Thuja. (Thuja Occidentalis.)
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Vergeetachtigheid, kon 's morgens bij het ontwaken een half uur lang nauwelijks tot zichzelf komen; niet in staat met het aankleden verder te gaan, moet voortdurend eraan herinnerd worden.
Maakt vergissingen bij het spreken, schrijven en kijken.
Bij het lezen of schrijven gebruikt hij verkeerde uitdrukkingen en laat woorden en lettergrepen weg.
Begint iedere zin opnieuw zonder die, ondanks alle inspanning van het geheugen, te kunnen voltooien.
Verdoofd gevoel in het hoofd; duizeligheid, een tollend gevoel, alsof men in een kring heeft rondgedraaid.
Kan niet denken, spreekt langzaam alsof hij naar woorden zoekt; gebruikt verkeerde woorden.
Geestelijke afgestomptheid met vrome dweepzucht; geen lust tot werken; angstige onrust, slapeloosheid, constipatie en onderdrukking van de menstruatie.
Zeer neerslachtig. θ Gonorroe.
Gevoel alsof het hele lichaam zeer dun en teer was en de geringste aanval niet kon weerstaan; alsof de samenhang van het lichaam zou oplossen. θ Chronische hysterie.
Vaste ideeën: alsof er een vreemde persoon naast hem was; alsof ziel en lichaam gescheiden waren; dat het lichaam, vooral de ledematen, van glas gemaakt is en gemakkelijk zal breken; alsof er een levend dier in het abdomen was; spreekt erover onder invloed van een hogere macht te staan.
Geestelijke zwakzinnigheid en verlies van spraak na vaccinatie; onrustige slaap, jengeligheid, korzeligheid; weent de hele dag; ogen staren wezenloos; incidenteel vloeit speeksel uit de mond; ziet eruit als een idioot.
Krankzinnige vrouwen dulden niet dat men hen aanraakt of nadert.
Nervositeit in zodanige mate dat de nadering van een vreemde haar plotselinge spiertrekkingen bezorgde; wanneer men haar aansprak, antwoordde zij met tranen en snikken; huid op de borst en aan de rechterzijde van het abdomen diepgeel.
Loopt in haar kamer in een kring rond; niet in staat het eenvoudigste werk te verrichten, zelfs het aankleden niet; vraagt niet om eten, moet eraan herinnerd worden het te nemen, wat zij zonder tegenzin doet; verscheidene oude wratten op de nek, en verscheidene later ontstane, zacht bij aanraking, als een lipoom en spits; prolapsus vaginæ; amenorroe.
Spreekt gehaast en slikt woorden in.
Verstrooidheid; vergeetachtigheid.
Gehaast, met slecht humeur; spreekt gehaast.
Spreekt zeer langzaam, en in monosyllaben.
Muziek doet hem wenen, terwijl de voeten beven.
Ongezind om te spreken, < 's morgens bij het ontwaken.
Geen lust om iets te doen, slecht humeur, boosheid.
Afkeer van iedere vorm van geestesarbeid.
Geestelijke depressie na de bevalling, doordat haar was verteld dat er een lichte ruptuur van het perineum was geweest; wordt stil; denkt dat zij moet sterven; kan niet slapen; heeft geen eetlust; mijdt mensen; antwoordt niet; schijnt een vraag niet te begrijpen; kan niet tellen; is voortdurend in zielsangst; wil uit het raam springen; bekommert zich niet om de kinderen of haar familie; staart voor zich uit; hydrogenoïde constitutie.
Zeer neerslachtig, droevig, prikkelbaar.
Uiterst uit zijn humeur; droevig en geneigd tot wenen.
Geestelijke onrust; mismoedig en neerslachtig; hartstochtelijk; levensmoe; nors; ontevreden; onstandvastig.
Uiterst nauwgezet in kleinigheden. θ Hysteralgie.
Slapeloosheid 's nachts; onrust en woelen; zielsangst die hem niet laat slapen; slaap vol dromen en opschrikken.
Gevoel alsof zij niet langer kan bestaan; stil, mijdt iedereen.
Walging van het leven; zeer slechtgehumeurd en neerslachtig.
Overprikkeld, twistziek; wordt gemakkelijk boos om kleinigheden.
Het kind is buitengewoon koppig.
SENSORIUM [2]
Duizeligheid: met gesloten ogen, houdt op bij het openen ervan; bij opstaan uit zittende houding; bij bukken, omhoog of opzij kijken.
Epileptische duizeligheid, droog haar en geribde vingernagels.
HOOFD, INWENDIG [3]
Scheurende pijn in voorhoofd, slapen en achterhoofd, < ’s nachts.
Drukkend gevoel in de kruin als van een spijker ; < ’s middags en van 3 tot 4 uur ’s nachts ; > bij beweging en na zweten.
Borende pijn door de slapen heen.
Hoofdpijn : < door seksuele excessen, oververhitting, te zwaar tillen ; > door beweging in de open lucht, omhoog kijken en het hoofd naar achteren draaien.
Hoofdpijn door thee.
Hevige stekende pijn door de linker slaap heen.
Voorbijgaande pijn in de kruin alsof het bot nabij de sagittale naad herhaaldelijk met een naald werd doorboord.
Hevige drukkende pijn in de streek van de kruin.
Gevoel in de kruin alsof een spijker van binnen naar buiten werd gedreven.
Gevoel in het rechter wandbeen en in de linker frontale verhevenheid alsof er een spijker werd ingedreven, verdwijnt bij druk.
Trekkende, stekende pijn in de linker slaapspier, < bij kauwen, > door aanraking.
Borende druk in het hoofd.
Ondraaglijke scheurende pijn in het hoofd jaagt hem ’s nachts uit bed en dwingt hem rond te lopen, < bij liggen.
Borende, stekende pijn in het hoofd en het rechter oog.
Afwisselend borende, stekende, knijpende, bliksemachtig doorborende hoofdpijn in het voorhoofd, in en boven de ogen en in de neusbeenderen.
Een trekkende, intermitterende pijn in de linker zijde van het voorhoofd.
Scheurende pijn in de rechter zijde van hoofd en gezicht, dwars over de neus, zich uitstrekkend naar het jukbeen, de tanden en over het oog heen, < ’s morgens en ’s avonds.
Hoofdpijn aan de linker zijde alsof een bolle knop op die plek werd gedrukt. θ Reumatische aandoeningen.
Hoofdpijn : vroeg in de ochtend ; alsof het hoofd uit elkaar werd geschroefd ter hoogte van het gewricht tussen jukbeen en bovenkaak ; alsof met een schok een spijker in de kruin werd gedreven ; alsof het voorhoofd eruit zou vallen.
Hevige nerveuze (anemische) hoofdpijn ; remitterende aanvallen na middernacht ; < bij het oprichten van het hoofd ; oogleden aangedaan ; kon van de hevige pijn niet spreken ; hartkloppingen ; braken, misselijkheid, oprispingen ; slapeloosheid ; overvloedige menstruatie.
Van 7 tot 9 uur ’s avonds, later tegen middernacht, hevige botpijnen in het hoofd, met slaap in de tussenpozen ; pijn < aan de zijkanten van het hoofd, als een cirkel eromheen vormend ; voortdurende druk van buiten diep naar binnen, alsof de botten aan stukken werden geslagen ; soms zijn de slagen zo hevig dat hij het uitschreeuwt ; gevoeligheid van de aangedane plekken voor aanraking, zelfs bij het kammen van het haar ; kan niet op het kussen liggen, vooral niet op de linker zijde ; > door het hoofd achterover te buigen, het met de handen samen te drukken en zonder de geringste beweging te blijven ; tijdens de aanvallen is het hoofd badend in transpiratie ; neus droog, verstopt ; gezicht rood, geïnjecteerd, algemene warmte van het lichaam ; harde ontlasting, met bloed om de derde dag ; urine laat een geel bezinksel na. θ Syfilitische hoofdpijn.
Pijnen in het hoofd zo hevig dat zij voortdurend schreeuwt ; verliest bijna het bewustzijn en is niet in staat te spreken ; pijn en braken < bij het overeind komen ; > in rust en in horizontale houding ; de aanval bereikt zijn hoogtepunt omstreeks middernacht ; de pijn verhindert dat de ogen sluiten, zij heeft bijna twee weken met nauwelijks enige slaap doorgebracht ; zwak en uitgeput ; overmatige menstruatie die te vaak optreedt en te lang aanhoudt ; voorhoofd, streek van de oren en ogen voelden alsof erin met messen werd gestoken en alsof messen scheurend door haar hersenen gingen ; kouwelijk ; hartkloppingen.
Neuralgie die van voren naar achteren trekt.
Hevige hoofdpijn, vooral ’s nachts ; scheurende pijn in voorhoofd, slapen en achterhoofd.
Hemicranie van sycotische oorsprong, < spoedig na middernacht.
Nerveuze, sycotische of syfilitische hoofdpijnen.
Meningitis : kinderen met sycotische of syfilitische belasting, eerder mager dan dik, geneigd tot huiduitslag die bij genezing paarse vlekken achterlaat ; de tanden worden spoedig zwart en verrotten aan het tandvlees ; de speekselklieren zwellen op ; spruw of ranula ; kwalijk riekende afscheiding uit de oren ; pijnlijkheid van penis of vulva en rond de billen ; vaak terugkerende diarree in de ochtend ; pijn in de linker regio iliaca ; foetide voettranspiratie ; onbedekte delen zweten, terwijl bedekte delen droog en heet zijn ; de ouders hebben een vette huid, wratten en moedervlekken, en verlangen naar zout.
Alles scheen op en neer te springen, < bij rechtop zitten of door lang te praten, of als zij de ogen sluit ; vrees dat zij het bewustzijn zal verliezen ; gezicht rood en voelt heet aan ; braakte thee, bitter als gal. θ Zonnesteek.
Hoofd, uitwendig [4]
Hoofdhuid gevoelig voor aanraking of voor de druk van het kussen; > bij wrijven; hevige brandende, scheurende, stekende pijnen, < in een warm bed; alsof geslagen; zeer gevoelig voor aanraking op de kruin.
Wil hoofd en gezicht warm ingepakt hebben.
Droge herpes op het hoofd, zich uitbreidend tot de wenkbrauwen; roos.
Witte, schilferige, afschilferende eruptie over de hoofdhuid, zich uitbreidend over voorhoofd, slapen, oren en hals. θ Pityriasis.
Witte, schilferige roos; haar droog en valt uit.
Tintelingen, bijtende en stekende prikkelingen, en jeuk in de hoofdhuid, > door krabben.
Gevoel in achterhoofd en slapen alsof er insecten waren.
Vochtige, invretende eruptie op achterhoofd en slapen; < door aanraking, > door wrijven.
Zweet dat naar honing ruikt, voornamelijk op onbedekte delen.
Aan de rechterzijde van de sutura sagittalis een ronde zweer, iets meer dan een duim in doorsnede, de randen licht verheven, maar over een afstand van een centimeter hard; de bodem bedekt met een matgrijze laag die sereuze, foetide etter afgaf; scherpe, schietende pijnen, < 's avonds en gedurende de nacht; was enkele jaren tevoren voor het eerst verschenen in de vorm van een grote tuberkel die bijna onmiddellijk openbrak en de huidige vorm aannam; bleekheid van het gezicht; frequente hoest, gevolgd door overvloedige opgave van schuimig slijm; vermagering; grote vatbaarheid om kou te vatten.
Haar dun, groeit langzaam, splijt.
ZIEN EN OGEN [5]
Lichtvlammen, meestal geel; bij het kijken in het daglicht ziet men vlekken als flessen met water die bewegen; gekleurde lichtflitsen; wolken en strepen (muscæ volitantes); flikkeringen; een lichtende schijf, glanzend als een glimworm; lichtstrepen of vonken die neerwaarts gaan, aan één zijde van het oog gezien in de schemering, terwijl zij bij daglicht als donkere druppels verschijnen.
Dubbelzien.
Voorwerpen lijken kleiner (voor het rechteroog).
Bij het kijken in het daglicht ziet men witte vlekken als flessen met water die zich bewegen.
Neveligheid of verduistering van het zien met verwijding van de pupillen; branden van de oogleden.
Bijziendheid.
Wazig zien als door een nevel voor de ogen; druk erin alsof zij uit het hoofd gedrukt zouden worden, of alsof zij gezwollen waren.
Wazig zien in de open lucht als door een sluier, zowel voor nabije als verre voorwerpen, met verwardheid in het hoofd.
Zwakke ogen; druk alsof er fijn zand in zit.
Amblyopie met wazig zien, > door wrijven, zwarte vlekken en heldere vonken voor de ogen; doffe zeurende pijn boven het oog tot in het achterhoofd, met misselijkheid.
Gevoel van droogheid, branden of van zand in de ogen.
Branden en steken in ogen en oogleden, met injectie van de cornea.
Een pijnlijke steek door het midden van het linkeroog, beginnend in het midden van de hersenen.
Scheurende pijn in de linkerwenkbrauw, verdwijnend na aanraking.
Zeurende pijn boven het rechteroog.
Hitte en droogheid in de linker buitenooghoek, alsof die zou ontsteken.
Aanhoudende zeurende pijn in het oog, < in fel licht.
Kwaadaardige blennorroe, leucoflegmatische constituties; altijd kouwelijk.
Beter wanneer de ogen warm bedekt zijn; als zij onbedekt zijn, voelt het alsof een koude luchtstroom erdoor naar buiten blies.
Grote wratachtige excrescenties op de iris met scherpe, stekende pijnen in het oog, < 's nachts, > door warmte; hitte rond het oog en aan de zijde van het gezicht, scheurende pijn boven het linkeroog, injectie van de sclerale en conjunctivale vaten, gevoel van fijn zand onder de oogleden, tranen blijven in de ogen staan, oogleden gezwollen en verhard. θ Syfilitische iritis.
Ontsteking van de cornea; ulceraties van syfilitische oorsprong; hypopyon.
Ontsteking van de cornea met overmatige fotofobie; is zeven jaar lang in een donkere kamer gehouden; haar droog, broos, kort en valt uit; 's nachts slapeloos; tegen de ochtend sluimer, met vele dromen; geen appetijt; bleek, grijsachtige kleur van het gezicht; elke namiddag om 4 uur een schuddende koude rilling, gevolgd door hitte en dorst; aandrang om te urineren; vele dromen. θ Chronische keratitis na vaccinatie.
Vasculaire tumor van de cornea, die bijna twee derde van haar binnenoppervlak bedekte.
Kleine bruine vlekken op de cornea; fotofobie.
Episcleritis; sclero-choroiditis; staphyloma.
De sclera wordt week ten gevolge van uitbreiding van de ontsteking van cornea en iris; drukgevoeligheid van de oogbol; lichtintolerantie; algemene cachectische toestand, hetzij scrofuleus hetzij syfilitisch; langdurige ontbering van frisse lucht. θ Scleritis.
Congestie van de sclerale conjunctiva.
Bloeddoorlopen ogen, vooral in de open lucht; de tranen vloeien niet, maar blijven in het oog staan.
Het oogwit is bloedrood.
Dermoïde zwellingen in de conjunctiva; poliepen; carcinoom.
Grote fotofobie; telkens als hij ademt, lijkt het alsof koude lucht in en uit zijn ogen stroomt; daarom moet hij ze zeer warm bedekken. θ Ophthalmie.
Ophthalmia neonatorum.
Congestie van de conjunctivale bedekking van de sclerotica sinds de kinderjaren; lichte prurigo.
Conjunctivitis na vaccinatie; kinkhoest; schaarse urine.
Chronische catarrale conjunctivitis, granulatien groot, als wratten of blaasjes, met branden in de oogleden; < 's nachts; overmatige fotofobie.
Chronische gevallen van grote phyctenulen van de conjunctiva, zeer langzaam voortschrijdend, niet wijkend voor behandeling, en duidelijk het subconjunctivale weefsel betrekkend.
Kleine bruinachtige vlekken op de cornea; fotofobie; waterachtig purulente otorroe; ontevreden over alles, twistziek; slaap verstoord door angstige dromen; na de slaap ellendig, knorrig; zuchtende inademingen; haar groeit langzaam, spuugt spits; dikke buik; dikke bovenlip met een tumor in haar parenchym ter grootte van een erwt, die groter wordt bij kou vatten; insectensteken veroorzaken ontsteking van de huid. θ Chronische ontsteking van de ogen en otorroe na vaccinatie.
Droge zemelachtige uitslag op de oogleden, vooral rond de cilia; wimpers onregelmatig en onvolledig uitgegroeid; schilfers die de huid bedekken zeer fijn; ogen zwak en waterig. θ Tinea ciliaris.
Exophthalmus ten gevolge van een tumor achter de oogbol (verlicht).
Fungueuze tumor in de orbita.
Verkleven van de oogleden 's nachts.
Gevoel alsof de oogleden gezwollen waren en alsof er een vreemd lichaam in het oog zat.
Branden en steken aan de randen van de oogleden, 's avonds.
Inflammatoire verweking van de binnenoppervlakte van de oogleden.
Ontsteking van de oogleden; zij lijken verhard.
Strontjes en tarsale tumoren; chalazia, dikke, harde knobbels.
Verrucae en tumoren die op kleine condylomata lijken.
Granuleuze oogleden, de granula groot, wratachtig.
Epithelioom van het linkeronderooglid; twee gevallen, het ene van acht maanden, het andere van drie jaar bestaand.
GEHOOR EN OREN [6]
Binnenoor voelt gezwollen aan ; slechthorendheid.
Geruis in het oor als van kokend water.
Kraken in het linkeroor bij het slikken van speeksel.
Steken vanuit de nek in het oor.
Chronische otitis media ; waterige of purulente afscheiding, ruikt als verrot vlees ; granulaties in het middenoor, gelijkend op condylomata ; poliepen.
Opening van de linker gehoorgang afgesloten door een poliep, van de framboos-cellulaire variëteit, bleekrood van kleur, bloedt gemakkelijk bij aanraking met de sonde ; bij het losmaken van de randen van de rand van de gehoorgang kwam veel slijmetter tevoorschijn ; doofheid ; schietende pijnen.
REUK EN NEUS [7]
In de neus een geur als van vispekel of zuur bier.
Coryza, buiten vloeiend, in de kamer droog; heftig, plotseling.
Hinderlijke droogheid en gevoeligheid van de neus.
Pijnlijke druk aan de neuswortel.
In het rechter neusgat een gevoel van gevoeligheid of ulceratie, < door druk; zwelling en induratie van de linker neusvleugel met spannende pijn.
Ulceratie een halve inch binnen in de neus, waar zich een korst bevindt.
Afscheiding van onaangenaam ruikend purulent slijm uit de neus.
Snuit veel dik, groen slijm uit, vermengd met bloed en etter; later vormen zich bruine korsten; neus gevoelig; rode eruptie op de neusvleugels, vaak vochtig.
Pijnlijke korsten in de neusgaten.
Chronische catarrh na mazelen, scarlatina, variola.
Vaak bloed uit de neus snuiten.
Een rode jeukende plek, pijnlijk gevoelig bij aanraking, in een kloof van de rechter neusvleugel.
Neus rood en heet.
Rode eruptie op de neus, soms vochtig.
Erupties op de neusvleugels.
Zwelling en induratie van de neusvleugels.
Wratten op de neus.
Lupus exedens op het neusgat (verbeterd).
Bovenste gelaatshelft [8]
Gezicht : rood en heet, met een fijn netwerk van haarvaten ; scherp begrensde brandende roodheid van de wangen ; opgeblazen, waterzuchtig, erysipelateus ; huid heet en rood, laat bij het wassen los ; bloedvaten op de slapen uitgezet ; lichtbruine vlekken, sproeten ; rode nodositeiten op de slapen ; eruptie laat livide vlekken achter ; schurftachtige eruptie ; transpiratie, vooral aan de zijde waarop hij niet ligt ; waterzuchtig opgezet.
Oedemateuze erysipelateuze zwelling van het gezicht.
Aangezichtspijn die ontstaat in het linker jukbeen, dicht bij het oor, zich via de tanden uitbreidt naar de neus, via de ogen naar de slapen en tot in het hoofd ; pijnlijke plekken, branden als vuur en zijn zeer gevoelig voor zonnestralen.
Rechtszijdige aangezichtspijn, na onderdrukking van een eruptie op het oor, met achterblijvend verdoofd gevoel.
Neuralgie van de nervus trigeminus na onderdrukte gonorroe of eczeem van het oor.
Borende pijn in het linker jukbeen, > door aanraking.
Hevig stekende pijn tussen het linkeroor en de jukboog.
Prosopalgie sedert twaalf jaar na onderdrukking van een eczemateuze eruptie op het oor ; overdag pijnaanvallen om de vijf tot zes minuten, zeer heftig maar van korte duur, 's nachts minder vaak ; de pijn begint rond de lippen en het tandvlees, verspreidt zich vandaar over de gehele rechterzijde van het gezicht, die congestief is, en wordt gevolgd door een gevoel van spanning en verdoofdheid.
Bijna voortdurende verschrikkelijke neuralgie in de linker gelaatshelft, ter hoogte van het jukuitsteeksel en het jukbeen.
Algemeen ziektegevoel, zwakte in de ledematen, verlies van eetlust, slapeloosheid met onrust, melancholie en onvermogen om te werken ; rilling in de ochtend ; droogheid van de mond, dorst ; de rilling keerde terug aan het einde van de dag ; pijnlijke stijfheid van de nek ; zwelling van de halsklieren ; een puistje midden in de rechterwenkbrauw, kegelvormig, hard en rood ; hoort met moeite ; schietende pijn in het linkeroor ; epheliden in het gezicht ; verlies van smaak ; scheurende pijn in het abdomen, < lopen ; nadat de tuberkel was opengegaan, vertoonde deze de volgende dag een grijsachtige bodem, verheven randen, waarvan de verharding zich bijna een centimeter buiten de opening uitstrekte ; hevige schietende pijnen in de zweer, uitstralend naar de neuswortel en de binnenooghoek ; tegen de avond rilling met klappertanden ; gevoel van ijzige koude over de gehele lengte van de wervelkolom ; slapeloosheid ; grote neerslachtigheid en moedeloosheid.
Tumor op de wang.
Grote, harde, donkergekleurde wrat met brede basis op de wang van een dame, sinds verscheidene jaren bestaand en de laatste tijd snel in omvang toenemend.
ONDERSTE GEZICHTSHELFT [9]
Bovenlip gevoelig.
Lippen bleek, gezwollen, afschilferend.
Op de bovenlip een verheven, rode, hevig jeukende plek.
Trekkingen van de onderlip, en hier en daar ook op plaatsen van de huid.
Rukkend gevoel in de bovenlip nabij de mondhoek.
Puistjes op de lippen en de kin.
Een wrat op de bovenlip; groeide op een steeltje en spleet, wanneer men haar liet doorgroeien, in drie of vier harde, hoornachtige delen.
Dikke bovenlip, met een erwtgrote tumor in haar parenchym, die groter wordt bij kou vatten.
Kraken van het kaakgewricht.
Witte, vlakke zweren aan de binnenzijde van de lippen en in de mondhoeken.
Fungus op de linker onderkaak, paarsachtig en gemakkelijk bloedend, gesteeld, sterker ontstoken bij vochtig weer; uitslag als zoster rond de buik.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Tanden : bederf aan de wortels (zoals bij sycose), terwijl de kroon gaaf blijft; verkruimelen, worden geel.
Knagende pijn in de tweede linker onderpremolaar, die tot dicht aan het tandvlees was aangetast; opwinding deed de pijn verdwijnen; > door druk van de hand; < in bed; zij breidde zich uit over het linker voorhoofd en in de linkerzijde van de hals.
Een vrouw, æt. 72, aangezichtspijn, met veel gevoeligheid na de pijn; in aanvallen, met een tussenpoos van een uur, gedurende twee maanden; niet in staat te kauwen; de zijkant van het gezicht gevoelig en bonzend wanneer zij erop ligt; de pijnen breiden zich uit over de gehele rechterzijde van het hoofd en schieten, wanneer zij hevig zijn, naar de tegenoverliggende zijde; < in een koude of zeer warme kamer; durft zich niet in de tocht te begeven; tanden bedorven, de pijn schiet daarvan omhoog; de pijnen komen plotseling en verdwijnen even plotseling, schieten soms in het oor; pogingen om te lezen of na te denken lokken de pijn uit. θ Neuralgische alveolaire periostitis.
Tandpijn door het drinken van thee.
Tandvlees gezwollen, ontstoken, streepsgewijs donkerrood.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Smaak: zoet; 's morgens naar rotte eieren; voedsel lijkt niet zout genoeg; van brood, alsof het droog of bitter was.
Bijt vaak op de tong.
Brandend gevoel en roodheid van de punt van de tong, vaak bedekt met pijnlijke puntjes; pijnlijk gevoelig bij aanraking.
Een pijnlijke zweer aan de linkerrand van de tong, later aan de rechter.
Kleine witte blaasjes op de tong, lijkend op miliaria.
Een witte blaar aan de zijkant van de tong, dicht bij de wortel, pijnlijk gevoelig.
Zweer van rondachtige vorm onder de tong bij een kind, na vaccinatie; de rand bestaat uit een aantal puntige condylomata, die met een fijne sonde van elkaar konden worden gescheiden.
Tong gezwollen, < rechterzijde.
Spataderen onder de tong, overal overmaat aan veneusheid, vooral in de keel.
Ranula, blauwachtig, omgeven door spataderen.
Halfdoorzichtige, geleiachtige tumor, blauwachtige tumor ter grootte van een kleine walnoot, aan de wortel van de tong, linkerzijde, pijnloos, zacht; spraak belemmerd, voor het eerst negen maanden geleden opgemerkt; kreunt veel in haar slaap; heeft neiging tot zwelling van de klieren van de nek; lichte zwelling van de schildklier. θ Ranula.
MONDHOLTE [12]
Aften; zweren in de mond.
Mondholte alsof zij vol blaren zit, of alsof zij verbrand is.
Vlakke witte zweren aan de binnenkant van de lippen en in de mondhoeken.
Tijdens het kauwen wordt de mond zeer droog.
In de linker onderkaak, ter plaatse van de eerste molaar, een sponsachtige woekering, paarsachtig, bloedde gemakkelijk; vader sycotisch; de woekering < bij vochtig weer; uitslag als zoster rond het abdomen.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Roodheid in de fauces.
Erosies in de fauces met mukeuze tuberkels.
Verdacht uitziende zweren in de keel.
Keel droog en ruw.
De keel voelt rauw en droog aan, alsof er een prop in zit, of alsof zij bij het slikken vernauwd is.
Schrapen van de keel van taai slijm dat moeilijk loskomt.
Slikken pijnlijk, vooral van speeksel.
Een gevoel van opwaartse druk in het zachte gehemelte. θ Catarrh.
Difterie.
APPETIJT, DORST. VERLANGEN EN AFKEER [14]
Sterk verlangen naar eten wisselt af met gebrek aan appetijt.
Geen appetijt. θ Mentale neerslachtigheid.
Dorst, vooral 's nachts ; verlangt naar koud voedsel en koude dranken.
Afkeer van vers vlees en aardappelen.
ETEN EN DRINKEN [15]
Nadelige gevolgen van bier, vet, zuren, zoetigheden, tabak, thee, wijn en uien.
Voelt zich al onwel na zelfs maar weinig gegeten te hebben.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Oprispingen : ranzig of scherp ; van lucht, tijdens het eten ; geven onmiddellijk verlichting.
Het opgeven van grote hoeveelheden zuur vocht.
Braken van slijm of van olieachtige, vettige stoffen.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Samentrekking van het epigastrium; pijn.
Dranken vallen hoorbaar in de maag; zij komen met een borrelend geluid binnen.
Maagkuil gezwollen, gevoelig.
Verhardingen in maag en buik.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Steken in de hypochondrieën, nu rechts dan links.
ABDOMEN EN LENDEN [19]
Spanning in het abdomen ; druk in de hypogastrische streek.
Stekende pijn in het abdomen als van naalden, alleen tijdens het zitten.
Snijdende pijn in de onderbuik.
Aanvallen van pijn die in de linkerzijde beginnen, soms doortrekken naar de linkerzijde van de rug, bij het ontwaken in de ochtend ; wanneer zij zich begint te bewegen, voelt het vlees daar alsof het van de beenderen gescheurd wordt ; licht > door oprispingen, hoewel de oprispingen krampen over de milt en rond de maag veroorzaken.
Bovenste deel van het abdomen ingetrokken.
Abdomen groot, vooral na het eten.
Opzetting door winderigheid ; gerommel ; gekwaak en geborrel ; alsof er een dier in het abdomen huilde.
Lozing van winden zonder geluid.
Gevoel alsof er iets levends in het abdomen zit.
Beweging, alsof er iets in de onderbuik is, als een duwen van de buikspieren door de arm van een kind, zonder pijn.
Een plotseling opschietend, springend gevoel in de rechter regio iliaca alsof er iets levends was.
Abdomen opgezet, groot, puilt hier en daar uit, alsof door de arm van een foetus ; bewegingen daarin alsof het iets levends bevatte (bij oude vrijsters).
Ileus ; krampachtige strictuur, gevoel alsof iets levends naar buiten duwde.
Ileus in het rechter onderste deel van het abdomen, aanhoudend gedurende twee weken ; zweet alleen op de onbedekte delen, terwijl de bedekte delen droog en heet waren. θ Typhlitis.
Nadat de navelstreng was afgevallen, was de navel vochtig gebleven, en toen het kind zeven dagen oud was, vertoonde het aan de navel een zwelling ter grootte en met het uiterlijk van een framboos.
Gevoeligheid van de navel.
Pijnlijke zwelling van de liesklieren.
Steken in de liesklieren.
Neiging tot breuk aan de linkerzijde na de bevalling ; voeten pijnlijk en gezwollen.
Zuigelingenbreuk aan de linkerzijde ; liesbreuk, het kind huilt voortdurend en is alleen rustig wanneer de linker liesstreek van druk wordt verlicht of wanneer het dijbeen op het abdomen wordt gebogen.
Herpes zoster ; zona.
Gelige of bruinige vlekken op het abdomen.
Hemorroïdale koliek.
Invaginatie van de darmen.
Dikbuikigheid.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Diarree : dagelijks 's morgens na het ontbijt ; met koliek ; < na eten ; waterig, pijnloos ; helder geel, waterig, stroomt eruit met veel gas, alsof de kurk uit een volle kruik werd getrokken, overmatige uitputting, korte en moeilijke ademhaling, angst, intermitterende pols, acute drukkende pijn in de rug tegenover de maagkuil met een gevoel alsof daar geen bloed kon circuleren, snelle verdwijning van vet ; terugkerend op hetzelfde uur ; chronisch, te herleiden tot vaccinatie ; cholera morbus ; cholera infantum.
Ontlasting : bleekgeel, waterig, overvloedig, met kracht uitgedreven met veel luidruchtige winden ; met bloed ; olieachtig of vettig ; gegorgel als water uit een spongat.
Bij dunne ontlasting gevoel in het rectum alsof kokend lood erdoorheen ging.
Ontlasting grijs, bruin, stinkend ; grote dorst, opgezet abdomen ; prikkelbaar, humeurig ; haar groeit zeer langzaam, is dun en stijf ; slechte eetlust ; ontvelling in de liesstreek en aan de opening van de voorhuid ; soms zeer frequent urineren. θ Diarree.
Kind van 7 weken oud, sinds de geboorte diarree ; twee weken geleden begon de ontlasting waterig, gutsend en geel te worden, zodat alles doordrenkt werd ; moeder sycotisch.
Bleke, gele, waterige ontlasting, met kracht uitgedreven, overvloedig, sterk gerommel in de darmen ; sijpelde tijdens de slaap uit de anus ; grote zwakte na de ontlasting met aanvallen van slapte ; verlies van eetlust, benauwde ademhaling ; drank rolt hoorbaar de maag in.
Verergering : 's morgens ; na het ontbijt ; na koffie ; na vet voedsel ; na uien ; na vaccinatie ; periodiek terugkerend op hetzelfde uur.
Vóór de ontlasting : gerommel van winden.
Tijdens de ontlasting : lozing van veel luide winden.
Na de ontlasting : zwakte ; herhaalde vergeefse aandrang.
Vergeefse aandrang tot ontlasting met erecties.
Een jongen van 4 jaar, twee jaar geleden gevaccineerd, sindsdien ziekelijk ; aandrang tot ontlasting en urineren tegelijk met grote pijn bij het lozen van feces en urine, onderdrukt de aandrang zo lang mogelijk ; feces wit ; oxyuris vermicularis ; bleek gezicht ; dikwijls neerslachtig.
Constipatie : ontlasting in harde ballen ; hardnekkig, door inactiviteit of invaginatie ; ontlasting groot, hard, met bloed bedekt ; harde, dikke en knoestige ontlasting ; hard, gevolgd door zachte ontlasting ; ontlasting vertraagd en onvoldoende.
Hevige pijn in het rectum die de passage verhindert, stinkende transpiratie rond de anus en op het perineum.
Extreme constipatie sinds verscheidene jaren ondanks een actief leven op het platteland ; menstruatie normaal ; prikkelbaar, gemakkelijk geprikkeld ; verlangen naar zout ; handen en voeten koud ; ontlasting groot en zeer hard ; heeft zelden overvloedige waterige ontlasting gehad.
Brandende gevoeligheid in de anus die de hele dag aanhoudt.
Veel winderigheid, moeilijk uit te drijven, de anus voelt vernauwd aan, opgesloten winden onder de rechterzijde van het diafragma. θ Reumatische koorts.
Steken van het rectum naar de blaas.
Tijdens geconstipeerde ontlasting : telkens slechts een kleine hoeveelheid ontlasting, met pijn in de anus alsof die uit elkaar zou springen ; grote moeite bij het lozen van de ontlasting, alsof de anus vernauwd was (hard, gevolgd door zachte ontlasting) ; hevige pijnen in het rectum dwingen tot staken van het persen op ontlasting, vooral bij aambeien ; afvloed van prostaatvocht.
Na geconstipeerde ontlasting : herhaalde vergeefse aandrang.
Een stoelgang om 6 uur 's avonds, met daaropvolgend branden in de anus, en kort daarna een herhaalde afscheiding van slijm, vergezeld van zeer hevige steken in het rectum, in de richting van een lijn van de anus naar het sacrum.
Pijnlijke vernauwing van de anus bij bijna elke ontlasting.
Branden in de anus.
Duidelijke hevige steken van de anus naar de streek van het linker darmbeen.
Stekende pijn in de anus.
Afzonderlijke voorbijschietende, zeer pijnlijke steken in de anus, als van een fijne naald, tijdens het zitten.
Jeuk in de anus.
Schrijnen in de anus tussen de stoelgangen door.
De anus werd gevoelig na een slijmerige afscheiding, alsof de huid daar gebarsten en gesprongen was.
Gevoel van gevoeligheid in de anus.
Pijn in de anus < door beweging.
Aambeien : tijdens de ontlasting zijn de pijnen zo hevig dat zij moet ophouden ; branden hevig tijdens het lopen ; anus gespleten ; gevoelig bij aanraking ; met condylomen ; branden, jeuk, drukkend.
Twee gevallen van perineale fistel.
Twee gevallen van blinde uitwendige fistel ; bloemkoolachtige uitwas aan de rand van de anus ter grootte van een kwart dollar, en stinkende transpiratie rond de aangedane delen.
Fistula ani.
Brandende pijn in het perineum, waarvan de raphe duidelijker uitstak dan gewoonlijk, en op een duim afstand van de anus verscheen een knobbeltje ter grootte van een erwt, dat gedurende drie dagen toenam, vochtig werd, bij het lopen schraalde, en daarna van dag tot dag kleiner werd en in ongeveer tien dagen verdween.
Rode vlekken aan de anus als vijgenwratten.
Knoestige zwelling en ontvellingen op het perineum.
Condylomen aan de anus.
Anus gespleten, pijnlijk bij aanraking, vaak met wratten, soms omgeven door een enorme hoeveelheid platte, vochtige, slijmerige tuberkels of condylomen, vooral bij syfilitische personen.
URINEWEGEN [21]
Nieren ontstoken ; voeten gezwollen.
Diabetes.
Steken naar de blaas vanuit het rectum.
De blaas voelt verlamd aan, heeft geen kracht om de urine uit te drijven.
Pijn in de blaasstreek, met pijnlijk optrekken van de testikels.
Hevig branden in de blaasbodem.
Een schokkende, wellustige mierenkruiping in het voorste deel van de urinebuis.
Gevoel alsof er vocht naar voren door de urinebuis loopt ; de opening van de urinebuis is afgesloten door een slijmerige vloeistof, een sereuze vloeistof of een propje slijm.
Vaak optredende, haastige aandrang om te urineren.
Genoodzaakt vijf of zes keer te urineren voordat de blaas leeg is.
Aanhoudende aandrang ; loost enkele druppels bloed.
Wil wateren, maar heeft het gevoel alsof een band dit verhindert.
Frequente aandrang, met overvloedige urinelozing, meer tegen de avond en 's avonds ; met steken in de urinebuis.
Branden in de urinebuis tijdens en nog enige tijd na de mictie.
Vaak neiging om te urineren ; de straal wordt vaak onderbroken.
Moet 's nachts verscheidene malen opstaan om te urineren.
Tijdens de mictie : snijdende pijn in de urinebuis ; branden.
Schrijnen en jeuk van de vrouwelijke schaamdelen, met verlies van enkele druppels urine na de mictie.
Na het urineren voelt het alsof er een druppel door de urinebuis naar beneden loopt.
Aanhoudend nadruppelen van urine ; druppelsgewijs verlies.
Branden, schrijnen, jeuk, snijdende pijn, stekende pijn in de urinebuis.
Urine : te frequent en te overvloedig ; overvloedig, lichtgeel ; bevat suiker ; schuimt, schaars, buitengewoon donker ; 's morgens donkerrood ; zet een bruin slijm af ; met donker, troebel bezinksel, bij rheumatisme ; rood, met een bezinksel als baksteenstof ; sterk gekleurd en sterk riekend.
Onwillekeurig urineren 's nachts of bij hoesten.
Urine-incontinentie sinds zes weken ; stond 's nachts ten minste zes keer op en doorweekte het bed vaak ; was niet in staat naar school te gaan ; urine sterk gekleurd en met sterke geur ; had een grote wrat op de linkerwijsvinger, die drie weken tevoren was afgevallen en een harde, witte basis had achtergelaten.
Urine-incontinentie ; de aandrang kwam plotseling, kon de urine geen ogenblik ophouden zonder de penis vast te grijpen ; urine schaars en schroeiend, lichte rugpijn ; het is alsof er telkens maar een enkele druppel tegelijk langsloopt.
Sinds drie maanden subparalyse van de sphincter vesicæ ; vooral overdag kan hij zijn urine niet ophouden tijdens het rijden of op lange wandelingen.
Wratten op haar hand ; urine-incontinentie sinds drie of vier jaar.
Urine sterk gekleurd en sterk riekend, wratten hier en daar. θ Enuresis nocturna.
Chronische urine-incontinentie door verlamming van de sphincter vesicæ (bij oude, slappe constituties).
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Prikkeling of depressie in het genitale systeem.
Nachtelijke pijnlijke erecties die slapeloosheid veroorzaken.
Onweerstaanbare neiging tot onanie, zelfs tijdens de slaap.
Nachtelijke zaadlozingen: maken hem wakker; gevolgd door een zwaar gevoel en een slecht humeur.
Afscheiding van prostaatsap.
Pijnlijke zaadstrengen door onderdrukte gonorroe.
Opnieuw optredende gonorroe na coïtus.
Impotentie na gonorroe.
Prostaataandoeningen door onderdrukte of slecht behandelde gonorroe.
Gonorroe: schrijnend branden bij het urineren, urinebuis gezwollen; urinestraal gevorkt; afscheiding geel, groen, waterachtig; met wratten; rode erosies op de eikel; subacute en chronische gevallen, vooral wanneer injecties zijn gebruikt en de prostaat betrokken is.
Gonorroe, met een zachte knobbel waarop een ontvelling zit, aan de linkerzijde van het frenulum praeputii; knobbel glad en pijnloos.
Onderdrukte gonorroe: gewrichtsrheumatisme; prostatitis; impotentie; condylomata; sycosis, enz.
Rukken in de penis.
Branderig gevoel tussen voorhuid en eikel van de penis.
Jeuk aan de binnenzijde van de voorhuid.
Ronde, vlakke, onreine zweer op de corona glandis.
Klein vlak blaasje op de eikel van de penis.
Een rode woekering als condylomata aan de binnenzijde van de voorhuid.
Vochtigheid op de eikel van de penis.
Eikel zeer gevoelig.
Zwelling van de voorhuid.
Eczeem op de geslachtsdelen.
Rode uitwas aan de binnenzijde van de voorhuid, als vijgwratten.
Gladde rode uitwassen achter de eikel van de penis.
Binnenzijde van de voorhuid evenals de punt van de penis onder de corona glandis bedekt met kleine, puntige condylomata; geringe afscheiding van taai vocht; het gehele perineum ingenomen door één breed condyloma van een halve inch hoog; het werd voortdurend vochtig gehouden door een slijmerige, purulente afscheiding; kon de pijn nauwelijks verdragen, vooral bij het lopen, en de scherpe afscheiding had de dij geïrriteerd, aan de binnenzijde waarvan zich nog een klein condyloma had gevormd; de rand van de anus ingenomen door drie grote condylomata.
Gedurende drie weken een groot aantal condylomata rondom de eikel van de penis, rood, gesteeld, snel groeiend, zeer welig en droog, en na gonorroe; zwakte in de rug; frequent urineren.
Ronde, onreine, verheven zweren met rode rand, vochtig en pijnlijk; condylomateuze uitwassen.
Erosies en gevoeligheid tussen de benen en aan de zijkanten van het scrotum; voortdurend vocht afscheidend.
Condylomata, slijmknobbels, sycotische bloemkoolachtige uitwassen; vijgwratten, geurend als oude kaas of haringpekel.
Condylomata: waaiervormig; vochtig; suppurerend; groot.
Rode vlekken op de voorhuid die overgaan in een zweer met korstvorming.
Pokken op de binnenzijde van de voorhuid, vochtig en suppurerend en in het midden ingezonken.
Chancres, met pijn alsof er splinters insteken.
Jeukende zweren met onreine bodem, of witachtige chancres met harde randen.
Gevoel in de testes alsof zij bewogen.
Linker testikel opgetrokken.
Zeurende pijn in de testes alsof ze gekneusd waren, < bij het lopen.
Zoetig geurende transpiratie op het scrotum.
Sterke, zoetige, honingachtig geurende transpiratie op de geslachtsdelen, die het linnengoed geel kleurt; vochtige pukkels op het scrotum.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Wratten, condylomata en andere uitwassen rond de vulva.
Zweren op de binnenzijde van de vulva; de vulva heeft een rauw en schrijnend gevoel.
Drukkende en samentrekkende pijn in de vulva tijdens het zitten.
Krampachtige pijn in vulva en perineum bij het opstaan uit een zittende houding.
Krampende pijn in de vulva, zich uitstrekkend tot in het abdomen.
Branden en schrijnen in de vagina bij het lopen en zitten.
Witachtige zweren op de binnenzijde van de grote schaamlip.
Cohabitatie verhinderd door extreme gevoeligheid van de vagina.
Linker eierstok ontstoken, < bij elke menstruele nisus; kwellende pijn, brandend, bij het lopen of rijden; moet gaan liggen; pijn strekt zich uit door de linker iliacale streek naar de lies, en soms naar het linkerbeen, de pijn soms brandend.
Snijdende, schietende, knijpende pijnen in de streek van de linker eierstok.
Ovariële, of ernstige pijn in eierstokken, uterus en abdomen als gevolg van een overfysiologische werking, steeds gelokaliseerd in de eierstokken of de gang.
Erosies op de os uteri als aphthae.
Uteruspoliep waarvoor achttien maanden tevoren een operatie was verricht; kon niet lopen of in een rijtuig rijden door klachten in de linker iliacale streek, die zich uitstrekte tot in de lendenen; pijn in de linker lies.
Sjofel uiterlijk; beklemming van de ademhaling; congestie naar hoofd en gezicht; geheugenvermindering; darmen onregelmatig; koliekpijnen; menorragie gevolgd door leucorrhoea; pijnen in de onderrug; vermoeidheid van de benen; poliep bevestigd aan een lange steel. θ Uteruspoliep.
Menstruatie elke twee weken en te lang aanhoudend; bloed donker en overvloedig gedurende drie dagen, daarna blijvend als een lichtgekleurde afscheiding tot aan de volgende periode; uterus geprolabeerd, vast, vlezig; ovaal lichaam met een dikke steel stak uit de os, ongeveer ter grootte van een duim; de os scheen wijd open te staan; de onderzoekende vinger kon de poliep rondom omvatten; labia van de opening sterk gehypertrofieerd en gezwollen. θ Uteruspoliep.
Verplaatsing van de uterus; prolapsus.
Bloemkoolachtige uitwassen van de os uteri.
Kanker van de uterus door sycosis.
Na verscheidene vroeggeboorten, baarmoeder tweemaal haar natuurlijke grootte; geen abnormale kleur van de os; os zijdelings in zichzelf gesloten in de vorm van een mond van een halve inch breed; in de anterieure lip een hard tuberkel ter grootte van een boon; de gehele os en cervix voelden hard en weerstandbiedend aan; een snijdende en brandende pijn die de patiënte met zekerheid op de punt van de vinger lokaliseerde, wanneer de vinger op de os drukte; prikkelend, onaangenaam gevoel boven de pubis tot in de darmen; branden en soms snijdende pijn boven het linker ilium en in de streek van de eierstok; gelige leucorrhoea, veroorzakend schrijnen van de vagina; menstruatie zeven tot veertien dagen, zeer overvloedig, helder rood, zonder stolsels; aanhoudende brandende pijn in het sacrum; frequent urineren; schrijnen in de anus; zeurende pijn in het linker hypochondrium.
Menstruatie: te vroeg en te kort; voorafgegaan door overvloedig zweten; schaars, met vreselijke kwellende pijn in de linker ovariële en iliacale streek.
Vóór de menstruatie: opwinding en pulsatie van de arteriën, hitte in het hoofd, hoofdpijn en tandpijn; weeënachtige buikpijn, tenesmus en flauwte; veel transpiratie.
Tijdens de menstruatie: vermoeidheid, hartkloppingen, krampachtig huilen; onrust in de benen; kokhalzen, druk in de maag, opzetting, pijn in abdomen en rug; neerdrukkend gevoel vanuit de geslachtsorganen; branden in spataderen van de genitaliën, gevoeligheid en zwelling van de borsten; algemene koude.
Na de menstruatie: vermoeidheid, bloedaandrang omhoog; tandpijn; slapeloosheid; nachtmerrie.
Dysmenorrhoea; interstitiële tumor, fibroom.
Leucorrhoea: slijmerig, van de ene periode tot de andere, matig, laat een gelig-groene vlek achter; sycotisch.
Op plaatsen vroeger ingenomen door erosies, veroorzaakt door extreme uitzetting tijdens de baring, kleine uitwassen ter grootte van een erwt, waarvan het oppervlak zonder steel doorlopend was met het slijmvlies van de vagina; drie of vier bevonden zich op de posterieure wand; één bij de opening op de anterieure wand en een andere aan de fourchette.
Na een val een wratachtige uitgroei op de rechter grote schaamlip, pijnlijk bij aanraking, gemakkelijk bloedend, waardoor lopen verhinderd werd.
Condylomateuze vergroting van clitoris, vagina en anus.
Vijgwratten door syfilis.
Condylomata vochtig, suppurerend, stekend en bloedend.
Erectiele tumoren met branden.
Bloedende fungus van de borst (volledige genezing na Phos.).
ZWANGERSCHAP. BARING. LACTATIE [24]
Het kind beweegt zo hevig dat zij er wakker van wordt, veroorzaakt snijdende pijn in de urineblaas met aandrang om te urineren; pijn in de linker sacro-iliacale articulatie, uitstralend naar de lies; achtste maand.
Miskraam in de derde maand.
Baring : weeën zwak of ophoudend; contractiliteit belemmerd door sycotische complicaties; pijn in de linker sacro-iliacale articulatie uitstralend naar de linker lies; pijn door lopen, onverdraaglijk, moet gaan liggen.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Stem zwak.
Gevoel alsof er een vel in het strottenhoofd zit.
Poliep van de stemband.
Condylomata. θ Syfilis.
ADEMHALING [26]
Kortademig : door slijm in de luchtpijp ; door volheid en beklemming in de hypochondrieën en de bovenbuik ; alsof door verkleving van de longen ; 's nachts.
Astma : met gonorroe, zonder aan besmetting blootgesteld te zijn geweest.
Astma, < 's nachts, met rood gezicht ; hoestbuien of gevoel alsof de longen verkleefd zijn.
Astmatische aanvallen met langere en kortere tussenpozen, en op verschillende tijden van de dag ; periodiek hartkloppingen, in rust en bij beweging ; sterke appetijt ; hevige hoofdpijn, vooral 's nachts ; scheurende pijn in voorhoofd, slapen en achterhoofd ; neus verstopt ; coryza na astma-aanvallen.
Astmatische aanvallen sinds een jaar, bij een kind van 2 1/2 jaar, na vaccinatie ; aanvallen zowel overdag als 's nachts, met piepende ademhaling, duren ongeveer twee uur ; slaap onrustig ; incidenteel hardnekkige constipatie ; merkwaardige donkergekleurde ontvellingen op de billen ; droog, dun haar.
Astma, met weinig hoest, maar het gevoel alsof er in de streek van de linker onderste ribben iets snel groeide.
Een man van 47 jaar was gevaccineerd, en klaagt sindsdien ; aanvallen gewoonlijk 's nachts, met slijmgeratel of piepende ademhaling, ook hoestbuien met intense roodheid van het gezicht ; zeer prikkelbaar ; slaapt slecht ; stekende pijnen in de hypochondrieën, nu eens rechts dan weer links ; voelt zich slecht na het eten van de geringste hoeveelheid voedsel ; overmatige flatulentie ; soms pijn in alle gewrichten ; na astmatische aanvallen overvloedige, olieachtige transpiratie ; holle ogen ; < om de andere nacht ; schaarse urine ; trage uitscheiding ; tegen het einde van de aanval trekkende pijn in de onderste ledematen, die steeds rood zijn als een gekookte kreeft ; hardnekkige constipatie.
Korte, snelle ademhaling, < door diep inademen en spreken, > door op de aangedane zijde te liggen, maar de pijnen dwingen hem op de rug te liggen. θ Reumatische koorts.
HOEST [27]
Hoest : voortdurend, zonder ademhalingsmoeilijkheden ; kort, onderbroken, krampig ; veelvuldig, droog, prikkelend ; overdag ; niet na het gaan liggen ; 's avonds na het gaan liggen ; sputum wordt losser en komt gemakkelijker los wanneer hij zich van de linker- op de rechterzijde draait ; 's morgens, na het opstaan ; onmiddellijk na het eten ; zodra hij iets kouds eet of drinkt.
Kinkhoest : onmiddellijk na vaccinatie, bij twee scrofuleuze jongens.
Sputa : groen ; smaken naar oude kaas.
INWENDIGE BORST EN LONGEN [28]
Spasme van de longen door het drinken van koud water.
Steken in de borst na het drinken van iets kouds.
Gevoel alsof er druppels in de borst vallen.
Opstijgende hitte in de borst.
Opborreling in de borst, met hoorbare hartkloppingen.
Pijn in de linker borststreek, uitstralend tot de ant. sup. darmbeendoorn van het heupbeen ; stekende pijn in het hoofd, achter op de kruin ; < in de ochtend en bij warm weer ; beide pijnen < tegelijk ; stekende pijn in de long ; moet naar bed ; hartkloppingen bij snel lopen in de open lucht ; een schok lijkt hem de adem te benemen ; wanneer de pijn hevig is, trekt hij zich samen naar de linkerzijde ; < bij het op spanning brengen van de linkerzijde en bij druk.
Bloeding uit de longen ; de hoeveelheid bloed is zeer groot, de geur is uiterst weerzinwekkend.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Kramp in het hart.
Hartkloppingen : periodiek, in rust of bij beweging ; door omhooggaan ; angstig, bij het ontwaken 's morgens ; hoorbaar, met hevige congestie naar de borst.
Hevige kloppingen in de avond.
Pols, vol en versneld in de avond ; langzaam en zwak in de morgen.
Zwelling van de aderen.
BORSTWAND [30]
Huid boven de sleutelbeenderen blauw.
Bruinachtige vlekken op de borst.
NEK EN RUG [31]
Halsklieren gezwollen.
Vette bruine huid aan de achterzijde van de nek.
Blauwverkleuring van de uitwendige keelstreek door uitzetting van de aderen.
Kleine rode puistjes dicht opeen op de nek.
Pustuleuze uitslag op nek en gezicht, die spoedig indroogt.
Grote fungoïde uitwas op de nek, achter het linkeroor, reeds drie of vier jaar bestaand; zij mat ongeveer anderhalve duim in doorsnede en ongeveer evenveel van basis tot top, zeer gevoelig en rijk doorbloed, bloedend bij de geringste aanraking. θ Fungus hæmatodes.
Pijnlijke stijfheid van de nek.
Gevoel van stijfheid in de nek en aan de linkerzijde van de nek, zich uitbreidend tot in het oor, zelfs in rust, belemmert de beweging van de nek geenszins.
Trekkende spanning in de nek.
Pijnlijke spanning aan de rechterzijde van de nek en in de onderrug, licht aan de linkerzijde van de nek.
Branden vanuit de onderrug en het sacrum tot tussen de schouderbladen.
Trekkende pijn in de onderrug, het sacrum, het os coccygis en de dijen, waardoor rechtop staan verhinderd wordt, na aanhoudend zitten; drukkend beurs gevoel in rug en lendenen, vroeg bij het opstaan, < bij het draaien van de romp en tijdens staan, > bij lopen; spannende pijn.
Bonzen en pulsatie in de rug.
Krampachtige pijn in de lumbale streek na lang staan; bij een poging te lopen voelt hij alsof hij zou vallen.
Hevige steek tussen stuitbeen en anus.
Verkromming van de wervelkolom bij een jongen æt. 11; wervelkolom van de vijfde tot de twaalfde wervel naar achteren gebogen, lange rugspieren in deze streek geatrofieerd; kan niet rechtop staan, is voorovergebogen en ondersteunt het lichaam door de handen op de knieën te zetten; bij het zitten op een stoel ondersteunt hij zich door zich vast te houden aan de rugleuning van de stoel; bij het zitten op de vloer zakt het hoofd op de knieën; haar is dun en groeit langzaam; urinebuis rood; buik vergroot, dikbuikig; neus altijd verstopt. θ Na vaccinatie.
Furunkels op de rug.
Furunkels nabij de onderrug met grote rode randen.
Steatomateuze tumoren, één boven de eerste rugwervel, de andere boven het midden van de spina van het linker schouderblad, violet van kleur, rond van vorm, licht wijkend onder druk van de vingers; zij meten over het midden, loodrecht genomen, ongeveer twee en een halve duim, dwars gemeten iets meer; de tumoren waren enigszins gesteeld en konden zonder pijn worden betast, maar op de rug liggend, in bed, veroorzaakten zij beurse of schrijnende pijn; aanhoudende dorst.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Stekende pijnen in de schouders.
Scheurende, kloppende, zweerachtige pijnen in de schouder tot in de vingers ; spiertrekkingen van de arm ; onderarm en vingers verdoofd alsof afgestorven, ongevoelig voor de warmte van de kachel ; pijn < wanneer de arm neerhangt, ook < door de warmte van het bed 's nachts, en bij het boven het hoofd brengen van de arm ; > door beweging, in koude lucht en tijdens zweten ; rillerigheid en geeuwen na middernacht ; valt laat in slaap ; angstaanjagende dromen ; om de drie of vier dagen moeizame stoelgang ; frequente aandrang tot ontlasting ; ontlasting soms met bloed gekleurd ; dorst alleen 's nachts ; koud gevoel in de armen ; hoorbare hartkloppingen met misselijkheid ; moedeloos. θ Reuma.
Onwillekeurig rukken van de arm overdag.
Atrofie van de rechterarm na hervaccinatie ; zware slaap, voelt zich 's morgens slecht, ontlasting uiterst hard ; bloeding na de stoelgang ; schaarse urine ; bijzonder opvallend is de atrofie van de abductor pollicis, buiging van duim en wijsvinger onmogelijk ; de functie van de biceps ontbreekt ; strekking tamelijk normaal ; onderarm ijskoud.
Brandende pijn in alle spieren.
Herpes op de elleboog.
Bruine vlekken in de oksels als nevi materni.
Dertig tot veertig wratten op de handen, vooral op de handruggen ; het oppervlak van de kleinere glad, bijna doorzichtig ; de grotere ruw als bloemkool.
Tweeëntwintig tot vijfentwintig wratten op de rechterhand, hard, verhoornd, met ruwe oppervlakken ; plekken van eczemateuze uitslag, zo groot als een penny, bedekt met kleine schilfers, op de strekzijde van de onderarm nabij de pols.
Vier verhoornde, pijnlijke wratten op de handen, sinds drie jaar.
Zeer talrijke wratten op de handen van een meisje van 12 jaar.
Bruine verkleuring van de handrug.
Witte, korstige herpes op de handrug en op de vingers.
Handen bedekt met koud zweet.
Vingertoppen : erysipelateus, met tintelingen ; verdoofd en koud alsof afgestorven.
Erysipelas van de vingers.
Ettervorming aan de vingernagels. θ Na vaccinatie.
Vingernagels misvormd, verbrokkelend en verkleurd.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Pijnlijke slapte in de heupgewrichten, alsof de gewrichtskapsels te zwak en verslapt waren; bij het lopen voelen de benen alsof zij van hout zijn.
Spanning van het heupgewricht naar de lies en langs de achterzijde van het bovenbeen tot aan de knie.
Trekkend gevoel in beide heupen.
Schietende pijn in de linkerheup, met het gevoel alsof de onderste ledematen verlengd werden.
Ischias in het linkerbeen, de verergeringen werden geleidelijk steeds ernstiger, totdat zij ten slotte verscheidene weken aan bed gekluisterd was; het linkerbeen atrofieerde; de eerste steken van de ischias werden gevoeld toen men haar genezen verklaarde van een gonorroe die drie jaar geleden met injecties was behandeld.
Coxalgie, met verlenging van het been.
Parese en atrofie van het rechterbeen met aanmerkelijke koudheid daarvan, na vaccinatie, bij een kind æt. 2; incidentele pijn in rug en abdomen; bleek gezicht.
Vermoeidheid in de inwendige spieren van beide dijen alsof zij het zouden begeven.
Zweren op de dijen.
Vergrote naevus op de dij bij een kind æt. 5 maanden.
Bruine huid op de benen, vooral aan de binnenzijde van de dijen.
Gonorroïsch rheumatisme gelokaliseerd in het fibreuze deel van het kniegewricht.
Zwakte van het linkerbeen tijdens het zitten, wisselend in een snijdende pijn in de kuitspieren bij het lopen.
Witte vlekken op de kuiten.
Pijn in voeten en enkels na onderdrukte gonorroe; kon niet lopen.
Gevoelloosheid van de linkervoet.
Pijn in de hiel alsof deze in slaap was.
Stekende pijn boven de hiel in de tendo Achillis.
Ontstekingsachtige rode zwelling van de voetruggen en van de tenen met spanning bij het erop stappen.
Glanzend rode ontstekingsachtige zwelling van de tenen.
Brandend, scheurend, stekend gevoel in likdoorns.
Witte nodositeiten op de tenen.
Toppen van de tenen rood en gezwollen.
Foetide transpiratie aan de tenen; onderdrukte voetzweet.
Netten van aderen als gemarmerd op de voetruggen.
Rode plek op de voetrug.
Teennagels: broos en misvormd; afbrokkelend; misvormd van vorm.
Ingroeiende teennagels.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Beven van handen en voeten.
Trekkende pijnen en een gevoel van vermoeidheid met schijnbare afgestomptheid van het gevoel.
Ledematen slapen in.
Eenzijdige klachten ; verlamming.
Rheumatisme, met een verdoofd gevoel ; < in warmte, door beweging, 's nachts na 12 P. M. ; > door koude en na zweten.
Stekende pijnen in ledematen en gewrichten.
Gewrichten kraken wanneer het lidmaat wordt gestrekt.
Bevroren ledematen.
Nagels van vingers en tenen worden gegolfd en droog, zodat zij gedeeltelijk afbrokkelen.
Nagels misvormd, broos, verkleurd of zacht.
Kraken van de gewrichten wanneer zij gestrekt worden.
Talrijke nijnagels.
Puistjes op de knie als bij varicella, andere met met etter gevulde topjes, omgeven door een rode areola, vooral op dijen, ellebogen en onderarmen.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Rust: hoofdpijn >.
Liggen: < pijn in het hoofd; < op de pijnlijke zijde van het gezicht; op de aangedane zijde, astma >; hoest >; op de rug, pijn in gezwellen <; op de linkerzijde, angstige dromen.
Horizontale houding: hoofdpijn >.
Zitten: stekend gevoel in het abdomen; steken in de anus; pijn in de vulva; brandend gevoel en schrijnen in de vagina; pijn in de onderrug <; zwakte van het linkerbeen.
Staan: krampachtige pijn in de lumbale streek.
Beweging: drukkend gevoel in de kruin >; pijn in de anus <; pijn in schouder en arm >; rheumatisme <.
Bukken: duizeligheid.
Rechtop gaan zitten: alles lijkt te springen.
Opstaan: duizeligheid; hoofdpijn en braken <; pijn in vulva en perineum; beurs gevoel in rug en lendenen <.
Omhoog kijken: hoofdpijn >.
Het hoofd achterover buigen: hoofdpijn >.
Stappen: spanning in de zwelling van voeten en tenen.
Lopen: is 's nachts genoodzaakt te lopen met pijn in het hoofd; pijn in het abdomen <; kan zijn urine niet ophouden; condylomata <; zeurende pijn in de testes <; brandend gevoel en schrijnen in de vagina; pijn in de eierstok <; verhinderd door een wratachtige uitgroei op het rechter labium; weeën <; in de open lucht, hartkloppingen; beurs gevoel in rug en lendenen >; benen voelen alsof zij van hout zijn gemaakt.
Praten: astma <.
Hoesten: onwillekeurig urineren.
Stijgend: hartkloppingen.
Rijden: kan zijn urine niet ophouden; pijn in de eierstok <.
ZENUWEN [36]
De ledematen slapen in.
Gevoel van lichtheid in het lichaam bij het lopen.
Het vlees voelt alsof het van de botten is losgeslagen.
Gevoel alsof het lichaam broos was en gemakkelijk kon breken.
Frequente schokken of rukken van het bovenste deel van het lichaam. θ Chorea.
Zwakte; afmatting, < 's morgens; overal verzwakt alsof door vermoeidheid.
Snelle uitputting, leidend tot benauwde en korte ademhaling; onregelmatige en intermitterende pols.
Na hervaccinatie, haaruitval, waarbij het haar zeer droog is; hoofdpijn; duizeligheid; slechte slaap; moeilijk inslapen; nachtelijke onrust; zwakte in de onderste extremiteiten; voortdurende dorst; pijn in het epigastrium.
Na hervaccinatie, kan niet slapen; wolfshonger; na het eten grote volheid; had enkele weken geleden veel gedronken, sindsdien slapeloosheid; verlies van eetlust; overvloedig zweten dag en nacht; lichte pijnloze afscheiding uit de urinebuis; trillende ledematen; 's nachts visioenen van vreemde mensen; grote angst en onrust; kan niet in bed blijven, moet rondlopen; schaarse urine; frequente urinelozing.
Chorea, 's nachts en 's morgens; grote eetlust; droog haar; zeer slechtgehumeurd en hardnekkig; lacht veel zonder reden.
Chorea; katalepsie.
Verlamming van één zijde.
SLAAP [37]
Zware slaap, kan 's morgens niet volledig wakker worden.
Slapeloosheid : ziet verschijningen bij het sluiten van de ogen ; delen waarop men gelegen heeft, pijnlijk ; door hitte en onrust ; door mentale neerslachtigheid ; na hervaccinatie.
Onrustige slaap met dromen.
Nachtmerrie.
Angstige dromen bij het slapen op de linkerzijde ; dat men sterft, of over dode mensen of lijken.
TIJD [38]
Om 3 uur 's nachts: koude rilling.
Van 3 tot 4 uur 's nachts: drukkend gevoel in de kruin <.
Ochtend: onwillig om te praten ; aangezichtspijn < ; hoofdpijn ; diarree ; koude rilling ; smaak van rotte eieren ; bij het ontwaken pijn van de linkerzijde naar de rug ; urine donkerrood ; hoest ; pijn in de linkerzijde < ; hartkloppingen ; pols traag en zwak ; zwakte ; chorea ; kan niet volledig wakker worden ; koude rilling ; hitte ; zweet.
Namiddag: drukkend gevoel in de kruin <.
Overdag: kan zijn urine niet ophouden ; hoest ; schoktrekkingen van de arm.
De hele dag: brandende gevoeligheid in de anus.
Om 17.30 uur: koude rilling.
Avond: aangezichtspijn < ; pijn in zweren op het hoofd < ; branden en steken in de oogleden ; koude rilling ; frequente aandrang tot urineren ; hevige hartkloppingen ; pols vol, versneld ; koude rilling ; kou kruipt over de rug.
Om 18 uur: ontlasting, gevolgd door branden in de anus.
Van 19 tot 21 uur: pijn in de schedelbeenderen.
Nacht: slapeloosheid ; scheurende pijn in het hoofd < ; hevige hoofdpijn ; pijn in de zweer op het hoofd < ; pijn in het oog < ; conjunctivitis < ; frequent urineren ; onwillekeurig urineren ; pijnlijke erecties ; dyspneu ; astma < ; dorst ; chorea ; kou kruipt over de rug ; hitte ; jeuk en schietende pijnen in de uitslag.
Middernacht: hoofdpijn op haar hoogtepunt.
Na middernacht: hemicranie < ; rillerigheid en geeuwen ; rheumatisme < ; koude rilling.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Warmte : > ogen ; < rheumatisme.
Warme lucht : voelt koud aan ; bij ontbloten, rillen.
Bedwarmte : hoofdpijn < ; tandpijn < ; pijn in schouder en arm <.
Warm weer : pijn in de linkerzijde <.
Koud water : drinken veroorzaakt spasmen van de longen ; steken in de borst ; doet de uitslag branden.
Koude lucht : pijn in schouder en arm >.
Koude : grote gevoeligheid, zweer op het hoofd, ook bij blennorrhoe ; tumor op de bovenlip < ; rheumatisme >.
Erger in een koude of zeer warme kamer : aangezichtspijn.
Open lucht : door beweging hoofdpijn > ; wazig zien, overvulling van het oog ; coryza vloeiend ; bij het lopen, hartkloppingen.
Bij de geringste weersverandering : kouwelijk.
Tocht : aangezichtspijn <.
Vochtig weer : schimmel op de onderkaak <.
Oververhitting : hoofdpijn <.
Zonnestralen : pijnlijke plekken in het gezicht gevoelig.
KOORTS [40]
Door en door rillingen bij de geringste ontbloting van het lichaam in warme lucht.
Koude kruipt over de rug in de avond en 's nachts.
Altijd kouwelijk bij de geringste weersverandering.
Kouwelijk en zwak enige tijd vóór de regelmatige aanvallen.
Kouderillingen : in aanvallen, meestal 's avonds ; met geeuwen, warme lucht lijkt koud en de zon lijkt geen kracht te hebben ; aan de linkerzijde, die koud aanvoelt ; na 12 P. M. en 's morgens, zonder dorst ; met dorst ; beginnend in de dijen ; omstreeks 3 A. M., gevolgd door dorst, daarna overvloedige transpiratie over het gehele lichaam behalve op het hoofd ; alsof men met koud water overgoten is ; inwendig, met uitwendige hitte en hevig zweet ; gevolgd door zweet.
Hitte : 's morgens, kouderillingen in de namiddag ; 's avonds, meestal in het gezicht ; droog, op de bedekte delen ; brandend in het gezicht zonder roodheid ; met dorst, noch voorafgegaan noch gevolgd door kouwelijkheid.
Gevoel van brandende hitte in het gezicht, dat noch werkelijke hitte noch roodheid veroorzaakt ; of transpiratie met ijskoude handen, bij matige warmte van de rest van het lichaam.
Hitteopwellingen in het gezicht zonder dorst.
Droge hitte : op de bedekte delen ; tijdens de slaap.
Zweet : alleen op onbedekte delen ; algemeen, behalve op het hoofd ; bij lopen in de ochtend, meestal op het hoofd ; tijdens de slaap, houdt op bij het ontwaken ; olieachtig, foetide, zoetig geurend ; met bloedcongestie naar het hoofd ; zuur riekend, of foetide, bijna elke nacht ; overvloedig, 's nachts, de kleren geel kleurend alsof zij met olie verzadigd zijn ; bruinachtig geel kleurend ; het meest op het bovenlichaam ; overvloedig rond de genitaliën ; scrotum, perineum en binnenzijde van de dijen druipen ; op de voeten ; > binnenshuis.
Kouderillingen begonnen stipt elke namiddag om half zes en duurden een uur ; zeer hevig, altijd beginnend in de dij, van de knie tot de heup, en vandaar over het lichaam uitbreidend ; zit met aan weerszijden van het verwarmingsrooster een been en blijft zo zitten totdat de kouderillingen voorbij zijn ; koorts gedurende verscheidene uren, gevolgd door een overvloedig doornattend zweet, dat omstreeks 2 of 3 A. M. eindigt en zelfs het bed nat maakt.
Wisselkoorts met chronische gonorroïsche besmetting.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Periodiek: hartkloppingen.
Terugkerend op hetzelfde uur: diarree.
Om de vijf of zes minuten: aanvallen van aangezichtspijn.
Elk uur: gedurende twee maanden, aangezichtspijn.
Aanhoudend gedurende twee uur: astmatische aanvallen.
Elke middag om 4 uur: rillingen.
Om de andere nacht: astma <.
Om de twee weken: menstruatie.
Om de drie of vier dagen: moeilijke stoelgang.
Derde maand: abortus.
LOKALISATIE EN RICHTING [42]
Links : steek in de slaap ; alsof een spijker in de voorhoofdsverhevenheid werd gedreven ; pijn in de slaapspier ; trekkende pijn in het voorhoofd ; alsof een knop tegen het hoofd werd gedrukt ; steek vanuit de hersenen door het midden van het oog ; scheurende pijn in de wenkbrauw ; hitte en droogheid in de ooghoek ; scheurende pijn boven het oog ; epithelioom op het onderooglid ; kraken in het oor ; de gehoorgang door een poliep afgesloten ; zwelling en verharding van het neusgat ; aangezichtspijn ; steken tussen oor en jukbeenboog ; schietende pijn in het oor ; fungueuze woekering op de onderkaak ; knagende pijn in de onderste premolaar ; tandpijn strekt zich uit naar voorhoofd en nek ; pijn van de zijde naar de rug ; hernia ; steken vanuit de anus tot in het darmbeen ; een zacht knobbeltje op het frenulum praeputii ; ovariitis ; pijn in de lies ; pijn in de iliacale streek ; alsof iets aan de onderste ribben was vastgegroeid ; pijn van de borststreek naar de spina iliaca anterior superior ; fungueuze woekering achter het oor ; stijfheid van de nek ; schietende pijn in de heup ; ischias ; been geatrofieerd ; zwakte van het been bij zitten ; gevoelloosheid van de voet ; koude rilling ; rode jeukende plek met blaasjes op de onderarm.
Rechts : huid op borst en abdomen geel ; alsof een spijker in het wandbeen werd gedreven ; borende, stekende pijn in hoofd en oog ; zweer op het hoofd ; voorwerpen lijken kleiner voor het oog ; zeurende pijn boven het oog ; gevoeligheid van het neusgat ; aangezichtspijn ; puistje in de wenkbrauw ; plotselinge beweging in de iliacale streek ; ileus ; beklemde winden onder het middenrif ; wratachtige uitgroei op de schaamlip ; pijnlijke spanning in de nek ; atrofie van de arm na vaccinatie ; wratten op de hand ; parese en atrofie van het been na vaccinatie ; tuberkel tussen scrotum en dij.
Van links naar rechts : zweer op de tong.
Van rechts naar links : aangezichtspijn ; steken in de hypochondriën.
Van voren naar achteren : neuralgie in het hoofd.
GEWAARWORDINGEN [43]
Alsof het hele lichaam zeer dun en teer was ; alsof de samenhang ervan zou oplossen ; alsof het broos en gemakkelijk breekbaar was ; alsof het van glas was gemaakt ; alsof er een levend dier in het abdomen zat ; alsof een spijker in de kruin drukte ; alsof de kruin met een naald werd doorboord ; alsof er van binnen naar buiten een spijker in de kruin werd gedreven ; alsof een spijker in het rechter wandbeen en de linker voorhoofdsverhevenheid werd gedreven ; bliksemachtige hoofdpijn ; alsof een bolle knoop op de linkerzijde van het hoofd werd gedrukt ; alsof het hoofd uit elkaar werd geschroefd ; alsof het voorhoofd eruit zou vallen ; alsof de beenderen van het hoofd aan stukken werden geslagen ; voorhoofd, oren en ogen alsof gestoken ; alsof messen rondscheurden in de hersenen ; alsof geslagen ; alsof er insecten op achterhoofd en slapen kropen ; alsof de ogen gezwollen waren en uit het hoofd zouden worden gedrukt ; alsof er fijn zand in de ogen zat ; alsof er een koude luchtstroom door de ogen blies ; alsof er een vreemd lichaam in het oog zat ; alsof aan de linkerzijde en in de rug het vlees van de botten werd gescheurd ; alsof de buikspieren door de arm van een kind naar buiten werden geduwd ; plotseling bonzen in de rechter darmbeenstreek alsof er iets levends was ; alsof het bloed in de rug, ter hoogte van de maagkuil, niet kon circuleren ; alsof kokend lood door het rectum ging ; alsof de anus tijdens de stoelgang uit elkaar zou springen ; alsof de huid van de anus gebarsten en gesprongen was ; urineblaas alsof verlamd ; alsof er vocht door de urinebuis liep ; alsof een band het urineren verhinderde ; alsof een enkele druppel langs de urinebuis liep ; alsof de testikels bewogen ; alsof de testikels gekneusd waren ; alsof er een vel in het strottenhoofd zat ; alsof er in de streek van de linker onderste ribben iets vastgegroeid zat ; alsof er druppels in de borst vielen ; benen alsof van hout bij het wakker worden ; alsof de onderste ledematen verlengd waren ; alsof de spieren van de dijen zouden bezwijken ; lichtheid in het lichaam bij het lopen ; alsof het vlees van de botten was geslagen ; alsof de huid met naalden werd geprikt ; alsof van vlooienbeten.
Pijn : in het epigastrium ; in buik en rug ; tijdens de menstruatie.
Snijdend : in de onderbuik ; in de urinebuis ; in de linker eierstok ; boven het linker darmbeen ; in de spieren van de kuiten.
Doorborende pijn : in het hoofd.
Borend : in de slapen ; in het hoofd ; in het rechter oog ; in het linker jukbeen.
Steken : door de linker slaap ; in de hoofdhuid ; door het linkeroog vanuit het midden van de hersenen ; van de nek naar het oor ; in de hypochondrieën ; in de liesklieren ; van het rectum naar de urineblaas ; van de anus naar het sacrum ; van de anus naar het linker darmbeen ; in de anus ; in de urinebuis ; in de borst ; tussen stuitbeen en anus ; in de tendo-Achillis ; in likdoorns ; in ledematen en gewrichten.
Schietend : in een zweer op het hoofd ; in het linkeroor ; in het gezicht ; in de linker eierstok ; in de linker heup ; in de uitslag.
Priemend : in de linker slaapspier ; in het hoofd ; in het rechter oog ; in het oog ; tussen het linkeroor en de jukboog ; in de anus ; als van splinters in sjankers ; in de schouders.
Stekend : in de hoofdhuid ; in ogen en oogleden ; aan de randen van de oogleden ; in het abdomen als van naalden ; in een condyloma.
Prikkend : boven het schaambeen in de darmen ; in zweren.
Scheurend : in voorhoofd, slapen en achterhoofd ; in het hoofd ; in het gezicht ; in de hoofdhuid ; in de linker wenkbrauw ; boven het linkeroog ; in het abdomen ; van schouder tot vingers ; in likdoorns.
Trekkend : in de linker slaapspier ; in het linker voorhoofd ; in de nek ; in de onderrug ; in het sacrum ; in het os coccygis ; in de dijen ; in de heupen ; in de ledematen.
Druk : in de kruin ; in het hoofd ; in de ogen ; aan de neuswortel ; in het zachte gehemelte, naar boven ; in de hypogastrische streek ; in de vulva ; in de maag tijdens de menstruatie ; in rug en lendenen.
Brandend : in de hoofdhuid ; in de ogen ; in de oogleden ; aan de randen van de oogleden ; in plekken in het gezicht ; in de anus ; in het perineum ; in de bodem van de urineblaas ; in de urinebuis ; tussen voorhuid en eikel ; in de vagina ; in de linker eierstok ; boven het linker darmbeen ; in het sacrum ; in spataderen van de geslachtsdelen tijdens de menstruatie ; in erectiele tumoren ; van de onderrug tot tussen de schouderbladen ; in alle spieren ; in likdoorns ; in het gezicht ; van de huid ; van de uitslag na koud water ; in fistuleuze zweren.
Bijtend : in de hoofdhuid.
Schrijnend : in de anus ; in een tuberkel nabij de anus ; in de schaamdelen ; in de vagina ; in gezwellen op de rug.
Kloppend : in het gezicht ; in de rug ; van schouder tot vingers.
Knagend : in een cariëuze tand.
Samentrekkende pijn : in de vulva.
Krampachtige pijn : in vulva en perineum ; in het hart ; in de lumbale streek.
Samentrekking : in de anus.
Neerdrukkend gevoel : tijdens de menstruatie.
Ulceratieve pijn : van schouder tot vingers.
Knijpende pijn : in het hoofd.
Knellend : in de linker eierstok.
Rukken : in de bovenlip ; in de penis.
Zeurende pijn : van boven het oog naar de achterkant van het hoofd ; boven het rechter oog ; in het oog ; in de testikels ; in het linker hypochondrium.
Pijnlijkheid : van de penis ; van de vulva ; rond de billen ; in het rechter neusgat ; na aangezichtspijn ; van de punt van de tong ; van de navel ; in de anus.
Beurs gevoel : in rug en lendenen ; in gezwellen op de rug.
Spannende pijn : in de linker neusvleugel.
Spanning : in het abdomen ; in de nek ; in de onderrug ; van het heupgewricht naar de lies ; langs de achterzijde van de dij tot de knie ; op de voetruggen en op de tenen.
Gezwollen gevoel : in ogen en oogleden ; in de binnenoren.
Stijfheid : in de nek en aan de linkerzijde van de hals.
Warmte : in de linker buitenooghoek ; rond het oog en aan de zijkant van het gezicht ; in het gezicht.
Tinteling : in de hoofdhuid ; in de vingertoppen.
Gevoelloosheid : na aangezichtspijn ; in onderarm en vingers ; in de hiel ; in de linkervoet ; bij reuma.
Mierenkruipen : in de urinebuis.
Koude : over de gehele lengte van de wervelkolom ; in de armen.
Droogheid : in de ogen ; in de linker buitenooghoek ; van de neus.
Jeuk : in de hoofdhuid ; in de anus ; in de schaamdelen ; in de urinebuis ; aan de binnenzijde van de voorhuid ; van zweren ; op het abdomen ; op de rug ; op armen en benen ; in zweren.
WEEFSELS [44]
Een overmaat aan voortbrengend leven; een bijna onbeperkte woekering van pathologische vegetaties, condylomata, wratachtige sycotische uitwassen, sponsachtige tumoren en sponsachtige pokkenexsudaten vormt zich haastig; alle ziekelijke manifestaties zijn overmatig, maar treden stil op, zodat het begin van de ziektetoestand nauwelijks wordt opgemerkt.
Werkt vooral op de sclerotica van het oog.
Snelle vermagering, met gevoelloosheid van de aangetaste delen.
Chlorose.
Ontbinding van de lichaamsvloeistoffen, die scherp worden, waarschijnlijk doordat Thuja de lymfatische secreties ontregelt; verstoort de spijsvertering en de bloedvorming.
Oedeem rond de gewrichten.
Rheumatisme; het vlees voelt alsof het van de beenderen geslagen is.
Reumatische of artritische pijn, vooral van gonorroïsche aard; arthritis deformans.
Koude, pijnloze klierzwellingen.
Verhardingen, later verweking.
Rachitis.
Nadelige gevolgen van vaccinatie.
Sycose; syfilis.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. LETSELS [45]
Aanraking : hoofdhuid gevoelig voor aanraking ; kruin gevoelig ; uitslag op het hoofd < ; > pijn in de wenkbrauw ; < gevoeligheid van het rechter neusgat ; pijn in het jukbeen > ; aambeien gevoelig ; gekloofde anus pijnlijk ; wratachtige woekering op de rechter schaamlip pijnlijk ; doet een zwamwoekering bloeden ; condylomata pijnlijk.
Druk : pijn als van een spijker in het hoofd > ; hoofdpijn > ; pijnlijk neusgat < ; tandpijn > ; pijn in de linkerzijde <.
Wrijven : > hoofd ; > uitslag op het hoofd ; wazig zien > ; zachtjes, > jeuk ; zweren >.
Krabben : > hoofdhuid.
Bij het sluiten van de ogen : alles scheen te verspringen.
Na vaccinatie : zweer onder de tong ; diarree ; astmatische aanvallen ; kinkhoest ; atrofie van de rechterarm ; parese en atrofie van het rechterbeen ; uitvallen van het haar ; slapeloosheid.
Na een val : wratachtige woekering op de rechter schaamlip.
Na te zwaar tillen : hoofdpijn <.
HUID [46]
Jeuk op verschillende plaatsen of een gevoel alsof de huid met naalden werd geprikt.
Jeuk als van vlooienbeten op abdomen, rug, armen en onderste ledematen.
Bijtende jeuk van de huid, > door krabben, maar blijft branden.
Fijn capillair netwerk op de huid, lijkend op de adering van marmer.
Weelderige haargroei op delen die anders niet met haar bedekt zijn.
Uitslag brandt na het aanbrengen van koud water.
Huid : ziet er vuil uit ; hier en daar bruin ; bruinwitte vlekken ; vuilbruine verkleuring.
Kadaverachtige uitwaseming van de huid.
Uitslagen op bedekte delen.
Witte, schilferige, droge, meelachtige of jeukende korstige herpes.
De huid van het hele lichaam ziet er vuil uit, kan niet schoongewassen worden.
Ringworm.
Gordelroos ; herpes zoster.
Impetigo ; uitslag over het hele lichaam ; jeukend en schietend, vooral 's nachts ; pustuleuze uitslag rond de knie ; > door zacht wrijven.
Epidermis op een derde van het lichaam en bijna de helft van de rug opgeheven alsof door een reusachtige blaar ; sereuze vloeistof is ontsnapt en vloeit nog steeds door kleine openingen in de epidermis ; hoge koorts ; onbeschrijfelijke onrust ; het kind kon in geen enkele houding verlichting vinden en was volkomen slapeloos. θ Pemphigus foliaceus.
Pemphigus vooral wanneer pijnlijk.
Bruine of rode gevlekte plekken met jeukend schieten in de avond ; purulente puistjes bevattend een vloeistof als vernis. θ Rupia.
Waterpokken ; varicella.
Pokjes verschenen die hun hoogtepunt bereikten op de zesde of zevende dag, wanneer de ettervorming verminderde, de koorts verdween en de pokjes begonnen uit te drogen, en spoedig afschilferden zonder enig spoor achter te laten.
Variola, confluerend op het gezicht ; derde dag van de uitslag, die zich over het hele lichaam en de ledematen uitbreidt ; 's nachts onrustig ; koortsig ; rechter bovenooglid gezwollen ; begint in het gezicht korsten te vormen ; zwelling onder de ogen ; twee variolapustels op het punt van de tong ; pustels op gezicht en benen hebben zwarte centra ; diarree slijmerig en groen ; geen putjes.
Variola ; pijn in bovenarmen, vingers en handen, met volheid en gevoeligheid van de keel ; areola rond de pustels duidelijk en donkerrood, pustels melkachtig en vlak, pijnlijk bij aanraking ; vooral tijdens het suppuratiestadium, wanneer het putjesvorming kan voorkomen ; door Bœnninghausen aanbevolen als profylacticum zowel als curatief middel, die verklaart dat het alle gevallen in de epidemie van 1849 verkortte en littekens voorkwam.
Een rode tuberkel tussen scrotum en rechterdij.
Op de linkeronderarm een rode, ronde, jeukende plek met witte, daarop verheven vesikels.
Wratvormige excrescenties ter grootte van een maanzaad, op de handen.
Wratachtige excrescenties op de handrug, op de kin en op andere plaatsen.
Wratten en condylomata, groot, zaadachtig en gesteeld ; soms vochtig sijpelend en gemakkelijk bloedend.
Condylomata rond de anus pijnlijk gevoelig, zelfs bij aanraking.
Zweren : vlak, met een blauwachtig-witte bodem ; met verharde randen, omgeven door blaren die etter bevatten ; diep brandend en fistuleus ; jeukend, prikkend, bevattend wild vlees ; sponsachtig aan de randen ; zweren met gekartelde randen ; > door wrijven of krabben.
Epithelioom.
Uitslagen alleen op bedekte delen, branden hevig na krabben.
Bloedende fungueuze gezwellen.
Naevus.
Vochtige, slijmerige tuberkels.
Bloedzweren op de rug.
Zweet alleen op onbedekte delen, terwijl bedekte delen droog en heet waren ; zeer onrustig en moedeloos.
Sterke transpiratie, vooral in de oksels.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Hydrogenoïde constitutie ; deze constitutie onderscheidt zich van de oxygenoïde en de carbo-nitrogenoïde doordat zij meer hygroscopisch is, d. w. z. een vermeerderd vermogen bezit om water vast te houden ; derhalve verergeren regen, koude, vochtig weer, baden en voedsel dat het aantal watermoleculen in het organisme vermeerdert, de symptomen van de hydrogenoïde constitutie.
Scrofuleuze en sycotische personen.
Slappe spieren ; licht haar ; kinderen.
Kind, æt. 7 weken, lijdend sinds de geboorte ; diarree.
Jongen, æt. 13 maanden ; variola.
Kind, æt. 15 maanden, na vaccinatie ; zwelling van klieren.
Jongen, æt. 1 1/2, sinds zeven weken lijdend ; diarree.
Jongen, æt. 1 1/2, sterk en gezond, na vaccinatie ; ulceratie van de vingers.
Kind, æt. 2, na vaccinatie ; parese van het been.
Kind, æt. 2 1/2, na vaccinatie ; astma.
Meisje, æt. 3, na vaccinatie ; conjunctivitis.
Meisje, æt. 3, na vaccinatie ; zwakzinnigheid en verlies van spraak.
Kind, æt. 3, na vaccinatie ; atrofie van de rugspieren.
Kind, æt. 4, na vaccinatie ; zweer van de tong.
Jongen, æt. 4, twee jaar geleden ingeënt, sindsdien ziekelijk ; aandoening van darmen en blaas.
Meisje, æt. 6 ; chorea.
Kind, æt. 7, na vaccinatie ; pustuleuze eruptie.
Meisje, æt. 8 ; wratten.
Meisje, æt. 9, ingeënt op tweejarige leeftijd, sindsdien ziekelijk ; chronische oogontsteking en otorroe.
Jongen, æt. 9, knap, goed ontwikkeld, sinds zes weken lijdend ; urine-incontinentie.
Meisje, æt. 9, broer stierf aan dezelfde ziekte ; pemphigus.
Meisje, æt. 10, vader sycotisch ; fungueuze uitgroei aan de onderkaak.
Meisje, æt. 11, ingeënt op de leeftijd van drie en een half jaar, sindsdien ziekelijk ; keratitis.
Jongen, æt. 11 ; kromming van de wervelkolom.
Meisje, æt. 12, lichte gelaatskleur, scrofuleuze diathese, sinds vier jaar lijdend ; enuresis.
Meisje, æt. 12 ; wratten op de handen.
Meisje, æt. 14 ; ranula.
Meisje, æt. 14, leuco-flegmatisch temperament, scrofuleuze diathese, sinds twee jaar lijdend ; enuresis.
Jongen, æt. 14, scrofuleus ; wratten op de hand.
Meisje, æt. 14, donker haar en donkere ogen ; wratten op de handen.
Meisje, æt. 19, blond, schijnbaar in goede gezondheid, sinds verscheidene jaren lijdend ; obstipatie.
Juffr. C., æt. 21, mager en blank ; diarree.
Man, æt. 21 ; pijnen op de borst.
Man, æt. 24, na hervaccinatie ; nerveuze stoornissen.
Muzikant, æt. 25, gonorroe.
Man, æt. 26 ; syfilitische iritis.
Meisje, æt. 26 ; tinea ciliaris.
Man, æt. 30, gewicht 240 pond, zeven dagen ziek ; reumatische koorts.
Man, æt. 32, donker ; aambeien.
Man, æt. 34, lang van gestalte, kastanjebruin haar, bleke gelaatskleur, opgezet gezicht, tweemaal schurft gehad ; steatomateuze gezwellen op de rug.
Landbouwer, æt. 36, sinds drie maanden lijdend ; urine-incontinentie.
Mevr. B., æt. 40, moeder van verscheidene kinderen, heeft verscheidene voortijdige bevallingen gehad ; baarmoederaandoening.
Vrouw, æt. 41, wasvrouw, sinds twaalf jaar lijdend ; prosopalgie.
Man, æt. 44, lijdend aan chronische aambeien, lijdt sinds negen jaar aan syfilis, energiek behandeld met Merc. en Kaliumjodide ; hoofdpijn.
Vrouw, æt. 46, lang van gestalte, gezet, moeder van drie kinderen ; poliep van de uterus.
Man, æt. 47, na vaccinatie ; astma.
Mevr. W., æt. 50 ; zonnesteek.
Man, æt. 50, lymfatisch-sanguinisch temperament, arbeider, met regelmatige leefwijze ; zweer boven het oog.
Dame, æt. 50 ; zweer op het hoofd.
Man, æt. 52, twaalf weken geleden na hervaccinatie ; nerveuze stoornissen.
Een man, æt. 60, dagloner, slecht gevoed, had verscheidene malen gonorroe, grote linkszijdige hydrocele ten gevolge van liesbreuk ; urine-incontinentie.
Dhr. A., æt. 63, veilingmeester ; poliep van het oor.
Vrouw, æt. 72 ; neuralgische alveolaire periostitis.
Mevr. H., æt. 72, sinds drie of vier jaar lijdend ; fungueuze uitwas aan de hals.
Jonge man, nervo-sanguinisch temperament, donkere gelaatskleur, goede leefgewoonten ; ontsteking van de sclera.
Jonge gehuwde vrouw, van goede maatschappelijke positie, sinds drie jaar lijdend ; ischias.
RELATIES [48]
Wordt geantidoteerd door : Chamom. (nachtelijke tandpijn) ; Coccul. (koorts) ; Camphor., Mercur., Pulsat., Sulphur.
Is een antidotum voor : misbruik van thee, Mercur., Iodum, Nux vom.
Compatibel : Nitr. ac., Sabina.
Complementair : Sabina, Silica.
Vergelijk met : Cann. sat., Canthar., Copaiba, Staphis.