Coffea Cruda

van Constantine HeringDe leidende symptomen van onze Materia Medica

Koffie. Rubiaceæ.

Omstreeks 1690 door de Nederlanders op Java ingevoerd.

De koffieplant is een kleine boom van 15 tot 30 voet hoog; de takken staan tegenover elkaar en nemen geleidelijk in lengte af naarmate zij hoger komen, zodat zij een piramidale kruin vormen, die het hele jaar door met groen loof bedekt is; de bladeren staan tegenover elkaar, zijn glad, donkergroen, langwerpig-eirond en vier of vijf duim lang; de bloemen zijn wit, met een geur die op jasmijn lijkt; de vrucht is eerst groen, daarna rood en tenslotte donkerpaars. --U. S. D.

Voor medicinaal gebruik nemen wij hetgeen wordt ingevoerd onder de naam Levantische koffie (Mochabonen). Wij gebruiken de rauwe, niet de gebrande boon. Wanneer koffie wordt gebrand, vernietigt dit de cafeïne en verandert die in caffeone - dit werkt prikkelend als tabak. Hahnemanns voorzichtigheid in dit opzicht is gerechtvaardigd. Zijn verhandeling over de uitwerkingen van koffie werd in 1803 te Leipzig gepubliceerd. Een volledige proving van koffie door vijf personen, van wie er een Hahnemann was, is door Stapf in zijn aanvullingen op de Materia Medica vastgelegd en bevat 246 symptomen. Cafeïne, het alkaloïde van Coffea, bevat de toxische bestanddelen van koffie in zeer geconcentreerde vorm. Zij werd eerst ontdekt door Runge en later door Robiquet. Zij komt voor in lange, sneeuwwitte, ondoorzichtige, reukloze kristallen, soms verenigd tot veerachtige kristallen, met een zwakke, bittere smaak.

KLINISCHE BRONNEN.

  • Godsdienstwaanzin, L. B. Wells, Raue's R., p. 31, 1875 ; Delirium tremens, Strecker Rück. Kl. Erf., vol. 1, p. 142 ; Migraine, Med. Adv., vol. 8, p. 43 ; Cephalalgie, Foote, MSS. ; Pijn in hoofd en keel, Büchn., Rück. Kl. Erf., vol. 4, p. 47 ; Slechthorendheid, Allg. Hom. Ztg., vol. 3, p. 272 ; Odontalgie (twee gevallen), E. M. Hale, B. J. H., vol. 23, p. 492 ; Tandpijn, Bœnninghausen, Rück. Kl. Erf., vol. 1, p. 460 ; Koliek tijdens paroxysme van wisselkoorts, Rück. Hom. Therap., p. 478 ; Beklemde breuk, Nagel, Allg. Wiener Ztg., J. Pr., 1875, p. 123 ; Raue's R., 1875, p. 158 ; Diarree, Œhme, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 412 ; Metrorragie, Jäger, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 623 ; Vruchteloze weeën, Kallenbach, Allg. Hom. Ztg., vol. 50, p. 186 ; Parspino, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 655 ; Glottisspasme, Billig, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 779 ; Cardiale hyperesthesie, Hale, Raue's R., 1875, p. 132 ; Crurale neuralgie, Pril, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 892 ; Traumatische shock, J. C. Morgan, Analyt. Therap., p. 109 ; Slapeloosheid, W. P. Armstrong, U. S. Med. Inv., Oct. 1878, p. 325 ; Slapeloosheid na buiktyfus, Löw, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 58 ; Wisselkoorts, J. D. Craig, Hom. Obs., vol. 4, p. 442 ; Allen's Intermittent Fever, p. 93 ; Chamomilla-vergiftiging, Van Cutsem, Rev. Hom., p. 100 ; Raue's R., 1875, p. 12.

GEMOED [1]

Geheugen actief, gemakkelijk begrip ; toegenomen denkvermogen.

Ongewone activiteit van geest en lichaam.

Sentimentele extase ; opgewonden verbeelding.

Vol ideeën ; snel tot handelen, daardoor geen slaap.

Levendige fantasieën : vol plannen voor de toekomst.

Delier 's nachts, met droge hitte.

Delirium tremens : onvast rondlopen ; beeldt zich in dat hij niet thuis is, met beven van de handen ; kleine, frequente pols.

Grote spraakzaamheid, de hersenen voelen helder en actief aan, hij voelt zich sterk genoeg om alles te doen, voelt zich gedrongen dingen voort te stuwen ; verering voor het Opperwezen en liefde voor het gezin ; weldadigheid opgewekt.

Geeft korte antwoorden, niet geneigd te spreken, of eindeloze breedsprakigheid bij het beschrijven van zijn klachten.

Patiënten kunnen zich niet beheersen, schreeuwen op de vreselijkste wijze ; zij buigen het lichaam dubbel en werpen de ledematen heen en weer, knarsen met de tanden, zijn bedekt met koud zweet en strekken zich tenslotte stijf en rigide uit, met kreunen en moeizame ademhaling.

Huilerige stemming.

Huilen en klagen, met doodsangst ; denkt dat zij zal sterven. θ Metrorragie.

Overmatig huilen en jammerklachten over kleinigheden.

Jammeren en kreunen ; veel huilen.

Kind huilt en lacht gemakkelijk ; terwijl het huilt, lacht het plotseling heel hartelijk en huilt ten slotte opnieuw.

Huilt en beeft, weet niet wat te doen.

Gooit met dingen, van zich af, neer, enz.

Opgeruimdheid ; levendig temperament ; vrolijk.

Neerslachtigheid.

Huilen, klagen, moedeloze stemming, angst van geest en geweten vervuld van vele vrees. θ Hysterie.

Doodsangst. θ Astma.

Metrorragie, grote zwarte stolsels, < van elke beweging, hevige pijn in de liezen, koorts, helder rood gelaat ; in uiterste wanhoop, gelooft dat zij sterft.

Schrik door plotselinge aangename verrassingen.

Pijnen ondraaglijk, voelt zich moedeloos, huilt en werpt zich heen en weer ; vrees voor frisse lucht en voor het geringste geluid ; overmatig huilen en jammerklachten over kleinigheden.

Grote angst ; kan niet tot bedaren komen ; is niet in staat de pen vast te houden ; beeft.

Opwinding, tranen ; heen en weer werpen in grote angst.

Pijnen schijnen onverdraaglijk en drijven tot wanhoop.

Prikkelbaarheid ; overgevoelige aard.

Kregel humeur, afwisselend vrolijk of jammerend.

Kind is op onschuldige wijze geprikkeld en bezorgd ; is niet kwaad, maar slapeloos ; het lacht het ene ogenblik en huilt het volgende.

Geestelijke prikkelbaarheid.

Voelt zich < wanneer gehaast.

Klachten door overmatige vreugde, overmatig lachen en spelen ; door teleurgestelde liefde ; door boosheid, of door ergernis met heftigheid of schrik ; door narcotische geneesmiddelen, geluiden, sterke geuren.

Huilen van onbedwingbare blijdschap. θ Na de bevalling.

Aandoeningen na plotselinge gemoedsbewegingen, vooral aangename verrassingen.

SENSORIUM [2]

Cerebraal erethisme, met nervositeit en hartkloppingen. θ Cardiale hyperesthesie.

Sensorium levendiger, vandaar verhoogde gevoeligheid voor pijn.

Alle zintuigen scherper, leest kleine letters gemakkelijker, gehoor, reuk, smaak en tast zijn scherper, in het bijzonder ook een toegenomen waarneming van geringe passieve bewegingen.

Duizeligheid : met draaisensatie in het hoofd, af en toe een algemeen gevoel van flauwte, < door denken ; met branden in de maag ; met migraine, > door verandering van houding of door matige beweging in de buitenlucht ; zij kan niet staan ; met zwartheid voor de ogen ; bij bukken.

Duizelige verwardheid van het hoofd.

Verwarring van de zintuigen.

Dreigende beroerte ; overprikkeld, spraakzaam, vol angst, gewetenswroeging, afkeer van open lucht, slapeloos, krampachtig knarsen van de tanden.

HOOFD, INWENDIG [3]

Voelt en hoort een gekraak in de kruin bij stilzitten.

Zwaarte van het hoofd, vooral in het voorhoofd boven de ogen.

Hoofd voelt te klein.

Bloedstuwing naar het hoofd ; vooral na aangename verrassing ; van spreken ; tijdens het spreken.

Hoofdpijn alsof met iets hards op het oppervlak van de hersenen werd gedrukt.

Hoofdpijn met grote geestelijke opwinding.

Hoofdpijn door de geringste oorzaak, door denken, overmatige vreugde, tegenspraak, ergernis, kou vatten, afkoeling, te veel eten, met afkeer van de gewoonlijk gebruikte koffie, gevoelig voor het geringste geluid en muziek ; de pijn schijnt onverdraaglijk, maakt de patiënt huilerig ; zij verliezen alle zelfbeheersing, werpen zich huilend hevig heen en weer, vrezen koude lucht, zijn rillerig.

Hoofdpijn met jammerende stemming.

Hoofdpijn alsof de hele hersenen gescheurd en beurs waren, of aan stukken geslagen ; < door beweging, geluid of licht.

Hoofdpijn ondraaglijk, hoofd voelt klein en als met een vloeistof gevuld ; alsof het zou barsten of uiteenspatten als zij bewoog.

Stekende pijn in de streek van de geslachtsdrift aan de linkerzijde.

Nerveuze, hysterische hoofdpijnen bij mensen met een nerveus of sanguinisch temperament.

Eenzijdige hoofdpijn, alsof een spijker in het hoofd werd gedreven ; < in de open lucht.

Pijn drijft tot wanhoop en de patiënt rent wild door de kamer.

Migraine, met duizeligheid, blozend gelaat, branden in de ogen, bonzen in de slapen.

Migraine door geestelijke inspanning, bij personen die geen koffie gebruiken.

Hoofdpijn hernieuwd en < na eten en slaap ; zij verdwijnt in de open lucht, maar keert in korte tijd in de kamer terug.

Hoofdpijn na bedwelming.

Hyperemie van de hersenen na misbruik van Bellad.

Dreigende beroerte, met congestie naar het hoofd.

GEZICHT EN OGEN [5]

Ogen roodachtig en glanzend ; toegenomen gezichtsscherpte, ziet veel duidelijker in de open lucht ; leest kleine letters gemakkelijk.

Vonkeringen voor de ogen.

Pupillen verwijd.

Ogen half open tijdens de slaap, met krampachtige beweging van de ogen in wakkere toestand. θ Zomerdiarree.

Branden in de ogen en bonzen in de slapen. θ Migraine.

GEHOOR EN OREN [6]

Gehoor scherper en gevoeliger ; muziek klinkt schel.

Afkeer van geluid ; het doet hem pijn.

Geruis en zingen in de oren, bij nerveuze personen.

Krakend geluid in het hoofd (één zijde), synchroon met de pols ; vooral 's morgens en in de open lucht ; > binnenshuis.

Slechthorendheid, met gezoem in het linkeroor als van een zwerm bijen.

REUK EN NEUS [7]

Scherpe, gevoelige reuk.

Neusbloeding : met zwaarte van het hoofd en slecht humeur ; bij persen tijdens de stoelgang.

Bloeding uit de luchtwegen.

AANGEZICHT, BOVENSTE DEEL [8]

Voorbijgaande opwellingen in het gelaat.

Glanzend rood gelaat met veel koorts. θ Metrorragie.

Droge hitte van het gelaat, met rode wangen.

Blozend gelaat, branden in de ogen en bonzen in de slapen. θ Migraine.

Aangezichtspijn, uitstralend naar de kiezen van de rechterzijde ; zij is zeer prikkelbaar, gevoelig en kreunt van de kwellende pijn ; pijnlijke tanden > door aanraking met ijs.

Zweet in het gelaat, met inwendige rillerigheid.

TANDEN EN TANDVLEES [10]

Krampachtig knarsen van de tanden.

Tandpijn : drijft de patiënt bijna tot razernij ; met huilen, beven, angst en zich heen en weer werpen ; onbeschrijfelijke pijnen ; stekende, schokkende, intermitterende zeurende pijn ; met onrust, angst en huilerige stemming, vooral 's nachts en na een maaltijd ; < van warme of hete drank, van kauwen, 's nachts ; > wanneer men ijs of ijskoud water in de mond houdt.

Hevige, kloppende tandpijn ; zij lopen huilend rond en klagen over ondraaglijke pijn, hoewel zij erkennen dat de pijn soms niet zo hevig is, worden zij er toch zeer sterk door aangedaan ; zij gedragen zich als waanzinnigen.

Neuralgische tandpijn, geheel > door koud water in de mond te houden, terugkerend zodra dit warm wordt.

Tandpijn tijdens de menstruatie.

Klachten van anemische kinderen tijdens de tanddoorbraak.

SMAAK, SPRAAK, TONG [11]

Smaak : scherper ; fijn ; zoetig.

Verlies van smaak.

MONDHOLTE [12]

Overmatige droogheid van de mond 's nachts.

GEHEMELTE EN KEEL [13]

Huig te lang, gezwollen.

Aanhoudende pijn van de zijkant van het gehemelte tot in de slokdarm ; voortdurende neiging te slikken, door het gevoel alsof er een prop of slijm in de keel zit.

Voortdurend toenemende pijn in keel en hoofd, met huilerige stemming.

Keelpijn, < van koele lucht, aangedane delen zeer gevoelig.

Zwelling en pijnlijkheid van de keel ; < bij slikken.

Influenza.

EETLUST, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]

Ziekelijke gewaarwording van overmatige honger.

Toegenomen honger, met gehaast eten.

Bij de hoofdpijn afkeer van eten en drinken ten gevolge van aanhoudende misselijkheid.

Dorst : 's nachts, wekt hem ; tijdens het zweten ; nogal zeldzaam tijdens de hitte, bijna voortdurend na de hitte en tijdens het zweten.

Afkeer van koffie.

ETEN EN DRINKEN [15]

Eet en drinkt haastig.

Kwade gevolgen van wijn- of sterke-drankgebruik.

Hoofdpijn hernieuwd, < na eten.

HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]

Hik.

Oprispingen : brandend ; zuur ; als van rotte eieren ; heftig, krampachtig, met opstijgen van het ingenomene.

Aanhoudende maagmisselijkheid met hoofdpijn.

Voortdurende neiging tot braken, in de keel gevoeld.

Braken van slijm bij hevige migraineaanvallen.

Galbraken en onrust bij het begin van pokken.

MAAGKUIL EN MAAG [17]

Spanning van de epigastrische streek, met gevoeligheid voor aanraking.

Angst en druk in het epigastrium.

Branden in de maag met duizeligheid.

Krampen in de maag.

Maagstoornissen van zuigelingen.

Ontregelde maag, indigestie.

BUIK EN LENDEN [19]

Flatulentie.

Druk in de buik, alsof door ingesloten winden.

Opgezette buik, extreme vermagering. θ Zomerdiarree.

Overmatige pijnen met angst, grote nervositeit, luid huilen en tandengeknars.

Koliek : alsof de maag overvuld was ; alsof de buik zou barsten ; kan geen strakke kleding op de buik verdragen ; buitengewoon pijnlijk, tot wanhoop gedreven ; alsof de darmen werden doorgesneden ; in paroxysmen buitengewoon pijnlijk en heftig.

Vreselijke koliek, met huivering, angst en hevig heen en weer werpen van de ledematen, tijdens het paroxysme. θ Wisselkoorts.

Voortdurende knijpende pijn in de iliacale streek.

Zomerdiarree bij kinderen.

Beklemde breuk.

ONTLASTING EN RECTUM [20]

Stinkende flatus.

Diarree : waterig, pijnloos, verzwakkend, door huiselijke zorgen ; tijdens de tanddoorbraak, na het gebruik van Chamomilla ; van vloeibare, fecale, stinkende ontlasting, door plotselinge vreugde of kou vatten in de open lucht ; pijnloos.

Voortdurende afwisseling van constipatie en diarree.

Constipatie en aambeien. θ Migraine.

Hemorroïdale toestanden.

Bij persen tijdens de stoelgang neusbloeding.

Krampachtige samentrekking van de sfincter, met branden en jeuk in de anus.

URINEWEGEN [21]

Druk op de blaas.

Frequente, overvloedige mictie, urine kleurloos.

Lozing van een grote hoeveelheid urine om middernacht.

Urine komt druppelsgewijs.

MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]

Overmatige prikkelbaarheid van de geslachtsorganen.

Geslachtsorganen sterk geprikkeld zonder emissie van zaad, en met droge lichaamswarmte.

Overgevoeligheid van de geslachtsorganen ; gering lijden schijnt ondraaglijk ; > 's morgens en 's nachts, ook in de open lucht ; < van koud water.

Nachtelijke zaadlozingen, gevolgd door grote lusteloosheid en prikkelbaarheid van humeur.

Scrotum verslapt.

VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]

Hysteralgie ; metritis ; nymfomanie.

Grote gevoeligheid van de vrouwelijke geslachtsorganen, met algemene prikkelbaarheid ; zij verkeert in een toestand van extase.

Overgevoeligheid van de vagina.

Afkeer van gemeenschap, wegens de pijn die zij veroorzaakt.

Ontsteking opgewekt door overmatige vreugde ; zij verkeert in een toestand van extase en is zeer gevoelig voor aanraking. θ Metritis.

Drukkend gevoel naar beneden in de geslachtsdelen tijdens en na het lopen, met frequente urinelozing.

Baarmoederbloeding, met overmatige gevoeligheid van de organen en wellustige jeuk.

Metrorragie : grote zwarte stolsels ; < van elke beweging, met hevige pijn in de liezen en doodsangst.

Menstruatie : te overvloedig en van lange duur ; overvloedig, met koude en stijfheid van het lichaam ; alleen tijdens de avond ; overvloedig met overmatige gevoeligheid van de organen en wellustige jeuk ; vloeit overvloedig gedurende het eerste deel van de nacht.

Dysmenorroe.

Buikkrampen tijdens de menstruatie, of bij het begin ; trekkingen van de ledematen, het lichaam dubbel buigen, huilen, angst, koud zweet, zij werpt zich op de grond.

Buitengewoon pijnlijke en hevige paroxysmen van koliek, met overvloedige bloederige afscheiding, overvloedige slijmafscheiding, wellustige jeuk en overmatige seksuele opwinding.

Leucorroe : als slijm, of melkachtig ; meer tijdens het urineren.

Overmatige gevoeligheid rond de vulva, met wellustige jeuk, verlangen om de delen te wrijven of te krabben, maar zij zijn te gevoelig.

Uitslag op de vrouwelijke geslachtsdelen.

ZWANGERSCHAP. BARING. LACTATIE [24]

Ptyalisme van de zwangerschap.

Zij is zeer slapeloos, klaarwakker, en de pijnen zijn zeer kwellend ; zij voelt ze zeer scherp.

Voortdurende en zeer kwellende pijnen, waardoor zij het gevoel heeft alsof zij "krankzinnig zou worden".

Abortus ; patiënt klaaglijk en in grote doodsangst.

Overmatige weeën ; te lang aanhouden van naweeën.

Buitengewoon hevige pijnen bij dreigende abortus of baring.

Tijdens de baring of naweeën, uiterste doodsangst.

Onregelmatige, vruchteloze weeën.

Vruchteloze weeën, samentrekkingen van de baarmoeder en druk op de baarmoedermond, die alleen pijn in de onderrug veroorzaken.

Weeën voor haar gevoel ondraaglijk ; zij voelt ze intens, huilt en klaagt vreselijk ; hoewel de pijnen hevig zijn, zijn zij niet doeltreffend ; voortdurend jammeren, huilen, klagen ; heftig bewegen van de ledematen ; hoofd heet, rood ; gelaat opgezet, ogen glinsterend ; volslagen wanhoop, grote doodsangst.

Weeën houden op, met klagende spraakzaamheid.

Lochieën te overvloedig, verhoogde zenuwgevoeligheid.

Ondraaglijk hevige naweeën, of pijnen gevolgd door convulsies, koude en rigiditeit van het lichaam.

Kraamkoorts door geestelijke opwinding ; frequente kruipende gewaarwordingen, met koortsige hitte, tong vochtig, geen dorst ; ijlend spreken, ogen open, glanzend ; hevige buikpijnen, met overgevoeligheid, wanhoop, slapeloosheid, beven van de handen.

Kraamconvulsies ; uiterste prikkelbaarheid.

Agalactie.

STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]

Rauw gevoel in het strottenhoofd, met heesheid en ruwheid 's morgens bij het ontwaken.

Strottenhoofd alsof bedekt met droog slijm.

Krampachtige vernauwing van het strottenhoofd.

Glottisspasme ; schrikt uit de slaap op met korte inademing of naar adem happen, met piepende ademhaling, koud zweet, blauw gelaat ; < wanneer het in bad wordt gedaan ; slijmbraken.

Gevoel van rauwheid in de luchtpijp.

ADEMHALING [26]

Benauwdheid op de borst ; korte inademing ; de borst gaat zichtbaar op en neer.

Kreunen.

Hete adem.

Kind hapt overdag verscheidene malen naar adem ; dan vaker, en tenslotte drie- of viermaal per uur.

Verstikkingsaanvallen.

Astmatische aanvallen 's morgens, wil zich voortdurend bewegen.

Astma.

HOEST [27]

Prikkeling tot hoesten, met coryza, < in de open lucht.

Prikkeling tot hoesten, buitenshuis.

Voortdurende neiging tot hoesten ; voelt zich uitgeput na het hoesten.

Hoest : kort, droog, kriebelend ; krampachtig en droog, vochtig ; enkele, plotselinge schokken, snel op elkaar volgend ; door prikkeling in de keel, slijm in het achterste deel van de keel ; met wazigheid voor de ogen ; tijdens de avond en om middernacht ; bij het inslapen of spoedig daarna ; tijdens mazelen.

Korte, droge hoest, als door vernauwing van het strottenhoofd.

Droge, kriebelhoest, als kinkhoest, met dit verschil dat de spasmen hoofdzakelijk tijdens de inademing worden ervaren, niet tijdens de uitademing.

Voortdurende hoest, vermagering en cachectisch uiterlijk.

Tijdens het hoesten : steken in de zijden ; angst ; wazigheid voor de ogen en duizeligheid.

BORST, INWENDIG EN LONGEN [28]

Benauwdheid op de borst.

Gevoel alsof het lichaam zou barsten, met gevoel van volheid en druk, hevige krampen die tot in de borst uitstralen.

Beklemming van de borst, 's nachts astma.

HART, POLS EN CIRCULATIE [29]

Hartkloppingen ; hevig, onregelmatig, met beven van de ledematen.

Nerveuze hartkloppingen.

Hartkloppingen na overmatige opgewondenheid, vreugde, verrassing.

Sterke, snelle hartkloppingen met uiterste nervositeit, slapeloosheid en cerebraal erethisme, veroorzaakt door onverwacht bericht van groot geluk.

Pols vol en frequent.

Pols : frequenter, maar minder krachtig, zelfs klein en zwak ; intermitterend.

NEK EN RUG [31]

Lammende pijn in de onderrug, bij zitten of staan.

BOVENSTE LEDEMATEN [32]

Pijnen strekken zich uit van het aangezicht langs de armen naar beneden, zelfs tot de vingertoppen.

Voortdurend rukken en trekkingen van armen en handen, verder gezond.

De handen beven als hij probeert ze stil te houden.

Sterk beven van de handen. θ Delirium tremens.

Beven van de handen, met hitte in de handpalmen en koude van de handruggen.

ONDERSTE LEDEMATEN [33]

Crurale neuralgie van jichtige, reumatische oorsprong, scheurende, stekende pijn, < door beweging ; aanvallen onregelmatig in optreden en verscheidene uren durend, meestal 's nachts of in de namiddag.

Crurale neuralgie van het linkerbeen, > door druk, maar sterk < door druk op het uittredingspunt van de zenuw.

Ischias of crurale neuralgie, in aanvallen ; verscheurende, schietende pijn, < door lopen ; > door druk, < namiddag en nacht ; 's nachts onrustig en slapeloos.

LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]

Koude van de ledematen, handen en voeten.

Trekkingen van de ledematen.

Pijnen in de ledematen.

RUST. HOUDING. BEWEGING [35]

Bij zitten : lammende pijn in de onderrug ; voelt en hoort gekraak in de kruin.

Na het gaan liggen, 's avonds : uitwendige hitte, met rillen in de rug.

Bij staan : lammende pijn in de onderrug.

Na lopen : drukkend gevoel naar beneden in de geslachtsdelen.

Beweging : metrorragie < van elke ; hoofdpijn < van ; crurale neuralgie < van ; spasmen of convulsies keren na elke terug ; rilling verergert door ; neiging tot.

Verandering van houding : > duizeligheid.

Bij bukken : zwartheid voor de ogen.

Erger bij buigen van het zieke deel, vooral bij achterover- of vooroverbuigen.

Erger bij bewegen van het zieke lidmaat.

Erger bij gaan zitten.

Bij lopen : drukkend gevoel naar beneden in de geslachtsdelen ; ischias of crurale neuralgie <.

Inspanning : duizeligheid > door matige buitenlucht ; rilling verergert door ; neiging tot.

Erger door lichamelijke inspanning.

Wil zich voortdurend bewegen.

Huilt en werpt zich heen en weer.

Werpt zich in grote angst heen en weer.

Patiënten kunnen zich niet bedwingen, zij buigen het lichaam dubbel en werpen de ledematen heen en weer, knarsen met de tanden, zijn bedekt met koud zweet en strekken zich tenslotte stijf en rigide uit.

ZENUWSTELSEL [36]

Overprikkeling van het gehele zenuwstelsel, < buitenshuis.

Lichamelijke opwinding door geestelijke exaltatie.

Grote opwinding en prikkelbaarheid van de zintuigen en van het gehele zenuwstelsel, zoals bij kraamvrouwen, en vooral na misbruik van chamomilla.

Grote gevoeligheid, geestelijk en lichamelijk ; onverdraagzaamheid voor alle manipulaties, die grote agitatie veroorzaken en de behandeling hinderen ; tamelijk rustig wanneer men haar met rust laat ; bang voor de chirurg ; slapeloos, zolang er 's nachts enig geluid of licht voortduurt.

Uiterste prikkelbaarheid van het zenuwstelsel wanneer spasmen worden gevreesd, of wanneer spasmen zich reeds daadwerkelijk hebben ontwikkeld, vergezeld van koude extremiteiten en tandengeknars.

Het kind is zeer prikkelbaar en zwak, en lijdt daarom dikwijls aan spasmen.

Uiterste gevoeligheid, vooral bij kinderen.

Vrees voor frisse lucht en voor het geringste geluid.

Geringe pijn ondraaglijk.

Grote agitatie en onrust.

Grote onrust, het grootste deel van de nacht wakker liggend en zich in bed heen en weer werpend. θ Wisselkoorts.

Uiterste nervositeit met sterke, snelle hartkloppingen. θ Cardiale hyperesthesie.

Hysterie en nervositeit ; schreeuwen, huilen.

Flauwvallen door plotselinge gemoedsbewegingen.

De grootste geestelijke en lichamelijke uitputting, lusteloosheid en algemene zwakte.

Hoofdpijn of andere nerveuze pijnen, met jammerende stemming.

Spiertrekkingen.

Spasmen opgewekt door overmatig lachen en spelen, bij zwakke, prikkelbare kinderen.

Spasmen of convulsies, na elke gemoedsbeweging opnieuw optredend.

Convulsies van tandende kinderen, met tandengeknars en koude van de ledematen, na overprikkeling.

Verlamming.

SLAAP [37]

Slapeloosheid door overprikkeling van lichaam of geest.

Kan niet inslapen omdat bepaalde ideeën zich aan de geest opdringen.

Slapeloosheid door vreugde of aangename verrassing, door lang waken, door overmatig gebruik van koffie.

Nerveuze, rusteloze agitatie, die alle slaap verhindert.

Snel tot handelen ; daardoor geen slaap.

Het kind is zeer prikkelbaar, speels en slapeloos ; het lijkt alsof het niet kan slapen ; het is op onschuldige wijze geprikkeld en bezorgd ; is niet kwaad, maar slapeloos ; het lacht het ene ogenblik en huilt het volgende, is koortsig door gebrek aan slaap, die het niet kan krijgen.

Klaarwakker ; niet de minste neiging tot slapen ; na grote geestelijke inspanning, vreugde, nachtelijk waken ; acute ziekten ; tandirritatie.

Slapeloosheid, met hartkloppingen en nervositeit. θ Cardiale hyperesthesie.

Slapeloosheid van kraamvrouwen.

Slapeloosheid tijdens reconvalescentie.

Slaperigheid met onvermogen in slaap te vallen ; zeer slaperig ; veel geeuwen.

Bij het inslapen schrikt hij plotseling angstig op, met kreunen en vrees te vallen.

Onrustige slaap ; veelvuldig, plotseling opschrikken en ontwaken.

Zich in bed heen en weer werpen of van zijde tot zijde draaien.

Onvolkomen slaap, met half geopende ogen en krampachtige beweging van de ogen bij het waken. θ Zomerdiarree.

Slaapt tot 3 uur 's morgens, daarna sluimert hij slechts, en bij het ontwaken komt hij niet tot zichzelf.

Zeer lange, levendige dromen 's nachts ; aangename dromen, zelfs vrolijke.

TIJD [38]

's Morgens : krakend geluid in het hoofd ; overgevoeligheid van de geslachtsorganen < ; heesheid en ruwheid in het strottenhoofd bij het ontwaken ; astmatische aanvallen ; licht ochtendzweet.

In de namiddag : aanval van crurale neuralgie ; ischias of crurale neuralgie <.

Tijdens de avond : menstruatie alleen ; hoest ; droge hitte met rillerigheid in de rug na het naar bed gaan ; uitwendige hitte met rillen in de rug, na liggen.

Eerste deel van de nacht : overvloedige menstruatie.

's Nachts : delier, met droge hitte ; tandpijn < ; overmatige droogheid van de mond wekt hem ; overgevoeligheid van de geslachtsorganen < ; emissies ; astma ; aanval van crurale neuralgie ; ischias of crurale neuralgie < ; onrustig en slapeloos ; ligt wakker, zich in bed heen en weer werpend ; zeer lange, levendige dromen ; aangename dromen ; droge hitte, met delier ; droge hitte, met mazelachtige vlekken op de huid.

Om middernacht : lozing van een grote hoeveelheid urine, hoest.

Slaapt tot 3 uur 's morgens, daarna sluimert hij slechts, en bij het ontwaken komt hij niet tot zichzelf.

TEMPERATUUR EN WEER [39]

In de kamer : hoofdpijn keert in korte tijd terug.

Binnenshuis : gekraak in het hoofd >.

Gevoel van hitte in bed, toch vermijdt hij ontbloting.

Beter na het uit bed komen.

Hete of warme dranken : tandpijn < van.

Erger door koude ; > door warmte.

Aangedane delen gevoelig voor warmte of koude lucht.

Heeft in het algemeen een afkeer van ontbloting.

Schuwt de open lucht.

Buitenshuis : prikkeling tot hoesten ; overprikkeling van het gehele zenuwstelsel.

In de open lucht : hoofdpijn < ; hoofdpijn verdwijnt ; ziet duidelijker ; krakend geluid in het hoofd ; diarree door kou vatten ; overgevoeligheid van de geslachtsorganen < ; prikkeling tot hoesten, met coryza <.

Frisse lucht : vrees voor.

Koude lucht : afkeer van : keelpijn < van ; rillerigheid en huivering bij de geringste blootstelling eraan.

Geneigd om bij de geringste verandering kou te vatten.

Koude : grote gevoeligheid voor ; aangezichtspijn door ; pijn in de ledematen door.

Van bad : glottisspasme <.

Koud water : tandpijn > van ; neuralgische tandpijn geheel > door ; overgevoeligheid van de geslachtsorganen > van.

IJs : pijnlijke tanden > door aanraking ermee.

KOORTS [40]

Koude en rillerigheid trekken door alle ledematen heen.

Rillingen die langs de rug naar beneden lopen.

Rilling verergert door inspanning of beweging.

Rillerigheid en huivering bij de geringste blootstelling aan koude lucht ; kan niet warm worden, handen en voeten koud, ten gevolge van gemakkelijk zweten ; rillingen stijgen op van vingers en tenen naar de nek en vandaar naar de kruin.

Rilling zonder dorst.

Inwendige huivering, of inwendige rillingen, met uitwendige hitte van het gelaat of van het gehele lichaam.

Rillerige gewaarwordingen, met inwendige en uitwendige warmte.

Koude, gevolgd door pijn en neiging te huilen.

Grote gevoeligheid voor koude.

Hitteopwellingen of stromen koude lucht langs de rug naar beneden.

Hitteopwellingen en voorbijgaande opwellingen in het gelaat.

Uitwendige hitte, met rillen in de rug, 's avonds na het gaan liggen.

Droge hitte 's avonds na het naar bed gaan, met rillerigheid in de rug.

Kind koortsig door gebrek aan slaap.

Gevoel van hitte wanneer men in bed ligt, toch vermijdt men ontbloting.

Droge hitte 's nachts, met delier.

Koortsig met pijn en steeds geneigd te huilen.

Hitte met dorst.

Hitte in het gelaat, met rode wangen na het eten.

Eén wang heet en rood, met voortdurend huiveren.

Uitwendige droge hitte van de huid en droge warmte van het gelaat.

Hete opwellingen naar het gelaat, hete wangen en delier.

De koorts is niet hevig, maar de zenuwen zijn geprikkeld, met slapeloosheid.

Zelfs bij milde koorts is de patiënt zeer nerveus en gevoelig.

Veel koorts, met glanzende roodheid van het gelaat. θ Metrorragie.

Koud, klam zweet over het lichaam, maar vooral in de handpalmen.

Zweet volgt af en toe op de hitte.

Licht ochtendzweet.

Transpiratie van de aangedane delen.

Zweet met dorst.

Algemeen zweet over het hele lichaam, het meest op de handpalmen en in het gelaat, met inwendige huivering.

Lichte transpiratie, meestal in het gelaat, met inwendige huivering.

Wisselkoorts, paroxysmen om de vierde dag, met twee goede dagen ertussen.

Intermitterend.

Traumatische koorts.

AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]

Krampachtig : oprispingen ; samentrekking van de sfincter ani ; vernauwing van het strottenhoofd ; hoest.

Af en toe : algemeen gevoel van flauwte.

Voorbijgaand : opwellingen in het gelaat.

Frequent : overvloedige mictie ; korte, droge hoest.

Voortdurend : neiging te slikken ; dorst, na hitte en tijdens het zweten ; maagmisselijkheid met hoofdpijn ; neiging tot braken, in de keel gevoeld ; knijpende pijn in de iliacale streek ; afwisseling van constipatie en diarree ; jammeren, huilen, klagen ; neiging tot bewegen, bij astma ; neiging tot hoesten ; hoest, rukken en trekkingen van armen en handen ; huiveren.

Verscheidene malen overdag hapt het kind naar adem, daarna vaker en tenslotte drie- of viermaal per uur.

Verscheidene uren durend : aanvallen van crurale neuralgie.

Intermitterend : zeurende pijn in de tanden.

Om de vierde dag : paroxysmen van wisselkoorts.

LOKALISATIE EN RICHTING [42]

Rechts : aangezichtspijn uitstralend naar de kiezen.

Links : stekende pijn in de streek van de geslachtsdrift ; gezoem in het oor als van een zwerm bijen ; crurale neuralgie van het been.

Van buiten naar binnen : alsof een spijker in het hoofd werd gedreven.

Van boven naar beneden : pijnen strekken zich uit van het aangezicht langs de armen naar beneden, zelfs tot de vingertoppen ; rillingen lopen langs de rug naar beneden.

GEVOELENS [43]

Alsof iets hards op het oppervlak van de hersenen drukte ; alsof de hele hersenen gescheurd en beurs waren, of aan stukken geslagen ; alsof het hoofd klein en met vloeistof gevuld was ; alsof het hoofd zou barsten of uiteenspatten als zij bewoog ; alsof een spijker in het hoofd werd gedreven ; alsof er een zwerm bijen in het linkeroor zat ; alsof er een prop of slijm in de keel zat ; alsof de maag overvuld was, met koliek ; alsof de buik zou barsten ; alsof de darmen werden doorgesneden ; alsof het strottenhoofd met droog slijm bedekt was ; alsof het strottenhoofd vernauwd was ; alsof het lichaam zou barsten, met gevoel van volheid en druk.

Pijn : in de liezen ; van de zijkant van het gehemelte tot in de slokdarm ; in keel en hoofd, voortdurend toenemend ; in de onderrug bij vruchteloze weeën ; van het aangezicht langs de armen naar beneden, zelfs tot de vingertoppen ; in de ledematen.

Stekende pijnen : bij crurale neuralgie ; in de zijden.

Stekende : in de streek van de geslachtsdrift aan de linkerzijde ; tandpijn ; op de huid.

Schietende pijnen : van ischias of crurale neuralgie.

Schokkende : tandpijn.

Scheurende pijnen : bij crurale neuralgie ; in vlees en celweefsel, eerder dan in de botten ; in de delen tussen de gewrichten zelf.

Verscheurende pijn : van ischias of crurale neuralgie.

Branden : in de maag ; in de ogen ; oprispingen ; in de anus.

Prikkelend : op de huid.

Pijnlijkheid : van de keel.

Rauwheid : in het strottenhoofd ; in de luchtpijp.

Ruwheid : in het strottenhoofd.

Knijpend : in de iliacale streek.

Draaiend : in het hoofd.

Druk : in het epigastrium ; in de buik, als door ingesloten flatulentie ; op de blaas.

Drukkend naar beneden : in de geslachtsdelen.

Krampen : in de maag ; in de buik tijdens de menstruatie, of bij het begin ; tot in de borst uitstralend.

Vernauwing : van de borst ; van het strottenhoofd.

Beurse pijn : in inwendige delen.

Angst : in het epigastrium.

Zeurende pijn : in de tanden.

Lammende pijn : in de onderrug.

Benauwdheid : op de borst.

Spanning : van de epigastrische streek.

Gekraak : in de kruin ; in het hoofd (één zijde), synchroon met de pols.

Bonzen : in de slapen ; tandpijn.

Duizelige verwardheid : van het hoofd.

Verwarring : van de zintuigen.

Zwaarte : van het hoofd, vooral in het voorhoofd boven de ogen.

Droogheid : van de mond ; van de huid.

Gevoel van warmte.

Koude : van de ledematen, handen en voeten ; van het lichaam ; trekkend door alle ledematen.

Jeuk : in de anus ; van de geslachtsorganen ; overal, overgaand in branden.

WEEFSELS [44]

Grote gevoeligheid en pijn van de aangedane delen.

Toegenomen beweeglijkheid van de spieren, of spieren rigide.

Scheurende pijnen in vlees en celweefsel, eerder dan in de botten ; in de delen tussen de gewrichten zelf.

Extreme vermagering. θ Zomerdiarree bij kinderen.

Aandoeningen na plotselinge gemoedsbewegingen, vooral aangename verrassingen.

Kwade gevolgen van wijngebruik.

AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]

Aanraking : epigastrische streek gevoelig voor ; ontsteking opgewekt door overmatige vreugde, zij is er zeer gevoelig voor.

Zeer gevoelig voor contact.

Kan geen strakke kleding op de buik verdragen.

Onverdraagzaamheid voor alle manipulaties, die grote agitatie veroorzaken en de behandeling hinderen.

Druk : crurale neuralgie > door ; op het uittredingspunt van de zenuw < crurale neuralgie.

Zou het deel willen krabben of wrijven, maar het is te gevoelig.

Geringe passieve bewegingen (wiegen enz.) doen hem opschrikken ; worden als enorm waargenomen.

Kinderen kunnen het soms niet verdragen gedragen te worden.

HUID [46]

Droogheid van de huid, maar niet bij koortsziekten.

Overmatige gevoeligheid van de huid.

Hete huid.

Jeuk overal gaat over in branden.

Stekende en prikkelende gewaarwordingen op de huid.

Uitslag met overprikkelbaarheid en huilen.

Paarse miliaire uitslag over het hele lichaam.

Mazelachtige vlekken op de huid met droge hitte 's nachts ; overprikkelbaarheid en huilen.

Mazelen : frequente, korte en droge hoest, hees bij het huilen ; huid en alle zintuigen overgevoelig ; krampachtige bewegingen, beven, tandengeknars ; overmatige wakkerheid met hitte en zweet in het gelaat.

Mazelen, met overprikkelbaarheid en huilen.

Scharlaken uitslag, met overweldigende pijnen en jammerende stemming.

Roodvonk ; kan helpen de uitslag naar buiten te brengen in gevallen van uiterste waakzaamheid en nerveuze opwinding.

Waterpokken ; pokken.

LEEFTIJDSPERIODE, CONSTITUTIE [47]

Lange, magere, voorovergebogen personen, met donkere gelaatskleur.

Coffea dient te worden gebruikt bij wijndrinkers.

Zwakke en prikkelbare kinderen.

Geschikt voor gevoelige personen, en wanneer de door schrik veroorzaakte symptomen niet voor Acon. wijken.

Geschikt voor kinderen bij grote onrust, heen en weer werpen, nervositeit, schreeuwen en huilen.

Sanguinisch-cholerisch temperament.

Klachten tijdens de zuigelingenleeftijd en de tanddoorbraak.

Koffiedrinkers zijn moeilijk van wisselkoorts te genezen.

MG., æt. 20 weken, vader vatbaar voor aanvallen van heesheid ; glottisspasme.

Jongen, æt. 5, gebroken dij ; traumatische shock.

Jong meisje ; convulsies.

Vrouw, æt. 25, gemakkelijke bevalling twee jaar geleden ; vruchteloze weeën.

Moeder van vijf kinderen, æt. 28, goed gebouwd, zwart haar en zwarte ogen, rode wangen, menstruatie regelmatig ; metrorragie.

Moeder van vijf kinderen ; vruchteloze weeën.

Dame niet gewend aan het gebruik van koffie ; tandpijn.

ES., æt. 32 ; wisselkoorts van achttien maanden duur, opgedaan in het leger.

Hospita, æt. 45, gebruikt twee- of driemaal per dag koffie ; diarree.

Getrouwde vrouw, æt. 50 ; slapeloosheid.

RELATIES [48]

Tegengif door : Acon., Chamom., Ignat., Mercur., Nux vom., Pulsat., Sulphur.

Het is een tegengif voor : Bellad., Chamom., Cicuta, Coloc., Nux vom., Strychnia, Valer. (Zie antidotale relaties onder Coffea tosta.)

Compatibel : Acon. (na Coffea bij vruchteloze weeën) ; Ignat. (gevoeligheid na Coffea verlichtte tandpijn) ; na Thea (slapeloosheid) ; na Chamom. (buikpijnen en diarree bij tandende kinderen) ; Sulphur (nerveus erethisme veroorzaakt door koffie).

Onverenigbaar : Canthar., Caustic., Coccul., Ignat.

Vergelijk : Acon., Agar., Arsen., Bellad., Canthar., Caustic., Chamom., Coca, Coccul., Ignat, Mercur., Natr. mur., Nux vom., Opium, Pulsat., Sepia, Sulphur, Thea.

Verken het volledige Similia-platform

Toegang tot 13 klassieke materia medica-boeken, 7 klassieke repertoria, AI-semantische zoekfunctie en basis-casusbeheer — gratis.

Bekijk prijzen