Cobaltum
van John Henry Clarke — Woordenboek van de praktische Materia Medica
Kobalt. Co. (A. W. 58.6). Trituratie.
Klinisch
Constipatie / Oogaandoeningen / Gonorroe / Bloedingen / Hoofdpijn / Impotentie / Leveraandoeningen / Lumbago / Gevolgen van masturbatie
Kenmerken
Het meest karakteristieke symptoom van Cobalt is een zeer uitgesproken rugpijn < zitten; > opstaan, lopen of liggen. Rugpijn met zaadlozingen. Andere symptomen zijn: frequente nachtelijke zaadlozingen; met wellustige dromen; met gedeeltelijke erecties of zonder erecties; impotentie. Hoofdpijn < bij het vooroverbuigen van het hoofd (Clematis < bij het achteroverbuigen van het hoofd). Puistjes op het hoofd en elders; jeuk van de huid wanneer men 's nachts warm wordt in bed. Schrijnende, schietende pijnen in de ogen. Tranenvloed in de open lucht. Pijn in een holle tand, die te lang lijkt en gevoelig is voor aanraking. Tong dik wit beslagen; dwarsscheuren in het midden. Geen appetijt voor het avondeten. Urine heeft een sterke, prikkelende geur. Slaperigheid; niet-verkwikkende slaap. Zitten en bukken <; liggen, opstaan uit zittende houding, lopen >. De meeste symptomen zijn < 's morgens. Koude lucht = tranenvloed, en < pijn in de tanden. Warmte van het bed = jeuk over het hele lichaam. Schokken < hoofdpijn.
Relaties
Vergelijk: . Zinc. (bij rugpijn < zitten); Agn. (impotentie); Nux (gevolgen van masturbatie); Selen., Titan., Thallium. Dr. Jos. Anthal, uit Budapesth, heeft ontdekt dat Nitraat van Kobalt een volmaakt antidotum is tegen Kaliumcyanide; de twee vormen samen een onoplosbare verbinding.
1. Geest
Grote opgewektheid van stemming. Grote levendigheid en snelle stroom van gedachten (avond). Meer geneigd om te studeren. Gevoel van grote onrust, moest zich bewegen en kon niet stil blijven zitten (met pijn in de maag en het abdomen).
2. Hoofd
Duizeligheid tijdens de stoelgang. Dofheid in het hoofd, met harde ontlasting. Volheid in het hoofd; voelt te groot aan, erger door bukken en vooroverbuigen. Pijn in het voorhoofd kort na het opstaan. Beurse pijn in het hoofd. Hoofdpijn alsof het zou barsten; moest gaan liggen, met zure maag na het avondeten. Alsof de schedelkruin zou loskomen. Bij het stappen een gevoel alsof de hersenen op en neer gingen. Hoofdpijn erger in de kamer, verdwijnend in de open lucht. Hoofdpijn, met hevige pijn in de onderrug. Grote jeuk van de behaarde hoofdhuid, in de baard en onder de kin.
3. Ogen
Verlies van gezichtsvermogen bij het schrijven, wazig zien; bij het lezen lijken de letters onscherp. De ogen schrijnen in het licht. Bij het schrijven schietende pijnen in het oog. Pijn in het achterste deel van de ogen, met hoofdpijn. Schietende pijnen in de ogen bij het in helder zonlicht komen. De ogen doen 's nachts pijn. Overvloedige tranenvloed in de open lucht met water uit de neus, met pijn in de ogen in koude lucht. Gevoel alsof er iets (zand) onder het bovenste ooglid zat, waardoor hij moest wrijven.
4. Oren
Stekende pijn door het l. oor vanuit het verhemelte.
5. Neus
Bedorven, misselijkmakende geur voor de neus. Dunne uitvloeiing uit de neus, water uit de neus. De neus voelt verstopt aan.
6. Gezicht
Een grote, zeer pijnlijke steenpuist aan de r. zijde van de kin. Afschilferen van de lippen met gevoeligheid; zij bloeden gemakkelijk. Neiging de kaken stevig gesloten te houden.
8. Mond
Flauwe slijmachtige smaak in de mond. Tong wit beslagen met dwarsscheuren over het midden (ochtend). Stekende pijn in het verhemelte. Voortdurende afscheiding van water in de mond bij het slikken.
9. Keel
De keel voelt droog en rauw aan. De keel is gevuld met wit slijm. Gevoeligheid van de keel bij het keelschrapen. Gevoel van volheid in de keel vanuit de maag.
11. Maag
Hik na het eten, met gevoeligheid in de maagkuil. Oprispingen van wind ('s morgens), (tijdens de stoelgang). Oprijzen van bitter water, met pijn in de maag, daarna droogheid in de keel. Gevoel in de maag alsof deze onverteerd voedsel bevatte. Volheid van de maag alsof zij met lucht gevuld was. Gevoeligheid in de maagkuil, veroorzaakt door de hik.
12. Abdomen
Schietende pijn in de leverstreek. Stekende pijn in de miltstreek, < bij diep inademen. Leegtegevoel in abdomen en navel. Koliek (5 uur 's morgens) gevolgd door waterige stoelgang en tenesmus. Gerommel in de darmen (vóór de stoelgang). Volheid in het abdomen na een lichte maaltijd.
13. Stoelgang en Anus
Voortdurende aandrang tot stoelgang tijdens het lopen, erger bij stilstaan, gevolgd door diarree. Zachte, dunne ontlasting met hevige koliek in de lage darmen, gevolgd door tenesmus, pijn in de sluitspier van de anus en hoofdpijn. Kleine, harde, droge ontlasting. Feces als hazelnoten, met dofheid in het hoofd. Druk in het rectum. Voortdurend druppelen van bloed uit de anus (geen bloed bij de ontlasting).
14. Urinewegen
Vermeerderde afscheiding van bleke urine, frequente mictie, na het drinken van koffie vroeg in de morgen. Frequente lozing van kleine hoeveelheden urine. Schaarse urine met een vettig vliesje en geel, vlokkig bezinksel en sterke, prikkelende geur. Schrijnen aan het uiteinde van de urinebuis tijdens de mictie. Branden in de urinebuis. (Secundaire) gonorroe, met een groenachtige uitvloeiing.
15. Mannelijke Geslachtsorganen
Frequente nachtelijke zaadlozingen met wellustige dromen, die hem uit de slaap wekken; met hoofdpijn. Impotentie en nachtelijke zaadlozingen zonder erecties. Hevige pijn in de r. zaadbal; > na het urineren. Geelbruine vlekken op de genitaliën (en het abdomen).
17. Ademhalingsorganen
Frequent zuchten. Bij diep inademen steken in de borst, gevoeligheid in de maag en pijn in de milt. Hoest met gevoeligheid in de keel en rauwheid bij het keelschrapen. Steken in het anterieure deel van het strottenhoofd. Korte prikkelhoest, met frequent opgeven van een hoeveelheid helderrood bloed; het voelt alsof het uit het strottenhoofd komt. Opgeven van veel dik, taai slijm vermengd met een aanmerkelijke hoeveelheid helderrood bloed; met het gevoel van volheid en drukkende pijn in het strottenhoofd, gepaard gaand met een gevoel van krabben en rauwheid, met incidenteel brandende pijnen, en neiging de kaken stevig gesloten te houden; deze gewaarwordingen nemen toe door druk, leeg slikken en koud water. Overvloedige expectoratie van schuimig wit slijm.
20. Nek en Rug
Pijn tussen de schouders, in de lendenstreek en in de onderrug. Zeurende pijn in de onderrug, erger bij zitten, verdwijnend bij opstaan, lopen of liggen. Pijn in de rug (wervelkolom), toenemend tijdens het zitten, beter bij lopen of liggen. Rugpijn met zaadlozingen.
22. Bovenste Ledematen
Steken in de armen (polsgewrichten). Zeurende pijn in de polsgewrichten.
23. Onderste Ledematen
Schietende pijn in de dijen vanuit de lever. Overmatige zwakte van de knieën. Voetzweet, vooral tussen de tenen, zuur geurend of als zoolleer ruikend. Hitteopwellingen langs de benen. Steken in de benen. Beurse pijn in alle ledematen. Schokken in de ledematen bij het inslapen. Beven van de ledematen, vooral van de benen, zeurend bij het zitten. Tintelend gevoel in de voeten alsof zij sliepen, soms als naaldenprikken; circulatie onvolkomen (Cob. muriat.).
25. Huid
Jeuk over het hele lichaam wanneer men warm wordt in bed. Jeuk van de schouders; buitenzijde van de knie.
26. Slaap
Moeite met inslapen. Bij het inslapen schokken in de ledematen. Wordt wakker uit wellustige dromen en pollutie. Kan toe met minder slaap dan gewoonlijk, slapeloosheid. Niet-verkwikkende slaap.
27. Koorts
Rillerig van 11 tot 12 uur v.m.; hoofdpijn met misselijkheid en matheid van 12 tot 2 uur n.m.; gevolgd door koorts en transpiratie. Rillerigheid met geeuwen van 4 tot 5 uur n.m.; voelt zich dof en zwak met afkeer van geestelijke inspanning. Opwellingen van hitte met transpiratie.