Terebinthina. (Terebinthiniæ Oleum.)

van Constantine HeringDe leidende symptomen van onze Materia Medica

Na gemakkelijker te kunnen denken en bij een heldere geest, wordt hij bewusteloos.

Onvermogen de geest te concentreren.

Onvermogen te denken of te werken. θ Nerveuze hoofdpijn.

Stupefactie en diepe slaap. θ Uræmie. θ Flauwte.

Licht delier, stupor en diarree. θ Tyfus.

Bewusteloos, gevolgd door onvermogen de geest te concentreren.

Suf, lusteloos ; > door overvloedig urineren.

Manische toestand, aanhoudend gedurende verscheidene dagen.

Moedeloosheid. θ Nerveuze hoofdpijn.

Hypochondrie.

Erger door bezig te zijn met geestelijke arbeid, doffe drukkende pijn boven het linker oog.

Levensmoe. θ Nerveuze hoofdpijn.

Zelfmoord door ophanging volgde in twee gevallen op het wassen van veterwerk in terpentijnolie en alcohol.

Angst bij het naar bed gaan.

Vrees voor beroerte ; volheid en druk in het hoofd.

SENSORIUM [2]

Licht dronken gedurende verscheidene uren.

Duizeligheid : plotseling, met verduistering voor de ogen ; hij valt neer ; in het latere stadium van tyfus ; met dufheid en matheid ; licht, met algemene rillerigheid ; met misselijkheid en verminderde eetlust.

Dufheid in het hoofd.

Neiging tot syncope. θ Zenuwhoofdpijn.

Comateus ; kan alleen door schudden uit de schijnbare stupor worden gewekt, maar valt er onmiddellijk weer in.

HOOFD, INWENDIG [3]

Lichte neuralgische hoofdpijn, de hele dag af en aan.

Hoofdpijn met dorst. θ Puerperale peritonitis.

Doffe hoofdpijn met koliek.

Hoofdpijn. θ Urethrale catarre.

Pijn in het hoofd, continu en op een vaste plaats; chronisch, met zeldzame tussenpozen.

Stekende pijn in het voorhoofd als van een mes.

Neuralgische pijnen die naar de rechterzijde van het hoofd trekken.

Doffe of schietende, bonzende pijn boven op het hoofd of in de gehele schedel.

Grote volheid en druk in het hoofd; zij riep: "Mijn hoofd, mijn hoofd!"; men vreesde apoplexie.

Doffe drukkende pijn boven het linkeroog; 's avonds bij geestelijke arbeid.

Drukkende hoofdpijn in het gehele hoofd, af en aan, met braakneiging.

Hevige druk en grote volheid van het hoofd; doffe hoofdpijn met hevige neusbloeding. θ Septische koorts. θ Scarlatina.

Gevoel alsof er een band om het hoofd zit.

Gekneusd aanvoelende hoofdpijn.

Pijnlijk trekkend gevoel dat zich uitstrekt van de nek naar het achterhoofd en zich vandaar naar het voorhoofd verspreidt.

Trekkende pijn in het voorhoofd, die zich tot de heupen uitstrekt. θ Hematurie.

Neuralgische en nerveuze hoofdpijnen, > door vrije mictie.

Onwerkzaamheid van de nieren, met schaarse rookkleurige urine; de hersenen vergiftigd door niet-uitgescheiden ureum.

(OBS :) Hydrocefalus, acuut en chronisch.

HOOFD, UITWENDIG [4]

Scheurende, kriebelende pijn in de linker slaapstreek, die komt en gaat terwijl men 's avonds in bed ligt; wrijven doet haar verdwijnen.

(OBS :) Erysipelas capitis.

GEZICHTSVERMOGEN EN OGEN [5]

Ciliaire neuralgie, met acute conjunctivitis ; conjunctivale injectie wisselend, soms overmatig, dan weer zeer matig, nauwelijks meer dan een eenvoudige hyperemie, op geen enkel moment evenredig met de ernst van de pijn ; roodheid, meestal donker, vooral in latere stadia, hoewel zij op het hoogtepunt van de ontsteking helderrood kan zijn ; chemosis ; infiltratie in het celweefsel van de orbita ; diepe ciliaire injectie, zwelling van de oogleden, fotofobie en tranenvloed ; pupil vernauwd, verwijdt zich onder Atropine regelmatig, maar langzaam ; spanning wisselend, zelfs binnen korte tijd, hoewel vaker verminderd dan anders ; oogbol gevoelig voor aanraking ; pijn overmatig en steeds aanwezig ; wisselt van een doffe, knagende, zeurende, kloppende, beurse pijn tot een ernstige stekende, schietende pijn, die de patiënt bijna waanzinnig maakt, vooral hevig boven en rond het oog, doortrekkend tot in het achterhoofd aan dezelfde zijde, vaak het verloop van de nervus supraorbitalis volgend ; altijd < 's nachts en vaak gepaard gaand met ernstige paroxysmen, vooral in de vroege ochtend, van 1 tot 3 A. M. ; overeenkomstige zijde van het gezicht rood ; schaarse hooggekleurde urine ; pijn in de rug.

Amblyopia potatorum ; gedurende acht weken werd het zien steeds waziger ; bijna voortdurende doffe, zeurende pijn in de nierstreek ; urine donker gekleurd en rijk aan zure fosfaten, soortelijk gewicht 1028 ; visus 5/40 in beide ogen ; fundus normaal van aspect.

Tijdens het lopen in de open lucht muscæ volitantes en voorbijgaande duizeligheid.

Verduistering van het zien.

(OBS :) Fotofobie. θ Scrofuleuze oftalmie.

Pijn boven het linkeroog.

Episcleritis in het linkeroog sedert meer dan drie weken ; oog zeer rood, vooral aan de binnenzijde van de cornea, waar zich een harde blauwachtig-rode verhevenheid bevond ; hevige pijn dag en nacht in het oog en aan de overeenkomstige zijde van het hoofd ; pupil reageerde goed ; urine zeer donker.

Reumatische iritis ; frequente aandrang tot urineren, pijn in de nieren, branden in de urinebuis, donkere urine ; onderdrukking van de gewoonlijke voettranspiratie.

Recente verkleving van de iris aan de lens. θ Achterste synechiën.

(OBS :) Chronische iritis van traumatische of reumatische oorsprong.

In de buitenste ooghoek van elk oog ecchymose van de conjunctiva. θ Purpura hæmorrhagica.

Chemosis van het linkeroog ; urine donkerrood, als bloed, wordt na staan dik en laat een rood aanklevend bezinksel achter ; pijn dwars over de nierstreek.

Roodheid van de linker conjunctiva, iris traag reagerend, veel pijn in en boven het oog, altijd < 's nachts, tong aan de basis geel beslagen ; op de achtste dag werd hij om 1 A. M. wakker met veel kloppende pijn in het oog, vooral aan de binnenste ooghoek, gedurende een uur ; nu enige pijn aan de linkerzijde van het hoofd, tranenvloed bij het neerzien, oogbol gevoelig voor aanraking en zeer rood, vooral de binnenste helft ; scherpe, schietende pijnen van boven het rechter oog neerwaarts door het oog heen, en gevoel alsof er met geweld zand in het oog werd geworpen ; urine donker en schaars, met donker bezinksel ; pijn in de rug.

Zeer hevige pijn boven het linkeroog en in de linker slaap, dag en nacht (had een jaar geleden een sjanker) ; sinds een jaar geen transpiratie aan de linkerzijde van het hoofd, terwijl die rechts overvloedig is ; conjunctiva zeer rood met diepe ciliaire injectie, veel tranenvloed ; enige fotofobie, kamerwater ogenschijnlijk troebel.

Beurse pijn in het linkeroog, af en toe schietend, met sterke roodheid van de conjunctiva, verkleving van de oogleden in de ochtend, tranenvloed in de avond ; waas voor het zien, ernstige pijn in de rug, donkere urine.

Oog donkerrood, gezicht rood aan de aangedane zijde.

Ontstoken ogen en oogleden.

Halfopen, naar boven gedraaide of rollende ogen.

Opende zijn ogen alleen bij het slikken, sloot ze tijdens de sopor meteen weer.

GEHOOR EN OREN [6]

Gehoor aangetast, stem klinkt onnatuurlijk, r. oor <; in het linkeroor geruis en gezoem als van een schelp; kan niet zeggen waar de persoon is die spreekt, tenzij zij hem ziet; luid tegen haar spreken is zeer pijnlijk; van rechter- naar linkeroor.

Gevoel in de oren als van het slaan van een klok.

Pijn van het voorhoofd naar r. oor, dat voor haar zeer heet aanvoelt; l. oor voelt koud aan.

Otitis, met vergrote tonsillen; granulaire toestand van de nasofaryngeale holte.

Otalgie bij kinderen; tijdens de dentitie tekenen van cerebrale en abdominale irritatie.

Eczeem voor het oor, met neiging de oogleden aan te tasten.

Plotselinge steek in het rechter mastoïd
uitsteeksel.

REUK EN NEUS [7]

Hevige neusbloeding. θ Albuminurie. θ Tyfus.

Passieve epistaxis bij kinderen.

Frequente waterachtige coryza, nu uit één, dan uit beide neusgaten.

BOVENSTE GELAATSHELFT [8]

Krampachtig gevoel, maar zonder zichtbare samentrekkingen, zich uitstrekkend van de kin tot de bovenkaaksbeenderen, gevolgd door kneuzingsachtige hoofdpijn boven de ogen.

Trekkend gevoel in de beenderen aan de rechterzijde en in het voorhoofd.

Volheid en opwellingen in het gezicht. θ Overgang. θ Tyfus.

Hete opwellingen in het gezicht, gevolgd door licht zweten. θ Neuralgia vaga.

Aardachtige kleur van het gezicht, ingevallen gelaatstrekken.

Gezicht zeer bleek. θ Albuminurie.

Bleek, koud gezicht.

Erysipelas van het gezicht; chronisch.

ONDERSTE DEEL VAN HET GEZICHT [9]

Lippen gebarsten en licht bloedend. θ Albuminurie.

Kaakklem.

TANDEN EN TANDVLEES [10]

Trekkend gevoel in de tanden.

(OBS :) Kiespijn.

Scheurbuikachtige aandoeningen met hematurie.

Tandvlees brandde elke ochtend, was sponsachtig en pijnlijk bij aanraking; poetsen doet het bloeden.

Bloedend tandvlees. θ Albuminurie.

Tanddoorbraak : onderdrukking van de urine met convulsies; kind 's nachts wakker, schreeuwt alsof het verschrikt is, heeft een starende blik, balt de vingers; trekkingen in verschillende delen van het lichaam; peuteren in de neus, droge, korte hoest; zeurende pijn in ledematen en hoofd; brandende gevoeligheid en interstitiële uitzetting van het tandvlees; otitis.

SMAAK, SPRAAK, TONG [11]

Tong : helder of rood ; het beslag laat in plekken los, waarbij hier en daar helderrode vlekken zichtbaar worden, of de gehele tong wordt gelijktijdig schoon ; droog en rood ; bruin, droog ; brandend aan de punt van de tong ; verheven papillen ; alsof zij van haar papillen beroofd is, of alsof zij geglazuurd of gevernist is.

De tong blijft droog, met abdominale spanning ; na het schoon worden, wordt zij opnieuw droog met toename van tympanitis. θ Tyfus.

De tong reinigt zich niet geleidelijk maar snel en in grote schilfers, eerst vanuit het midden, waarbij de tong glad en glanzend achterblijft. θ Tyfus.

Tong rood en glanzend. θ Stomatitis. θ Entero-colitis.

Tong gezwollen, hard en stijf, met hevige koorts.

MONDHOLTE [12]

Foetide adem. θ Helminthiasis.

Branden in de mond.

Zweren in de mond.

(OBS :) Door kwik veroorzaakte speekselvloed ; stomacace.

In de mond en in de mondhoeken ecchymosen, die bloeden. θ Purpura haemorrhagica.

Stomatitis die zich uitstrekt van de mond tot de anus ; tong zeer pijnlijk, rood en glad glanzend, brandend als vuur ; enorme tympanitis ; geen pijn ; prostratie.

GEHEMELTE EN KEEL [13]

Schrapend, krassend gevoel in de keel, vaak met hoesten in de avond.

Brandend gevoel in de keel.

Warmte en een krassend gevoel in de keelholte en de maag.

APPETIJT, DORST. VERLANGEN EN AFKEER [14]

Honger en dorst, met zwakte.

Verlangen naar drinken; appetijt verminderd.

Verlies van eetlust, grote dorst. θ Gastro-enteritis.

Tijdens aangenaam geestelijk werk in de avond, na een volle, bevredigende maaltijd, plotseling verlangen om wijnruit te eten.

Afkeer van vlees.

ETEN EN DRINKEN [15]

Na het eten: misselijk in de maag; luid gerommel in de darmen, terwijl de pijn in de hypochondrieën verdwijnt.

Na een verzadigende maaltijd een vreemde eetlust.

Druk in het epigastrium alsof door haastig slikken.

HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]

Ranzige oprispingen.

Winderige ; bijtende oprispingen. θ Hematemesis.

Brandend maagzuur en waterige oprispingen in de avond.

Oprispingen en misselijkheid ; > na het oprispen.

Misselijkheid : met duizeligheid ; met braken.

Braken van slijm ; van gelig slijm ; van voedsel (albuminurie) ; van bloed.

MAAGKUIL EN MAAG [17]

Doffe pijn in het epigastrium.

Druk alsof hij een kogel had ingeslikt die in de maagkuil was blijven steken.

Lichte drukkende pijn op een kleine plek in het epigastrium; > bij bukken, liggen of diep ademhalen.

Druk in de maagkuil als van buitenaf.

Spanning en pijn rond het epigastrium, met flauwte en een gevoel van volledige uitputting of angst in deze streek. θ Hematemese.

Knijpende pijn onder de maagkuil, met oprispingen en misselijkheid.

Branden in de maag en hypochondriën.

Hitte in de maag.

Hevig branden in de maag, met misselijkheid en braken van slijm, gal of bloed; overvloedige bloedingen.

Drukken in de maag, overgaand in lichte misselijkheid; > door oprispingen.

Drukken in de maag 's avonds in bed, liggend op de linkerzijde, wat de slaap verhindert; > bij het draaien naar rechts en het laten van winden.

Gastritis; kan de minste aanraking niet verdragen.

HYPOCHONDRIEËN [18]

Zeurende en brandende pijn in de hypochondriale streek.

Hevige brandende druk in het hypochondrium.

(OBS :) Drukkend gevoel onder het middenrif, zich uitstrekkend van links naar rechts.

Lever onder de ribben voelbaar. θ Emfysemateuze astma.

(OBS :) Koliek door stenen ; chronische leverklachten.

Drukkende en snijdende pijnen in de linker hypochondriale streek bij het zitten, verdwijnend bij het rondlopen.

ABDOMEN EN LENDEN [19]

Gevoel alsof de darmen naar de wervelkolom toe werden getrokken.

Prikkelbaarheid en zwakte van de darmen. θ Albuminurie.

Angst in de epigastrische streek ; abdomen voller dan gewoonlijk.

Volheid als na te veel eten.

Zwaar gevoel in het abdomen na de siësta.

Druk en zwaar gevoel in het abdomen met afgang van winden.

Gerommel, met buikpijn en bruine ontlasting.

Gerommel en gegorgel in het abdomen in de avond ; koliek in de ochtend.

Gevoel van uitzetting in het abdomen als door winderigheid, waardoor hij spoedig moet rusten.

Meteorisme ; overmatige tympanitis, abdomen gevoelig. θ Tyfus. θ Puerperale aandoeningen.

Uitzetting en flatulentie ; opgezet abdomen pijnlijk bij aanraking. θ Puerperale peritonitis.

Gevoeligheid van de darmen. θ Baarmoedertumor.

Opgezet abdomen ; frequente koliek, met constipatie.

Abdomen gevoelig voor druk.

Koliekachtige grijpende pijnen in het abdomen. θ Septische koortsen.

Grijpende, knijpende koliek, met slijmig-purulente ontlasting.

Schietende pijn dwars door de darmen van links naar rechts en omhoog.

Koliek : met hoofdpijn ; met diarree ; met brijige ontlasting.

Voortdurende snijdende pijn, uitstralend naar de dijen.

Koliek met levendige beweging van de darmen en meteorisme, na warmte en kriebeling in keelholte en maag ; angst ; misselijkheid, zelden braken.

Snijdende pijn in het abdomen, met plaatselijke uitzettingen alsof een breuk naar buiten zou treden ; pijnlijkheid in de lies.

Koud gevoel in het abdomen alsof het onbedekt lag.

Koude in de navelstreek.

Bij liggen voelt de navelstreek ingetrokken en koud aan, alsof zij met een ronde koude plaat bedekt was.

Gevoel alsof de darmen naar de wervelkolom toe werden getrokken.

Pijn in de navel.

Gevoel in het abdomen alsof diarree zou volgen.

Brandende jeuk op het abdomen.

Pijn in de iliacale streek. θ Tyfus.

Liezen licht gezwollen en pijnlijk in de avond, bij zitten.

Pijn en bewegingen in de lies alsof een breuk zou verschijnen, het meest wanneer men zittend het dijbeen strekt ; wordt soms in de rechter-, soms in de linker lies gevoeld.

Dringende en snijdende pijn in de rechter lies.

(OBS :) Beknelde breuk.

Brandende jeuk van de huid in de rechter lies.

Uitstorting van serum in de buikholte. θ Tyfus.

Begin van ulceratie van de darmen. θ Tyfus.

Ulceratie van de darmen, toename van tympanitis ; tong wordt opnieuw droog. θ Tyfus.

Peritonitis en andere ontstekingsaandoeningen van het abdomen.

Op de zesde dag van enteritis was de patiënt bijna polsloos ; gezicht, handen en ledematen koud ; grote gemoedsonrust ; vrees voor de dood ; veel ademnood ten gevolge van de tympanitische toestand van het abdomen, dat enorm van omvang was, niet gevoelig, maar hard en resonerend als een trom ; tong droog, zag eruit alsof zij in het midden met een heet ijzer was geschroeid.

ONTLASTING EN RECTUM [20]

Vergeefse aandrang tot ontlasting.

Tenesmus; bloederige ontlasting. θ Dysenterie.

Nadat winden zijn afgegaan, is de maag verlicht.

Bij dunne ontlasting houdt de misselijkheid onmiddellijk op.

Overvloedige en frequente ontledigingen naar boven en beneden.

Ontlasting van slijm en water; < 's morgens.

Brijige ontlasting, met branden in het rectum en koliek.

Overvloedige lozingen met branden in de anus.

Diarree, abdomen gespannen en drukgevoelig; tong droog of vochtig. θ Tyfus.

Ontlasting: waterachtig, groenachtig; slijmerig en waterig; frequent; overvloedig; foetide; bloederig.

Verergering: in de namiddag en avond; 's morgens tijdens tyfuskoorts; tijdens nefritis; door wonen in vochtige, donkere kelders.

Vóór de ontlasting: koliekpijn in het abdomen.

Na de ontlasting: hevig branden in rectum en anus; uitputting; flauwvallen. Darmcatarrh en diarree. θ Nefritis.

Diarree; prostratie overmatig; branden in de anus.

Spoedig na het zweten, tegen de ochtend, een zeer kwalijk riekende diarree.

Diarree met tetanische spasmen.

Gallige diarree. θ Albuminurie.

Roetachtige ontlasting als koffiedik. θ Hematemese. θ Purpura haemorrhagica.

Enterocolitis, met bloedingen en ulceratie van de darmen, vooral epitheliale degeneratie; ontlasting van slijm en water. θ Tyfoïde ziekten.

Constipatie. θ Uterustumor. θ Albuminurie.

Constipatie met abdominale opzetting.

Ontlasting schaars, hard en droog; donkerbruin.

Bloedingen: uit de darmen; met ulceratie; epitheliale degeneratie; passief.

Op de veertiende dag van tyfuskoorts overvloedige diarree van de kleur van pruimensap, donkerrood, die onder de microscoop een grote hoeveelheid zemelachtige deeltjes liet zien, vermengd met uiteengevallen bloedbolletjes; stukken linnen die erin werden gedoopt, werden rood; zij had een eigenaardige foetide geur; kleine coagula op de bodem van het vat waren niet vast, maar vervloeiend; overmatige drukgevoeligheid in de linker iliacale streek, stupor, matig delier, droge tong, rood aan de punt, achteraan zwaar beslagen, subsultus.

Hemorroïden. θ Uterustumor.

Inwendige, bloedende aambeien.

Bloeding uit de anus. θ Tyfus.

Branden en tinteling in anus en rectum, > door het aanbrengen van koud water.

Loost segmenten van een lintworm; ascariden .

Wormen: met foetide adem, gevoel van verstikking; droge kriebelhoest; branden en tinteling aan de anus, met gevoel alsof ascariden rondkropen; soms met spasmen.

URINEWEGEN [21]

Hevige brandende, trekkende pijnen in de nieren. θ Nefritis. θ Hematurie.

Druk in de nieren bij zitten, > door beweging.

Voorbijgaande trekkende pijn in de rechter nier, uitstralend naar de rechterheup.

Overal stijfheid ; zwaar gevoel en pijnen in de nierstreek.

(OBS :) Neuralgie van de nieren.

(OBS :) Voorkomt en lost nierstenen op.

Doffe pijn en branden in de nierstreek ; uitstralend omlaag langs de urineleiders.

Branden tijdens het urineren.

Gevoel alsof hij bij het lopen voorover op zijn gezicht zou storten ; nu en dan gezichtsverlies en diplopie ; pijn ter hoogte van de nieren bij vermoeidheid ; urine iets donkerder ; albumine en bloedlichaampjes in de urine ; oogleden, gelaat en voeten zwellen op.

Nierziekte die waterzucht teweegbrengt, de aanval treedt snel op met pijn in de lumbale streek, urine sterk verminderd, rijk aan albumine, bevattend tubulaire cilinders en rode bloedlichaampjes. θ Waterzucht na scarlatina.

Waterzucht afhankelijk van congestie van de nieren ; dof zeurende pijn in de nierstreek ; rookachtige urine.

Vette degeneratie van de nier (vergroting) ; algemene waterzucht ; ledematen enorm gezwollen, huid bij druk diep indeukbaar en bijna tot barstens toe gespannen, kon zich slechts met moeite één stap verplaatsen ; veel algemene musculaire zwakte ; menstruatie vier maanden uitgebleven ; urine van een diep rokerig-opalescente kleur, sp. gr. 1018, gemiddelde hoeveelheid 30 tot 35 ounce in vierentwintig uur ; bij koken werd het een bijna vaste massa albumine ; bloedlichaampjes zichtbaar onder de microscoop. θ Ziekte van Bright.

Albuminurie ; in vroege stadia wanneer bloed en albumine overvloediger aanwezig zijn dan cilinders en epitheel.

Meisje, æt. 9, scarlatina licht ; werd lusteloos ; braakte geel slijm ; tong wit beslagen ; aanval van lancinerende pijn in het hoofd, gilde plotseling ; > door het hoofd stevig vast te houden ; gelaat en abdomen gezwollen ; voeten niet gezwollen ; urine schaars, troebel, donker ; veel albumine. θ Albuminurie na scarlatina.

Suiker in de urine. θ Diabetes.

(OBS :) Suppuratie van nieren en blaas.

Aandoeningen van de nieren, < door wonen in vochtige huizen.

Gevoeligheid van de onderbuik, tenesmus van de blaas.

Krampachtige aandrang en drukkend gevoel in de blaasstreek bij zitten ; in banen opstijgend naar beide nieren ; > door beweging.

Tenesmus van de blaas. θ Gonorroe.

Hevig branden en snijden in de blaas, afwisselend met een soortgelijke pijn in de navel ; < in rust ; > bij lopen in de open lucht. θ Hematurie.

Uitblijven van urine.

Retentie van urine door atonie van de fundus vesicæ.

Urine-incontinentie ; ook 's nachts.

Blaaskatarrh, vooral bij oude mensen met zittende gewoonten.

Cystitis en urineretentie ; druk in de blaasstreek veroorzaakte convulsies.

Man, æt. 62, lijdt ieder jaar aan een seropurulente afscheiding uit de urinebuis, vooral na uitknijpen sijpelt een enigszins dikke, groenachtige stof uit de urinebuis ; enige pijn na het urineren, maar geen zwelling ; koud drinken nadat hij verhit is geraakt schijnt de uitlokkende oorzaak te zijn ; patiënt klaagt over hoofdpijn, koortsige verschijnselen, gebrek aan eetlust, enz.

Dysurie.

Branden in de urinebuis bij het urineren.

Strangurie ; krampachtige retentie van urine. θ Gonorroe.

Frequent urineren 's nachts, met hevig branden en pijn in de lendenen.

Urine vermeerderd. θ Tyfus.

Schrijnen in de urinebuis. θ Gonorroe.

Urine : geur van viooltjes ; foetide ; albuminehoudend ; schaars ; donker ; troebel en rookachtig, bloederig ; helder, waterachtig, overvloedig.

Hematurie.

Urine rood, dik, schaars. θ Gewrichtsreumatisme.

Bloed in de urine, na een snijwond, het trekken van een tand enz., bij bloeders.

Schaarse urine, donker, soms bloederig ; bevattend albumine, cilindrische stolsels, nierelementen, calciumoxalaat. θ Albuminurie.

Urine sterk met bloed beladen, vooral wanneer zij helder rood is en in zeer kleine hoeveelheden wordt geloosd. θ Albuminurie.

Urine zwart, met koffiedikbezinksel. θ Leverlijden.

Urine bevat bloed na scarlatina.

Doffe pijn in de lumbale streek en dwars over het midden van het abdomen ; pols 100, vast, niet groot ; urine lijkt qua kleur op portwijn, ziet er in een lepel heel helder uit, bijna zwart wanneer men er in een kamerpot van bovenaf op neerkijkt ; zij stolt zeer sterk door warmte ; tong vuil beslagen ; eetlust en slaap verstoord. θ Hematurie uit de nieren.

Enkele maanden vóór de geboorte van het kind, nu 1 jaar oud, had zij ongewone pijn in de rug, de nierstreek en langs de urineleiders naar de blaas, urine zeer donker en sterk geurend, met een zwart bezinksel ; vermagering, anemisch uiterlijk alsof veel bloed verloren was, zwakte, uitputting na korte afstand lopen ; na traplopen hartkloppingen, dyspneu, bonzen in het hoofd ; huid zeer bleek en voelde ongezond aan ; opwellingen van koorts in de namiddag gevolgd door overvloedig nachtzweten ; constipatie ; tong bleek en slap ; urine donker, bijna zwart bij de eerste lozing, met een bezinksel ter grootte van bijna een twaalfde van de hoeveelheid, en zwart als steenkool ; urine niet veel minder dan de normale hoeveelheid, zag er rookachtig uit. θ Chronische passieve bloeding uit de nieren.

Bij staan zet de urine een roodachtig-wit bezinksel af.

Urine zet een slijmerig, dik, modderig bezinksel af. θ Blaaskatarrh.

Na scarlatina : loost kleine hoeveelheden donkere, zoet ruikende urine, troebel en met een bezinksel als koffiedik ; soms is het denken traag, of de patiënt slaperig, zelfs in stupor ; waterzucht ; urine bevat, hoewel rijk aan albumine en bloed, weinig, zo al enige, cilinders.

Mannelijke geslachtsorganen [22]

Spermatorroe bij een man æt. 25 ; geen slechte gewoonten ; urine troebel en met een gelig slijmerig bezinksel.

Scheurende pijn in het schaambeen.

Gevoel alsof de symphysis pubis plotseling met geweld uiteen werd gedreven.

Voorbijgaand branden in het achterste deel van de rechter testikel.

Krampachtig trekkend gevoel in de linker testikel en langs de zaadstreng.

Snijdend trekkende pijn van de liesring naar de linker testikel ; verdwijnt bij bukken.

Chordee ; chronische urethrale afscheiding. θ Gonorroe.

Gonorroïsch reuma.

Gonorroe met strangurie, tenesmus van de urineblaas, schrijnend gevoel in de urinebuis ; pijnlijk urineren elke tien minuten, verlichting door mictie.

Vrouwelijke geslachtsorganen [23]

Waterzucht van de eierstok.

Verschrikkelijk branden in de uterus, met sterke neerwaarts drukkende pijn; grote hitte over het hele lichaam; verlangt naar drinken; inwendige hitte; abdomen voller dan gewoonlijk.

Door het dragen van strakke korsetten ontstane peritonitis na de bevalling. θ Tumor van de uterus.

Aandoeningen van de uterus na het dragen van een baarmoedersteun. θ Traumatische erysipelas.

Fibroïde vergroting van de uterus; bloederige, stinkende leucorroe; branden in de uterus; pijn aan de crista iliaca, < door beweging of de geringste schok bij het lopen of rijden; menorragie, zwart bloed.

Uterus en eierstokken zeer pijnlijk.

Trekkend gevoel in de dijen, en koliek alsof de menstruatie zou inzetten, een week nadat zij die had gehad.

(OBS :) Menorragie; leucorroe; herpes labialis.

Menstruatie twee dagen te laat en schaars, met verstoorde menstruele functie, of tijdens de overgang. θ Neuralgia vaga.

Tijdens de overgang; neuralgie; opwellingen; zweet; pijnen.

ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]

Tijdens de zwangerschap. θ Neuralgie.

(OBS :) Abortus.

Branden en een drukkend gevoel naar beneden in de uterus, en brandend urineren.

Metritis en peritonitis puerperalis, met neiging tot versterving; lochiën onderdrukt, vreselijk branden in de uterus, abdomen voller dan gewoonlijk; hoofdpijn met dorst; bruine droge tong, misselijkheid en braken; opgezet abdomen, pijnlijk bij aanraking; pols klein, frequent, met algemene zwakte.

STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]

Luchtwegen droog, slijmvlies voelt heet en bloedovervuld aan.

Branden in de luchtwegen, met dun slijm, dat zeer moeilijk los te krijgen is.

(OBS :) Bronchiale katarr bij bejaarden met mucopurulent sputum.

Afscheiding van het bronchiale slijmvlies zeer vermeerderd, met krampachtige, stuipachtige hoest; herpes labialis, zware retrosternale pijn en kriebeling in de luchtpijp, zoals bij het begin van bronchitis; slijm met bloedstrepen.

(OBS :) Membraneuze kroep.

ADEMHALING [26]

Korte ademhaling; moeilijke ademhaling alsof door congestie van de longen.

Moeilijke ademhaling sinds zes maanden; < door beweging. θ Emfyseem.

Dyspneu de hele nacht, overeind gesteund in bed, nauwelijks in staat te ademen. θ Albuminurie.

Verstikkingsgevoelens. θ Wormen.

Zit rechtop, ademt snel, kan de borst niet uitzetten, abdominale ademhaling; > door diep adem te halen.

Met een versufte toestand, onrustig; ongelijke ademhaling, nu zwaar, dan snel, soms onderbroken alsof zij zou ophouden.

HOEST [27]

Hoest alsof een vreemd lichaam in de luchtpijp was terechtgekomen, met een krampachtige inademing als bij kinkhoest, maar met onderbrekingen, tenslotte houdt alle inademing op.

Hoest met bloederige expectoratie, zonder pijn in de borst.

Bronchiale catarrh met het opgeven van veel slijm.

Droge hoest, geen expectoratie of bloedgestreept sputum.

Droge prikkelhoest. θ Wormen.

Droge hoest, < bij liggen na het eten.

Overvloedig slijmerig sputum. θ Albuminurie.

Bloederige expectoratie. θ Tyfus.

Grote benauwdheid en onrust, gevolgd door haemoptoë.

Gevaarlijke bronchiale symptomen bij gevallen van tyfus.

Schuimig sputum.

BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]

Na krampachtige hoest met ademnood een zeer uitgesproken of lang aanhoudende gevoeligheid in het onderste deel van de borst.

Drukkende pijn achter het borstbeen.

Warme dranken veroorzaken tijdens het zakken pijn in de streek van het borstbeen, met gevoeligheid bij aanraking; de pijn is enigszins brandend.

Branden in de borst langs het borstbeen.

Uitzetting van de luchtvaten in de hoogste graad; de hartpunt voelt men kloppen in de maagkuil; hart en lever omlaaggedrukt; raakt buiten adem bij de geringste inspanning, vermijdt zelfs lopen. θ Emfyseem.

Tyfoïde pneumonie; ondraaglijk branden en beklemming dwars over de borst, met grote droogheid van de slijmvliezen of overvloedige expectoratie; hepatisatie van de longen; vochtige crepiterende reutels in de bovenste of middelste kwabben; de gehele achterste onderste streek van de rechter borsthelft dof bij percussie; pols intermitterend, onregelmatig; grote prostratie.

Capillaire bronchitis, kind slaperig, longen geheel verstopt; urine schaars, bijna donker door bijmenging van bloed.

Bronchiale catarre en pneumonie bij tyfus.

In de bovenste of middelste delen van de borst, vochtige crepiterende reutels; links hetzelfde, maar geringer. θ Albuminurie.

Uitstorting van serum in de pleuraholte. θ Tyfus.

Bloeding uit de longen.

Hemoptoë; grote benauwdheid en onrust vóór de bloeding, en daardoor onmiddellijk verlicht.

HART, POLS EN BLOEDSOMLOOP [29]

Hartkloppingen met onregelmatige pols bij het naar bed gaan.

Organische ziekten van hart en grote bloedvaten. θ Morbus Brightii.

Pols : intermitterend, onregelmatig bij het naar bed gaan, met grote zwakte ; in kracht en frequentie toegenomen ; zwak of snel ; traag, bij diarree (tyfus) ; klein, met algemene zwakte ; 130 tot 140 (puerperale peritonitis) ; klein, peesvormig (tyfus) ; draadvormig en nauwelijks waarneembaar.

BORSTWAND [30]

Brandend gevoel in de borst langs het borstbeen, zich geleidelijk uitbreidend over de hele borst; neemt af met steken die door de tepels schieten; na een warme drank.

Stekende pijn in de linker grote borstspier.

Musculaire stijfheid; samentrekking van de spieren van de borstkas.

NEK EN RUG [31]

Drukkende pijn in de rug, stijgt op tussen de schouders en voelt kloppend aan.

Trekkende pijn in de rug bij het neerzitten in de avond.

Trekkende pijn in de rug en lumbale spieren, met matheid bij lichaamsbeweging in de open lucht.

Rugpijn en gevoeligheid bij nieraandoeningen.

Hevige pijnen in de lumbale streek, met koorts.

Hevige reumatische pijn in de lumbale spieren, opgelopen doordat hij zijn flanellen onderkleding te vroeg had uitgetrokken; het is hem onmogelijk zich te bukken of op de rug te liggen; de pijnen zijn stekend en maken beweging, wanneer hij niet rechtop is, ondraaglijk.

Bovenste ledematen [32]

Trekkend gevoel in de beenderen van de bovenarm in de ochtend.

Pijn alsof de spieren van de linker bovenarm verstuikt zijn.

Handen beven, met zwakte.

Neuralgie brachialis of subscapularis.

ONDERSTE LEDEMATEN [33]

Ongevoeligheid van de extremiteiten, vooral van de onderste.

(OBS :) Lumbago ; ischias.

Pijn die van de heup naar het voorhoofd trekt ; of vanuit de nieren.

Trekkend-scheurende pijn in het rechterheupgewricht.

Neuralgie van de heupen.

Trekkende pijn langs de dijen.

Ischias, bij reumatische patiënten ; urinewegklachten.

Erytheem op dijen en lichaam, lijkend op scarlatineus exantheem.

Pijn in de liezen die uitstrekt naar de dijen.

Samentrekkende spasmen van de dijspieren tijdens remissie van neuralgie.

Zwelling en stijfheid van de rechterknie, met pijn in de kuit en zwelling van de vastus externus.

Overvloedig zweten van de benen, 's avonds in bed.

Hevige neuralgie in de onderste ledematen, vooral bij vochtig weer.

Scheurende pijnen in de voeten, nu eens hier dan weer daar ; voornamelijk in voetzolen en hielen. θ Neuralgia vaga.

Benen oedemateus. θ Albuminurie.

Wankelende gang, alsof dronken.

LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]

Gevoelloosheid van de ledematen. θ Nerveuze hoofdpijn.

Zwaar gevoel in de ledematen.

De zenuwen van de ledematen, vooral van de onderste ledematen, zijn buitengewoon gevoelig.

Hevige pijn langs de grotere zenuwen.

De ledematen zijn enorm gezwollen. θ Albuminurie.

Koudheid van de extremiteiten.

Ledematen hangen slap neer, zonder beweging.

RUST. HOUDING. BEWEGING [35]

Rust

Houding. Beweging. Staat met de voeten ver uit elkaar ; kan het lichaam niet in evenwicht houden.

Liggen : navelstreek voelt ingetrokken en koud aan ; > pijn in het epigastrium ; op de linkerzijde drukkend gevoel in de maag ; hoest <.

Zitten : pijn in de linker onderbuik ; liezen pijnlijk ; druk in de nieren ; aandrang en drukkend gevoel in de blaas ; trekkend gevoel in de rug.

Bukken : pijn in het epigastrium > ; > pijn in de linker testikel.

Beweging : > pijn in de onderbuik ; > druk in de nieren ; druk in de blaas > ; < pijn aan de darmbeenkam ; < moeilijke ademhaling.

Lopen : in de open lucht muscæ volitantes en duizeligheid ; gevoel alsof hij voorover zou vallen ; emfyseem <.

ZENUWEN [36]

Vermoeid gevoel.

Hevige pijnen langs het verloop van grote zenuwstammen.

Hevige neuralgie in het verloop van de supraorbitale zenuw.

Plotselinge schoktrekkingen van de ledematen als door een elektrische schok. θ Neuralgia vaga.

Schietende pijn, als bliksem of als hevig bonzen, samendrukkend.

Kruipende tintelingen, met een gevoel alsof het deel slaapt of zwaar is. θ Neuralgie.

Neuralgie met een gevoel van koude in de zenuw, af en toe alsof er heet water door een buis stroomt.

Prostratie, met koud klam zweet en een draadvormige, bijna onmerkbare pols.

Grote prostratie met ongewone vermagering. θ Tyfus.

Heeft geen vermogen het lichaam in evenwicht te houden, staat met de voeten ver uit elkaar (na grote doses tegen tænia).

Grote zwakte. θ Leveraandoening.

Neiging tot syncope. θ Zenuwhoofdpijn.

Lichamelijke zwakte neemt snel toe. θ Purpura hæmorrhagica.

Algemene debiliteit. θ Albuminurie. θ Neuralgia vaga.

Zenuw- en spierzwakte ; gebrek aan gevoeligheid.

(OBS :) Verlamming ; paraplegie.

Incidentele subsultus.

(OBS :) Puerperale convulsies door uremische vergiftiging.

Uremische spasmen bij albuminurie, met grote prostratie.

Spasmen. θ Helminthiasis.

(OBS :) Tetanische spasmen ; kaakklem.

(OBS :) Chorea ; epilepsie.

SLAAP [37]

Slaperigheid. θ Tyfus. θ Scarlatina.

Kan niet in slaap komen, woelt in bed.

Slaap wordt verhinderd door pijn in de maag.

Slapeloos, opgewonden; huid heet.

Nachtmerrie wekt hem zodra hij in slaap valt.

Steeds terugkerende dromen.

TIJD [38]

Tegen de ochtend : stinkende diarree.

's Morgens : tandvlees brandt ; koliek ; slijmerige en waterige ontlasting ; trekken in de botten van de bovenarm.

's Avonds : doffe drukkende pijn boven het linkeroog ; schrapen in de keel met hoest ; verlangen om wijnruit te eten ; brandend maagzuur en waterige oprispingen ; gerommel in het abdomen ; liezen gezwollen en pijnlijk ; in bed zweet op de benen.

's Nachts : ciliaire neuralgie <, vooral van 1 tot 3 uur 's nachts ; pijn in het oog < ; kind wakker bij het tandenkrijgen ; frequent urineren ; urine-incontinentie ; dyspneu ; nachtmerrie.

TEMPERATUUR EN WEER [39]

Vochtige woningen : nieraandoeningen <.

Vochtige, donkere kelders : diarree.

Vochtig weer : neuralgie in de benen.

Koud water : > brandend gevoel in de anus.

KOORTS [40]

Rillingen gevolgd door koortsige hitte door het gehele lichaam ; hoofdpijn, rood gezicht. θ Ziekte van Bright.

Hevige koude met onrustig heen en weer woelen.

Hevige koude rilling, koude ledematen, romp heet.

Na een sterke koude rilling hevige pijn in het abdomen. θ Peritonitis puerperalis.

Kouwelijkheid.

Onregelmatige koude rillingen en opwellingen van hitte. θ Hematemese.

Koudegevoel en rilling in het abdomen.

Grote hitte ; inwendige hitte.

Grote hitte over het hele lichaam door baarmoederpijn.

Huid heet en droog ; diarree. θ Tyfus.

Koorts met hevige dorst ; gezicht rood ; slijmvliezen voelen droog aan ; pols hard en frequent ; overvloedig zweet, overmatige prostratie.

Plotseling onderdrukt zweet. θ Neuralgie.

Koud klam zweet over het hele lichaam. θ Toxemische koortsen.

Buiktyfus ; overmatig tympanisme ; loomheid en prostratie ; frequente dunne ontlasting ; overvloedige bloedingen uit de darmen met ulceratie van de Peyerse klieren ; mompelend delier ; tegen het einde van de tweede week helderrode tong, glad en glanzend, alsof zij van haar papillen beroofd was ; duizeligheid, volheid en opwellingen van het gezicht ; pijn in de darmbeenstreek of in het gehele abdomen bij druk ; dikke schaarse urine met slijm en uiteengevallen bloedlichaampjes ; foetide urine en ontlasting ; diarree, ontlasting vermengd met bloed, kleine, draadachtige pols ; bloedingen uit neus en anus ; bloederige expectoratie ; overvloedige sereuze uitstortingen in de pleurale en abdominale holten ; grote prostratie en vermagering.

Tyfus ; stupor ; delier, subsultus tendinum ; vernauwde pupillen ; droge tong ; meteorisme ; bloederige ontlasting ; de tong wordt droog omstreeks het midden of tegen het einde van de tweede week.

Tyfoïde pneumonie.

Malaria- en Afrikaanse koortsen. [Opm. Geozoniseerde terpentijnolie, enkele druppels op suiker, verscheidene malen per dag (zie Inleiding), wordt aanbevolen als profylacticum. --Hg.]

AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]

Geleidelijk uitbreidend: branden in de borst.

De hele dag opkomend en weer verdwijnend: neuralgische hoofdpijn.

Dag en nacht: pijn in het oog.

Verscheidene dagen aanhoudend: maniakale toestand.

Gedurende acht weken: het zien wazig.

Vier maanden lang: menstruatie afwezig.

Gedurende zes maanden: bemoeilijkte ademhaling.

Tijdens het climacterium: neuralgie; opwellingen; zweet; pijnen.

LOKALISATIE EN RICHTING [42]

Links : drukkend boven het oog ; scheurend kietelend gevoel in de slaapstreek ; episcleritis ; chemosis van het oog ; roodheid van de conjunctiva ; beurse pijn in het oog ; suizen in het oor ; het oor voelt koud aan ; drukkend en snijdend in het hypochondrium ; drukgevoeligheid in de iliacale streek ; trekkend in testikel en zaadstreng ; reutels in de borst ; steken in de musculus pectoralis major ; pijn alsof verstuikt in de arm.

Rechts : neuralgie in het hoofd ; schietend van boven het oog door het oog ; transpiratie op het hoofd, geen aan de linkerzijde ; gehoor < ; pijn van het voorhoofd naar het oor ; steek in het processus mastoideus ; trekkend in de beenderen van het hoofd ; pijn in de lies ; jeuk van de huid in de lies ; trekkend van de nier naar de heup ; brandend in het achterste deel van de testikel ; pneumonie ; trekkend scheurend in het heupgewricht ; zwelling en stijfheid van de knie ; erythemateuze eruptie op de voet.

Van links naar rechts : drukkend onder het middenrif ; schietend in de ingewanden.

Van rechts naar links : aandoening van het gehoor.

Omhoog : schietend in de ingewanden.

GEWAARWORDINGEN [43]

Alsof hij bij het lopen voorover zou vallen ; als van een band om het hoofd ; alsof met geweld zand in het oog werd geworpen ; alsof men het suizen van een zeeschelp in het linkeroor hoorde ; in het oor als van het slaan van een klok ; als na gehaast slikken, in het epigastrium ; navelstreek alsof deze bedekt was met een ronde, koude plaat ; alsof hij een kogel had doorgeslikt, die in de maagkuil was blijven steken ; een gevoel van angst en volslagen uitputting in de streek van het epigastrium ; alsof de darmen naar de wervelkolom werden getrokken ; alsof het abdomen door winderigheid was opgezet ; in het abdomen alsof diarree op komst was ; alsof zich een liesbreuk zou voordoen ; alsof de symphysis pubis plotseling uiteen werd gedwongen ; alsof een vreemd lichaam in de luchtpijp was gekomen ; als door stroomschokken, met trekkingen van de ledematen ; kruipende tinteling alsof de delen sliepen ; alsof er heet water door een buis in een zenuw stroomde.

Pijn : boven het linkeroog ; in de navel ; in de liezen ; in de nieren ; in de lumbale streek ; op de crista iliaca ; in uterus en ovaria.

Ernstige pijn : boven het linkeroog en in de linkerslaap ; in de lumbale streek.

Hevige pijn : in het oog en aan de zijkant van het hoofd ; langs het verloop van grote zenuwstammen.

Neuralgische pijnen : in het hoofd ; in de nieren ; tracheaal of subscapulair ; in de heupen ; in de onderste ledematen ; langs grotere zenuwen ; supraorbitaal.

Lancinerend : in het hoofd.

Snijdend : in de linker hypochondrische streek ; van het abdomen naar de dijen ; in de rechterlies ; in de urineblaas ; in de navel ; van de liesring naar de linker zaadbal.

Steken : in het voorhoofd ; in het rechter processus mastoideus ; door de tepels ; in de linker musculus pectoralis major.

Schietend : ciliaire neuralgie ; van boven het rechteroog door het oog heen.

Schietend : in de kruin ; in het linkeroog ; dwars door de darmen van l. naar rechts en omhoog.

Scheurend : in het schaambeen ; in het rechter heupgewricht ; in de voeten, voetzolen en hielen.

Krampend : in het abdomen.

Pijn als bij verstuiking : in de spieren van de linker bovenarm.

Reumatische pijn : in de lumbale spieren.

Doffe knorrende pijn : ciliaire neuralgie.

Knijpend : onder de maagkuil, in het abdomen.

Krassend : in de keel ; in de keelholte en de maag.

Schrijnend : in de urinebuis.

Brandend : in het tandvlees ; aan de punt van de tong ; in de mond ; van de tong als vuur ; in de keel ; in de maag en hypochondrieën ; op het abdomen ; van de huid in de rechterlies ; in rectum en anus ; in de nieren ; in de urineblaas ; in de navel ; in de urinebuis ; in de lendenen ; in het achterste deel van de rechter zaadbal ; in de uterus ; in de luchtwegen ; dwars door de borst ; langs het borstbeen.

Brandende druk : in het hypochondrium.

Druk : in het hoofd ; in het epigastrium ; onder het diafragma van l. naar rechts ; in de maagkuil ; in de maag ; in de linker hypochondrische streek ; in het abdomen ; in de nieren ; achter het borstbeen ; in de rug, stijgt op tussen de schouders.

Dringende pijn : in de rechterlies ; in de streek van de urineblaas.

Trekkend : van de nek naar het achterhoofd, vandaar naar het voorhoofd, van het voorhoofd naar de heupen ; in de beenderen van het hoofd ; in de tanden ; in de nieren ; van de rechternier naar de heup ; in de linker zaadbal en langs de zaadstreng ; in de dijen ; in de rug ; in de lumbale spieren ; in de beenderen van de bovenarm ; in het rechter heupgewricht ; langs de dijen.

Zeurende pijn : in ledematen en hoofd, tijdens het tandenkrijgen ; in de hypochondrieën.

Doffe zeurende pijn : in de nierstreek ; in de renale streek.

Doffe pijn : in het epigastrium ; in de nierstreek, langs de ureters naar beneden.

Beurse pijn : in het linkeroog ; in het tandvlees ; in het onderste deel van de borst.

Gekneusd : hoofdpijn.

Doffe drukkende pijn : boven het linkeroog.

Neerdrukkend gevoel : in de uterus.

Scheurende kieteling : in de linker slaapstreek.

Kloppende pijn : in de ogen.

Bonzend : in de kruin ; tussen de schouders.

Krampachtig gevoel : van de kin naar de bovenkaak.

Verstikking : door wormen.

Volheid : in het hoofd ; in het gezicht ; in het abdomen.

Zwaar gevoel : in het abdomen ; in de nieren ; in de ledematen.

Beklemming : dwars over de borst.

Spanning : rond het epigastrium.

Tinteling : in anus en rectum.

Gevoelloosheid : van de ledematen.

Kieteling : in de luchtpijp.

Jeuk : op het abdomen ; van de huid in de rechterlies.

Warmte : in de maag.

Koude : in het abdomen ; in de navelstreek ; in een zenuw.

WEEFSELS [44]

Passieve bloedingen.

Verse ecchymosen in grote aantallen van dag tot dag.

Purpura hæmorrhagica.

Scorbutische aandoeningen met hematurie ; aardkleurig gezicht, ingevallen gelaatstrekken ; uitputting en zwakte.

Vermeerdert het aantal kleurloze bloedlichaampjes (waarschijnlijk door hyperemie van de lymfeklieren te veroorzaken).

Congestie en ontsteking van de ingewanden ; nieren, urineblaas, longen, darmen en baarmoeder.

Slijmvliezen droog, brandend ; later slijmafscheiding, die met bloed gestreept kan zijn.

Gewrichten gezwollen, stijf ; pijn bij beweging. θ Rheumatisme.

Waterzucht bij nieraandoeningen ; met grote krachtsuitputting gepaard gaand.

Algemene waterzucht ten gevolge van nierdegeneratie, waarschijnlijk van het granulaire type.

Benen en lichaam oedemateus. θ Albuminurie.

Ascites met anasarca.

Algemene waterzucht. θ Na pleuritis. θ Albuminurie. θ Scarlatina.

Vermagering. θ Leveraandoening. θ Ziekte van Bright. θ Tyfus.

(OBS :) Atonische jicht ; rheumatisme en jicht ; asthenische ontsteking ; passieve bloedingen ; purpura hæmorrhagica ; brandwonden ; ziekenhuisgangreen ; koud gangreen ; hondsdolheid ; gangreneuze wond door de beet van een hond ; wonden van huid, pezen en zenuwen ; dissectiewonden ; oude zweren.

(OBS :) Van terpentijn van Chios wordt gezegd dat deze kankercellen vernietigt, de vaten laat atrofiëren, met grote kracht op de periferie van het gezwel inwerkt, het snel doet verdwijnen en binnen enkele dagen de pijn geheel doet ophouden.

Gangreen ; plaatselijk op pluksel.

Likdoorns (plaatselijk).

AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]

Aanraking: oogbol gevoelig; gastritis <; drukgevoeligheid in de borstbeenstreek.

Druk: in de streek van de urineblaas veroorzaakte convulsies.

Traumatische iritis; dissectieverwondingen, enz.

Purpura hæmorrhagica.

Letsels van de nieren door vallen.

Na een snijwond of na het trekken van een tand; bloeding; hematurie. θ Purpura hæmorrhagica.

HUID [46]

Pols 67 tot 70; huid droog; tong dik beslagen met sordes en donker bloed; bloed sijpelde uit de zijkant en onderzijde ervan evenals uit het tandvlees en de gehele slijmvliesbekleding van mond, gehemelte, tonsillen en fauces; drie geïsoleerde phlyctenen ter grootte van een grote limaboon, lijkend op thrombi, aan de rechter-, en één aan de linkerbinnenzijde van de wang, die zeer duidelijk uitstak en waaruit rijkelijk donker bloed sijpelde; bloed kwam per anum zonder vermenging met feces; urine bevatte zwart, draderig bloed, dat ongeveer drie vierde van de gehele hoeveelheid uitmaakte; ecchymotische vlekken en petechiën waren zeer talrijk op de bovenste en onderste ledematen en namen in aantal toe; Phos. zonder effect. Tereb. 6de cent., genas. θ Purpura haemorrhagica.

Onderste ledematen en abdomen bedekt met zwarte en blauwe vlekken, van de grootte van een speldenknop tot die van een erwt; borst, armen en gezicht niet zo dicht bevlekt; neus bloedde voortdurend gedurende vijf dagen en nachten; bloed zeer dun, donker; zeer benauwend, zwak, beurs gevoel door het gehele lichaam; zuiver bloed uit de urineblaas met branden. θ Purpura haemorrhagica.

Diep indeukend bij druk. θ Albuminurie.

Huid warm en vochtig, diarree. θ Tyfus.

Uitslag van bleekrode, ronde en verheven vlekken; eerst geïsoleerd, later confluerend; deze blaasjes verschijnen met koorts en jeuk.

Erysipelas bullosa; hier en daar gele blaasjes met grote rode areola, blauwachtig-zwart wordend; neiging tot gangreen.

Erytheem, lijkend op scarlatineuze uitslag, zich uitbreidend over de dij en het grootste deel van het lichaam (na uitwendige applicaties op de r. knie wegens rheumatisme); gedurende enkele uren zwollen de delen snel op en kregen zij een aspect als van erysipelas vesiculosa.

Erythemateuze, scrofuleuze, zelfs vesiculeuze erupties, analoog aan die welke verschijnen na het eten van schelpdieren.

Brandende pijn, irritatie en koorts, geen slaap, geen appetijt; later desquamatie.

Scarlatina, vooral wanneer de nieren betrokken zijn, met stupor; bloederige, rokerige urine. θ Waterzucht.

Scarlatineuze uitslag verschijnt traag.

Chronische icterus.

Scabiës; pityriasis bij oude mensen.

Erysipelas van gezicht en onderbeen.

Uitslag in vlekken, vaak omstreeks de middag, of na braken.

Erythemateuze eruptie, lijkend op scarlatineuze uitslag, die van de aangedane knie afdaalde tot aan het enkelgewricht, daarna verscheen op de borst en de rechtervoet, en zich over het grootste deel van het lichaam uitbreidde.

Een meisje droeg lange handschoenen die met terpentijn waren gereinigd; binnen een half uur hevige jeuk van de huid voor zover die door de handschoenen bedekt was; intense roodheid breidde zich uit over handen en armen, met ontelbare blaasjes gevuld met heldere lymfe, waarvan vele conflueerden en blaren vormden die op pemphigus leken; toenemende pijn en koorts; de aangedane huid schilferde af.

(OBS :) Parasitaire aandoeningen van de huid.

LEEFTIJD, CONSTITUTIE [47]

Kinderen: neusbloeding, wormen.

Bloeders.

Nerveuze vrouwen, amenorroe ; dysmenorroe ; hoofdpijn.

Klachten van oude mensen ; mensen met een zittende levenswijze, blaaskatarr.

Chronische reumatische en jichtige klachten.

Meisje, æt. 9, na scarlatina ; albuminurie.

G., æt. 20 ; purpura haemorrhagica.

Mevr. C., æt. 22, echtgenote van een geestelijke, moeder van één kind ; haematurie.

Man, æt. 25 ; spermatorroe.

Man, æt. 26 ; acute nefritis.

Mej. D., æt. 26, zwakke, verslapte constitutie, lymfatisch, sanguinisch temperament ; ziekte van Bright.

Dhr. R., æt. 30, op de veertiende dag van tyfuskoorts ; darmbloeding.

Man, æt. 36 ; emfysemateuze astma.

Man, æt. 37, gedurende tien jaar of langer onmatig levend ; amblyopia potatorum.

Man, æt. 40, al meer dan drie weken lijdend ; episcleritis.

Mevr. F., æt. ongeveer 45, gezet, bleek, slap uitziend ; haematurie.

Man, æt. 59, gallig temperament, diep geelbleke gelaatskleur ; albuminurie.

Weduwe, æt. 60 ; purpura haemorrhagica.

Man, æt. 62 ; katarr van de urinewegen.

Man, æt. 65, aandoening van de nieren.

Een weduwe, æt. 65, schraal van gestel, gebroken gezondheid, zeer zwak, na te hebben geleden onder gebrek aan voedsel, artritische hoest ; purpura haemorrhagica.

RELATIES [48]

Tegengegaan door: Phosphor .

Het is een antidotum voor: Phosphor., Mercur .

Vergelijk: Alum (bloeding bij tyfus) ; Arnic . (melena) ; Arsen . (albuminurie, ischurie, enz.) ; Camphor (passieve bloedingen, strangurie) ; Canthar . (nieren en urineblaas) ; Copaiba, Kali bich., Laches., Lycop., Mercur., Nitr. ac. ; Pix liq . (catarre bij kinderen) ; Phosphor., Rhus tox., Secale, Sulphur .

Verken het volledige Similia-platform

Toegang tot 13 klassieke materia medica-boeken, 7 klassieke repertoria, AI-semantische zoekfunctie en basis-casusbeheer — gratis.

Bekijk prijzen