Aurum Metallicum

van John Henry ClarkeWoordenboek van de praktische Materia Medica

Aurum foliatum (metallisch goud). Au (A. W. 196.8). Trituratie.

Klinisch

Alcohol, gevolgen van / Amenorroe / Angina pectoris / Astma / Botaandoeningen / Adem, onaangenaam ruikend / Zwaarlijvigheid / Depressie / Oren, aandoeningen van / Erethisme / Erysipelas / Ogen, aandoeningen van / Koortsen / Gonorroe / Bloedingen / Aambeien / Hemiopie / Hydrocele / Geelzucht / Leucorroe / Locomotorische ataxie / Melancholie / Melanose / Kwikvergiftiging / Naso-faryngeale catarrh / Nachtangsten / Ozaena / Verlamming / Phthisis / Wegkwijnende jongens / Scrofulose / Reuk, gestoord / Syfilis / Testikels, aandoeningen van / onontwikkelde testikels / Tong, knobbeltjes op / Tumoren / Uterus, verharding van / Duizeligheid / Gezichtsvermogen, gestoord

Kenmerken

Goud beïnvloedt het gehele organisme diepgaand, oefent een oplossende werking uit op de weefsels, veroorzaakt ulceraties en het verdwijnen van nieuwvormingen. Daarom is het een van de beste antidota tegen overdosering met Mercurius, en vooral in gevallen van syfilis. Ook scrofulose en botcariës vinden in Aurum een geneesmiddel. Het veroorzaakt ook bloedaandrang en bloedingen. Borende pijnen en brandende steken overheersen. Geen enkel geneesmiddel veroorzaakt een acutere psychische depressie dan Aurum, en in elk geval waarin deze diepe melancholie wordt aangetroffen, moet Aurum grondig worden bestudeerd. Er is een toestand van melancholie, hopeloosheid, diepe depressie, neiging tot zelfmoord en verlangen naar de dood. Antropofobie. Verergering door emotie. Klachten na verdriet, schrik, boosheid, teleurgestelde liefde, tegenspraak, ingehouden ergernis. Hysterie, afwisselend lachen en huilen. Het hoofd is duizelig, vol, heet. Bloedaandrang naar het hoofd. Duizeligheid alsof men in een kring ronddraait bij bukken, verdwijnend bij overeind komen. Alsof dronken bij lopen in de open lucht. Gevoel alsof een luchtstroom door het hoofd jaagt, als het niet warm wordt gehouden. Beenderen van de schedel pijnlijk, vooral liggend. Verticaal halfzien. Vurige vonken. Cariës van het processus mastoideus van de neusbeenderen. Ozaena. In de buikstreek is er, zoals bij Merc., zwelling van de lever, geelzucht. Hernia, lies- of navelbreuk; ook bij kinderen. Onanie. De geslachtsorganen zijn sterk aangedaan. Verharding van de testikels. Onontwikkelde testikels bij zwakke jongens. Zwelling of neuralgie van de testikel (r.). Uterus verzakt en verhard; het gewicht ervan veroorzaakt prolaps. (Het chloride van goud en natrium werkt krachtiger bij deze toestanden.) Shelton heeft als gevolgen bij meisjes die met bladgoud werkten het optreden beschreven van een "dikke leucorroeïsche afscheiding, niet onaangenaam ruikend, wit of gelig, af en toe overvloedig, steeds < door lopen." Verstikkingsaanvallen, met verstikkende beklemming van de borst. Angstige palpitaties door congestie naar de borst. Hartkloppingen, met angst en bevende vreesachtigheid. Pijn in de hartstreek uitstralend langs de l. arm tot in de vingers. Er zijn borende pijnen in de beenderen, < 's nachts. Overgevoeligheid voor alle pijn. Hysterische spasmen, met afwisselend lachen en huilen. Sterke opwellingen met congestie naar hoofd en borst, en hartkloppingen. Vreselijke dromen; hij snikt luid in zijn slaap. Rillerigheid overheerst; rillingen in de open lucht; koude van handen en voeten, soms de hele nacht aanhoudend. Hitte, alleen in het gelaat. Transpiratie in de ochtenduren; vooral op en rond de geslachtsdelen. Zweren die de beenderen aantasten. Wratten, scrofuleuze, syfilitische, mercuriële. " < Van zonsondergang tot zonsopgang" is een leidende modaliteit van Aurum. Paralytisch trekken in de ledematen 's morgens bij het ontwaken; en bij kouvatten. < 's nachts; 's morgens; bij kouvatten; door rust. Rillingen bij het naar bed gaan. > Bewegen; lopen; warm worden. Geschikt voor sanguinische mensen met zwart haar en donkere ogen, olijfbruine gelaatskleur. Ook lichtharige scrofuleuze personen. Wegkwijnende jongens, meisjes in de puberteit, en ouderdom. Syfilitische en mercuriële patiënten.

Relaties

Vergelijk: Luet. (syfilis); Am. c., Arg. met., Arg. n., Ars.; Asaf. (pijnen rond de ogen; maar Asaf. heeft > door druk; mercuriële cariës); Bell.; Caps. (cariës van het mastoïd, zwaarlijvigheid); Calc. c. (nachtangsten; leucophlegmatisch; Aur. heeft meer overgevoeligheid en erethisme); Calc. ph.; Coccul. (leeg gevoel); Chi. en Coff. (hyperexcitatie) Cup. (astma); Dig., Fer.; Glon. (hyperemie van de long door het hart) Hep., Iod.; Kali bich. (diepe zweren, scrofuleuze oftalmie, ozaena, syfilis); K. ca.; K. iod. (syfilis); K. bro. (angst in de hartstreek en verlangen om rond te lopen); Lach., Lyc., Merc., Nit ac.; Nux v. (hernia; prolaps van de uterus); Pallad., Platin., Puls., Spigel., Sol. nig., Sil., Sep., Sul.; Tarent. (hart alsof het omgedraaid was); Thuj., Ver. v. Wordt geantidoteerd door: Bell., Chi., Coccul., Coff., Cup., Merc., Puls., Spi., Sol. nig. Antidotum voor: Merc., Spigel., chronische gevolgen van alcohol, Kali iod.

Oorzakelijkheid

Kwik. Alcohol. Kaliumjodide. Gevolgen van verdriet; schrik; boosheid; teleurgestelde liefde; tegenspraak; ingehouden ergernis.

1. Geest

Melancholie, met innerlijke onrust en verlangen te sterven. Onweerstaanbare aandrang om te huilen. Verlangen zijn verwanten te zien, lijkend op heimwee. Beeldt zich in dat hij de genegenheid van zijn vrienden heeft verloren; dit doet hem huilen. Ziet overal hindernissen. Hopeloos. Suïcidaal; wanhopig; geneigd van hoogten af te springen; zich in een stoel te werpen. Droevig, voelt dat alles tegen haar is en dat het leven niet wenselijk is, en alleen de gedachte aan de dood schenkt genoegen. Grote angst, die zelfs neiging tot zelfmoord opwekt, met krampachtige samentrekkingen in de buik. Overmatige gewetensbezwaren. Wanhoop over zichzelf en over anderen. Humeurigheid en afkeer van gesprek. Mopperige, twistzieke stemming. De geringste tegenspraak wekt zijn toorn op. Afwisselend prikkelbaarheid en opgewektheid. Boosheid en drift. Afwisseling van vrolijkheid, of van prikkelbaarheid met melancholie. Hypochondrische stemming. Zwakte van de verstandelijke vermogens. Zwakte van het geheugen.

2. Hoofd

Duizeligheid: bij bukken, alsof men in een kring ronddraait; > bij overeind komen; alsof dronken bij lopen in de open lucht; voelt alsof hij naar l. zou vallen; moet gaan liggen, en zelfs dan keert het enige tijd terug bij de geringste beweging. Vermoeidheid door geestesarbeid. Plotselinge bedwelming, met verlies van bewustzijn. Pijn alsof de hersenen gekneusd zijn, vooral 's morgens, of tijdens geestesarbeid, en soms verwardheid van gedachten teweegbrengend. Pijn in het hoofd alsof de lucht over de hersenen streek, wanneer het niet zeer warm gehouden wordt. Acute trekkende pijnen in het hoofd. Kloppende en hamrende pijn aan één zijde van het hoofd. Congestie van bloed naar het hoofd. Congestie naar en hitte in het hoofd, met vonken voor de ogen en glanzende opgeblazenheid van het gelaat, verergerd door iedere geestelijke inspanning. Gonzen in het hoofd. Pijn in de beenderen van de schedel, vooral bij liggen. Exostose op het hoofd; op de r. kruin, met borende pijn. Uitvallen van het haar.

3. Ogen

Pijn in de ogen verergerd door aanraking, alsof de oogbol naar binnen gedrukt werd. Spanning in de ogen, met vermindering van het gezichtsvermogen. Brandende pijn en roodheid in de ogen. Vertroebeling van het zien. Zwarte vlekken voor de ogen. Ogen zeer prominent. Vlammen en vonken voor de ogen. Verticaal halfzien. Hemiopie; voorwerpen worden gezien alsof zij door horizontale lijnen doorgesneden zijn. Ogen beter bij maanlicht en na hevige spierinspanning. Voorwerpen lijken kleiner en verder weg.

4. Oren

Gehoor te gevoelig. Pijn in de oren, als van inwendige spanning. Cariës van het mastoïd. Uitvloeiing van stinkende pus uit de oren. Overgevoelig voor geluiden, maar muziek > Lastige droogte in oren en neus, met moeilijk horen. Slechthorendheid door hypertrofie van de amandelen, met bemoeilijkte spraak. Gezoem in de oren. Gebrul in de oren.

5. Neus

Pijn in de neusbeenderen bij aanraking. Knagende stekingen. Ontstekingachtige zwelling en roodheid van de neus, gevolgd door afschilfering. Cariës van de neusbeenderen. Neusholten geülcereerd en bedekt met dikke korsten. Uitvloeien uit de neus van een stinkende groengele stof. Verstopping van de neus. Vloeiende coryza. Neus rood, gezwollen; punt knobbelig, rood. Kanker. Zemelachtige afschilfering van de opperhuid van de neus. Vermeerderde gevoeligheid van de reuk, of afwezigheid van reuk. Zoetig bedorven reuk, of reuk van brandewijn vóór de neus. Stinkende geur uit de neus.

6. Gelaat

Gelaat opgezet en glanzend alsof van zweet. Ontsteking van de beenderen van het gelaat. Oorspeekselklieren gezwollen, pijnlijk bij aanraking alsof gedrukt of gekneusd. Zwelling van de wangen. Zwelling van de beenderen van het voorhoofd, van de bovenkaak en van de neus. Rode eruptie, die afschilfert, op het voorhoofd en op de neus. Trekken in de kaken, met zwelling van de wangen. Spannende pijn in de bovenkaak. Pijnlijke zwelling van de submaxillaire klieren.

7. Tanden

Tandpijn, met hitte en congestie in het hoofd. Losheid van de tanden. Zweren in het tandvlees, met zwelling van de wangen. Tandpijn < 's nachts, < bij het inzuigen van koude lucht in de mond.

8. Mond

Stinkende geur uit de mond, als van rotte kaas. Doorborende pijn in het zachte gehemelte. Tong gezwollen; met scirrhusachtige hardheid; na het bijten op de tong in de slaap. Beslagen tong; droog; geülcereerd.

9. Keel

Cariës in het gehemelte, met blauwachtige zweren, vooral na misbruik van kwik. Tonsillen gezwollen en geülcereerd. Drank komt door de neusgaten naar buiten. Stekend rauw gevoel in de keel alleen bij slikken. Doffe, drukkende pijn, met of zonder slikken, in een klier onder de kaakhoek.

10. Eetlust

Melkachtige of zoetige smaak. Afkeer van voedsel, en vooral van vlees. Groot verlangen naar koffie. Overmatige honger en dorst. Geen eetlust voor eenvoudig voedsel bij wegkwijnende jongens.

11. Maag

Pijn in de maag, alsof deze uit honger voortkwam. Onmatige eetlust en dorst, met weeïg gevoel in de maag. Gevoel van onbeschrijfelijke onrust in het epigastrium. Zwelling van het epigastrium en van de hypochondrieën, met schietende pijnen bij aanraking. Branden in de maag en hete oprispingen. Brandende, trekkende en snijdende pijn; druk. Druk links van de maagkuil, onder de kraakbeenderen van de bovenste valse ribben; < tijdens expiratie.

12. Buik

Brandende hitte en snijdende pijn in het r. hypochondrium. Koliek met gevoel van grote onrust en neiging tot ontlasting. Spannende zeurende pijn en volheid in de buik. Buik opgeblazen. Exostose in het bekken. Neiging van een breuk om uit te treden, soms met krampachtige pijnen en opgesloten winden. Zwelling en ettering van de liesklieren door syfilis of door gebruik van kwik. Winderige koliek 's nachts, met knijpen, gerommel en borborygmi. Veelvuldige lozing van zeer stinkende winden.

13. Ontlasting

Overvloedige ontlasting. Nachtelijke diarree. Nachtelijke diarree, met branden in het rectum. Constipatie; ontlasting zeer groot van omvang, of zeer hard en knobbelig.

14. Urinewegen

Pijnlijke urineretentie, met dringende aandrang om te urineren, en druk op de blaas. Veelvuldige lozing van waterige urine. Urine troebel, als karnemelk, met dik slijmachtig bezinksel.

15. Mannelijke geslachtsorganen

Geslachtsdrift sterk vermeerderd. Het hele genitale stelsel is sterk aangedaan. Nachtelijke erecties en zaadlozingen. Uitvloeiing van prostaatvocht, met slapte van de penis. Zwelling van het (onderste deel) van de testikel (r.). Zwelling van de testikels, met zeurende pijn bij aanraken en wrijven. Verharding van de testikels. Testikels slechts als hangende flarden (bij wegkwijnende jongens). Hydrocele. Bubon. Sjanker.

16. Vrouwelijke geslachtsorganen

Pijnen in de buik, alsof de menses zouden komen. Prolaps en verharding van de baarmoeder. Uterusaandoeningen met depressie en neiging tot zelfmoord. Menses te laat; en schaars of afwezig. Trekkende pijn in het schaambeen; r. liesstreek gevoelig bij aanraking. Vóór de menses: zwelling van de okselklieren. Tijdens de menses: koliek; prolaps van het rectum. Leucorroe: overvloedig en bijtend, geel; dik wit, niet onaangenaam ruikend, < door lopen. Tijdens de zwangerschap: suïcidale melancholie; geelzucht.

17. Ademhalingsorganen

Ophoping van slijm in de luchtpijp en in de borst, dat 's morgens moeilijk wordt opgehoest. Stem nasaal. Hoest door ademgebrek 's nachts. Hoest met taai geel sputum bij het ontwaken in de ochtend.

18. Borst

Grote moeilijkheid van ademhalen 's nachts, en bij lopen in de open lucht, waardoor diepe inademingen nodig zijn. Aanvallen van verstikking, met samensnoerende beklemming van de borst, neervallen, verlies van bewustzijn en blauwachtige kleur van het gelaat. Pijn alsof er een prop onder de ribben was geplaatst. Aanhoudende zeurende pijn in de l. zijde van de borst. Snijdende pijn en stompe schietende pijnen nabij het sternum. Groot gewicht op de borst; vooral een zware last op het sternum. Veel congestie in de borst.

19. Hart

Angstige hartkloppingen door congestie naar de borst. Hartslagen onregelmatig, of in aanvallen, soms met angst en beklemming van de borst. Pijn in de hartstreek uitstralend langs de l. arm tot in de vingers. Fladderend hart. Bij lopen lijkt het hart te schudden alsof het los zit. Gevoel alsof het hart stilstaat. Hartkloppingen dwingen hem stil te staan.

20. Hals en rug

Gezwollen halsklieren. Spanning in de hals alsof de spieren te kort zijn, zelfs in rust; < bij bukken. Stekende pijnen in de lendenen. Gressus gallinaceous (bij wervelkolomziekte). Pijn onderaan de wervelkolom. Pijnen, gewoonlijk passief, of trekkend en acuut, in de rug, vooral 's morgens, en soms zo hevig dat iedere beweging van de ledematen wordt verhinderd.

21. Ledematen

Ledematen slapen; doof, gevoelloos bij het ontwaken; meer bij liggen dan bij bewegen. Moet tijdens een aanval van hartkloppingen de l. arm vastgrijpen. Ledematen gezwollen, pijnlijk, bijna geankyloseerd.

22. Bovenste ledematen

Borende pijn in de l. schouder. Zeurende pijnen in de armen en in de onderarmen. Krampachtige en acute trekkende pijnen in de beenderen van de carpus en van de metacarpus. Acute trekkende pijnen en paralytische zwakte in de beenderen en gewrichten van de vingers. Handpalmen jeuken; herpes; nagels worden blauw.

23. Onderste ledematen

Coxalgie. Stekende pijnen in de dijen, vooral 's morgens en 's avonds. Paralytische en pijnlijke zwakte van de knieën, alsof een bandage er strak boven werd samengedrukt; zij zijn zwak en zakken door. Trekkende pijnen en acute trekkingen, met paralytische zwakte, in de beenderen en gewrichten van de tenen. Nodi; cariës.

24. Algemeenheden

Pijn als van een kneuzing, met acute trekkingen en paralytische zwakte in de ledematen in het algemeen, en vooral in de gewrichten, vooral bij het ontbloten van het aangedane deel, 's morgens, bij het ontwaken en tijdens rust, verdwijnend bij het opstaan. Schietende pijnen in de ledematen, met grote neerslachtigheid. Ontsteking van de beenderen, met nachtelijke pijnen. Exostose op het hoofd, op de armen en op de benen. Grote scherpte en fijnheid van gewaarwording, met overmatige gevoeligheid voor de geringste pijn. Overgevoeligheid voor alle pijn, en voor de koude lucht. Hysterische spasmen, soms met afwisselend tranen en lachen. Grote gevoeligheid voor koude, of sterke drang om naar de open lucht te gaan, zelfs bij slecht weer, omdat dit verlichting geeft. Sterke opwellingen, met congestie naar hoofd en borst, en hartkloppingen.

26. Slaap

Moe, maar kan niet rusten of slapen. Slaperigheid na de maaltijden. Slaapt 's nachts slechts tot vier uur 's morgens. Wordt wakker door botpijnen; wanhopig. Vermoeidheid en zwakte 's morgens bij het ontwaken. Onrustige slaap, met angstige dromen; van dieven. Nachtelijk mompelen in vraagvorm.

27. Koorts

Pols klein, maar versneld. Koortsige rillingen over het hele lichaam, terwijl hij 's avonds in bed ligt, gevolgd door noch hitte noch dorst. Koude van het hele lichaam, met blauwachtige kleur van de nagels, misselijke smaak, met neiging tot braken, soms gevolgd door een toename van hitte. Hitte van het gelaat, met koude van de handen en voeten. Overvloedige algemene transpiratie vroeg in de ochtend; vooral rond de geslachtsdelen.

Verken het volledige Similia-platform

Toegang tot 13 klassieke materia medica-boeken, 7 klassieke repertoria, AI-semantische zoekfunctie en basis-casusbeheer — gratis.

Bekijk prijzen