Jambos Eugenia. (Eugenia Jambos.)
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Malabarse pruimenboom; rozenappel. Myrtaceæ.
Een boom die inheems is in de tropen, nooit zonder bloemen of vruchten. De tinctuur wordt bereid uit de verse zaden, die als giftig worden beschouwd.
Ingevoerd en beproefd door C. Hering. Zie Allen's Encyclopædia, vol. 5, p. 231.
KLINISCHE AUTORITEITEN.
- Epidemische catarrale aandoeningen van de luchtwegen, Hrg., Rück. Kl. Erf., vol. 3, p. 13; Acne, C. Hg. en anderen, MSS.
GEMOED [1]
Voortdurend verlangen om alleen te zitten en na te denken.
Niets scheen goed; als hij zat, wilde hij liggen; als hij lag, wilde hij weer opstaan.
Lichte maar langdurig aanhoudende roes, die hem zeer praatlustig maar traag maakte.
Plotselinge, grote verandering in hem na de mictie, alles lijkt mooier en helderder, hemel en bomen vrolijker en klaarder; maar na een kwartier werd alles weer somber.
SENSORIUM [2]
Draaierig gevoel in het hoofd bij het zitten; huizen in de verte lijken ondersteboven te keren.
Duizeligheid na het opstaan uit liggende houding, veroorzaakt door bloedaandrang naar het hoofd.
Bij onoplettend kijken wankelen voorwerpen of buitelen over elkaar heen; bij scherp kijken is alles in orde.
Verwardheid in het hoofd, en lichte steken daarin.
Dufheid en licht tikken in het hoofd.
Duizelig en misselijk in de avond.
HOOFD, INWENDIG [3]
Drukkende, knijpende pijn op een kleine plek diep in het voorhoofd.
Neuralgie in het linker voorhoofd boven het oog.
Hoofdpijn rechts, diep vanbinnen, alsof daar een zware plank lag.
Hoofdpijn, alsof er van alle kanten tegelijk iets instak, of alsof alles van binnenuit samengetrokken werd, terugkerend als een langzame pulsatie.
Hoofdpijn, alsof er iets in het hoofd rolde, met branden daarin dat naar de ogen uittrad, met tranenvloed; geen verlichting door koud water; ten slotte werd hij misselijk, moest braken, maar de hoofdpijn werd daardoor <; in de avond aanhoudend tot in de nacht.
In de avond hoofdpijn, misselijkheid, braken, met daarna bitterheid in de mond, veel dorst naar koud water en transpiratie na het drinken.
De hele nacht hoofdpijn, branden in de ogen, grote dorst en veel mictie.
Drukkende, knijpende pijn op de kruin.
ZIEN EN OGEN [5]
Duisternis voor de ogen, alles lijkt dubbel; bij aandachtig kijken verdwijnt het dubbelzien.
Bij aandachtig kijken naar iets is alles in orde, maar wanneer hij slechts voor zich uit kijkt, wankelt alles voor de ogen en wordt verward.
Werveling voor het rechteroog, alsof het donker zou worden; het oog raakt ontstoken.
Na de mictie plotseling helder voor de ogen.
De ogen zien er slaperig en dronken uit.
Rode vaten van de binnenooghoek naar het hoornvlies.
Het lijkt alsof er vuur uit de ogen komt, en in de avond en nacht lopen de tranen er in stromen uit.
Plotseling bijtend gevoel in de ogen, als van peper.
Samentrekkende, knijpende pijn in de oogbol op een kleine plek boven de r. binnenooghoek.
Rechteroog ontstoken; naaldachtige steken in de binnenooghoek.
Kan niet naar de zon kijken, de ogen lopen vol tranen.
Kan 's avonds de ogen niet sluiten wegens branden erin; dit verhindert ook het slapen in de nacht.
Hevige inwendige jeuk in de ogen en de neus in de avond.
GEHOOR EN OREN [6]
Catarrale otitis.
BOVENSTE GELAATSHELFT [8]
Puistjes in het gezicht, pijnlijk tot op enige afstand eromheen. θ Acne rosaceæ.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Tandvlees rond carieuze tanden ontstoken en pijnlijk.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Pijn op een zeer kleine plek in de streek van de l. hoek van het tongbeen, ook bij het slikken.
MONDHOLTE [12]
Schuimig speeksel in de mond bij het spreken.
Mond vol schuimig, taai speeksel; spuugt en schraapt de keel de hele dag.
Taai, gelig, bloederig slijm in de mond na een middagslaapje.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
's Nachts branden in de ogen, hevige dorst door droogheid diep onder in de keel, zodat hij de drank niet voelde, en de droogheid daardoor ook niet > werd.
Pijn op een zeer kleine plek in de streek van de linker hoek van het tongbeen, ook bij het slikken.
Keel ontstoken. θ Catarrale koorts.
De hoest wordt in de hele borst gevoeld, maar vooral in de keelgroeve.
Slijm loopt vanuit de neus in de keel.
APPETIJT, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Eet en drinkt met zeer goede eetlust, zodat hij te veel neemt; meer trek in tabak.
Veel dorst naar koud water, met transpiratie, 's morgens bij het ontwaken.
Wil de hele dag niets anders doen dan roken.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Hik bij het eten, meer als oprispingen dan als luide hik.
Brandend maagzuur 's nachts.
Misselijkheid, verdwijnend door roken.
Braken.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Stekende pijn in de maagkuil.
Pijn rechts nabij de maagkuil, onder de ribben, alsof het naar binnen getrokken werd.
Druk en stekende pijn links onder de ribben, nabij de maagkuil.
Samentrekkend, knijpend gevoel diep in de maag.
Gevoel van kramp in de maagmond, wat misselijkheid veroorzaakt.
Misselijkheid begint diep in de maag en stijgt op vanuit het uiteinde van de slokdarm.
BUIK EN LENDEN [19]
Winderigheid, gerommel in de darmen.
Trekken rond de navel als van een purgeermiddel.
Onbestemd gevoel in de bovenbuik als van koude daarin.
Branden in de buik, als na het drinken van brandewijn, eerst dwars door de buik heen, daarna algemeen wordend.
Koliek, met weeënachtige persdrang naar beneden, veel aandrang tot stoelgang en tot urineren, met schaarse lozing.
Koliek.
Liesbreuk na een val.
STOELGANG EN RECTUM [20]
Aandrang tot stoelgang en koliek; nu en dan wordt een wat diarrheïsche ontlasting eruit geperst als met een spuit.
Diarree: met veel druk naar achteren.
Diarrheïsche ontlasting gevolgd door braken.
Verscheidene stoelgangen per dag met branden in de buik en spetterende, stinkende ontlasting.
Stinkende, spetterende ontlasting, zonder veel aandrang.
Verscheidene kleine stoelgangen, met branden in de buik.
Alleen wind gaat af in plaats van ontlasting.
Schaarse, harde ontlasting, na veel persen, met krampachtige sluiting van de anus na de ontlasting.
Zeer schaarse, brijige, korrelige ontlasting.
Druk als bij diarree, eerst een harde, daarna een brijige ontlasting.
Na de stoelgang stekende pijn in de buik van boven naar beneden.
Het lijkt alsof er een gewicht van tien pond (ca. 5 kg) aan het rectum hing, en alsof alles van onderen eruit zou vallen.
Kramp of knijpende pijn in het rectum.
Tenesmus.
Bloedende aambeien, dagenlang overvloedig, met grote verlichting van geest en lichaam.
URINEWEGEN [21]
Tenesmus van de blaas, ischurie.
Branden tijdens de mictie.
Frequent urineren gedurende de nacht.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Hevige erecties met geslachtsdrift, na middagslaapje.
Pijnlijke erecties, met inwendige jeuk, zonder geslachtsdrift.
Zaadlozing: te vroeg en bijna zonder opwinding in de ochtend; vertraagd; het orgasme zakt verscheidene malen weg voordat het tot een ejaculatie komt.
Tijdens coïtus geen zaadlozing; penis slap.
's Morgens geen erecties.
Impotentie.
De eikel blijft lange tijd na de coïtus gevoelig.
Veel draaien en wringen in het scrotum.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Gevoel alsof het strottenhoofd vernauwd was; het zet aan tot diep inademen, waardoor de beklemming nog sterker gevoeld wordt; het maakt hem hees.
Ontstekingsaandoening van de luchtpijp. θ Catarrale koorts.
HOEST [27]
Hoest: uit de keel; bij het hoesten vooral pijn in de keelgroeve; vaker in de avond en 's nachts; niet de minste expectoratie; veroorzaakt droogheid van de keel.
Door het hoesten komt er iets op uit de keelgroeve, maar het zakt geleidelijk altijd weer terug.
Losse, diepe hoest, zonder expectoratie en zonder pijn, vooral in de avond.
Losse hoest 's nachts.
Veel keelschrapen veroorzaakt een korte hoest.
Na het hoesten moet hij slikken; dan verdwijnt de irritatie; zodra hij opnieuw slikt, moet hij weer hoesten.
Epidemische hoest onder kinderen, met neusverkoudheid, ontsteking van de ogen en pijn in de oren.
Catarre: met veel slijm en reumatische pijnen; met gereutel in de borst.
Moet voortdurend ophoesten.
Bij het spreken moet hij schuimig speeksel uitspuwen.
Keelschrapen; slijm gelig en wat bloederig.
Voortdurend keelschrapen; er komt steeds iets los, maar er blijft toch steeds iets vastzitten.
NEK EN RUG [31]
Pijn diep rechts in de hals nabij de slokdarm, een fijne, stekende, krampachtige, voortdurende pijn.
Pijn in de nek die het draaien belemmert.
Stekende pijn in de rug alsof er iets in de wervelkolom stak, < bij achteroverbuigen.
Pijn in de rug, die hem voorover doet buigen, met warmte in de avond, verdwijnend in de ochtend.
Steken, branden en jeuk op een kleine plek op de rug, < na krabben.
Pijn in de lendenen en in de kuiten.
Zeurende pijn in het heiligbeen en de knieën.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
De huid trekt zich terug van de duimnagel en verettert.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Hevige stekende pijn, schuin naar voren uitstralend boven de linker darmbeenkam, < bij rechtop zitten, staan en buigen naar links; > bij buigen naar rechts. Pijn alsof een band van de ene darmbeenkam naar de andere werd getrokken; de heupbeenderen zijn pijnlijk bij druk.
Pijn in de dijen en de kuiten; hij kon nauwelijks staan.
Paralytische pijnen in het linker scheenbeen en de voeten.
Krampen in de voetzolen bij bewegen in de nacht.
Huid klooft tussen en rondom de tenen.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Opstaan uit liggende houding: duizeligheid.
Zitten: draaierig gevoel in het hoofd; stekende pijn boven de linker darmbeenkam <; koude alsof hij naakt was.
Achteroverbuigen: stekende pijn <.
Vooroverbuigen: rugpijn >.
Buigen naar links: stekende pijn boven de linker darmbeenkam <.
Buigen naar rechts: stekende pijn boven de linker darmbeenkam >.
Staan: stekende pijn boven de linker darmbeenkam <.
Kon nauwelijks staan: wegens pijn in dijen en kuiten.
Bewegen: krampen in de voetzolen.
Wandelen: veel uitputtend geeuwen; transpiratie.
ZENUWEN [36]
Zeer uitgeput, maar levendig na het drinken van koffie.
SLAAP [37]
Veel uitputtend geeuwen bij wandelen in de open lucht.
Al zijn bezigheden vergetend kroop hij in een hoek en zei dat hij moest slapen; hij kon echter niet slapen, maar bleef toch liggen.
Na een diepe middagslaap moeilijk ontwaken, met veel dorst en een beurs gevoel.
Diepe slaap, door geen enkele stoornis onderbroken.
Suffe middagslaap met verwarde droom.
TIJD [38]
Ochtend: zaadlozing; geen erecties.
Hele dag: spuugt en schraapt de keel.
Na middagslaapje: gelig, bloederig slijm in de mond; hevige erecties.
Avond: duizelig en misselijk; hoofdpijn houdt aan tot in de nacht; misselijkheid, hoofdpijn, braken; tranen lopen uit de ogen; in stromen; kan de ogen niet sluiten wegens branden; hevige inwendige jeuk in ogen en neus; hoest vaker; warmte in de rug.
Vóór middernacht: hitte.
Nacht: hoofdpijn, branden in de ogen, grote dorst, veel mictie; tranen lopen in stromen uit de ogen; branden in de ogen verhindert slaap; hevige dorst; brandend maagzuur; frequent urineren; hoest vaker; krampen in de voetzolen.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Open lucht: veel uitputtend geeuwen bij het wandelen, 's morgens.
Koud water: doet het branden in de ogen niet >; veel dorst ernaar.
KOORTS [40]
Rillingen gaan over hem heen na de mictie.
Koude, alsof hij naakt was, bij het zitten.
Hete handen.
Koorts; hitte vóór middernacht, met weinig dorst en veel transpiratie, waarna hij in slaap valt; tijdens de koorts en nog enkele uren in de ochtend pijn in de rug, > bij vooroverbuigen.
Transpiratie en dorst na onbevredigende coïtus.
Transpiratie bij het wandelen.
Catarrale koorts; dorst tijdens de koude rilling; hitte vóór middernacht, met aandoening van luchtpijp, keel en ogen; zweet bij het wandelen.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Tijdens de menstruatie: huidaandoening <.
LOKALISATIE EN RICHTING [42]
Rechts: hoofdpijn aan de zijde; werveling voor het oog; pijn in de oogbol boven de binnenooghoek; oog ontstoken; pijn in de zijde nabij de maagkuil; pijn diep in de zijkant van de hals.
Links: neuralgie in het voorhoofd boven het oog; pijn in de hoek van het tongbeen; druk en stekende pijn in de zijde onder de ribben; hevige stekende pijn, schuin naar voren uitstralend boven de darmbeenkam; paralytische pijnen in het scheenbeen.
Naar binnen: alsof de maag naar binnen getrokken werd.
Naar achteren: druk in het rectum.
Naar beneden: weeënachtige persdrang in de buik.
Van boven naar beneden: stekende pijn in de buik.
GEWAARWORDINGEN [43]
Inwendige knijpende pijnen hier en daar.
Kruipende, kietelende pijnen.
Hoofdpijn alsof er een zware plank op de rechterzijde lag; alsof er van alle kanten tegelijk iets instak; alsof alles van binnenuit in het hoofd samengetrokken werd; alsof er iets in het hoofd rolde; alsof het voor het rechteroog donker zou worden; alsof er vuur uit de ogen kwam; bijtend gevoel als van peper in de ogen; alsof de maag naar binnen getrokken zou worden; als van kramp in de maagmond; alsof er een gewicht van tien pond (ca. 5 kg) aan het rectum hing; alsof alles van onderen eruit zou vallen.
Alsof het strottenhoofd vernauwd was; alsof er iets in de wervelkolom stak; pijn alsof een band van de ene darmbeenkam naar de andere werd getrokken; koude alsof hij naakt was.
Pijn: in het gezicht tot op enige afstand rond de puistjes; op een zeer kleine plek in de streek van de linker hoek van het tongbeen; in de rechterzijde nabij de maagkuil; in de keelgroeve; in de oren; diep in de rechterzijde van de hals nabij de slokdarm; in de nek; in de rug; in de lendenen; in de kuiten; in de dijen.
Hevige stekende pijn: boven de linker darmbeenkam.
Fijne, stekende, krampachtige, voortdurende pijn: in de zijkant van de hals.
Steken, branden en jeuk: op een kleine plek op de rug.
Lichte steken: in het hoofd.
Stekende pijn: in de buik.
Drukkende, knijpende pijn: op een kleine plek diep in het voorhoofd; op de kruin.
Samentrekkende, knijpende pijn: in de oogbol; op een kleine plek boven de r. binnenooghoek.
Samentrekkend, knijpend gevoel: diep in de maag.
Knijpende pijnen: in het rectum.
Krampen: in de voetzolen.
Koliek, met weeënachtige persdrang naar beneden in de buik.
Neuralgie: in het linker voorhoofd boven het oog.
Paralytische pijn: in het linker scheenbeen en de voeten.
Zeurende pijn: in heiligbeen en knieën.
Trekken: rond de navel als van een purgeermiddel.
Wringend gevoel: in het scrotum.
Druk: in de linkerzijde onder de ribben; naar achteren bij diarree.
Branden: in het hoofd, naar buiten tredend via de ogen; in de ogen; in de buik.
Bijtend gevoel: in de ogen.
Werveling: in het hoofd; voor het rechteroog.
Droogheid: diep onder in de keel.
Onbestemd gevoel: in de bovenbuik als van koude daarin.
Hevige inwendige jeuk: in de ogen en de neus.
Inwendige jeuk: in de mannelijke geslachtsorganen.
WEEFSELS [44]
Een oude wond van een steek werd opnieuw pijnlijk.
Reumatische pijn trekt van plaats tot plaats, met catarre.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Aanraking, passieve beweging, verwondingen
Druk: heupbeenderen pijnlijk bij druk.
Na een val: liesbreuk.
HUID [46]
Comedonen.
Acne, met pijn die tot op enige afstand rondom uitstraalt; de huidaandoening is < tijdens de menstruatie.
Puistjes (pijnlijke acne) in het gezicht.
RELATIES [48]
Geantidoteerd door Coffea; tabaksroken heft de misselijkheid op.
Vergelijk: Lauroc. en middelen die blauwzuur bevatten; Pulsat. (vluchtige reumatische pijnen).