Ceanothus Americanus
van John Henry Clarke — Woordenboek van de praktische Materia Medica
New Jersey-thee, of roodwortel. N. O. Rhamnaceæ. Tinctuur van verse bladeren.
Klinisch
Diarree / Hartstoornissen / Wisselkoorts / Geelzucht / Leukorroe / Leukocythemie / Onderdrukte menses / Pijn in de zij / Aandoeningen van de milt
Kenmerken
Burnett is, in navolging van Hale, onze voornaamste autoriteit voor Ceanothus. Het is onlangs door I. C. Fahnestock (Hom. News, maart 1900) geproefd, maar zijn plaats was door klinisch gebruik reeds duidelijk gemaakt; en er zijn duidelijke klinische symptomen waargenomen. Ceanothus is een miltmiddel par excellence; diep gelegen pijn in het linker hypochondrium; pijn en volheid in de linkerzij; snijdende pijn. Pijn, ontsteking en vergroting van de milt, hetzij alleen hetzij met andere aandoeningen, wijzen op het gebruik; rillerigheid, vooral langs de rug; rillingen; koude-aanvallen; moet bij het vuur zitten; < bij koud weer. Neerslachtige stemming bij miltaandoening. Hoofdpijn rechts, met miltpijn. Diarree en dysenterie (vergelijk Cascara en andere Rhamneæ) zijn vaak waargenomen bij patiënten die Cean. gebruikten voor miltaandoeningen. Leukorroe, overvloedig, dik, geel, met pijn in de linkerzij; (ik heb Burnetts ervaring in dit laatste opzicht, evenals in de meeste andere, met dit middel vaak bevestigd.) P. C. Majumdar genas met Cean. 3x een geval dat als hartaandoening was gediagnosticeerd (er waren hartkloppingen en dyspneu bij inspanning). Majumdar trof een enorm vergrote milt aan. R. K. Ghosh heeft er vele gevallen van onderdrukking van de menses en leukorroe mee genezen bij patiënten uit malariagebieden. Menses te overvloedig en te vroeg, met pijn in de linkerzij. Kan door pijn in de linkerzij niet gaan liggen. Fahnestocks twee geneesmiddelproevers namen herhaalde doses van de Ø-tinctuur, en beiden kregen ernstige symptomen. Een van hen had vijf jaar tevoren malaria gehad, allopathisch behandeld met kinine. Deze geneesmiddelproever leed acuter dan de andere, en moest uiteindelijk worden behandeld. Nat. m. 30 maakte spoedig een einde aan zijn symptomen. De andere geneesmiddelproever had praktisch identieke symptomen, maar minder ernstig. De symptomen van de geneesmiddelproevers zijn in het Schema met (F.) aangeduid.
Relaties
Ceanothus wordt goed gevolgd door: Berberis, Conium, Myrica cerif., Quercus. Vergelijk: Ced., Agar., Chi., Nat. m., Oxal. ac. (pijn in de linkerzij). Cascara (diarree. syfilis). Antidotum: N. Lt. m.
1. Geest
Neerslachtig, vreest ongeschikt voor het werk te zullen worden. Grote nerveuze opwinding, met rillerigheid en verlies van eetlust; voelde alsof de zenuwen door elkaar geschud werden; kon bij het diner mes en vork nauwelijks vasthouden. Voortdurend onverschillig gevoel, en kan niet werken (F.)
2. Hoofd
Hoofdpijn aan de r. zijde, met pijn in de miltstreek. Het hoofd lijkt mee te bewegen met elke hartslag (F.). Het hoofd voelt aan alsof de hersenen te groot waren (F.). Doffe hoofdpijn in het voorhoofd, > bij liggen (F.).
3. Ogen
Ogen voelen te groot aan; oogleden gezwollen; droog gevoel van het hoornvlies; met een doffe pijn in de oogkasstreek (F.).
6. Gezicht
Wangen en oren voelen heet aan, met koude vingers (F.).
8. Mond
Afteuze aandoeningen van mond en fauces. Droge mond (F.). Tong: wit beslag over het midden (F.). Voedsel smakeloos, tenzij sterk gekruid (F.).
9. Keel
Keel droog; rauw gevoel bij het slikken (F.).
10. Eetlust
Verlies van eetlust (F.). Verlangen naar iets zuurs (F.). Dorst naar water, maar daarvan werd hij misselijk (F.). Kan geen gebak eten (zeer ongewoon)(F.).
11. Maag
Wilde water drinken maar daarvan werd hij misselijk (F.).
12. Abdomen
Diep gelegen pijn in het l. hypochondrium. Pijn en volheid in de l. zijde, met onvermogen erop te liggen. Ernstige pijn in de miltstreek, met neerslachtigheid. Pijn in de l. zijde, lange tijd, met leukorroe en rillerigheid. Pijn in de l. zijde, hoofdpijn aan de r. zijde; ernstige pijn aan de r. zijde, met onvermogen er (jarenlang) op te liggen. Zwelling in de l. zijde, met snijdende pijn, < bij koud weer, met voortdurende rillerigheid, moet bij het vuur zitten. Chronische hypertrofie van de milt. Doffe pijn in de miltstreek (F.). Onmiddellijk na het diner doffe pijn in de leverstreek (F.). Gevoel van volheid in de leverstreek (F.). Pijn in de lever < bij liggen op de r. zijde (F.). Gevoeligheid in de navelstreek met verlangen de buikspieren te ontspannen (F.). Het hele abdomen beweegt mee met de hartslag (F.). Drukkend-naar-beneden gevoel in het abdomen < na eten (F.).
13. Ontlasting en rectum
Diarree. Dysenterie. Ontlasting lichtbruin, met luide winderigheid (F.). Voortdurend drukkend-naar-beneden gevoel in het rectum met samentrekkend gevoel (F.).
14. Urinewegen
Stekende pijn boven het schaambeen, in de streek van de urineblaas, vóór het urineren (F.). Urine: alkalisch; vermeerderde fosfaten; hoog soortelijk gewicht; spoor van suiker (F.). Na het urineren gevoel alsof niet alles was geloosd (F.). Urine: geheel groen; bevat gal; sterke geur, schuimig (F.). Pijn in de rug en irritatie van de urinebuis (F.). Aanhoudende aandrang om te urineren (F.)
15. Mannelijke geslachtsorganen
Syfilitische klachten.
16. Vrouwelijke geslachtsorganen
Leukorroe, overvloedig, dik, geel, met pijn onder de l. ribben. Menses tien dagen te vroeg, en zeer overvloedig. Metrorragie met miltpijn.
18. Borst
Gevoel van stuwing in de longen; de borst inwendig pijnlijk, < bij diep inademen (F.). Gevoeligheid achter het borstbeen (F.). Vernauwd gevoel in de borst.
19. Hart
Hartkloppingen en dyspneu, met vergrote milt. Pols vol en zeer sterk, de hartpulsaties zichtbaar door de kleren heen (F.). Het hart sloeg zo hard dat hij er helemaal van schudde (F.). De borst voelt te klein voor het hart (.F).
20. Nek en rug
Carotiden kloppen in de nek (F.). Pijn onder het r. schouderblad (F.). Rillerigheid langs de rug. Zwakte in de lendenen en benen (F.). Doffe pijn in de lendenstreek (F.). Voortdurende doffe pijn in de nieren en omhoog langs de rug (F.).
22. Bovenste ledematen
Pijnen langs de onderarmen en vingers (F.).
23. Onderste ledematen
Zwakte van de knieën; moet gaan liggen (F.). Doffe pijnen aan de voorzijde van de dijen (F)
24. Algemeen
Afkeer van bewegen; voelt zich te zwak (F.). Grote zwakte bij lopen of staan (F.). Verloor verscheidene Engelse ponden aan gewicht (F.).
26. Slaap
De hele nacht wakker (F.). Droomde de hele nacht (ongewoon); van slangen; van rovers (F.).
27. Koorts
Rillingen; verlies van eetlust en nerveuze opwinding. Koude-aanvallen met korte tussenpozen. Wisselkoortsen met miltvergrotingen. Wangen en oren heet, met koude vingers (F.). Om 4 uur 's middags zes kouderillingen achtereen, met voortdurende rillerigheid op en neer langs de rug; na de koudeaanval zeer heet; koorts; pols 120; kloppende carotiden (F.).