Carboneum Sulphuratum
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Zwavelkoolstof (Alc. sulph. Lampadii). C.S 2 .
Aan de klinische en voornaamste symptomen uit Herings monografie over Carb. sulph., 1870, zijn toegevoegd die van een vergiftiging door Dr. Bernhardt, gepubliceerd in de Berl. Kl. Wochenschrift in 1871, aangeduid met t.
GEMOED [1]
Gebrekkig geheugen; vaak wist zij niet wat zij moest doen met de dingen die zij in haar handen hield; t.
Moeizaam denken, geheugen verzwakt.
Zochten naar dingen die vóór hen lagen.
Kon de juiste woorden niet vinden.
Staart met een lege blik naar haar handen en vingers; t.
Gedrag kinderlijk en idioteus; t.
Opgeruimd, zorgeloos, nadat wind was afgegaan.
Humeurig, nors; heftig, prikkelbaar.
Gebrek aan energie.
Opgewektheid grenzend aan dronkenschap.
SENSORIUM [2]
Duizeligheid, plotselinge aanvallen, zittend.
Dof, verward gevoel in het voorhoofd; alsof het samentrekt.
Grote sufheid van het hoofd.
Verwardheid. θ Hoofdpijn.
Dronken, bewusteloos door whisky.
Frequente aanvallen van flauwte; t.
Asfyxie. Zie 26 .
HOOFD, INWENDIG [3]
Druk, vooral in het voorhoofd.
Hevige pijn in het hoofd; hoofdpijn toenemend totdat zij verwardheid van het denken veroorzaakt; koortsachtige aanvallen; koude extremiteiten en krampachtige pols.
Zeer scherpe, stekende pijnen in het hoofd, door de slapen, bijna iedere dag, vooral na het middagmaal; gevoelloosheid tot boven op het hoofd.
Hevige hoofdpijn, toenemend totdat de geest wordt aangedaan.
Doordringende pijn, < door schudden met het hoofd en door zware stappen.
Golvend gevoel in het hoofd, < door bewegen van het hoofd.
Pijnlijk, zwaar gevoel in het hoofd, na het ontbijt.
HOOFD, UITWENDIG [4]
Het haar borstelen is pijnlijk.
Jeuk op het hoofd.
Het hoofd zinkt bij het lopen naar voren.
Afzonderlijke knobbeltjes op het hoofd, pijnlijk bij aanraken.
GEZICHT EN OGEN [5]
Wazig zien; voorwerpen vervagen.
Verdwijnen van het gezichtsvermogen; t.
Lezen brengt tranen in de ogen.
Diepliggende ogen, met grauwe kringen.
Starende ogen.
Klein puistje op het bovenooglid, jeukt en brandt.
Oogleden zwaar; pijnlijk bij bewegen; trillerig.
GEHOOR EN OREN [6]
Suizen in de oren.
Steken in de oren; na de stoelgang.
Steken in het linkeroor.
Pijn in het linkeroor bij slikken.
Met tussenpozen het gevoel alsof iemand snel met een stomp instrument op het trommelvlies drukte.
Oren alsof zij verstopt zijn.
REUK EN NEUS [7]
Het uiteinde van de neus brandt en is heel rood, en brandend alsof het rauw is.
Kriebeling in de punt van de neus, met niesprikkel.
Niezen, met gevoeligheid in de borst.
Uitslag op de neus.
BOVENSTE GELAATSHELFT [8]
Gelaatsuitdrukking verbijsterd en als van iemand die krankzinnig is; t.
Een uitslag op neus en wangen, gelijkend op acne bij drinkers.
Tetterachtige uitslag op de linkerwang, ontstaan door krabben met de vingernagels; breidt zich uit en is bedekt met geelbruinige korsten, misvormt het gelaat; bijna ondraaglijk wegens aanhoudende jeuk.
ONDERSTE GELAATSHELFT [9]
Schuift de onderkaak ver naar voren en knarst ermee tegen de bovenkaak; t.
Lippen droog en brandend.
Samentrekkend gevoel in de spieren van de onderkaak.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
(Bij zieken:) 's Avonds kloppende kiespijn, met branden in de laatste bovenste linker molaar, niet zeer hevig maar de hele nacht aanhoudend.
Kiespijn opgewekt door warm voedsel.
Neuralgie van de tanden.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Smaak: zoetig, vies, bitter, zuur, papperig, metaalachtig.
Lispelende, stamelende spraak als die van een kind; t.
Zoutachtige smaak van uit de keel opgehaald slijm.
MONDHOLTE [12]
Grote droogheid van de mond, met onlesbare dorst; t.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Kriebeling in het achterste gedeelte van het gehemelte na het gaan liggen, veroorzakend hevige, droge hoest.
Branden in de keel, zich uitstrekkend tot in de maag.
Gevoel alsof er een haar in de keel is blijven steken.
Stekende, samentrekkende pijn in het bovenste deel van de slokdarm, alsof daar een stuk bot vastzat.
Droogheid in de keel; t.
Schrapend gevoel in de keel, met fijne steken.
Slikken: moeilijk; veroorzaakt pijn in het linkeroor.
EETLUST, DORST. VERLANGEN EN AFKEER [14]
Honger, met afkeer van eten.
Verlies van eetlust of snelle verzadiging tijdens het eten.
Grote dorst; verlangen naar bier.
ETEN EN DRINKEN [15]
Na het ontbijt: hoofdpijn; druk in de maag; diarree.
Na het middagmaal: druk in de maag; diarree; kriebeling in de urethra; pijn in het dijbeen; pijn in de voeten; buikpijn houdt op.
Na het eten: pijnlijk, zwaar hoofd; oprispingen; opgeblazen buik; buikpijn.
Drinkt enorme hoeveelheden water; t.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Scherp brandende oprispingen na het eten.
Zure oprispingen en lozing van veel zure winden; > door oprispen.
Misselijkheid, met aanvallen van flauwte; met drukkende hoofdpijn in het voorhoofd; met bittere smaak, bij het ontwaken; met frequente oprispingen; met ophoping van speeksel in de mond, als bij flauwvallen.
Neiging tot braken bij het binnengaan van een kamer of bij het naar buiten gaan in de open lucht.
Braken van bitter water.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Drukkende, stekende pijnen, van korte duur, in de maagkuil, beginnend op één punt en uitstralend naar de hartstreek, gevolgd door luid oprispen.
Branden in de maagkuil en in de maag.
Stekende pijnen in de maag, uitstralend naar de rug.
Vliegende steken in de maagstreek.
Druk in de maagstreek en onder het borstbeen, met herpetische dyscrasie.
Gevoel in de maag alsof deze samengebonden is.
Maag pijnlijk bij uitwendige druk.
Maagzuur.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Steken onder de korte ribben.
Leveraandoening, met waterzuchtige zwelling van de voeten.
BUIK EN LENDENEN [19]
Snijdende pijnen in de ingewanden.
Drukkende, krampachtige pijn in de buik.
Knijpende pijnen rond de navel, met aandrang tot stoelgang.
Navel naar binnen getrokken, met pijn. θ Diarree.
Rukkende en stekende pijnen in de buik.
Rommeling en winderige klachten; draaien, rollen en rommelen alsof diarree zou opkomen.
Volheid en opzetting van de buik.
Buikwanden voelen beurs en pijnlijk aan.
Beklemde breuk.
STOELGANG EN ENDERM [20]
Zeer stinkende en frequente afgang van winden.
Stoelgang steeds dun, pappig en gering van hoeveelheid.
Na de stoelgang: hoofdpijn; steken in de oren; druk in de maag; branden; zwakte en beven.
Diarree, waterig of slijmerig, met veel gerommel.
Chronische diarree, die om de vier tot zes weken optrad en één of twee dagen duurde; geelachtige, schuimende, zuur riekende vloeibare ontlastingen, met tenesmus en koliekpijnen, vooral in de navelstreek, waardoor de navel naar binnen werd getrokken; trad 's nachts op.
Stoelgang niet vermeerderd, maar gepaard gaand met tenesmus.
Aanmerkelijke afscheiding van helder rood bloed bij de stoelgang.
Constipatie: met oprispingen; met herpes.
Branden en jeuk aan de anus.
URINEWEGEN [21]
Steekachtige, krampachtige pijn in de blaas en de blaashals, doorlopend tot in de urethra, tegelijk een soortgelijke pijn in anus en endeldarm.
Branden in de urethra: met erecties; bij het urineren.
Onwillekeurig urineren gedurende de nacht; t.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Volledig verlies van geslachtsverlangen.
Kriebeling in het voorste deel van de urethra en gevoel alsof er iets zou uitlopen.
Branden in de urethra tijdens erecties en bij het urineren.
(Bij zieken:) Steken in de linker zaadstreng.
(Bij zieken:) Linker testikel meer gezwollen en verhard dan gewoonlijk, pijnlijker zelfs in rust, later kleiner en gemakkelijker.
Scrotum verschrompeld en opgetrokken.
Impotentie, met geatrofieerde testikels.
ZWANGERSCHAP. BARING. LACTATIE [24]
Weeën te zwak.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Heesheid, neiging om op te halen; hitte in het strottenhoofd; krassend en geschraapt gevoel. θ Predikantskeel.
ADEMHALING [26]
Uitademing heet; ademhaling moeilijk; vliegende steken en branden in de borst; gaan snel voorbij, maar keren vaak terug.
Asfyxie door alcohol en door kolengas.
HOEST [27]
Hoest door irritatie in het strottenhoofd of bij de splitsing van de luchtpijp.
Hoest veroorzaakt door maagzuur.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Warmte en volheid in de borst, met moeilijke ademhaling. θ Congestie van de longen.
Vliegend branden en steken in de borst. θ Phthisis.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Hartkloppingen bij anemische patiënten; nonnengeruis in de halsvaten.
Krampachtige pols. θ Hoofdpijn.
Daling van de pols tot 52. θ Anemie.
HALS EN RUG [31]
Reumatische pijnen, met stijfheid van de hals.
Kropgezwel.
Gevoel alsof er een zware last aan de rug hing tussen de schouderbladen.
Pijnen in de onderrug en de lendenen.
Pijnen als van ontwrichting in de streek van de rechter lende.
Spannend gevoel in de onderrug, < bij traplopen, met incidenteel rukken naar het heupgewricht.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Krakend geluid in het rechter schoudergewricht bij iedere beweging, verbonden met meer of minder hevige steken van het schoudergewricht tot aan de elleboog, bij iedere weersverandering.
Rukkende, stekende pijn in het rechter schoudergewricht.
Steken van het schoudergewricht tot aan de elleboog, of zelfs tot aan de pols, vooral hevig na middernacht en tijdens vochtig of koud weer.
Scheurende pijnen in de linkerschouder en rechterelleboog.
Polsgewricht verbrand met kokend water; pols sterk gezwollen, blaren gedeeltelijk geopend.
Lichte verbranding van de linkerhand; helderrode verkleuring zonder veel pijn of zwelling.
Gevoel alsof de arm omhoog getrokken wordt.
Trillend gevoel en beven in de handen; t.
Jicht van de hand.
Herpes phlyctænoides, die de handrug bedekt.
Mankmakende en prikkelende pijn in de linkerarm; de arm slaapt.
Rukkende, vliegende steken in de polsen en in de vingergewrichten. θ Rheumatisme.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Rukkende, stekende reumatische pijnen in de onderste ledematen.
Inflammatoire ischias in het linker dijbeen, door kou vatten, met volledige onmogelijkheid om te lopen.
Chronische ischias in het rechter dijbeen, bewegingen van het ledemaat belemmerd.
Pijn alsof de rechterknie ontwricht is.
Pijn in de linker middenvoetsbeenderen alsof zij door een misstap verrekt zijn.
Waterzuchtige zwelling van de voeten. θ Leveraandoening.
Hoorbaar kraken van de enkel bij het lopen; de enkel was twee jaar geleden verstuikt.
Krampen in de kuiten en in de tenen.
Impetigo: puistjes die korsten vormen, in de knieholte en op de voetrug en handrug.
Pijn in de enkelgewrichten alsof zij gebroken zijn, 's morgens in bed.
Stekende, doorborende pijn van de middenvoetsbeenderen door de tenen heen, tijdens het lopen.
Pijnlijke vermoeidheid en beurs gevoel in de voetzolen.
Koude voeten.
Rheumatisme van de onderste extremiteiten; de geringste beweging wekt hevige pijnen op, vooral in heupen en knieën, met roodheid en zwelling van de voeten.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Scheuren in alle ledematen, komend en gaand, nu eens in het ene en dan weer in het andere lid.
Een plotselinge pijn grijpt haar aan en komt zo snel dat zij ervan opspringt; de pijn begint bij de linkerelleboog en loopt langs de linkerzijde naar de voet.
Scheurende pijn in de ledematen, met herpes van het gelaat.
Rukkende, stekende, scheurende, vliegende pijnen, gedurende lange tijd op regelmatige tijdstippen terugkerend.
Kraken van gewrichten na vroegere jichtige gewrichtsaandoeningen.
Chronische reumatische en arthritische aandoeningen.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Zitten: plotselinge aanvallen van duizeligheid.
Beweging: de geringste, < rheumatisme van de onderste extremiteiten.
Lopen: stekende pijnen van de middenvoetsbeenderen door de tenen heen.
ZENUWEN [36]
Een gevoel van trilling en beven in het hele lichaam, vooral in de handen; t.
Wanneer zij op haar voeten wordt gezet, zakt zij langzaam naar de grond; t.
Anesthesie van de huid en de slijmvliezen; t.
Ischias.
SLAAP [37]
Onrustige slaap, met woelen in bed.
TIJD [38]
Nacht: kloppende kiespijn; onwillekeurig urineren.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Warm voedsel wekte kiespijn op.
KOORTS [40]
Koortsachtige aanvallen. θ Hoofdpijn.
Koude. θ Hoofdpijn.
Na veel lopen: zweet, dat de hoofdpijn verlichtte.
Onderdrukking van de gebruikelijke transpiratie.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Komen en gaan snel, pijn in voorhoofd en ledematen.
Korte maar snel terugkerende aanvallen, met regelmatige tussenpozen.
Om de zes weken chronische diarree.
LOCALITEIT EN RICHTING [42]
Links: oor, steken; pijn in oor; slikken veroorzaakt pijn in oor; scheurende pijn in schouder; mankmakende, rukkende pijn in arm; pijn in middenvoetsbeenderen.
Rechts: lende, pijnen als van ontwrichting; schoudergewricht, kraken en steken; scheurende pijn in elleboog; ischias in dijbeen; pijn in knie, alsof ontwricht.
GEVOELENS [43]
Voorhoofd alsof het samentrekt; oren alsof zij verstopt zijn; alsof iemand snel met een stomp instrument op het trommelvlies drukte; alsof een haar in de keel was blijven steken; rechter lende alsof ontwricht; in de linker middenvoetsbeenderen alsof verrekt; in het enkelgewricht alsof gebroken; alsof samengebonden, maag; alsof diarree zou opkomen; alsof iets uit de urethra zou lopen; alsof er een zware last aan de rug hing tussen de schouderbladen; alsof de arm omhooggetrokken werd; rechterknie alsof ontwricht.
Pijn: in de onderrug; in de streek van de rechter lende; in de urethra; in blaas, endeldarm en anus; in het linkeroor; in het dijbeen; in de voeten.
Hevige pijn: in het hoofd; in de onderste ledematen.
Stekende pijnen: door de slapen.
Scheurende pijn: in de linkerschouder en rechterelleboog; in alle ledematen.
Rukken: in de buik; pols- en vingergewrichten; onderste ledematen; in de blaas; linker zaadstreng; in het rechter schoudergewricht.
Vliegende steken: in polsen en vingergewrichten; in de maagstreek; in de borst.
Stekend: bovenste deel van de slokdarm; maagkuil; onder de korte ribben; in de buik; in de oren; in de keel; in de linker zaadstreng; in het rechter schoudergewricht; van schouder tot elleboog.
Stekend, dolkend: in de maag; van de middenvoetsbeenderen door de tenen.
Snijdende pijn: in de ingewanden.
Doorborend: van de middenvoetsbeenderen door de tenen.
Doordringende pijn: in het hoofd.
Prikkelend: in de linkerarm.
Branden: uiteinde van de neus; in de laatste bovenste linker molaar; in de keel; in de maag; in de anus; in de urethra; in de borst.
Beurs gevoel: in de voetzolen.
Reumatische pijn: in de onderste ledematen; in de hals.
Neuralgie: in de tanden.
Vliegende pijnen: in de maag.
Drukkende: pijnen in de maagkuil; pijn in de buik; pijn in het voorhoofd.
Druk: in het voorhoofd; in de maag.
Samentrekkende pijn: in het bovenste deel van de slokdarm; in de spieren van de onderkaak.
Spannend gevoel: in de onderrug.
Kloppen: hoofdpijn; kiespijn.
Golvend: in het hoofd.
Trillend gevoel: in het hele lichaam.
Doof gevoel: in het hoofd.
Volheid: in de borst; in de buik.
Zwaar gevoel: in het hoofd.
Knijpende pijn: rond de navel.
Krampachtige pijn: in de buik; in de blaas; in anus en endeldarm.
Kramp: in kuiten en tenen.
Mankmakende pijn: in de linkerarm.
Gevoelloosheid: tot boven op het hoofd.
Hitte: in het strottenhoofd.
Warmte: in de borst.
Droogheid: in de keel; van de mond.
Schrapend gevoel: in de keel.
Kriebeling: in de punt van de neus; gehemelte; in de urethra.
Jeuk: aan de anus; op het hoofd.
WEEFSELS [44]
Vergrote en verharde lymfeklieren.
Tetteren.
Koude zwellingen.
Reumatische klachten.
Rheumatisme, hetzij zonder koorts of slechts met lichte koorts.
Rheumatisme en jicht; na verlichting van acute en inflammatoire toestanden.
Chronische reumatische en arthritische aandoeningen, die op zichzelf zonder koorts zijn.
Jicht, maar geen jichtige dyscrasie.
Jichtige zwellingen wanneer zij niet te lang bestaan.
Tuberculose van longen of ingewanden.
AANRAKEN. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Druk: uitwendig, maag pijnlijk.
Een zware stap: doet het hoofd pijn.
Lezen: brengt tranen in de ogen.
Brandwonden en verbrandingen.
HUID [46]
Jeuk en herpetische aandoeningen.
Blaasjes op een rode, ontstoken en gezwollen basis, deels dicht bijeen, maar meestal gescheiden; zij bevatten een troebele, geelachtige vloeistof, die dikke, geelachtige korsten vormt; soms schuurt de afscheiding de huid open en veroorzaakt hevige jeuk. θ Herpes phlyctænoides.
Puistjes die korsten vormen, in de knieholte en op de voetrug en handrug. θ Impetigo.
LEVENSCONSTITUTIE [47]
Herpetische dyscrasie.
RELATIES [48]
Vergelijk: Carb. veg . (flatulentie); Sulphur (gevoeligheid van de buik).