Anagallis Arvensis

van John Henry ClarkeWoordenboek van de praktische Materia Medica

Rood guichelheil. Weerglas. Rode vogelmuur. N. O. Primulaceæ. Tinctuur van de gehele verse plant.

Klinisch

Amblyopie / Staar / Constipatie / Waterzucht / Epilepsie / Neusbloeding / Gonorroe / Jicht / Aambeien / Hoofdpijn / Hypochondrie / Hysterie / Manie / Neuralgie / Rheumatisme / Tinea / Ongezonde huid / Slangenbeten / Syfilis / Tetter / Zweren van slechte aard / Wonden

Kenmerken

Evenals Primula obconca heeft Anagallis een duidelijke werking op de huid. De huid jeukt overal; wordt droog en ruw; vertoont zemelachtige, ringvormige tetters; zweren en zwellingen op de gewrichten. Zweren van slechte aard. Bevordert het uitdrijven van splinters. Is gebruikt bij slangenbeten en watervrees. Het veroorzaakt grote opgewektheid en geestelijke activiteit: denkt aan van alles. Grote vrolijkheid. (De Griekse naam van de plant betekent hardop lachen.) Kriebeling en jeuk in het l. oor. Zemelachtige, ringvormige tetters in het gezicht. Doffe pijn in het tandvlees, gepaard gaand met zeer harde ontlasting. Gevoel op de tong alsof er iets kouds op gelegd werd. Droogheid en schrapen in de keel. Schrapen en krassen in strottenhoofd en luchtpijp met heesheid; < na het eten. Kriebelend, prikkelend gevoel langs de urinebuis; opening verkleefd. Scheurende pijn in de zaadstreng. Syfilis met neusbloeding, geestesverwarring, pijn in de onderrug en jeukende huid. Gevoeligheid op de borst met pijn. Huiduitslag op de borst. Gespannen trekkende pijn, opstijgend van de linker schouder naar de nek (Eupat. perf). Huid van de handen droog, kleverig en vuil uitziend. Tetters. Blaasjes in groepjes. Pijn en spanning in de knieholte links. Het is een wondmiddel van enig belang. De symptomen zijn < door aanraking; < na het eten.

Relaties

Vergelijk: Prim. obc. en Cyclamen. (bot.); Coff. (vrolijk; opgewonden); Lith. c. (ruwe huid, tinea); Sep., Tellur. (tinea); Puls. (kouwelijk, catarre); Rhus t.

1. Geest

Opgewekt, geest actief, denkt aan van alles. Kan zijn gedachten niet bijeenhouden terwijl hij naar een preek luistert vanwege zijn vrolijke stemming. Grote vrolijkheid gedurende verscheidene dagen; alles verschaft hem genoegen. Moedeloosheid. Na mentale inspanning grote uitputting.

2. Hoofd

Warmte stijgt naar het hoofd, lichte transpiratie op het voorhoofd, gevolgd door drukkende steken in de oogbollen en een kriebelend, prikkelend gevoel in de urinebuis, waardoor hij tot coïtus geneigd is. Hoofdpijn juist boven de wenkbrauwbogen met oprispingen en gerommel in de darmen. Krampachtige schietende steken in beide slapen, uitstralend naar de ogen. Drukkend zeurende pijn in voorhoofd en achterhoofd door een luchtstroom die op hem blaast. Hevige hoofdpijn en misselijkheid met pijnen door het gehele lichaam. Achterhoofd: doffe of scheurende pijnen en neiging tot braken; hevige hoofdpijn, met harde, knoestige ontlasting; kloppende pijn aan de l. zijde; doffe pijn de hele nacht. Hoofdpijn > door koffie. De huid van het voorhoofd voelt te strak aan.

3. Ogen

Dingen lijken heen en weer te zweven, hij kan niet schrijven. Flikkeringen voor het l. oog. Drukkend gevoel in de ogen na hoofdpijn. Steken in de slapen, uitstralend naar de ogen. Pijn in de r. oogbol < bij aanraken van de oogleden. Jeuk van de oogleden.

4. Oren

Verstopping en pijn in het r. oor na de druk in de ogen. Steken in het r. oor. Kriebeling en jeuk in het l. oor.

5. Neus

Neusbloeding (syfilis). Onaangename kriebeling op de top van de neus, met hevig niezen. Overvloedige afscheiding van geel slijm.

6. Gezicht

Neuralgische pijnen in het r. jukbeen, uitstralend naar de supraorbitale streek; gedurende de nacht. Pijnen in de gezichtsspieren. Zemelachtige, ringvormige tetters in het gezicht. Jeuk op de jukbeenderen. Jeukende, kietelende steken aan de l. mondhoek en onderlip, juist onder de rand.

7. Tanden

Doffe pijn in een holle tand met beven van het hart. Doffe pijn in de bovenmolaren en scheurende pijn in het r. jukbeen. Tandpijn alsof door koude; < door aanraking; koud gevoel in de tanden. Doffe pijn in het tandvlees, gepaard gaand met zeer harde ontlasting.

8. Mond

Gevoel op de tong alsof er iets kouds op gelegd werd; ook nabij het tongriempje. Taai speeksel in de mond, opgewekt door hoesten. Water in de mond, met lichte scheurende pijn in de kiezen.

9. Keel

Gevoel van droogheid in de keel met schrapen. Kriebeling aan het zacht gehemelte 's nachts, als door aanraking van iets kouds.

11. Maag

Boeren, misselijkheid, neiging tot braken en gerommel in de darmen met hoofdpijn. Veroorzaakt ontsteking van de maag bij paarden.

12. Abdomen

Hepatitis en verharding van de lever. Abdomen opgezet door winden. Obstructies van de ingewanden.

13. Ontlasting en Anus

Ontsteking van het rectum bij paarden. Jeuk in het rectum; druk in het heiligbeen; aambeien. Laat stinkende winden. Ontlasting: waterig; zacht en brijig; hard als stenen; knoestig. Jeuk aan de anus na de ontlasting.

14. Urinewegen

Branden in de urinebuis bij het urineren, meestal 's morgens. Opening verkleefd; aandrang om te urineren; urinestraal gespleten. Kriebelend, prikkelend gevoel langs de urinebuis, dat tot coïtus neigt.

15. Mannelijke Geslachtsorganen

Het branden in de urinebuis vóór en tijdens de erectie houdt tijdens coïtus op. Trekkende pijnen in de r. teelbal en zaadstreng. Scheurende pijnen in de zaadstrengen. Kriebeling in de symphysis pubis.

17. Ademhalingsorganen

Krassen en schrapen in de keel, vooral na de maaltijden. Heesheid, uitgaand van de luchtpijp. Hoest droog, met een krassend gevoel bij hardop lezen; met geel slijm uit de neus; met uitspuwen van speeksel.

18. Borst

Een soort onrust in de borst. Gevoeligheid op de borst met koorts. Druk in de r. long na een maaltijd of bij snel lopen. Plotseling innerlijk in de borst een gevoel alsof er met een kussen vol spelden tegen geslagen wordt. Jeuk aan de l. zijde van de borst, vooral op de tepel. Huiduitslag op de borst.

19. Hart

Hevig beven van het hart, met algemeen trillen en zwakte, voorafgegaan door zeurende pijn in een carieuze tand en angst in de borst 's avonds in bed. Hartkloppingen.

20. Nek

Gespannen trekkende pijn van de l. schouder omhoog naar de nek; keert terug bij het heffen of strekken van de arm. Trillen van de nekspieren (paarden).

22. Bovenste Ledematen

Pijnen in de spieren van de bovenarm, aan de buitenzijde, nabij de schouder. Pijnen in de onderarm; in de handwortel- en middenhandsbeenderen. Jichtige zwellingen op de gewrichten van de vingers. Huid van handen en vingers zeer droog, kleverig en vuil uitziend. Tetter op de handen; vochtig of droog en haarachtig.

23. Onderste Ledematen

Pijn in de heup. Kriebelende pijnen in het r. been en ter hoogte van het os ilium. Trekkende pijnen in de spieren van het l. been; 's nachts scheurende pijnen. Zwakte en mankheid van het r. been, alsof het te kort was. Pijnen in de knieholte van de l. knie; gevoel van strakheid alsof er iets gezwollen of pijnlijk was. Pijnen in de scheenbeenderen; < bij het uitstrekken van het been. Krampen. Pijnen in de middenvoet en voetzool (l.), in het gewelfde deel van de l. voetzool en nabij de tenen.

24. Algemeen

Een kouwelijk beven. Uitgeput en slaperig.

25. Huid

Jeukt overal; ruw, droog. Droge, zemelachtige, ringvormige tetters. Zweren en zwellingen op de gewrichten. Zweren van slechte aard. Bevordert het uitdrijven van splinters.

26. Slaap

Valt laat in slaap; slaap onrustig; wordt vroeg wakker; gevoel niet verkwikt te zijn.

Verken het volledige Similia-platform

Toegang tot 13 klassieke materia medica-boeken, 7 klassieke repertoria, AI-semantische zoekfunctie en basis-casusbeheer — gratis.

Bekijk prijzen