Menyanthes
van John Henry Clarke — Woordenboek van de praktische Materia Medica
trifoliata. Waterdrieblad. Bitterklaver. N. O. Gentianaceæ. Tinctuur van de gehele plant.
Klinisch
Amaurose / Borstaandoeningen / Krampen / Bewegingsonrust / Drukkende hoofdpijn / Hartpijnen / Wisselkoorts / Schoktrekkingen / Verlamming
Kenmerken
Het waterdrieblad (of "moerasboon," zoals het ook in Ierland en in Lincolnshire genoemd wordt) is een waterplant en komt overvloedig voor in de veengebieden, waar zij plaatselijk een grote reputatie geniet als middel tegen wisselkoorts. Hahnemann beproefde haar en omschreef haar werkingssfeer nauwkeurig. Teste, die haar eveneens beproefde, vond haar zeer gelijkend op Drosera. Beide middelen veroorzaakten bij hem, als een van de eerste symptomen, verduistering van het zien, een soort witte nevel of trillingen, < in open lucht of tijdens het lopen. Dit was zo hevig dat hij het niet waagde een straat over te steken. De pijnen van Dros. en Meny. waren van dezelfde aard, maar die van Dros. waren heviger. Deze analogie is in andere opzichten niet zo nauw gebleken als Teste zich had voorgesteld. De voornaamste kenmerken van Meny. zijn (1) koude rilling; (2) gewaarwordingen en pijnen van spanning en samendrukking; en (3) krampachtige schoktrekkingen en zichtbare spiertrekkingen; deze zijn < tijdens rust en kunnen met neuralgie geassocieerd zijn. Zodra de patiënt gaat liggen, schokken en trekken de benen zodat hij niet kan rusten. "Bij het zitten worden de uitgestrekte dij en het been viermaal krampachtig omhoog getrokken, maar bij staan of bij het optrekken van de knieën naar zich toe is dit niet merkbaar." Meny. heeft vele gevallen van bewegingsonrust genezen. "schokken," "bewegingsonrust," en "urineklachten bij vrouwen" zijn Burnetts voornaamste indicaties voor Meny. De spiertrekkingen kunnen in elk deel optreden. Steken, gevoelloosheid, spanning en vooral krampachtige en verlammende pijnen zijn zeer kenmerkend. De druk wordt sterk in het hoofd gevoeld. Hoofdpijn: drukkend op de kruin van boven naar beneden, > bij sterke druk met de hand; bij traplopen, alsof bij elke trede een zware last op hoofd en hersenen drukt. Met de hoofdpijn gaat vaak een ijzige koude van handen en voeten gepaard. De spanning culmineert in een gevoel alsof de huid verscheidene maten te klein was en hij daarin geperst werd. R. Farley (Med. Adv., xxi. 240) vermeldt dit geval: Mej. D. W., die al lang leed aan spinale irritatie, had vreselijke aanvallen van barstende hoofdpijn, een vreselijke spanning in de hersenvliezen in paroxysmen, waardoor zij schreeuwde. Het begon aan de rechterzijde van de nek, steeg op naar het voorhoofd en verspreidde zich dan over de gehele hersenen. Vreselijk gevoel van eenzaamheid met de pijn; zij smeekte haar moeder bij haar te blijven. < Door licht, geluid, schokken, zelfs wanneer iemand zacht door de kamer liep. > Door gebogen te zitten en door sterke druk op nek en kruin. Meny. 30 elke tien minuten verlichtte onmiddellijk en hief alles binnen twee uur volledig op.
Relaties
Wordt geantidoteerd door: Camph. Het antidoteert: Gevolgen van Quinine en China. Past goed na: Cupr., Lach., Lyc., Pul., Rhs., Ver. Vergelijk: < Bij opstijgen, Calc. Hoofdpijn > door sterke druk, Ver. Gewicht op de kruin bij elke stap, Cact., Glon., Lach. Wisselkoorts, met koude extremiteiten, Lach. (maar Lach. heeft een blauwachtige huid, grote uitputting en een draadvormige pols). IJskoude voeten en benen, Calc., Gels., Carb. v. Barstende hoofdpijn alsof de schedel wordt opengeduwd, Sil. (Sil. > warmte, Meny. > druk). Drukkende hoofdpijn, Puls., Paris, Mag. m. Bewegingsonrust, Pso., Caust., Zinc. Vergelijk ook de Gentianen.
Oorzaken
Zenuwletsel (afgebroken tand). Quinine.
1. Geest
Angst en bezorgdheid. Angst om het hart, alsof er iets kwaads zou gebeuren. Onverschilligheid voor alles. Weemoed met tranen. Zwijgzaam en in zichzelf gekeerd. Grappenmakerij en overmatige vrolijkheid.
2. Hoofd
Aanhoudend zwaar gevoel in het hoofd. Beklemmende of drukkende hoofdpijn, met het gevoel bij traplopen alsof een zeer zware last op het voorhoofd rust, > door met de hand op het hoofd te drukken. Drukkende pijn van beide zijden van het hoofd. Het hoofd is beneveld en verward in een kamer, met trage bevattingskracht, > in open lucht. Hoofdpijn met spanningsgevoel. Brandende pijnen op de huid van het voorhoofd. Trekkende pijn in de r. hersenkwab van onder naar boven, eindigend in het achterhoofd. Afzonderlijke steken in de l. zijde van de hersenen tot aan de kruin. Bij zitten, trekkende pijn in het achterhoofd. Na het eten leegtegevoel in het hoofd. Uitwendig knagend gevoel op de kruin.
3. Ogen
Vertroebeling van het zien bij lezen (alles wordt zwart voor de ogen). Frequente krampachtige stijfheid van de oogleden. Drukkend gevoel in de ogen. Nevel en flikkeringen voor de ogen.
4. Oren
Getinkel in de oren. Kraken in het oor bij kauwen. Afscheiding uit de oren (vooral na exanthemen). Schietende pijnen in de oren. Gevoel van koude in het oor. Oorsuizen bij kauwen.
5. Neus
Misselijkmakende geur voor de neus, als van rotte eieren. Spanning in de neuswortel.
6. Gezicht
Roodheid en warmte van het gezicht tijdens de slaap. Warmte in het gezicht, met koude voeten. Zichtbare (pijnloze) spiertrekkingen in de spieren van gezicht en oogleden. Pijn en kraken in het kaakgewricht bij het kauwen.
8, 9. Mond en keel. Gevoel van verlamming aan de l. zijde van het gehemelte, bij geeuwen en hoesten. Grote droogte van de keel zonder dorst. Droogte van het gehemelte, die een stekend gevoel bij het slikken veroorzaakt. Droogte en ruwheid in de keel, die het doorslikken van speeksel bemoeilijken.
10. Eetlust
Verlangen naar vlees en afkeer van brood en boter. Zoetige bitterheid in de mond. Veelvuldig leeg oprispen. Lastige verwardheid in het hoofd na een maaltijd. Boulimie, soms na het eten.
11. Maag
Samentrekkende krampen in de maag. Voortdurend gerommel in de maag, alsof zij leeg was. Warmte in de maag, gevolgd door overmatige honger. Gevoel van koude dat opstijgt in de oesofagus, met grote misselijkheid, na druk in de maag.
12. Abdomen
Gevoel van koude in het abdomen, vooral bij druk erop met de hand, of 's morgens bij het opstaan. Pijn als van een schaafwond in de buikhuid. Opzetting en volheid van het abdomen, alsof het met voedsel overladen was, met onverminderde eetlust, tezamen met een gevoel alsof winden opgesloten zaten, en veelvuldige vergeefse pogingen om flatus te laten; de volheid is sterk < door het roken van tabak. Opzetting van het abdomen door rijkelijk flatus. Knijpingen in het abdomen.
13. Stoelgang en anus
Obstipatie. Harde ontlasting, met knijpingen in het abdomen. Bloedende aambeiknobbels.
14. Urinewegen
Veelvuldige aandrang om te urineren, met karige lozing.
15. Mannelijke geslachtsorganen
Toename van geslachtsdrift, zonder prikkeling van de verbeelding of erectie. Beide testikels opgetrokken, r. meer dan l. Zaadstreng pijnlijk bij aanraken.
17. Ademhalingsorganen
Bij het spreken hese en ruwe stem, met verstopt gevoel in de oren, alsof er iets in was ingebracht. Steek in het anterieure deel van het strottenhoofd, die het slikken bemoeilijkt. Dyspneu. Krampachtige samentrekking van het strottenhoofd, met hoestprikkel bij het inademen.
18. Borst
Schietende samendrukking aan beide zijden van de borst. De steken in de (r.) borst zijn < tijdens beweging en bij ademhalen. Zeurende pijn in de borst na de middagmaaltijd.
19. Hart
Steken in de hartstreek. Angst om het hart alsof er iets kwaads dreigt. Trekkende pijn in de precordia, < na het eten.
20. Nek en rug
Stijfheid en zwaar gevoel in de spieren van de hals (keel) en van de nek. Lastige gekneusde pijn in de lendenen bij zitten en bij bukken. Doffe, borend schietende pijnen in het l. schouderblad, zich over de wervelkolom uitstrekkend. Uiterst pijnlijke scheurende pijn tussen de schouderbladen, naar beneden uitstralend, vooral bij diep ademhalen; verdwijnend bij zitten; onmiddellijk terugkerend bij lopen; tijdens rust blijft een beurs gevoel bestaan.
21. Ledematen
Krampachtige pijnen in alle ledematen.
22. Bovenste ledematen
Verlammend scheurende pijnen en krampachtige trekkingen in armen, handen en vingers. Krampachtige stijfheid van de armen, met onwillekeurig terugtrekken van de vingers. Krampachtige pijnen in de spieren van de (l.) onderarm, tot in de handpalm uitstralend (bijna als verlamming). Pijnlijk opschieten in de (r. boven-)arm en pink.
23. Onderste ledematen
Gekneusde pijn in de dijen. Schokken en krampachtige bewegingen in de dijen. De (r.) dij en het been worden krampachtig omhoog getrokken bij zitten met het been uitgestrekt, > bij staan of bij het optrekken van het been.
24. Algemeen
Schoktrekkingen (pijnloos) van spieren in verschillende delen (gezicht, dij), voornamelijk tijdens rust. Nooit dorst. Rukkende pijn in uitwendige delen, ook knijpende pijn in uitwendige delen. Spanning: in de neuswortel; in armen, handen, vingers; in de huid, alsof zij verscheidene maten te klein was en hij daarin geperst werd. Schietende pijnen en knijpingen in ledematen en gewrichten (arthritische aandoeningen). Grote algemene zwakte, vooral bij lopen, vaak gepaard gaand met rillen. Het merendeel van de klachten is < tijdens rust en tegen de avond > door beweging of door met de hand op het aangedane deel te drukken.
26. Slaap
Onrustige slaap, met levendige, niet herinnerde dromen.
27. Koorts
De pols is traag tijdens het koude stadium en versneld tijdens de koorts. Koudeverschijnselen staan op de voorgrond. IJzige koude van handen en voeten. Rilling, die > wordt door de warmte van de kachel en dan alleen in de rug overblijft. Rillen over het bovenlichaam (met geeuwen), of in de benen, met rechtopstaande haren, zoals na een lange wandeling of na het aanhoren van een vreselijk verhaal. Gevoel van koude, vooral in de vingers. Wisselkoorts, met koude in het abdomen. Warmte in de avond, vooral in het hoofd, met koude voeten. Transpiratie in de avond zodra hij gaat liggen, aanhoudend de hele nacht.