Formica
van John Henry Clarke — Woordenboek van de praktische Materia Medica
rufa. De mier. N. O. Hymenoptera. Tinctuur van fijngestampte levende mieren. Bevat mierenzuur (HCO, OH).
Klinisch
Apoplexie / Hersenaandoeningen / Kneuzingen / Chorea / Hoest / Diarree / Ontwrichtingen / Waterzucht / Oogaandoeningen / Aangezichtsverlamming / Gevolgen van onderdrukt voetzweet / Jicht / Uitvallen van het haar / Hoofdpijn / Knobbels / Klachten door te zwaar tillen / Verlamming / Rheumatisme / Gezichtsstoornissen / Aandoeningen van de wervelkolom / Pijn in de miltstreek / Keelpijn
Kenmerken
Formica veroorzaakt vele rheumatische en jichtige pijnen; de pijnen verschijnen plotseling en schieten van plaats tot plaats: links, dan rechts; rechts, dan links. Het ruggenmerg wordt aangedaan, waarbij verlammingen en spasmen optreden. Gevoel alsof de hersenen te zwaar en te groot zijn. Gevoel alsof een bel in het voorhoofd barst. Het is nuttig "bij alle soorten apoplectische aandoeningen. Het versterkt de hersenen" (Hering). Cooper heeft de 3x met succes gegeven bij gevallen van zwakte van de onderste ledematen. J. W. Thomson (H. P., xvi. 32) bericht het geval van een heer van 84 jaar, die hevige neuralgische pijnen had tussen de achterzijde van het r. oor en het midden van het achterhoofd. Hiervan herstelde hij ogenschijnlijk. Achttien maanden later kwam hij terug met een aanhoudende, beurse en brandende pijn in dezelfde streek; rondom, maar vooral achter, het r. oor gezwollen en drukgevoelig. Hij kon alleen slapen in één comfortabele houding, die hij niet kon beschrijven, maar alleen herkende wanneer hij die gevonden had; en hij moest achter het r. oor en tussen dit en het achterhoofd en de nek warm toegedekt zijn, de gehele rechterzijde. Beter door met de rechterhand zacht achter het r. oor te wrijven. Zweet gaf geen verlichting; het hele hoofd leek mee te lijden onder de kwaal; hij had nadruppelen van urine. Formica rufa werd gegeven, zes doses, één vóór elke maaltijd. Op de tweede dag, tegen de avond, voelde hij zich slechter, en op de derde dag waren er scheuten en spasmen van hevige pijn, naast de beurse pijn die hij tevoren had ervaren. Deze werden geleidelijk minder, en op de vierde dag was zelfs de gevoeligheid veel beter. Het voornaamste was echter dat hij zich geestelijk beter voelde; hij zei dat zijn geest en hoofd sterker aanvoelden, en van neerslachtig was hij opgeruimd geworden, en het leven leek niet meer de last die het sinds enige tijd was geweest. Hering geeft als indicatie voor mierenzuur: "Brandende pijn, branden door wassen; opnieuw branden door wassen met koud water." Symptomen zijn > na middernacht. Beweging <; ook door zitten. Een heet strijkijzer > de pijn in de nek. > door wrijven; door het kammen van het haar. Toepassing van koud water < (hoofdpijn; brandende pijnen). Grote neiging om kou te vatten; gevolgen van koude en natheid; koude baden; vochtig weer. Klamme huid; onaangenaam zweet gedurende de nacht; zweet zonder verlichting.
Relaties
Verenigbaar: Na Cham. Vergelijk: Ars., Bry., Dulc. (rheumatisme); Urt. u. (netelroos; jicht; rheumatisme. Brandnetels bevatten mierenzuur); Frag. v. (gebrek aan melksecretie); Tromb. (diarree); Caps. (brandende pijnen < door koud water).
Oorzaken
Onderdrukt voetzweet.
1. Gemoed
Slecht geheugen; 's avonds. Lusteloos, nors, angstig, bezorgd. Opgewekt nadat pijn in de kruin was afgenomen. Geest ongewoon opgewonden. Opmerkelijke en onverwachte geestelijke activiteit overdag, zonder de gebruikelijke sufheid en slaperigheid.
2. Hoofd
Duizeligheid; alle dingen schijnen heen en weer te bewegen, en het lichaam wankelt; pijn in de l. supraorbitale streek bij het naar bed gaan, met duizeligheid; zwartheid voor de ogen, > door te gaan zitten. Volheidsgevoel; suf gevoel, met gewaarwording van stijfheid in de nek. Dufheid; druk aan beide zijden tussen slapen en oren. Het voorste deel van het hoofd doet pijn bij hoesten. Gevoel alsof een bel in het voorhoofd barst, en langs de l. zijde van het hoofd verderloopt. Hoofdpijn in het l. voorhoofd en de slaap, naar het achterhoofd toe, met snijdende pijn die tot in het oor uitstraalt. Hoofdpijn met gekraak in het l. oor, gevolgd door pijn in de l. slaap, daarna in de kruin met misselijkheid en afnemen van de pijn in het voorhoofd. Pijn boven op het hoofd, vanuit het epigastrium opstijgend. 's Morgens hoofdpijn in het achterste, bovenste en binnenste deel van het hoofd; < door het drinken van koffie; telkens tijdens en na wassen met koud water. Pijn van de nek omhoog naar het achterhoofd. Gewaarwording die als bliksem vanuit het lichaam omhoog in het hoofd schiet. Hoofdpijn, < bij rechtop zitten in bed; > na het kammen van het haar. Jeuk van de hoofdhuid. Het uitvallen van het haar houdt op. Kneuzingen van het hoofd.
3. Ogen
Pijn in de l. supraorbitale en l. slaapstreek, waarbij de pijnlijke plaats gevoelig is bij aanraking; pijn en zeurend gevoel boven het l. oog; voorwerpen lijken alsof zij door een nevel gezien worden; zwartheid voor de ogen, moet enkele ogenblikken gaan zitten. Pijn in het oog bij ontwaken, > door wassen. Wazig zien. Flikkeren voor de ogen. Nebula; leucoom; pterygium. Maculae en zweren op het hoornvlies. Reumatische oogontsteking. Krampachtige trekkingen van het bovenooglid (r).
4. Oren
Oorsuizen, gezoem in de oren. Gekraak in het l. oor met hoofdpijn. Slechthorendheid. Uitwendige gevoeligheid van r. oor en slaap.
6. Gelaat
De gehele l. gelaatshelft en wang voelen alsof zij verlamd zijn.
9. Keel
Keelpijn 's morgens, met veel slijm. Keelpijn < aan l. zijde.
11. Maag
Pijn in de nek bij keelschrapen en gorgelen; bij eten en drinken, vooral bij het sluiten van de kaken. Na het drinken van thee overvloedig zweet. Misselijkheid en braken; met diarree; 's avonds; met hoest. Brandende pijn in de maag, met beklemming en zwaarte. Aanhoudende druk aan de maagmond, en daar een brandende pijn.
12. Abdomen
Doffe pijn in de miltstreek. Gevoel dwars over het abdomen alsof het onder de navel beurs is, ook moe gevoel in de rug. Winderigheid. Verharding van de mesenteriale klieren.
13. Ontlasting en anus
Diarree na de maaltijden, of alleen overdag, niet 's nachts; of dag en nacht, of vóór middernacht. Diarree met tenesmus; pijn in de darmen vóór de stoelgang. Dunne diarree-ontlasting, met gevoel alsof er nog meer zou komen. Witte ontlasting. Constipatie en gevoel van vernauwing in de sfincter. Druk in het rectum, < 's avonds en in bed. Pijnlijke aandrang in anus en rectum tot stoelgang, die echter niet komt. Lintworm.
14. Urinewegen
Verlamming van de blaas. Tweemaal de hoeveelheid urine, zelfs 's nachts; vermeerderd gedurende twee of drie dagen. Urine als saffraan; helder geel; geen bezinksel; vaak geloosd.
15. Mannelijke geslachtsorganen
Lang aanhoudende erecties na het urineren 's morgens. Zaadlozingen. Schaarse zaadlozing met onvolledige erectie.
16. Vrouwelijke geslachtsorganen
Menstruatie schaars en bleek, met neerdrukkende pijnen in de rug op de derde dag; op de vierde dag donkerder; krampachtige pijn door het heupgewricht en het bekken. Menstruatie verschijnt acht dagen te vroeg. Gebrek aan melk bij zogende vrouwen.
17. Ademhalingsorganen
Heesheid met keelpijn. Klein propje slijm in de keel, dat door hoesten niet kan worden opgegeven. Hardnekkige, lang aanhoudende hoest; < 's nachts en door beweging; met een zeurende pijn in het voorhoofd en een beklemmende pijn in de borst. Hevige hoestaanvallen, met braken, dag en nacht.
18, 19. Borst en hart. . Pleuritische pijnen. Onaangename pijn in de hartstreek. Fladderende hartkloppingen. Hevige doordringende pijn in de streek van de r. tepel. Hevige prikkelende, drukkende steken in de streek van de l. tepel, later aan de l. zijde van de rug, maar heftiger; nog later dezelfde gewaarwording op andere delen van het lichaam.
20. Nek en rug
Gevoeligheid in de nek en omhoog tot in het hoofd. Ernstige pijn aan de l. zijde van de nek tijdens kauwen. Stijfheid aan de l. zijde van de nek, uitstralend omlaag langs de l. arm; < door de minste beweging; wenden of draaien; > door het aanleggen van een heet strijkijzer. Ernstige pijn dwars over het sacrum en de handrug van beide handen. Aandoening van het ruggenmerg.
21. Ledematen
Gevoel alsof de spieren verrekt zijn en van hun aanhechtingen worden afgerukt. Plotseling optredend rheumatisme, meestal in de gewrichten, met onrust; patiënten verlangen beweging, hoewel die de pijnen < maakt; > door druk; zweet zonder verlichting; < r. zijde. Stijfheid en samentrekking van gewrichten.
22. Bovenste ledematen
Jeuk in de oksels 's morgens. Pijn van de nek omlaag langs de l. arm; 's avonds naar r.; zij kon haar arm nauwelijks bewegen. Ernstige pijn boven de r. elleboog.
23. Onderste ledematen
Ernstige pijn door het bekken alsof zij van het ene acetabulum naar het andere gaat. Beurse pijn in de heupen 's nachts, waardoor hij zich van de ene zijde naar de andere moet draaien. Chronische jicht. Onderdrukt voetzweet (chorea hiervan).
26. Slaap
De hele nacht droge keel, waardoor zij uit de slaap wakker werd. Onaangenaam zweet gedurende de nacht, werd wakker met klamme huid. Kon in slaap komen als zij de juiste houding kon vinden. Wordt vroeg wakker en voelt dat zij voldoende geslapen heeft. Bij het ontwaken: hoofdpijn; braken met hoofdpijn; pijn in de ogen; steken in de oren.