Actea Spicata
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Christoffelkruid. Ranunculaceæ.
Groeit in de bossen van Europa en Azië, zoals de racemosa in Noord-Amerika. Beproefd door Petroz en Lemercier in Frankrijk, en door Macfarlan uit Philadelphia.
GEMOED [1]
Zwakte van het geheugen, onvermogen zich iets te herinneren.
Incidentele verstrooidheid.
Oordeelsvermogen verward ; aanvallen van ontreddering, bijna tot waanzin toe.
Zelfbedrog ; zelftevredenheid.
Hevig delier ; ook tijdens koorts.
Grote werklust, hoewel daartoe niet in staat.
Geneigd tot losbandigheid.
Ongeneigd tot ingespannen nadenken.
Geestelijk welbehagen tijdens beweging.
Droevig, klagend en zuchtend.
Melancholie ; neerslachtigheid met neiging tot huilen.
Hopeloosheid ; voortdurende vrees ; angstige bezorgdheid in rust.
Angst met dranggevoel in het hart. Zie 29 .
Doodsangst, vooral 's nachts in bed.
Tegenzin tegen het leven.
Wanhoop over het slagen van elke, zelfs de meest onbeduidende onderneming.
Besluiteloosheid, wispelturigheid en grilligheid.
Koppigheid en toorn.
Ongeduldig en rusteloos. θ Rheumatisme.
Mentale uitputting. Zie 40 .
Erger door schrik ; door geestelijke angst.
SENSORIUM [2]
Bewusteloosheid.
Een soort dronkenschap.
Duizeligheid en wankelen in de open lucht.
Duizeligheid met zwartheid voor de ogen.
Duizeligheid ; het voorhoofd voelt leeg aan bij bukken.
HOOFD, INWENDIG [3]
Trekkingen in de slapen ; pijn van een carieuze tand naar de slapen.
Druk op de kruin.
Bonzende pijn in het achterhoofd.
Borende pijn in het hoofd.
Druk in het voorhoofd na in de zon te zijn geweest.
Hoofdklachten < 's nachts, door lopen ; keren periodiek terug ; ook na koorts.
Scheurende pijn en dofheid in het voorhoofd.
Kwellend gevoel in de kruin, uitstralend naar de wenkbrauwen, waardoor wanhoop ontstaat.
HOOFD, UITWENDIG [4]
Pijn schijnbaar in het periost, en zelfs in de botten.
Warm zweet op het hoofd.
Kleine puistjes op de hoofdhuid.
ZICHT EN OGEN [5]
Voorwerpen schenen blauw gekleurd.
Vlekken voor de ogen bij strak kijken.
Catarrele ontsteking van de ogen.
Stekende pijn door het oog heen tot in het hoofd.
Vloed van brandende tranen.
GEHOOR EN OREN [6]
Geruis in de oren na slapen ; < door geestelijke angst.
Schokkende pijn in de oren bij neus snuiten of niezen.
REUK EN NEUS [7]
Neusbloeding tijdens beklemming op de borst.
Neusgaten rood.
Neusslijm met bloedstrepen ; beurse pijn in de neus.
BOVENSTE GELAATSHELFT [8]
Gezicht gevoelig.
Pijn als van rheumatisme in het gezicht ; trekkende, scheurende pijn van een carieuze tand naar de slapen ; < door de geringste aanraking of spierbeweging.
De wang waarop hij ligt zweet.
ONDERSTE GELAATSHELFT [9]
Geel rond de mond.
Lippen gebarsten.
De submandibulaire speekselklieren doen pijn bij het kauwen.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Trekkende, scheurende pijn van een carieuze tand naar de slapen.
MONDHOLTE [12]
Vermeerderde speekselafscheiding.
Foetide geur uit de mond.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
De keel wordt pijnlijk bij spreken.
Scheurende pijnen in de keel, vooral bij het inademen van koude lucht.
EETLUST, DORST. VERLANGENS, AFKEER [14]
Honger, met afkeer van voedsel.
Meer eetlust in de ochtend.
Walging van voedsel. θ Rheumatisme.
ETEN EN DRINKEN [15]
Erger door gezouten vlees ; bier ; tabak roken.
Na een maaltijd : onbehagen ; matheid.
Na drinken, huivering.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Oprispingen tijdens de koude rilling.
Misselijkheid ; braakneiging, met duizeligheid.
Zuur braken. θ Maagkanker.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Pijnlijke druk in de maagkuil.
Trekkend gevoel in het epigastrium.
Scheurende, inschietende pijn in de epigastrische streek, met braken. θ Kanker.
Kramp in de maag.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Kloppen, bonzen in de hypochondrieën. θ Hepatitis.
Druk in de leverstreek is pijnlijk. θ Hepatitis.
Miltstreek gevoelloos.
ABDOMEN EN LENDENEN [19]
Krampachtige samentrekking van de darmen.
Onbehagen ; alsof diarree op komst is.
Abdomen gevoelig.
STOELGANG EN ENDeldARM [20]
Overvloedige afgang van winden ; geen stoelgang ; constipatie door gebrek aan gal.
URINEWEGEN [21]
Bonzen in de nierstreek.
Nierstenen.
Frequente aandrang ; pijn bij het urineren.
Wit bezinksel.
De urine zet een baksteenstofachtig bezinksel af. θ Rheumatisme.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Menstruatie onderdrukt door schrik.
Menstruatie onderdrukt door koude. θ Pleuritis.
ADEMHALING [26]
Te zwak om te ademen ; vooral duidelijk tijdens de uitademing.
Neusbloeding, met beklemming op de borst.
Moeilijke inademing ; steken in het epigastrium bij diep ademhalen of bij een pijnlijke schok, of pijn in de heup.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Dranggevoel in het hart naar abdomen en leverstreek toe, met grote angst 's nachts.
Pols, 120. θ Koorts. θ Rheumatisme.
HALS EN RUG [31]
Beurse pijn in de sacrale streek bij liggen op de zij.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Lamheid van de rechterarm.
Rechterpols doet ondraaglijk pijn, is gezwollen ; beweging onmogelijk ; de geringste druk op de handpalm nabij de pink doet hem uitschreeuwen. θ Rheumatisme.
Pijn als van paralytische zwakte van de handen.
Vingers gevoelloos, koud, verkleurd.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Borende pijnen, beter door strekken.
De dijen beven bij optillen.
Knieën vermoeid.
Benen zwak na temperatuurveranderingen.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Zwelling van de gewrichten na geringe vermoeidheid.
Rheumatisme van de kleine gewrichten, vooral die van de handen.
Kleine gewrichten zwellen na lopen.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Na geringe vermoeidheid : gewrichten zwellen.
Liggen op de zij : beurse pijn in de sacrale streek.
Beweging : reumatische pijnen van het gezicht < ; beweging in de rechterpols onmogelijk.
Inspanning : veroorzaakt koud zweet.
Lopen : kleine gewrichten zwellen ; zwakte.
Optillen van de dijen : zij beven.
Strekken : verlicht de borende pijnen.
Neus snuiten of niezen : schokkende pijn in de oren.
ZENUWSTELSEL [36]
Plotselinge matheid.
Zwakte door lopen in de open lucht.
Zwakte en tintelingen.
TIJD [38]
Nacht : hoofdpijn erger.
Ochtend : eetlust beter.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Temperatuurverandering : daarna zwakke benen.
Zon : druk in het voorhoofd na verblijf in de zon.
Open lucht : zwakte bij lopen daarin.
Koude lucht : scheurende pijnen in de keel bij het inademen ervan.
KOORTS [40]
Koude rilling, met oprispingen.
Huivering, met braken na warmte.
Delier tijdens koorts.
Na koorts houdt de hoofdpijn aan.
Zweet : kleverig ; koud na de geringste inspanning van geest of lichaam bij nerveuze mensen.
Onderdrukt zweet. θ Rheumatisme.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Periodiek : hoofdpijn en andere symptomen.
LOCALISATIE EN RICHTING [42]
Rechts : lamheid van de arm ; de pols doet pijn en is gezwollen.
GEWAARWORDINGEN [43]
Het voorhoofd voelt leeg aan bij bukken ; dranggevoel in het hart naar abdomen en leverstreek ; pijn als van paralytische zwakte van de handen ; tintelingen en zwakte ; bonzen in het hele lichaam.
Pijn : van een carieuze tand naar de slaap ; in periost en botten ; stekend, scherp, reumatisch op kleine plekken.
Steken : in het epigastrium.
Stekende pijn : door het oog heen tot in het hoofd.
Inschietend : in het epigastrium.
Druk : op de kruin ; in het voorhoofd ; in de maagkuil.
Bonzende pijn : in het achterhoofd.
Borende pijn : in het hoofd ; in de onderste ledematen.
Scheurende pijn : in het voorhoofd ; van een carieuze tand naar de slapen ; in de keel.
Kwellend gevoel : in de kruin.
Trekkend gevoel : in het epigastrium.
Schokkende pijn : in de slapen ; in de oren.
Kramp : in de maag.
Krampachtige samentrekking : van de darmen.
Beurse pijn : in de neus ; in de sacrale streek.
Reumatische pijn : in het gezicht ; in de rechterpols ; in de kleine gewrichten, vooral van de handen.
Kloppen, bonzen : in de hypochondrieën ; in de nierstreek.
Dofheid : in het voorhoofd.
Gevoelloosheid : van de vingers.
WEEFSELS [44]
Aandoeningen van parenchymateuze organen.
Aangrijpingspunt van oude ontstekingen.
Actieve bloedcongesties.
Rheumatisme dat zich deels in de kleine gewrichten vertoont ; pijn in polsen of vingergewrichten, zeer gevoelig voor aanraking, ondraaglijk, < 's nachts.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. LETSELS [45]
Aanraking : reumatische pijnen van het gezicht erger.
Druk : veroorzaakt pijn in de handpalm.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Bijzonder geschikt voor mannen (Act. rac. voor vrouwen).
Zwak, nerveus ; koud zweet.
Reumatische diathese.
RELATIES [48]
Volgt goed na Nux vom .
Nevenrelaties : Act rac . en andere Ranunculaceæ.
Afzonderlijke relaties ; Arnic ; Bryon. ; Cauloph . (rheumatisme van de vingers) ; Lycop. ; Rhus tox. ; Sal. ac . en Sticta (kleine gewrichten).