Sticta Pulmonaria
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Longmos. Korstmossen.
De tinctuur wordt bereid uit het verse korstmos dat op de suikeresdoorn groeit.
Ingevoerd door S. P. Burdick, door hem beproefd, N. A. M. J. of Hom., vol. 12, p. 202 ; Lutes, Hale's N. R., p. 992 ; waarnemingen door Lilienthal, Am. Jour. of Hom. Mat. Med., vol. 2, p. 234.
KLINISCHE AUTORITEITEN.
- Praatzucht, Carr, M. I., 1875, p. 245 ; Catarre van hoofd en borst, Burdick, N. A. J. H., vol. 12, p. 203 ; Hoofdpijn, Burdick, N. A. J. H., vol. 12, p. 207 ; Neuscatarre, transpiratie van de handen, Lippe, Org., vol. 2, p. 183 ; Chronische neuscatarre, Smith, Hom. Phys., vol. 9, p. 37 ; Coryza, Burdick, N. A. J. H., vol. 12, p. 205 ; Pijn in de maag, Carr. M. I., 1875, p. 245 ; Influenza, Martin, A. J. H. M. M., vol. 1, p. 234 ; Boyce, A. H. O., vol. 1, p. 117 ; Hooikoorts, Dart, N. A. J. H. vol. 23, p. 532 ; Lewis, B. J. H., vol. 34, p. 168 ; Aandoening van de borst, Scheurer, A. H. O., vol. 10, p. 596 ; Reumatische pijn in de borst, Chase (see Hale's Therap.) ; Hoest, kinkhoest, Blake, Hom. Rev., vol. 16, p. 406 ; Hoest, Miller, Hah. Mo., vol. 7, p. 403 ; Conant, Org., vol. 2, p. 229 ; Hoest bij tering, Blake, H. M., vol. 10, p. 375 ; Hoest na mazelen, Burdick, N. A. J. H., vol. 12, p. 210 ; Aandoening van het hart, N. A. J. H., vol. 12, p. 208 ; Reumatische bursitis, Hasbrouck, Hom. Times, vol. 3, p. 94 ; Price, A. H. O., vol. 9, p. 163 ; Bursitis, Price, A. H. Z., vol. 102, p. 119, from Hom. Times, vol. 8, p. 249 ; Hasbrouck, M. I., vol. 6, p. 564 ; Ziekte van Pott, Moore, M. I., vol. 6, p. 344 ; Chorea en slapeloosheid, Burdick, N. A. J. H., vol. 12, p. 207 ; Rheumatisme, Corliss, C. M. A., vol. 2, p. 459 ; Price, A. H. O., vol. 9, p. 162 ; Burdick, N. A. J. H., vol. 12, p. 205.
GEMOED [1]
Algemene verwardheid van gedachten, onvermogen deze te concentreren.
Grote neiging om over van alles en nog wat te praten, het kan haar niet schelen of iemand luistert of niet, zij moet praten ; voelt alsof zij haar tong niet stil kan houden.
HOOFD, INWENDIG [3]
Dof gevoel in het hoofd, met scherpe, schietende pijnen door de schedelkruin, de zijkant van het gelaat en de onderkaak.
Schietende pijnen in de slaapstreek.
Doffe, zware druk in het voorhoofd en de neuswortel, toenemend overdag.
Catarrale hoofdpijn voordat de neusafscheiding op gang komt.
Migraine ; moet gaan liggen, < door licht en lawaai ; misselijkheid en braken, bijna tot flauwte toe.
Hoofdpijn, met hevige pijn in de ogen, die zeer pijnlijk aanvoelen bij het sluiten van de oogleden of het draaien van de oogbol.
GEZICHT EN OGEN [5]
Branderigheid van de oogleden, met pijnlijke oogbol bij het sluiten van de oogleden of het draaien van de ogen.
Overvloedige, niet-prikkelende afscheiding ; catarrale conjunctivitis.
REUK EN NEUS [7]
Voortdurende behoefte de neus te snuiten, maar door droogheid komt er geen afscheiding.
Overmatige en pijnlijke droogheid van het slijmvlies ; afscheidingen drogen snel op en vormen korsten die moeilijk los te krijgen zijn. θ Influenza.
De neus is verstopt, de neusafscheiding droogt zo snel op dat zij niet kan worden uitgesnoten.
Bijna onophoudelijk niezen, met een gevoel van volheid in de r. zijde van het voorhoofd, zich uitstrekkend tot de neuswortel, tinteling in de r. zijde van de neus. θ Coryza.
Verlangen een vinger in de neus te steken om kleverige afscheiding te verwijderen.
Acute coryza met koorts.
Chronische catarre van het hoofd.
Influenza : overmatige en pijnlijke droogheid van het slijmvlies ; de afscheidingen droogden snel op en vormden korstige aankoeksels, die grote inspanning vereisten om ze te verwijderen ; het zachte gehemelte voelde als uitgedroogd leer, waardoor slikken pijnlijk werd ; irritatie in de borst, meer tegen de avond en 's nachts.
Hevige coryza, verstopt gevoel aan de neuswortel ; voelt zich 's morgens goed, veel < in de namiddag, > in de open lucht. θ Influenza.
Catarre van het hoofd sinds vier jaar ; niezen 's morgens met groene afscheiding ; hoofdpijn in het voorhoofd en neusbloeding.
Verstopping van de neus, snuiten zonder resultaat ; belemmerde de ademhaling en veranderde zijn stem ; < 's nachts, zodat het hem van de slaap beroofde ; voortdurende transpiratie van de handen, zo ernstig dat het het comfort verstoorde ; hij kon een paar glacéhandschoenen geen tweede keer dragen.
Chronische catarre van vijftien jaar bestaansduur ; voortdurend de neus snuiten, zonder afscheiding ; op het slijmvlies vormden zich dikwijls droge schilfers, die niet alleen zijn ellende zeer vergrootten, maar hem door de belemmering van de ademhaling ook verhinderden met enig comfort te roken.
Voortdurende behoefte de neus te snuiten zonder afscheiding. θ Tertiaire syfilis.
BOVENSTE GELAATSHELFT [8]
Schietende pijnen in de zijkant van het gelaat.
ONDERSTE GELAATSHELFT [9]
Schietende pijnen in de onderkaak.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Overmatige droogheid van het zachte gehemelte, dat als uitgedroogd leer aanvoelt en pijnlijk slikken veroorzaakt.
Afdruipen van slijm uit de achterste neusgaten, de keel voelt rauw aan en ziet er rauw uit.
Pijnlijkheid van de keel ; coryza door de geringste verkoudheid ; vatbaar voor aanvallen sedert tien tot vijftien jaar.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Hevige pijn van het borstbeen tot de wervelkolom, en een gevoel van gerommel en omwoelen in de maag, alsof die vol gist zat.
HYPOCHONDRIËN [18]
Doffe pijn in het rechter hypochondrium. θ Catarre.
Volheidsgevoel in het linker hypochondrium.
BUIK EN LENDEN [19]
Gerommel alsof alles vol gist zit, met hevige pijn van het borstbeen tot de wervelkolom.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Slijmerige diarree en losse hoest.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Kriebeling in het strottenhoofd en de bronchiën, die hoest veroorzaakt.
Kriebeling aan de r. zijde van de luchtpijp onder het strottenhoofd.
Predikantskeel, gekenmerkt door grote droogheid van de slijmvliezen.
Sedert twaalf jaar jaarlijks een aanval van hooicatarre ; lichte jeuk en tinteling in de voorste neusgaten, onmiddellijk gevolgd door niesbuien, gedurende de eerste achtenveertig uur veelvuldig herhaald ; het neusslijmvlies rood en gezwollen, sterk hyperemisch ; doffe hoofdpijn ; verstopt gevoel in de voorhoofdsholten ; conjunctiva rood, gezwollen, droog ; pols versneld, temperatuur boven normaal ; grote dorst ; overdag overvloedige, dunne, excoriërende afscheiding uit de neus ; brandende tranenvloed ; kriebelhoest, voorafgegaan door kriebeling en branderigheid in het strottenhoofd ; 's nachts houden de afscheidingen bijna op, de luchtwegen worden droog, de niesbuien komen vaker, het aantal niesstoten per paroxysme lijkt toe te nemen, totdat niezen en hoesten bijna onophoudelijk zijn ; nauwelijks slaap tot tegen de ochtend ; wanneer de hyperemie geleidelijk afneemt, worden de luchtwegen vochtig en is er bij zonsopgang opnieuw een overvloedige afscheiding uit ogen en neus, heet en excoriërend, waardoor rauwheid en pijnlijkheid van wangen, neusvleugels en bovenlip ontstaan ; keel en mond branden alsof zij verbrand zijn, niezen en hoesten houden aan, en overdag wordt een aanmerkelijke hoeveelheid dun, glasachtig sputum opgehoest ; 's nachts treedt het droge stadium weer op, de ademhaling wordt moeizamer en moeilijker, piepende, fluitende, sissende geluiden in de borst, met ronchus sterk genoeg om aan de andere kant van een grote kamer te worden gehoord ; genoodzaakt met open mond te ademen ; drinkt vaak, maar niet in grote hoeveelheden ; wordt prikkelbaar, is uitgeput door het niezen en hoesten, en wordt zwak door slaapgebrek ; heeft een afschuw van de nacht, want dan lijdt hij het meest. θ Hooicatarre.
Ernstige catarre van het hoofd, die hem dwong telkens een week lang op zijn kamer te blijven ; afscheiding van hoeveelheden bloederige etter uit neus en keel ; kwellende hoest en druk op de longen, met het gevoel alsof daarin een harde massa verzameld was ; de hoest was aanvankelijk droog en prikkelend, door kriebeling in het strottenhoofd, die zich uiteindelijk tot de longen uitbreidde ; overdag betrekkelijk weinig hoest, maar iedere avond tegen 6 uur keerde deze terug, duurde de hele nacht voort, bijna onophoudelijk ; kon niet slapen of liggen ; geheel uitgeput.
HOEST [27]
Hoest : droog, < tegen de avond en 's nachts, kan noch slapen noch liggen ; droog, luidruchtig ; hevig, droog, afmattend, veroorzaakt door kriebeling aan de r. zijde van de luchtpijp, onder het strottenhoofd ; splijtende hoofdpijn in het voorhoofd ; 's morgens los, overdag minder vrij ; pijn in de linkerzijde, onder het schouderblad ; kriebeling in het strottenhoofd en de bronchiën ; onophoudelijk, uitputtend of afmattend, bij teringlijders ; kroeperig ; onophoudelijk 's nachts, overdag betrekkelijk weinig ; hard, droog, blaffend ; droog en luidruchtig, spasmodisch stadium van kinkhoest ; veroorzaakt splijtende hoofdpijn.
Tijdens of kort na influenza, onophoudelijke, korte, droge, prikkelhoest : sputum schaars, witachtig of schuimig, of geheel afwezig ; zeurende pijn of zwaar gevoel in de bovenborst ; hoofdpijn in het voorhoofd, < door hoesten.
Hoest, < 's nachts en 's morgens ; diarree, pijn vóór elke stoelgang, < 's morgens ; vermagering ; onrustige slaap door de hoest. θ Na mazelen.
Na een ernstige verkoudheid, harde, afmattende hoest, < bij elke inademing ; aanmerkelijke benauwdheid van de borst.
Hoest aanvankelijk droog en prikkelend, door kriebeling in het strottenhoofd, die zich ten slotte tot de longen uitbreidt.
Blaffende hoest, als kinkhoest, na kou gevat te hebben.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Benauwdheid van de borst en gevoel alsof daar een harde massa zat ; harde, afmattende hoest, opgewekt door inademing.
Plotselinge pijn die dwars door de borst reikt van het borstbeen tot de wervelkolom ; voortdurend, < bij beweging ; armen krachteloos door de hevige pijn zodra men ze probeerde te bewegen ; ademhalen en spreken moeilijk.
Een dame liep een ernstige verkoudheid op, gekenmerkt door een pulsatie van de r. zijde van het borstbeen omlaag tot in het abdomen.
Elke koude, vochtige periode brengt een hoest op, met opgeven van donker bloed ; 's morgens losse hoest, overdag minder vrije expectoratie ; pijn in de linkerzijde, onder het schouderblad ; vieze smaak in de mond ; kriebeling in het strottenhoofd en de bronchiën ; constipatie ; menstruatie regelmatig ; nerveuze hoofdpijn in de slapen ; bloedspuwing drie jaar geleden.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Doffe, drukkende pijn in de hartstreek.
Aanvallen van grote angst om het hart ; zeer nerveus ; heeft veel geestelijke zorgen gehad ; wordt 's nachts wakker met een vreemd gevoel om het hart, en voelt zich daarna enkele ogenblikken alsof zij in de lucht zweefde.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Rheumatisme in het rechter schoudergewricht, de deltoideus en triceps, zich soms uitstrekkend tot de onderarm ; beginnend 's nachts ; arm bijna hulpeloos, kon geen jas aantrekken ; overdag verdwijnt de lamheid bijna geheel ; geen warmte of zwelling.
Rheumatisme van de polsgewrichten sinds drie maanden ; polsen en handen gezwollen, weinig roodheid, zeer pijnlijk bij bewegen.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Algemene verwardheid van gedachten ; de benen voelden alsof zij in de lucht zweefden ; zij voelde zich licht en zwevend, waggelende gang.
Rheumatisme, vooral de grotere gewrichten aangedaan ; doffe, zware pijnen ; geen eetlust ; biefstuk smaakt als zand, of heeft helemaal geen smaak ; 's nachts onrustig, weinig of geen slaap ; zwak, verzwakt, algemeen gevoel van malaise ; veel catarrale hoofdpijn.
Rheumatisme in het rechter enkelgewricht, gezwollen en zeer pijnlijk ; kon zich niet verplaatsen zonder hulp van een wandelstok.
Ernstige reumatische ontsteking van de knie bij een jongen æt. 8 ; pijn, gevoeligheid bij aanraking, roodheid, gevolgd door een effusie, waarbij de patella omhooggedrukt werd, met elastische zwelling eronder en eromheen.
Twee jaar geleden op de knie gevallen, die sindsdien pijnlijk en gevoelig is geweest ; verscheidene maanden na de val begon de knie langzaam te zwellen totdat er een grote vochtophoping in de bursa patellaris aanwezig was ; zwelling ongeveer anderhalve inch in diameter en steekt ook ongeveer zoveel naar voren uit ; duidelijke fluctuatie. θ Bursitis.
Grote zwelling over de rechter patella ; knie pijnlijk, vooral in het gewricht, dat zeer stijf is, vooral nadat zij enkele minuten heeft gezeten ; moet het been uitstrekken of opstaan en rondlopen voor verlichting ; had enige smeersels aangebracht, waarna verergering volgde. θ Bursitis.
Bursitis in het kniegewricht, eenvoudig of diffuus.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Schietende pijnen in armen, vingers, gewrichten, dijen en tenen.
Zwelling en stijfheid van handen en voeten.
Warmte, zwelling en scherp begrensde roodheid van de gewrichten ; daaropvolgende synovitis met exsudatie van serum. θ Inflammatoir rheumatisme.
Rheumatisme dat knie, enkel, tenen, polsen en vingers aantastte ; op de tweede dag grote vochtophoping in het kniegewricht.
Scherpe, schietende, lancinerende pijn, eerst in de kniegewrichten, daarna in elleboog en schouder ; vervolgens werden de vingergewrichten aangedaan, geleidelijk breidde het zich uit tot ieder gewricht van het lichaam ; hevige pijn in nek en hoofd ; gewrichten gezwollen en stijf ; kan van de pijn niet slapen, kan nauwelijks lopen ; van zes maanden duur. θ Rheumatisme.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Liggen : ledematen voelen alsof zij in de lucht zweven.
Beweging : pijn in de borst < ; rheumatisme van de polsen <.
Moet opstaan en rondlopen voor verlichting van pijn in de knie.
Draaien van de oogbollen : ogen voelen pijnlijk aan.
Poging de armen te bewegen : zij zijn krachteloos door overmatige pijn.
ZENUWSTELSEL [36]
Benen alsof zij in de lucht zweven ; zij voelde zich licht en zwevend, zonder enig gevoel op het bed te rusten.
Algemeen gevoel van sufheid en malaise, alsof een catarre op komst is.
Hysterie : na bloedverlies ; vreemd gevoel om het hart ; hysterische chorea ; migraine ; zij moet gaan liggen ; licht en lawaai verergeren ; misselijkheid en braken met flauwte.
Na een ernstige bloeding uit de darmen, tot staan gebracht door Hamam. : kon meer dan een week niet slapen ; zodra de nacht invalt dansen en springen voeten en benen buiten haar wil om rond, zodat zij gedwongen is ze vast te houden of op de vloer te laten vasthouden ; bij het gaan liggen voelen de ledematen alsof zij in de lucht zweven ; zo licht als veren. θ Hysterische chorea.
SLAAP [37]
Slapeloosheid ; door nervositeit ; door hoest ; bij kinderen ; na chirurgische ingrepen, b.v. het zetten van een gebroken been.
TIJD [38]
Overdag : druk in voorhoofd en neus < ; overvloedige dunne, excoriërende afscheiding uit de neus ; ophoesten van glasachtig slijm ; betrekkelijk weinig hoest ; hoest < ; pijn vóór elke stoelgang < ; rheumatisme van de armen <.
Namiddag : influenza <.
Avond : irritatie in de borst < ; hoest <.
Nacht : irritatie in de borst < ; verstopping van de neus < ; afscheiding houdt bijna op ; droog stadium van catarre ; onophoudelijke hoest ; wordt wakker met vreemd gevoel om het hart ; rheumatisme van de schouder begint ; onrustig ; voeten en benen dansen en springen rond.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Open lucht : influenza >.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Elke avond omstreeks 6 uur : hoest keerde terug.
Tweede dag na rheumatisme : grote vochtophoping in het kniegewricht.
Drie maanden : rheumatisme van de polsgewrichten.
Zes maanden : rheumatisme.
Twee jaar geleden : op knie gevallen, zwelling en pijnlijkheid.
Sedert twaalf jaar : jaarlijkse aanval van hooicatarre.
Vijftien jaar bestaand : chronische catarre ; aanvallen van coryza.
LOKALISATIE EN RICHTING [42]
Rechts : gevoel van volheid in het voorhoofd ; tinteling in de zijde van de neus ; doffe pijn in het hypochondrium ; kriebeling in de zijde van de luchtpijp ; pulsatie van de zijde van het borstbeen omlaag tot in het abdomen ; rheumatisme van het schoudergewricht ; rheumatisme van het enkelgewricht ; grote zwelling over de patella.
Links : volheidsgevoel in het hypochondrium ; pijn onder het schouderblad ; pijn in de zijde.
GEWAARWORDINGEN [43]
Alsof zij haar tong niet stil kan houden ; alsof de maag vol gist zat ; keel en mond branden alsof zij verbrand zijn ; alsof een harde massa in de longen verzameld was ; alsof men in de lucht zweeft ; benen alsof zij in de lucht zweven.
Pijn : in de linkerzijde onder het schouderblad ; in het hoofd.
Hevige pijn : in nek en hoofd.
Ernstige pijn : in de ogen ; van het borstbeen tot de wervelkolom.
Splijtende pijn : in het voorhoofd.
Scherpe schietende pijnen : door de schedelkruin ; zijkant van het gelaat en onderkaak ; in de slaapstreek ; in de zijkant van het gelaat ; in de onderkaak ; in armen, vingers, gewrichten, dijen en tenen ; in de kniegewrichten, daarna elleboog en schouder en vingergewrichten.
Plotselinge pijn : dwars door de borst, van het borstbeen tot de wervelkolom.
Reumatische pijn : in het rechter schoudergewricht, deltoideus en triceps ; van het polsgewricht.
Zeurende pijn : in de bovenborst.
Doffe, drukkende pijn : in de hartstreek ; in de gewrichten.
Doffe pijn : in het rechter hypochondrium.
Branderigheid : in de oogleden ; in het strottenhoofd ; van mond en keel.
Pijnlijkheid : van de oogbol ; van de keel ; van de wangen ; van de neus en bovenlip.
Tinteling : in de voorste neusgaten ; in de rechterzijde van de neus.
Kriebeling : in het strottenhoofd en de bronchiën ; in de rechterzijde van de luchtpijp, onder het strottenhoofd.
Droogheid : van de neus ; van het zachte gehemelte ; van de slijmvliezen.
Doffe, zware druk : in het voorhoofd en de neuswortel.
Dof gevoel : in het hoofd.
Vreemd gevoel : om het hart.
Pulsatie : van de rechterzijde van het borstbeen omlaag tot in het abdomen.
Stijfheid : van handen en voeten.
Zwaar gevoel : in de bovenborst.
Volheid : in de zijde van het voorhoofd en de neuswortel.
Volheidsgevoel : in het linker hypochondrium.
Verstopt gevoel : in de neus ; in de voorhoofdsholten.
Jeuk : in de voorste neusgaten.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Aanraking : knie gevoelig.
Na een val op de knie : zwelling.
LEEFTIJD, CONSTITUTIE [47]
Jongen, æt. 4, na mazelen ; hoest.
Jongen, æt. 7, na kou gevat te hebben ; hoest.
Jongen, æt. 7 tot 8, had het jaar tevoren een ernstige aanval, gevolgd door hartaandoening, was vier maanden onder behandeling, huidige aanval in negen dagen genezen, rheumatisme.
Jongen, æt. 8 ; reumatische bursitis.
Meisje, æt. 10, nerveus sanguinisch temperament, middelgroot, huid bleek, doorschijnend, sproetig, haar roodbruin ; rheumatisme.
Jongen, æt. 12, lijdend sinds vier jaar ; catarre van het hoofd.
Meisje, æt. 12, levendig ; influenza.
Meisje, æt. 19, scrofuleus, had drie jaar geleden bloedspuwing ; hoest.
Jonge dame, æt. 20, gehuwd, nerveus sanguinisch temperament, tenger gebouwd, haar diep roodbruin, lijdend sinds zes maanden ; rheumatisme.
Vrouw, æt. 30, na twee of drie weken geleden kou gevat te hebben ; pulsatie in de borst.
Vrouw, æt. 38, viel twee jaar geleden op de knie, lijdt sindsdien ; bursitis.
Zwarte man, æt. 38, lijdend sinds vier weken ; bursitis.
Mevr. G., æt. ongeveer 40, lijdend sinds drie maanden ; rheumatisme.
Mevr. F., æt. 40, na bloeding uit de darmen, die gestuit werd door Hamam. ; chorea.
Vrouw, æt. 41 ; reumatische pijn in de borst.
Man, æt. 45, rheumatisme van de arm.
Man, æt. 48, rheumatisme.
Dame, æt. 50, nerveus, heeft veel geestelijke zorgen gehad ; aandoening van het hart.
Man, æt. 50, lijdend sinds zes maanden, rheumatisme.
Man, æt. 56, pijnlijkheid van de keel.
Landbouwer, æt. 58, hooikoorts.
RELATIES [48]
Vergelijk : Drosera, Nux vom., Rumex, Sambucus, bij coryza's en hoesten ; Act. rac., bij rheumatisme ; Asarum, Tarent., bij nerveuze verschijnselen.