Medorrhinum

van Constantine HeringDe leidende symptomen van onze Materia Medica

Grote zwakte van het geheugen.

Traagheid van het geheugen en neiging om uit te stellen, omdat bezigheden zo langdurig schenen, of alsof zij nooit volbracht konden worden. θ Gonorrhœa.

Was volledig vergeten wat zij gelezen had, zelfs de voorgaande regel.

Vergeetachtigheid van namen, later van woorden en beginletters.

Kan zich namen niet herinneren; moet naar de naam van haar meest vertrouwde vriendin vragen; vergeet haar eigen naam.

Kan niet juist spellen; vraagt zich af hoe het woord "hoe" gespeld wordt.

Leest een brief en denkt dat de woorden er vreemd uitzien en verkeerd gespeld zijn.

De tijd gaat te langzaam.

Versuft gevoel; een gevoel van afstand, alsof dingen die vandaag gedaan werden een week geleden gebeurd waren.

Ogenblikkelijk verlies van de gedachtegang, veroorzaakt door een gevoel van beklemming in de hersenen.

Verliest voortdurend de draad van haar verhaal.

Tijdens een gesprek hield hij af en toe op, en merkte bij het hervatten op dat hij niet kon bedenken welk woord hij wilde gebruiken. θ Gonorrhœa.

Heeft zelf het gevoel verkeerde dingen te zeggen, omdat zij niet weet wat zij vervolgens moet zeggen; begint goed maar weet niet hoe te eindigen; een zwaarte op de kruin, die het denken schijnt te beïnvloeden.

Grote moeite om haar symptomen onder woorden te brengen, raakt de draad kwijt en moet opnieuw worden ondervraagd.

Moeite om zijn gedachten op abstracte onderwerpen te concentreren.

Kon door de pijn in het hoofd helemaal niet lezen of denken.

Denkt dat er iemand achter haar is, hoort gefluister; ziet gezichten die van achter het bed en de meubels naar haar gluren.

Mensen komen binnen, kijken haar aan, fluisteren en zeggen: "kom."

Zag op een nacht grote mensen in de kamer; grote ratten rondlopen; voelde een tere hand die haar hoofd van voren naar achteren streek.

Is er zeker van dat zij erger is, weet dat zij niet zal blijven leven, kan geen enkele verbetering zien, zelfs niet wanneer men haar daarop wijst; heeft geen vrees voor de dood, spreekt er kalm over en geeft aanwijzingen voor de regeling van haar zaken.

Gevoel alsof het hele leven onwerkelijk was, als in een droom.

Wild en wanhopig gevoel, als van beginnende waanzin.

Kan niet spreken zonder te huilen.

Neiging tot zelfmoord, staat 's nachts op en neemt zijn pistool, maar zijn echtgenote houdt hem tegen.

Heeft grote haast; bij alles wat zij doet, heeft zij zo'n haast dat zij vermoeid raakt.

Vreemde opgetogen stemming.

Afwisseling van opgewektheid en somberheid.

Stemming diep in de put, neergedrukt door zware, massieve somberheid, > door stromen tranen.

Loopt de dingen steeds vooruit; voelt de meeste zaken gevoelig aan voordat zij gebeuren, en gewoonlijk juist.

Verwacht de dood.

Vrees om het verkeerde te zeggen wanneer zij hoofdpijn heeft.

Alles doet haar schrikken; nieuws dat haar bereikt schijnt haar hart te raken voordat zij het hoort.

Werd vroeg wakker met een verschrikte gewaarwording, alsof er iets verschrikkelijks was gebeurd; zware last en grote hitte in het hoofd; kon in bed geen rust vinden; had het gevoel dat zij iets moest doen om haar geest van deze kwelling te bevrijden.

Vrees voor het donker.

Gevoel alsof hij de onvergeeflijke zonde had begaan en naar de hel zou gaan.

Een woord of blik van schijnbare hardheid maakt haar urenlang moedeloos.

Gevoel van wanhoop; het kon hem niet schelen of hij naar de hemel of naar de hel ging.

Overdag prikkelbaar, 's avonds opgetogen, wil spelen.

Geïrriteerd door kleinigheden.

Zenuwtrillen, met bezorgdheid.

Zeer ongeduldig.

Lezen en schrijven maken haar nerveus en maken haar woedend.

Grote zelfzucht.

Sensorium [2]

Duizeligheid: bij bukken; verscheidene malen overdag plotselinge aanvallen, schijnbaar in de kruin, met gevaar om te vallen; het leek niet alsof de dingen ronddraaiden, maar er was een gewaarwording en vrees om te vallen, slechts licht > bij liggen; < bij beweging; werd er altijd mee wakker; alsof bedwelmd; loopt zigzaggend; in het achterhoofd, zich uitstrekkend tot de kruin, met gevoel van vergroting van het achterhoofd.

Licht gevoel in het hoofd, niet echt duizelig.

Gevoel van samentrekking in het hoofd, veroorzakend hevige duizeligheid.

HOOFD, INWENDIG [3]

Hoofdpijn in het voorhoofd : met misselijkheid ; gevoel van een strakke band over het voorhoofd, < bij het vooroverbuigen van het hoofd ; alsof de voorste helft van de hersenen door het voorhoofd heen zou komen ; alsof de huid strakgetrokken werd ; met waterige neusloop ; met druk achter de ogen, alsof zij eruit gedrukt zouden worden ; zich uitstrekkend over de hersenen tot in de nek.

De hersenen voelen vermoeid aan ; het geringste geluid ergert en vermoeit haar.

Neuralgie eerst in de linker slaap en het wandbeen, daarna rechts, de volgende dag in het linkeroog.

Wordt wakker met hoofdpijn boven de ogen en in de slapen ; < door zonlicht.

Hoofdpijn in de rechter slaap ; veel zeurende pijn boven het linkeroog. θ Nachtelijke enuresis.

Neuralgische hoofdpijn in de linker slaap en rond het middelste deel van de schedel, soms verschrikkelijk hevig, met gevoel van grote zwaarte en druk in de kruin ; duurt al vierentwintig uur en neemt geleidelijk in hevigheid toe.

Pijn in het midden van de hersenen ; in de avond stekende pijn door de slapen ; de pijnen beginnen en houden plotseling op.

Warmte en kloppen in de slaapstreek aan beide zijden.

De hersenen zijn uiterst gevoelig en elke geestelijke inspanning is onaangenaam.

Pijn in het linker wandbeen wanneer de wind erop blaast.

Pijn die kringvormig door het hoofd en rond de kruin loopt.

Verschrikkelijke pijnen door het hele hoofd in alle richtingen, met continu en hevig braken, gevolgd door zeurende pijn in het sacrum en langs de achterzijde van de benen tot aan de voeten.

Aanhoudende hoofdpijn, < bij hoesten ; licht (door de ogen) lijkt het hoofd pijn te doen.

Hevige hoofdpijn gedurende drie dagen, met ontsteking van het oog.

Hoofdpijn en diarree door de beweging van treinwagons.

Hoofdpijn tijdens de menstruatie.

Doffe hoofdpijn in een brede ring rond het hoofd.

Hevig cerebraal lijden, waardoor men voortdurend met het hoofd in het kussen wrijft en van de ene zijde op de andere rolt.

Doffe pijn in het cerebellum.

Hevige brandende pijn in het hoofd, < in het cerebellum.

Spannende pijn aan de linkerzijde van het hoofd, zich naar achter uitstrekkend tot de wandbeenknobbel en tot het midden van de kruin.

Spannende pijnen in het hoofd alsof zij gek zou worden ; kon niet lezen of denken.

Gevoel alsof er drie spanningspunten in het hoofd waren, in het centrum van elke hersenhelft en van het cerebellum ; alsof uit ieder deel van de kwabben en het cerebellum grote koorden naar elk daarvan werden getrokken ; uiterst pijnlijk, met de neiging wild door de straten te rennen en zich het haar uit te trekken ; het leek alsof de spannende pijnen zouden knappen, toen zij plotseling verslapten en een borrelend gevoel van de centra naar de omtrek trok ; zodra die bereikt was, begonnen de spannende pijnen opnieuw.

Gevoel van beklemming en samentrekking, uitgaand van de ogen en samenkomend in de hersenen ; strekt zich uit over de gehele lengte van de wervelkolom.

Zeurende pijn in het achterhoofd en de medulla ; de pijn is stekend bij beweging ; slaperig.

Zeurende pijn en een uitgeput gevoel in cerebellum en medulla, met een subjectief gevoel van drukgevoeligheid van de wervelkolom vanaf het cerebellum tot aan de nieren.

Zeurende pijn aan de basis van de hersenen, met zwelling van de strengen van de nek.

Brandende gloed in het cerebellum en langs de wervelkolom omlaag.

Het hoofd voelt zwaar aan en wordt naar achteren getrokken.

Ernstige pijn achter in het hoofd alsof erop geslagen was ; de pijn breidde zich uit naar voren, met ernstige neuralgische pijn in het linkeroog ; de hoofdpijn duurde de hele nacht ; het oog was bloeddoorlopen.

Pijn achter in het hoofd en in het rechteroog.

Pruttelen in het hoofd, men weet niet of het gehoord of gevoeld wordt.

Gevoel alsof de achterhoofdsknobbels vergroot waren.

Hoofd, uitwendig [4]

Haar glansloos, droog en bros.

Droogheid en elektrische toestand van het haar; het blijft niet gladgeborsteld.

Hevige jeuk van de hoofdhuid; grote hoeveelheden roos.

ZICHT EN OGEN [5]

Wanneer de ogen gesloten waren, gevoel alsof de ogen naar de ene of andere zijde uit het hoofd werden getrokken ; wanneer zij open waren, scheen alles te flikkeren.

Een waas over alles ; ontelbare zwarte, soms bruine vlekken die over haar boek dansten ; ziet voorwerpen dubbel ; dingen lijken zeer klein ; ziet denkbeeldige voorwerpen.

Gevoel alsof zij alles aanstaarde, alsof de ogen uitpuilden.

Zeurende pijn in de oogbollen, druk en hitte in de kruin, neiging om de ogen te sluiten.

Neuralgische pijn in de oogbollen : bij het samendrukken van de oogleden ; < bij het rollen van de ogen.

Aanhoudend tranen van de ogen, hevige hitte en gevoel alsof er zand onder de oogleden zat.

Gevoel van pijn en irritatie, en gevoel alsof er stokjes in de ogen, de oogleden en vooral de binnenooghoeken zaten, roodheid en droogheid van de oogleden, congestie van de sclera en gevoel alsof er een koele wind in de ogen blies, vooral in de binnenooghoeken.

Ptosis van het buitenste uiteinde van beide bovenoogleden, vooral links, zodat inspanning nodig is om ze te openen.

Zwelling van de bovenoogleden ; gevoeligheid en branderigheid van de randen.

Uitgesproken neiging tot irritatie van de ooglidranden.

Trekkende pijn in het linker onderooglid vanaf de buitenooghoek ; men kon het ooglid daartussen zien trillen.

Hardheid van het bovenooglid alsof er kraakbeen in zat.

Wenkbrauwen jeuken ; wenkbrauwen en wimpers vallen uit.

Zwelling onder de ogen.

GEHOOR EN OREN [6]

Bijna totale doofheid van beide oren, met zeer weinig geruis ; moest een oortrompet gebruiken.

Gedeeltelijke of voorbijgaande doofheid ; pulsatie in de oren.

Kind zes dagen slechthorend.

Vreemd gevoel van doofheid van het ene oor naar het andere, alsof er een buis door het hoofd liep, terwijl er toch een overmatige scherpte van het gehoor bestond.

Is er zeker van dat hij mensen hoort praten, maar bij nauwkeurig opletten merkt hij dat de geluiden betrekking hebben op arteriële pulsatie, al kan hij niet ontdekken waar.

Bij het fluiten is het geluid in de oren dubbel, met een eigenaardige trilling, alsof twee personen tertsen floten.

Geluiden schijnbaar in de mastoïdcellen, als van bakken en sissen.

Pijn trekt op door de buis van Eustachius en naar buiten door beide oren, met een kietelend gevoel.

Na het slapen voelt zij alsof er perkament over het oor was getrokken waarop zij had gelegen.

Gevoel van een worm van ongeveer een duim lang die in het rechteroor kroop, en alsof hij begon te boren in de anterieure wand van de gehoorgang.

Jeuk, zeurende of borende pijn in het linkeroor.

Zeurende pijn in het kraakbeen van het oor wanneer men er 's nachts op ligt.

Gevoeligheid bij aanraken van de rechter concha.

Snelle, schietende pijnen in het rechteroor, van buiten naar binnen ; de pijnen volgden elkaar snel na elkaar op.

Oorgaatje in het linkeroor pijnlijk en bijna rijp voor doorbraak.

REUK EN NEUS [7]

Hevige jeuk in de neus, inwendig dicht bij de punt; moest voortdurend wrijven.

Zeer hevig branden in beide neusgaten bij het ademen erdoor.

Koudheid van de punt van de neus.

Volledig verlies van de reuk gedurende verscheidene dagen.

Gevoeligheid van de buitenvleugel (aan de binnenzijde) van het linker neusgat.

De neus loopt voortdurend.

Neuskatarrh, met voortdurend aflopen in de keel.

Gevoel van werking in de neusbeenderen; verstopping aan de neuswortel alsof het slijmvlies hypertrofisch was.

De neus wordt gevoelloos.

Neusbloeding.

Neus ontstoken en gezwollen.

Katarrh van de achterste neusopeningen.

Achterste neusopeningen verstopt, > door keelschrapen, waarbij dik, grijzig slijm loskomt, gevolgd door bloederig slijm.

Hevige waterige neusloop, met heftige hoofdpijn de hele dag in de voorhoofdstreek, < 10.30 A. M.

Gevoeligheid en een kruipend gevoel als van een duizendpoot in het linker neusgat in de ochtend.

Bovenste gelaatshelft [8]

Erge bleekheid ; gelige verkleuring van het gezicht, vooral rond de ogen, alsof optredend na een kneuzing (groenachtig geel) ; gele band over het voorhoofd dicht bij de haargrens.

Groenachtig, glanzend aspect van de huid.

Vlekken op het gezicht.

Hitteopwellingen in gezicht en hals.

Koortsblaasjes bij de hoek van de rechter bovenlip, klein maar zeer pijnlijk.

Enorme koortsblaar op de onderlip, nabij de linker mondhoek.

Zweet in het gezicht ; op de bovenlip.

Neuralgie van de rechter boven- en onderkaak, uitstralend naar de slaap.

(Bij een zieke :) Zwelling in de streek van de linker glandula submaxillaris, ter grootte van een ganzenei ; de bakkebaarden boven de tumor vielen uit ; in het midden verweekt ; soms stekende, schietende pijn ; na opening kwam een grote hoeveelheid dunne, bloederige etter vrij ; werd verschillende malen geopend, uiteindelijk vormde de opening verheven, dijkachtige randen ; de etter ondermijnde de weefsels tot hij door het sleutelbeen werd tegengehouden, waar hij een enorme zwelling vormde (> na Thuya 3m.) ; de tumoren lieten fistelachtige openingen achter, die lange tijd nodig hadden om te genezen. θ Retronasale catarrh (verbeterd).

Gezicht bedekt met acne ; droge herpes ; sproeten.

ONDERGEZICHT [9]

Neiging tot stijfheid in kaken en tong.

Stijfheid van de spieren van het gezicht, vooral van de onderlip, die haar strak tegen de tanden optrekt; kaken stijf, niet in staat ze te openen; slikken bijna onmogelijk; keel gevuld met speeksel.

Zwelling van de submaxillaire klieren.

TANDEN EN TANDVLEES [10]

Tanden hebben gekartelde randen, of zijn krijtachtig en vervallen gemakkelijk.

Pijnlijke tanden, vooral hoektanden; voelen pijnlijk en week aan.

Geelverkleuring van de tanden.

Harde zwelling aan de rechter bovenkaak, alsof in de tandkas van een tand die al vier jaar ontbreekt; hevige neuralgische pijn die naar het hele hoofd uitstraalt en slapeloosheid veroorzaakt; hevige pijn door het gehele hoofd, met uitwendige warmte.

Het tandvlees is bleek.

SMAAK, SPRAAK, TONG [11]

Smaak : koperachtig bij het opstaan ; onaangenaam ; slecht in de ochtend.

Beslagen tong : bruin en dik beslagen ; 's morgens dik beslagen, met slechte smaak ; wit aan de basis, de rest rood ; wit, met de papillen erdoorheen zichtbaar.

Tong met blaren.

Kleine zweertjes, puistjes (aften) aan de rand, de punt en onder de tong, zeer pijnlijk ; ook aan de binnenzijde van de lippen en in de keel.

MONDHOLTE [12]

Onaangename adem in de ochtend.

Droogheid van de mond; voelt als verbrand.

Zeer pijnlijke mond, zweren op de tong en in de mondholte, als blaren.

Blaren op de binnenzijde van de lippen en wangen, de huid laat pleksgewijs los.

Prikkeling van de submandibulaire speekselklieren, die overvloedig speeksel afscheiden.

Taai, draderig slijm komt tijdens de slaap uit de mond.

GEHEMELTE EN KEEL [13]

Irritatie in de keel alsof deze geschraapt is.

De keelholte is ontstoken en voelt zeer stijf en pijnlijk aan.

Grote droogheid van de keel, met gezwollen klieren.

Het achterste deel van de keel vult zich voortdurend met slijm uit de achterste neusgangen.

Keelpijn en hoofdverkoudheid > door baden met zout water.

Gevoeligheid van de keel, slikken doet pijn.

EETLUST, DORST. VERLANGENS, AFKEER [14]

Eetlust vermeerderd ; vraatzuchtige honger onmiddellijk na het eten.

Volledig verlies van eetlust ; dorst.

Buitengewoon dorstig ; droomt zelfs dat zij drinkt.

Onverzadigbaar verlangen naar sterke drank, terwijl zij er tevoren afkeer van had.

Sterk verlangen naar zout. θ Leverabces.

Verlangen : naar zoetigheden ; hard, groen fruit ; ijs ; zure spijzen ; sinaasappels ; ale.

HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]

Hik.

Misselijkheid : met hoofdpijn in het voorhoofd ; na het drinken van water ; na de hoofdmaaltijd ; altijd na het eten ; vóór het eten.

Braken van dik slijm en gal, zonder misselijkheid.

Hevig kokhalzen en braken gedurende achtenveertig uur ; eerst glazig slijm, daarna schuimig en waterachtig, en tenslotte koffiedik ; gepaard gaand met hevige hoofdpijn, grote moedeloosheid en het gevoel van naderende dood ; tijdens de aanval voortdurend biddend.

Braken van zwarte gal zonder misselijkheid, bitter en zuur smakend, met een aanmerkelijke hoeveelheid slijm.

MAAGKUIL EN MAAG [17]

Gevoel in de maagkuil alsof een papier met spelden zich door het vlees heen scheen te dringen, waardoor zij opsprong, zich dubbelboog en schreeuwde; de spelden schijnen van beide zijden te komen. θ Leverabces.

Een misselijk of knagend gevoel, niet > door eten of drinken.

Beven in de maagkuil.

Soms een branden (als een vlam) in de maagkuil, alsof het hart daar klopte.

Doffe pijn diep in de epigastrische streek.

Gevoel van een brok in de maag na het eten.

Bonzen in de zijden van de maag.

Krampachtig grijpend gevoel in de maag, < bij het optrekken van de knieën.

Krampen in de maag als door wind.

Hevige pijn in de maag en het bovenste abdomen, met een gevoel van beklemming.

Gevoel van wegzinken en kwellende misselijkheid in de maag, met de drang iets weg te scheuren.

HYPOCHONDRIËN [18]

Vreselijke pijnen in de lever; zij dacht dat zij zou sterven, zo scherp waren zij.

Gallige koliek met frequent braken en misselijkheid; diarreeachtige ontlasting, rillerigheid en transpiratie op gezicht en hals.

Congestie van de lever.

Klemmende pijn in lever en milt.

Brandende hitte rondom, uitstralend naar de rug, als van een gloeiende kool. θ Leverabces.

Ernstige pijn vanuit het abces, uitstralend naar de rechterschouder en omlaag tot aan de elleboog. θ Leverabces.

Kloppen en bonzen in de streek van het bijnierkapsel, schijnbaar uitgaand van een abces of een pijnlijke plek juist onder de vijfde rib, aan de rechterzijde; kruipende kouderillingen in de streek van de rechter nier, met kloppen, samentrekken, trekken en weer loslaten, alsof veroorzaakt door ijskoude insecten met klauwen. θ Leverabces.

ABDOMEN EN LENDENEN [19]

Hevige, martelende pijn in de zonnevlecht ; koude huid ; oprispingen met smaak van zwavelwaterstof en, na het eten, van ingenomen spijzen ; legde de rechterhand op de maagkuil en de linker op de lumbale streek.

Druk in de onderbuik als van een zwaar gewicht.

Een gevoel als van een gezwel in de rechterzijde van het abdomen.

Spannende pijn in de rechterzijde van het abdomen, als van een hard, dubbelbol voorwerp ; met warmte en knagende, zeurende pijn, die korte tijd aanhield ; deze zat tussen de darmbeendoorn en de rechte buikspieren.

Schietende pijn vanuit het midden van de rechter ovariële streek tot aan de onderrand van de lever.

Ascites ; abdomen zeer uitgezet ; palpatie toonde vocht aan ; urine zeer schaars en donker gekleurd.

Kloppen als van een pols, in verticale richting in het abdomen.

Linker liesklieren gevoelig en licht gezwollen.

Snijdende pijn in de rechteronderbuik, uitstralend naar de rechter zaadstreng ; rechter testikel zeer drukgevoelig.

ONTLASTING EN RECTUM [20]

Gallige diarree, neigend tot dysenterie, met slijmerige ontlasting.

Zeer hevige pijnen (dreigende krampen) in het bovenste deel van het abdomen (schietende en scheurende pijnen), optredend bij de stoelgang; de ontlasting is diarreeachtig, dun en heet, maar niet overvloedig; na de stoelgang diepe zwakte en matige kramp in de linker kuit.

Overvloedige bloederige afscheidingen uit het rectum, soms in grote gestolde massa's, gevolgd door rillen.

Zwarte ontlasting.

Witte diarree.

Ontlasting taai, kleiachtig, traag, kan niet uitgeperst worden, door een gevoel van prolaps van het rectum.

Kan alleen ontlasting hebben door ver achterover te leunen; zeer pijnlijk, alsof er een knobbel op het achterste oppervlak van de sfincter zat; zo pijnlijk dat het tranen veroorzaakt.

Insnøring en inertie van de darmen met keutelachtige ontlasting.

Kind, æt. 15 maanden, op een kussen naar de kliniek gebracht, ogenschijnlijk dood; ogen glazig, star; er was geen pols te vinden, maar de hartslag was voelbaar; uit de anus liep groenachtig gele, dunne, afschuwelijk stinkende ontlasting.

Zuigeling, æt. 7 maanden, na summer complaint, sterke vermagering, diarree groen, waterig, slijmerig, geel, gestremd, als gekookte aardappelen fijngehakt met groente, dun, roomkleurig, waterig, riekend naar rotte eieren; de ontlasting komt onwillekeurig; schijnbaar levenloos, behalve dat het het hoofd op het kussen ronddraait.

Cholera infantum met opisthotonos, braken en waterige diarree; overvloedige afscheiding van bloed en pus.

Stekende, naaldachtige pijnen in het rectum.

Pijnlijke aanval van aambeien, niet bloedend, hete zwelling aan de linkerzijde van de anus; aarsmaden.

Vocht sijpelt uit de anus, foetide als vispekel.

URINEWEGEN [21]

Hevige nierkoliek ; ernstige pijn in de urineleiders, met het gevoel alsof er een steen passeert ; tijdens de nieraanval grote begeerte naar ijs.

Doffe knijpende pijn in de streek van de bijnierkapsels om 11 uur 's morgens ; tegelijk koude vingers ; sterke druk in de blaas, groter dan de hoeveelheid urine doet vermoeden ; schaarse, donkergekleurde urine.

Pijn in de nierstreek, door overvloedig urineren verlicht.

Zeer duidelijke borrelende gewaarwording in de rechter nier ; gevoel van drie bellen in de rechter nierstreek, bewegend als geborrel in water, waardoor flauwte ontstaat ; doods gevoel in de nieren, met sterke neerslachtigheid, vergelijkbaar met het effect van kou die zich in de nierstreek vastzet ; uitputting na het urineren. θ Leverabces.

Donkergekleurde urine.

Een kind, hevige aanval van cystitis, met lichtgekleurde urine vol slijm ; uiterst hevige pijn in de urinebuis bij het urineren ; uiteinde van de penis ontstoken ; analyse toonde albumine, fosfaten en tripelfosfaten.

Waterige, kleurloze urine.

Na het urineren hevige koude en rillen.

Branden bij het urineren, als bij beginnende gonorroe.

Sterk ruikende urine.

Urine bedekt met een dikke vettige vlieslaag.

Nachtelijk urineren geheel opgehouden, de kamerpot 's morgens leeg, iets wat sinds jaren onbekend was.

Pijnlijke tenesmus van blaas en darmen bij het urineren.

Loost elke nacht in bed een enorme hoeveelheid donkergekleurde, sterk ruikende urine ; meent dat dit in het laatste deel van de nacht gebeurt, daar hij 's morgens altijd nat is ; overbelasting en te veel warmte, of in de kou zijn, verergeren deze toestand.

Verzwakking na langdurige of volledige urinelozing.

Syncope na het urineren.

Intens geel gekleurde urine.

Bij het urineren een zeer trage straal, met stekende, snijdende pijnen dwars over de wortel van de penis ; eenmaal was de straal onderbroken ; geen branden ; de pijnen treden juist op wanneer de laatste druppels geloosd worden.

Diabetische toestand ; overvloedige en frequente urinelozing.

MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]

Nachtelijke zaaduitstorting, gevolgd door grote zwakte en de hele dag een ellendig gevoel.

Zaaduitstortingen tijdens de slaap : waterachtig, zonder het linnengoed stijf te maken ; doorzichtig, met de consistentie van gomarabische slijmstof, te dik om te gieten, en met moeite geloosd ; dik, met draden van witte, ondoorzichtige substantie.

Impotentie.

Gonorroïsche afscheiding dun, doorzichtig, vermengd met ondoorzichtig, witachtig slijm, kleurt het linnengoed geel.

Hevige en frequente erecties dag en nacht.

Trekkende, brandende pijn langs de urinebuis tijdens het urineren. θ Onderdrukte gonorroe.

Gonorroe sinds tien maanden ; gedurende acht maanden grotendeels onderdrukt door geneesmiddelen en injecties ; sinds de afgelopen twee maanden houdt de afscheiding aan, waterachtig, doorzichtig, maar bijtend en overvloedig, vermengd met een roomachtige vloeistof, kleurt het linnengoed geelbruin ; pijn aan het uiteinde van de penis tijdens het urineren ; sinds de derde maand van de infectie zware, trekkende, rondzwervende pijnen in de rechterarm, rechterheup en linker kuit, < bij vochtig weer.

Chronische gonorroïsche urethrale afscheiding sinds twintig jaar ; urine maakt de kleren vuilbruin ; de urine komt uiterst traag, soms duurt het een half uur om de blaas te ledigen, waardoor hij verzwakt achterblijft ; tijdens het urineren pijnlijke rectale tenesmus ; rillerigheid wanneer de blaas te vol is, > door urineren ; als hij urineert nadat hij warm geworden is in bed, moet hij de rest van de nacht elk uur urineren ; zwak, onbestemd gevoel van rillerigheid, gevolgd door frequente aandrang om te urineren, waarbij de urine heet en overvloedig is en bij kouvatten gevolgd wordt door spinale rilling en urine-incontinentie.

Branden in de meatus tijdens het urineren, en een gevoel van gevoeligheid door de hele urinebuis ; ook na het urineren een gevoel alsof er nog iets in de urinebuis achtergebleven was. θ Gonorroe.

Schaarse, gelige, chronische urethrale afscheiding sinds vele maanden, 's morgens het duidelijkst, de opening dichtklevend.

Overvloedige, gele, purulente afscheiding uit de urinebuis, 's morgens het rijkelijkst. θ Gonorroe.

Kan de urine na 5 of 6 uur 's namiddags niet langer dan een uur ophouden. θ Chronische urethrale afscheiding.

Kan de urine de hele nacht niet ophouden. θ Chronische strictuur.

(Bij de patiënt :) Sjankerachtige zweer op de voorhuid (had nooit syfilis of gonorroe) ; zes maanden later kwamen er gedurende verscheidene maanden opeenvolgende erupties van blaasjes op de voorhuid, zeer gevoelig bij aanraking, die spoedig aan de top openbraken en een klein zweerachtig plekje achterlieten dat enkele dagen aanhield ; een ronde, scherp afgelijnde, scherprandige verhevenheid met inzinking, echter niet met etter gevuld zoals bij een echte sjanker. θ Retronasale catarre (verbeterd).

Gevoeligheid, zwelling en trekkend gevoel in de testes.

VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]

Sterke seksuele begeerte na de menstruatie bij een ongehuwde vrouw.

Veel pijn in de linker eierstok, met het gevoel alsof een zak was uitgezet en bij druk zou barsten; gevoel alsof iets haar naar beneden trok, waardoor zij beurs werd; pijn bij het lopen trok door naar de linker lies, alsof het been ergens tegen drukte, met zeer veel warmte.

De linker eierstok scheen vergroot, met intense hitte en hevige zeurende pijn; zij kon geen druk verdragen, hoewel het leek alsof zij erop moest drukken; met brandende hitte.

Spannende pijnen die schuin door de rechter eierstok trokken, gevolgd door een borrelend gevoel.

Intense, ondraaglijke, neuralgische pijnen in de gehele bekkenstreek, zich naar beneden uitstrekkend door de streek van de eierstokken tot in de uterus; snijdend als messen, tranen en kreunen afdwingend.

Ulceratie van de baarmoederhals, die er rafelig en gescheurd uitzag, ontstoken en bedekt met draderige etter; had gonorroe.

Duidelijke gevoeligheid en zenuwpijn op één plek in het onderste deel van de uterus aan de linkerzijde, < bij lopen of bewegen van het linkerbeen.

Trekkend gevoel en pijn in het sacrum en de schaamstreek, alsof de menstruatie op gang kwam.

Overvloedige menstruatie; donker en gestold, ook helder bloed, met flauwte en enige pijn.

Menstruatie zeer donker; vlekken moeilijk uit te wassen.

Hevige menstruele koliek, waardoor de knieën werden opgetrokken, met verschrikkelijke, naar beneden drukkende, weeënachtige pijnen, met het drukken van de voeten tegen een steun, zoals bij een bevalling.

Een brandende pijn in de onderrug en heupen tijdens de menstruatie.

Na zeer overvloedige menstruatie neuralgie in aanvallen in het hoofd, met schoktrekkingen en samentrekken van ledematen en de peesstrengen van de nek, die als draden waren; pijn in de onderbuik, met overvloedige, gelige leukorroe.

Jeuk van vagina en labia; eraan denken maakt het erger.

Kleine chancres aan de rand van de rechter schaamlip (had gedurende drie jaar geen geslachtsgemeenschap gehad, nooit een venerische ziekte gehad).

Korte, schietende pijnen, naar buiten uitstralend, vooral in de borsten.

Borsten bij aanraking koud als ijs, vooral de tepels (tijdens de menstruatie), rest van het lichaam warm.

Grote maar niet pijnlijke zwelling van de linkerborst.

Tepels pijnlijk, gevoelig en ontstoken.

Borsten en tepels zeer gevoelig bij aanraking, ook ontstoken.

Pijnlijkheid van de tepels, een kleverige afscheiding die opdroogt aan de opening; wanneer die wordt verwijderd, bloedt de tepel rijkelijk.

Pijnlijkheid van de borsten, zeer gevoelig bij aanraking, buiten de menstruatieperioden.

Eigenaardige gevoeligheid van de borsten.

STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]

Heesheid, vooral tijdens het lezen, met af en toe stemverlies.

Lichte heesheid met het schrapen van slijm uit de keel.

Verstikking veroorzaakt door zwakte of spasme van de epiglottis, kon niet uitmaken wat van beide; het strottenhoofd was zodanig afgesloten dat er geen lucht kon binnendringen, alleen > door op het gezicht te liggen en de tong uit te steken.

's Nachts droogheid, pijnlijkheid en verstikking zeer ernstig; het tegen de wang drukken van de tong bracht hoesten en verstikking teweeg alsof de epiglottis gesloten was; een scheurend gevoel alsof het slijmvlies van strottenhoofd en keelholte was afgescheurd.

Droogheid van de stemspleet, zeer hinderlijk, met pijn bij het slikken; uitgesproken heesheid.

Overdag heesheid, pijnlijkheid en verlenging van het gehemelte.

Pijnlijkheid in het strottenhoofd alsof het verzweerd was.

Het strottenhoofd voelt pijnlijk aan bij het hoesten.

Taai slijm in het strottenhoofd.

Gevoel van een brok in het strottenhoofd; ernstige pijn bij het slikken.

Bronchiale catarre die zich tot in het strottenhoofd uitbreidt, zwelling van de tonsillen en klieren van de keel die zich ook naar de oren uitbreidt, met voorbijgaand gehoorverlies.

ADEMHALING [26]

Verlangen om diep adem te halen; wordt wakker, happend naar adem.

Moeilijk ademhalen, met voorbijgaande flauwte; een zeer uitgesproken benauwd en verstopt gevoel in de borst deed haar naar adem happen.

Grote benauwdheid van de ademhaling elke namiddag omstreeks 5 uur; gevoel van samensnoering.

Moet de longen vullen, maar heeft geen kracht om de lucht uit te drijven.

Flauw, verstikkend gevoel bij het rechtop zitten in bed, alsof de thorax vol was.

Spasme van de glottis, met een klokkend geluid in de keel; lucht wordt met moeite uitgeademd, maar gemakkelijk ingeademd.

Adem heet, voelt ook zo aan bij het ademen door de neus.

Na een diepe inademing een zonderling piepend en kwaakachtig geluid in de bronchiën.

HOEST [27]

Hoest door kieteling onder het bovenste deel van het borstbeen.

Aanhoudende droge hoest, < 's nachts; wordt wakker juist bij het inslapen; < door zoetigheid.

Prikkelhoest, veroorzakend schietende pijnen door de schouderbladen heen.

Droge prikkelhoest, met een zwak, wegzinkend gevoel onder het borstbeen.

Ernstige droge hoest, < 's nachts; gevoel van een prop; droogheid en een rauw, geschramd gevoel in de stemspleet, met sterke heesheid (verlicht door Ipec.).

Verschrikkelijke, pijnlijke hoest, alsof het strottenhoofd in stukken zou worden gescheurd en alsof het slijmvlies werd afgerukt, met overvloedige afscheiding van taai, grijsachtig slijm, vermengd met bloed.

Diepe, holle hoest, alsof men in een ton hoest; de bronchiën lijken sterk vergroot en het hoestspasme veroorzaakt een slap gevoel, alsof het bekledende slijmvlies een losse weefselplooi was.

Sterk gereutel van slijm, dat laag in de borst lijkt te zitten, terwijl de hoest daar niet lijkt te komen maar slechts tot aan de halskuil, zodat de hevige hoest het slijm niet loskrijgt tenzij hij met het gezicht omlaag ligt; dan brengt de hoest een grijsgeel of bleek groenachtig geel, gelatineus, smaakloos slijm op.

Bij het hoesten, liggend op de rug of op een van beide zijden: reutelen, piepen of fluiten.

Hoest: met zeurende pijn dwars over de nierstreek; veroorzaakt een pijnlijke schok aan de basis van beide longen; met een eigenaardig schel, blaffend geluid, enige expectoratie; bij het binnengaan van een warme kamer; na het eten.

Hoest, < bij gaan liggen, > liggend op de buik.

Hoest, < 's nachts, veroorzaakt kokhalzen.

Keelschrapen van taai slijm.

Expectoratie: geelwit, albumineus, of kleine groene, bittere bolletjes; draderig, moeilijk op te hoesten; alsof het met oneindig kleine donkere stipjes gespikkeld was.

BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]

Beklemming op de borst: linkerzijde; met bemoeilijkte ademhaling en neiging diep adem te halen; wordt wakker happend naar adem.

Heesheid schijnt in de borst te zitten; voelt als een ophoping in de borst; alsof deze pijnlijk samengetrokken was.

Stekende pijn onder in de linkerlong.

Schietende pijn door de long, waardoor zij opschrikt.

Borst pijnlijk bij aanraking; soms breidt een brandend gevoel zich over de borst uit; koude schijnt het te verergeren; een stuk ijs koelt het een ogenblik, daarna is het heter; de long voelt alsof zij geslagen of gekneusd is.

Gevoel alsof haar adem een blaarvormige, rauwe plek in de long aanwaaide.

Zonderlinge gewaarwording door de borst, begrensd door een lijn getrokken over het onderste einde van het borstbeen en een andere ongeveer in het midden; alsof er een holte was die zich van zijde tot zijde uitstrekte, gevuld met brandende lucht, die zich in stoten naar alle richtingen verwijdde en gevoeld kon worden alsof zij tegen de wanden van de holte aandrong.

Hitte als van een oven in de borst, met jeuk aan de oren.

Pijn in het bovenste deel van de rechterlong bij het bewegen van de arm.

Pijn in de rechterschouder alsof die van links kwam, recht erdoorheen.

De borst voelt overal pijnlijk aan.

Schietende pijn van het midden van de rechterlong naar de onderrand van de lever.

Koude pijn in de rechterlong en de lever tijdens het hoesten.

Zeer scherpe stekende pijn onder in de rechterlong; ook over het oppervlak van beide longen.

Zeurende pijn in het achterste deel van de linkerlong.

Een oude pijnlijke plek in de top van de linkerlong wordt weer opgewekt.

Vermoeidheid van de linkerlong na het spreken, alsof zij ingezakt of verlamd was.

Bij lopen in de zon wordt de linkerlong uiterst heet, de rechterlong koud.

Pijn in de linker bovenborst uitstralend naar de schouders; hoest die uit de borst opkomt; aanhoudende, droge hoest, < 's nachts.

Zeurende pijn in de linkerlong onder het schouderblad, onbeschrijfelijke zeurende pijn alsof zij in de hand werd samengenomen en dan weer losgelaten, < na het lopen; tegelijk zeurende pijn aan de basis van de hersenen.

Stekende pijn langs de rechterrand van het borstbeen, wisselend naar de linkerrand en daarna in de linkerlong.

Linkerlong zeer pijnlijk, voelt naar de rechterzijde getrokken; linkerzijde van de borst van de top van de long tot de taille heet als vuur; het hart klopte zeer snel en voelde ook heet aan; de hitte verspreidde zich over de rechterzijde, maar was zeer matig, slechts een warm gevoel, terwijl de linkerzijde verteerd werd; gezicht bleekgrijs, neus spits en doods.

Onderste deel van de linkerlong pijnlijk bij druk (lichte prikkeling tot hoesten vanuit de lagere bronchiën); daarna lichte pijn onder in de rechterlong.

Beklemd gevoel onder in beide longen; tenslotte doffe en zware pijn boven in de linkerlong.

Heftig borende pijn in de borst, maar het meest onder het linker schouderblad, een plek ter grootte van een dollar, aan de buitenrand uiterst gevoelig voor aanraking; pijn van de bovenste long naar deze plek.

Hoesten veroorzaakt hevige pijn in de borst, alsof deze pijnlijk samengetrokken was.

Pijnlijke plek ter grootte van een zilveren dollar begint aan de top van de linkerlong en strekt zich als een roodgloeiende bout door tot het onderste deel van de rug; de borst voelt soms alsof er vooraan iets aan de pijnlijke plek was gegroeid en de borst naar achteren trok; zij tast naar een holte.

Pijn in hart en longen, vooral 's nachts.

Vreselijke pijnen, bij longtering, in de middelste kwabben.

Beginnende longtering.

HART, POLS EN BLOEDSOMLOOP [29]

Moeilijke ademhaling door beklemming van het hart.

Gefladder in de hartstreek.

Hartkloppingen na geringe inspanning.

Zware bonzingen van het hart.

Met hitte in de borst voelde het hart zeer heet aan, klopte zeer snel en voelde groot aan, gepaard gaand met een barstend gevoel.

Gevoeligheid van het hart in de ochtend nadat men op de linkerzijde had geslapen.

Gevoel van een holte waar het hart zou moeten zijn.

Pijn in het hart : acuut, stekend, snel ; dof, snel.

Stekende pijnen rond het hart, vandaar uitstralend naar het hoofd ; voorafgegaan door misselijkheid.

Stekende pijn aan de apex van het hart ; < bij beweging.

Hevige pijn in de plexus cardiacus, uitstralend naar de linkerarm en de keel ; pols 64 ; de volgende dag geen pijn ; pols 100.

Intense pijn in het hart, die scheen uit te stralen naar verschillende delen van de linkerzijde van de borst ; < door de geringste beweging.

Pijn van een gevoelige plek onder het linker schouderblad naar het hart, met hevige hartkloppingen.

Doffe pijn in het hart, met pijn in de linkerarm en het gevoel alsof de hand gezwollen was.

Branden in het hart, ging door naar de rug en omlaag in de linkerarm.

BORSTWAND [30]

Pijn en gevoeligheid door de borst en de mamma.

Gevoel alsof er een abces zit in de linkerborst tussen de m. pectoralis major en minor, waar zij de voorste begrenzing van de okselholte vormen; hard en gevoelig bij aanraking, trekkende pijnen in alle richtingen, < beweging van de arm; grote hitte die zich ongeveer drie duim (ca. 7,5 cm) vanaf de plek uitstrekt en doorloopt tot de achterkant van de schouder, geen roodheid en zeer geringe zwelling.

Grote gevoeligheid bij druk op de spieren van het onderste deel van de linkerborst, voor en achter; gevoeligheid bij het bewegen van het linker schouderblad.

NEK EN RUG [31]

Trekkend gevoel in de strengen van de nek, waardoor de neiging ontstaat het hoofd achterover te werpen.

Zwelling van de strengen van de nek, met zeurende pijn aan de hersenbasis.

Spasmen van de nekspieren, vooral van de sterno-mastoideus, waardoor de kin stevig naar de borst wordt getrokken.

Gevoel van een vergrote klier aan de rechterzijde van de nek onder het bovenste deel van de sterno-cleido-mastoideusspier, pijnlijk bij het bewegen van het hoofd.

Pijn in de nek en tussen de schouderbladen, uitstralend naar beide zijden, naar de schouder en omlaag naar de lumbale streek.

Samentrekkende pijn vanuit de bovenste hoeken van de schouderbladen, gaande naar de zevende rugwervel en zich recht langs de wervelkolom uitstrekkend tot de negende wervel, waarbij de schouders strak naar achteren worden getrokken alsof de beenderen verbrijzeld zouden worden ; < bewegen van schouders, nek of armen.

Pijn in de rug tussen de schouderbladen.

Hevige brandende hitte, beginnend in de achterzijde van de nek en geleidelijk langs de wervelkolom naar beneden uitbreidend, met een samentrekkende stijfheid die in het hoofd doordringt en de hoofdhuid verdikt lijkt te maken.

Pijn onder het rechter schouderblad.

Pijn recht door van de linker- naar de rechterschouder.

Brandende gloed in het cerebellum en langs de wervelkolom naar beneden.

Zwakke, stijve, zeurende rug.

Hitte in de medulla en de wervelkolom gedurende een volle week.

De gehele lengte van de wervelkolom is pijnlijk bij aanraking, evenals de ribben aan de linkerzijde.

Drukgevoeligheid van de wervelkolom bij het strekken.

Zeurende pijn dwars over en in de nieren.

Incidenteel kruipend gevoel in de streek van de linker nier.

Wanneer zij zich bukt, kan zij niet weer overeind komen zonder hevige pijn in de nierstreek.

Pijn in de streek van de linker nier, schietend over de linkerheup, vooral wanneer op de wervelkolom gedrukt wordt.

Bonzen en kloppen in de streek van de rechter bijniercapsule, alsof het afkomstig was van een abces of een pijnlijke plek juist onder de vijfde rib, rechts, onder de borst ; kruipende kouderillingen in de streek van de rechter nier, bonzend, samentrekkend, trekkend en weer ontspannend ; alsof veroorzaakt door ijzig koude insecten met klauwen. θ Leverabces.

Lumbale wervels gevoelig bij aanraking.

Pijn in het lumbale deel van de wervelkolom ; myalgisch ; verharding van de testes.

Gevoel alsof er in de lumbale streek (tegenover de derde lumbale wervel), tussen de achterste en bovenste darmbeendoorn en de wervels, water uit een fles druppelt.

Lumbago veroorzaakt door verrekking bij het tillen.

Pijn aan de achterzijde van de heupen, rondtrekkend en omlaag langs de ledematen.

Pijn in sacrum en coccyx.

BOVENSTE LEDEMATEN [32]

Reumatische pijn boven in de linker schouder, < door beweging ; bij stilhouden af en toe kleine schietende pijnscheuten.

Reumatische pijn in de rechter schouder en arm.

Reumatische pijnen in de schouders, vooral links, ook in de handen, met pijn bij het sluiten ervan.

Bruine, jeukende eruptie op de linker schouder.

Hevige pijn door een abces, uitstralend naar de rechter schouder en omlaag tot aan de elleboog. θ Leverabces.

Pijn beginnend onder het linker schouderblad, aflopend langs de linkerarm tot in de pink, die prikte alsof zij sliep.

Koude gevoelloosheid aan de buitenzijde van de armen, juist onder de elleboog.

Jeuk en irritatie aan de binnenzijde van de elleboogsgewrichten.

Stekende pijn in de elleboog bij beweging.

Kraken van de gewrichten, vooral van de ellebogen.

Linker onderarm en hand gevoelloos, niet in staat iets stevig vast te houden ; iedere poging de arm op te heffen veroorzaakte een gevoel van ongemak en prikkelbaarheid.

Pijn in de linkerarm en gewaarwording in het hoofd alsof het gezwollen was ; verbonden met het hart ; gevoelloosheid langs de linkerarm naar beneden.

Zeurende pijn in de botten van de arm na hoofdpijn.

Gevoelloze pijn in de linkerarm ; kan zelfs een vel papier niet enige tijd vasthouden ; de aderen worden vergroot ; het is zeer pijnlijk de arm op te heffen.

Beven van armen en handen.

Rechterarm koud.

Krampachtige pijn in de eerste en tweede vinger van de rechterhand.

's Nachts gewaarwording alsof er een steenpuist opkwam op de rug van de hand, juist boven het metacarpofalangeale gewricht van de linker wijsvinger ; pijnlijk bij aanraking, met trekkende pijnen uit alle richtingen ; verwachtte 's morgens daar een steenpuist te vinden, maar vond slechts een rode plek, niet verheven.

Branden van de handen, wil dat zij gewaaid en onbedekt worden ; altijd koude handen.

Hevig branden in de handpalmen ; branden en jeuk van de handen, eerst links dan rechts.

Jeuk van de handen aan de wortels van en tussen de vingers, als bij schurft.

Handpalmen en soms voeten brandend heet.

Rechterhand is koud, daarna de linker.

Koude handen, waarbij de koude zich over het hele lichaam uitbreidt.

Stekende reumatische pijnen over de middelste knokkels van de linkerhand, ook rheumatisme van armen en benen.

Hete gevoelloosheid van de handruggen.

Rug van de handen ruw.

Kleine gele vlekken op de handen.

Middelvinger van de linkerhand gezwollen en kan niet zonder pijn gebogen worden ; kan er de handpalm niet mee aanraken ; top van deze vinger pijnlijk gevoelig, gevoelloos en doods, zij kan er niets mee grijpen, kan nauwelijks iets aanraken.

Verharding aan de basis van de bal van de pink.

Dwarsgroeve op de nagels alsof zij gebogen waren.

Consumptieve kromming van de nagels.

ONDERSTE LEDEMATEN [33]

Werd wakker met een stekende pijn boven de linkerheup, die bukken verhinderde en het lopen bemoeilijkte ; het is als een stijve nek, maar met meer zeurende pijn.

Lichte zeurende pijnen in heupgewrichten en knieën.

Pijn in beide benen, soms van de heupen tot aan de knieën, dan weer alleen in het linkerbeen ; alleen bij het lopen.

Gevoel van zwaarheid, of gebrek aan kracht om de ledematen te bewegen, bij het lopen.

Zwaar gevoel in de benen, lopen zeer moeilijk (vooral trap op of af gaan), de benen zijn zo zwaar, voelen als lood.

Beven van de ledematen, de benen begeven het.

De onderste ledematen doen de hele nacht pijn, wat de slaap verhindert.

De benen gaan niet goed bij het lopen.

Licht slepen met het rechterbeen.

Zeer onrustig in de benen.

Gevoelloosheid in het linkerbeen van knie tot heup, alsof het verlamd was.

Verlangen om de benen uit te strekken.

De pijn lijkt het hele lichaam samen te trekken, vooral de voeten en dijen.

Reumatische pijnen in de spieren van de benen.

Vele jaren geleden was een been juist boven de enkel geamputeerd ; na genezing begon het te zwellen, het uiteinde van de stomp werd zwart, hevige pijn in spieren en beenderen, en ten slotte verscheen er een puistje op de stomp, dat openbrak en enige tijd afscheidde ; dit alles is opnieuw opgetreden.

Tijdens een verschrikkelijk onweer schoten zeer stekende pijnen in de knieën omhoog ; pijnen < door uitstrekken.

Zeurende pijn in de benen, met onvermogen ze stil te houden in bed, < wanneer hij de controle over zichzelf loslaat, zoals bij het proberen te slapen (> na Lil. tigr.).

Zwakte in de knieën bij het opstaan uit een stoel.

Bij het lopen pijn in de linkerknie, waardoor deze doorzakte en zij neerzakte.

Trillen in de benen van de knieën af naar beneden, het linkerbeen trilt het meest, branden in de voeten.

Benen als dood en zwaar, kloppend van de knieën af naar beneden.

Koude van de benen tot aan de knieën, ook van handen en onderarmen.

Korte trekkende pijnen in knieën, tenen, enkelgewrichten en handen.

Trekkend gevoel onder de knieën en in de enkels.

Samentrekking van de spieren onder de linkerknie en in de linker kuit.

Krampen in voetzolen en kuiten 's nachts.

Kramp in de linker kuit, daarna in het rechterbeen tussen knie en dij.

Een soort kramp in de linker kuit 's nachts, spieren verknoopt, > door uitstrekken ; geen kramp, maar verknotting.

De enkels verzwikken gemakkelijk bij het lopen.

Plotselinge hevige pijn in de linkerenkel, aan de achterzijde van het gewricht, bij het naar bed gaan, kon ledemaat noch lichaam bewegen zonder te schreeuwen ; kon geen houding vinden die verlichting gaf.

Branden van de voeten, wil ze onbedekt hebben en er lucht over laten waaien.

Beide voeten enigszins gezwollen ; oedeem van de voeten.

Pijnlijk gevoel onder de linkervoet.

Oedeem van de voeten, gevolgd door diarree en daardoor >.

Koude voeten met kouderillingen over het hele lichaam.

Kleine stekende pijn in de voetzolen bij het er 's morgens voor het eerst op stappen, op geen ander tijdstip gevoeld.

Zwelling en jeuk in de voetzolen, jeuk tussen de tenen en trekkende pijn die uitstraalt tot aan de knieën ; jeukende, pijnlijke, papuleuze uitslag rond de taille, en netelroosachtige uitslag overal waar op het vlees wordt gedrukt.

Drukgevoeligheid van de voetzolen, zodat hij er helemaal niet op kon staan en op zijn knieën moest lopen. θ Onderdrukte gonorroe.

Pijnlijkheid in de bal van de voet onder de tenen.

Grote teen pijnlijk, de rechter het ergst ; schietende pijnen door de tenen bij stilzitten.

Pijn, zwelling en ontsteking van de rechter grote teen.

Koude en zweterige voeten.

Grote teen bedekt met schubben als bij tetter.

Reeds zeven jaar bestaande zweetvoeten, < gedurende de winter.

Likdoorns zeer drukgevoelig.

LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]

Bijna geheel verlies van zenuwkracht in benen en armen; uitgeput door de geringste inspanning.

Pijn als bij rheumatisme langs de rechterzijde van de nek, de gehele rechterzijde, de rechterheup, het linkerbeen (boven rechts, beneden links); trekkende pijnen, < bij vochtigheid; linkerbeen gezwollen nabij de knie. θ Gonorroïsch rheumatisme.

Stijfheid door het gehele lichaam en in de gewrichten. θ Onderdrukte gonorroe.

Misvorming van de vingergewrichten, grote, gezwollen knokkels, zwelling, stijfheid en pijn van beide enkels; sterke drukgevoeligheid van de hielen en van de bal van de voeten; de zwellingen van alle aangetaste gewrichten waren week en gezwollen als windgallen; algemene toestand < landinwaarts, > dicht bij de kust.

Doof gevoel in linkerarm, -hand en -been; het linkerbeen slaapt.

Uitslag onder en op de tenen en op handen en voeten.

RUST. HOUDING. BEWEGING [35]

Rust : kleine schietende pijnen in de linker schouder.

Liggen : duizeligheid iets > ; op het oor, zeurende pijn in het oorkraakbeen ; hoest <.

Op de rug of op een van beide zijden liggend bij hoesten : reutelen, piepen of fluiten.

Op de buik liggend : hoest >.

Op een van beide zijden liggend : de inhoud van het onderste deel van borst en abdomen schijnt tegen elkaar te drukken.

Kan niet langere tijd op de linkerzijde liggen.

Kan alleen op de rug slapen, met de handen boven het hoofd.

Slaapt op haar knieën, met het gezicht in het kussen gedrukt.

Moet op het gezicht liggen en de tong uitsteken ; strottenhoofd afgesloten zodat er geen lucht kon binnendringen.

Kon geen comfortabele houding vinden : hevige pijn in de linker enkel, achter in het gewricht.

Stilzitten : schietende pijnen door de tenen.

Rechtop zitten in bed ; flauw, verstikkend gevoel.

Bukken : duizeligheid ; kan niet weer overeind komen zonder hevige pijn in de nierstreek ; onmogelijk, wegens pijn in de heup.

Het hoofd voorover buigen : strakke band over het voorhoofd <.

Neiging het hoofd achterover te werpen : trekken in de strengen van de nek.

Hoofd naar achteren getrokken.

Het lichaam ver achterover buigen : kan alleen dan stoelgang hebben.

Knieën optrekken : klauwende pijn in de maag < ; menstruele koliek.

Moet opstaan en dubbelbuigen : pijn in de maagkuil.

De tong in de wang duwen : lokte hoesten uit.

Legde de rechterhand op de maagkuil en de linker op de lumbale streek : hevige, martelende pijn in de zonnevlecht.

Kan papier niet lang vasthouden : verdoofd aanvoelende pijn in de linker arm.

Bij het sluiten van de handen : pijn daarin.

Geringe inspanning : hartkloppingen ; uitputting ; warmte ; neiging tot transpireren.

Beweging : duizeligheid < ; van het linkerbeen, pijn in de uterus < ; van de arm veroorzaakt pijn in de bovenste rechterlong ; stekende pijn aan de hartpunt < ; de geringste, pijn in de borst < ; van de arm, pijnen in de borst < ; gevoeligheid van het linker schouderblad ; van het hoofd veroorzaakt pijn in de nek ; van schouders, nek of armen, pijn in de schouders < ; van de elleboog, stekende pijn.

Opstaan uit een stoel : zwakte in de knieën.

Bij het opstaan : alsof de beenderen uit het gewricht waren ; schudt zich om ze weer op hun plaats te krijgen.

Kan niet stil blijven : onrust, > door de handen ineen te klemmen.

Onvermogen de benen stil te houden in bed : zeurende pijn.

Voortdurend wrijven van het hoofd in het kussen en heen en weer rollen van zijde tot zijde : cerebraal lijden.

Poging de arm op te heffen : onbehagen en prikkelbaarheid.

Bij het draaien van de ogen : neuralgische pijnen <.

Kon ledemaat noch lichaam bewegen zonder te schreeuwen : hevige pijn in de linker enkel, achter in het gewricht.

Strekken : drukgevoeligheid van de wervelkolom ; pijn in de knieën < ; kramp in de kuit <.

Bij de eerste stap op de voetzolen : kleine stekende pijnen.

Moest op zijn knieën lopen : drukgevoeligheid van de voetzolen.

Lopen : pijn trok van de linker eierstok naar de lies ; pijn in de uterus < ; zeurende pijn in de linker long ; moeilijk, wegens pijn in de heup ; pijnen van de heupen tot aan de knieën ; zwaar gevoel in de ledematen ; benen gaan niet goed ; pijn in de linker knie ; de enkels knikken om.

Trap op en af gaan : moeilijk, door zwaarte van de benen.

ZENUWEN [36]

Hevige zenuwgevoeligheid voor de aanraking van een kledingstuk of een haarlok door iemand die niet en rapport is.

Schrikt op bij het geringste geluid.

Ongewoon actief, gaat alsof zij vleugels heeft.

Onrust, kan niet stil blijven, maar voelt zich zeer verlicht door de handen heel stevig samen te klemmen.

Teringsachtige matheid; sterke algemene vermindering van de levenskracht.

Zeer vermoeid.

Flauwte vroeg in de ochtend zonder eetlust.

Gevoel alsof zij zal flauwvallen, gevolgd door grote hitte langs de wervelkolom en tussen de schouders.

Overal beven, grote nervositeit en diepe uitputting.

Sterk algemeen subjectief gevoel van beven; zelfs de tong voelde trillend aan.

Voortdurend het gevoel alsof er overal in het lichaam dingen rondkruipen.

Trillende gewaarwording, met tintelingen en gevoelloosheid.

Tonische spasmen, stijve extensie van armen en benen, de handen naar buiten gedraaid, handpalmen naar buiten, duimen omlaag, vingers als klauwen.

Epileptiforme spasmen met schuim op de mond, rigiditeit van lichaam en ledematen; hevige regurgitatie in het hartgebied met afwezigheid van de mitralisklap.

Opisthotonus.

Toestand van collaps, bijna bezweken; wil voortdurend toegewaaid worden, wil meer lucht; koud en polsloos, met koud zweet; werpt alle bedekking van zich af.

Risus sardonicus.

SLAAP [37]

Slaperig, gapend, kouderig.

Krampachtig gapen, kan het niet onderdrukken ; gevolgd door spasme van de glottis.

In slaap, maar hoort alles, beantwoordt vragen alsof zij wakker was. θ Nachtmerrie.

Bijt in de slaap op de punt van de tong.

Gevoel alsof zij een nachtmerrie zou krijgen.

Slaapt 's nachts op haar knieën, met het gezicht in het kussen gedrukt.

Kan alleen op de rug slapen met de handen boven het hoofd ; als zij op een van beide zijden ligt, schijnen de inhoud van het onderste deel van borst en abdomen op elkaar te drukken en ongemak te veroorzaken.

Wanneer zij slaapt, overdag of 's nachts, hoe kort ook, overvloedige transpiratie op gezicht en hals.

Slaap met uitputtende dromen van lopen ; bij het ontwaken de indruk dat zij uren had geslapen, hoewel het slechts dertig minuten waren.

Zo onrustige nachten en vreselijke dromen van geesten en dode mensen, zij ziet op tegen de komende nacht.

Dromen : afschuwelijk ; pijnlijk ; uitputtend ; dat zij drinkt.

Werd 's nachts wakker en zag een vrouw met een aangenaam gezicht, in het grijs gekleed, naast het bed staan, terwijl zij een drinkglas afdroogde ; zij week kilometers van mij terug en werd heel klein.

Waakzaam ; sliep tegen de ochtend.

Grote onrust 's nachts, slaperig maar kon niet slapen.

Wordt om 6 uur 's avonds klaarwakker en blijft dat tot 12 uur, met gehele passiviteit van de hersenen en ophouden van het denken ; lichte onrust.

TIJD [38]

Verergering van zonsopgang tot zonsondergang ; 's avonds altijd helderder.

Ochtend : gevoeligheid en kruipend gevoel in het linker neusgat ; slechte smaak ; tong dik beslagen ; vieze adem ; chronische urethrale afscheiding ; gevoeligheid van het hart ; kleine stekende pijnen in de voetzolen bij de eerste poging erop te stappen ; vroege neiging tot flauwvallen.

Om 10 uur voormiddag : koude rilling, tandenklapperen, beven.

Om 10.30 uur voormiddag : hoofdpijn < ; koorts met dorst.

Om 11 uur voormiddag : pijn in de streek van de bijnierkapsels.

Van 10 tot 11 uur voormiddag : koude voeten en benen.

Van 10 tot 12 uur voormiddag : nerveus tijdens de koorts, de vingers bewegend.

Van 10 uur voormiddag tot 1 uur namiddag : koorts en malaise <.

Van 10.30 uur voormiddag tot 12.30 uur namiddag : dorst tijdens de koude rilling.

Om 11 uur voormiddag : koude rilling, beginnend met grote koudheid van vingers en tenen ; koorts, voorafgegaan door koude voeten.

Om 2 uur namiddag : eerst koude voeten, na de koude rilling overmatige lusteloosheid.

Om 5 uur namiddag : koude rilling, gevolgd door koorts en licht zweet ; de volgende dag hetzelfde, maar minder uitgesproken.

Van middernacht tot 3 uur 's nachts : koorts, met nerveuze onrust.

Overdag : frequente en hevige erecties.

Namiddag : koorts.

Na 5 of 6 uur namiddag : kan de urine niet langer dan een uur ophouden.

Om 6 uur namiddag : werd wijd wakker tot 12 uur 's nachts.

Avond : stekende pijn door de slapen ; jeuk <.

Nacht : hoofdpijn ; zeurende pijn in het kraakbeen van het oor ; hevige en frequente erecties ; kan de urine niet ophouden ; droogheid, gevoeligheid en verstikkingsgevoel zeer ernstig ; onophoudelijke droge hoest ; hoest <, veroorzakend kokhalzen ; gevoel alsof er een steenpuist opkomt op de rug van de hand ; zeurende pijn in de benen ; kramp in voetzolen en kuiten ; onrustige slaap ; snelle pols ; zweten.

TEMPERATUUR EN WEER [39]

In de zon, bij het lopen : de linkerlong wordt zeer heet.

Te veel warmte : < bedplassen 's nachts.

Nadat men warm is geworden in bed : bij het urineren moet men dit de rest van de nacht ieder uur doen.

Bij het binnengaan van een warme kamer : hoest.

Wil dat de handen worden toegewuifd en onbedekt blijven.

Wil voortdurend worden toegewuifd, wil meer lucht, toestand van collaps ; handen en voeten moeten worden toegewuifd.

Gevoelig voor tocht, vat gemakkelijk kou.

Wanneer de wind op het wandbeen blaast : pijn.

Baden in zout water : keelpijn en verkoudheid in het hoofd <.

Nadat men nat is geworden : koude rilling, gevolgd door koorts en licht zweten.

Vochtig weer : pijnen in de ledematen <.

Koud worden : urine-incontinentie.

Verlangen naar ijs : tijdens een nieraanval.

Een stukje ijs verkoelt de borst een ogenblik, daarna is zij heter.

Landinwaarts : chronisch rheumatisme in de gewrichten <, > dicht bij de kust.

KOORTS [40]

Kruipende kouderillingen die langs de rug en in een zigzagverloop over het hele lichaam trekken.

Kouderillingen : op en neer langs de rug ; verschillende malen per dag ; om 10 uur 's morgens, enig klappertanden en rillingen ; om 10.30 uur 's morgens, koorts met dorst, begon in vingers en tenen ; van 10.30 tot 12.30, dorst tijdens de koude rilling, geen tijdens de koorts ; van 10 tot 11 uur 's morgens, koude voeten en benen ; van 10 tot 12, nerveus tijdens de koorts, de vingers bewegend ; om 11 uur 's morgens, beginnend met grote koudheid van vingers en tenen ; om 2 uur 's middags, eerst koude voeten, na de koude rilling overmatige loomheid ; om 5 uur 's middags, gevolgd door koorts en licht zweet (na nat geworden te zijn) ; herhaalde zich de volgende dag, maar zwakker.

Rillende kouderillingen, met borende pijnen in de borst.

Koude handen, waarbij de koudheid zich over het hele lichaam uitbreidt.

Koudheid van de benen tot aan de knie, ook van de handen en onderarmen.

Opwellingen van hitte afwisselend met kouderillingen.

Koudheid : eerst de rechterhand, dan de linker ; daarop volgde een lichte gloed van hitte, daarna het gevoel van een vreemde substantie in het rechteroog, vervolgens in het linkeroog.

Moet voortdurend worden toegewaaid, gooit de kleren van zich af, en toch is het oppervlak koud ; brandend, meestal subjectief, van handen en voeten, wil dat deze onbedekt zijn en toegewaaid worden.

Grote algemene inwendige hitte na het middageten, alsof het bloed kokend heet was in de aderen, hetzelfde na lichte inspanning.

Grote brandende hitte over het hele lichaam, met opwellingen van hitte in gezicht en nek.

Koorts : met of zonder dorst ; met vlagen van transpiratie in het gezicht, gevolgd door loomheid ; met nerveuze onrust van middernacht tot 3 uur 's morgens ; om 11 uur 's morgens, voorafgegaan door koude voeten ; viel tijdens de koorts in slaap ; na de koorts zweet op handpalmen, voeten en benen ; met snelle pols 's nachts ; in de namiddag ; en malaise < van 10 tot 1.

Hectische koorts ; elke namiddag.

Grote neiging tot zweten bij inspanning ; gevoelig voor kou.

Overvloedig zweet rond de nek.

Nachtzweten.

Kouderillingen gedurende vier maanden elke dag, beginnend van 3 tot 4 uur 's middags ; koude rilling met hoofdpijn, dorst, misselijkheid, soms braken ; koorts met hoofdpijn, dorst, misselijkheid, vooral in hoofd en nek ; pijnen vanaf de taille naar beneden ; frequent urineren, donkere kleur ; frequente, smakeloze oprispingen ; constipatie ; slechte smaak in de mond in de ochtend.

De koude rilling kwam eerst 's nachts, daarna op verschillende uren ; bijvoorbeeld op twee opeenvolgende dagen om 2 uur 's middags, vervolgens telkens twee dagen om 3, 4, 5 en 6 uur, daarna om 7 uur 's avonds, waarop zij twee weken bleef ; de koude rilling begon in de lendenstreek, liep op en neer, duurde ongeveer een uur, en zodra zij ophield, verscheen overvloedig en frequent urineren en dit hield aan tijdens de koorts ; congestie van de borst die op pneumonie geleek tijdens de koorts, grote ongerustheid veroorzakend ; grote nierkwelling tijdens de paroxysme ; dorst tijdens de koorts naar warme dranken ; de koorts hield zes of acht uur aan ; overvloedig zweet na de koorts ; grote nervositeit tijdens de paroxysme, was er zeker van dat hij zou sterven ; intolerantie voor geluid ; prikkelbaar.

AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]

In korte opeenvolging : pijnen in het oor.

Afwisselend : warmteopwellingen en kouderillingen.

Verscheidene malen overdag : plotselinge aanvallen van duizeligheid ; koude rilling langs de rug op en neer.

Doet er een half uur over om de blaas te ledigen.

Elke dag gedurende vier maanden : kouderillingen, beginnend van 3 tot 4 uur 's middags.

Elke namiddag : hectische koorts ; omstreeks 5 uur 's middags, benauwdheid van de ademhaling.

Elke nacht : laat in bed een enorme hoeveelheid urine lopen.

De kouderilling kwam eerst 's nachts, daarna op verschillende uren ; op twee opeenvolgende dagen om 2 uur 's middags, daarna telkens twee dagen om 3, 4, 5, 6 uur, vervolgens om 7 uur 's middags, waarop zij twee weken lang bleef.

Gedurende zes of acht uur : koorts.

Gedurende achtenveertig uur : hevig kokhalzen en braken.

Gedurende drie nachten : kan niet slapen, pijn in karbonkelachtige steenpuisten.

Gedurende verscheidene dagen : geheel verlies van de reuk.

Gedurende drie dagen : hevige hoofdpijn, ontsteking van de ogen.

Gedurende zes dagen : kind slechthorend.

Gedurende een hele week : warmte in de medulla en de wervelkolom.

Zes maanden na een sjankerachtige zweer op de voorhuid ontstonden er gedurende verscheidene maanden opeenvolgende erupties van blaasjes op de voorhuid.

Gedurende tien maanden : gonorroe.

Gedurende zeven jaar : < in de winter, langbestaand voetzweet.

Gedurende twintig jaar : chronische gonorroïsche urethrale afscheiding.

Lokalisatie en richting [42]

Rechts : neuralgie in de slaap ; in het oog ; hoofdpijn in de slaap ; alsof er een worm in het oor kroop ; gevoeligheid van de concha ; snelle, schietende pijnen in het oor ; koortsblaasjes nabij de mondhoek van de bovenlip ; neuralgie van boven- en onderkaak ; harde zwelling in de bovenkaak ; alsof er een gezwel in de zijde van het abdomen zat ; spannende pijn in de zijde van het abdomen ; schietende pijn van het midden van de ovariële streek naar de onderrand van de lever ; snijdende pijn in de onderbuik, uitlopend in de zaadstreng ; testes zeer gevoelig ; duidelijk borrelend gevoel in de nier ; gevoel alsof er drie bellen in de nierstreek waren ; zwaar trekkende, rondzwervende pijnen in arm en heup ; gespannen pijn die schuin door de eierstok loopt ; kleine sjankers aan de randen van de schaamlippen ; pijn in het bovenste deel van de long ; pijn in de rechterschouder alsof die van links kwam ; schietende pijn van het midden van de long naar de onderrand van de lever ; koude pijn in de long ; scherpe stekende pijn in het onderste deel van de long ; long koud ; scherpe pijn langs de rand van het borstbeen ; melkwarmte die zich over de rechterzijde uitbreidt ; pijn in het onderste deel van de long ; gevoel van een vergrote klier aan de zijkant van de nek ; pijn onder het schouderblad ; kloppen en bonzen in de streek van het bijnierkapsel, schijnbaar afkomstig van vlak onder de vijfde rib ; kruipende kouderillingen in de nierstreek ; reumatische pijn in schouder en arm ; hevige pijn vanuit een leverabces, zich uitstrekkend naar de schouder en omlaag tot de elleboog ; krampende pijn in de eerste en tweede vinger van de hand ; wegzakken van het been ; kramp in het been, tussen knie en dij ; gevoeligheid van de grote teen ; pijn, zwelling en ontsteking van de grote teen ; pijn als bij rheumatisme langs de nek, de hele zijde, de heup en het bovenbeen.

Links : neuralgie in de slaap en het oog ; zeurende pijn boven het oog ; pijn in het wandbeen ; spannende pijnen in de zijkant van het hoofd ; afhangen van het buitenste deel van het bovenooglid ; trekkende pijn in het onderooglid ; jeukende, zeurende of borende pijn in het oor ; gaatje voor een oorring in het oor gevoelig ; gevoeligheid van de buitenste neusvleugel ; kruipen in het neusgat ; koortsblaasje op de onderlip nabij de mondhoek ; zwelling in de streek van de submaxillaire klier ; matige kramp in de kuit ; hete zwelling aan de zijkant van de anus ; zwaar trekkende, rondzwervende pijnen in de kuit ; veel pijn in de eierstok ; eierstok leek vergroot ; gevoeligheid en zenuwpijn op een plek aan de zijkant van de uterus ; zwelling van de borst ; beklemming < aan die zijde ; scherpe pijn in het onderste deel van de long ; zeurende pijn achter in de long ; een oude gevoelige plek boven in de long wordt weer opgewekt ; vermoeidheid van de long ; bij lopen in de zon wordt de long buitensporig heet ; pijn in de bovenborst ; zeurende pijn in de long onder het schouderblad ; scherpe pijn aan de rand van het borstbeen en in de long ; long zeer pijnlijk, voelt alsof zij naar de rechterzijde wordt getrokken ; zijkant van de borst, van de top van de long tot aan de taille, heet als vuur ; onderste deel van de long gevoelig bij druk ; doffe, zware pijn boven in de long ; hevige borende pijn onder het schouderblad ; een gevoelige plek ter grootte van een zilveren dollarstuk begint boven in de long en trekt door tot het onderste deel van de rug ; na op de zijde te hebben geslapen, gevoeligheid van het hart ; hevige pijn in de plexus cardiacus, uitstralend naar de arm ; hevige pijn in de zijkant van de borst ; pijn van de gevoelige plek onder het schouderblad naar het hart ; doffe pijn in het hart, met pijn in de arm ; branden in de arm ; gevoel van een abces in de borst ; grote gevoeligheid van de spieren van de onderste borststreek ; ribben gevoelig bij aanraking ; incidenteel kruipend gevoel in de nierstreek ; pijn in de nierstreek die schietend over de heup gaat ; reumatische pijn boven op de schouder ; bruine, jeukende uitslag op de schouder ; pijn die onder het schouderblad begint en langs de arm naar de pink loopt ; onderarm en hand gevoelloos ; pijn in de arm en gevoel in de hand alsof zij gezwollen was ; gevoelloosheid langs de arm omlaag ; pijn met doof gevoel in de arm ; gevoel alsof er een steenpuist op de handrug opkomt ; pijnen dwars over de middelste knokkels van de hand ; middelvinger gezwollen ; stekende pijn over de heup ; gevoelloosheid van het been ; pijn in de knie bij lopen ; beven in het been ; samentrekking van de spieren onder de knie en in de kuit ; verknoping van de spieren in de kuit ; plotselinge hevige pijn in de enkel, achter in het gewricht ; gevoelige zwelling onder de voet ; pijnen als bij rheumatisme in het onderbeen ; been gezwollen nabij de knie ; doof gevoel in arm, hand en been ; het been slaapt ; jeuk soms beperkt tot één zijde.

Van buiten naar binnen : pijn in het rechteroor.

Eerst rechterhand koud, daarna linker.

Van links naar rechts : pijn in de schouders ; branden en jeuk van de handen.

GEWAARWORDINGEN [43]

Van vallen; alsof bedwelmd; alsof het achterhoofd vergroot was; hoofd alsof het zich aanspande; als van een strakke band over het voorhoofd; alsof de voorste helft van de hersenen door het voorhoofd heen zou komen; alsof de huid strakgetrokken was; alsof zij gek zou worden; als van drie punten van spanning in het hoofd, alsof er dikke koorden naartoe getrokken werden; alsof spannende pijnen zouden openbarsten; alsof het hoofd een slag had gekregen; alsof de achterhoofdsuitsteeksels vergroot waren; alsof de ogen uit het hoofd getrokken werden; alsof zij alles aanstaarde; alsof de ogen uitpuilden; als van zand onder de oogleden; als van stokjes in de ogen, oogleden en binnenooghoeken; als van een koele wind die in de ogen blies; alsof er kraakbeen in het bovenooglid zat; alsof er een buis door het hoofd liep; alsof er perkament over het oor gespannen was; als van een worm die in het rechteroor kroop, alsof hij begon te boren in de voorwand van de gehoorgang; alsof het slijmvlies van de neus gehypertrofieerd was; als van een honderdpoot die in het linker neusgat kroop; mond alsof verbrand; keel alsof geschraapt; als van een pakje spelden in de maagkuil, dat zich door het vlees heen leek te dringen; alsof het hart in de maagkuil klopte; als van een brok in de maag; krampen in de maag alsof door wind; gevoel in de lever alsof veroorzaakt door ijskoude insecten met klauwen; als van een zware last in de onderbuik; als van een gezwel in de rechterzijde van het abdomen; druk als van een hard, biconvex lichaam in het abdomen; kloppen als van een polsslag in het abdomen; alsof er een grote knobbel op het achtervlak van de sfincter ani zat; als van het passeren van een steen door de ureters; na het urineren een gevoel alsof er nog iets in de urethra was achtergebleven; alsof er in de linker eierstok een zak was uitgezet die, als erop gedrukt werd, zou barsten; pijn in de l. lies alsof het been ergens tegen duwde; linker eierstok alsof vergroot; alsof zij op de eierstok moest drukken; snijdend alsof met messen in de bekkenstreek; pijn alsof de menstruatie op gang kwam; verstikking alsof de epiglottis gesloten was; alsof de bekleding van strottenhoofd en keelholte was afgescheurd; strottenhoofd alsof geülcereerd; als van een brok in het strottenhoofd; alsof de thorax te vol was; alsof het strottenhoofd in stukken gescheurd zou worden; alsof het slijmvlies was afgescheurd; alsof de bronchiën vergroot waren; alsof de bekledende membraan een losse weefselplooi was; borst alsof pijnlijk samengetrokken; long alsof geslagen of beurs; alsof haar adem een blaarachtige rauwe plek in de long aanwaaide; alsof er een holte van zijde tot zijde door de borst liep, gevuld met brandende lucht, die zich in stoten naar alle richtingen uitzette; pijn in de rechterschouder alsof die er recht doorheen van links kwam; linkerlong alsof samengevallen of verlamd; alsof de long in de hand opgetrokken en weer losgelaten werd; linkerlong alsof naar de rechterzijde getrokken; alsof iets aan een pijnlijke plek voor op de borst was vastgegroeid en terugtrok; hart alsof groot; als van een holte waar het hart zou moeten zijn; pijn alsof deze naar verschillende delen van de linkerborst uitstraalde; alsof het hart gezwollen was; als van een abces in de linkerborst tussen pectoralis major en minor; als van een vergrote klier aan de rechterzijde van de hals, onder het bovenste deel van de sterno-cleidomastoïdeus; pijn in de schouders alsof de botten verbrijzeld zouden worden; als van water dat uit een fles druppelde in de lendenstreek; prikken in de linker pink alsof die sliep; linkerhand alsof gezwollen; alsof er een steenpuist op de handrug opkwam; linkerbeen alsof verlamd; kruipende rillingen in de streek van de rechternier, alsof veroorzaakt door ijskoude insecten met klauwen; alsof zij zou flauwvallen; als van kruipende dingen door het hele lichaam; alsof zij een nachtmerrie zou krijgen; alsof de inhoud van het onderste deel van de borst en van het abdomen tegen elkaar drukte; als van een vreemd lichaam in het rechteroog, daarna in het linkeroog; alsof het bloed kokend heet was in de aderen; alsof zij een zware verkoudheid had opgelopen; overal pijnlijk alsof beurs geslagen; alsof alle botten uit de kom waren.

Pijn: in het voorhoofd; in de slapen; boven de ogen; in het midden van de hersenen; in het linker wandbeen; cirkelend door het hoofd en rond de kruin; in het achterhoofd; in het rechteroog; in de ogen; omhoog door de buis van Eustachius en uit beide oren; in de nierstreek; aan het uiteinde van de penis; in de linker eierstok; in de onderbuik; in het bovenste deel van de rechterlong; in de rechterschouder; in de linker bovenborst uitstralend tot de schouders; van het bovenste deel van de long naar de pijnlijke plek onder het linker schouderblad; in hart en longen; in het hart vanuit de pijnlijke plek onder het linker schouderblad naar het hart; in de linkerarm; door de borst en mamma; in de nek en tussen de schouderbladen, doorlopend naar beide zijden, naar de schouder en omlaag tot de lendenstreek; in de rug tussen de schouderbladen; onder het rechter schouderblad; recht door van de linker- naar de rechterschouder; in de streek van de linkernier; in het lumbale deel van de wervelkolom; achter op de heupen, rondom het abdomen en omlaag in de ledematen trekkend; in sacrum en coccyx; beginnend onder het l. schouderblad en langs de arm afdalend tot de pink; in de linkerarm; bij het buigen van de middelvinger van de linkerhand; in beide benen, van de heupen tot de knieën; in de linkerknie; in de rechter grote teen; vanaf het middel naar beneden.

Ondraaglijke pijnen: in karbonkelachtige steenpuisten.

Hevige, folterende pijn: in de plexus solaris.

Vreselijke pijnen: door het hele hoofd; in de lever.

Hevige pijn: in het hoofd, in de cerebrale regio; in de maag en bovenbuik; in het abdomen; in het hart; in de linker enkel, aan de achterzijde van het gewricht.

Afschuwelijke pijn: in de middelste kwabben.

Hevige pijn: in de nierstreek.

Uiterst hevige pijn: in de urethra.

Hevige, ondraaglijke neuralgische pijnen: in de bekkenstreek.

Hevige neuralgische pijnen: van de tanden naar het hoofd.

Ernstige pijn: in het achterhoofd; over het hele hoofd; van een leverabces naar de rechterschouder en elleboog; in de ureters; bij het slikken; van een abces uitstralend naar de rechterschouder en omlaag tot de elleboog; in spieren en botten van de stomp van het geamputeerde been.

Scherpe pijn: door de slapen; in het achterhoofd; onder in de linkerlong; langs de rechterrand van het sternum, overgaand naar de linkerrand en dan de long in; rond het hart, vandaar naar het hoofd; aan de apex van het hart; in de elleboog; boven de linkerheup; in de knieën.

Erge pijn: in de borst; in de plexus cardiacus, uitstralend naar de linkerarm en de keel.

Harde pijn: in de frontale streek.

Scheurende pijnen: in het abdomen.

Scherpe, snijdende pijn: dwars over de wortel van de penis.

Scherpe, schietende pijnen: in de zwelling in de streek van de submaxillaire klieren.

Korte, schietende pijnen: in de borsten.

Acute, scherpe, plotselinge of dof-plotselinge pijn in het hart.

Plotselinge, schietende pijn: in het rechteroor.

Schietende pijn: vanuit het midden van de rechter ovariumstreek naar de onderrand van de lever; in het abdomen; door de schouderbladen; door de long, waardoor zij opschrikt; vanuit het midden van de rechterlong naar de onderrand van de lever; boven de linkerheup.

Borende pijn: in het linkeroor; hevig, in de borst en onder het linker schouderblad.

Schietende pijnen: door de tenen; ongeveer drie duim (ca. 7,5 cm) lang, in verschillende richtingen en over het hele lichaam.

Snijdend: in de rechter onderbuik, uitstralend in de zaadstreng; in de bekkenstreek.

Neuralgie: in de slapen en het wandbeen; in het linkeroog; rond het middendeel van de schedel; in de oogbollen; van de rechter boven- en onderkaak naar de slaap; in het hoofd.

Scherpe, stekende pijn: onder in de rechterlong; over het oppervlak van beide longen.

Scherpe, naaldachtige pijnen in het rectum.

Vreselijke, drukkende, weeënachtige pijnen: tijdens de menstruatie.

Hevige menstruele en nierkoliek.

Hevige brandende pijn: in het hoofd.

Grijpende pijnen: in lever en milt.

Samentrekkende pijn: vanuit de bovenste hoeken van de schouderbladen, lopend naar de zevende borstwervel en vandaar langs dezelfde naar de negende.

Doffe, knijpende pijn: in de streek van de bijnierkapsels.

Krampachtige pijn: in de eerste en tweede vinger van de rechterhand.

Knaagende, zeurende pijn: in het abdomen.

Korte, trekkende pijnen: in de knieën, tenen, enkelgewrichten en handen.

Trekkende pijn: in het linker onderooglid vanuit de buitenooghoek; in het sacrum en de schaamstreek, zich uitstrekkend tot aan de knieën.

Zware, trekkende, zwervende pijnen: in de rechterarm, rechterheup en l. kuit.

Trekkende pijnen: in alle richtingen door de borst; op de handrug, uit alle richtingen; in de ledematen.

Reumatische pijnen: boven op de linkerschouder; in de rechterschouder en arm; in de handen; dwars over de middelste knokkels van de linkerhand; in de benen; in de beenspieren; langs de rechternek, de gehele rechterzijde, de rechterheup, het linkerbeen.

Zeer kwellende zeurende pijn: in de botten.

Ernstige zeurende pijn: in de linker eierstok.

Doffe, zware pijn: aan de top van de linkerlong.

Doffe pijn: in een brede ring rond het hoofd; in het cerebellum; in de epigastrische streek; in de linker hartstreek.

Kleine, scherpe pijn: in de voetzolen.

Kleine pijnscheuten: in de linkerschouder.

Krampen: in de maag; in voetzolen en kuiten; in het rechterbeen tussen knie en dij.

Lichte kramp: in de linkerkuit.

Klauwend gevoel: in de maag; als van koude insecten in de rechternier.

Knaagend gevoel: in de maag.

Pijnlijke schok: aan de basis van elke long.

Spannende pijn: in de linkerzijde van het hoofd tot aan de wandbeenknobbel en tot het midden van de kruin; in de rechterzijde van het abdomen; over het hele lichaam van hoofd tot voet.

Spannende pijnen: diagonaal in de rechter eierstok.

Pijnlijk doof gevoel: in de linkerarm.

Koude pijn: in de rechterlong en lever.

Zwakke, stijve, zeurende pijn: in de rug.

Zware kloppingen: ter hoogte van het hart; over het hele lichaam.

Pijnlijke tenesmus: van blaas en darmen.

Pijnlijke uitslag: rond het middel.

Brandende pijn: in het onderste deel van de rug; in de heupen.

Schrijnen: van de oogleden.

Brandende hitte: vanuit de lever rond naar de rug; in de linker eierstok; in de nek en langs de wervelkolom omlaag.

Brandende gloed: in het cerebellum en langs de wervelkolom omlaag.

Branden: in beide neusgaten; in de maagkuil; bij het urineren; in de meatus; over de borst; in het hart, door naar de rug en omlaag in de linkerarm; van de handen; in de voetzolen; in de borst.

Hitte: in de slaapstreek; onder de oogleden; in het abdomen; in de linker eierstok; in de borst; in de linkerzijde van de borst van de top van de long tot het middel; ter hoogte van het hart; vanuit de borst door naar de achterkant van de schouder; in het verlengde merg en de wervelkolom; langs de wervelkolom omlaag en tussen de schouders.

Hitteopwellingen: in gezicht en hals.

Pijnlijkheid: van de randen van de oogleden; van de buitenste vleugel van het linker neusgat; in het l. neusgat; van de tanden; van de mond; van de keelholte; van de keel; door de urethra; van de testes; op één plek in het onderste deel van de baarmoeder; van de tepels; van de borsten; van het strottenhoofd; in hart, borst en mamma; in het voetzoolkussen onder de tenen; van de grote teen; over het hele lichaam.

Geschaafd gevoel: in de glottis.

Pijnlijk gevoel: door de hele borst; onder de linkervoet.

Pijnlijke plek: boven op de linkerlong, zo groot als een zilveren dollarstuk, begint boven op de linkerlong en strekt zich als een roodgloeiende bout uit tot in het onderste deel van de rug.

Lichte pijn: onder in de rechterlong.

Prikkend gevoel: over het hele lichaam.

Tintelingen: door het lichaam.

Drukgevoeligheid: van de hersenen; van de wervelkolom, van het cerebellum tot de nieren; van de testes; van de borsten; van de wervelkolom; van de voetzolen; van de hielen en voetzoolkussens.

Warme gevoelloosheid: van de handruggen.

Zinderen: in het hoofd.

Trekken: van de testes.

Beklemmend gevoel: onder in beide longen.

Samentrekken, trekken en verslappen: in de nierstreek.

Samentrekking: zich uitstrekkend vanaf de ogen en samenkomend in de hersenen; over de gehele lengte van de wervelkolom; van de spieren onder de linkerknie en in de linkerkuit.

Krampachtige stijfheid: zich uitstrekkend van de wervelkolom naar het hoofd en de hoofdhuid schijnbaar verdikkend.

Trekken: in de nekstrengen; onder de knieën en in de enkels.

Ongemak: in de linkeronderarm en hand; in borst en abdomen door op de zij te liggen.

Onbehagen: in de nierstreek.

Barstend gevoel: in het hart.

Stijfheid: in de kaken en tong; van de keelholte; door het hele lichaam en in de gewrichten van beide enkels.

Vol gevoel: in de borst.

Verstikkend gevoel: in de thorax.

Druk: achter de ogen; op de kruin; in de onderbuik; in de blaas.

Beklemming: van de borst; van het hart.

Zwaarte: op de kruin.

Zwaar gevoel: in het hoofd; in de ledematen.

Strak gevoel: zich uitstrekkend vanaf de ogen en samenkomend in de hersenen, zich voortzettend over de hele lengte van de wervelkolom; in de maag.

Spiertrekkingen en intrekken: van de ledematen en de nekstrengen.

Kloppen en bonzen: in de streek van de rechter bijniercapsule.

Kloppen: in de slaapstreek; aan weerszijden van de maag; in de leverstreek; vanaf de knieën naar beneden.

Pulsatie: in de oren.

Borrelend gevoel: in de rechternier.

Gefladder: rond het hart.

Trillen: in het lichaam.

Beven: in de maagkuil; van de ledematen; in de benen vanaf de knieën naar beneden; overal; van de tong.

Kriebelen: in de oren; onder het bovenste deel van het sternum.

Eigenaardige gewaarwording: door de borst.

Gevoel van werking: in de neusbeenderen.

Onrust: 's nachts.

Gevoelloosheid: langs de linkerarm omlaag; van de linker middelvinger; in het linkerbeen van de knie tot de heup; in de linkerarm, hand en been; door het lichaam.

Lichtheid: van het hoofd.

Wegzinkend, folterend misselijk gevoel: in de maag.

Doods gevoel: in de nieren.

Wegzinkend gevoel: onder het sternum.

Flauwte: vroeg in de ochtend.

Zwakte: na nachtelijke zaadlozing.

Vermoeidheid: van de linkerlong.

Droogheid: van de oogleden; van de mond; van de keel; van het strottenhoofd; van de glottis.

Kruipend gevoel: in de streek van de linkernier.

Jeuk: van de hoofdhuid; in de neus; van de wenkbrauwen; boven het linkeroog; van de oren; in het achterhoofd; in het cerebellum en het verlengde merg; in de basis van de hersenen; in de oogbollen; in het linkeroor; in het kraakbeen van het oor; over de nieren; in het sacrum en langs de achterkant van de benen tot de voeten; in het achterste deel van de linkerlong; in de linkerlong onder het schouderblad; in de armbeenderen; in de heupgewrichten en knieën; in de onderste ledematen; van vagina en labia; van uitslag op de linkerschouder; aan de zijkant van de ellebooggewrichten; van de handen; aan de wortels van en tussen de vingers; in de voetzolen; tussen de tenen; van uitslag rond het middel; over het hele lichaam; van uitslag op de ledematen; vanaf de knieën omhoog, op de onderarmen en rond het middel.

Rillerigheid: wanneer de urineblaas te vol is.

Koude gevoelloosheid: aan de buitenzijde van de armen, juist onder de elleboog.

Koudheid: van het uiteinde van de neus; van de rechterarm; zich uitbreidend over het hele lichaam; van de benen tot aan de knieën; van de handen en onderarmen; van de vingers en tenen.

WEEFSELS [44]

Grote hitte en gevoeligheid, met vergroting van de lymfatische klieren over het hele lichaam.

Gevoel alsof zij een zware kou had gevat, met uiterst kwellende zeurende pijn in de botten; keel zeer pijnlijk en gezwollen, slikken van zowel vloeistoffen als vaste stoffen onmogelijk.

Er is nauwelijks een plek op het lichaam van hoofd tot voet die niet vol pijn is, van een spannend en loslatend karakter, gepaard gaand met hitte; deze hitte is een gewaarwording, brandend heet, maar wordt aan de oppervlakte bij aanraking niet waargenomen.

Overal pijnlijk als na een kneuzing.

De pijnen schijnen het hele lichaam samen te trekken, vooral de voeten en dijen.

Bij het opstaan gevoel alsof alle botten uit het gewricht zijn; zij schudt zich om ze weer op hun plaats te krijgen.

Hardnekkig rheumatisme.

Gevolgen van acuut gewrichtsrheumatisme; loopt steunend op een stok, voorovergebogen; tot aan de oren ingepakt, eruitziend als een afgeleefde man die klaarblijkelijk spoedig ten grave zal dalen.

Karbonkelachtige steenpuisten die klein lijken, langzaam afscheiden en donkerrode strepen vertonen; de pijnen zijn ondraaglijk, slapen was drie nachten lang onmogelijk.

AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]

Aanraking : pijnlijkheid van de r. concha ; pijnlijkheid van blaasjes op de voorhuid ; tepels en borsten zeer gevoelig ; borst pijnlijk ; kleine plek onder het linker schouderblad zeer gevoelig ; borst gevoelig ; de gehele lengte van de wervelkolom, ook de ribben aan de linkerzijde en de lumbale wervels, gevoelig ; voor de aanraking van kleding, of van een haarlok, nerveuze gevoeligheid.

Druk : het samendrukken van de oogleden veroorzaakt neuralgische pijnen in de oogbollen ; op de linker eierstok kon geen druk verdragen worden ; onderzijde van de linkerlong gevoelig ; op de wervelkolom, pijn in nieren en heupen < ; op het vlees veroorzaakt netelroosachtige erupties.

Wrijven : hevige jeuk in de neus.

Krabben : rode vlekken op de ledematen jeuken.

Beweging van de oren : hoofdpijn en diarree.

Zich forceren bij het tillen veroorzaakt lumbago.

HUID [46]

Sterke geelheid van de huid.

Hevige en onophoudelijke jeuk, vluchtig van plaats, < tegen de avond, soms beperkt tot de linkerzijde.

Jeuk over het hele lichaam, het meest op de rug, vagina en schaamlippen, en < bij eraan denken.

Hevige jeuk over het hele lichaam; zij zou krabben tot het bloedde, maar zonder verlichting; geen zichtbare uitslag.

Prikkend gevoel over het hele lichaam.

Rode vlekken die jeuken bij krabben en bij het uitkleden 's nachts, op de ledematen, vooral vanaf de knieën omhoog, op de onderarmen en rond het middel.

Koperkleurige vlekken (syfilitisch) die na erupties achterblijven, worden geelbruin en laten in schilfers los, waarbij de huid helder en gaaf achterblijft.

Kleine, gesteelde wratten, met kopjes als speldenknoppen, als kleine champignons, op verschillende lichaamsdelen en op de dijen.

LEEFTIJDSFASE, CONSTITUTIE [47]

Geremd in de groei.

Geschikt voor grijze ogen.

Baby, æt. 7 maanden, na zomerklachten; diarree.

Kind, æt. 15 maanden; diarree.

Man, æt. 20, negen maanden geleden gonorroe, acht maanden injecties gebruikt; gonorroïsch rheumatisme.

Een ongehuwde dame, zonder enige verdenking van sycotische besmetting; een lange reeks voorouders had rheumatisme en jicht; chronisch rheumatisme.

Man, æt. 60; gevolgen van rheumatisme.

Man, æt. 60, lijdt sinds zes maanden; rheumatisme.

Vrouw, æt. 89; leverabces.

RELATIES [48]

Antidotum : Ipec. bij droge hoest.

Compatibel : Sulphur, vooral wanneer de aandrang tot ontlasting uit bed drijft.

Vergelijk : Picric ac., onvermogen om goed te lopen; Camphor en Secale, collaps, koude huid, maar werpt toch alle dekens af; Veratr., collaps met koud zweet; Syphilinum, omgekeerde verergering, d.w.z. van zonsondergang tot daglicht.

Verken het volledige Similia-platform

Toegang tot 13 klassieke materia medica-boeken, 7 klassieke repertoria, AI-semantische zoekfunctie en basis-casusbeheer — gratis.

Bekijk prijzen