Lachesis
van Timothy F. Allen — Encyclopedie van de zuivere Materia Medica
- Emotioneel.
- Behoudt grote kalmte en standvastigheid van geest tijdens zeer ergerlijke en opwindende gebeurtenissen (zevende en volgende dagen), 1a.
- Levendig zonder enige oorzaak, 2.
- Opgewonden stemming de hele ochtend (tweede dag, tweede proving); duidelijk verbeterde gezondheid, alleen lijdend onder te veel roken (derde dag), 1a.
- Zeer lang opgewonden in de avond, levendig, ondanks voortdurende stekend-drukkende pijn onder de schouderbladen, 1.
- Een soort extase, als na verheven indrukken of overmatige vreugde, de hele dag; hij wenst voortdurend te spreken en veel te doen, en er schijnt hem zelfs nog meer ter beschikking te staan (derde dag), 1a.
- Fantasierijke voorstellingen, met de avondkoorts, 1a.
- Het lijkt hem overdag alsof hij alles wat gebeurd is gedroomd heeft, alleen enigszins anders, 1a.
- Grote prikkelbaarheid; verzachtende poëzie bracht hem tot onmatig huilen; hij was genoodzaakt van vreugde te huilen; zo kon hij bijvoorbeeld bij het lezen van Schillers Tell niet verdergaan; een onmannelijke vervoering dwong hem ermee op te houden; in opwindende scènes barstte hij in tranen uit, en dat vele dagen achtereen; na veel huilen pijn boven de ogen, 1a.
- Veel praten tijdens de koortsachtige toestand , in de avond, 1.* [10.]
- *Spraakzaamheid; in de avond, met lichamelijke verslapping, slaperigheid zonder te kunnen inslapen; zonder overeind te zitten praat hij zeer veel, wil verhalen vertellen, springt voortdurend van het een op het ander; daarbij bezint hij zich echter weer en weet spoedig wanneer hij iets door elkaar gehaald of verdraaid heeft; dan verbetert hij zichzelf, maar herhaalt dezelfde vergissingen; zo wordt hij een halve avond lang gekweld (eerste dag), 1a.
- Een ongewone neiging om mededeelzaam te zijn, 2.
- Grote neiging om mededeelzaam te zijn, buitengewoon levendige verbeelding; daarbij uiterst ongeduldig bij langdradige en droge dingen, 1a.*
- Levendig en mededeelzaam, zelfs met een onaangenaam gevoel van volheid, 2.
- Sociaal en mededeelzaam, 2.
- Hoe meer aanleiding tot knorrigheid, des te groter de neiging tot humor, spot, satire en geestige invallen, 1a.
- Neerslachtige stemming, met rillerigheid, 1.
- Neerslachtig en angstig, met kortademigheid, 1.
- Grote droefheid in de ochtend, korte tijd zwak in de voormiddag, verder lichamelijk wel (dertiende dag), 9.
- Zó grote angstige voorgevoelens tijdens het rijden in de open lucht dat het hem voorkwam alsof een groot onheil dreigde, als een onheilspellend voorgevoel; het kwelt hem meer dan een uur lang (na drie tot vier uur), 1a. [20.]
- Zeer gemakkelijk verschrikt, in de avond (eerste dag), 1a.
- Zeer gemakkelijk verschrikt, met gevoeligheid van de hersenen, 2.
- Plotseling komen twijfels op over waarheden waarvan hij tot dusver overtuigd was geweest, in de namiddag, 17.
- Het komt hem vaak verkeerd voor lang achtereen te lezen, hoewel het onderwerp hem interesseert, 2.
- Wantrouwend en kwaaddenkend, 1a.
- Tegen de avond zeer ongewone, bijna krankzinnige jaloezie, even dwaas als onweerstaanbaar (na zes uur), 1a.
- Prikkelbaarheid tijdens de koortsige hitte, 2.
- Uiterst prikkelbaar, 2.
- Soms kan hij lange tijd slechts denken aan een ingebeelde zorg, 2.
- Een zuigeling is zeer knorrig, huilt veel, wil niet gaan liggen; vervolgens overvallen door koortsige hitte, met vele oprispingen; braken van melk; frequente ontlasting; veel huilen en kniezen; daarbij voelde het warm aan bij aanraking, 1. [30.]
- Ongeduldig; verlangt stellige antwoorden wanneer dit niet uitvoerbaar is, 11.
- Knorrigheid (voorbijgaand), 2.
- Wordt gemakkelijk knorrig en wantrouwig; meent door zijn hele omgeving opzettelijk benadeeld te worden en hecht de hatelijkste betekenis aan de onschuldigste voorvallen, 7.
- Ongewoon twistziek en hardnekkig, zodat hij met alles om zich heen ruzie maakt, 11.
- Zo ruziezoekend dat hij met een moeder twist over de leeftijd van haar dochter, en beweert dat de jongere de oudere is, 11.
- Heftige, minachtende stemming, zonder geërgerd te zijn (eerste dag), 1a.
- Barst om kleinigheden in woede uit, 2.
- Onverschillig en afkerig van werken in de voormiddag, 9.
- Zeer opmerkelijke en aanhoudende onverschilligheid en vergeetachtigheid, 1a.
- Intellectueel.
- De geest was na de eerste zaadlozing op de vierde dag enigszins meer verzameld dan op de voorgaande dag, 2. [40.]
- Hij wil zeer veel doen; begint vele dingen, 1a.
- Behoefte om zeer bedrijvig te zijn, zonder de geringste volharding, 2.
- Hij blijft 's nachts laat op voor mentaal werk, met grote activiteit, 1.*
- Hij voelt zich in de avond aangedreven tot productief werk, hoewel hij overdag zeer vermoeid was geweest; hij blijft de hele nacht op, zonder de geringste slaperigheid of uitputting; schrijft met de grootste vrijheid en vermeerderde kracht over alles wat hij weet; nieuwe dingen dringen zich voortdurend aan zijn geest op; ook de volgende dag is hij, na zeer weinig slaap, even opgewonden; het vermindert slechts geleidelijk zonder daaropvolgende reactie van de geest; bij herhaalde provings, 1.
- Vermeerderd oorspronkelijk vermogen bij al het mentale werk, vermeerderde activiteit van de fantasie; taferelen en voorvallen dringen zich in ongewone overvloed aan hem op, 1a.
- *Nauwelijks komt één idee bij hem op of een aantal andere volgen elkaar op terwijl hij het neerschrijft, zodat hij niet in staat is het verslag af te maken, 1a.
- Zit graag in overpeinzing, 2.
- Verlangen naar vermaak, zonder echter verveling te ondervinden, met levendige fantasieën waarover hij zelf lacht, 2.
- Verveling met beven, 2.
- Mentaal zeer traag, met lichamelijke zwakte (zestiende dag), 9. [50.]
- Afkeer van werk, 2.
- Afkerig van zijn eigenlijke werk; hetzij een onverschillige, hetzij droevige stemming, met vermoeidheid en algemene verslapping (vijftiende dag), 9.
- Moet zichzelf dwingen aandacht aan zaken te besteden (latere werking), 2.
- Talmend, afkerig van elk mentaal werk, 4.
- Talmend; hij kan zijn zaken niet zoals gewoonlijk afdoen, 3.
- Kan niets ordelijk verrichten, 3.
- Onvermogen tot abstract denken; niet de minste volharding, 2.
- Zeer verstrooid tijdens het lezen, zonder interessante gedachtegangen, 2.
- Een soort verlies van ideeën, 7.
- Een ongewone verwardheid omtrent de tijd; hij dateerde alles op de 26e, terwijl het pas de 6e was; en op woensdag vroeg hij of het zaterdag was, 3. [60.]
- Maakt meer vergissingen dan gewoonlijk bij het schrijven, 3.*
- Voortdurend genoodzaakt op zijn spelling te letten, in een taal waarin hij gewoonlijk vloeiend is, 1.
- Schrijft een brief met talrijke spelfouten, zonder ze zelf op te merken, in woorden die zowel in Romeinse letters als in de gebruikelijke Duitse tekst geschreven zijn (bij iemand die zulke fouten haast nooit maakte), 11.
- Vergeetachtig en onverschillig, 1.
- Zwakte van het geheugen , zodat het moeilijk was aandacht te schenken aan wat tegen hem gezegd werd, 2.*
- Herinnert zich niet wat er zojuist gebeurd is, 10.
- Het werd hem uiterst moeilijk naar anderen te luisteren, hoewel zijn gehoor niet aangetast was; de zojuist gesproken woorden schenen uitgewist, 2.
- Heeft helemaal geen geheugen; hoort en begrijpt niets van wat anderen tegen hem zeggen; met goed denkvermogen, 2.
- Verlies van bewustzijn, als vóór een beroerte, 3.
- Verlies van bewustzijn, met braken en purgeren (beet). [70.]
- Verlies van bewustzijn (twee dagen na de beet), met enigszins onregelmatige bewegingen van de ledematen; bedekt met koud klam zweet; pols klein, traag, bijna niet waarneembaar.
- Verlies van bewustzijn met verlies van kracht en verdwijnen van de pols (beet).
- Volledig verlies van bewustzijn soms, met koude voeten; het verdween zodra de voeten warm werden, 2.
HOOFD
- Verward gevoel in het hoofd en draaiduizeligheid.
- Verward gevoel in het hoofd, 1.
- Verward gevoel in het hoofd in de morgen, aanhoudend tot de tiende dag, 9.
- Verward gevoel in het hoofd in de morgen, en in de namiddag pijn aan de rechterzijde van het hoofd (derde dag), 9.
- Verward gevoel in het hoofd in de morgen, met zwaar gevoel en het uit de neus snuiten van bloed, met hoofdpijn in de voormiddag en congestie van het hoofd in de namiddag, 9.
- Verward gevoel in het hoofd in de morgen, met onvermogen helder te denken; verdwijnt niet na de slaap, maar blijft met zwakte in alle ledematen tot de avond (vierde dag), 9.
- Verward gevoel in het hoofd (na één uur); met hitte en hevige congestie (na twee uur), aanhoudend tot de namiddag, 4.
- Draaiduizeligheid (chronisch gevolg van de beet). [80.]
- Draaiduizeligheid, met algemene ongesteldheid in de morgen, 2.
- *Draaiduizeligheid 's morgens bij het ontwaken, 1.
- Draaiduizeligheid na het opstaan, 1.
- Draaiduizeligheid, met wankelen naar links, in de morgen, onmiddellijk na het opstaan, 4.
- *Draaiduizeligheid in de avond, 3.
- Draaiduizeligheid, met wankelen en aanvallen van bewustzijnsverlies alsof hij door apoplexie getroffen zou worden; alsof dit hem dreigde; twee avonden achtereen, 3.
- Draaiduizeligheid, voorafgaand aan hevig braken, 's nachts, 9.
- Draaiduizeligheid, zodra hij de straat op gaat, 1.
- Draaiduizeligheid, met bloedaandrang, na de stoelgang, 1a.
- Draaiduizeligheid gaat aan de flauwte vooraf, 1. [90.]
- Draaiduizeligheid en hoofdpijn, 1.
- Draaiduizeligheid zodanig dat hij zich aan iets moet vasthouden, vooral na bukken, 1.
- Draaiduizeligheid, zelfs tot omvallen toe, 1.
- Lichte ogenblikkelijke draaiduizeligheid, soms, bij het sluiten van de ogen ; om 11 uur 's morgens (na één uur), 9.*
- Duizeligheid, bijna als draaiduizeligheid, met druk in de ogen, 4.
- Duizelig tijdens het zitten (eerste dag), 5.
- Duizelig tijdens het zitten na lopen (tweede dag), 1a.
- Duizelig tijdens het staan, verdwijnend bij zitten, in de morgen, 8.
- Duizelig, drukkende hoofdpijn, 6.
- Een toestand gelijkend op intoxicatie (beet).
- Hoofd in het algemeen. [100.]
- Zwelling van het hoofd en het gezicht, zodat de ogen gesloten zijn, 1.
- Sufheid in het hoofd, zodat hij zich niets kon herinneren van wat zojuist gebeurd was; hij voelt zich verward in het hoofd en verstrooid, 10.
- Sufheid, duizeligheid, met suizen in de oren, gedurende koorts, 5.
- Dof gevoel in het hoofd, met misselijkheid, in de namiddag, 8.
- Zwaar gevoel in het hoofd in de morgen, gevolgd door pijn in de nabijheid van het rechteroog (tweede dag), 9.
- Gevoel van zwaarheid in het hoofd, om 11 uur 's morgens, 8.
- Volheid in het hoofd gedurende de koortsige hitte, 2.
- Gevoel van volheid in het hoofd de hele dag; de volgende dag enige hoofdpijn, 8.
- Gespannen pijn in het hoofd, alsof een koord getrokken werd van de nek boven het oor inwendig naar de ogen, bij hoesten, 1.
- Gespannen pijn in het hoofd, beter door druk; een gesuis daarin; het voelt heet aan; veel niezen en vloeiende neuscatarrh en harde ontlasting (na de zevende dosis), 15. [110.]
- Gespannen pijn in het hele hoofd, beter in de open lucht en door druk, met trage, harde ontlasting (na de zesde dosis), 15.
- Trekkend, rukkend, gespannen gevoel in de beenderen van de schedel en de wangen, ook in de onderkaak, 2.
- Bloedaandrang naar het hoofd, in de voormiddag, bij bukken, samen met hoofdpijn aan de rechterzijde, uitbreidend naar het achterhoofd (zeventiende dag), 9.
- Bloedaandrang naar het hoofd gedurende enkele uren in de voormiddag, vooral bij bukken, voorafgegaan door hoofdpijn boven het rechteroog (vijfde dag), 9.
- Bloedaandrang naar het hoofd in de namiddag, onmiddellijk bij bukken, zeer hevig (zevende dag), 9.
- Bloedaandrang naar het hoofd, vooral bij bukken en bij lopen; voorafgegaan door hoofdpijn; meer in de namiddag; 's morgens het uit de neus snuiten van bloed, 9.
- Bloedaandrang naar het hoofd, vóór en na de hoofdpijn, 7.
- Bloedaandrang naar het hoofd, met hemorroïdale klachten, 12.
- Bloedaandrang naar het hoofd en draaiduizeligheid, na een bevredigende brijige stoelgang (derde dag), 1a.
- Bloedaandrang naar het hoofd en het gezicht, met de hoest, 7. [120.]
- Bloedaandrang naar het hoofd met verward gevoel, 4 ; met draaiduizeligheid, 1a.
- *Bloedaandrang, met hitte in het hoofd, 4.
- Bloedaandrang naar het hoofd, met pijnlijke druk onder de hele schedel; hij was zich van iedere zieke tand bewust, hoewel zij niet pijnlijk waren; het uit de neus snuiten van helderrood bloed, met een trekkend gevoel in de neus en voorhoofdsholten, en onder de hele schedel, alsof er water in was geïnjecteerd, 2.
- Bloedaandrang naar het hoofd, met flikkeren voor de ogen, 1.
- Bloedaandrang naar het hoofd, met een kloppend suizen in het oor, 1.
- Congestie van het hoofd (na acht dagen), 12.
- Veel bloedaandrang naar het hoofd (derde tot zevende dag), 1a.
- Samensnoering van het hoofd boven de oren, en druk in beide slapen naar de oren toe; niet aanhoudend (na één uur), 9.
- Hoofdpijn, met braken van voedsel, 7.
- Hoofdpijn vóór de menstruatie, 7. [130.]
- Hoofdpijn wisselt af met hoest, 8.
- *Hoofdpijn die doorloopt tot in de neus, 5.
- Hoofdpijn die doorloopt tot in de neuswortel, 1.*
- Hoofdpijn, met draaiduizeligheid, in de avond, 1.
- *Hoofdpijn, met bloedaandrang naar het hoofd, 9.
- Hoofdpijn, met neuscatarrh, en volle, harde pols, 15.
- Hoofdpijn met neuscatarrh en koorts, 1.
- Hoofdpijn verdwijnt na de neuscatarrh, 1.
- Hevige hoofdpijn, met flikkeren voor de ogen , alsof neuscatarrh zou uitbreken, 7.*
- Diepe inwendige hoofdpijn, 1, 2, 14. [140.]
- Pijnlijke druk onder de hele schedel, met bloedaandrang, 2.
- Drukkend gevoel onder de schedel, alsof hij kou gevat had, na het naar buiten gaan; hetzelfde, geassocieerd met misselijkheid, komt en gaat; veel erger bij bukken; de pijn wisselt af met hitte, 2.
- Drukkende hoofdpijn gedurende twee dagen; op de derde dag congestie van het hoofd, met flikkeren voor de ogen in wonderlijke hoekige gekartelde figuren, gevolgd door hoofdpijn, 7.
- Drukkende hoofdpijn, na de aanval van braken in de nacht, 9.
- Drukkende hoofdpijn, met misselijkheid, 3.*
- Drukkende hoofdpijn, met slaperigheid, 3.
- Een drukkend zwaar gevoel in het hoofd, met misselijke duizeligheid, na het drinken van wijn, 3.
- Drukkende duizelige hoofdpijn, 6.
- Hevige drukkende pijnen en congestie van het hoofd, in de morgen (zestiende dag), 9.
- Plotselinge hevig drukkende pijn rond het bovenste gedeelte van het hoofd, in de avond; erger in beide slapen, waar hij bij het lopen iedere stap voelt, 9 . [Na fosforzuur, vergeefs ingenomen als antidotum.] [150.]
- Fijne en diep stekende hoofdpijn, 5.
- Steken in het hoofd, met neuscatarrh, 1.
- Scheurende pijn in het hoofd, 7.
- Kloppend gevoel in het hoofd bij bukken, met erysipelas van het gezicht, 1.
- Een zwaar plekje midden in het hoofd, dat heen en weer gaat wanneer hij het hoofd beweegt, 2.
- Voorhoofd.
- Drukkend zwaar gevoel in het voorhoofd, 3.
- Hoofdpijn in het voorhoofd, 6.
- Hoofdpijn in het voorhoofd, nu en dan (vijfde dag), 5.
- Hoofdpijn, eerst over het hele voorhoofd, daarna meer geconcentreerd naar de linker voorhoofdsholte, 4.
- Hoofdpijn in de linker voorhoofdsverhevenheid, diep inwendig , alsof verbonden met het oor; ook uitwendig pijnlijk bij druk, alsof beurs, in de morgen, 1.* [160.]
- *Hoofdpijn boven de ogen, zich uitstrekkend tot de neuswortel (na twee uur), en bijna de hele dag aanhoudend, 4.
- Hoofdpijn nabij het rechteroog (vierde dag), 9.
- Doffe hoofdpijn in het voorhoofd (na twee en drie uur), 16.
- Zeurende of drukkende hoofdpijn diep in het voorhoofd en de linker slaap, 14.
- Voorbijgaande trekkende pijn van de linker slaap naar het voorhoofd, 1.
- Druk in het voorhoofd, 8.
- Druk naar binnen in het voorhoofd, verdwijnt in de open lucht en bij rondbewegen, maar keert terug wanneer men stil in huis zit; twee avonden, 10.
- Druk boven het linkeroog in de voormiddag (elfde dag), 9.
- Woeling in het voorhoofd boven het rechteroog (eerste dag), 5.
- Plotselinge schietende pijn in het voorhoofd (gevolgd door kloppende hoofdpijn die zij vroeger vaak had gehad), 5. [170.]
- Scheurend stekende pijn in het voorhoofd dwars boven de wenkbrauwen, 5.
- Scheurende pijn in het voorhoofd boven de wenkbrauwen, ook alsof in de beenderen, in de morgen (vijfde dag), 5.
- Hoofdpijn in de linker voorhoofdsholte, alsof rauw, 4.
- Hevig kloppen boven het linkeroog, 3.
- (Kloppende pijn boven het rechteroog , met misselijkheid, slechte smaak in de mond, brandend maagzuur), 1.*
- Pijn alsof gezwollen in de hoek vóór de processus styloideus, erger wanneer erop gedrukt wordt, 15.*
- Slapen.
- Hoofdpijn in beide slapen, 8.
- Druk onder beide slapen, zich uitbreidend naar het oor, 9.
- Druk, tamelijk ernstig, in de linker slaap, aanhoudend gedurende de voormiddag, 9.
- Steken in de linker slaap en de zijkant van het hoofd, 1. [180.]
- Scheurende pijn die zich omhoog uitstrekt van de oren naar de slapen, 5.
- Kloppend gevoel in beide slapen, 's morgens bij het ontwaken, een kwartier aanhoudend (tweede dag), 13.
- Aanhoudend kloppen in de slapen gedurende tien dagen vóór de menstruatie, 7.
- Pulserende pijn in de rechter slaap, die zich uitstrekt in de rechter oogkas, 4.
- Kruin.
- *Borende en stekende pijn op de kruin, 7.
- Zeer pijnlijke trekkende pijn van een plek boven het rechteroor naar de kruin, vijfmaal terugkerend met tussenpozen van enige seconden; een uur na het eten, 1.
- Stekende pijn in de kruin en slapen, als met messen en vorken; zich uitstrekkend door het hele hoofd, met catarrh en stijfheid van de nek, 1.
- Steken op de kruin, 1.
- Steken in de kruin, vanuit de ogen komend, 17.
- Hoofdpijn op de kruin alsof geslagen, inwendig, erger bij uitwendige druk, 1.
- Wandbeenderen. [190.]
- (Hoofdpijn aan de rechterzijde, zich uitbreidend naar nek en schouders, met spanning in de spieren), 1.*
- Plotselinge hoofdpijn aan de linkerzijde, aanhoudend gedurende de voormiddag (vijftiende dag), 9.
- Trekkende en stekende pijn in de rechterzijde van het hoofd; door alleen koffie te ruiken, alsof hij die gedronken had, 9.
- Gevoel alsof iemand stukken van het rechter wandbeen sneed, in de namiddag, 1.
- Drukkend stekende pijn in de rechterzijde van het hoofd, 2.
- Twee voorbijgaande steken in de rechterzijde van het hoofd, alsof uitgaand van een litteken aan die zijde, onmiddellijk, 4.
- Achterhoofd.
- Loodzwaar gevoel in het achterhoofd; kan het nauwelijks van het kussen optillen, in de morgen na het ontwaken, met draaiduizeligheid, 2.*
- Gespannen pijn aan de rechterzijde van het achterhoofd; daarna zich uitbreidend naar de oogkassen en omlaag in de neusbeenderen, 4.
- Uitwendig hoofd.
- Afschilfering van de huid van de hoofdhuid en het gezicht, 9.
- Gevoelloosheid en kruipen aan de linkerzijde van het hoofd, zoals aan de hele linkerzijde, in de avond en de volgende morgen, 2.* [200.]
- Hevig branden op de hoofdhuid na licht krabben, met congestie en hoofdpijn (zevende dag), 9.
- Grote lichtheid en een onaangenaam zwevend gevoel in het hoofd (kort na het tweede poeder), gevolgd door hoofdpijn, die twee dagen aanhield; zij zei dat zij vroeger nooit had geweten wat het was hoofdpijn te hebben; de pijn bleef beperkt tot de achterkant van het hoofd, en het gevoel was "alsof het haar te strak was vastgebonden", 23.
- Spanning en daarna trekkende pijnen in een oud litteken boven het rechteroor, 's nachts, alsof het pijnlijk werd, bij plotselinge en scherpe weersveranderingen, 4.
- Scheurende pijn in een oud litteken op het hoofd, 4.
- Hoofdhuid pijnlijk bij aanraking, 1.
- Pijnlijkheid van de gehele linkerzijde van het hoofd, 4.
- Een ronde pijnlijke plek in het midden van het hoofd, 2.
- Pijnlijke gevoeligheid in de linkerslaap vanaf de kruin naar beneden, en in de linker gelaatshelft, bij aanraken, of bij het bewegen van de spieren, zoals bijvoorbeeld bij lachen, kauwen enz.; een gevoel alsof de huid door grote hitte van de zon verbrand was, wat niet het geval was; drie dagen aanhoudend, geleidelijk verdwijnend, 4.*
- Hevige jeuk op de hoofdhuid, alsof van mieren, 9.
- Hevige jeuk op de hoofdhuid, en over het hele lichaam, 6.
OOG
- Objectief. [210.]
- Met stekende pijnen, vooral in de voormiddag, in de slapen, boven- en onderkaken en ogen, steken als met messen vanuit het hoofd naar de ogen, neus en slapen; de ogen werden gezwollen, vooral in de namiddag, met lopen van koud water uit het linkeroog en neusgat, en roodheid van het linkeroog; de zwelling breidde zich geleidelijk over het gehele gezicht uit, zodat de ogen gesloten raakten; het gezicht was pijnlijk, jeukte erg, evenals het hoofd en het hele lichaam; erger in de namiddag en avond, 's nachts verlicht, 1. [Daarbij was de gebruikelijke hoofdpijn (groot zwaar gevoel, vooral aan de linkerzijde en aan de voorzijde, met naar buiten drukkend gevoel bij bukken, erger tijdens de warmte, als steken met messen) veel erger; de gebruikelijke pijn op de borst verdween; daarna leed zij aan diarree, met hevige krampachtige koliek, zodat zij zich niet kon uitstrekken, van avond tot ochtend, en geen hoofdpijn meer; nadat Bell. faalde, bracht Merc. viv. verlichting.]
- Blauwe kringen onder de ogen, 's morgens (bij een gezonde man), 1.
- Subjectief.
- De ogen voelen stijf aan, 3.
- Gevoel van droogheid in het oog, 1.
- Pijnlijke droogheid van de ogen en gevoeligheid voor licht in de avond, 17.
- Pijn in beide binnenooghoeken, 1.
- Hevige pijn in het rechteroog, bij iemand die meer dan tien jaar blind was geweest, hoewel zonder pijn, 6.
- De ogen zijn pijnlijk bij lezen, 9.
- Branden in de ogen (na de achtste dosis), 12.
- Pijnlijk branden in de ogen, 9. [220.]
- Enig zeurend branden van de ogen, 8.
- De ogen lijken dikker (gezwollen?) dan gewoonlijk, ook voor andere mensen; zij zien eruit alsof men gehuild had, in de avond, 4.
- Zeurende pijn van de ogen, vooral van het linker, 8.
- Zeurende pijn en branden in de ogen, 8.
- Een stekend-trekkende pijn in het rechteroog, die zich tot aan de kruin uitstrekt, in de namiddag, verscheidene minuten aanhoudend, 17.*
- Druk in de ogen, verergerd door ze te bewegen, alsof de oogkassen te klein waren, 4.
- Druk in en boven de ogen; ook de huid van het voorhoofd is uitwendig pijnlijk bij aanraking, 4.
- Druk in het linkeroog, daarna in het rechter, 8.
- Druk op het rechteroog en de rechterzijde van het voorhoofd, spoedig daarna in de linker slaap; een soortgelijke pijn aan de rechterzijde van het gezicht, alsof in een tand van de bovenkaak, daarna in het linkerbeen en de linkervoet in de avond, 8.
- Druk op het linkeroog en op de rechterschouder; onmiddellijk in de morgen, 8. [230.]
- Druk in de binnenooghoeken, met neuscatarrh, 1a.
- Steken in de ogen; ook hete brandende steken, 5.
- Steken als van messen in de ogen, vanuit het hoofd komend, 1.*
- Steken als met messen van het hoofd naar de ogen, neus en slapen, met stekende pijnen, vooral in de voormiddag, in de slapen, boven- en onderkaken en ogen; zwelling van de ogen en het gezicht, enz., 1.
- Plotseling schrijnen van het rechteroog, waardoor het gaat tranen, gedurende enkele minuten (na elf uur en drie kwartier), 27.
- Gevoel alsof er stof in de ogen gekomen was, 3.
- Jeuk in de ogen, 8.
- Jeuk in de ogen, met pijn in de ledematen, 8.
- Jeuk in en om de ogen, met hitte erin, in de namiddag en avond; was genoodzaakt er veel in te wrijven, 4.
- Jeuk in het linkeroog, 8. [240.]
- Hevige jeuk in het linkeroog (na een half uur), 1; met druk in beide ogen, en een duizeligheid die bijna vertigo was; verdwijnend na het drinken van koffie, 4.
- Wenkbrauw en Oogkas.
- Pijn nabij de ogen, 9.*
- Pijn nabij het rechteroog (tweede, vierde en achtste dag); boven het rechteroog (vijfde dag); uitwendig van het linkeroog (zevende dag); boven het linkeroog (elfde dag); vaak met congestie van het hoofd, 9.
- Pijn boven de ogen na huilen, 1a.
- Druk rond de ogen, 9.
- Zeurende drukkende pijn rond de ogen, aan de rechterzijde, zich uitstrekkend naar het achterhoofd, of algemeen, met zwaar gevoel, verwardheid en congestie, vooral bij bukken (tweede tot zeventiende dag), 9.
- Drukkende pijn in de rechter oogkas, bij het bewegen van de oogleden (vijfde en zesde dag), 13.
- Scheurende pijnen boven de oogkassen, 7.
- Oogleden.
- Ontsteking van het rechter bovenooglid, alsof er een strontje zou ontstaan, in de avond, 9.
- Oogleden van beide ogen ontstoken, met brandende pijn, het rechter bovenooglid het meest; de ogen zijn pijnlijk, vooral bij lezen (tweede dag); drukkende pijn rond het rechteroog (derde dag); branden in het linkeroog (vierde dag); jeukende pijnen in de oogleden (vijfde dag), die verdwijnen, maar terugkeren als een drukkende pijn in de ogen (vijftiende dag); brandende druk (zestiende dag); trekkend-jeukende pijn in de oogleden (zeventiende dag); brandende druk in de ogen zelf (achttiende dag), 9. [250.]
- Zwelling als van een beginnend strontje (dat hij slechts zelden had gehad) in het linkerooglid als kleine puistjes, maar duidelijk uitstekend en niet zo diep in de huid, 9.
- Onvermogen de ogen te openen, met zwaar gevoel in het voorhoofd, 3.
- Acute stekend-drukkende pijn in het rechter bovenooglid, ongeveer een half uur aanhoudend, 9.
- Er schiet iets vanuit de wenkbrauw omlaag in de wimpers (derde dag), 5.
- Steken in het rechterooglid van boven naar beneden tot in de wimpers (eerste dag), 5.
- Hete steken schieten inwendig vanuit de wenkbrauwen omlaag tot in de wimpers, eerst links, daarna rechts (vierde dag), 5.
- Jeukende pijnen in de oogleden, 9.
- Enige brandende-jeukende pijnen in de oogleden, 9. [Na Phosphoric acid.]
- Traanapparaat.
- Ogen waterachtig, met neuscatarrh, 1a.
- Koud water loopt uit het linkeroog, ook uit het linkerneusgat, met zwelling van het gezicht, 1. [260.]
- Tranenvloed van de ogen, verdwijnend met de neuscatarrh, 1.
- Oogbol.
- Hij veegt vaak het rechteroog af, denkend dat er iets op de oogbol zit, met drukkende pijnen in de rechter oogkas, 33.
- Gezichtsvermogen.
- De ogen worden zwak; in de verte ziet hij nog goed, maar dichtbij zeer onduidelijk, vooral in de avond; bij lezen flikkeren voor de ogen en de letters worden onduidelijk, 7.
- Linkeroog zwak en ontstoken zodat hij er niet mee kan lezen, 7.
- *(Waas voor het zien; veel zwart flikkeren voor de ogen, dat zeer dichtbij lijkt; het maakt het lezen vaak moeilijk; na veel lezen), 2.
- Waas van het rechteroog bij kaarslicht, alsof er stof op de oogbol zat (vijfde en zesde dag); erger na een nieuwe dosis, 13.
- Lichte wazigheid van beide ogen, meer van het rechter, 13.
- Een nevel voor de ogen, met duizeligheid; moet ze afvegen, 1.
- Een nevel voor de ogen; in de avond een blauwachtig-grijze ring, ongeveer zes duim in doorsnede, rondom het licht, 6.
- Verdwijning van het gezichtsvermogen, met flauwte, 1. [270.]
- *Ogen gevoelig 's nachts, 17.
- Flikkeren voor de ogen, bij koorts, 5.*
- Flikkeren in de avond bij het lezen, met vermoeidheid van de ogen, 7.
- Flikkeren en schokken in het rechteroog, met hevige congestie naar het hoofd, verlicht door bewegen in de open lucht, 12.*
- Flikkeren voor de ogen, als van draden of zonnestralen, 5.*
- Flikkeren in eigenaardige hoekige zigzagfiguren, met congestie naar het hoofd en hoofdpijn, 7.*
- Een mooie helderblauwe ring om het licht, die fraai gevuld was met vurige stralen (tweede dag); vurige ring met vurige stralen (derde en vierde dag), 6.*
OOR
- Uitwendig.
- Het witte cerumen verandert en wordt pasta-achtig, 1.
- Een gevoel van gevoelloosheid in de concha, met goed gehoor en zonder bruisen, en bij drukken erop wordt dit ook in de inwendige delen gevoeld; daarna gevolgd door gewoonlijk pijnlijke druk en warmte, 2.
- Een snijdende pijn in het bovenste deel van het linkeroor aan de buitenzijde, niet erg merkbaar behalve bij aanraking, 's avonds, het pijnlijkst gedurende de eerste nacht, meer dan acht dagen aanhoudend, 9. [280.]
- Pijn op een kleine plek bij aanraking van het rotsbeen achter het oor, 1.
- Kloppend gevoel in de beenderen achter het oor, 5.
- Middenoor.
- Pijn in de oren, met neuskatarrh, 1.
- *Pijn in de oren, met keelpijn, 1.
- 's Avonds, tijdens het lopen, pijn diep in het linkeroor, of tussen oor en keel, die heviger werd wanneer de temporaal- en kauwspieren werden aangespannen; deze pijn verdween in korte tijd en er verscheen een andere juist boven de linker buitenenkel, die toenam wanneer de aangrenzende spieren bij het stappen op rek werden gebracht; deze pijn hield enige tijd aan (tweede dag), 22.
- Oorpijn in het rechteroor, verlicht door uitwendige warmte en door op de rechterzijde te liggen; 's nachts, 26.
- Oorpijn geassocieerd met hoofdpijn, 1.
- Samentrekkende pijn diep in het linkeroor; bij het inbrengen van het oorlepeltje doet het pijn alsof het gezwollen is, 1.
- Voorbijgaande drukkende pijnen in het rechteroor en in de ledematen, 8.
- (Steken en druk in het rechteroor), 1. [290.]
- *Scheurende pijn die zich uitstrekt van het jukbeen naar het oor, 1.
- Jeuk in de oren, 1.
- Stekende jeuk in de oren, 9.
- Verdraagt geen wind in het oor, 1.
- Gehoor.
- Uiterst gevoelig voor geluiden; verschrikt, 2.
- Verminderd gehoor, 1.
- Slechthorendheid, 16.
- Het schijnt gevolgd te worden door slechthorendheid, 7.
- Het gehoor verdwijnt tijdens de katarrh, 1.
- Kraken vóór de oren, 7 . [Genezen door Phosphorus.] [300.]
- (Kraken in de oren van tijd tot tijd, en slecht gehoor), 1.
- Oorsuizen in de oren, en enig gezoem als van insecten, en scheurende pijn, 5.
- Bruisen in het hoofd, met de pijnen, 15.
- Bruisen in het linkeroor (eerste dag), 5.
- Bruisen in de oren, gewoonlijk geassocieerd met koude voeten; zeer vaak, 2.
- Bruisen in de oren en zwaarte in het hoofd bij de koorts, 5.
- Kloppend bruisen in de oren, met bloedaandrang naar het hoofd, 1.
- Kloppend bruisen in de ochtend na het ontwaken, in het rechter gehooroor, in zeer frequente aanvallen; het verdwijnt nadat de vinger in het oor is bewogen, maar komt spoedig terug, vooral 's avonds (vijfde dag), 1a.
- Zingen in het rechteroor, dat daarna aanvoelde alsof het gesloten was (na ongeveer twaalf uur), 27.
- Donderen in beide oren, 13. [310.]
- Wervelend geluid (als van insecten) in het achterste deel van het hoofd, 5.
- Gezoem als van insecten in de oren (tweede dag); het schijnt zich naar achteren in het hoofd uit te strekken (vijfde dag); houdt aan (zevende dag), 5.*
NEUS
- Objectief.
- Randen van de neusgaten rood, pijnlijk, erysipelateus; met catarre, 1.
- Na catarre blijft de neus lange tijd rood en pijnlijk in de hoeken van de punt, 1.
- (De slijmfolikels in de buitenhuid van de neus raken ontstoken), 1.
- Het linker neusgat is vanbinnen enigszins gezwollen en pijnlijk; erger bij herhaling van de dosis; tenslotte een korst op de pijnlijke plek, 3.
- Niezen en zeer hevige catarre (derde dag na de derde dosis), verscheidene dagen aanhoudend; op een bepaald moment was de neus geheel verstopt, op een ander moment slechts aan één zijde, en dan weer open en lopend, 8.
- Niezen en waterige neusloop, laat in de avond (tweede dag), (tweede proef), 1a.
- Niezen en waterige neusloop, met klachten in het hoofd, 15.
- Niezen zonder verlichting, met verstopte catarre en hoest, 1. [320.]
- Niezen, samen met slijm in de keel, 1.
- Hevig niezen gedurende ongeveer twee minuten (na de derde dosis); vaak (onmiddellijk na de vierde dosis), 4.
- Dun water uit de neus, 's morgens, 1.
- Koud water uit het linker neusgat en oog, met zwelling, 1.
- Vermeerderde slijmafscheiding in neus en fauces, verminderd in het strottenhoofd, 1.
- Afscheiding van slijm uit de neus bij hoesten, 2.
- Neusslijm (vijftiende dag), voorafgegaan door slijm in de keel, 9.
- Geel slijm uit neus en keel, na een verstopte catarre op de voorgaande dag, voorafgegaan door een week heesheid en slijm in de keel, 9.
- Neuscatarre komt 's middags op en is tegen de avond volledig ontwikkeld, met veel niezen, 1.
- Vele symptomen eindigen met neuscatarre, 1. [330.]
- Neuscatarre, met rode pijnlijke randen van de neusgaten en tranenvloed, zonder coryza, 1.
- Catarre; op de voorafgaande dag koorts en een toestand als van influenza, 2.
- *Catarre en stekende hoofdpijn, 1.
- Catarre, met stekende hoofdpijn; stijfheid van de nek, 1.*
- Catarre, met gevoeligheid van de neus, 1.*
- Catarre en hoest, met gemakkelijk loskomend sputum, met matige warmte van het hoofd en de handen, doffe ogen, hevige hartkloppingen, samen met uitslag over het gehele lichaam met het aanzien van kleine vlekjes zonder verheven te zijn, zo groot als de punt van een speld; slaap 's nachts onrustig, met matige transpiratie, 7.
- (Catarre met hoest en andere symptomen; zoals vaak in het voorjaar), 1.
- Frequente aanvallen van catarre, die zich echter niet volledig ontwikkelden, 7.
- Catarre, die zich lange tijd niet wilde ontwikkelen, werd tenslotte lopend met niezen, 18 . ['s Morgens, vanaf de 30e, de avond tevoren ingenomen.]
- Plotselinge lopende catarre in de avond, met veel gekriebel in de punt van de neus, tranenvloed en druk in de binnenste ooghoeken; van korte duur (eerste dag), 1a. [340.]
- Zeer voorbijgaande lopende catarre (bij iemand die er jarenlang geen gehad had), eerst slechts enkele minuten 's morgens, daarna 's avonds langdurig aanhoudend, waarbij alle hoofdpijn, tranenvloed en verstopping van de oren verdwenen, en hij zich zeer vrij van klachten voelde, 1.
- Een catarre die dezelfde dag was opgekomen, werd spoedig buitengewoon hevig (na de 30e); veel niezen, met druppelen van water uit de neus, randen van de neusgaten en punt van de neus ontstoken en rozerood; de volgende morgen verdween de catarre alsof zij nooit had bestaan; na de 30e keerde zij niet terug, maar vijf weken later kwam zij op, met koorts, pijn in het hoofd, de oren en de tanden, waarvan hij die laatste nooit eerder had gehad, 1.
- Onvermogen om een werkelijke catarre te krijgen (heeft toch een voortdurende of zeer frequente onvolledige catarre), 1.
- De catarre verdween 's morgens bij het ontwaken, 4.
- Verstopte catarre, beginnend in de avond, 1.
- Verstopte catarre en droogheid van de neus, 12.
- Verstopte catarre en hoest, 1.
- Verstopte catarre in beide neusgaten begint lopend te worden, 18.
- Catarre; ongewoon sterke verstopping van de neus, 1.
- Catarre; 's avonds droog, die de volgende morgen bij het ontwaken verdwenen was, met branden in de bovenlip; in de nacht tegen de ochtend was er weer enige catarre, die bij het ontwaken verdween, 4. [350.]
- Bloeding uit de neus (bij een man van 45 jaar, voor het eerst in zijn leven), 1.
- Bloeding uit de neus; dik donkerrood bloed, 3.
- Bloed en etter uit de neus, met een prop in de luchtpijp, 7.
- Een druppel bloed uit de neus, 1.
- Enkele druppels bloed uit de neus, 1.
- (Enkele druppels bloed uit de neus kort na inname, zeer ongewoon, bij een melaatse), 1a.
- Enkele druppels bloed uit het linker neusgat, na erin te peuteren met de vinger, 1.
- Snuiten van bloed en etter uit de neus, 's middags, 1.
- Snuiten van bloed uit de neus, en bloederige strepen in het slijm, 1.
- Snuiten van bloed uit de neus, 's morgens, na de hoofdpijn uitwendig nabij het linker oog (zeventigste dag); met hoofdpijn uitwendig nabij het rechter oog; daarna grote congestie, 's middags en 's avonds, vooral bij het lopen (achtste dag); samen met congestie (negende dag), 9. [360.]
- Snuiten van bloed uit de neus, met klachten in de luchtpijp, 7.
- Enkele druppels bloed uit de neus, bij het snuiten, 's avonds, 4.
- Druipende neusbloeding bij het snuiten, in zeer veel gevallen en bij verschillende ziekten, 1.
- Subjectief.
- Droogheid in de neus, 12.
- 's Morgens is de neus zeer sterk verstopt (verdwijnend na het uitsnuiten van vliezige stukjes, maar daarna hevig terugkerend); 's avonds was de verstopping minder, 1.
- Spannend wroeten onder het rechter neusgat, gevolgd door bijten dwars onder de neus (eerste dag), 5.
- Trekkend gevoel in de neus en voorhoofdsholten en onder de gehele schedel, 2.
- Trekken in de neusbeenderen, 1.
- (Des nachts hevige trekkende pijnen in de neusbeenderen ter hoogte van het verbindingspunt van de kraakbeenderen; steken bij druk; met verstopping van de neus en afscheiding van droog slijm en waterige etter), 1.
- Naaldachtige steken in de neus (eerste dag), 1a . [Bij melaatse patiënten.] [370.]
- Scheurende pijn van het bovenste deel van de rechter zijde van het voorhoofd naar de neus (zevende dag), 5.
- Gevoeligheid in de binnenste hoek van de neuspunt, na catarre, 1.
- Een pijnlijke plek onder de neus die zeer sterk bloedt, 18.
- Een plekje juist boven de linker neusvleugel pijnlijk bij aanraken zonder dat er iets zichtbaar is, 4.
- (De neus is pijnlijk; er is afscheiding van waterige stolsels eruit, soms een korst), 16.
- Gekriebel in de punt van de neus, met neuscatarre, 1a.
- Jeuk in de neus, 's avonds, 4.
- Jeuk in de neus, bij het gaan zitten om te eten, 1.
- Jeuk in de neus, tijdens het eten (derde en volgende dagen), 1a.
GEZICHT
- Objectief.
- Pijnlijke gelaatsuitdrukking, met coma (beet). [380.]
- Hij heeft een uiterst lijdende uitdrukking, het gezicht ingevallen en alsof hij nachten had doorwaakt, tot in de vierde week, 2.
- Bleekheid van het gezicht tijdens de aanval van uitputting, 1.
- Bleekheid van het gezicht, met flauwte, vóór het eten, 1a.
- Zeer slechte gelaatskleur en algemeen onbehagen, 7.
- Aardachtige, grauwe kleur van het gezicht, met abdominale klachten, 1.*
- Gele kleur van het gezicht tijdens de koorts, 1.
- Zwelling van het gezicht, met veel hitte en roodheid, 6.
- (Lepra-achtige zwelling van het gezicht, verergerd), 1a.
- Erysipelateuze zwelling van het gezicht; het rechteroog is bijna geheel gesloten (na zes of zeven dagen), 19.
- Gezicht gezwollen, in het algemeen opgezet (beet). [390.]
- (Het gezicht gezwollen, vooral op plekken en aan de neuswortel; verergering bij een melaatse), 1a.
- Bloed stijgt naar het gezicht en het hoofd bij de hoest, 7.
- Subjectief.
- Brandende pijnen in het gezicht, 6.
- Trekken in de beenderen van het gezicht, tijdens de koortsige hitte, 2.
- Druk in de zijkant van het gezicht, bovenkaak en hoofd, 8.
- Pijn in het gezicht, scheurend boven de oogkas, met braken van voedsel, 7 . [Bij een meisje in de puberteit, dat bleek was en geen eetlust had.]
- Wangen.
- Zwelling van de wangen en roodheid van het hele gezicht; herhaalde zich na de tweede dosis, 6.
- (Blauwrode zwelling op de wang, met steken en bonzen, met tandpijn; zij breekt open en ontlast etter), 16.
- Een gevoel van stijfheid in het jukbeen, uitgaande van de halsklieren, 5.*
- Trekken in de beenderen van de wang en de onderkaak, 2. [400.]
- Drukkende pijn in het rechter jukbeen, meer naar het oog toe, ook in de rechterknie naar de binnenzijde toe (twaalfde dag), 9.
- Een gevoel alsof iets zich in het rechter jukbeen vastschroefde en erin boorde, ook in de weke delen (vierde dag), 5.
- *Scheurende pijn in het jukbeen, uitstralend naar het oor (zevende dag), 5.
- Lippen.
- Zwelling van de lippen en het tandvlees, 6.
- (Bovenlip dik), 16.
- Droge lippen, 8.
- Hete lippen, 4.
- Branden van de bovenlip, met neuskatarr, 4.
- Borend gevoel onder het linkeroor, dicht bij de kaak en in de sterno-cleido-mastoideusspier, als bij erysipelas, gevolgd door hetzelfde gevoel aan de andere zijde, 's avonds (vierde dag), 5.
MOND
- Tanden.
- Het verval van een slechte tand gaat sneller voort dan gewoonlijk, maar zonder pijn (derde week), 2. [410.]
- Hij kan gemakkelijk een holle tand verbrijzelen, 3.
- Opmerkelijke broosheid van een carieuze tand; tijdens het eten breken grote stukken af, 3.
- Afbreken en afbrokkelen van een holle tand, 14.
- Er breekt een stuk af van een holle tand, 1.
- Elke zieke tand wordt gevoeld, maar doet geen pijn, met bloedstuwing naar het hoofd, 2.
- De tanden voelen te lang aan wanneer men ze op elkaar bijt, 1.
- Een gedeeltelijk afgebroken, holle, laatste achterkies lijkt te lang, zodat zij de kaken niet op elkaar kan bijten; een borende pijn daarin, uitstralend in de kaak, vooral na het eten; het tandvlees eromheen is gezwollen en pijnlijk tot diep in de keel; ten slotte etterafscheiding uit de tand, waarna de pijn ophield, 1.
- Pijn in de rechter boventanden en in de linker ledematen; de volgende dag in de linker ondertanden en in de ledematen meer aan de rechterzijde, 8.
- Tandpijn uitstralend door de kaak naar het oor, 7.
- Tandpijn, met een koud oor, 1. [420.]
- Tandpijn met katarrh, 1.
- Tandpijn met gezwollen wang, 1.
- Trekken in de tanden en in de beenderen van het gezicht, tijdens de koortsige hitte, 2.
- Trekken in enkele tanden, 2.
- Trekken in de tweede rechter bovenachterkies, die gezond was, 4.
- Jeukend trekken in enkele tanden aan de linkerzijde, 2.
- Razende, rukkende, scheurende, dof stekende pijn in de wortels van de onderste tanden, vaak uitstralend door de bovenkaak naar het oor, periodiek, altijd na ontwaken uit de slaap, spoedig na het eten, ook door warme en koude dranken, 7.
- Voorbijgaande steken in de voortanden, 2.
- Kruipend gevoel in een tand van de rechter bovenkaak, 8.
- Tandvlees.
- Tandvlees blauwrood, gezwollen en zeer pijnlijk, 6. [430.]
- Tandvlees en lippen gezwollen, 6.
- Tandvlees gezwollen en sponsachtig, 29.
- Het tandvlees is gezwollen om een holle achterkies heen, gevolgd door etterafscheiding, 1.
- Tandvlees van de onderste snijtanden gezwollen (inwendig en uitwendig, alsof het van de tanden zou losraken; in de achterkiezen een gevoel alsof er iets tussen zat; er is zelfs een stuk tandvlees uitgegroeid en veroorzaakt hinder); het hele tandvlees bloedt wanneer men het wrijft, 1.
- Zwelling van het tandvlees van de bovenste voortanden, met kloppende pijn erin, 's avonds; de volgende dag was het erger, met branden en kloppen, 6.
- Hevige pijnlijke zwelling van het tandvlees van de anterieure onderste snijtanden (derde dag); verdwijnend (vijfde dag), 6.
- Bloeding van het tandvlees, 10.
- Gevoel alsof het tandvlees gezwollen was, 3.
- Het tandvlees van de twee linker onderste achterkiezen is pijnlijk, 4.
- Het tandvlees is pijnlijk door warmte in de mond, 4. [440.]
- Het tandvlees is pijnlijk, met tandpijn, 6.
- Tong.
- Gevoelloosheid van de tongpunt en van de binnenzijde van de lippen, 25.
- De linker helft van de tong gezwollen, met het gevoel alsof dit het gevolg van Mercurius was; spoedig daarna reumatische pijnen, 15.
- Branden aan de linkerzijde van de tong (zevende dag), 5.
- Branden op de tong door gewoon water, als voorbode van de heesheid en de rauwheid in de keel, 2.
- (De tong lijkt vóór wat dikker; met een walgelijke smaak in de mond), 1.
- Lichte insnoering aan de linkerzijde van de tongwortel (vijfde dag), 5.
- Stekende en scheurende druk op tong en gehemelte, voorbijgaand, met geülcereerde fauces, 1.
- Gevoel als van peperstof op de tong, met opeenhoping van speeksel in de mond, onmiddellijk, 10.
- Prikkeling op de tong, onmiddellijk, 4. [450.]
- Zeer voorbijgaand prikkelend gevoel op de tong, onmiddellijk, 4.
- Mond in het algemeen.
- Aftige en ontblote plekken in de huid en het vlees van de mond, voorafgegaan door brandende pijn en rauwheid (derde dag); verlicht (zesde dag), 6.
- Droogheid in de mond en dorst (beet).
- Droogheid in de mond en insnoering, 8.
- Gevoel in de mond als na Mercurius, 15.
- Voorbijgaande pijn aan het gehemeltegordijn, tijdens het geeuwen, 4.
- Branderige en kloppende pijn in de mond (tweede dag na de tweede dosis), 6.
- Branden en droogheid op het gehemelte, met dorst (na het innemen van zuren), 5.
- Hevig branden in de mond en zwelling van de lippen en het tandvlees (derde dag), 6.
- Hevige brandende pijnen in mond en gezicht, 6. [460.]
- Een zeer eigenaardig schrapend-brandend gevoel achteraan in het gehemelte, onmiddellijk bij het inademen van het stof tijdens het tritureren, 1a.
- Druk in het gehemelte, alsof die uit de maag kwam (vijfde dag), 5.
- Scheuren en steken op het gehemelte en de tong, 1.
- Mond zeer pijnlijk, dor en droog, het slijmvlies was op verschillende plaatsen gebarsten en bloedde, en de tong enigszins gezwollen en aan elke zijde met blaren bedekt, 23.
- Rauwheid in de mond en keel, 6.
- Speeksel.
- (Kinderen spuwen veel speeksel, met keelpijn), 7.
- Speekselvloed, terwijl men denkt aan het gevoel in de keel, 1a.
- Speekselvloed, met bijten op de tong, 10; met branden in de keel; met uitrekken, 3.
- De mond is waterig, nu eens meer, dan weer minder, alsof het uit de maag kwam (eerste en tweede dag), 1a.
- Opeenhoping van water in de mond, 1, 4. [470.]
- Water loopt uit de mond tijdens een hevige hoest, 1.
- Smaak.
- (Smaak zoet als suiker, in plaats van zuur zoals vroeger), 1.
- Zoetige smaak achter in de keel, en hetzelfde van het slijm (tweede tot veertiende dag), 9.
- Onaangename smaak in de mond, als meel of pap, 8.
- Walgelijke slechte smaak in de mond (derde dag), 6.
- Misselijkmakende smaak, met hoofdpijn en misselijkheid, met keelschrapen van slijm, 1.
- Misselijkmakende smaak in de mond, als van oudranzig vet, zonder enig vet te hebben gegeten, 8.
- De afschuwelijkste smaak in de mond, geheel ondraaglijk, die haar aan een scherp vergif doet denken, hoewel zij nooit vergif had ingenomen; enigszins koperachtig, maakt de tanden stomp aanvoelend, veroorzaakt misselijkheid, meer vóór op de tong, die daar dikker lijkt, erger tijdens oprispingen (bij een hysterische vrouw), 1.
- Het poeder van de 30e heeft een walgelijke zoute smaak, als Glauberzout (na de vierde dosis), 17. [480.]
- Zoute smaak van het opgehaalde slijm, 1.
- Spraak.
- De spraak onwillekeurig sterker en duidelijker dan gewoonlijk, 2.
KEEL
- Objectief.
- (Ontsteking van de keel, gedurende tien dagen), 1 . [Na reuken aan de 30e verdunning.]
- Lichte zwelling van de keel, spoedig verdwijnend (later), 2.
- Veel slijm in het achterste deel van de keel, daarna in de neus, meestal met een zoetachtige smaak (tweede tot veertiende dag), 9.
- Taai slijm in de keel, dat hij nauwelijks kon opgeven, 1.
- Schrapen van slijm, meer uit de fauces, minder uit het strottenhoofd, 1.
- Schrapen van slijm alleen 's avonds na de thee, in plaats van 's morgens, en wel zo veel dat het lijkt alsof een abces is opengebroken, 1.
- *Schrapen van slijm, met rauw gevoel in de keel, na een dutje overdag, 2.
- Schrapen van slijm, en een uiterst onaangename smaak, bijna als salpeter, 1. [490.]
- Schrapen van slijm, met opgeven van slijm, hoest en ulceratie van de keel, t 1.
- Schrapen van slijm, gevolgd door verdwijnen van een pijnlijke prop in de keelkuil, 2.
- Subjectief.
- Droogheid in de keel, zonder werkelijke droogheid van de tong, met pijn in de keel, 7.
- Droogheid in de keel, met dorst en misselijkheid, 5.
- *Droogheid in de keel zonder dorst, 's nachts bij het ontwaken; een steken alsof duizend naalden dreigen haar te verstikken, 1.
- Droogheid in de keel die het slikken belemmert, 1.
- (Pijn in de keel bij het draaien ervan), 1.
- Pijn vanuit het tandvlees naar de keel, 1.
- Een pijn aan de rechterzijde van de keel, 8.
- Pijn in de rechterzijde van de keel, zich steeds uitstrekkend naar het oor, 1. [500.]
- Pijn in de linkerzijde van de keel, uitstralend naar tong, kaak en in het oor ; zo hevig 's morgens na het ontbijt, dat hij buiten zichzelf was; daarbij was de tong links pijnlijk, met steken hier en daar ; het tandvlees was ontstoken, alle tanden; linkerzijde van het gezicht en onderkaak gezwollen en gevoelig bij aanraking ; prikken en steken op kleine plekken in de dijen en benen; onaangename smaak; verlies van eetlust en slechte slaap, 1.*
- Pijn op een kleine plek in de keel aan één zijde van het strottenhoofd, enigszins naar achteren (na enkele uren), 1a.*
- *Pijn in de keel, in samenhang met die in de oren, 1.
- *Keel en strottenhoofd zijn pijnlijk, zelfs bij het achteroverbuigen van het hoofd, 1.
- Brandend gevoel in de keel, 6.
- Brandend gevoel in de linkerzijde van de keel en in de keelkuil, 1.
- De keel voelt gezwollen aan bij het slikken, 11.*
- *De keel schijnt enigszins gezwollen, alsof twee knobbels zo groot als vuisten tegen elkaar kwamen; alleen bij leeg slikken, niet bij eten, dat laatste scheen wegens deze gewaarwording juist goed te doen, 1.
- Een gevoel alsof pezen de keel naar het gehemelte optrekken, met druk alsof men wrange peren heeft doorgeslikt (derde dag), 5. [510.]
- Druk in de keel alsof er een prop in zat (na zuren), 5.
- Druk in de keel alsof van iets wrangs, 5.
- Lichte druk in de keel, af en toe, 4.
- Harde druk aan beide zijden van de keel, 8.
- Drukkend gevoel diep onder in de keel, dat speekselvloed veroorzaakt als hij eraan denkt, 1.
- Gevoel in de keel alsof een hapje bij het slikken is blijven steken, 1.*
- *Gevoel alsof een broodkruimel in de keel is blijven steken, waardoor zij genoodzaakt is te slikken, enigszins verlicht door schrapen van de keel, 14.
- Gevoeligheid van de keel, en ook enigszins in de keelkuil, 1.
- Gevoeligheid inwendig aan beide zijden van de keel, 's morgens, 1.
- Lichte keelpijn aan de rechterzijde, 's avonds (vijfde en zesde dag), 28. [520.]
- *Zo'n rauwe en geülcereerde keel dat zij slechts met grote moeite kon slikken (tonsillitis), 29.
- Drie kinderen klaagden 's avonds over keelpijn; zij waren koortsig en spuugden zeer veel; gedurende de nacht waren zij onrustig, woelden heen en weer onder kreunen; de ogen waren omgeven door bruine kringen, 7.
- *Gevoeligheid van de keel alsof die rauw is, zoals vaak na kou vatten, met pijn in de linkerzijde, erger in de avond, 1.
- De gehele rechterzijde van de keel verkeert in een zeer pijnlijke toestand, en de geringste druk met de vinger doet de pijn toenemen, 17.
- Rauw gevoel in de keel en mond, 6.
- Rauw gevoel in de keel, zonder schrapen van slijm, 6.
- Rauw gevoel in de keel en zwelling, pijnlijk bij het slikken, vooral bij het drinken, 11.*
- Een gevoel van sterke ruwheid in de keel nadat zij gebruikt is, 1.
- Alles lijkt rauw in de keel, 1 . [Alumina verlichtte dit.] *
- Alles lijkt rauw in de keel, van de bovenste tot de onderste delen, bij diep ademhalen, 1. [530.]
- Keel rauw alsof zij pijnlijk is; in de luchtpijp bij het borstbeen schijnt een ontstoken pijnlijke prop te zitten; dit gevoel verdween na hevig schrapen van slijm, 2.
- Keel ruw, met schrapen van slijm, na een dutje overdag, 2.
- Kriebeling in de keel in de ochtend, misselijkheid veroorzakend, daarna prikkelen en steken, en braken (bij een zwangere vrouw), 1.
- Borrelen in de keel, boven het rechter sleutelbeen, ook in de rechtervoet, nabij de grote teen, 1.
- Kriebeling in de keel 's nachts, veroorzakend een korte, onophoudelijke prikkelhoest; overdag was de keelpijn nog erger, 7.
- Klachten in keel en borst, erger na het opstaan, aanhoudend tot de middag, 1.
- Klachten in de keel om de andere dag, 1.
- Eten verlichtte de pijn in de keel , veroorzakend een aangenaam kietelend gevoel, 1.*
- Keelholte.
- Knijpende pijn diep in de keel op een kleine plek, aan de rechterzijde van de keelholte, niet verergerd door slikken, erger bij druk (na één uur); van tijd tot tijd terugkerend (eerste dag), maar erger in de avond, wanneer het ook het strottenhoofd aantast, 1a.
- De keel voelt gesloten, alsof er iets in de keelholte vastzit; kan het speeksel nauwelijks doorslikken; na het avondeten; aanhoudend de hele nacht en de volgende dag; eten en drinken veroorzaken geen moeilijkheid, maar het speeksel kan nauwelijks worden doorgeslikt, 8.
- Slikken. [540.]
- Genoodzaakt te slikken, bij aandoeningen van het strottenhoofd, 15.
- Moeilijk slikken af en toe, 8.
- Moeilijk slikken, met gezwollen strottenhoofd, 15.
- Moeilijk slikken van voedsel en drank, alsof door een belemmering in de streek van de cardia; slechts kleine hoeveelheden kunnen na lange tussenpozen in de maag komen, 6.
- Moeite met het slikken van speeksel, niet van voedsel, 1.*
- Slikken is moeilijk; het lijkt alsof er iets in de keel zit dat tot slikken noodzaakt (na de negende dosis), 15.
- *Vloeistoffen geven meer moeite bij het slikken dan vast voedsel, 11.
- Slikken verhinderd door droogheid van de keel, 1.
- Aanhoudende pijn bij leeg slikken, niet bij het slikken van voedsel , gedurende een maand, 1a.*
- De keel voelt bij het slikken steeds gezwollen aan , gedurende een half uur; daarna opnieuw pijn bij het slikken, 13.* [550.]
- Druk in de keel bij het slikken, alsof er een pijnlijke prop in zit, 13.*
- Steken steeds bij het slikken; schrapen bij het slikken van brood, 7.
- De keel voelt geülcereerd aan bij het slikken, 13.*
- Uitwendige Keel.
- Zwelling van de rechter nekspieren, pijnlijk bij vastpakken (na de vierde dosis), 15.
- Hoorbaar kloppen van de halsslagaders, en een gevoel van kloppen in borst en abdomen, 14.
- Druk in de rechterzijde van de keel alsof door uitwendige druk, 8.
- Druk in de linker nekspier, vooral in de sterno-cleido-mastoïde spieren, uitstralend omhoog en rond het hoofd, als hoofdpijn, 5.
- (Bij betasten van de keel, en aneurysma van de rechter carotis, voelt het pijnlijk aan, en dit gevoel schijnt zich van de keel naar de maagkuil uit te strekken), 1.
- *Verdraagt niets strak om de keel; daardoor wordt soms misselijkheid veroorzaakt (achtste dag, en twee weken aanhoudend), 9.
- Pijn in de keel bij het vastpakken ervan, zich uitstrekkend zelfs tot in de nek, met steeds steken bij het slikken, en schrapen bij het slikken van brood, alsof alles rauw is, samen met droogheid van de keel, zonder werkelijke droogheid van de tong, 7.* [560.]
- *De keel is zeer gevoelig voor uitwendige druk (onmiddellijk en later, zelfs gedurende een maand), 1a.
- *Keel en hals zijn zo gevoelig voor de geringste uitwendige druk dat alles rond de keel hinderlijk is; geen enkele houding is aangenaam, 1a.
- Pijn bij aanraken van de keel, zich uitstrekkend zelfs tot in de nek, 7.*
- *Als 's avonds bij het gaan liggen iets de keel of het strottenhoofd aanraakt, lijkt het alsof hij zou stikken en is de pijn veel erger, 1.
- *Keel gevoelig, zelfs voor de aanraking van het linnen , gedurende de avondkoorts, 1a.
- Kloppend gevoel vooraan, in de halsklieren, zich daarna uitstrekkend omhoog in de jukbeenderen, die stijf aanvoelen, 5.
MAAG
- Eetlust.
- Vermeerderde eetlust (eerste en tweede dag), 1a.
- Grote eetlust, maar na het eten was hij genoodzaakt te gaan liggen (zesde dag), 1a.
- Nu eens goede eetlust, dan weer helemaal geen, 1.
- Honger; kan niet op voedsel wachten, 14. [570.]
- Gevoel van grote honger in de maag, alsof men lang op voedsel had moeten wachten, 14.
- Gevoel alsof men op voedsel moet wachten, zonder werkelijke honger, 1.
- Voedsel smaakt goed zonder werkelijke honger; het werd haastig doorgeslikt, 2.
- Verlangen naar iets, hij wist niet wat; ten slotte nam hij een slok water, 1.
- Ongewoon verlangen naar oesters, en zij vallen goed; verscheidene avonden lang, 3.
- Verminderde eetlust, 4.
- Weinig eetlust (eerste dag), een week aanhoudend, 1a.
- Zij verliest elke eetlust, vooral voor brood en broodjes; de gebruikelijke melk veroorzaakt misselijkheid; toch smaakt alles natuurlijk, 7.
- Alle eetlust in de ochtend is verdwenen (zevende en volgende dagen), 1a.
- Geen eetlust voor het ontbijt, 7. [580.]
- Zonder enige eetlust op het gebruikelijke tijdstip 's avonds, hoewel er een onaangenaam gevoel in het abdomen was (eerste dag), 7a.
- De gebruikelijke ochtendhonger ontbreekt, verder voelt hij zich zeer goed (vierde dag), 1a.
- Hoewel hij veel smaak in het eten heeft, neemt hij toch maar zeer weinig, zonder enige klachten; toch schijnt het alsof hij niet meer nodig heeft, 1.
- Een zekere afkeer van voedsel, met honger, 2.
- Geen verlangen naar voedsel, wijn noch tabak, een week lang; hij was dagelijks aan wijn en tabak gewend, 1.
- Opvallend weinig zin om te roken (onmiddellijk), (eerste dag), 1a.
- Geen lust om te roken, 4.
- Alle neiging om te roken is verdwenen bij een sterke roker, hoewel zonder enige afkeer ervan; een week lang, 1a.
- Dorst.
- Dorst vóór de koorts, 1, 3.
- Dorst vóór de koude rilling, 1. [590.]
- Dorst tijdens het koudestadium, 1a, 5, 6.
- Dorst tijdens de hitte, 1.
- Voortdurende dorst met droge tong en huid (beet).
- (Voortdurend enige dorst, maar het drinken van water veroorzaakt misselijkheid), 1.
- Onlesbare dorst, met droge mond en zwakte, 1.
- Dorst naar bier, met volledig verlies van eetlust, 's avonds (eerste dag), 1a.
- Verlangen naar wijn, zonder zich uitgeput te voelen, 2.
- Vermeerderd verlangen naar wijn (maar de wijn had minder effect dan gewoonlijk, bij iemand die eraan gewend was), (eerste week), 1a.
- Oprispingen.
- Oprispingen die tot braken leiden (verscheidene).
- Oprispingen na het eten, 1. [600.]
- Oprispingen en opkomen van voedsel na het eten, 1.
- Oprispingen na de middagmaaltijd, 1.
- Zodanige oprispingen na de middagmaaltijd dat hij bijna stikte; zij traden wel vijftigmaal op, gevolgd door grote verlichting, 1.
- Oprispingen tijdens de koorts, bij een zuigeling, 1.
- Oprispingen, die verlichting geven, 1.
- Lege oprispingen, nuchter (na vijf uur), 14.
- Oprispingen van lucht, 4; (spoedig), 3.
- Frequente oprispingen van zuur water, een uur na de middagmaaltijd, 12.
- Brandende oprispingen van droge lucht, 5.
- Morbus ructuosus; hevige oprispingen, met kramp in de maag, elke avond, 7. [610.]
- De maag verteert bijna altijd goed, maar in boter gebakken vlees veroorzaakt zure en bittere oprispingen, 2, 12.
- Brandend maagzuur.
- Een gevoel alsof brandend maagzuur zou opkomen (na enkele minuten), 4.
- Brandend maagzuur, 's avonds na het roken, 1a.
- Brandend maagzuur met hoofdpijn, 1.
- Misselijkheid en Braken.
- Misselijkheid, 's morgens, 1.
- Misselijkheid, in de voormiddag, een uur aanhoudend, zonder eetlust, 1.
- Misselijkheid in aanvallen, vijf of tien minuten lang, in de voormiddag en namiddag, 1.
- Misselijkheid veroorzaakt door een uiterst onaangename smaak in de mond, 1.
- Misselijkheid, en een onaangenaam gevoel alsof hij vergiftigd was, de hele namiddag, 8.
- Misselijkheid 's nachts bij het ontwaken, met braken en diarree, 9. [620.]
- Misselijkheid wekt hem uit de slaap, 16.
- De misselijkheid wordt erger wanneer hij eraan denkt, 10.
- Misselijkheid na de middagmaaltijd, 1.
- Misselijkheid een uur na de middagmaaltijd en in de namiddag, 10.
- Misselijkheid bij het slikken, 1.
- Misselijkheid na het drinken van melk, 7.
- *(Misselijkheid na het drinken van water), 1.
- Roken veroorzaakt altijd misselijkheid, zestien dagen lang (bij iemand die eraan gewend was), 9.
- Misselijkheid met neuscatarrh en hoest, gepaard gaand met klachten die in het voorjaar optreden, 1.
- Misselijkheid met oprispingen, 1a. [630.]
- Misselijkheid met braken en dorst, 5.
- Misselijkheid en pijn in de maag, 7.
- Misselijkheid met pijn in de maagkuil, 1a.
- Misselijkheid met flauwte, 1.
- Hij werd om 2 uur 's nachts wakker met algehele misselijkheid en beklemming op de borst, druk in de maag, en na een uur hevig braken, gevolgd door enige koliek; daarna opnieuw hevig, enigszins krampachtig braken; ten slotte braken van gal, met voorbijgaande duizeligheid, gepaard gaand met overvloedig zweet; omstreeks 6 uur diarree en vier ontlastingen, tot 9 uur; samen met branden in de urinebuis bij het urineren; op de vijfde dag gevolgd door algemene zwakte en drukkende hoofdpijn, 9.
- Misselijkheid die soms bijna tot braken gaat, met een soort afkeer van voedsel en met hoofdpijn (beter in de open lucht?), verscheidene dagen lang, 10.
- Plotselinge misselijkheid, hik, slikbewegingen en oprispingen, uiteindelijk zo ernstig dat het zelfs tot braken van lucht kwam; dit nam in overmatige mate toe en duurde een half uur, daarna verlicht na het drinken van thee, in de namiddag (vierde dag), 1a.
- De misselijkheid is zeer eigenaardig, alsof zij op één enkele plek in de maag zat, uiterst onaangenaam, onmiddellijk veroorzaakt door het zien van melksuiker, zelfs van een globule, en zelfs door de gedachte eraan, 10.
- Weeheid veroorzaakt door alles wat strak om de keel zit, 9.
- Weeheid en zeurende pijn in het abdomen en de epigastrische streek, alsof hij zou flauwvallen, enkele minuten na de vierde dosis, hij was genoodzaakt zijn kleren los te maken, 17. [640.]
- Weeheid, met een gevoel alsof hij zeer misselijk was; daardoor werd hij uit een diepe slaap gewekt; enkele minuten aanhoudend (vierde dag), 16.
- Kokhalzen en braken, met krampen in de maag, elke avond, 7.
- Neiging tot braken, met opstijgingen in de slokdarm, maar er wordt slechts slijm uit de mond opgegeven; met dyspnoe, 7.
- Voortdurende neiging tot braken, met angst en beklemming op de borst (beet).
- Braken, 7.
- Braken 's nachts in aanvallen, hevig krampachtig, met diarree, 9.
- Braken en kokhalzen, waarbij slechts slijm wordt uitgedreven, met kramp in de maag, 7.
- Braken en purgeren tijdens bewusteloosheid (beet).
- Braken van voedsel, 7.
- Heftig braken van al het voedsel, met pijn in het hoofd en abdomen, 7. [650.]
- Krampachtig gallig braken, 9.
- Bloedbraken, 7.
- Maag.
- Gevoel van leegte in de maag, in de namiddag, en honger, hoewel hij goed had gegeten bij de middagmaaltijd, 9.
- Een eigenaardig gevoel van leegte in de maag 's nachts, hoewel hij een goed avondmaal had gegeten, 9.
- Een gevoel van belemmering in de maagmond bij het slikken, 6.
- Een gevoel in de maag alsof men lang op voedsel moet wachten, 1.
- Afwisselingen van koude en warmte in de maag, met ademgebrek, 7.
- Veel pijn in de maagkuil, voortdurende misselijkheid, met weeheid en diarree, 7.
- Branden in de maag en leverstreek; maag uitgezet, met jeuk in de epigastrische streek; het abdomen hard opgezet, alsof door veel eten; tijdens het lopen was hij genoodzaakt stil te blijven staan; een gevoel alsof er een steen in de bovenbuik en in de maagkuil lag die naar beneden drukte alsof hij zou losbreken, zodat hij genoodzaakt was voorzichtig te lopen; de voeten werden gezwollen bij het zitten en waren koud, hoewel brandend; daarbij foetide adem, die hij zelf niet opmerkte, 1.
- Wroetend gevoel alsof van een worm in de maag, 5. [660.]
- Een gewaarwording alsof iets in de maag en darmen tot een bal werd opgetrokken, bijna elke dag, 5.
- Zij werd elke avond om 6 uur aangegrepen door de vreselijkste krampen en pijnen in de maag, met hevige oprispingen, kokhalzen en braken, hoewel slechts wat slijm werd opgegeven; ook op andere tijden misselijkheid, met beslagen tong en pijn in de maag, 7.
- Druk in de epigastrische streek, uitstralend naar het hart, 5.
- Druk in de maagkuil, 's morgens (vierde dag), 5.
- Druk in de maag, 's nachts en 's morgens, zodat hij genoodzaakt was zich op te richten en ten slotte op te staan; verlicht door overvloedige lozing van winden; drie nachten achtereen, 4.
- Druk als van een grote last in de maag na het eten, verlicht door oprispingen en lozing van winden, maar de druk houdt aan, 1. [Verlicht door Mercurius.]
- Druk in de maagkuil bij het liggen, maar vooral bij bewegen, 5.
- Druk in de maag, met nachtelijke aanvallen van braken, 9.
- Druk in de maagkuil (na een uur), geassocieerd met een trekkend drukkend gevoel neerwaarts in het abdomen in de richting van de navel, pijnlijk bij aanraking, ongeveer vier uur aanhoudend, met een warmtegevoel in de borst, 9.
- (Druk in de maag vanuit de borst (slokdarm); een gevoel alsof daar een hap voedsel bleef steken; dit gevoel breidde zich in de namiddag uit tot de maag en veroorzaakte een druk, zodat hij ging liggen en zich werkelijk beter voelde; 's avonds in bed kon hij niet slapen; nu eens breidde het zich omhoog uit naar de rechterzijde over de borst tot aan de schouders, en daarna richting de navel, met een branderig gevoel; 's morgens een gevoel in het abdomen alsof hij door hevige diarree zou worden overvallen, maar dit verdween; 's avonds een hevige hoest met een afschuwelijk smakende expectoratie; de volgende ochtend opnieuw het gevoel rond de navel), 11. [Na genezing van een lelijke steenpuist aan de vinger.] [670.]
- Druk in de maag, meer of minder ernstig, uitstralend van de maagkuil naar de borst, alsof men koliek zou krijgen, of als door opgesloten winderigheid, 7.
- Pijnlijke druk in de maag; onmiddellijk daarna een klauwende pijn in de anus, naar binnen uitstralend, 2.
- Hevige druk in de maag na het eten, met een gevoel van zwakte in de knieën, 3.
- Stekende pijn die zich van de maag naar de borst uitstrekt, 5.
- (Gevoeligheid in de maagkuil en een gevoel alsof er iets in omdraaide, met hartklachten), 1.
- Pijn in de maagkuil bij druk erop, meer dan een week lang, met verminderde eetlust, 1a.
- Lichte, maar zeer onaangename pijn bij druk op de maagkuil, 1.
- Gevoel alsof iets in de maag knaagde, echter zonder pijn; gevolgd door knagen in beide zijden, dwars onder de ribben diep in het abdomen (derde dag), 5.
- Kloppen in de maagkuil, 1.
- Een springend kloppen in de maagkuil, zich omhoog uitbreidend onder de ribben, gevolgd door een gewaarwording alsof iets vanuit de maagkuil naar het hart drukte (derde dag), 5.
ABDOMEN
- Hypochondrieën. [680.]
- Pijn in de leverstreek, 3.
- Hevige pijn in de streek van de milt, tijdens het rijden in een wagen, waardoor hij genoodzaakt was zich recht uit te strekken, wat enige verlichting gaf; twee dagen aanhoudend, maar alleen tijdens zulk rijden, 6.
- Acute pijn in het abdomen, alsof in de valse ribben; erger bij inademing, 8.
- Steken in de zijden onder de ribben (tweede dag), 5.
- Steken in het linker hypochondrium, 4.
- Voorbijgaande steken in de hypochondrieën, van de rechter- naar de linkerzijde, 4.
- Pijnlijkheid in de linkerzijde, nabij de maagkuil, in het voorjaar, 1.
- Knaagend gevoel aan beide zijden, onder de ribben, diep in het abdomen, 5.
- Kleding rond de hypochondrieën is zeer hinderlijk, 1.
- Navelstreek en Zijden.
- Pijn in het abdomen, in de navelstreek, als van diarree, de hele dag, 17. [690.]
- Pijn dwars over de navelstreek, 's morgens, onmiddellijk na het opstaan, 10.
- (Branderig gevoel rond de navel, volgend op druk in de maag en schouder), 11.
- Een eigenaardig gevoel in de linkerzijde van het abdomen, als een hevige spanning, 8.
- Spannende druk onder de maagkuil, zich uitstrekkend naar de navel, 's middags, anderhalf uur aanhoudend, 9.
- Trekkende druk naar de navel vanuit de maagkuil, 9.
- Martelende snijdende pijn in de rechterzijde van het abdomen, waardoor zij in flauwteaanvallen werd geworpen (na drie dagen), 21.
- Stekend van binnen naar buiten, in de linkerzijde van het abdomen, 's avonds, 10.
- Steken in de linkerzijde, zich uitbreidend tot in de borst, zodat ademhalen zeer moeilijk was, 6.
- Scheurende pijn in de rechterzijde van het abdomen (zevende dag), 5.
- Algemeen Abdomen.
- Opzetting, scheurende pijn in het abdomen gedurende vier uur, 6. [700.]
- Opzetting en scheurende pijn in het abdomen, met rillerigheid, 6.
- Pijnlijke opzetting van het abdomen (na drie dagen), 21.
- Abdomen opgezet, hard, 1.
- Abdomen opgezet, alsof de inwendige delen zeer verwijd waren, 7.
- Abdomen vaak sterk opgezet, met een onaangenaam gevoel alsof de inwendige delen of de banden vanuit de maag zeer sterk uitgerekt waren; daardoor was zij genoodzaakt de kleding, vooral om de maagstreek, zeer los te dragen, anders was het zeer kwellend, en zelfs in bed was zij genoodzaakt het nachthemd los te maken en op te trekken om druk te vermijden; zij durfde de arm niet over het abdomen te leggen wegens de druk, 7.
- Gerommel en gegorgel in het abdomen, 14.
- Gerommel in het abdomen, koliek en lozing van winden, 's avonds, 1.
- Veel gerommel in het abdomen, koliek en lozing van winden, na het eten, 's avonds, 1.
- Winderigheid gedurende de eerste veertien dagen, daarna niet meer, 2.
- Veel winderigheid, 2. [710.]
- Zeer veel winderigheid, 1.
- Veel winden met luid geluid; daarbij scheen de anus gesloten, zodat zij ze eruit moest persen, 1.
- 's Morgens grote hoeveelheden luide winden; overdag vaak kleine hoeveelheden (vierde en volgende dagen), 1a.
- (Korte hevige lozingen van stinkende winden), 1. [Na hertenvlees.]
- (Gevoel in het abdomen alsof een hevige diarree op het punt stond te beginnen), 1.
- (Gevoel als van diarree, 's morgens), 11.
- Gevoel van leegte in het abdomen, 14.
- Een gevoel in het abdomen alsof de ingewanden eruit genomen waren, 1.
- Een nuchter gevoel, alsof hol, in het abdomen (eerste dag), 1a.
- Een onaangenaam gevoel in het abdomen bij de maaltijd, zonder eetlust, 1a. [720.]
- Pijn in het abdomen, komende uit de lendenstreek, 2.
- Pijn in het abdomen in de namiddag, 1.
- Pijn in het abdomen na het braken gedurende de nacht, 9.
- Ondraaglijke pijn in het abdomen met branden en opzetting, 6.
- Abdomen heet, 1a.
- Branden en snijden in het abdomen, met aandrang om te urineren, 1.
- Volheid in het abdomen, vooral gedurende de eerste veertien dagen, 2.
- Volheid in het abdomen, 's morgens bij het ontwaken, 2.
- Volheid in het abdomen na het eten, 1.
- Het abdomen voelt 's nachts alsof het gezwollen is, 1a. [730.]
- Spanning en winderigheid in het abdomen (eerste dag), 7.
- Een zekere spanning en winderigheid in het abdomen beletten haar ver te lopen, 7.
- Een gevoel als van vastzittende winden (na twee doses), 20; (na drie dagen), 21.
- Samentrekking in het abdomen, 1.
- Hevige krampen in het abdomen tijdens de menstruatie; het is alsof een mes door het abdomen wordt gestoken, 7.
- Hevige krampachtige pijnen in het abdomen laten haar niet toe zich uit te strekken; met diarree, 1.
- Nijpende pijnen in het abdomen, eerst links, dan rechts, gedurende enkele seconden, ook in de lendenen; erger bij het lopen; de pijn kwam daarna op in de onderbuik en lendenen, soms schietend van aard, met af en toe lichte aandrang tot ontlasting; verlicht door lozing van winden, en eenmaal met borborygmi; vijfenveertig minuten aanhoudend, tot er ontlasting kwam (na ongeveer acht uur, tweede dag), 27.
- Overmatige nijpende pijn, alsof diarree zou beginnen (na twee doses), 20.
- Snijdende koliek vóór de menstruatie, 7.
- Snijdende koliek met branderige stoelgang, 1. [740.]
- Snijdende en brandende koliek, met druk op de urineblaas, 1.
- Het leek alsof een mes door het abdomen werd gestoken, tijdens de menstruatie, 7.
- Steken laag vooraan in het abdomen, na een oogziekte en congestie van het hoofd die genezen waren, 11. [Verlicht door Mercurius.]
- Scheurende pijn vanuit beide zijden van het abdomen naar het midden, diep gelegen (derde dag), 5.
- Scheurende pijn in het abdomen en opzetting; met de rilling, 6.
- Koliek met braken van al het voedsel, 7.
- Aanvallen van koliek na de bevalling, met terugkeer van andere voorgaande symptomen, 7.
- Ondraaglijke koliek (na twee doses), 20.
- Pijn in de darmen, veroorzaakt door de schok van de hoest, 7.
- Onderbuik en Iliacale Streken.
- Winderigheid in een breuk, 1. [750.]
- Gevoel alsof een breuk naar buiten zou treden, 9.
- Trekkend gevoel van de anus naar de navel, 2.
- Pijnlijk hemorroïdaal trekkend gevoel van de anus naar de navel, 2.
- Drukkende pijn in de linker onderbuik gedurende enkele seconden; hield daarna enkele seconden op en keerde toen terug als tevoren (na acht uur en een kwartier, tweede dag), 27.
- Steken in beide liezen tijdens de hoest, 1.
- Een steek nabij het rechter darmbeen, zich inwendig door het abdomen en de borst uitstrekkend tot in de linkerschouder; hetzelfde ook aan de andere zijde, van links beneden naar rechts boven (zesde dag), 5.
- Knaagende pijn in het onderste deel van de linker liesstreek, dicht bij het bot; verdwijnt en keert de hele dag terug (tweede dag), 5.
RECTUM EN ANUS
- Objectief.
- Uitstulping van het rectum na ontlasting, 1.
- Uitstulping van het rectum, dat dik en verhoudingsgewijs gezwollen is, zonder veel pijn; daarna laat het zich slechts moeilijk terugbrengen, terwijl de anus krampachtig samengetrokken is, 1.
- Bloedstuwing naar de anus met aambeien; diarreeachtige ontlasting en vermeerderde jeuk in de anus, 1. [760.]
- Hevig persen bij de diarree, 1.
- Brandende afscheiding uit de anus viermaal per dag, voorafgegaan door snijdende koliek en aandrang tot ontlasting, 1.
- Bloedafscheiding uit de anus, 7.
- Hij voelt voortdurend de winderigheid bij de anus, hoewel hij van tijd tot tijd slechts kleine, korte lozingen uitperst, 1.
- Subjectief.
- Aambeiklachten (na de achtste dosis), 12.
- Pijn in de anus bij harde ontlasting, 17.
- Voorbijgaande pijn in het rectum, voorafgaand aan de avondlijke diarree, gedurende een week, 1a.
- Branden in de anus tijdens de ontlasting, ook na de ontlasting, 1.*
- Branden in de anus, met waterachtige ontlasting, 13.*
- De anus voelt gesloten aan, 1a.* [770.]
- Pijnlijke vernauwing van de anus, 2.
- Pijnlijke vernauwing van de anus, na prolaps van het rectum, 1.*
- Krampachtige pijn in de anus, voorafgaand aan een natuurlijke ontlasting, 1.
- Krampachtige pijn in de anus en inwendig in het rectum, gevolgd door een natuurlijke ontlasting, 1.
- Krampachtige pijn inwendig in de anus, korte tijd voor en na de ontlasting (zesde dag), 1a.*
- Trekken in de anus, opstijgend tot in de borst en zelfs tot in het hoofd, met koorts, 5.
- Pijnlijke voorbijgaande trekkingen, nu eens aan de ene, dan weer aan de andere zijde van de anus, 2.
- Druk in de anus, zowel pijnlijk als pijnloos, 2.
- Druk in de anus als bij aandrang tot ontlasting, gevolgd door enigszins zachte ontlasting (na azijn), 5.
- Algemene pijnlijkheid van de anus; bij hoesten pijn alsof hij zou scheuren, 2. [780.]
- Kloppingen in de anus en de onderrug, 5.
- *Kloppen in de anus, als met kleine hamertjes, 1a.
- Schokken in de anus in snelle opeenvolging, 4.
- Lang aanhoudend bijten en branden, na de gewoonlijke ontlasting (dertiende dag), 1a.
- Krabben in de anus, afwisselend met beklemming van de borst, 3.
- Hevige jeuk in de anus, 's morgens, 10.
- De pijn in de anus, en ook de druk, strekt zich van buiten naar binnen uit, 2.
- Aandrang tot ontlasting met de koorts, 1.
- Schijnbare noodzaak tot ontlasting, zonder resultaat; gedurende de eerste periode, 2.
ONTLASTING
- Diarree.
- Elke avond een week lang diarree, voorafgegaan door voorbijgaande pijn in het rectum, gevolgd door kloppen alsof met een hamertje in de anus, 1a. [790.]
- Diarree na het braken 's nachts, 9.
- Diarree, met hevige krampachtige, koliekachtige buikpijn, zodat zij zich niet kan strekken, 1.
- Natuurlijke stoelgang, opnieuw gevolgd door diarree, 7.
- Plotselinge diarree, met hevige aandrang, omstreeks middernacht, dun, brijig, uiterst stinkend, ammoniakaal (eerste dag), 1a.
- Brijige diarree in de ochtend (tweede dag), 1a.
- Zuren, zelfs fruit, veroorzaken na Lachesis gemakkelijk diarree, 1.
- Diarreeachtige ontlasting vijf- of zesmaal daags, 7.
- Diarreeachtige ontlasting, met aambeienklachten, 1.
- Ontlasting vaker dan gewoonlijk (bij iemand geneigd tot constipatie), 1.
- Veelvuldige ontlasting tijdens de hitte (bij een zuigeling aan de borst), 1. [800.]
- Drie waterachtige ontlastingen, met branden in de anus, 's avonds (tweede dag), 13.
- Twee ontlastingen in de ochtend; na de ontlastingen zwakte, met aanhoudende aandrang tot nog een ontlasting, zonder resultaat (eerste dag), 3.
- Overvloedige ontlasting van de darmen (elfde en twaalfde dag), 1a.
- Matig overvloedige, sterk ruikende, overigens natuurlijke ontlasting, gevolgd door kortdurende gevoeligheid van de anus (na acht uur en veertig minuten, tweede dag), 27.
- De hele tijd zachte ontlasting, 5.
- Zachte ontlasting van een heldergele kleur (zesde dag), 14.
- Een zachte maar samenhangende ontlasting (derde dag), 14.
- Ontlasting zacht, brijig, nooit slijmerig, 2.
- Elke voormiddag brijige ontlasting, 1.
- Brijige, bevredigende ontlasting, gevolgd door stuwing naar het hoofd en duizeligheid (derde dag), 1a. [810.]
- Ontlasting brijig, elke dag iets later, zodat zij, eerst 's morgens optredend, na verloop van tijd 's avonds optrad en daarna weer 's morgens, enzovoort (vijfde en volgende dagen gedurende een week), (tweede proving), 1a.
- Dunne ontlasting in de ochtend (na enkele dagen), 10.
- Geen ontlasting, alleen een enigszins dunne waterige stoelgang (tweede dag), 1.
- Enig slijm, zo scherp dat het met vrijwillig persen pijnlijk uit het rectum wordt uitgedreven, 1.
- Voor het eerst op de vijfentwintigste dag keutelige ontlasting (voorheen zacht); dit is een afwisseling van vijf dagen met zachte ontlasting, opnieuw gevolgd door zachte ontlasting, 2. [Misschien door karnemelk.]
- Schaarse, gladde, kleiachtige ontlasting (de volgende ochtend), 1a.
- Ontlasting heldergeel, 14.
- Ondraaglijke geur van de ontlasting, die zoals gewoonlijk enigszins hard was; de geur was nauwelijks te verdragen, als asafoetida, maar veel erger (als rottende slangen), 2.
- Bij het persen na een zeer overvloedige ontlasting komt bloed mee (elfde en twaalfde dag), 1a.
- Constipatie.
- Constipatie (na de achtste dosis), 12. [820.]
- De eerste dosis veroorzaakte constipatie, de tweede een ontlasting, 1. [Optredend in zeer veel gevallen wanneer het bij verschillende ziekten werd gegeven.]
- De ontlasting is elke dag vertraagd, 1.
- De ontlasting bleef uit van 's morgens tot 's avonds; na persen kwam slechts een schaarse, onbevredigende ontlasting (eerste dag), 1a.
- De ontlasting ligt voortdurend vlak bij de anus, maar er gaan alleen winden af (derde dag), 1a.
- De ontlasting ligt in het rectum, tot aan de anus, zonder af te gaan en zonder aandrang (derde dag), 1a.
- Schaarse, brijige ontlasting in de ochtend, daarna een dag overslaand, 1.
- Geen ontlasting (eerste dag); vertraagd, pas optredend na roken, schaars en brijig (tweede dag), 1a.
- Geen ontlasting gedurende verscheidene dagen, met zeer goede eetlust, waardoor het abdomen hard en opgezet werd, 1.
- Drie dagen geen ontlasting, 17; onmiddellijk, 1.
- Soms aandrang tot ontlasting zonder resultaat, na drie dagen uitblijven van de ontlasting, uiteindelijk gevolgd door schaarse zachte ontlasting met hevig persen, met pijn alsof de sfincter met geweld uiteen geperst zou worden, 17. [830.]
- Zeven dagen noch ontlasting noch urine (secundair effect van de beet).
URINEWEGEN
- Urineblaas.
- Een eigenaardige, niet erg pijnlijke maar zeer onaangename gewaarwording in de blaas, gepaard gaand met werkelijke aandrang om te urineren, met slijmerig bezinksel in de urine, 7.
- Druk op de urineblaas, met branden en snijdende pijn in het abdomen, 1.
- Druk in de urineblaas en penis, met frequente behoefte om te urineren, 3.
- Druk op de urineblaas met aandrang om 's middags te urineren; hetzelfde herhaalde zich de volgende dag 's avonds, met lozing van enig sperma (prostaatvocht), dat melkachtig leek, 9.
- Aanhoudende druk in de streek van de urineblaas en in de urinebuis, 3.
- Urinebuis.
- Een melkachtig-witte chronische urethrale afscheiding keert terug na de mictie, 1.
- Branden in de urinebuis tijdens het urineren, 9.
- Branden in de urinebuis tijdens het urineren volgt op de nachtelijke aanval van braken en diarree, 9.
- Brandende urine, met harde ontlasting (latere werking), 2. [840.]
- Druk in de urinebuis, 3.
- Snijdende pijn in de urinebuis, 9.
- Aanhoudende stekend-snijdende pijn in het voorste deel van de urinebuis, 3.
- Steken in de urinebuis, 3.
- Stekende pijnen schieten van plaats tot plaats, van de lendenen naar de lever (misschien ook naar de nieren), en vandaar omlaag naar de urinebuis, 3.
- Steken die zich uitstrekken van de leverstreek naar de urinebuis, 3.
- Een beurse pijn in de urinebuis, in het voorste deel van de penis, bij drie personen, 3.
- Mictie.
- Frequente aandrang om te urineren, zonder veel urinelozing; trekkende pijnen in de lendenen, die zich uitstrekken naar de heupen (na de zevende dosis), 12.
- Sterke aandrang om 's nachts te urineren, lichte snijdende pijn in de urinebuis en een drukkend gevoel in de testikels van boven naar beneden, alsof zich een breuk zou uitstulpen, vier dagen aanhoudend, 9.
- Aandrang om te urineren, maar onvermogen dit te doen, behalve met lange tussenpozen (na drie dagen), 21. [850.]
- Frequente en vermeerderde aandrang en mictie; urine donker en schuimig (derde dag); daarna hetzelfde, alleen was de urine lichter van kleur, 1a.
- *Frequente mictie, 14.
- Veelvuldige en frequente mictie; urine schuimig, 1.
- Moest tweemaal opstaan om te urineren, hoewel ik overdag niet zoveel vocht als gewoonlijk had gebruikt (eerste nacht), 27.
- Druppelsgewijze mictie; enkele minuten later was hij opnieuw genoodzaakt een kleine hoeveelheid te lozen, met veel druk; gedurende een week, 1a.
- Oude urinewegklachten keren terug tijdens het rijden in een wagen (na het drinken van wijn), 10. (Deze verdwijnen onmiddellijk na Nux, ingenomen tijdens het rijden.)
- Urine.
- Urine donkergeel, van de kleur van een nieuwe koperen munt, die het linnen geel kleurt en een troebel bezinksel afzet; gedurende verscheidene weken, 10.
- Urine met een sterke geur; met transpiratie in de oksels, 4.
- Rood bezinksel in de urine; de urine brandt nooit en is nooit zeer troebel, 2.
- Enkele dagen vóór en na de menstruatie ging vuil slijm met de urine af; aanvankelijk was de urine helder, maar na enige tijd staan zette zij een dik bezinksel af als een geklopt ei, tezamen met een eigenaardige gewaarwording in de urineblaas, niet bepaald pijnlijk, maar zeer onaangenaam, en gepaard gaand met een zekere aandrang om te urineren, 7.
GESLACHTSORGANEN
- Man. [860.]
- Erecties 's morgens terwijl men half slaapt, 1 . [Bij iemand die er lange tijd geen had gehad.]
- Ongewone erecties overdag, 1.
- Zeer sterke erecties 's morgens, 1.
- Zeer sterke erecties in de voormiddag (tweede dag), 1a.
- Zeer sterke erecties na het middagslaapje en tegen de avond, 1.
- Zeer sterke erecties 's nachts, 1.
- Enige schoktrekkingen in de penis, 4.
- Rode vlekken op de eikel; de rand is op twee plaatsen bloedovervuld, 2.
- Een rood pukkeltje, met jeuk, onder de rand van de eikel (vierde dag), 2.
- Overvloedige afscheiding onder de voorhuid, 2. [870.]
- Drukkende pijn aan de rechterzijde van het scrotum, 's morgens, ongeveer twee en een half uur aanhoudend (zevende dag), 9.
- De testikels lijken vrij hard, met ontspannen scrotum, 4.
- Drukkend-trekkend gevoel aan de testikels, niet hevig, in de avond twee uur aanhoudend, 9.
- Een drukkend gevoel van bovenaf op de testikels, alsof er een breuk naar buiten zou treden, 9.
- Vermeerderde prikkelbaarheid van de geslachtsdrift, 4.
- Vermeerderde seksuele opwinding; dit duurde verscheidene dagen (na vier dagen), 22.
- Zeer sterk vermeerderde geslachtsdrift, zonder amoreuze stemming; wanneer deze werd bedwongen, veroorzaakte dit grote neiging tot mentale arbeid (tweede week), 1a.
- Grote geslachtsdrift en amoreuze stemming (eerste dag), (tweede proving), 1a.
- Amoreus 's morgens, met slappe penis, 1.
- Amoreuze stemming 's morgens na het ontwaken, met pijn in de lendenen en een beurs gevoel, 1a. [880.]
- Amoreuze stemming 's morgens bij het ontwaken, met pijn in de lendenen en grote uitputting (zesde dag), 1a.
- Amoreuze stemming na het middagslaapje (vierde dag), 1a.
- Vaak voorbijgaande amoreuze gedachten, zonder de geringste lichamelijke opwinding, 2.
- Zeer veel wellustige gedachten overdag, 17.
- Verscheidene nachten achtereen afwisselend zeer wellustige, zinnelijke of zeer twistzieke dromen, en overdag veel wellustige gedachten (zodat de woorden van Mephistopheles op hem van toepassing zouden kunnen zijn; 'Met dit drankje in uw maag ziet ge in iedere vrouw een Helena'), 17.
- Gebrek aan geslachtsdrift gedurende verscheidene weken, 10.
- Gebrek aan geslachtsdrift en onvermogen tot cohabitatie, of zeer late zaadlozing; erecties te zwak; gedurende verscheidene weken, 1.
- Zaadlozing 's nachts, zonder dromen, 9.
- Zaadlozing 's nachts (zeer ongewoon), met buitengewone wellust, 1a.
- Zaadlozing 's nachts, gevolgd door volledig ontwaken en een behaaglijk gevoel (zesde dag), 2. [890.]
- Onbewuste zaadlozing 's nachts (bij een gehuwde man), 3.
- Zaadlozingen twee nachten achtereen, 17.
- Zaadlozingen drie avonden achtereen, wat nooit eerder was voorgekomen, gevolgd door duidelijke zwakte en zelfs hoofdpijn, 7.
- Zaadlozing 's nachts (vierde, vijfde en zesde dag), met levendige en enigszins onaangename dromen, maar zonder enige onnatuurlijke vermenging van voorstellingen, met volledig ontwaken, en zwakte die pas na enkele uren volgde, 2.
- Zaadlozingen verscheidene malen 's nachts, 7.
- Zaadlozingen verscheidene malen 's nachts, en overvloedig zweet, 7.
- Zaadlozing tijdens het middagslaapje, 1.
- Moeizame zaadlozing, 1.
- Het semen heeft een doordringende geur, 1.
- Vrouw.
- Kietelende jeuk die zich van de dijen naar de geslachtsdelen uitstrekt, die gezwollen raken, met een wellustige gewaarwording, geslachtsdrift en kieteling; daarna een krampachtige samentrekking in de uterus, die zich uitstrekt naar de rechterzijde van het abdomen, vandaar naar de borst (in cirkelvormige richting), met warmte en ongerustheid; tegelijk met deze gewaarwordingen is er een kieteling in de anus, die zich uitstrekt naar de nierstreek, en vandaar omhoog tot tussen de schouders, alsof tussen huid en vlees, 5 . [Zij had verscheidene jaren tevoren een soortgelijk gevoel gehad, dat nu na het gebruik van Lachesis terugkeerde.] [900.]
- De menstruatie keerde na drie weken terug (gewoonlijk kwam zij elke achtentwintig dagen terug), 7.
- (Vaak nuttig bij al te schaarse menstruatie), 1 . [Vooral wanneer Sepia weinig effect heeft gehad, hoewel het aangewezen scheen.]
- *(Vaak nuttig in de climacterische periode), 1.
ADEMHALINGSORGANEN
- Strottenhoofd en luchtpijp.
- Het strottenhoofd aangedaan (na de vierde dosis), 12.
- Strottenhoofd gezwollen, gevoelig, rauw, schraperig, enigszins ook bij druk erop; tegelijkertijd genoodzaakt te slikken (na de negende dosis); de volgende dag hetzelfde, eerder toegenomen, 15.
- Verminderde slijmafscheiding in het strottenhoofd, 1.
- Slijmafscheiding in het strottenhoofd is verminderd, terwijl die in neus en fauces vermeerderd is (tweede en volgende dagen), 1a.
- Het lijkt alsof er iets opgehaald moet worden dat niet loskomt, 1.
- Het strottenhoofd voelt alsof het door een vreemd lichaam wordt afgesloten, 4.
- Gevoel alsof er een prop in het strottenhoofd vastzat, die op en neer bewoog, met korte hoest; kan niet gaan liggen; snuit bloederige en etterige stof uit de neus, 7. [910.]
- Uitstralende pijn van het keelkuiltje naar de tongwortel en het tongbeen, 1.
- Het strottenhoofd lijkt gespannen gezwollen en slikken is moeilijk (vier uur na de zesde dosis), 15.
- (Een eigenaardige krampachtige gewaarwording trok eenmaal vanuit het strottenhoofd naar beneden), 1.
- Druk in het strottenhoofd, 4.
- Strottenhoofd pijnlijk bij aanraking (eerste dag), 1a.
- Strottenhoofd en de gehele keel pijnlijk bij aanraking, 1.
- Het strottenhoofd en de keel waren pijnlijk bij het achteroverbuigen van het hoofd, 1.
- Een onaangenaam, droog, schraperig gevoel aan de epiglottis en in de omgeving daarvan (eerste tot vierde dag), 6.
- Na het middagdutje lijkt de luchtpijp vernauwd; er kan niet zoals gewoonlijk slijm worden losgemaakt (eerste dag), 1a.
- Stekende pijn door de luchtpijp, prikkeling tot hoesten en droge hoest, 13. [920.]
- Pijn in het keelkuiltje uitstralend naar de tongwortel en in het tongbeen, en naar de linker tragus, waarachter zij uitschiet; pijnlijk bij aanraking, 1.
- Gevoel alsof er iets gezwollen is in het keelkuiltje en hem zou verstikken; het kan niet worden doorgeslikt; met pijnlijkheid in de keel, 1.
- Draaien of omkeren in het keelkuiltje (vierde, vijfde en zesde dag), 5.
- Een draaien in het keelkuiltje, de hele dag, 5.
- Stem.
- Heesheid, met branden in de keel, 6.
- Heesheid en een ruwe keel, voorafgegaan door branden op de tong, 2.
- Heesheid met hoest, 8.
- Enige heesheid gedurende verscheidene dagen, 15.
- Toegenomen heesheid bij het spreken; de stem komt niet omdat iets in het strottenhoofd dit verhindert, dat niet loskomt, hoewel er wel slijm wordt opgehaald; lange tijd aanhoudend, vanaf de vijfde dag, 1a.
- Voortdurende heesheid (van de tweede tot de veertiende dag), met veel slijm achter in de keel en een zoetachtige smaak; op de vijftiende dag komt enig slijm los, en er treedt een uitvloeiing uit de neus op, vooral 's morgens; op de zestiende dag 's morgens bijna een vastzittende catarrh; daarna witachtig geel slijm in neus en keel, 9. [930.]
- Iets belemmert het spreken; hij is hees; moet voortdurend de keel schrapen, 1.
- Hoest en expectoratie.
- Hoest in de avond, 1, 8, 11, 12.
- (Hoest tijdens het drinken of na het drinken), 1.
- Hoest tijdens de slaap, 1.
- Hoest tijdens de slaap, waarvan de patiënt zich niet bewust is, 1.
- Hoest erger na elke slaap, 1.
- De hoest schijnt te worden opgewekt door vermeerderde afscheiding van vocht in het strottenhoofd, 14.
- Hoest veroorzaakt door druk op het strottenhoofd, 1.
- Als de longen op enigerlei wijze geprikkeld worden (bijvoorbeeld door tabaksrook), veroorzaakt een hevige prikkeling vaak gedurende een minuut ononderbroken hoest, zodat de borst zeer heftig wordt geschokt en al het bloed naar hoofd en gezicht wordt gedreven, 7.
- Afwisselingen van hoofdpijn, heesheid en kieteling in de keel, 's avonds bij het gaan liggen, en heftige hoest; samen met veelvuldige pijnen in de ledematen en andere delen, 8. [940.]
- Korte, hakkende hoest, 1.
- Onophoudelijke korte, hakkende hoest, 's nachts, veroorzaakt door kriebelen in de keel, 7.
- Hevige, korte, hakkende hoest, voortdurend veroorzaakt door kriebelen in de zweer in de keel, 1.
- (Een oude verdachte hoest was overdag sterk verminderd, maar 's morgens, op het moment van opstaan, en gedurende een half uur daarna was zij zo hevig dat de schok vaak pijn in de darmen en braken veroorzaakte), 7.
- Droge hoest, 1.
- Droge hoest in de avond, en steeds bij de eerste hoest een stekende pijn door de luchtwegen, 12.
- Hevige, droge hoest in de avond, met pijn in de luchtpijp en een afschuwelijke smaak van de expectoratie, als na het eten van zoute vis, 11.
- Droge, hakkende hoest, veroorzaakt door aanraken van de keel; ook optredend 's morgens na de nachtslaap, en door roken, met een vastzittende catarrh, met neus snuiten en niezen, zonder verlichting, 1.
- (Het kind hoest 's avonds bij het gaan liggen, daarna tijdens de slaap, wordt er soms door wakker; hoest zonder expectoratie, soms braken veroorzakend), 1.
- Iedere avond, vanaf ongeveer negen uur, last van een lichte, fladderende, nerveuze hoest, blijkbaar opgewekt door een kieteling in het strottenhoofd, zonder pijn, expectoratie of enig symptoom van verkoudheid; zij trad op geen ander tijdstip op en hield op zodra zij ging slapen (na twee of drie poeders); de Lachesis werd gestaakt en de hinder verdween, 24. [950.]
- Kriebelhoest; de kieteling zit nu eens in het strottenhoofd, dan weer in de borst, dan weer blijkbaar in de maagmond; het slijm is nu eens rond en grijs, dan weer taai en geel, dan weer waterachtig, bijna nooit 's nachts; steeds gepaard gaand met slijmafscheiding uit de neus; hij raakt het drie weken lang niet kwijt, 2.
- Elk contact met de open lucht veroorzaakt een hevige kriebelhoest gepaard gaand met expectoratie van slijm; deze duurt van vijf minuten tot een uur (latere werking), 2.
- Korte hakkende hoest, zeer vermoeiend, vaak braken veroorzakend, expectoratie schaars en moeilijk op te brengen, vermengd met hardere, zwaardere klonten slijm; samen met pijn in het maagkuiltje, zodat zij dit moet vasthouden; hoest alleen overdag, erger na elke slaap en na het lopen, vooral na het spreken, alsof daardoor de keel droog werd (ook erger na het eten van vis en bij vochtig weer), 1. [Bij phthisis mucosa.]
- Moeilijke expectoratie werd losser, 1.
- (Gewoonlijke expectoratie van taai grijs slijm verdwijnt tijdens de koorts), 2.
- (Bij hoesten en ook bij niezen worden enige klonten grijs slijm uit de keel opgehaald), 1.
- Bloedspuwen, 7.
- Ademhaling.
- Luid reutelen in afzonderlijke aanvallen, 's nachts in de slaap, 1.
- Een soort reutelen scheen 's nachts tijdens de slaap diep onder in het strottenhoofd te zitten, slechts in enkele aanvallen, telkens weer gevolgd door gewone ademhaling, die op haar beurt weer door soortgelijke aanvallen werd gevolgd; het was zo luid dat het zijn vrouw wekte, die hem wakker maakte telkens wanneer het zich herhaalde, 1.
- Zuchten met druk op de borst, tijdens koorts, 5. [960.]
- Voortdurend genoodzaakt van tijd tot tijd diep adem te halen, gedurende verscheidene dagen, vooral bij het zitten (derde en volgende dagen), 1a.
- Kortademigheid en grote uitputting, 1.
- Kan geen adem krijgen; moet rechtop zitten; dan geratel van slijm (een geluid als kokende erwten), met afwisselingen van koude en warmte in het maagkuiltje, en algemene rillerigheid en hitteopwellingen; oprispingen tot in de slokdarm met pogingen tot braken, waarbij alleen slijm wordt opgehaald, dat zich in grote hoeveelheden in de mond verzamelt (na achtenveertig uur), 7.
- Ademhaling belemmerd, 's avonds na heel weinig gegeten te hebben, 1.
- Moeizame ademhaling bijna de hele dag, 8.
- Ademhaling moeilijk wegens stekende pijnen in de borst, 6.
- Ademhaling beklemd, na een weinig gegeten te hebben, 1.
- Verstikkingsgevoel bij de keelklachten, 1.
- Verstikking tijdens het hoesten, 1.
- Tijdens de hitte als van bloedopstuwing is hij genoodzaakt de kleren om de hals los te maken; er is een gevoel alsof zij de bloedsomloop belemmeren, met een soort verstikkingsgevoel, 3. [970.]
- Werkt enigszins op het strottenhoofd, zodat dit niet alleen zeer gevoelig is, maar het ook lijkt alsof het hem zou verstikken; het vermeerderde ook de pijn achter in de keel 's avonds (eerste dag), 1a.
- Wanhopige aanvallen van verstikking; zij moet rechtop in bed zitten, 21.
BORST
- Hij ligt 's nachts op de borst, 1.
- Grote onrust en angst in de borst, met voortdurende pogingen tot braken (bite), 1.
- Het is alsof de wind omhoogstijgt in de borst en daar vast blijft zitten; verlicht door oprispingen, 1.
- Tijdens het rijden in een wagen pijn in de borst, en kitteling in het strottenhoofd die prikkelhoest opwekt, 4.
- Pijn die naar binnen uitstraalt in het onderste gedeelte van de ribben, 5.
- Pijn in de valse ribben, eerst rechts, dan links, vervolgens in de linkerelleboog, daarna uitstralend naar de hand, 8.
- Pijn onder de valse ribben bij het ademhalen, 8.
- Hevige pijn in de borst, zodat hij de borst niet kon aanraken, 's nachts, 7. [980.]
- Branden in de borst 's nachts, met pijn in het borstbeen, 1.
- De borst voelt gezwollen aan, met hevige pijn erin; durft haar 's nachts niet aan te raken, 7.
- Beklemming van de borst (tiende dag), na drukkende pijn in de borst de vorige dag, 9.
- Zodanig grote beklemming van de borst, 's avonds na het gaan liggen, dat zij bijna stikte, 11.
- Druk op de borst, alsof zij vol wind zat, 1.
- Druk in de borst, met zuchten, tijdens koorts, 5.
- Zware, doffe druk in de gehele borst, 1.
- Drukkende pijn die uitstraalt van de borst naar de maag, 5.
- Drukkende pijn in de borst, de hele namiddag aanhoudend, samen met drukkende pijn in de richting van de maag; 's avonds versnelde pols, en 's nachts pijn in de borst (zesde dag), de volgende ochtend nog meer; daarna opnieuw hevige drukkende pijn, 9.
- Beklemming van de borst, plotseling verdwijnend, 2. [990.]
- Beklemming van de borst in de avond, 2.
- Beklemming van de borst tijdens de slaap, 1, 2.*
- Beklemming van de borst bij warm worden, 2.
- Beklemming van de borst, met nachtelijke braakaanvallen, 9.
- Beklemming van de borst, afwisselend met klauwende pijn in de anus, 2.
- Beklemming van de borst, met koude voeten, 2.
- Steken in de borst, 15.
- Steken door de borst van het abdomen naar de schouder, 5.
- Steken door de borst, bij hoesten, 15.
- Steken in de linkerborst, niet veel erger bij inademen en hoesten; daarna enige trekkende pijn in het rechter os metacarpale, spoedig verdwijnend, 15. [1000.]
- Gevoeligheid van de borst, 5.
- De hele borst voelt pijnlijk en gevoelig aan, als bij een hevig catarre; uitstralend tot tussen de schouders, vooral na het eten, 1.
- Kloppingen in de borst, 14.
- Kloppingen in de borst en het abdomen, 14.
- Borrelend gevoel in de borst, 4.
- Enige schokken in de borst, 4.
- Kitteling in de borst die hoest opwekt, 2.
- Voorzijde.
- Stijfheid en pijn bij druk op de aanhechting van de musculus sterno-cleido-mastoideus, 15.
- Pijn in het borstbeen, 1.
- Steken in het onderste gedeelte van de voorzijde van de borst, naar binnen uitstralend (eerste dag), 5.
- Zijden. [1010.]
- Pijn in de linkerzijde, onder de borst, enz., 7.
- Duidelijke pijn in de linkerzijde, 3.
- Wroetend als een worm in het voorste gedeelte van de rechterzijde van de borst, uitstralend naar de linkerzijde en schijnbaar in de maag gelegen; daarna een steek alsof die van de maag inwendig omhoogstraalde tussen vlees en beenderen in het midden van de borst tot in de nabijheid van de borsten, 5.
- Trekkend gevoel in de borst, aan de rechterzijde, opkomend vanuit de anus; tijdens koorts, 5.
- (Steken in de zijde volgden op de toediening van Lachesis voor een droge hoest), 7.
- Steken in de linkerzijde van de borst, 8.
- Steken in de linkerzijde van de borst, erger bij hoesten en ademhalen, samen met stekende pijn in de linkerknie, trekkend in de fibula en omlaag tot in de voet; steken in de rechterenkel, 15.
- Naaldachtige steken in de linkerzijde en linkerhand, 8.
- Borsten.
- Gevoel alsof weeën zich omhoog uitstrekten tot in de borsten, bijna elke dag, 5 . [Causticum verlichtte.]
- Pijn in de linkerzijde onder de borst, 1. [1020.]
- Druk onder de borst, en trekken dat omhoog uitstraalt (vierde dag), 5.
- Steken in de nabijheid van de borsten, opkomend vanuit de maag, 5.
- Steken in de linker tepel, 10.
HART EN POLS
- Hartstreek.
- Gevoel van beklemming rond het hart, 5.
- Krampachtige pijn in de precordiale streek, die hartkloppingen veroorzaakt, met angst, 3.
- Druk vanuit de maag in de richting van het hart, 5.
- Druk rond het hart tijdens koorts, 5.
- Zij voelt het kloppen van het hart, met zwakte, zelfs tot ineenzinken toe, 7.
- Hartwerking.
- Hartkloppingen, 1.
- Hartkloppingen die angst veroorzaken (spoedig na een dosis), 3.
- Pols. [1030.]
- Pols versneld, vol en hard, na matige inspanning, met overvloedig zweet, 's avonds, 9.
- Pols klein en snel, met hete huid (beet).
- Pols vol en hard, met hoofdpijn, catarre en trekkende pijnen in de onderbenen, 15.
NEK EN RUG
- Nek.
- Stijfheid van de nek, met catarre, 1.*
- Stekende pijn in de nek en rug, 6.
- Steken in de nek en door de gehele rug, gedurende drie dagen; stekende pijn in de rechterarm, met een slapend gevoel erin, met hevige jeuk in beide armen, heupen en onderste ledematen, geleidelijk verdwijnend binnen tien dagen na de tweede dosis, 6.
- Scheurende pijn in de halswervels, 5.
- Nek gevoelig voor uitwendige druk, 1a.*
- Rug.
- Na bukken kon hij zich slechts met moeite weer oprichten, 2.
- Pijn in de rug, als door een verstuiking, tijdens de koortshitte, 2. [1040.]
- Stekende pijn in de rug van beneden naar boven (eerste dag), 5.
- Stekende pijn in het bovenste deel van de rug, 3.
- Dorsaal.
- Aanhoudende drukkende pijn tussen de schouderbladen en op de borst, 3.
- Stekende pijn tussen de schouderbladen, 3.
- Zeer kwellende, aanhoudende, drukkende, stekende pijn nabij de punt van het rechter schouderblad, naar de wervelkolom toe, diep in de rug, alsof er iets in stak; in aanvallen erger, dwingend tot achteroverbuigen en ook tot diep ademhalen; niet beïnvloed door de ademhaling; gewoonlijk terugkerend na lang zitten (tweede en volgende dagen, gedurende een week), 1a.
- Scheurende pijn in de schouderbladen, meer rechts; ook in de schouders (zevende dag), 5.
- Scheurende pijn tussen de schouders en in de halswervels (vierde dag), 5.
- Pijnlijkheid van het linker schouderblad, als door een doffe druk, 4.
- Lumbaal.
- Pijn in de lendenen, na het middagslaapje, 1a.
- Pijn in de onderrug, alsof deze lam en zwak was, 13.* [1050.]
- Pijn in de onderrug breidt zich waaiervormig omhoog uit; het is als pijn na overmatige inspanning, 2.
- Pijn in de onderrug, met geeuwen en rekken van armen en benen, als bij koorts (na zuren), 5.
- Pijn in de onderrug, met toegenomen gevoelloosheid van de vingers, mierenlopen in de kuiten en tenen, pijnlijkheid van de linkerknie en -elleboog, een gevoel als na inspanning in de spieren van het rechterbeen, nabij de buitenzijde van het scheenbeen, en vaak een verstuikt gevoel in de knie, dat gedurende de eerste week optrad en later opnieuw terugkeerde, 2.
- Gewoonlijke pijn in de onderrug gaat aan klachten van de anus vooraf, eerst en steeds heviger aan de rechterzijde, later aan beide zijden; een pijn als door een verstuiking, die bijna elke beweging verhinderde, met een hulpeloze, onhandige gang, 2.
- Een vroegere verlammende en verstuikingsachtige pijn in de onderrug werd veel acuter, 7.
- Branden, schijnbaar tussen huid en vlees, alsof het uit de onderrug kwam (na zuren), 5.
- Stekend branden in de onderrug, zich omhoog uitbreidend, 5.
- Trekkende pijnen in de onderrug, 12.*
- Trekkende pijn dwars over de nierstreek, met een gevoel van warmte tijdens de koorts, 5.
- Ondraaglijk trekken in de onderrug en omlaag in de benen, vooral opgemerkt in de zitbeenderen, vaak 's avonds; trekken dat zich van de onderrug omhoog over de rug uitstrekt; trekken dat zich van de rug naar de heupen uitstrekt, met aandrang om te urineren, 12.* [1060.]
- Pijn als door een verstuiking in de onderrug, zich naar binnen uitstrekkend tot in het abdomen, 2.
- Pijn als door een verstuiking in de onderrug, met incidentele hevige schokken, die de adem benemen, 2.
- Hulpeloze, struikelende gang, die een of twee uur na het opstaan verdwijnt, veroorzaakt door pijn als door een verstuiking in de onderrug, die bijna elke beweging verhindert, 2.
- Steken van de onderrug naar de lever (of nieren), 3.
- Doffe steken (schokken) in de onderrug bij elke beweging, zo pijnlijk dat zij de gelaatstrekken verwrongen, 7.
- Kloppen in de onderrug en anus, met trekken in alle ledematen, 5.
- Sacraal.
- Aanhoudende, eenvoudige pijn in sacrum en stuitbeen, 2.
- Pijn in de zitbeenderen, 8.
- Een trekkend gevoel in de rug wordt vooral in de zitbeenderen gevoeld, 2.
EXTREMITEITEN IN HET ALGEMEEN
- Objectief.
- De gebeten ledematen raken ontstoken en gezwollen (beet). [1070.]
- Strekken van alle ledematen, 2, 3.
- Strekken van de ledematen en een gevoel ter hoogte van het hart alsof het vernauwd was (na zuren), 5.
- Strekken van de armen en benen, met koorts, 5.
- Ledematen stijf uitgestrekt, hoofd achterovergebogen, ogen verwrongen, gedurende een halve minuut, 7.
- Verlamde mankheid in bijna alle beenderen, en enige drukkende, maar niet constante, pijn (zestiende dag), 9.
- Subjectief.
- Zwaar gevoel in de ledematen, 4.
- Pijn in de ledematen, na een overvloedige catarrh, 8.
- Pijn in de linkerarm en onderste extremiteit, zijde en hand (tweede dag); aan de rechter zijde, in de nek, elleboog, onderste extremiteit en schouder (derde dag), 8.
- Pijn in de linkerschouder en in het voorste deel van de linkervoet, daarna in de knie, pols en schouder van dezelfde zijde; vervolgens in het rechter ledemaat, de arm en de tanden, 8.
- Vermoeiende pijn in alle ledematen, beginnend in de knieën en ellebogen, 2. [1080.]
- Trekkingen in alle ledematen, met kloppen in de onderrug, 5.
- Trekkende pijn in het linkerbeen van de heup tot de knie, daarna in de rechterarm van de schouder tot de elleboog, 8.
- Pijnlijk trekkende pijn in knie en elleboog, zich naar beneden uitstrekkend, 2.
- Pijnen alsof van buitenaf gedrukt, soms zeer hevig, hoewel steeds voorbijgaand, in de armen, handen, benen en voeten, een volle week aanhoudend; samen met jeuk in de ogen, en op de zesde dag hevige catarrh, 8.
- Gelokaliseerde pijn als door een verstuiking in de linkerknie en -elleboog, met pijn in de onderrug, die niet verdwijnt, 2.
- Scheurende pijnen in beide armen en benen, met kramp, 5.
- Frequente scheurende pijnen in beide armen en benen, 5.
- Pijnlijkheid van alle ledematen, met bij bewegen een gevoel alsof ze geslagen zijn, 3.
- Knagende pijn in alle ledematen, 3.
- Rukken in de handen en onderste extremiteiten, 8. [1090.]
- Schoktrekkingen in de armen en benen, en tegelijkertijd kruipen van de linkerschouder naar het hoofd, 5.
BOVENSTE EXTREMITEITEN
- Zwakte van de armen bij koorts, 5.
- De armen zijn zo zwak dat zij ze niet kan optillen; ze vallen weer neer, 5.
- De arm zakt uitgeput neer na geringe inspanning, 7.
- Gevoel alsof de armen in slaap zijn gevallen, met stekende pijn erin, 6.
- Pijn in de armen alsof die inwendig in de botten zit (na zuren), 5.
- Spanning door de hele arm, zich uitstrekkend tot de middelvingers, alsof de pezen te kort waren, 1.
- Spannend gevoel alsof de pezen in de linkerarm te kort waren wanneer zij die recht uitstrekt, zich uitstrekkend door de hele arm tot aan de middelvinger, waarin het het duidelijkst waarneembaar is, 1.
- Aanvalsgewijze pijn in de rechterarm als een drukkend gevoel in de botten, 8.
- Steken in de rechterarm, met een gevoel alsof hij slaapt, 6. [1100.]
- Scheurende pijn door de rechterarm, minder in de linker (vijfde dag), 5.
- Plotselinge scheurende pijn neerwaarts door de armen (vierde dag), 5.
- Schouder.
- Een ronddraaiend gevoel in de musculaire randen van de axillae, meer naar de rechterzijde, als bij erysipelas (derde dag), 5.
- Een soort verlamming van de linkerschouder, 's morgens bij het opstaan, als van liggen in een ongemakkelijke houding; deze houdt echter aan en herhaalt zich later weer, maar vooral 's morgens bij het aankleden en bij het achterwaarts buigen van de arm, 7.
- Reumatische pijn in de rechterschouder en pols, 8.
- Zeurende pijn en een zwaar gevoel, zich uitstrekkend door de schouders en armen, maar in mindere mate dan in de benen (tweede dag), 22.
- Trekkende pijnen in het schoudergewricht, 's avonds, 12.
- Spanning in de schouder en nekspieren, met hoofdpijn, 1.
- Steken nabij en onder de rechterschouder, erger na het middagdutje, 1a.
- Steken van het abdomen naar de schouder, 5. [1110.]
- Steken uitwendig, onder de rechteraxilla, 1.
- Hevige scheurende pijn in de linkerschouder, zich uitstrekkend door de arm tot in de vingertoppen ('s morgens, onmiddellijk na de tweede dosis, en opnieuw op de derde dag), 6.
- Arm.
- Pijn in de rechterbovenarm, aanvankelijk alsof zij in het vlees zat, later ook in de pezen en het bot, gevolgd door pijn in de rechterkuit, 8.
- Scheurende pijn in het bot van de bovenarm, en naar buiten toe door het vlees (na zuren), 5.
- Elleboog.
- Pijn in de elleboog, zich uitstrekkend naar de hand, 8.
- Reumatische pijn in de elleboog, en daarna in de linkerhand, 8.
- Pijn in de elleboog, alsof deze beurs was, met pijn in de onderrug, 2.
- Pijn in de elleboog alsof het zogenoemde grappige-botje hard werd ingedrukt (alsof de zenuw beurs was), 8.
- Een gevoel in de linkerelleboog, bij aanraken, zo pijnlijk alsof er een stuk glas in stak, hoewel er niets te zien was, twee dagen aanhoudend, 9.
- Onderarm.
- Zwelling van de spieren van de onderarm, pijnlijk bij het vastgrijpen van iets (een uur na de derde dosis, verdwijnend gedurende de nacht), 15. [1120.]
- Scheurende pijn in de onderarm (zevende dag), 5.
- Pols.
- Reumatische pijn in beide polsen en in de rechterschouder, 's avonds, 8.
- Zeurende pijn in de gewrichten van de pols, zich uitstrekkend naar de elleboog (zesde dag), 5.
- Pijn als van een verstuiking in de rechterpols, 's avonds, bij inspanning ervan (vijfde dag), 16.
- Scheurende pijn langs de ulnaire zijde van de linker carpus en metacarpus, zich uitstrekkend tot de toppen van beide buitenste vingers; rechts is zij minder hevig; op de tweede dag nog erger, 15.
- Acute scheurende pijn in de botten van de pols, met tussenpozen, aan de zijde van de pink van de rechterhand (tweede dag), 1a.
- Hand.
- (Geen kracht in de linkerhand), 1 . [Bij een patiënt met ziekten van het hart.]
- Onvermogen de handen te sluiten, 2.
- De handen voelen dood aan bij het wrijven ervan (op de ruggen van de handen?), (zesde dag); bij het snel wassen ervan, na het eten; het verdwijnt in de derde week, maar toont zich in de vijfde week opnieuw een paar keer, 2.
- Pijn in alle gewrichten van de linkerhand, als na hevige inspanning, bij het ontwaken, 2. [1130.]
- Reumatische pijn langs de linkerhand, aan de zijde van de pink; vaak zich uitstrekkend tot de elleboog, 8.
- Kramp tussen de metacarpale beenderen van de vierde en vijfde vinger (derde dag), 5.
- Stekende pijnen in beide handen, spoedig verdwijnend, 15.
- De handen, die door samentrekking van de pezen gebogen waren, begonnen pijn te doen als zij probeerde te naaien; voortdurende steken, diep inwendig, alsof in de botten en het kraakbeen van de pols en de metacarpus; ook een gevoel alsof er iets in kroop, in aanvallen opnieuw optredend (derde en volgende dagen), 1a.
- Scheurende pijn in de linkerhand, zich uitstrekkend naar de bovenarm, 7.
- Scheurende pijn in de gewrichten van de rechterhand (vierde dag), 6.
- Uiterst pijnlijke scheurende pijn, alsof de spieren van de rechterhand met kracht werden uitgerekt; zij weigert dienst wanneer hij iets probeert vast te houden, 2.
- Rukken in de linkerhand, in de namiddag, tijdens het zitten, 1.
- Vingers.
- De vingers zijn de hele dag wit, zonder stijfheid, 9.
- Zichtbare pulsatie in een groot deel van de duimmuis van de linkerduim, zeer onaangenaam; daarna met lichte rukken in de hele duim, vaak terugkerend en lang aanhoudend, en nog lange tijd blijvend terugkeren, 2. [1140.]
- (Een panaritium aan een vinger waarin vroeger vaak rukken waren geweest, voorafgegaan door rukken en pijn, zodat zij de arm niet onder de dekens kon verdragen, vaak schietend omhoog en dikwijls omlaag in de arm, die zwak was), 16.
- Gevoelloosheid van de toppen van alle vingers, eerst van de rechter-, daarna van de linkerhand; ook in de vijfde week, zonder gevoel, vooral 's morgens zeer hevig, 2.
- Pijn in de duimmuis van de rechterduim, 8.
- Gevoel alsof het metacarpofalangeale gewricht van de linkerpink verstuikt was, 4.
- Steken in de vingertoppen, 8.
- Plotselinge steken in de vingertoppen, 4.
- Knaaglijk gevoel en gekriebel in de botten en het vlees van de rechter derde en vierde vinger; ook onder de nagels, alsof er iets onder kroop, beginnend aan de vingertoppen en zich uitstrekkend tot de tweede en derde falangen; het lijkt alsof iets zich van de ruggen van de vingers dwars erdoorheen en omhoog boort en woelt, maar zonder pijn, 5.
ONDERSTE LEDEMATEN
- Hulpeloze, struikelende gang, met stijfheid van de gewrichten; kan de gewrichten niet buigen, behalve heel langzaam; daarna zijn de bewegingen vaak snel en actief, dikwijls onzeker en onhandig, 2.
- Gevoel van vermoeidheid in de benen, 8.
- Trekken dat omhoog langs de benen trekt, 5. [1150.]
- Trekken dat vanuit de lendenen omlaag door de benen trekt, 2.
- Korte, voorbijgaande, drukkende pijnen in de linker onderste extremiteit, eerst boven de knie, daarna eronder, zich uitstrekkend tot de voet; later in de rechterarm en het rechteroor; 's avonds tijdens het zitten, 8.
- Heup.
- Pijnen in de heup en dij, tot in de nacht aanhoudend, met drukkende zwaarte in het voorhoofd, zodat hij de ogen niet kan openen, 3.
- Een vroegere scheurende pijn in de linkerheup keert terug, 7.
- Dij.
- (Oedeem, met pijnen in de dij, bij iemand die aan borstwaterzucht lijdt), 7.
- Verlamd gevoel in beide rechte dijspieren, die ook gezwollen aanvoelen, verdwijnend in de loop van de nacht, 15.
- Reumatische pijnen aan de achterzijde van de dij, 14.
- De achterzijde van de dij, vooral naar de knie toe, wordt pijnlijk, alsof gezwollen; de knie is gezwollen, met ondraaglijke pijn, vooral in de knieholte, voornamelijk bij aanraking; er is spanning en het uitstrekken van het been is zeer moeilijk, 7.
- Drukkend steken in de linker dij, minder tijdens het lopen, erger in rust en in bed, met oedeem, 7
[Bij een waterzuchtige persoon die deze pijnen het vorige jaar eenmaal had gehad.]
- Enige scheurende pijn in de linker dij van boven naar beneden, 4. [1160.]
- Veelvuldig scheurende pijnen in de dijen, zich uitstrekkend tot de knieën alsof in de botten, 5.
- Pijn in de spieren van de rechterdij, als na een slag of kneuzing; na het drinken van wijn, en daardoor ook opnieuw uitgelokt, 3.
- De achterzijde van de dij is pijnlijk, 7.
- Bij tijden schokken in de linker dij; na een kwartier opnieuw verschillende schokken in de dij, met pijnlijk trekken in het linkerbeen van boven naar beneden, 4.
- Knie.
- De knie is dik, pijnlijk bij staan; hij kan nauwelijks lopen, en pas na enige tijd lopen is het draaglijk, 7.
- Kraken in de linkerknie, 2.
- Gevoel van zwakte in de knieën na het eten; met druk in de maag, 3.
- Spanning in de knie; het uitstrekken ervan was zeer moeilijk, 7.
- Kramp in de knieën bij het ontwaken, 2.
- Pijn, als door een verstuiking, in de rechterknie, 2, 4. [1170.]
- Trekkende pijn, alsof door zwelling, in beide knieën; steken (na een kwartier), 15.
- Jichtige, trekkende pijn in de linkerknie tijdens het zitten, 4.
- Drukkende pijn in de rechterknie, naar binnen uitstralend, 9.
- Pijn, als door een verstuiking, in de knie tijdens de koortshitte, 2.
- Pijn, als door een verstuiking, in de knie, met pijn in de lendenen, 9.
- Steken in de knieën bij het lopen, 3.
- Steken in de rechterknie, 8.
- Steken in de linkerknie, met steken in de borst, 15.
- De knieën voelen 's avonds beurs aan, 1a.
- Kruipende pijn in de rechterknie langs de voorzijde van het scheenbeen tot de wreef en tot in de tenen, 15.
- Onderbeen. [1180.]
- Zwelling van het linkeronderbeen en de voet, 6.
- Zij was genoodzaakt de voeten op en neer te bewegen; anders zouden de benen omhoog schokken en onrust in het hele lichaam veroorzaken, samen met scheurende pijn die langs het linkerbeen omhoog trok (vijfde dag), 5.
- De benen voelden zwaar (tweede dag), 22.
- Pijn in het linkerbeen, 8.
- Pijnen in het linkerbeen onder de knie, nog meer in de enkel; tegelijk ook in de linkerarm, 8.
- De benen deden overal pijn, maar de pijn was het hevigst rond de knieën; na het te bed gaan (eerste nacht); kort na 8 uur 's morgens begon het opnieuw overal te pijn te doen, maar de pijn was, zoals de dag tevoren, het hevigst rond de knieën (tweede dag), 22.
- Trekken in de onderbenen van boven naar beneden, 4.
- Trekken in de onderbenen; met katarrh, 15.
- Trekken in het linkerbeen, alsof in het bot, zich uitstrekkend tot de enkel, 2.
- Trekken in het kuitbeen en de voet, 15. [1190.]
- Trekkende pijn van beide knieën tot de voetwortelgewrichten, 15.
- Ondraaglijk trekken in de benen, lange tijd aanhoudend, 2.
- Druk in het linkerbeen en de voet na hoofdpijn, 8.
- Steken in de benen bij veranderingen van wind en weer, 5.
- Scheurende pijn die omhoog langs het been trekt, met onrust in de knieën, 5.
- Schokken in het linkerbeen in de namiddag tijdens het zitten, 1.
- Gevoel in de rechterkuit alsof die slaapt, daarna in het hele been (zevende dag), 5.
- Pijn in de rechterkuit, voorafgegaan door pijn in de rechterbovenarm, 8.
- Oude pijnen in de kuiten keren terug, 1.
- Kramp in de kuiten 's nachts en tegen de ochtend, waardoor hij uit de slaap ontwaakt, 1. [1200.]
- Hevige kramp in de kuiten 's nachts, tegen de ochtend, zodat hij ervan wakker werd, 1.
- Enkel.
- Pijnen in de enkel, 8.
- Pijn in de voetwortelbeenderen, 15.
- Pijn in de linker buitenenkel, die toenam wanneer bij het stappen de aangrenzende spieren op rek werden gebracht; deze pijn hield enige tijd aan (tweede dag), 22.
- Trekken in de linkerenkel vanuit het been, 2.
- Steken in de rechter enkelknobbel, 15.
- Voet.
- Zwelling van de voeten na voorafgaande roodheid ervan, met koorts; gelijkend op elephantiasis, 1a.
- De rechtervoet zwelt opnieuw op, erger na het lopen, 1.
- (Zijn laarzen waren gedurende de hele proving nooit te strak), 2.
- Zij was genoodzaakt de voeten te bewegen; anders schokten de benen ondraaglijk omhoog, waarop fijn trekken volgde dat als een kruipend gevoel langs het been omhoog trok, 5. [1210.]
- (Hevige pijnen op de rug van de voet, vooraan naar de binnenzijde toe, die de slaap verhinderen; zij zijn erger wanneer hij erop stapt; door de pijn wordt hij koortsig en beverig), 1a . [Bij een geval van elephantiasis.]
- Spanning in de pezen, beginnend bij de hiel (vóór een sneeuwstorm), 5.
- Kramp in de voorvoet, 5.
- Krampachtig gevoel in de voet, waardoor de tenen worden opgetrokken (vierde dag), 5.
- Pijn in de voorvoet van de linkervoet, alsof deze tussen planken werd samengedrukt, 8.
- Vaak hevige scheurende pijnen in de voeten, vooral 's avonds, met warmte erin, 7.
- (Gevoeligheid van de voetzoolballen bij erop stappen), 1.
- Borrelen in de rechtervoet nabij de grootteen, 1.
- Tenen.
- Een dwarse kloof aan de buitenzijde van de kleine teen, in de gewrichtsplooi, met veel jeuk (dicht bij de plaats waar een zandvlo was verwijderd), 1 . [Bij een andere geneesmiddelproever dan bij S. 1400.]
- (De likdoorns groeien snel, maar zijn niet pijnlijk), 2. [1220.]
- Gevoelloosheid en een kruipend gevoel in de tenen van de rechtervoet, 2.
- Pijn in een likdoorn op de rechter kleine teen, 4.
- Incidentele pijn in alle tenen, soms van de rechtervoet, soms van de linkervoet, 8.
- Pijn in enkele tenen, alsof na de hele dag gelopen te hebben, met warmte erin, voorafgegaan door koude voeten, 2.
- Gevoel alsof iets onder de teennagels van de rechtervoet groef en ze omhoogduwde, 5.
- Zeurende pijn in een likdoorn op de rechtervoet, 8.
- Trekken dat vanuit de tenen omhoog trekt, 5.
- Steken als met naalden in de tenen, omhoog trekkend (vijfde dag), 5.
- Steken in de linker grootteen, 8.
- Pijnlijk heen-en-weer golven in de tenen, 1. [1230.]
- Kruipend gevoel en warmte in de tenen van één zijde, 1.
ALGEMENE SYMPTOMEN
- Objectief.
- Uitrekken van het hele lichaam, beginnend in de tenen en doorlopend tot in de vingers, 5.
- Uitrekken na het ontbijt, 8.
- Schoktrekkingen, 12.
- Plotseling samentrekken van het hele lichaam, van onderen af beginnend, terwijl hij zat, 1.
- Altijd na de slaap zo stijf dat hij zich nauwelijks kon verroeren of bewegen; wrijven en strijken door een ander deden hem goed en namen dit spoedig volledig weg, 1.
- Beven van het hele lichaam, met loomheid, 2.
- Beven van het lichaam, met koorts, door pijn op de wreef van de voet, 1a . [Bij elefantiasis.]
- Musculaire slapte; uitgeput door beweging en door de meest matige inspanning, 2.
- Lusteloos; ongenegen tot werk of studie, 10. [1240.]
- Lusteloosheid; zwaar gevoel na het eten, 1.
- Vermoeid, ziek, terneergeslagen, met volheid na het eten, 1.
- Voortdurende en vermoeiende arbeid verdraagt hij niet; hij wordt spoedig moe, 7.
- Grote vermoeidheid bij het uitgaan in de avond; de gebruikelijke wandeling lijkt eindeloos, 1.
- Tegen etenstijd, terwijl hij op straat liep, zo vermoeid dat hij nauwelijks verder kon; toch at hij maar weinig, 1.
- Zwakte, vooral van de armen, 7.
- Zwakte, vooral van de benen, 7.*
- *Zwakte van het hele lichaam, 's morgens bij het opstaan, vooral in de armen en voeten, 7.
- Zwakte in de ochtend, in alle ledematen ; geneigd tot slapen; algemene uitputting, zodat hij zelfs moest gaan liggen; beter na het liggen; daarbij inactief, droevig, ongenegen om te werken, onverschillig of somber, als na een nachtelijke braspartij; lichamelijk neergeslagen en geestelijk lusteloos (tweede tot zestiende dag), 9.*
- Elke ochtend zwakte ; in het begin eerder een lichamelijke neergeslagenheid, daarna hem slaperig makend; later eerder een geestelijke neergeslagenheid (tweede tot zestiende dag), 9.* [1250.]
- Zwakte na het ontbijt, 3.
- Zwakte na het avondeten, 1.
- Zwakte na de nachtelijke aanval van braken, 9.
- Zwakte enkele uren na het ontwaken, na zaadlozingen, 7.
- Zwakte, met hoofdpijn, na een zaadlozing, 7.
- Zwakte, met verwardheid in het hoofd, 9.
- Grote zwakte nu en dan overdag, 7.
- Grote zwakte 's morgens na het opstaan; zij verlangde voortdurend weer neer te zinken, bij de geringste inspanning zakten de armen uitgeput neer; daarbij voelde zij haar hart kloppen ; ook vaak 's avonds was zij zeer zwak, zodat zij niet lang kon opblijven, 7.*
- *Hij zou voortdurend van zwakte neerzinken, 7.
- Plotseling, tegen de avond, doodzwak, met onlesbare dorst; droge mond; werd bleek en benauwd, alsof hij door een hevige koorts zou worden overvallen, 1. [1260.]
- Grote uitputting van geest en lichaam (na een extase de voorgaande dag), (zesde dag), 1a.
- Grote uitputting en vermoeidheid in de avond; slaperigheid, zonder echter te kunnen inslapen (eerste dag), 1a.
- Lichamelijke, niet geestelijke, uitputting, 1.
- Lichamelijke uitputting en vermoeidheid, met geestelijke opwinding, 1.
- Lichamelijke en geestelijke uitputting, 1.
- *Grote lichamelijke en geestelijke uitputting, vooral in de ochtend, 1.
- Beweging is zeer uitputtend, gedurende de gehele proving, 2.
- Flauwte tijdens het ontbijt, met misselijkheid, 1.
- Flauwte en koude, zodat alle ledematen stijf werden en hij machteloos ter aarde zonk (na twee en een half uur werd hij aldus aangetroffen en stierf hij, ondanks alle middelen). [Na de beet van een slang "boschmeister", gelijkend op de "surukukir;" bij een Indiaan die boven de elleboog was gebeten; hij volgde en doodde de slang, en wreef haar gal in de wond.]
- Voorbijgaande flauwte, met misselijkheid, duizeligheid, zelfs tot neervallen; wegvallen van het zicht gedurende twee of drie minuten tijdens het ontbijt; overdag vaak aanvallen alsof het zou terugkeren, 1. [1270.]
- Hij valt bewusteloos ter aarde, alsof door de bliksem getroffen; heeft een onwillekeurige stoelgang en braakt (beet).
- Onrust drijft hem vaak naar de open lucht, 1.
- Onrust drijft hem naar de open lucht; hij verlangt veel tot stand te brengen en begint vele dingen, 1a.
- Onrustig heen en weer woelen, met kreunen, bij kinderen met keelpijn, 7.*
- Hij is genoodzaakt alles zeer snel te doen; hij schrokt zijn eten op en kan daarna niet blijven zitten, 2.
- Subjectief.
- Neiging om te gaan liggen, 4.
- Geneigd om te gaan liggen, in de ochtend en voormiddag, 9.
- Grote neiging om te gaan liggen, vooral na het eten, 1.
- Zeer grote neiging om te gaan liggen, zitten is bijna ondraaglijk (zesde dag), 1a.
- Afkeer van beweging, 2. [1280.]
- Gevoel van vermoeidheid, 4.*
- Gevoel van vermoeidheid drijft hem ertoe vroeg te gaan slapen, 1a.
- Een duidelijke gewaarwording van zwakte 's morgens in de slaap; bij het ontwaken algemeen ziek gevoel, duizeligheid, een gevoel van lood in het achterhoofd, kan het hoofd nauwelijks van het kussen opheffen; alle gewrichten leken verstuikt ; druk in de lendenen en volheid in het abdomen; na een half uur verdween alles; daarna in geringere mate herhaald, 2.*
- Gevoel alsof het lichaam werd overmand door een neiging tot uiteenvallen, met wegzinken van alle krachten, 3.*
- Verlamd gevoel, vooral in de kniegewrichten, dat tijdens het lopen geleidelijk verdwijnt, 12.
- Gevoel alsof hij verlamd was, kan de voeten niet buigen of de handen sluiten; soms alleen aan de linkerzijde, 2.
- Gevoel van flauwte, krampachtig geeuwen, terwijl hij op een maaltijd wacht, 1a.
- Gevoel alsof hij flauw zou worden, veroorzaakt door een zeurende gewaarwording in de maag, 17.
- Hij verkeert in een lijdende, vermagerde toestand, zeer zwak en neergeslagen, en is voortdurend geneigd tot rust, 3.
- Hij werd zeer ziek na het drinken van wijn, ook na sterk bier (tijdens de curatieve werking), 1. [1290.]
- Gedurende tien dagen voor de menstruatie voortdurend zeer ziek; voortdurend kloppen in de slapen, hoofdpijn en snijdende pijn in het abdomen, zodat zij elk ogenblik het optreden van de menstruatie vreesde, 7.
- Begon spoedig na het middaguur (omstreeks drie uur) een grote zwaarte en matheid door het hele lichaam te voelen, maar vooral in de rug en benen; het gevoel van matheid was toegenomen en lopen vermoeide mij veel meer dan gewoonlijk, om 3.30 uur 's middags; dit gevoel nam na het avondeten gedeeltelijk af (eerste dag); algemene matheid duidelijker uitgesproken (tweede dag); matheid hield aan (derde dag); nam toe (vierde dag), 22.
- Pijnen hier en daar, bij het hoesten, 8.
- Ondraaglijke pijnen die uitstralen van de gebeten hand naar de borst (beet).
- Reumatische pijn, eerst in de linkerzijde, dan in de rechter, en vaak afwisselend; soms van rechts naar links en weer terug, maar steeds op verschillende plaatsen, in de schouder, arm, pols, hand, onderste ledematen, knie, kuit, voet en tanden, 8.
- Scheurende pijnen, nu eens op de ene plaats, dan weer op een andere, in het vlees; daarna hier en daar in het lichaam (derde dag); over het hele lichaam, daarna hier en daar in de ledematen (vierde dag); in alle ledematen (zevende dag), 5.
- Bevende gewaarwording over het hele lichaam als van angst, zonder werkelijke angst, 3.
- Flauwteachtig bevend gevoel, 1.
- Stekende gewaarwording over het hele lichaam, lendenen, gelaat, in de avond, erger in de nacht, ook de volgende dag nog aanhoudend (na drie doses), 9.
- Enkele naaldachtige steken, vaak zeer hevig, in verschillende lichaamsdelen, 3. [1300.]
- Voelt zich de hele dag beurs, 1.
- Voelt zich beurs, 's morgens na het ontwaken, 1a.
- Altijd na de slaap, dag of nacht, beurs en stijf, 1.
- Beurs gevoel na de middagslaap, 1a.
- Voelt zich zeer beurs, met pijnen in zijn lendenen, tussen de schouders en in de wervelkolom, na de slaap (zesde dag), 1a.
- Vermoeid, beurs gevoel, met catarre, hoest, keelpijn, misselijkheid in de ochtend, gerommel in het bovenste abdomen enz., zoals vaak bij warm lenteweer, 1.
- Voelt zich de hele dag geslagen (eerste dag), 1a.
- Het hele lichaam voelt geslagen en zwak aan, in de voormiddag, als na een nachtelijke braspartij, ook geestelijk zeer lusteloos (zestiende dag), 9.
- De geringste aanraking is ondraaglijk, maakt hem bijna woedend, 2.
- Na de bevalling werden al haar vroegere klachten (pijn in de linkerzijde onder de borst, scheurende pijn in de rechtervoet, hevige hoofdpijn en aanvallen van koliek) opnieuw heviger, hoewel slechts voorbijgaand, 7. [1310.]
- Na zeven doses Lachesis 30ste (de laatste in water) werden de symptomen hevig en aanhoudend, vooral de hoofdpijn en de catarre; hij rook toen aan Lachesis 30ste, waarop alles snel werd verlicht, vooral de catarre, en na drie tot vier dagen verdween die, 15.
- (Zuren verstoren de curatieve werking), 1.
- De symptomen treden in de namiddag op, 5.
- Talrijke symptomen enkele uren na het eten, 1.
- Symptomen treden op, hernieuwen zich of verergeren na het drinken van wijn, 3.
- Wijn lijkt minder uitwerking dan gewoonlijk op hem te hebben, 1a.
- Groot verlangen om naar de open lucht te gaan, 1.
- *Genoodzaakt de kleding los te maken, wat verlichting geeft, met flauwte, 17.
- *Genoodzaakt de kleding zeer los te dragen, vooral om de maag; zelfs in bed genoodzaakt het nachtgewaad los te maken en op te lichten om druk te vermijden; zij durft zelfs de arm niet over het lichaam te leggen vanwege de druk, 7.
HUID
- Objectief.
- Pijnlijke plekken werden fungoïd, donkerrood tot bruinachtig, met witachtige plekken; brandend bij het afwissen, 1.
- Uitslag, droog. [1320.]
- Kleine knobbeltjes op de rechteronderarm (vijfde dag); deze breiden zich geleidelijk uit over het hele lichaam, met uitzondering van het gezicht, de borst en het abdomen; 's nachts in bed zeer hevige jeuk; daarna nam de uitslag een ander karakter aan, gedeeltelijk groter, als na brandnetels, als galbulten of insectenbeten; gedeeltelijk, na krabben, wordend als scarlatina, roseola of hitte-uitslag; en verdwijnt op de tweede dag (in juni), 14.
- Puistjes, vooral op de behaarde delen van de genitaliën (tweede dag), 9.
- Verscheidene puistjes op het lichaam (achtste dag); daarna hier en daar; 's morgens op de genitaliën, armen, gezicht enz., 2.
- Hier en daar rode puistjes op het lichaam, met soms kieteling erin; krabben veroorzaakt pijn; de kieteling is erger in bed; zij kan door de bijtende jeuk niet slapen; is vaak klaarwakker (eerste nacht); zij sliep goed (tweede nacht), 5.
- (Galbulten bij een melaatse, ontstaan na Lachesis), 1a.
- In de voormiddag begon het hele lichaam te bijten en te jeuken, vooral op de bovenarmen; na krabben verschenen tamelijk dikke verheven plekken (galbulten), die spoedig verdwenen (tweede dag), 1a. [Bij melaatse patiënten.]
- Afschilfering van de huid van het voorhoofd, met bijtende jeuk, 5.
- De huid van gezicht en behaarde hoofdhuid schilfert meer af dan gewoonlijk, gedurende drie of vier dagen, 9.
- Een kleine wond onder de neus bloedt ongewoon overvloedig, 18.
- (Een rode plek op de voorhuid, zonder jeuk), 2. [1330.]
- Scharlakenrode plek zo groot als een hand op de rechterborst, schouder en arm, met grote dorst, snelle pols, korte ademhaling en beslagen tong, 7. [Binnen vierentwintig uur na toediening van Lachesis wegens kanker van de rechterborst, na een hevige schudrilling en droge hitte met dorst.]
- De hele arm van de aangedane zijde en de schouder, evenals de borst, raakten bedekt met scharlakenrode plekken zo groot als een hand; pols snel; dorst groot; ademhaling kort, met kreunen; tong beslagen, 7.
- Een rode, brandende plek op de duim, gevolgd door een grote harde vesikel, 1.
- Jeuk aan de zijkanten en aan de onderste ribben in de richting van de navel, 's morgens, waar zich rode plekken bevinden als van wantsenbeten; de jeuk is 's avonds tijdens het lopen erger, nog erger in bed; tegelijk zijn er witte galbulten op het linkerschouderblad, ook over de hele rug; de volgende morgen waren deze galbulten rood (derde en vierde dag), 11.
- Pijn alsof verbrand op verschillende plaatsen op het scheenbeen, aanvankelijk jeukend, maar na wrijven verschenen er tamelijk gevoelige plekken zo groot als een kwartdollarstuk, met donker blauwrode randen en droge schilfering, 10.
- Kleine rode puntjes hier en daar op de vingers, die zeer jeuken (vierde dag), 1a.
- Jeuk op de onderbenen, hem tot krabben noodzakend; er verschijnen rode kwaddels, 1.
- Na onafgebroken jeuk verschijnt er een ronde, rode, zeer harde knobbel op de rugzijde van de middelvinger, die lang blijft bestaan, zonder vesikels en zonder ettering; langzaam vormt zich een klein diep puntje pus, waarvan zeer weinig uitvloeit; alleen wanneer de hand omlaag hangt is er een stekende pijn; zes weken later, na een stoot tegen de knobbel (die bijna volledig verdwenen was), bloedde deze ongewoon overvloedig, 1.
- Een wratachtige verhevenheid op de rugzijde van de linkermiddelvinger, na enkele dagen, volgend op jeukende vesikels; zij verdween daarna en liet een litteken achter, 1a.
- Een kleine groep platte wratten verscheen aan de buitenzijde van de linkerduim (negende dag), en bleef een jaar bestaan, 1a. [1340.]
- Zachte kraakbeenachtige knobbels in de huid rond een zweer, 1.
- Een groot aantal kleine platte wratten verschijnt plotseling op de handen van iemand die al verscheidene zeer grote had, die niet verdwijnen, 1.
- Uitslag aan het oog, 9.
- Uitslag aan de linkerzijde van de bovenlip, 4.
- Bijtend gevoel in de oorlel, daarna puistjes erop, 5.
- Puistjes op de armen, 9.
- Kleine puistjes in het gezicht, 1.
- Een klein puistje aan de buitenzijde van het rechterdijbeen, waaromheen het over enige afstand uiterst pijnlijk is, 1.
- Enkele zeer kleine puistjes op de linkerarm (vierde dag), 9.
- Zeer kleine puistjes met witte pus op de bovenlip, ook in het gezicht (vierde dag), 9. [1350.]
- Verscheidene kleine puistjes op voorhoofd en wangen (enkele dagen na de dosis), 5.
- Kleine rode puistjes op het voorhoofd, niet ver van de neuswortel, 14.
- Kleine puistjes, niet ongelijk aan de vesikels van schurft, in het gezicht, 11.
- Papuleuze uitslag op de rechteronderarm, daarna over het hele lichaam, 7.
- Jeuk en een papuleuze uitslag op het ellebooggewricht, 10.
- Uitslag als netelroos over het hele gezicht (zesentwintigste dag); zij verdween en keerde terug, 1.
- Galbulten op de schouders, 11.
- Jeukende galbulten op de benen, 1.
- Galbulten op de rug, 11.
- Een ontstoken, stekend-brandende herpetische plek zo groot als een erwt aan een teen van de rechtervoet die enigszins aan druk blootgesteld was; de pijn duurde acht uur, de plek drie dagen, 9. [1360.]
- Erysipelateuze uitslag onder het linkeroog, die 's nachts eerst jeukt; zij werd met schrik om kleinigheden wakker; 's morgens begon de huid rood te worden en te zwellen, en werd erger na het middagslaapje; de volgende morgen zeer dik en rood, met onafgebroken, nauwelijks te verdragen jeuk; het hele onderooglid was gezwollen, rood en jeukend; voorafgegaan en gevolgd door bonzende hoofdpijn, bij bukken, 1. [Rhus 30e verlichtte.]
- Uitslag, vochtig.
- Vesiculeuze uitslag aan het linker neusgat, 13.
- Jeukend branden en vesikels op de handen en vingers, 1.
- Kleine heldere vesikels op de rechter ringvinger, 1.
- Hevige jeuk op de rechterhiel, daarna op beide hielen, vervolgens op de rechterhand en vingers, op de voetrug en tenen; na krabben steeds erger en brandend, gevolgd door kleine, harde, witte, diep gelegen vesikels, 1.
- Veel jeukende vesikels aan de buitenrand van de rechterhand, met wellustig branden na krabben (gedurende de tweede week), 1a.
- Jeuk op verschillende plaatsen tussen de vingers, waar na krabben harde glanzende verhevenheden verschijnen, gevolgd door kleine vesikels met branden en spanning, vaak een week aanhoudend, 1a.
- Kleine jeukende vesikels op de voetrug van beide voeten, 1.
- Kleine jeukvesikels hier en daar op de vingers (vierde en volgende dagen), 1a.
- Groepen diepe, harde jeukvesikels op de rechterhand, 1.
- (Een blaar op de top van de tweede teen links breekt open en is vochtig), 1.
- Uitslag, pustuleus. [1370.]
- Pustels, vooral op de dijen, zo groot als een speldenknop, omgeven door een rode areola, sommige ervan zo groot als de cornea, 7.
- Puistjes zo groot als een speldenknop in het gezicht, met pus; daarna ook op de bovenlip onder de neus, op de wenkbrauwen en op de borst; zij verdwijnen de volgende dag maar keren terug; ook op andere plaatsen, op de arm; gedurende een week, 9.
- Een rode plek zo groot als een hand verschijnt op de linkerschouder en scheidt vocht af; kleine vesikels etteren en breken open, 7.
- Enkele met etter gevulde pustels op de rechterwenkbrauw en in het gezicht, 4.
- Furunkels met een doorsnede van een halve duim (ca. 1,25 cm) nabij de wervelkolom, met hevige brandend-kloppende pijn; verdwijnend zonder ettering, 6.
- Een grote furunkel op de hiel, met hevige schudrilling bij de ettervorming; veroorzaakt door zeer lichte wrijving van de schoen, bij iemand die nooit eerder iets dergelijks had gehad (na acht weken), 1. [Zinc gevolgd door Hepar sulph. genas snel.]
- Ulceratie van een nagel na een kneuzing, 8.
- Kleine zweren op de elleboog, 1a.
- (Zweren worden schoner, en de areola pijnlijk bij druk), 1.
- De licht bruinroodachtige areola rondom de zweer werd zwartachtig-blauw, 1. [1380.]
- Oude rode zweerlittekens gingen weer open; na een stoot liet de epidermis gemakkelijk los en wilde niet opnieuw genezen; etterde; daarna vormden zich vesikels en liet de epidermis rondom los; de open plekken waren donkerrood, als een platte spons uitziend, hier en daar witachtig; brandend na afwissen, 1.
- (Een kankerzweer had de volgende morgen donkerrode, bijna zwarte bloedstrepen, als geïnjecteerde vaten op haar bodem), (na de 30e), 7.
- Bloeding van zweren, die daarna schoner werden, 1.
- (De opening van een kankerzweer bloedde zeer overvloedig; de volgende dag scheen de bodem blauwachtig), 7.
- De plaats van de beet werd gangreneus, de handen en vingers werden gezwollen en gevoelloos; de ontsteking breidde zich uit tot de arm, de zwelling tot de schouder; hier en daar gangreneuze blaren (de arm werd geamputeerd), (beet).
- Subjectief.
- Branden in de huid (na het nemen van zuren), 5.
- Stekend branden overal in de huid, vooral beginnend in de lendenen, 5.
- Een stekend gevoel in de huid, tamelijk diep in het vlees beginnend en naar buiten door de huid stekend, 5.
- Zeer fijne steken diep in de huid, die zich naar buiten daardoorheen uitstrekken, 5.
- Bijtend gevoel in verschillende delen van de huid, als van mieren, 4. [1390.]
- Jeuk over het hele lichaam, 10.
- Slaap verhinderd door jeuk, 3.
- Jeuk, vooral op de dijen (derde dag), 1a.
- Jeuk op verschillende plaatsen, vooral op het onderbeen en de lendenen; ook op de bovenarm; 's avonds, 10.
- Jeuk op het lichaam als van mieren, vooral in de lendenen (achttiende en negentiende dag); (na Fosforzuur als antidotum); de jeuk was dezelfde als bij een vroegere proving, onmiddellijk na Lachesis, 9.
- Stekende jeuk in verschillende delen van het lichaam, 4.
- Stekende jeuk in verschillende delen van het gezicht en lichaam, 's middags (na twee uur), 9.
- Stekende jeuk over het hele lichaam, gezicht en de behaarde hoofdhuid, als van mieren, 's middags; erger 's nachts, gepaard gaand met brandende pijn, en aanhoudend tot de volgende voormiddag, maar dan zonder het branden, 9.
- Pijn alsof zich tussen de buitenooghoek en de slaap een puistje zou vormen (vijfde dag); verdwijnend (zesde dag), 1a.
- Pijn in en rond een litteken, overgebleven van een in het voorgaande jaar genezen fistel aan de dij, 1. [1400.]
- Een zandvlo (Sika [Chigoe; jigger; Pulex penetrans.]) veroorzaakt ongewoon veel pijn (eerste dag); het kleine wondje dat na het verwijderen overblijft wil niet genezen, en is enkele dagen pijnlijk bij aanraken; bovendien barst de huid tussen de tenen open (vijfde dag), 1a.
- (Branden in zweren 's nachts, zodat hij genoodzaakt was op te staan en ze met koud water te wassen), 1.
- De huid rond de geülcereerde plekken op de benen voelt gespannen aan alsof zij te kort is, 1.
- Een kruipend gevoel in de armen en schokken in het vlees, ook in de benen, bij koorts, 5.
- Kruipend gevoel in de vingers en kuiten, 9.
- Kruipend gevoel in de rechterschouder, bovenarm en onder het schouderblad, 2.
- Kruipend en prikkelend gevoel in de linkerhand en tenen, vooral zeer hevig in deze laatste; soms in de hele linkerzijde van de kruin tot de tenen, 2.
- Kruipend en prikkelend gevoel in de linkertenen, 2.
- Jeuk nabij het linkeroog, 6.
- Jeuk in het gezicht, 1. [1410.]
- Jeuk in het gezicht rond de ogen en op de wangen, verlicht na krabben, van 's morgens tot 's avonds, 1a.
- Jeuk in de lendenen, 10.
- Jeuk tussen de vingers en op de knieën, 7.
- Jeuk op de bovenarm, 10.
- Jeuk aan de handen, 1.
- Jeuk in de plooi van de ringvinger, 1.
- Jeuk op het onderbeen, 15.
- Hevige jeuk op beide armen, heupen en onderste ledematen, 6.
- Hevige jeuk op de linkerarm, 6.
- Hevige jeuk op de heupen en onderste ledematen, 6. [1420.]
- Hevige jeuk, alsof een insect in het vlees had gestoken, op een zeer klein punt op de wreef, 1a.
- Jeuk als van brandnetels op de linkerduim en wijsvinger; gevolgd door vorming van twee puistjes, als van insectenbeten (hoewel er geen insect was geweest), met hevig branden na krabben, drie dagen durend, 4.
- Stekende jeuk aan handen en voeten, in het rechteroor; 's middags (na één uur), 9.
SLAAP EN DROMEN
- Slaperigheid.
- Geeuwen (derde dag), 5.
- Geeuwen met rekken, 5.
- Geeuwen met misselijkheid en droogheid van de keel, alsof hij dorst had, 5.
- Veelvuldig geeuwen, tegen de avond, 8.
- Krampachtig geeuwen, 's morgens, 1.
- Terwijl hij genoodzaakt was op het middagmaal te wachten, werd hij overvallen door krampachtig geeuwen, werd bleek en flauw, moest rustig gaan zitten en iets eten, waarna hij zich beter voelde, 1a.
- Slaperigheid in de voormiddag, 14. [1430.]
- Slaperigheid na het ontbijt, 3.
- Slaperigheid met de hoofdpijn, 3.
- Slaperigheid zonder te kunnen slapen, 1a.*
- Ongewone slaperigheid 's morgens na het ontbijt, met grote uitputting, rekken en veel spuwen van speeksel, 3.
- Grote slaperigheid na het avondeten; hij kan nauwelijks wakker blijven en 's morgens wordt hij laat wakker, 7.
- Overweldigende slaperigheid 's avonds; zelfs tijdens een zeer interessant gesprek met zijn vrienden kan hij nauwelijks wakker blijven, 17.
- Overweldigende slaperigheid vóór het eten, 2.
- Overweldigende slaperigheid na het eten, 1.
- 's Avonds vroeger dan gewoonlijk slaperig, 17.
- Slaperig na het avondeten, 1. [1440.]
- Slaperig 's avonds, onmiddellijk na het avondeten, met veel vermoeidheid, 1.
- Slaperig en zwak na het middagmaal, 1.
- Zeer slaperig in de voormiddag, na het lopen in de open lucht; slaapt enkele uren, waarin hij voortdurend droomt; het scheen alsof de dromen uitsluitend uit zeer belangrijke dingen hadden bestaan, hoewel bij het ontwaken alles was vergeten; hij ontwaakte door de slaap verkwikt (tweede dag), 1a.
- Zeer slaperig in de namiddag, 10, 17.
- Zo slaperig na het middagmaal dat hij zich ondanks dringende zaken nauwelijks wakker kon houden; in strijd met zijn gewoonte sliep hij een uur; daarna waren de klachten in het abdomen erger, 1.
- Zo slaperig na het middagmaal dat hij zich niet wakker kon houden; een uur slaap, wat zeer ongewoon was; na het slapen was de beklemming in de maag erger, 1.
- Neiging tot slaap, met zwakte in alle ledematen, in de voormiddag (derde en negende dag), 9.
- Veelvuldige neiging tot slaap rond het middaguur (na de eerste week); gedurende de eerste week slaap in de voormiddag, 2.
- Zij kon slapen tijdens het lopen en staan, 1.
- Noodzaak om vóór het middagmaal te slapen, soms geheel onweerstaanbaar; deze slaap deed hem goed (gedurende de eerste drie weken), 2. [1450.]
- Valt vroeg in de avond in slaap, 10.
- Slaapt vast en verkwikkend, ook al ontwaakt hij met een onprettig gevoel, 2.
- Goede slaap, met levendige dromen, zonder zaaduitstortingen (na een dosis om 4 P.M.), 9.
- Slaapt de volgende morgen langer dan gewoonlijk, 4, 7.
- Zij ligt voortdurend te sluimeren, als verdoofd, nadat de pijnen zijn afgenomen, 1.
- Slapeloosheid.
- Aanhoudende slapeloosheid; zeer uitgeput (beet).
- *Levendig en lange tijd klaarwakker, 's avonds, 1.
- 's Avonds zeer klaarwakker en spraakzaam, slechts enigszins gestoord door pijn in de rug (tweede dag van de tweede proving), 1a.*
- De ene avond denkt hij niet aan slapen, de volgende avond overweldigende slaperigheid, 1a.
- Zeer klaarwakker vóór middernacht (eerste dag), 1a. [1460.]
- Laat inslapen, 1.
- Moeilijk inslapen gedurende een week, 1.
- Hij was verscheidene malen niet in staat in slaap te vallen; gedurende de derde week, 2.
- Nadat hij slaperig naar bed is gegaan, is hij niet in staat in slaap te vallen; wordt klaarwakker (eerste dag), 1a.
- Gaat wegens vermoeidheid vroeg naar bed; de benen en knieën voelen beurs aan; toch is hij volstrekt niet in staat in slaap te vallen, omdat hij de juiste houding niet kan vinden; alles schijnt druk op nek en keel te veroorzaken (eerste dag), 1a.
- Hij kan niet slapen wegens innerlijke onrust; het abdomen en de borst lijken gezwollen ; hevige pijn in de borst, zodat hij niet durft toe te laten dat er iets op de borst rust, 7.*
- Onrustige slaap, 2.*
- Onrustige slaap en veel dromen, met angst, 4.
- Onrustige slaap, zware ochtendslaap; hij staat met tegenzin op (curatieve werking), 2.
- De slaap 's nachts onrustig, met matig zweet, catarrh, hoest, uitslag, 7. [1470.]
- De slaap zeer onrustig; bij het opstaan 's morgens zwakte door het hele lichaam, vooral in de armen en voeten; na een slechte slaap staat zij minder uitgeput op dan na een goede slaap, 7.
- Kinderen slapen zeer onrustig, woelen heen en weer, kreunen en jammeren, 7.*
- Gedeeltelijke slaap, vol dromen, 1.
- Wordt 's morgens zeer vroeg wakker nadat hij de vorige avond laat was ingeslapen (eerste dag), 1a.
- Wordt 's morgens zeer vroeg wakker en voelt zich goed, 1.
- Hij werd 's nachts omstreeks 1 of 2 uur wakker; de slaap was zo licht dat hij alles hoorde; en vanaf dat moment tot de morgen was hij niet meer in staat opnieuw in slaap te vallen; daarbij werd hij gemakkelijk prikkelbaar en wantrouwig, zonder eetlust voor brood, 7.
- Hij schrok wakker van iets onbeduidends, 1.*
- Dromen.
- Dromen tijdens de slaap in de voormiddag, 1.
- Voortdurend dromen 's nachts, vaak wakker worden, en dan weer indommelen en dromen (derde dag), 1a.*
- Veel dromen, hoewel hij zeer vroeg wakker werd (vijfde dag), 1a. [1480.]
- De hele nacht veel dromen, en ook op andere nachten, met vaak wakker worden, hoewel hij zich 's morgens goed voelt, 1a.
- Dromen, met mentale activiteit en gedachten, en over de vele gebeurtenissen van de dag, 1.
- Zeer ongewoon vrolijke, geestige dromen tijdens het middagdutje (tweede dag), 1a.
- Poëtische dromen vol invallen tijdens het middagdutje, 1a.
- Elke nacht dromen met gepeins ; pas na twee weken enigszins verminderd (zevende dag), 1a.
- Dromen de hele nacht over de gebeurtenissen en zaken van de dag, 17.
- Dromen voortdurend en vermoeiend, met vaak wakker worden gedurende de hele nacht; toch ontwaakt hij vroeg en staat verkwikt op (eerste dag, tweede proving), 1a.
- Na het dutje in de voormiddag lijkt het hem alsof hij voortdurend heeft gedroomd over zeer belangrijke dingen, die bij het ontwaken vergeten waren (tweede dag), 1a.
- Overdag herinnert hij zich voor het eerst zijn dromen (het lijkt hem alsof hij over alles had gedroomd wat hem overkwam, en ook over meer dat toen vergeten was), (zevende en volgende dagen), 1a.
- Liefdesdromen, 1a, 9. [1490.]
- Wellustige, walgelijke dromen de hele nacht (zesde dag), 1a.
- Droom met zaaduitstorting, telkens gevolgd door enkele onaangename gevolgen, 2.
- (Angstige droom, zodat zij 's morgens geheel vermoeid was), 1.
- Veel dromen over zijn huis, met een angstig gevoel alsof hem iets kwaads was overkomen; slaap onrustig, 4.
- Dromen dat hij van diefstal werd beschuldigd; van een hooghartige graaf, op wie hij vastbesloten is wraak te nemen, en daarom heeft hij messen gereed liggen om er gebruik van te maken wanneer de graaf komt en zich onbeschoft toont, 17.
- Droomde dat iemand die hem zeer dierbaar was, gestorven was; hij ontwaakte huilend; keek om zich heen in de overtuiging dat hij diens geest zou zien; zonder vrees te ervaren, 2.
- In zijn droom heeft hij een intrigant karakter (wat in wakkere toestand geenszins het geval was), 1.
KOORTS
- Rillerigheid.
- Kouwelijk, lusteloos en uitgeput; hij was genoodzaakt plat op de grond bij de haard te gaan liggen, waardoor hij zich beter voelde, 1.
- Zeer hevige algemene koude, met scheurende pijnen en opzetting van het abdomen, 6.
- Eens 's avonds hevige koude, met klappertanden en een gevoel als bij trismus, 13. [1500.]
- Een koortsrilling, met dorst en pijn in het voorhoofd, 's avonds, 6.
- Algemeen gevoel van koude, met koudheid en verlangen naar het vuur, 3.
- Zij was genoodzaakt de hele dag te liggen wegens koorts; koude zonder dorst, hitte of zweet; 's avonds enkele kleine pustels op de elleboog, die eerder aanwezig waren, gerijpt (tweede dag); herhaald (derde dag), 1a.
- Rillingen tijdens de hitte, 1.
- Afzonderlijke aanvallen van rillingen, 1.
- *Rillerigheid in de rug, beginnend in de lendenen, 5.
- Koudheid aan één zijde van het hoofd, 1.
- Gevoel van koudheid aan de linkerzijde van het hoofd en in het oor, die echter warm zijn (met tandpijn), 1.
- Het oor is koud bij de tandpijn; de hele zijde van het hoofd lijkt koud te zijn, hoewel zij warm is; uitwendige warmte verlicht, 1.
- Kort na inname een gevoel van koudheid in de maag, alsof een wisselkoorts die hij vroeger had gehad plotseling zou terugkeren, 7. [1510.]
- Koudheid in de maagkuil, afwisselend met hitte, 7.
- Koude kuiten en knieën, nu en dan alleen aan de linkerzijde, 2.
- Koude knieën, 2.
- Koud gevoel aan de rechterenkel (zevende dag), 5.
- Koude voeten, gevolgd door hitte en door pijn in de tenen, 2.
- Koude voeten, met suizen in de oren, 2.
- Koude voeten, met bewusteloosheid, die verdwijnt wanneer zij warm worden, 2.
- Koude voeten, met beklemming van de borst, 2.*
- Koudheid van de voeten elke dag, soms pijnlijk koud; waarna soms hitte volgt, 2.
- IJskoude voeten, 21. [1520.]
- Kruipen in de linker kuit, met koude voeten en ijskoude enkel, 2.
- Kruipen van de linker schouder naar het hoofd, 3.
- Kruipen langs de rug omhoog van de anus naar het hoofd, tijdens koorts, 5.
- Rillingen over de rug (eerste dag), 1a.
- Hitte.
- Een aangenaam gevoel van warmte 's avonds, noch inwendige hitte noch alleen in de huid, maar een gevoel als na een koud bad, of als na geslachtsgemeenschap (eerste dag), 1a.
- Onaangename warmte over het hele lichaam zonder transpiratie, 's avonds, 4. [In een koud klimaat en in een koude tijd van het jaar.]
- (Gevoel als van gloeiende hitte uit de huid op verschillende plaatsen, vooral in de namiddag), 1.
- Hittegevoel 's nachts, met onrustige slaap, 1.
- Het lijkt 's nachts te warm; slaap zeer onrustig, 1.
- Hitte als door bloedopwelling, met gevoeligheid van de keel, 3.* [1530.]
- Koortsige hitte, volheid van het hoofd, trekkende pijnen in enige tanden en in de aangezichtsbeenderen; ogen glanzend, wijzend op uitputting; met pijn in de knieën alsof zij verstuikt waren; de volgende dag koortsige hitte met dezelfde symptomen en bovendien prikkelbaarheid; gevoel in de lendenen alsof zij verstuikt waren; uiterst onrustig en onbehaaglijk; symptomen als bij een soort griep (influenza); tijdens de aanval bestond de expectoratie uit taai grijs slijm; de dag daarna enige catarrh zonder koorts, 2.
- Koorts; eerst veel dorst, daarna, na enige rillingen, aanhoudende hitte zonder dorst, waarbij hij bedekt wil zijn; en zo verscheidene aanvallen in de ochtend en overdag, vooral 's avonds; soms voorbijgaande transpiratie, 1. [Na verscheidene weken verlichtte China.]
- Een soort koorts die om 3 uur 's nachts begint; trekken van de tenen omhoog en aandrang tot stoelgang, met veelvuldige zachte ontlasting gedurende de hele tijd; daarna trekken in de rechterzijde en in de anus, zich uitstrekkend omhoog in de borst en boven de nierstreek, met enig warmtegevoel, tezamen met druk op de borst en zuchten (en een enkele dagen aanhoudende druk om het hart), gevolgd door rillerigheid en rekken, met enige dorst; schuddende rilling in de open lucht; daarna een kruipen van de anus omhoog in het hoofd, met dofheid, duizeligheid, suizen in de oren, verblinding voor de ogen, zwakte van de armen, kruipen en trekkingen in het vlees, zelfs in de ledematen; tezamen met gele kleur van het gezicht; vaak terugkerend, altijd na het innemen van azijn, 3.
- Aanhoudende koorts met droge huid, droge mond en aanhoudende dorst (beet).
- Hevige koorts elke avond, met verlies van eetlust en hoofdpijn; inwendige koude met uitwendige hitte; 's avonds grote koortsige hitte, die de hele nacht duurde, 7.
- Elke avond koortsig, hete handpalmen en hete nek, waarbij het wrijven door andere mensen uiterst weldadig is, 1.
- Een koortsige toestand steeds na het eten van azijn en zoute dingen, 5.
- Bloedopwelling, onrust, angst, druk op de borst; hevig, twistziek, humeurig, gedurende verscheidene dagen; hij spreekt onwillekeurig luider en duidelijker dan gewoonlijk; denkt helder en drukt zich goed uit, maar heeft geen geheugen; hoort of begrijpt niet wat anderen tegen hem zeggen (latere werking), 2.
- Onaangenaam nieuws veroorzaakt de hevigste bloedopwelling, toch is hij er tenslotte meester over, 2.
- Een gevoel van warmte, uitwendig aan de borst, als van een kachel, 9. [In een warm klimaat en in een warme tijd van het jaar.] [1540.]
- Gevoel van warmte in het onderste deel van de borst, aan de rechterzijde, alsof deze dicht bij een hete kachel was (één uur na de dosis, in de namiddag); na een half uur strekte het zich uit tot aan de axilla, duurde een half uur, met druk in de maagkuil, 9.
- Gevoel van blazende warmte in de huid van de borst, 1.
- Hitte in de oren, 2.
- Hitte van het gezicht, 8.
- Hitte in de maagkuil, afwisselend met koudheid, 7.
- Abdomen warm, 1a.
- Hitte in de nek, 1.
- Hitte in de handen, met catarrh, 7.
- Hitte in de voeten, volgend op koudheid, 2.
- Matige hitte in het hoofd en de handen, met neuscatarrh, 7. [1550.]
- De handpalmen, voetzolen en het abdomen zijn de hele avond zeer warm, met slaperigheid zonder te kunnen slapen, fantasierijke voorstellingen, gevoeligheid van de keel; kan de bedekkingen of het hemd niet verdragen (eerste dag), 1a.
- Vaak zeer hete handen en voeten, met vaak hevig scheuren in deze laatste, vooral 's avonds; zij weet niet waar zij haar voeten moet leggen om een koele plaats te vinden, 7.
- Branden in de handpalmen en voetzolen, 14.
- Lichte voorbijgaande opwelling in de borst, 7.
- Zweet.
- Zweet te gemakkelijk, 1.
- Zweet te gemakkelijk en te overvloedig, 1.
- Transpiratie 's nachts, met catarrh en hoest, 7.*
- Transpiratie, met braken van gal, in nachtelijke aanvallen, 9.
- Overvloedig zweet soms 's nachts; ook frequente zaadlozingen, 7.
- Overvloedige transpiratie, met vermeerderde, volle, harde pols, na matige inspanning, 's avonds; de voorgaande en volgende ochtenden was hij lichamelijk verslapt, 9. [1560.]
- Voorbijgaande transpiratie tussen de koortsaanvallen, 1.
- Overmatige transpiratie keert terug (zij was door andere middelen genezen), 1.
- Het hemd werd zwavelgeel bevlekt door de transpiratie op de rug, 1.
- Droge brandende huid, droge beslagen tong, aanhoudende dorst, kleine snelle pols, zwakke ogen (beet).*
- Transpiratie aan de voeten, 2.
- Buitensporig zweet van de voeten; de tenen zijn geheel nat, 's morgens in bed, 2.
- Zweet van de voeten zeer sterk verminderd; de voeten zijn warm, maar niet onaangenaam warm (latere werking), 2.
- Transpiratie op de rug die zwavelgeel bevlekt, 1.
- Sterk riekende transpiratie in de axillae, 4.
- Transpiratie in de axillae, riekend als knoflook, 1. [1570.]
- Handen onaangenaam droog, 3.
OMSTANDIGHEDEN
- Verergering.
- ( Ochtend ), Verward gevoel in het hoofd; *bij het ontwaken, duizeligheid; na het opstaan, duizeligheid; *duizeligheid ; pijn in het hoofd, enz.; *hoofdpijn in de voorhoofdswelving; scheurende pijn in het voorhoofd; na het ontwaken, zwaar gevoel in het achterhoofd; verstopping van de neus; na het opstaan, klachten in de keel, enz.; druk in de maagkuil; onmiddellijk na het opstaan, pijn dwars over de navelstreek; jeuk in de anus; *na de slaap, droge, prikkelhoest ; bij het opstaan, *zwakte van het hele lichaam; *zwakte in alle ledematen; *lichamelijke en mentale uitputting ; na het ontwaken, beurs gevoel.
- ( Namiddag ), Bloedaandrang naar het hoofd, enz.; de symptomen, 5 ; gevoel van warmte.
- ( Avond ), De symptomen, 1a, 3 ; de ogen schenen dikker; na thee; schrapen van slijm uit de keel; *gevoeligheid van de keel ; pijn diep in de keel *; bij het gaan liggen, pijn boven in de keel; *verlangen naar oesters ; oprispingen, enz.; kokhalzen, enz.; om 6 uur krampen, enz., in de maag; stekende pijn in de linkerzijde van de buik; *diarree; hoest ; bij het gaan liggen, hoest, enz.; droge hoest; vanaf ongeveer 9 uur, nerveuze hoest; na het gaan liggen, beklemming op de borst; pijn in het schoudergewricht; pijn in de polsen, enz.; tijdens het zitten, pijn in de onderste ledematen; scheurende pijn in de voeten; koude rilling; koorts.
- ( Nacht ), Verlicht door extra warmte en door op de rechterzijde te liggen; oorpijn in het rechteroor; druk in de maag; aandrang om te urineren; korte hoest *; droge, prikkelhoest ; in de slaap, reutelende ademhaling; pijn op de borst; brandend gevoel op de borst; warmte; transpiratie, enz.
- ( Open lucht ), Duizeligheid; *kriebelhoest.
- ( Vochtig weer ), Prikkelhoest.
- ( Drinken ), *Zwelling in de keel ; hoest.
- ( Eten ), Jeuk in de neus; borende pijn in een holle tand; *stekende pijn in de tandwortels; druk in de maag , enz.; gevoeligheid van de borst; zwakte in de knieën; talrijke symptomen, 1.
- ( Vis ), Prikkelhoest.
- ( Rust ), De symptomen, 2 ; stekende pijn in de dij.
- ( Zitten ), *Behoefte aan diep ademhalen.
- ( Na de slaap ), *De symptomen, 1, 2; **stekende pijn in de tandwortels; hoest ; pijn nabij de schouder; stijfheid; beurs gevoel.
- ( Bukken ), Duizeligheid.
- ( Praten ), Prikkelhoest.
- ( ), Veroorzaakt klachten, 1a.
*droge, prikkelhoest.
- ( Azijn ), Koortsachtige toestand.
- ( Lopen ), Prikkelhoest; steken in de knie.
- ( Wijn ), De symptomen, 3 ; gevoel in het hoofd, enz.; pijn in de dijspieren.
- Verbetering.
- ( Open lucht ), Spannende pijn in het hoofd; druk in het voorhoofd.
- ( Koffie ), De symptomen, 5 ; jeuk in het oog, enz.
- ( Na het middagmaal ), Voelde zich beter, 22.
- ( Eten ), *Zwelling in de keel; *pijn in de keel.
- ( Druk ), Spannende pijn in het hoofd.
- ( Lopen ), Gevoel alsof verlamd.