan door pijn in het abdomen en gevolgd door tenesmus ; astma < ; hydrothorax < ; ondraaglijke pijn in de scheenbeenderen.
Weersverandering : tinea capitis, crusta lactea en roos < ; tonsillitis ; diarree door koele weersomslag ; indigestie met rillerigheid < ; diarree en koliek < door koude weersomslag ; hitte en jeuk aan de genitaliën < ; herpetische eruptie op de vulva < ; tuberculose < door koude
weersomslag ; gevoelloze, pijnloze zweren <.
Natte voeten krijgen : slechthorendheid < ; druk boven de neus < ; hoest ; reumatische pijnen in de lendenen door nat worden terwijl men warm is ; scheurende pijnen in de ledematen ; reuma.
Koud, vochtig weer : gevoel alsof de kleine hersenen vergroot zijn ; catarrale en reumatische hoofdpijn < ; idiopathische iritis ; bloederige diarree veroorzaakt door blootstelling ; dysenterie, ziekte van Bright ; blaascatarrh ; dysmenorroe met vlekken over het hele lichaam < ; herpetische
erupties op de vulva < ; catarrale aandoeningen (vrouwelijke geslachtsorganen) ; dreigende miskraam door blootstelling ; bronchitis bij kinderen ; hoest ; koorts veroorzaakt door blootstelling ; waterzuchtige aandoeningen ; terugtreding van erupties door blootstelling ; gevoelloze, pijnloze
zweren <.
KOORTS [40]
Rillerigheid van de rug, zonder dorst, in de open lucht, maar vooral in tocht.
Rillerigheid, meestal tegen de avond, over rug, nek en achterhoofd, met het gevoel alsof het haar overeind stond.
Beven, met een gevoel van koude, of werkelijke koude over het hele lichaam; krijgt het zelfs bij een hete kachel niet warm, met nu en dan huiveringen.
Rilling beginnend in of zich uitbreidend vanuit de rug, niet > door warmte ; meestal tegen de avond.
Rilling : met pijnen ; met hevige dorst ; zonder dorst.
Rillerigheid afwisselend met koorts, hoofd suf, gezicht rood, huid droog en heet ; misselijkheid met angst ; 's nachts slapeloosheid ; de pols voelt hard aan, enigszins versneld ; algemene uitputting. θ
Diarree.
Algemene droge, brandende hitte over het hele lichaam.
Hitte : brandend in de rug ; met delier ; zonder dorst.
Branden in de huid van de gehele rug alsof hij bij een hete kachel zat, met zweet op het gezicht en matige hitte.
Dubbele tertiaanse koorts.
Roodvonk, vooral bij scrofuleuze personen, pijn in de ledematen, koude huiveringen omhoog langs de rug in de avond, braken in vele gevallen gevolgd door sopor ; droge brandende hitte van de huid ; vaak onderdrukking van de urine. Naarmate het geval voortschrijdt, worden de pijnen
vooral hevig in hoofd en voeten ; de eruptie krijgt een miliair karakter, hoewel ook lichtrode vlekken kunnen worden waargenomen ; roodheid van tandvlees en keel, met slikmoeilijkheden ; sterke zwelling van de klieren van de nek en van die rond de oren ; soms breidt de ontsteking zich
uit tot het strottenhoofd, waardoor een kroepachtige hoest ontstaat ; hoge koorts met delier en dorst ; urine troebel en kwalijk riekend. Gevallen waarin de eruptie schaars is en zich niet goed ontwikkelt, sterk gelijkend op netelroos, met lichte angineuze symptomen, maar hevige pijnen in de ledematen, die
vaak huilen veroorzaken en dikwijls gevolgd worden door oedemateuze zwelling van het hele lichaam ; uiterst trage afschilfering.
Buiktyfus, wanneer de patiënt zich duidelijk herinnert kou gevat te hebben ; tong schoon, ontlasting geel, vloeibaar, met gerommel, snijdende, gravende en nijpende pijn in de navelstreek of in de gehele buik.
Koorts door blootstelling ; door wonen in vochtige kamers, slapen in een vochtig bed ; bij koud, regenachtig, wisselvallig weer.
Foetide zweet, bij huidziekten ; overvloedige heldere urine.
Kwalijk riekend zweet, 's nachts en 's morgens, over het hele lichaam ; overdag meer over de rug, in de oksels en handpalmen.
Zweet onderdrukt en volledig afwezig.
Toestanden ontstaan door plotseling afkoelen van het lichaam tijdens het zweten.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Vaak : zweten ; uitblijven van urine.
Aanvallen : van kinkhoest.
Tweemaal per dag : gele waterige diarree.
Van tijd tot tijd : huiveren.
Elke avond : rillerigheid in het cerebellum ; gevoel alsof het haar recht overeind stond.
Verscheidene namiddagen achtereen : dunne ontlasting, met winderigheid.
Zes weken : incontinentie van urine.
Vijftien maanden : bloederige diarree.
LOKALISATIE EN RICHTING [42]
Links : aangezichtsneuralgie aan die zijde ; diep snijdende pijn aan de zijkant van de borst ; pijn in de borst alsof de long in golven bewoog ; steken aan de rand van het schouderblad ; pijn in de borst alsof er een mes in werd gestoken ; beurse pijn in de arm ; scherp schietende pijnen in tenen en duim.
Rechts : doffe steek in de borst onder het sleutelbeen ; doffe stekende pijn in de borst ; gevoelloosheid en formicatie in de hand ; diep snijdende pijn in de lendenstreek ; exostose aan het bovenste deel van de tibia ; beven van de arm.
Van links naar rechts : jicht in de grote teen.
Van binnen naar buiten : hoofdpijn ; doffe steek in de borst onder het rechter sleutelbeen ; doffe steken in de lendenen met een gevoel van samendrukken van binnen naar buiten.
Scheurende pijnen omhoog. θ Reuma.
GEWAARWORDINGEN [43]
Pijn op vele plaatsen, alsof door kou veroorzaakt; beurs gevoel.
Gevoel alsof een plank tegen het voorhoofd drukte; alsof het hoofd vergroot was; alsof het haar recht overeind stond; alsof er vuur uit de ogen schoot; tanden alsof zij gevoelloos waren; drukgevoel alsof de huig te groot was; huivering alsof hij moest braken;
gevoel van opgeblazenheid in de maagkuil; leegtegevoel in het abdomen; alsof wormen in het abdomen op en neer kropen; alsof diarree zou optreden; bijten in het rectum als van zout; alsof de long in golven bewoog; alsof er een stomp mes in de
borst werd gestoken; alsof het hoofd in een ongemakkelijke houding lag; alsof de armen van hout waren; gevoel in de lendenen alsof van binnen naar buiten werd samengeknepen; pijn in de rug als na lang bukken; ledematen alsof geslagen; ledematen alsof zij gingen slapen; hitte in de rug alsof
hij bij een hete kachel zat; alsof overal op het lichaam naalden prikten; brandende jeuk als van kruipende insecten.
Pijn: in de ledematen; op plekken in de mond; in het kruis; in de rug; in het abdomen; in de nierstreek; in de borst; in de l. zijde van de borst; in de nek; in de halsklieren; in de scheenbenen; in de gewrichten.
Lancinerende pijn: van het midden van het borstbeen naar de rugwervelkolom.
Scheurende pijnen: rond de mond; in de ledematen; in het abdomen; in de dijen.
Snijdende pijn: rond de navel; in het abdomen; in de borst; in de rechter lende.
Schietende pijnen: in de linkertenen en de duim.
Stekende pijn: in de rechter zijde van de borst; hier en daar in de borst; in de armen en de rug; in de dijen.
Stekend gevoel: over het hele lichaam.
Steken: in de gehoorgang; in de zijden; in de borst; aan een rand van het linker schouderblad; in beide lendenen; in de dijen.
Snoerende pijn: in de rugspieren.
Nijpen: hevig, in het abdomen; in de borst; in de dijen.
Koliek: in de navelstreek.
Krampende pijn: in het abdomen.
Barstende pijnen: van het voorhoofd naar de neusbrug.
Trekkende pijn: vanuit het kruis langs de dijen omlaag.
Borend: in het voorhoofd; in de slapen.
Neuralgie: van het gezicht; de slaap; het oor; de kaken.
Spannende pijn: in de hals- en liesklieren.
Beurse pijn: in de linkerarm.
Wroetende, gravende pijnen: in de hersenen; in het abdomen.
Branden: in het voorhoofd; in de epigastrische streek; in de anus; in het rectum; in de meatus urinarius; in de voeten; in het tandvlees; in de rug; in de huid van de rug.
Tintelingen: in de voeten.
Drukkende pijn: in het voorhoofd; rond de blaas en urinebuis; in de armen; in de rug.
Zeurende pijn: in de ogen; in de oren; in de tanden.
Doffe pijn: in het hoofd; in de borst; in de maag; in de oren; in de leverstreek; diep in de wervelkolom.
Reumatische aandoening: van het ruggenmerg.
Bedwelmende pijn: in het achterhoofd vanuit de nek.
Pijnlijke bedwelming van het hoofd.
Druk: boven de neus.
Neerdrukkend gevoel: naar de blaasstreek en de urinebuis toe.
Rauwheid: in de fauces.
Droogheid: van de tong.
Ruwheid: van de tong.
Trekkend gevoel: in de ledematen; in de spieren van de dij.
Zwaar gevoel: van het hoofd; van de ogen.
Dofheid: van de zintuigen; van het hoofd.
Hitte: droge, brandende hitte over het hele lichaam; in de genitaliën.
Bijten: in het rectum, als van zout; in de anus.
Wegzinkend gevoel; door het hele lichaam.
Uitputting: van de ledematen.
Matheid: van de ledematen.
Stomp gevoel: in de tanden.
Stijfheid: in de ledematen; van de nek; in het halsgedeelte van de wervelkolom.
Lamheid: van de lendenen; in het kruis.
Gevoelloosheid: in de ledematen; in de rechterhand.
Beklemming: van de borst.
Gonzen: in de oren.
Mierenkruipen: van de rechterhand.
Kruipen: op de punt van de tong.
Prikkeling: in het strottenhoofd.
Kieteling: in het strottenhoofd.
Jeuk: op de punt van de tong; van het rectum; in de genitaliën; in de mamma; over de huid van het lichaam.
Kouwelijk gevoel: in de kleine hersenen.
WEEFSELS [44]
Bloedingen; bloed waterig of helderrood.
Huid inactief; slijmvliesoppervlakken overactief, vooral na onderdrukking van erupties door koude.
Catarrale klachten, veroorzaakt door blootstelling aan vochtig, koud weer.
Werkt vooral op slijmvliezen en musculaire weefsels en geeft aanleiding tot catarrale ontstekingen, met symptomen zoals die welke voortkomen uit blootstelling aan vochtig, regenachtig weer; het werkt ook op het lymfestelsel en de huid, en veroorzaakt klierzwellingen, cellulaire uitstortingen en erupties.
Chronisch rheumatisme, < door geringe blootstelling aan koude, of door elke temperatuursverandering van warm naar koud; reumatische pijnen na acute huiderupties, of wanneer de chronische vorm afwisselt met aanvallen van darmcatarrh.
Koude zwelling van klieren, ook ontsteking en verharding van cervicale en inguinale klieren; spannende pijn.
Verharding van het cellulaire weefsel.
Waterzuchtige aandoeningen na onderdrukking van zweet door vochtige, koude lucht en door verkoudheid; de nek stijf, de rug pijnlijk, de lendenen mank.
Verlamming van de tong, de inwendige organen en de ledematen.
Anasarca na koorts en koude rillingen, roodvonk of reumatische koorts.
Scrofulose; exostosen; vermagering.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Aanraking: de uitslag is gevoelig.
Druk: pijn in de linkerzijde van de borst >; doffe stekende pijn in de rechterzijde van de borst <; doffe steken in de lendenen >; steken in de rug >; trekkend gevoel in de lendenstreek >; steken in de dijen en lendenstreek >.
Kleine furunkels op plaatsen die door schudding gekwetst zijn.
HUID [46]
Huid heet en droog.
Stekende jeuk in verschillende lichaamsdelen.
Stekend gevoel als van naalden over het gehele lichaamsoppervlak. θ Urticaria.
Brandende jeuk, als het snelle kruipen van insecten.
Huid teer en gevoelig voor koude; krijgt urticaria of een andere eruptie telkens wanneer zij kou vat of lang aan koude wordt blootgesteld.
Blaasvormige eruptie, zo groot als een erwt, bevattend geel, doorschijnend vocht en op een rode, ontstoken basis, over het hele lichaam, behalve het gezicht. θ Pemphigus.
Blaasvormige eruptie in het gezicht en op de extremiteiten, met uitvloeien van een waterachtig vocht.
Dauworm, met uitvloeien van een waterachtig vocht, bloedt na krabben.
Eruptie van jeukende pustels, die ophouden te jeuken nadat zij met korsten bedekt raken; gevoelig voor aanraking; < door wassen.
Helderrode puntige puistjes, die zich met pus vullen.
Kleine furunkels op plaatsen die vroeger door schudding waren gekwetst.
Rode vlekken, als van vlooienbeten.
Netelroos over het hele lichaam, zonder koorts.
Netelroos; met veel jeuk; na krabben branderig; < in warmte, > in koude; met maagkoorts.
Scrofuleus eczeem; korstige dauwworm over het hele lichaam; kliervergrotingen; exsuderende blaasjes in het gezicht en op de extremiteiten; eruptie van jeukende blaasjes, die in ettering overgaan en met een korst bedekt raken, vooral op de onderste ledematen en de achterzijde
van het lichaam.
Impetigineus eczeem bij scrofuleuze kinderen.
Dikke bruine herpes, rode rand; klieren gezwollen.
Dikke korsten over het hele lichaam.
Ronde, schilferige en kleine herpes; etterende gele herpes.
Herpetische erupties, geassocieerd met foetide transpiratie; huidaandoening < door toepassing van koud water.
Herpes preputialis, gemakkelijk bloedend, bruin, droog, vochtig of zemelig, rood, bleekrood of met een rode areola.
Lichen (mehlflechte) op de knie, oud, hardnekkig, zo groot als een dollar.
Terugtreden van erupties na blootstelling aan vochtige, koude lucht.
Onderdrukte schurft.
Huid eeltig.
Wratten, vlezig of groot, glad; op de handruggen en in het gezicht.
Ongevoelige, pijnloze zweren, hard, gevoelig; < 's nachts, door nat of koude en bij weersverandering.
Pijnlijke zweren; afscheiding gering.
Zwelling en verharding van klieren.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Flegmatische, trage, scrofuleuze patiënten, die onrustig en prikkelbaar zijn; vatten kou bij koude, vochtige weersomslagen.
Donker haar: tere huid, gevoelig voor koude; vatbaar voor uitslagen door blootstelling aan koude.
Kind, æt. 13 mnd., geen tanden, oud uitziend gezicht, sterke vermagering; pemfigus.
Jongen, æt. 13 mnd., teer, zwak; pemfigus.
Meisje, æt. 5; diarree en maagcatarrh.
Jongen, æt. 12; zwak, bleek, slecht gevoed, gebrekkig ontwikkeld, met voortdurende neiging tot diarree; ernstige diarree.
Meisje, æt. 16, nog niet gemenstrueerd; strangurie gevolgd door urine-incontinentie.
Wm. Baker, æt. ongeveer 18; hooikoorts.
Meisje, æt. 20, cholerisch temperament, tenger gebouwd, maar sterk; diarree na kou vatten.
Man, æt. 24; urticaria.
Man, æt. 27, hoofdpijn sinds twee jaar.
Vrouw, broze constitutie; diarree.
Vrouw, kokkin, slank gebouwd, na blootstelling van het verhitte lichaam aan koude; cholerine met urticaria.
Herder, die de gewoonte had 's nachts over kudden te waken; bloederige diarree.
Man, æt. 30, cholerisch temperament, energiek, sterk; diarree sinds 3 1/2 jaar.
Vrouw, æt. 35; een andere, æt. 63; musculaire reuma.
Ongehuwde vrouw, æt. 36; sinds zes dagen ernstige diarree.
Gezonde vrouw, æt. 40, op een vochtige, regenachtige dag plotseling verlies van bewustzijn, waarvan zij herstelde met ernstige hoofdpijn; hoofdpijn.
Vrouw, æt. 40, cholerisch temperament, sterk, na kou vatten door te wassen op een koude dag; diarree.
Man, æt. 60, na kou vatten; urinewegklachten.
Man, æt. 72, jichtig, met neiging tot marasmus na kou vatten; myelitis.
RELATIES [48]
Het werkt als antidotum voor : Cuprum, Mercur .
Geantidoteerd door : Camphor. Cuprum, Ipec., Kali carb., Mercur .
Compatibel na : Bryon, Calc. ostr., Lycop., Rhus tox., Sepia, Veratr .
Onverenigbaar : Bellad., Laches .
Complementair : Baryta carb .
Vergelijk met : Acon., Act rac., Arsen., Bellad., Bryon., Calc. ostr., Cham., Cuprum, Helleb., Ipec., Kali carb., Lycop., Mercur., Nitr. ac., Pulsat., Rhus tox., Sepia, Staphis., Stannum, Sulphur en Veratr .